--- In de genealogische database vindt u dezelfde informatie anders gepresenteerd inclusief foto's. Levende personen worden niet weergegeven, tenzij toestemming is verleend. genealogische database---

 
 

Kwartierstaat van Hendrik Berkhof

 
 

Generatie I

1. Hendrik Berkhof, geb. Schoonebeek 4 okt. 1958.

Notitie bij Hendrik: rijksambtenaar Amsterdam

Generatie II

2. Gerhardus Engbertus Berkhof, geb. Vriezenveen 19 mei 1926, † ald. 3 nov. 1993, tr. Vriezenveen 21 mei 1953
3. Hendrika Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 25 dec. 1930.
Uit dit huwelijk:
a. Magdalena Johanna Berkhof, geb. Vriezenveen 21 maart 1954.
b. Derk Berkhof, geb. Vriezenveen 4 april 1955.
c. Hendrik, zie 1.

Notitie bij Gerhardus Engbertus: aanvankelijk nog landbouwer op het ouderlijk erf, later machinist bij de melkfabriek (Schoonebeek, Hardenberg, Utrecht), bedrijfsleider rioolwaterzuivering (IJsselstein) rayonchef Prov. Waterstaat Friesland (Drachten), bijnaam Onwjears Gerhard.

Notitie bij Magdalena Johanna: bij huwelijk kleuterleidster te Heino

Generatie III

4. Hendrik Berkhof, geb. Vriezenveen 30 april 1897, † ald. 19 mei 1967, tr. Vriezenveen 15 nov. 1923
5. Magdalena Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 28 dec. 1897, † ald. 24 febr. 1953.
Uit dit huwelijk:
a. Gerhardus Engbertus, zie 2.
b. Leonard Pieter Berkhof, geb. Vriezenveen 11 juli 1930, † Aadorp (Vriezenveen) 7 juni 1968.
c. Hendrik Berkhof, geb. Vriezenveen 6 juli 1932, † Epe 16 sept. 1996.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, Wijk I-nr. 79 (adres 1943), Oosteinde 345 (huidige nummering), bijnaam "Onwjears Hendrik" of op gewoon Nederlands "Onweers Hendrik"
bestuurslid K.I.-vereniging Hellendoorn-Den Ham-Vriezenveen
bestuurslid van de Slachtcoöperatie de G.O.S.
bestuurslid van de Coöperatieve Zuivelfabriek
bestuurslid van de Overijsselse Landbouw Maatschappij

Hendrik was één van de eersten die zijn boerenbedrijf na de ruilverkaveling (vijftiger jaren 20e eeuw) verplaatste van het Oosteinde naar de Dalweg. Zijn bedrijf diende vele jaren als een voorbeeldbedrijf van het landbouwconsulentschap Overijssel en van de Vereniging voor Bedrijfsvoorlichting. Met de verplaatsing van het bedrijf kwam een einde aan de bewoning van de oude boerderij (Onwjearserf) die generaties lang in de familie was gebleven (zeker meer dan 300 jaar).
Bron: familiearchief Onweersboerderij en krantenartikel nav overlijden Hendrik Berkhof in 1967.
Zie ook notities vader Hendrikus Berkhof(f) en grootvader Albertus Jaspers Faijer.
Notitie bij Magdalena Johanna: bijnaam Marriën Lena.
Notitie bij het huwelijk van Hendrik en Magdalena Johanna: huwt op dezelfde dag als zuster Julia Johanna

6. Derk Schipper, geb. Vriezenveen 7 jan. 1889, † ald. 16 mei 1964, tr. Vriezenveen 20 juni 1918
7. Johanna Bramer, geb. Vriezenveen 25 mei 1890, † ald. 13 nov. 1966.
Uit dit huwelijk:
a. Berend Schipper, geb. Vriezenveen 14 april 1919, † ald. 15 febr. 2001.
b. Johanna Hendrika Schipper, geb. Vriezenveen 17 febr. 1923, † ald. 1 nov. 2006, tr. Gerrit Hendrik Schoenmaker, geb. Vriezenveen 5 juni 1923, † ald. 10 okt. 1965.
c. Bernard Schipper, geb. Vriezenveen 1925, † ald. 1926.
d. Hendrika Johanna, zie 3.

