| Notities persoon | koopman in granen op Deldener Esch.
31 oktober 1667 Egbert Ottenhoff spreekt aan Frerick ter Meulen vanwege rekening van 14 guldens vanwege verkochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 102). 21 mei 1668 Egbert Ottenhoff spreekt aan Jorrien ter Huiste voor 25 stuivers schuld vanwege verkocht lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 132).
24 november 1670 Egbert Ottenhoff citeert Arent ten Besseler vanwege een schuld van 4 gulden vanwege geleverd lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 254).
19 januari 1671 Lambert Hassinck compareert en verklaart 66 guldens en 5 stuivers schuldig te zijn vanwege een gekocht paard van Egbert Ottenhoff en verpand daarvoor zijn brouwketel en het gekochte paard (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 261).
22 oktober 1674 Egbert Ottenhoff citeert Bernt Waeninck op het Seldam vanwege 39(?) stuivers geleend geld (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 321).
29 april 1675 Egbert Ottenhoff citeert Jan Leppenwoeldt vanwege schuld van 3 guldens en 12 stuivers, vanwege verkochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 44 foto 342).
25 mei 1676 Egbert Ottenhoff citeert Albert ter Hachreis vanwege schuld van 80 gulden vanwege aan hem verkochte rogge. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 34).
11 januari 1677 Egbert Ottenhoff citeert de weduwe Vaerhorst vanwege gekocht lijnzaad en rogge voor een bedrag van 5 guldens en verzoekt hiervoor betaling (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 68). 15 januari 1677 Egbert Ottenhoff assessor (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 69). 18 januari 1677 Egbert Ottenhoff citeert Horst Sweer op Seldom vanwege voor 35 stuivers verkochte maar nog niet betaalde rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 69). 22 maart 1677 De Heer van Twickel pand het erf van oa Ottenhof vanwege achterstallige pachtgelden (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 86).
5 mei 1681 Egbert Ottenhoff borg voor Hendrick ten Berslo en Jan Wilderink (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 45 foto 306).
20 september 1683 Egbert Ottenhoff citeert Dercks Wolter op de Stege in Woolde vanwege rekening van 12 guldens vanwege verkochtte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 45).
15 november 1683 Egbert Ottenhoff citeert de weduwe van wijlen Hendrick Stockentreeff en Jan Volckerinck op’t Seldam vanwege respectievelijke een schuld van 10 gulden en 20 gulden vanwege verkochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 60).
9 mei 1684 Egbert Ottenhoff doet beslag op de goederen van Jan Eskes die eerder woonachtig was op het Assinck op het Seldam. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 120).
11 juni 1684 de weduwe van Assinck inwoner op het Seldam draagt een grijs geblaarde koe over aan Egbert Ottenhoff of Deldener Esch ter voldoening van schulden. 9 oktober 1684 publiek geveild, Egbert Ottenhoff is voor 15 guldens koper gebleven (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 128, 156). 9 oktober 1684 Egbert ten Ottenhoff laat bij opbadinge verkopen een verpande koe van de weduwe van Jan Eskes inwoonder op Assinck op het Seldam, welke ingezet is op 15 gulden. Egbert Ottenhoff is koper gebleven. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 156).
23 oktober 1684 Egbert Ottenhoff namens zijn zuster de wed. Jan Nijhoff doet anpanding aan de goederen van Cuijper Berent en Metten Jans lieden in de Agterhoeck vanwege achterstallige pachtbetalingen (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 159).
30 oktober 1684 Egbert Ottenhoff citeert Nijhuis op Stockenreeff voor 9 guldens en 10 stuivers vanwege verkochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 162).
13 november 1684 Egbert Ottenhoff doet anpanding aan Enne Nijhuis wed. Stockentreef (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 163). 20 november 1684 Egbert Ottenhoff doet opbadinge aan de goederen van de wed. Stockentreeff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 164). 27 november 1684 Egbert Ottenhoff vernieuwd zijn recht tegen Derk Wolters op Steege in Woolde (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 166).
