| Notities persoon | bij de doop staat vermeld Henrikjen dochter van Jan Smelt en Kunneken Brouwers. Hendrikje kwam uit een zeer welgesteld gezin. Haar vader was een belangrijke geldschieter. Tenminste als de vaderlink klopt. Ik heb daar toch wel wat vragtekens bij. Hendrikje moet als jong meisje in Deventer hebben gewoond, waar haar ouders zich rond 1710 (burgerschap vader Jan in dat jaar) moeten hebben gevestigd. Toen Hendrikje 19 jaar oud was (1719) hertrouwde haar vader te Rotterdam. Broer Bernardus was al vanaf 1714 in Rotterdam op een leer-werkplek gezet om de fijne kneepjes van het koopmanschap in lijnwaad onder de knie te krijgen. Mogelijk dat Hendrikje in betrekking was in Vriezenveen. Helaas wordt Hendrikje niet in het testament van broer Bernardus (1758) genoemd; nicht Aleijda Smelt, die bij Bernardus in Deventer inwoonde erfde alles, inclusief de Vriezenveense bezittingen. Ook vader Jan Smelt, die dan nog leeft komt zijn legitieme erfdeel toe. Op zich wel vreemd dat Hendrikje in het geheel niet wordt genoemd in het testament van haar broer. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat de familieverhoudingen waren verstoord en gezien het gegeven dat Aleijda Smelt bij Bernardus inwonend was en kennelijk ook een garantie voor zijn oudedagsvoorziening was, is het niet zo vreemd dat zij tot universeel erfgenaam werd benoemd. Dergelijke constructies waren in die tijd heel gebruikelijk. dat zuster Hendrikje in het geheel niet wordt genoemd in het testament is toch wel opmerkelijk. Ik had graag een akte gezien (naast de doopregistratie) die bevestigt dat Hendrikje (echtgenote van Jan Berkhoff) inderdaad de dochter is van Jan Roelofs Smelt. Helaas heeft Jan zelf nooit een testament opgemaakt. Zijn 2e huwelijk in Rotterdam was niet in gemeenschap van goederen en daardoor was er kennelijk geen aanleiding een testament op te maken. Het zou theoretisch kunnen dat Hendrikje de dochter is van een andere Jan Smelt, die meer bij het (mindere) welstandsniveau van de Berkhofsfamilie aansloot. Hoewel er geen ander doop bekend is van een andere Hendrikje is het mogelijk dat ze voor 1697 gedoopt is (de doopregistraties van Vriezenveen beginnen in 1697) ofwel dat de doop om één of andere reden niet genoteerd is. Daar zijn veel gevallen van bekend. Ook de doopdatum van echtgenoot Jan Berkhoff is onbekend.
Mogelijke andere vaderkandidaten "Jan Smelt" van Hendrikje zouden kunnen zijn: -Jan Freriksen Smelt geb. 1659, linnenkoopman, huwde 1687 te Amsterdam, voor zover bekend geen nakomelingen. -Jan Gerritsen Smelt geb. 1667, boer, huwde in 1694 Hendrikje Jansen van der Aa, zou potentieel een kandidaat zijn, ware het niet dat een mogelijke dochter Hendrickjen Jansen huwde met Engbert Jansen, geb. ca. 1690. De aanname van deze dochter Hendrikje Jansen Smelt is gebaseerd op een transportakte van 4 mei 1765 (Archief Schoutambt Vriezenveen) waar de erfgenamen van de weduwe van Jan Gerritsen Smelt een stuk land verkopen. Onder hen is Berent Engberts, de zoon van Engbert Jansen en Hendrikje Jansen. Aangezien Engbert Jansen mogelijk een zoon zou zijn van Jan Egberts Kleijne zou Hendrikje Jansen daarom een dochter moeten zijn van Jan Gerrits Smelt. Als Egbert Jansen (ook een mogelijkheid) echter de zoon is van Jan Gerrijtsen Smelt ligt de situatie anders. In dat geval zou Hendrikje Smelt, gehuwd met Jan Berkhof uit dit gezin kunnen stammen; als erfgenaam wordt Jan Berkhof (man representeerde doorgaans de echtgenote)niet in de transportakte van 1765 vermeld. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de transportakte uit 1765 niet pretendeert alle erfgenamen weer te geven. De genoemde erfgenamen treden namelijk mede op namens niet vermelde erfgenamen. Bijvoorbeeld voor broer Frerik die in Meppel woonde en daarom wel vertegenwoordigd moest worden door een familielid. Nu woonde Jan Berkhof gewoon in Vriezenveen, maar als hij met de linnenmars op pad was in 1764 zou ditzelfde voor hem gegolden kunnen hebben. Jan Gerrijtsen Smelt wordt in het register van de 1.000e penning van 1715 aangeslagen voor een geschat vermogen van 500 gulden en sluit daarmee ook beter aan bij de geschatte vermogens der Berkhofjes (Jan Berkhof senior(gehuwd met Hendrikje Smelt) in 1751 650 gulden). Conclusie Hendrikje Smelt (gehuwd met Jan Berkhoff) als dochter van Jan Gerrijtsen Smelt valt niet 100% uit te sluiten. -Jan Harmsen Smelt, geb. 1620 (getuige in een proces in 1711, was toen 91 jaar!), huwde (o.a.?) Anneke Arentsen. De datering van deze persoon lijkt te ver terug in de tijd om een serieuze kandidaat te kunnen zijn. -Jan Roelofsen Smelt geb. ca. 1665, de enige kandidaat waarvan een dochter Hendrikje als doopregistratie bekend is. Een belangrijk argument voor hem, als vader. Echter Hendrikje wordt niet genoemd in het testament van broer Bernardus (1758) en volgens het verpondings en contributiebelastingregister komt alle Vriezenveense grond van vader Jan Smelt na diens overlijden terecht bij zoon Bernardus; in elk geval de belastingen voor de voormalige Vriezenveense landerijen van Jan Smelt komen in 1750 volledig ten laste van Bernardus (ook wel Berent) Smelt. Zie het hierna volgende overzicht: verponding en contributie: Jan Smelt 1734: 13 stuivers en 0 penningen (verponding); 1 gulden 13 stuivers en 0 penningen (contributie) Jan Smelt 1736: 12 stuivers en 0 penningen (verponding); 1 gulden 13 stuivers en 0 penningen (contributie) Jan Smelt 1739: 12 stuivers en 0 penningen (verponding); 1 gulden 13 stuivers en 0 penningen (contributie) Jan Smelt 1745: 12 stuivers en 0 penningen (verponding); 1 gulden 13 stuivers en 0 penningen (contributie) Jan Smelt 1750: niet meer vermeld
Berent Smelt 1734: 1 stuivers en 8 penningen (verponding); 0 gulden 4 stuivers en 2 penningen (contributie) Berent Smelt 1736: 1 stuivers en 8 penningen (verponding); 0 gulden 4 stuivers en 2 penningen (contributie) Berent Smelt 1739: 1 stuivers en 8 penningen (verponding); 0 gulden 4 stuivers en 2 penningen (contributie) Bernard Smelt 1745: 1 stuivers en 8 penningen (verponding); 0 gulden 4 stuivers en 2 penningen (contributie) Bernard Smelt 1750: 13 stuivers en 8 penningen (verponding); 1 gulden 17 stuivers en 2 penningen (contributie)
Jan Berkhof 1734: 3 stuivers en 3 penningen (verponding); 0 gulden 9 stuivers en 6 penningen (contributie) Jan Berkhof 1736: 3 stuivers en 3 penningen (verponding); 0 gulden 9 stuivers en 6 penningen (contributie) Jan Berkhof 1739: 3 stuivers en 2 penningen (verponding); 0 gulden 9 stuivers en 6 penningen (contributie) Jan Berkhof 1745: 4 stuivers en 3 penningen (verponding); 0 gulden 12 stuivers en 6 penningen (contributie) Jan Berkhof 1750: 4 stuivers en 3 penningen (verponding); 0 gulden 12 stuivers en 6 penningen (contributie)
Er gaat niets naar Jan Berkhof (x Hendrikje Smelt). Iets wat je normaliter toch zou verwachten bij een boedelverdeling. Niet bepaald onbelangrijke tegenargumenten die er mogelijk op duiden dat de Hendrikje Smelt, dochter van Jan Roelofs Smelt, mogelijk op jonge leeftijd is overleden. -Mogelijk zijn er nog andere vaderkandidaten. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan kinderen van Engbert Smelt geb. ca. 1647, waarvan niet alle namen bekend zijn. Mogelijk zat hier ook een Jan bij. Alles in ogenschouw genomen hou ik het vooralsnog op Jan Roelofs Smelt als de enige echte vader, gezien de enige bekende doopregistratie, maar wel met een belangrijke slag om de arm.
Hendrikje Jansen Smelt wordt genoemd in het testament van zoon Jannes Berkhoff op 08-12-1759 (bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676). | | Notities overlijden | komt mogelijk nog voor op een collectelijst voor reparatie van de kerk uit ca. 1776 als de weduwe Jan Barkhoff (donatie van 5 guldens en 5 stuivers. inv.nr. archief Huize Almelo 3526). |
|