Notitie bij Derk: timmerman en aannemer, Westeinde, bijnaam Boosmans Derk
Notitie bij Johanna: Gjötten Hanna, bij trouwen kamermeisje bij hotel ter Brake, waar ze ook inwonend was. Ze ging al jeugdig het huis uit evenals haar zuster Cornelia, die ook bij hotel ter Brake diende.

Generatie IV

8. Hendrikus Berkhof(f), geb. Vriezenveen 8 aug. 1857, † ald. 25 juni 1924, tr. Vriezenveen 2 april 1886
9. Johanna Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 10 maart 1864, † Heino 10 febr. 1941.
Uit dit huwelijk:
a. Albertus Berkhof, geb. Vriezenveen 1887, † Amsterdam 1944, tr. Leiden 29 nov. 1911 Adriana Jacoba Los, geb. Leiden 1883, † Amsterdam 8 nov. 1951, dr. van Jacobus Martinus en Elisabeth Johanna de Vries.
b. Frederik Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 27 jan. 1889, † ald. 19 nov. 1938, tr. Vriezenveen 3 april 1920 Hendrika Jesina Teunis, geb. Vriezenveen 4 mei 1895, † ald. 5 maart 1935, dr. van Albertus en Dina Post.
c. Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 20 sept. 1891, † ald. 13 juni 1959, tr. Vriezenveen 28 juni 1918 Gerritdina Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 18 febr. 1890, † ald. 9 dec. 1956, dr. van Berend Albert en Berendina Hendrika Engberts.
d. Jan Berkhof, geb. Vriezenveen 27 mei 1894, † ald. 3 maart 1962, tr. Vriezenveen 3 nov. 1922 Hendrika Johanna Hoff, geb. Vriezenveen 15 maart 1899, † ald. 3 maart 1970,1 dr. van Berend en Kaatje Schelfhorst.
e. Hendrik, zie 4.
f. Julia Johanna Berkhof, geb. Vriezenveen 15 dec. 1900, † Heino, tr. Vriezenveen 15 nov. 19232 Derk Stegeman, geb. Vriezenveen omstr. 1900, † Heino, zn. van Herman en Fredrika Hendrika Brink.
g. Johan Gerrit Berkhof, geb. Vriezenveen 24 mei 1903, † Steenwijk 4 sept. 1980, tr. Vriezenveen 30 okt. 19312 Gerritdina Hendrika Pot, geb. Vriezenveen 26 febr. 1905,3 † Steenwijk 20 nov. 1975, dr. van Johannes en Fredrika Holland.