29 januari 1685 Egbert Ottenhoff en Jonge Jan Naeninck vanwege gemeenschappelijke Eschburen vernomen hebbende dat Nijhoff en Brinckhuijs in Woolde cum suis met pandinge procederen om uitgekeerd te krijgen resterende rentegeld op enig verschoten [uitgeleend] geld op zeker gekochte toeslag genaamd de Vuile Rijt verzoeken bij deze akte van pandinge en verzoeken extra 6 weken om voor haar belangen en rechten pandkering te doen (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 184).
19 februari 1685 Egbert Ottenhoff spreekt aan Jan ter Hachreise vanwege schuld van 16 guldens vanwege gekochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 189).
29 mei 1685 Egbert Ottenhoff spreekt aan Arent Holtman te Seldam vanwege verkochtte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 216).
10 september 1685 Egbert Ottenhoff afgepand hebbende van Jan Volckers een duister bruin paard, ingezet op 30 gulden, niemand hoger geboden, Efbert Olthoff koper gebleven. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 238).
24 juni 1686 Egbert Ottenhoff heeft gepand een stuk rogge en 2 ketels op de Hagreise, is ingezet op 21 guldens, Egbert is koper gebleven. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 315).
7 april 1687 compareert Egbert Ottenhoff citeert Jan Scharphoff vanwege niet betaalde rogge voor een bedrag van 7 guldens (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 46 foto 387).
7 november 1687 Egbert Ottenhoff citeert Derrick ten Stover voor 4 guldens en 8 stuivers vanwege verkochtte rogge en lijnzaad. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 47).
11 oktober 1688 Egbert Ottenhoff citeert Frerick ten Hasencamp vanwege 13 guldens voor gehaalde rogge. Idem Roelof op de Schuttendam voor 4 guldens en 10 stuivers vanwege gehaalde rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 130).
17 januari 1689 Egbert Ottenhoff citeert Henr. Assinck opt Seldam vanwege 7 guldens voor de helft van verkochte rogge. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 163).
31 januari 1689 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Henr. Assinck voor een bedrag (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 167).
7 februari 1689 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van Gerrit Keiser vanwege 4 gulden schuld vanwege verkochtte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 170). 11 februari 1689 openbare verkoop van veulen van Henr. Assinck en een rode koe van Roelof op Schuttendam, koper is gebleven de begunstigde Engbert Ottenhoff voor 11 respectievelijk 7 guldens. Zelfde datum doet Egbert Ottenhoff anpandinge aan de goederen van Lambert Braemhaer vanwege een schuld van 4 guldens en enige stuivers vanwege gekochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 183). 11 april 1689 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Berent Oinks vanwege 6 guldens schuld vanwege gekochte rogge. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 183).
12 september 1689 Egbert Ottenhoff uit naam van Berend Ottenhoff citeert Joost Hendrix vanwege een schuld van 21 guldens vanwege een verkocht paard. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 220).
31 oktober 1689 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Jan ter Loocamp vanwege voor 4 guldens 12 stuivers geleende rogge. Idem 17 november 1689 (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 238, 247).
9 januari 1690 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Cupers Berent vanwege voor 13 guldens 10 stuivers gekochtte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 263).
23 januari 1690 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Steven Berents ter Braemhaer vanwege uitstaande schuld. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 280).
27 november 1690 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Wessel ten Braemhaer vanwege schuld van 14 guldens en 7 stuivers vanwege verkochtte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 367).
23 oktober 1690 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Nibbelt te Asselo vanwege verkoop van rogge tot noodruft voor een bedrag van 3 guldens en 10 stuivers (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 47 foto 357).
10 december 1691 Egbert Ottenhoff citeert Anneken ten Stockentreeff vanwege schuld van 7 guldens en 15 stuivers vanwege gekochte rogge. Idem Arent ten Craijenvelt voor een bedrag van ongeveer 20 guldens vanwege gekocht koren en lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 95). 7 januari 1692 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Anneken ten Stockentreeff (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 102). 7 april 1692 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Arent ten Craijenvelt vanwege een schuld van 14 guldens. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 129). 26 mei 1692 Egbert Ottenhoff doet verpandinge aan de goederen van Wolter op de Stege vanwege gekochte rogge voor 4 guldens en 4 stuivers (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 148).
