| Notities persoon | 25 mei 1796 Aaltje Hendriks wed. van wijlen Hendrik Timmerman op’t Oude Mullers te Eelen gesterkt met haar schoonzoon Jan ten Brinke verklaart aan haar zoon Hendricus Hendriksen Timmerman verschuldigd te zijn een jaarlijks dienstbodenloon van 35 guldens per jaar van 1767 tot 1 mei 1796 tesamen 1015 guldens in overleg en instemming met haar schoonzoon Jan ten Brinke en stiefdochter Willemiene Hendriks huisvrouw van Berent Logter is overeengekomen al haar goederen aan haar zoon Hendricus Hendriksen Timmerman over te dragen ter voldoening van voornoemde schuld die in het huwelijk gaat treden met Maria Schuttevaar onder voorwaarde dat Hendricus zijn moeder levenslang zal onderhouden. Boedel van het huis met beesten en gewas getaxeerd op 325 guldens (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 19 folio 197 foto 110).
Op 13 juni 1823 verklaren de volgende personen: 1. Gradus Schuitemaker 77 jaar, timmerman 2. Engbert Evers 72 jaar, landbouwer 3. Gradus Volberink, 50 jaar, winkelier 4. Mannesa Geels 37 jaar, schipper allen wonende te Enter, verklaren dat Jan ten Brinke en Hendrica van’t Lochter, ouders in leven landbouwer waren, de eerste voor ongeveer 22 jaar en de laatstgenoemde voor omtrent 34 jaar geleden te Enter zijn overleden en gewoond hebben, alsmede Hendrikus ten Brinke en Aaltje Past, grootouders van vaderszijde en Hendrik Veurdink en Aaltjen Haarkamp, grootouders van moederszijde, van den Requirant in leven landbouwers, voor vele jaren geleden zijn overleden. Verklarende de eerste 2 getuigen dat zij bij de begraving van de ouders aanwezig zijn geweest, de andere twee getuigen weten het van horen zeggen. (Bron: Huwelijkse bijlagen, huwelijk akte nr. 18 van 1823). |
|