Notitie bij Hendrikus: landbouwer, Wijk I-nr. 79 (adres 1943), Oosteinde 345, bijnaam Jan Butens Dieks, ontvanger Ned. Herv. kerk (in elk geval van 1897 tot 1907). Was afkomstig van het bekende Jan Butenserf, waar al honderden jaren Berkhoff´s woonden. Was de eerste Berkhof die het Onweerserf bewoonde. Moet volgens overlevering een nogal norse man geweest zijn.
Bij de boedelscheiding van de ouders van Johanna Jaspers Faijer (zijn echtgenote), in 1896 staat bij Hendrikus Berkhof vermeld "zich ook wel schrijvende Berkhoff". Hendrikus ondertekent de akte zijn naam met dubbel ff.
Op 21-10-1913 koopt Hendrikus de boterpacht af van het zogenaamde "Onweersland"; hij betaalt hiervoor 48 gulden en hiermee vervalt zijn plicht voor dit land jaarlijks "acht halve Nederlandsche ponden boter" op Sint Martini aan de heer van Almelo te voldoen. Zie voor uitleg over de boterpacht ook mijn scriptie op deze website (zie index hoofdstuk 1 par.2 onder het kopje verhouding tot het Huis van Almelo). http://onweersberkhof.com/scriptie/inhoudsopgave.html
Na het overlijden van Hendrikus in 1924 vindt een eerste boedelscheiding plaats. Huis en erf komen aan Hendrik Berkhof toe, de landerijen zijn vergeleken met de vorige generatie aardig geslonken (zo´n 15 hectare). De smederij die de "Onweersfamilie" sinds 1858 in bezit heeft gaat naar zoon Johan Gerrit.
Notitie bij Johanna: Onwjears Hanna, overleed op 10 februari 1941 tijdens een bezoek aan haar dochter Julia in Heino. Op 13 februari werd haar lichaam door een ziekenauto van het Groene Kruis à raison van 30 cent per kilometer naar Vriezenveen vervoerd, waar ze naast haar man werd begraven op het zogenaamde "rijkeluis-kerkhof" (zie voor meer informatie over het standenkerkhof mijn scriptie; http://onweersberkhof.com//scriptie/inhoudsopgave.html)
Notitie bij Albertus: Begon als onderwijzer te Vriezenveen. Tijdens huwelijk in 1911 onderwijzer te Voorschoten, later (hoofd)onderwijzerhoofd van de Ds. C.P. van Eeghenschool te Amsterdam, begraven op de Noorderbegraafplaats te Amsterdam. Overleden ten gevolge van een tekort aan insuline tijdens de oorlog, was suikerpatiënt. Woonde aan de Ganzenweg 25 te Amsterdam-Noord.
Het huwelijk van Albertus met Adriana Jacoba Los zal verband houden met het predikantschap van Frans Johannes Los (geboren 25-7-1865 te Leiden) die als predikant op 15-7-1905 in Vriezenveen werd bevestigd (bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 27).
Notitie bij het huwelijk van Adriana Jacoba en Albertus: getuigen zijn: Dirk Los, 31 jaar predikant te Daarle
Teunis Los, 21 jaar, bloemist te Utrecht
Frans Johannes Los, zonder beroep, wonend te Leiden
Notitie bij Frederik Johannes: landbouwer en veekoopman
Notitie bij Johannes: bij huwelijksregistratie smid, later fietsenhandelaar en reperateur
Notitie bij Jan: direkteur landbouw handelsvereniging te Vriezenveen. Volgens huwelijksregistratie bedrijfsleider
Notitie bij het huwelijk van Derk en Julia Johanna: huwt op dezelfde dag als broer Hendrik
Notitie bij Johan Gerrit: smid, rijwielhandelaar/reperateur, leraar
Notitie bij het huwelijk van Gerritdina Hendrika en Johan Gerrit: Johan Gerrit is bij zijn huwelijk smid van beroep

10. Gerhardus Engbertus Teunis, geb. Vriezenveen 28 febr. 1845, † ald. 13 jan. 1927, tr. 1e Vriezenveen 8 april 18914 Magdalena Holland (zie 23,c); tr. 2e Vriezenveen 29 mei 18955
11. Pieterlina Holland, geb. Vriezenveen 21 jan. 1865, † ald. 3 dec. 1939.
Uit dit huwelijk:
a. Magdalena Johanna, zie 5.
b. Johanna Engberdina Teunis, geb. Vriezenveen 13 sept. 1898, † Almelo 10 okt. 1979, tr. Vriezenveen 29 aug. 1929 Albertus Johannes Dekker, geb. Vriezenveen 22 mei 1902, † Almelo 10 aug. 1933,6 zn. van Hendrik en Gerharda Bernarda Hospers.
c. Johannes Teunis, geb. Vriezenveen 27 sept. 1901, † Almelo 10 febr. 1973.

Notitie bij Gerhardus Engbertus: 1904-1909 notabele van de N.H.kerk. Van beroep kastelein, winkelier, koopman in tuinzaden en landbouwer (bereisde voor
z´n tuinzaadhandel samen met z´n broer Johannes Teunis vnl Duitsland); de oudste broer Jan (geboren in 1828) ging op 17 jarige leeftijd naar St. Petersburg en overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was; mondelinge info van Johanna Bom-Teunis te Almelo ca. 1972). Was van 1904 tot 1909 notabele van de N.H. kerk te Vriezenveen.