27 oktober 1692 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Arent ten Craijenvelt vanwege een schuld van 12 guldens vanwege gehaalde rogge en lijnzaad. Idem Borg Jan voor 16 guldens vanwege geleverde rogge vanwege lijfs noodruft. Idem nog Velt Jan en Asselo vanwege een schuld van 3 guldens vanwege gelverde rogge vanwege lijfs noodruft (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 204).
6 april 1693 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Borg Jan in Asselo vanwege 28 guldens 12 stuivers gekochte rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 254).
7 december 1693 Egbert Ottenhoff citeert Wessel ten Braemhaer inzake voor 7 guldens en 5 stuivers verkochtte rogge uit noodruft. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 302).
11 april 1694 Jan Schonevelt en zijn vrouw [Janna Ottenhoff] verklaren schuldig te zijn aan Egbert Ottenhoff en Jan van Graas 125 guldens van 20 stuivers. Als borg wordt gesteld: 2 weefgetouwen met toebehoren, 2 koeien, een kast, een spinde, een kist een baktrog, de rogge in de Veltcamp, haver in Bellink, een stuk rogge op Pieriksland (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 48 foto 331).
14 september 1699 Egbert Ottenhoff citeert Willem ter Hagreise vanwege overgenomen schuld van 21 guldens door Joan ter Hagreise te betalen vanwege geleende rogge en lijnzaad. Idem Egbert Nijland voor een som van 3 guldens en 5 stuivers vanwege geleende rogge uit lijfs noodruft (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 58).
29 februari 1700 Egbert Ottenhoff doet anpandinge aan de goederen van Borg Jan te Asselo vanwege 7 guldens schuld vanwege gekochte rogge en lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 110).
14 november 1700 Egbert Ottenhof citeert Jan ter Hagreis vanwege een schuld van 75 caroli guldens, voortkomende uit een schuld, vastgelegd voor het Gerecht dd 10 januari 1688 inzake een schuld van 17 guldens vanwege gekochte rogge. 16 december 1700 2e citatie. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 176, 181).
6 januari 1701 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan een paard en 2 koeien van Jan Loesink op de Deldener Es vanwege een schuld van 40 guldens. Egbert Ottenhof is koper gebleven. welke in een veilingverkoop worden ingezet op (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 185). 20 januari 1701 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van Jan ter Hagreis (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 190, 198).
16 juni 1701 Egbert Ottenhoff doet verpanding aan al het gewas, boekweit, haver, gerst, vlas en gras van Jan Hagreise ingezet op 50 guldens. Egbert Ottenhof is koper gebleven (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 228).
18 januari 1703 Jan ter Hagreis belooft voor het gerecht dat hij aan Egbert Ottenhof voor aanstaande Jacobi 20 guldens zal betalen en vervolgens elk jaar 20 guldens totdat zijn schuld is afbetaald. En bij niet nakomen van de afspraak zal Egbert Nijhof gerechtigd zijn zoveel gewas van het land van Jan ter Hagreis te halen, zodat de 20 guldens worden afgedragen. Dit is met handtastinge afgesproken. (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 328).
25 januari 1703 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van Arent ten Crajenvelt vanwege 10 guldens schuld vanwege geleverde rogge en boekweit en lijnzaad en eveneens doet Egbert anpandinge aan de goederen van Colhof Wonder vanwege schuld van 6 guldens en 12 stuivers vanwege weefgetouwhuis en geleverd lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 329).
10 januari 1704 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van de Olde Nibbelt te Asselo vanwege schuld van 7 guldens en 15 stuivers vanwege geleverde rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 395).
17 januari 1704 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van Arent ten Craijenvelt en Hermen op de Elst vanwege geleverde rogge (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 396).
24 januari 1704 Egbert Ottenhof doet anpandinge aan de goederen van Berent Huiskes voor 1-14-0, Henr. Assink 16 stuivers, en Werner opt seldam voor 2-10-0 vanwege geleverde lijnzaad (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 399).
18 september 1704 Egbert Ottenhoff is geciteerd door Wern. Rottink vanwege 45 caroli guldens schuld vanwege geconsumeerde verteringen in het huis van Wern. Rottink (Bron: Archief Richterambt Delden, inv. nr. 49 foto 438). |
|