TERUG NAAR START
Hendrik Gerritsen Olde Müller (ook Vorink, Veurdink en Timmerman)
GeslachtMan
Leeftijd> 54 jaar (Gebaseerd op doopdatum)
 
Geboren teNotter (onder Rijssen)
Gedoopt3-2-1704teHellendoorn
Overleden> 1758teEelen (Hellendoorn)
))))))))))))))))
Vader Gerrit Willemsen Roltvoort (later Vorink)
 Geboren ± 1665
 
Moeder Hille Harmsen op het Nijmeiers
 Gedoopt 29-9-1667
 
Broer  Swier ~22-1-1699
Broer  Harmen Gerrits ~18-8-1700
Broer  Egbert ~17-3-1702
Zus  Engele Gerrits ~19-3-1706
Zus  Marije ~19-3-1706
Zus  Marije ~9-9-1708
Zus  Elsje ~21-6-1711
Halfbroer  Jan ~21-7-1689
Halfbroer  Willem Gerrits *± 1690
Halfbroer  Gerrit ~25-3-1693
Halfzus  Ydeken ~11-10-1696
 
Kerkelijk huwelijk 12-4-1738 te Hellendoorn
 
metDerkjen Willems Tijhuis
 Overleden< 1749
Notities12 april 1738
Hendrik Gerritzen Vorink j.m. hebbende gewoont in ‘t Broeklant onder Raalte en
Derkjen Willems Tijhuijs j.d. in ‘t kerkdorp alhier
(Bron: transcriptie huwelijken NH-kerk Hellendoorn, Jan Hekhuis).
Kinderen  Willemine Hendriks
Gerrit Jan
Kerkelijk huwelijk 11-4-1749 te Hellendoorn
 
metAaltje Hendriks van het Haercamp
 Gedoopt9-1-1724
 Overleden> 1796
Notities12 april 1749
Hendrik Gerrits Oudemulder weduwenaar van Derkjen Wilmsen van Eelen met
Aaltjen Hendriksen j.d. van het Haarkamp van Wierden
(Bron: transcriptie huwelijken NH-kerk Hellendoorn, Jan Hekhuis).
Kinderen  Derkjen
Hendricus
Henrice (ook Henrika)
Notities persoonlandbouwer. Wordt met vele aliassen aangeduid, te weten Olde Müller, Uilenspiegel, Roltvoort en Vorink. Bij zijn eerste huwelijk wordt hij nog Vorink genoemd. Bij de doop van zoon Gerrit Jan (1741) wordt hij met de naam Roltvoort aangeduid. Bij de dopen van Derkjen(1750) en Hendricus (1752) wordt hij Uilenspiegel genoemd. Bij de volkstelling van 1748 en zijn huwelijk in 1749 wordt hij bij de naam oude (Olde) Mulder aangeduid. Bij zijn eerst huwelijk wordt hij met z´n patroniem aangeduid en er staat vermeld dat hij van Raalte komt. Het Olde Muller was evenals het Roltvoort, het Uilenspiegel en het Vorink een boerenerf in de buurt van Hellendoorn. Kennelijk was Hendrik niet erg honkvast en verhuisde hij nog wel eens. Uit een verkooptransactie door de Graaf van Rechteren van Dalfsen uit 1776 blijkt echter dat het erf Olde Mulders als alias Groot Uilenspiegel had. Het betreft hier dus hetzelfde boerenerf in de buurtschap Eelen met 2 verschillende namen (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 12 folio 361,362 foto 185).

21 juli 1743 Verschenen voor het gericht Hendrik Gerritsen en Derkjen Willemsen zijn huisvrouw in deze zo veel als nodig geassisteerd met haar momber Egbert Marits verklaren 200 gulden ontvangen te hebben van Jan van Delden en zijn huisvrouw Trientien Willemsen inzake de verkoop en overdracht van alle goederen die haar ouders, te weten Willem Tijhuis en Swaentjen Jansen hebben toebehoord, waaronder de halve woning en de sonitte (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, Vrijwillige zaken, inv.nr. 7 folio 43, foto 24).

3 maart 1748 Verschenen Derk Egberts op den Groten Twilhaar zich in het huwelijk willende begeven met Willemina Hendriks en verzoekt voor zijn 3 onmondige kinderen door Engele Gerrits verwekt, genaamd Egberdiene, Hendriene en Gerritjen aanstelling van voogden. Als mombers worden geregistreerd Hendrik Blenken en Hendrik Olde Muller [opmerkelijk is dat Derk Egberts in juni in het huwelijk treedt met Hermtjen Jansen en dus niet Willemina Hendriks!] (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 14 folio 11 foto 10).

In 1748 staan in de volkstelling vermeld: Hendrik Olde Muller en Derkjen Willems. Verder 2 kinderen onder 10 jaar Willemiene en Gerrit Jan en twee knechten Gerrit Jans en Hendrik Gerrits. Het moet dus wel een erf van enige omvang zijn geweest.

Op 12 april 1749 verschijnt Hendrik Gerrits Olde Müller voor het Gerecht van Hellendoorn en worden de rechten van de kinderen uit het eerste huwelijk met Derkjen Willemsen vastgelegd. Mombers zijn Hendrik Tijhuis en Gerrit van het Veendink. De onmondige kinderen hebben recht op 150 gulden uit de boedel van de moeder, verder verklaart de stiefmoeder Aaltje Hendriks de twee kinderen Gerrit Jan en Willemina als eigen aan te nemen. (Bron: archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 14 folio 37, foto 23).

Op 13 juni 1823 verklaren de volgende personen:
1. Gradus Schuitemaker 77 jaar, timmerman
2. Engbert Evers 72 jaar, landbouwer
3. Gradus Volberink, 50 jaar, winkelier
4. Mannesa Geels 37 jaar, schipper
allen wonende te Enter, verklaren dat Jan ten Brinke en Hendrica van’t Lochter, ouders in leven landbouwer waren, de eerste voor ongeveer 22 jaar en de laatstgenoemde voor omtrent 34 jaar geleden te Enter zijn overleden en gewoond hebben, alsmede Hendrikus ten Brinke en Aaltje Past, grootouders van vaderszijde en Hendrik Veurdink en Aaltjen Haarkamp, grootouders van moederszijde, van den Requirant in leven landbouwers, voor vele jaren geleden zijn overleden. Verklarende de eerste 2 getuigen dat zij bij de begraving van de ouders aanwezig zijn geweest, de andere twee getuigen weten het van horen zeggen. (Bron: Huwelijkse bijlagen, huwelijk akte nr. 18 van 1823).
Notities overlijdennog vermeld in het register van de 1000e penning van 1758, heeft een vermogen kleiner dan 200 gulden en zit daarmee in de onderste klasse, waar overigens meer dan de helft van de gezinshoofden onder viel (182 van de 339).