Bij een boedelbeschrijving na het overlijden van Magdalena Holland op 19-12-1893 is een goed beeld te krijgen van de huishouding van de familie, naast 4 wagens met toebehoren en enig landbouwwerktuig had G.E. Teunis, 2 roodbonte koeien, een paard en een vet varken, 15 kippen en 3 hanen. Verder worden de potten en pannen beschreven, serviesgoed, bedden, 1 uitrektafel met 8 stoelen, daarnaast nog een uitrektafel met 12 stoelen en een leuningstoel, 10 schilderijen, 2 spiegels, linnenkast met 3 potten, glasgordijnen etc. kerkboek met gouden knip, 2 onderbedden, 1 bovenbed en een ledikant etc. etc. Verder worden de winkelwaren beschreven, een breed assortiment, voedingsmiddelen, zoals suiker, zout en rozijnen, zeep, stijfsel, peper en nagelgruis, pruimen, drop, serviesgoed, petroleumkannen, diverse klompen, een kerkboek met zilveren band, een zilveren horlogerie, garen, raapolie, petroleum, lampenglazen en een flinke hoeveelheid jenever, brandewijn en likeuren. Deze laatsten vertegenwoordigden een waarde van 200 gulden, meer dan 15 hectare land en uitstaande leningen, waaronder een lening aan Hendrik Jan van der Linde te Arriën, Ambt Ommen van tweeduizend zevenhonderd zestig gulden en bij Fedde Cornelis van der Veem te Daarle stond drieduizend gulden uit en bij Derk Teunis te Daarlerveen zevenhonderd gulden.

5-4-1889 is er een boedelscheiding van de nalatenschap van Engberdina Johanna Teunis, overleden 20-10-1888. Erfgenamen zijn: 1. Johannes Teunis, koopman en grondeigenaar 2. Johannes Albertus Smelt, gemeenteontvanger, echtgenoot van Johanna Gerharda Teunis 3. Gerhardus Engbertus Teunis, winkelier en koopman 4. Jan Schuurman, timmerman en winkelier, wonend te Den Ham, echtgenoot van Esina Theresia Teunis 5. Mejuffrouw Truida Johanna Teunis, zonder beroep, weduwe van de heer Gerhardus Winter. Ze erven zo´n 14 hectare bouw en weidegrond en 2 hectare veengrond. Tevens het aandeel van de leningen van de vader van Engberdina Johanna, dat voor haar persoonlijk uit een aandeel bestond van ruim drieduizend gulden. In totaal wordt een geldwaardebedrag van 8000 gulden verdeeld en krijgt ieder 1600 gulden aan waarde.

(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij het overlijden van Pieterlina: na de dood van Pieterlina verandert, volgens informatie van het kadaster, de bestemming van de woning. De woning van de familie Teunis wordt inwendig verbouwd en na ca. 200 jaar was de winkelnering op deze plek verleden tijd.

12. Berend Schipper, geb. Vriezenveen 9 aug. 1848,7 † ald. 7 mei 1926, tr. Vriezenveen 29 maart 1877
13. Johanna Hendrika Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 10 nov. 1854, † ald. 17 maart 1931.
Uit dit huwelijk:
a. Jezina Schipper, geb. Vriezenveen 3 maart 1878, † ald. 15 april 1895.
b. Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 11 okt. 1879, † ald. 19 juni 1886.
c. Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 9 april 1882, † ald. 5 febr. 1969.
d. Jan Hendrik Schipper, geb. Vriezenveen 19 dec. 1884, † ald. nov. 1949, tr. Vriezenveen 1 mei 19152 Hanna Stegeman, geb. Vriezenveen omstr. 1883, †?, dr. van Gerrit en Dina Berkhof.
e. Johannes Schipper, geb. Vriezenveen 29 sept. 1886, † ald. april 1976.
f. Derk, zie 6.
g. Hendrika Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 1 nov. 1891, † ald. 22 mei 1915.
h. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 12 april 1896, † ald. 17 april 1896.
i. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 2 juni 1899, † ald. 22 april 1901.
j. Johan Schipper, geb. Vriezenveen 9 aug. 1903, † ald..

