| Notities persoon | Boerrichter van de Deldener Es (1626). Z.E. de Heer Graaf van Wassenaar in kwaliteit van tijdelijke heer van Twickel en uit dien hoofde privative Collator van het St Annen Gasthuis te Delden, contra, Jan Ottenhoff, Boerrigter van de Deldener Es en uit dien hoofde respresenterende de gezamelijke boermannen v.d. Deldener Es. Eis tot het ’’onbekroedigt’’ laten ten opzichte van de personele middelen van het ’’St Annen huis’’ ingevolge transacte d.d. 11 Maart 1626, 1775. (Bron: Toegang 0046.2 Richterambt Delden, processtukken, inv. nr. 239).
10 juli 1617 Verschenen voor het Gericht Joan ten Ottenhof voor hem en zijn broer Berent Ottenhof citeren de erfgenamen van zaliger Arent Bussenmaecker (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 9 foto 34).
30 april 1618 Berent Morsman de Jonge contra Joan Ottenhoff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 9 foto 108).
9 november 1648 Jan ten Ottenhove contra adv. van Gent. vanwege breuken (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 39 foto 209, 215).
1 februari 1649 advocaat Gent per Fredericum Stock citeert Lists Frerick de Jonge vanwege een boete van 3 oude schilden Jan ten Ottenhoff wegens een ruzie met Jan ten Ottenhoff ten huize van Coopman Henderick voor ongeveer 4 jaren op Vastelavond (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 40 foto 16).
20 november 1652 Lambert Woestinck contra Johan ten Ottenhof (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 41 foto 27).
20 mei 1653 Jan ten Ottenhoff citeert Jan in die Landtweer vanwege schuld van 20 daalder vanwege verdiend loon (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 41 foto 163).
22 februari 1655 Jan ten Maltkate citeert Jan Ottenhoff en zijn zoon vanwege achterstallige kooppeningen vanwege het door hen aangekochte huis van Jan Oink (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 22).
22 maart 1655 Jan Oinck en Jan ten Ottenhoff verklaren verkocht te hebben aan Willem Oinck een zekere woning genaamd de Stoelerije gelegen aan de Deldener Esch, dit ten overstaan van meerdere personen. Echter koper wil nu af van de aankoop. Het aankoopbedrag was 100 daalder waarvan Jan Oinck op 10 mei de eerste betalingstermijn opeist (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 26, 32, 35).
18 juni 1657 Jan Ottenhoff heeft pandinge gedaan aan de goederen van Jan ten Gorsvelt. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 161). 9 juli 1657 Jan ten Ottenhof doet opbiedinge na eerder gedane pandinge van alle panden van Aelbert Lansinck (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 42 foto 167).
11 oktober 1661 Wolter Berkchuijs vertoont alhier akkoord of koop Instrument gedateerd 24 augustus 1659 waaruit blijkt dat hij de nalatenschap van wijlen zijn vrouw Geeske Ottenhoff aan zich gekocht heeft en vermits Jan Ottenhoff die Olde door maagscheiding wegens moederlijke erfenis aan elk der kinderen is schuldig gebleven de som van 17 daalder en eist uitbetaling hiervan plus intrest en gerechtskosten (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 43 foto 174). |
|