TERUG NAAR START
Joan Nijhof
GeslachtMan
Leeftijd± 58 jaar
 
Geboren± 1666
Overleden1724teZeldam (?)
Vader Jan Nijhof
 Geboren ± 1620
 Overleden ± 1682
Moeder Frerik Ottenhoff
 Geboren ± 1625
 Overleden > 15-2-1700
Zus  NN ~28-8-1647
Broer  Berent ~19-10-1652
Zus  Berentien ~9-5-1658
Zus  Jenneken *± 1662
Zus  Trientjen *± 1670
 
Ondertrouw 3-1-1691 te
 
metMaria Egberts Broek
 Gedoopt9-8-1668
NotitiesContinuatio Anni 1691

1. Proclamati 3 Janu: Jan Nijhof soone van zal: Jan Nijhof op ’t Zeldam & Merrije Egberts dogter van zal: Broek Egbert int karspel van Goor

27-12-1691 te Goor "den 27 Jan Nijhof soon van wijlen Jan Nijhof op ’t Seldam en Maria Egberts dogter van wijlen Egbert op’t Broek. Copul" (Bron: Trouwboek NH kerk Goor, Toegang 0124 Collectie Overijssel, inv. nr. 199).
Kinderen  Jenneken Jansen
Aele Jansen
Gerrit Jansen
Janna Jansen
Jan
Maria
Maria
Bernardina
Egbert
Geesken
Frerikjen
Notities persoonaliassen Dijk Jan, Jan Hagreis en Jan Lammertink.
landbouwer te Delden op diverse boerenerven. In april 1724 worden zijn goederen vanwege schulden in beslag genomen.

Jenneken Nijhof vant Speckreise opt Zeldam doet met pasen 1682 in de kerk van Delden belijdenis van haar geloof. Pasen 1686 volgt [haar broer] Jan Nijhof (bron: lidmaatboeken NH-kerk Delden).

Rond 1700 is er ook een Jan ter Hagreis die doopsgezind is en wellicht ook op hetzelfde erf woont. Dat deze Jan doopsgezind is blijkt uit de volgende registratie: 7 juli 1701. Verschenen Jan ter Hagreise en zijn vrouw inzake de kwestie met Henr. van Heek als erfgenaam van Dietmer Smit die zijn gerechte quota opeist, door anpanding van goederen die door het Gerecht zijn beloofd, zeggen toe panden klaar te zetten door handtastinge in plaats van onder ede(Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 232).

Mogelijk is Jan Nijhof, die zich ook Dijk Jan noemt een broer van Dijk Albert waar Jan ter Hagreis zich in 1719 borg voor stelt samen met buurman (familie?) Hendrik Stokkenreeff.

13 december 1683 Jan Nijhoff uit naam van zijn moeder de weduwe Jan Nijhoff citeert de weduwe van de overleden Jan Hertgers vanwege een schuld van 200 caroli guldens en daarop ongeveer 70 guldens aan verlopen rente (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 73).
3 januari 1684 Jan Hertgers te Hengelo verklaart niet eerder schuldig te wezen en de het bedrag te zullen voldoen met Pinksteren 1684 aan de wed. Jan Nijhoff op Stockentreeff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 77).

12 januari 1693 Jan Nijhoff op de Dijck citeert Arent Holtman vanwege uitgeleend geld ad 50 guldens (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 228).

21 september 1699 Jan Nijhoff op de Hagreise doet anpandinge aan de mobilia van Arent Houtman voor een som van 18 guldens vanwege verdiend loon. Idem 5 oktober 1699 (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 60, 66).

5 oktober 1699 Jan Nijhoff doet anpandinge aan de mobilia van Arent Holtman en Jan Nijhoff 2e citatie aan Tibbe ten Stockentreeff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 66).

15 februari 1700 Pr. Bloemendal namens Hendrik ten Cate koopman te Goor doet anpandinge aan de goederen van de wed. Nijhoff tegenwoordig op de Hagreise voor een nader vast te stellen som (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 106).

5 september 1700 Pr. Bloemendal doet anpandinge op de mobiele effecten van Jan Nijhoff op de Hagreis vanwege niet betaalde zaaihaver op krediet van Jan Hagreis gekocht voor een nader te bepalen bedrag (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 156).

13 januari 1701 Pr. Bloemendal namens Willem Arents citeert Jan Nijhoff vanwege schuld van 200 gulden en bijbehorende intrest. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 189).

27 januari 1701 Willem Arents geassisteerd met proc. Bloemendal eist van Jan Nijhof directe betaling van 76 guldens. Jan Nijhof stelt van Willem Arents slechts een bedrag van 31 guldens van Willem Arents te hebben ontvangen,
Los memo: de Anlegger [Jan Nijhof] heeft niet 76 guldens ontvangen, maar slechts 31 guldens, Jan ten Hagreis heeft de resterende 45 guldens ontvangen. Willem Arents zegt louter een schuldkontrakt te zijn aangegaan met Jan Nijhof en het geld, de 76 guldens aan Jan Nijhof heeft uitgeteld, de resterende 45 guldens zou door Jan ter Hagreis achteraf van Jan Nijhof zijn ontvangen. Willem Arents staat daar verder buiten volgens Willem Arents. De schuld van 76 guldens komt boven op een restschuld van 200 guldens. Willem ondertekent het memo met de naam Willem ter Hagreise.
27 januari 1701 Jan Nijhoff geassisteerd met Jan Tusschede reageert op de eis van Willem Arents en stelt dat van de 200 gulden schuld, door hem 125 gulden 6 stuivers en 8 penningen reeds zijn betaald, hetgeen Willem zelf bij zijn reces ter protocolle heeft moeten bekennen(Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 192-196).