Notitie bij Berend: landbouwer, (bron huwelijksakte). bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering.
Notitie bij Johanna Hendrika: bij huwelijk dienstmeid van beroep

14. Berend Bramer, geb. Vriezenveen 4 april 1864, † ald. 30 aug. 1899, tr. Vriezenveen 1 juli 1887
15. Janna Aman, geb. Vriezenveen 15 juni 1865, † ald. 15 maart 1928, tr. 2e Vriezenveen 25 juni 1909 Johannes Wessels, † Vriezenveen, zn. van Gerrit en Aleidina Engberts en wedr. van Mina Gezina Bramer (zie 29,c).
Uit dit huwelijk:
a. Cornelia Bramer, †?, tr. Albartus Mulder, †?, zn. van Coenraad en Johanna Volkers.
b. Johanna, zie 7.

Notitie bij Berend: kantoorbediende bij Jansen en Tilanus, daarnaast had hij een boerenbedrijfje. Volgens overlevering van Johannes Jacob Bramer zou Berend zijn overleden doordat hij met het hooien tijdens een naderende onweersbui de pet aan zijn knecht gaf, en daardoor zelf een longontsteking opliep. Is geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188).
Notitie bij Janna: Janna was afkomstig van het puntje van het Oosteinde (tegenover de Jan Butens boerderij van de familie Berkhoff), nr. 409, haar bijnaam was "Baais Janna".
Notitie bij het huwelijk van Berend en Janna: helaas is van dit echtpaar geen foto bekend, al dan niet vanwege godsdienstige redenen wilde Janna Aman niet op de foto, hoewel hier vaak een poging toe gedaan is door hoteleigenaar ter Brake, waar hun dochter Johanna Bramer in dienst was.

Generatie V

16. Fredrik Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 15 febr. 1823, † ald. 26 dec. 1891, tr. Vriezenveen 7 april 1849
17. Janna Aman, geb. Vriezenveen 3 febr. 1824, † ald. 20 aug. 1879.
Uit dit huwelijk:
a. Alberdina Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 2 febr. 1850, † ald. 11 juni 1881, tr. Vriezenveen 7 dec. 1872 Johannes Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 5 mei 1842, † ald. 29 maart 1909,1 zn. van Hendrik (zie 37,c) en Johanna Berendina Schipper.
b. Johanna Alberdina Berkhoff, geb. Vriezenveen 1852, † ald. 21 febr. 1852.
c. Johannes Berkhoff, geb. Vriezenveen 21 febr. 1852, † ald. 3 okt. 1895, tr. 1e Vriezenveen 8 mei 1885 Berendina Dekker, geb. Vriezenveen 1852, † ald. 18 febr. 1889, dr. van Bernardus en Alberdina Johanna Smelt; tr. 2e Vriezenveen 23 april 18918 Johanna Jansen, geb. Vriezenveen 24 april 1864, † ald. 17 maart 1956, dr. van Engbertus en Johanna Pot (zie 59,a).
d. Jan Berkhoff, geb. Vriezenveen 8 nov. 1855, † ald. 7 nov. 1865.
e. Hendrikus, zie 8.
f. Bernarda Berkhoff, geb. Vriezenveen 29 sept. 1860, † ald. 6 sept. 1920, tr. Vriezenveen 8 mei 1885 Gerrit Bramer, geb. Vriezenveen 2 april 1859, † ald. 4 april 1904, zn. van Johannes Gerhardus en Hendrika Berkhoff (zie 33,a).

Notitie bij Fredrik Johannes: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering , bijnaam Jan Butens Freek. Vervulde diverse bestuurlijke functies in kerk en gemeente. Was gemeenteraadslid vanaf 1862 toen de gemeenteraad werd uitgebreid in verband met de bevolkingsvermeerdering van de gemeente Vriezenveen. Bedankt in 1883 voor de eer van het raadslidmaatschap. Was in de kerk o.a. actief in de functie van notabele (1856-1880), diaken (1870-1873) en ouderling (1855-1860).
Op 22-8-1889 vindt er een boedelscheiding plaats naar aanleiding van het overlijden van Janna Aman in 1879. Hieruit blijkt dat de familie er warmpjes bij zat en aan hypotheken en leningen meer dan 15.000,- gulden uit had staan. Elk der kinderen verwierf 1.889,- uit de boedel. (bron: familiearchief "Onweersboerderij)
Notitie bij het overlijden van Fredrik Johannes: grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen anno 2005
Notitie bij Janna: bijnaam: Joonkbeernds Janna
Notitie bij het overlijden van Janna: grafsteen anno 2005 nog aanwezig op kerkhof te Vriezenveen
Notitie bij het overlijden van Johanna Alberdina: 5 weken oud
Notitie bij Johannes: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering , bijnaam Jan Butens Jans. was gemeenteraadslid en als zodanig ook wethouder.
Vanaf 1886 ouderling van de N.H.kerk.
Notitie bij Bernarda: grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen (anno 2004)

