| Notities persoon | 10 september 1657 Jan Nijhoff citeert Bernt Hiddinck vanwege de schuld van 18 daalder vanwege een verkocht paard (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 177).
10 juni 1658 Jan Nijhoff zegt dat hij niemand geslagen heeft en wil dat onder ede verklaren (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 236).
21 februari 1667 Citatie van Jan Nijhoff aan Lambert ten Brinckhuijs (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 52).
10 december 1668 Jan Nijhoff citeert d’Sjeiter te Hengelo vanwege 60 gulden geleend geld (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 162). 7 januari 1669 Jan Nijhoff doet anpandinge aan de goederen van Lamb. Hassinck te Hengelo (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 163, 167). 18 maart 1669 Jan Nijhoff heeft afgepand de brouwketel, een paar en een koe, Lambert Hassinck toebehorende. Is ingezet op 63 guldens. Jan is koper gebleven (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 173).
10 september 1663 Jan Nijhoff citeert Steven Laerhuijs vanwege 25 guldens schuld aan huur (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 43 foto 321).
17 november 1664 Trijne ter Bruggen door haar zoone Meijer(?) met 3 arresten geprocedeerd hebbende om de penningen in beheer bij Jonge Jan Nijhof te weten 38 daalder aan kapitaal en bijbehorende intrest verstrekt aan Metten Jan in de Achterhoek verzoeken tot overdragen van deze gelden (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 43 foto 404).
22 april 1675 Jan Nijhoff op den Meijerhoff te Delden doet pandinge aan Wolter Lansinck vanwege te betalen pachtgelden. Wordt door het Gericht geweigerd (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 341, 342).
25 januari 1677 Jan Nijhoff op de Meijerhoff te Delden citeert Gerrit Leerhuis voor 26 guldens vanwege restant rentelasten van een afgelost kapitaal (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 72).
22 mei 1679 Jan Nijhoff op de Meijerhoff te Delden heeft aangesproken de weduwe van d’Olde Hertgers voor de som van ongeveer 60 caroli guldens afkomstig van verlopen rente waarvoor Jan zich borg heeft laten stellen, verzoekt hiervan betaling (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 219).
19 juni 1679 Jan Nijhoff doet anpandinge aan de goederen van de weduwe Jan Hertgers te Hengelo (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 222).
18 mei 1682 Het verzoek van Jan Nijhoff op Stockentreeff tot verpanding van goederen van Cuiper Berent in de Achterhoek van Woolde wordt geweigerd (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 356).
13 december 1683 Jan Nijhoff uit naam van zijn moeder de weduwe Jan Nijhoff citeert de weduwe van de overleden Jan Hertgers vanwege een schuld van 200 caroli guldens en daarop ongeveer 70 guldens aan verlopen rente (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 73). 3 januari 1684 Jan Hertgers te Hengelo verklaart niet eerder schuldig te wezen en de het bedrag te zullen voldoen met Pinksteren 1684 aan de wed. Jan Nijhoff op Stockentreeff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 77).
14 mei 1685 Jan Hoffmeijer van Wien spreekt aan Jan ter Gorsfelt in Wien, vanwege borgstelling voor een bedrag van 23 guldens en 3 en een half stuiver voortkomende uit de boedel van Zall. Dijck Jan (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 214).
16 juni 1687 Pr. Jan Elferinck uit de naam van Jan ten Speckreise doet anpandinge aan de goederen van de weduwe van Jan Nijhoff wonende op den Dijck op Stocktreeff vanwege 25 guldens achterstallige pacht (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 11). 23 juni 1687 Pr. Jan Elferinck uit de naam van Jan ten Speckreise doet opbadinge van de anpandinge aan de goederen van de weduwe van Zall. Jan Nijhoff op den Dijck (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 16).
17 januari 1689 Jan ten Speckreise doet anpandinge vanwege achterstallige pachtgelden voor een nader vast te stellen bedrag een de goederen van de weduwe van Jan op den Dijck (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 163). |
|