| Notities persoon | 26 september 1761 contract tussen Albert Tijsselink, zijn meerderjarige zoons Jan en Jannes en de voogden van zijn 3 minderjarige kinderen Maria, Mannes en Hendriene, te weten Jan Hendriks van het Kleine Heksel en Jan Gerrits van den Twilhaar, deze maand als voogden aangesteld. Albert Tijsselink zal de gehele boedel houden, inclusief alle lasten en schulden, uit het moederlijke goed van wijlen Jenneken Jansen zal hij aan de kinderen door haar in echte verwekt elk moeten uitkeren als ze meerderjarig zijn of komen te trouwen: aan de zoons Jan en Jannes ieder 60 guldens en aan de minderjarigen Maria, Mannes en Hendrine elk een som van 80 guldens, alsmede aan ieder een koe, benevens aan elk een gestopt Twilburen, onder en bovenbed en tenslotte aan de oudste dochter de kist van wijlen haar moeder en aan de jongste dochter een nieuwe kist. Albert verklaart samen met zijn aankomende bruid Geertjen Beerents, hierbij meede gecompareerd, dat de kinderen zo lang zij ongetrouwd zijn altijd op het ouderlijk goed mogen blijven wonen en mochten zij ziek of armlastig worden dat hebben ze recht op onderhoud in de ouderlijke woning (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 15 folio 185 foto 96).
22 december 1762 momberstelling door Gerrit Gerritsen Bergerink te Marle over het onmondige kind door Marie Rietberg verwekt, genaamd Jan Conraadt. Verder nog een nagelaten dochtertje Everdina Aleijda door Marie Rietbergs in een eerder huwelijk verwekt met Jan Rietberg. Veel zilverwerk in dit gezin, brostrok met zilveren knopen, psalmboeken met zilveren krappen en dergelijke. Verschenen is de aanstaande bruid Van Gerrit genaamd Maria Alberts in deze met haar vader Albert Tijsselink geassisteerd. Maria erkent de kinderen als haar eigen (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 15 folio 242 foto 124).
8 februari 1770 de heer scholtes H. Bouwmeester en zijn vrouw W. Hossius te Hellendoorn verklaren verkocht te hebben aan Gerrit Bergerinck en zijn vrouw Maria Alberts 2 akkers land, den Dijkakker met het erve Hemmink zijnde ongeveer een mudde gasaaij, gelegen tussen het land van de kopers en het Erve Nijenhuis en nog een akker land in het Erve Nijenhuis gelegen voor 325 caroli guldens (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 16 folio 117 foto 63). 8 februari 1770 Gerrit Bergerink en zijn vrouw Maria Alberts verklaren 600 caroli guldens geleend te hebben van Thomas ten Cate onder borg van hun Erve het Bergerink te Marle in het kerspel Hellendoorn. Kantlijn: 17 februari 1778 verschenen Gerrit Bargerinck met het verzoek nevenstaande akte te royeren (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 16 folio 118 foto 63).
13 juni 1787 Contract van Allimentatie tussen Albert Hendriksen van Tijsselink te Noetsele en zijn voorkinderen Jannes Alberts, Mannus Alberts, Gerrit Bargerink namens ziujn wijlen vrouw Marrie Alberts en als vader en voogd van zijn onmondige kinderen enerzijds en anderzijds Hendriena Albertsen Tijsselink en Hendrik Harmsen die de gehele boeren huishouding overnemen tegen de plicht van kost en onderhoud van de ouders, zolang zij leven. De 3 voorkinderen dienen binnen 6 weken na overlijden van beide ouders uitgekeerd te krijgen 15 guldens. De 2 laatste kinderen genaamd Jan en Jenne zullen uitgekeerd krijgen op hun 25e levensjaar of eerder als zij eerder huwen 30 guldens etc. (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 18 folio 240 foto 129).
16 april 1792 Gerrit Bargerinck wednr. van wijlen Maria Alberts maakt een Contract van Alimentatie met stiefschoonzoon Adolph Waaijer. Tot mombaren over zijn 5 onmondige kinderen Gerrit Jan, Evert, Mannus, Aaltje en Janna Gerritsen, Frerik Gerrits te Den Ham, oom van vaders zijde en Hendrik Tijsselink oom van moeders zijde. Contract van Alimentatie met stiefschoonzoon Adolph Waaijer gehuwd met stiefdochter Everdiene Jansen (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 18 folio 443 foto 230). | | Notities geboorte | gedoopt Maria dv Albert Hendriks Slotman te Noetsele en Jenneken Jans (Bron: doopboeken NH-kerk Hellendoorn, transcriptie Jan Hesselink). |
|