18. Albertus Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 21 okt. 1827, † ald. 10 maart 1897, tr. Vriezenveen 23 juni 1860
19. Johanna Lena Webbink, geb. Vriezenveen 1837, † ald. 12 aug. 1869.
Uit dit huwelijk:
a. Gerritdina Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 5 april 1861, † Zeist 18 okt. 1941,2 tr. Vriezenveen 23 juli 18812 Johannes Hospers, geb. Vriezenveen 16 maart 1855, † ald. 7 maart 1923, zn. van Gerhardus Bernardus en Gerritdina Engberts.
b. Johanna, zie 9.
c. Julia Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen omstr. 1867, † ald. 22 maart 1871.

Notitie bij Albertus: Ook wel Albartus (bijnaam Onwjears Bats) genoemd, landbouwer en grondeigenaar, bewoonde het Onweersgoed aan het Oosteinde nr. 345 (huidige nummering). Koopt op 25-6-1864 zo´n 6 hectare land voor 200 gulden van de kinderen van Jan Aman en Klasina Berkhoff genoemd de oostelijke helft van het zogenaamde "Onweersland" aan de zuidkant van de dorpsstraat. In 1876 wordt de boerderij op een gemiddelde huurwaarde van 90 gulden geschat, dat is ruim boven het gemiddelde van ruim 52 gulden in Vriezenveen (bron: archief kadaster Zwolle). Opmerkelijk is dat het erf op naam van de broer van Albertus genaamd Hendrik staat, die al in 1865 is overleden, aangezien de boedel van de vader van Albertus pas jaren na zijn dood (in 1891) is verdeeld was eigenlijk iedereen van de kinderen eigenaar in 1876, maar opmerkelijk is toch wel dat Hendrik op dat moment al jaren was overleden, dus de registratie van het kadaster was niet echt up-to-date.
Albertus was gemeenteraadslid vanaf 1862, toen hij zitting kreeg in een grotere gemeenteraad in verband met de vermeerdering van de bevolking van de gemeente Vriezenveen in die tijd; was in elk geval in 1866 nog gemeenteraadslid. Vervulde de functie van wethouder van 6-9-1887 tot zijn overlijden op 10-3-1897. De heer J. Harmsen volgde hem op (bron: gemeentearchief Vriezenveen).
Op 19 april 1864 is er een boedelbeschrijving nav het overlijden van de neef Derk Jaspers Faijer die als wees op 19 jarige leeftijd op het Onweerserf in het huis van zijn oom Albertus overlijdt. Er wordt vermeld dat de boedelscheiding van de grootouders Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Kosters nog niet heeft plaatsgevonden en dat Albertus bij testament enig erfgenaam is geworden van het erfdeel van neef Derk en Derks eigen bezittingen. Het Onweersbezit wordt dan getaxeerd op 17.249,72. Derks erfdeel hiervan is één vierde deel, te weten 4.302,43. Naast dit erfdeel dat dus volledig aan Albertus toevalt vallen de bezittingen van Derk aan Albertus toe. Deze bestaan vrijwel uitsluitend uit hypotheken en uitstaande leningen ter waarde van 8.173,05. (zie ook notities neef Derk Jaspers Faijer (1845-1864).
In oktober 1871 vindt er al weer een boedelbeschrijving plaats naar aanleiding van het overlijden van dochter Julia: landerijen, woning, meubilair, kleding, geld, en waardepapieren worden geschat op ruim 23.000 gulden.
Op 8-6-1872 vindt opnieuw een boedelscheiding plaats nav het overlijden 3 jaar eerder van echtgenote Johanna Lena Webbink. Dit is opmerkelijk omdat de boedelscheiding van de vader van Albertus (overleden in 1858) pas jaren later plaats vond, terwijl het hier toch om de inboedel van het zelfde erf gaat, waar eigenlijk in het geheel geen boedelscheiding over had kunnen plaatsvinden, aangezien de boedelscheiding van een generatie eerder nog niet had plaatsgevonden (pas in 1891). Het lijkt erop dat Albertus ervan uitging dat een boedelscheiding van zijn ouders niet meer plaats zou vinden en dat het erf en landerijen hem toekwamen!

