| Notities persoon | landbouwer op lammertink vanaf 1724. 24 februari 1724 Pr. Henrik Leferink, namens de Weledelgeboren Heer van Bakenhagen doet anpandinge aan de mobilia en gewas op den lande, paarden, beesten, levendige have van Dijk Jan op Lambertink tot een nader te bepalen bedrag. Huibert van der Sluis stelt zich borg (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 263). 9 maart 1724, de schuld van Dijk Jan op Lammertink vanwege achterstallige pacht aan de Weledele Heer van Bakenhagen Dijk Jan op Lambertink bij ‘t Broek wordt vastgesteld op 724 guldens en 8 stuivers (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 270). 6 april 1724 verschenen pr. Leferink gaat rechtswege de volgende goederen van wijlen Dijk Jan op Lammertink panden. Het gaat daarbij om: 2 zwarte paarden, 3 koeien, een rode een zwarte en een witte. 5 guste starken (varkens), 3 zwarte, een rood en een grijs. 2 kalveren staande int hekke, een oud drachtig zwijn, 2 kisten en een zaadkist, een spinde, aan bakketrog, 2 leupens, een melkemmer, 2 melkvaten, 2 wateremmers, een koperen ketel, een koperen aker, 2 ijzeren potten, een pauw, een pan ijzer, een rooster, 2 lampen, een vuurtang, een wegte, 10 stoelen, 3 wielen, een haspel, 2 plaggensegte, 2 bouwsegte, 4 spaden, 3 grepen, 2 vorken, een grave schuppe, een graszeis, een haar, een hamer, 2 bijlen, een snijbak met een mes, een wanne, 5 vlegels, 2 harken, een koesomp, 3 kuivens, 2 braken, 2 paar bedden met 4 kussens en 2 peluwen, een wagen 2 paar ladders, een stortkar, een ploeg, 3 eegden, 2 paardendekens met ketens en toebehoren, op een es 3 mudde lands met rogge op de haar, ook 3 mudde lands met rogge, nog enig hooi en stro op de balken, nog een weinig ongedorste rogge, nog ook wat turf in de schoppe [schuur], de mest op de vaalt en in de stal, aan welke goederen achterstallige en lopende herenlasten en de rentmeester van Huis Twickelo, maar voordat verrekening plaatsvindt, zal eerst gekeken worden, welk bedrag van de aankoop van het geheel op 23 maart laatstleden nog verschuldigd is zal eerst in minderinge worden gebracht. De totaalschuld bedraagt 724 guldens. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 276). 20 juli 1724 De kapitein Meulen toe den Bakenhagen doet transporteren zondanige goederen van wijlen DijkJan op Lambertink int Deldenerbroek protocol 6 april 1724 aangekocht voor zijn zoon Jan, zoon van wijlen Dijkjan, die heeft verklaard alle restante Herenlasten te zullen voldoen (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 52 foto 305).
19 februari 1728 Joan Christoffer Gewin citeert Jan Lambertink en Bus Gerrit vanwege achterstallige pachtgelden (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 53 foto 202).
8 juni 1730 Jan Ottenhof cum suis doet anpandinge aan de goederen van Dijk Jan op Lambertink vanwege een schuld van 28 guldens (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 54 foto 19, 23).
29 juni 1730 Jan Christoffer Gewin doet anpandinge aan de goederen van Jan Lambertink en Dijk Albert vanwege achterstallige pachten. Voor Jan Lambertink gaat het om een schuld van 215 guldens en 8 stuivers. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 54 foto 28, 32).
In het volkstellingsregister van 1748 van het Gericht Delden, staan als gezin te Deldenerbroek vermeld: Jan en Jenne Lammertink en kinderen Mine 18 jaar, Maria 11 jaar en Jan 5 jaar, inwonend is verder nog een neef waarvan de naam verder niet vermeld is.
In het register van de 1.000e pennink van Kedingen 1750 staat Jan Lammertink uit het Gericht Delden met een geschat vermogen van 540 guldens te Enter. Kennelijk bezat hij hier vastgoed. (Bron: Archief Ridderschap en Steden van Overijssel, Toegang 000.3.1, inv. nr. 2556, Collectie Overijssel, fotonr. 159). In het belastingregister van het Gericht Delden staat vermeld te Deldenerbroek Jan Lammertink voor 200 gulden. (Bron: Archief Ridderschap en Steden van Overijssel, Toegang 000.3.1, inv. nr. 2556, Collectie Overijssel, fotonr. 213). | | Notities geboorte | de doop van Jan is niet te vinden. Op 29 oktober 1699 is een niet met name genoemd kind gedoopt van Dijk Jan en Maria. |
|