12 januari 1702 Pr. Bloemendal namens Jan Nijhof op de Hagreise doet pandinge op de mobilia van Roelof Huiskes te Zeldam vanwege schuld van 9 guldens vanwege verdiend loon, aangenomen voor Arent Holtman [x Geertruid te Lintelo] te betalen (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 261, 263).

1 maart 1703 Pr. Tusschede namens Lambert Bruinink doet pandinge aan de goederen van Jan Nijhof op de Hagreise vanwege een schuld van 5 guldens en 10 stuivers vanwege verdiend weefloon (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 336).

19 maart 1715 pachtsom voor het Lammertink voor Jan Nijhoff 70 gulden jaarlijks schuldig aan Derck Muller toe Backenhagen en Maria Lentlinck andere pachters van het Lammertink zijn in 1714 Esken Lammertink met een pachtsom van 117 guldens en L. Lambert 13 guldens, tesamen 200 guldens pachtsom voor het gehele erf jaarlijks. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 12 foto 225).

25 november 1717 De weduwe Bussemaeckers doet anpandinge aan de goederen van DijkJan op Lambertink (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 50 foto 212).


27 april 1719 Jacob Hilgerink citeert Jan Nijhof vanwege geleverde bieren voor 10 guldens en 9 stuivers. Jan Nijhof op Lammertinck angeeist en niet gecompareerd [Lammertinck is gelegen te Wiene, dichtbij Zeldam] (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 50 foto 351).

4 mei 1719 Pr. Leferink namens Huis Twickel doet anpanding op de mobilia en het gewas op de landerijen toebehorende Dijkjan op Lammertink en Argelo (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 50 foto 355).

24 februari 1724 Pr. Henrik Leferink, namens de Weledelgeboren Heer van Bakenhagen doet anpandinge aan de mobilia en gewas op den lande, paarden, beesten, levendige have van Dijk Jan op Lambertink tot een nader te bepalen bedrag. Huibert van der Sluis stelt zich borg. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 263).
9 maart 1724, de schuld van Dijk Jan op Lammertink vanwege achterstallige pacht aan de Weledele Heer van Bakenhagen Dijk Jan op Lambertink bij ‘t Broek wordt vastgesteld op 724 guldens en 8 stuivers (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 270).
6 april 1724 verschenen pr. Leferink gaat rechtswege de volgende goederen van wijlen Dijk Jan op Lammertink panden. Het gaat daarbij om: 2 zwarte paarden, 3 koeien, een rode een zwarte en een witte. 5 guste starken (varkens), 3 zwarte, een rood en een grijs. 2 kalveren staande int hekke, een oud drachtig zwijn, 2 kisten en een zaadkist, een spinde, aan bakketrog, 2 leupens, een melkemmer, 2 melkvaten, 2 wateremmers, een koperen ketel, een koperen aker, 2 ijzeren potten, een pauw, een pan ijzer, een rooster, 2 lampen, een vuurtang, een wegte, 10 stoelen, 3 wielen, een haspel, 2 plaggensegte, 2 bouwsegte, 4 spaden, 3 grepen, 2 vorken, een grave schuppe, een graszeis, een haar, een hamer, 2 bijlen, een snijbak met een mes, een wanne, 5 vlegels, 2 harken, een koesomp, 3 kuivens, 2 braken, 2 paar bedden met 4 kussens en 2 peluwen, een wagen 2 paar ladders, een stortkar, een ploeg, 3 eegden, 2 paardendekens met ketens en toebehoren, op een es 3 mudde lands met rogge op de haar, ook 3 mudde lands met rogge, nog enig hooi en stro op de balken, nog een weinig ongedorste rogge, nog ook wat turf in de schoppe [schuur], de mest op de vaalt en in de stal, aan welke goederen achterstallige en lopende herenlasten en de rentmeester van Huis Twickelo, maar voordat verrekening plaatsvindt, zal eerst gekeken worden, welk bedrag van de aankoop van het geheel op 23 maart laatstleden nog verschuldigd is zal eerst in minderinge worden gebracht. De totaalschuld bedraagt 724 guldens. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 276).
20 juli 1724 De kapitein Meulen toe den Bakenhagen doet transporteren zondanige goederen van wijlen DijkJan op Lambertink int Deldenerbroek protocol 6 april 1724 aangekocht voor zijn zoon Jan, zoon van wijlen Dijkjan, die heeft verklaard alle restante Herenlasten te zullen voldoen (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 305).

1703
Proclamati 22 Julij
Copulati 26 Augusti
Isaac Weber soone van Jan Weber binnen Almeloe
&
Trijntjen Nijhof dogter van wijlen Jan Nijhof op’t Zeldam
(bron: http://www.sijses.nl/transcript/delden/index.html)
Notities geboortegedoopt als Aele dv Dijk Jan en Maria.