De beschrijving van de inventaris is erg uitvoerig. Een greep hieruit: een Friese hangklok ter waarde van 15 gulden, twee dozijn witte borden en twee dito schotels te waarde van 1,20. 9 stuks gekleurde borden en 5 dito schotels gewaardeerd op 0,50. 9 tinnen borden ter waarde van 6 gulden, 40 tinnen lepels en een dito soeplepel op 1,50. 15 ijzeren vorken en 16 messen getaxeerd op 1,50. Een koperen tabaksdoos , een servies met 30 kopjes en schoteltjes van aardewerk op 2 gulden geschat, een tinnen koffiekan, een verlakte tinnen koffiekan en 2 tinnen theepotten, 12 keukenstoelen. 3 petroleumlampen, waaronder 1 hanglamp, 6 eierlepeltjes, 2 bierglazen, 33 linnen beddenlakens geschat op 20 guldens, 1 rol ongemaakt linnen geschat op 30 gulden, 1 kerkboek met zilveren sloten en beugel geschat op 12 gulden. In de "groote oostelijke kamer van het huis een ovale geschilderde tafel met 6 stoelen, 3 schilderijen en een spiegel, een opgelegd eikenhouten kabinet, 2 katoenen parapluis, 1 strijkijzer, 2 onder en bovenbedden. Ook in de keuken met uitzicht op de straat is een onder en bovenbed en verder is dit zelfde ook te vinden in een kamertje boven de kelder, daar zijn ook nog 6 stoelen met rieten zittingen en 6 stoven te vinden. In totaal lijken er 8 slaapplaatsen te zijn. 2 in de keuken, 4 in de kamer en 2 in het bovenkamertje. In de kelder zijn melkvaten en een balans met schalen te vinden.
Verder de nodige pannen, melkvaten etc.
De veestapel was beperkt, 1 paard (120 gulden) 3 zwartbonte koeien (330 gulden), 2 kalveren (60 gulden), 1 oud varken (20 gulden), 25 kippen en 1 haan (7 gulden), 2 katten (!) worden geschat op 30 cent, 2 beslagen wagens (45 gulden), 2 mestwagens (20 gulden), divers boerengereedschap, 3 koperen wasketels. "Voorradige gedorschte rogge en boekboekweit" (55 gulden). aardappelen (9 gulden), hooi en stro (10 gulden) en mest in de stal (40 gulden), turf (15 gulden), op het veld staande vruchten (350 gulden), voorradige levensmiddelen (30 gulden), voorradige contanten (150,82).

De kleding van Johanna Lena Webbink bestond uit:
-5 katoenen en 7 wollen jakken, 15 gulden
-6 wollen rokken, 10 gulden
-3 gestreepte en een rode "baaijen" rok, 9 gulden
-15 mutsen, 1,80
-4 boezelaars, 3 gulden
-10 linnen hemden, 10 gulden
-40 linnen halsdoeken, 10 gulden
-6 linnen zakdoeken, 0,90
-een kerkboek met 2 zilveren sloten, 10,90

De kleding van Albertus Jaspers Faijer bestond uit:
-2 lakense jassen, 6 gulden
-1 duffelse jas, 5 gulden
-2 broeken en 2 vesten, 8 gulden
-2 "duffelsche en een lakens buis" , 5,50
-1 hoed en 2 petten, 4 gulden
-2 paar laarzen, 4 gulden
-2 "baaijen" en 4 katoenen borstrokken, 3 gulden.
-6 halsdoeken, 1,50
-2 oude zilveren horloges, 18 gulden
-6 linnen en 6 katoenen zakdoeken
-12 linnen hemden, 9 gulden
-6 paar kousen en 2 paar klompen, 3 gulden

Uitstaande leningen bedroegen in totaal 14.449,57, daarnaast bezaten Albertus en zijn vrouw nog effecten en obligaties ter waarde van 1.566,49, waaronder Russische en Oostenrijkse obligaties.
De landerijen omvatten ca. 44 hectare grond en naast het eigen erf 1/4 aandeel in een katerstede te Wierden.
Daarnaast waren er nog schulden: grond en personele belasting 25 gulden en aan verschuldigd loon voor dienstboden 250 gulden.

Pas in 1891 vindt de boedelscheining van de ouders van Albertus plaats, de boerderij is even daarvoor geheel afgebrand (zie notities bij vader Johannes Jaspers Faijer).

In december van 1897 vindt na zijn eigen overlijden, eerder dat jaar, weer een boedelscheiding plaats. Het onroerend goed wordt vastgesteld op 10.450 gulden, waaronder een boederij, een smederij en 1/4 deel eigendom van een katerstede te Wierden. Het eigendom aan landerijen omvat maar liefst ca. 46 hectare aan land. Hij wordt dus niet voor niets in de oude akten grondeigenaar genoemd. Zijn bezit was erg omvangrijk. Hij verhuurde veel van zijn landerijen. Aan waardepapieren (hypotheken en dergelijke) bezat Albertus de lieve somma van 18.760 gulden.
De inboedel en verdere roerende "lighamelijke zaken" werden getaxeerd op 800 gulden. Aangezien er slechts 2 erfgenamen waren erfde ieder een kapitaaltje van 14.605 gulden (de derde dochter Julia was al op jonge leeftijd overleden).

De tijd van Albertus Jaspers Faijer is de tijd van de "Onweersboer" als grootgrondbezitter. Na 1899 zal het grondbezit door boedelsscheidingen en verkoop haar aanvankelijke omvang snel verliezen. Volgens het kadaster was het grondbezit van de " Onweersboer" in 1859 in Vriezenveen (er was ook bezit in Wierden en Geesteren!) zo´n 33 hectare. In 1926 was hier nog maar 14 hectare van over, die omvang zou het vanaf deze tijd blijven houden.
(Bron: familiearchief Onweersfamilie).
Notitie bij het huwelijk van Albertus en Johanna Lena: Albertus huwde als Albartus Faijer met als beroep landbouwer, Johanna Lena Webbink was dienstmeid.
Albartus heette de zoon te zijn van Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Koster. Een wijziging van de namen in de huwelijksakte van Albertus vindt plaats op 09-11-1888 waarbij Albartus naam wordt gewijzigd in Albartus Jaspers Faijer en die van zijn moeder Gerritdina Koster wordt veranderd in Gerritdina Coster.
Notitie bij het overlijden van Julia: 4 jaar oud

20. Engbert Teunis, geb. Vriezenveen 14 jan. 1802, † ald. 1 april 1863, tr. Vriezenveen 9 juni 18279
21. Johanna Bom, geb. Vriezenveen 23 dec. 1807, † ald. 8 jan. 1880.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Teunis, geb. Vriezenveen omstr. 1828, † Sint petersburg 2 juni 1847.10
b. Johannes Teunis, geb. Vriezenveen 18 dec. 1830, † ald. 9 mei 1898, tr. Vriezenveen 12 dec. 18732 Johanna Berendina Schipper, geb. Vriezenveen omstr. 1829, † ald. 11 jan. 1901, dr. van Fredrikus en Jesina Drost.
c. Ezina Theresia Teunis, geb. omstr. 1834, † Den Ham 5 febr. 1914, tr. Den Ham 5 mei 18832 Jan Schuurman, geb. Den Ham omstr. 1848, † ald. 17 jan. 1934, zn. van Adrianus en Willemina Dubbink.
d. Johanna Gerharda Teunis, geb. Vriezenveen 1 okt. 1836, † ald. 29 jan. 1917, tr. Vriezenveen 13 juni 18682 Johannes Albertus Smelt, geb. Vriezenveen 30 dec. 1827, † ald. 24 okt. 1911, zn. van Hendrik en Johanna Jaspers Faijer (zie 73,c).
e. Truida Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 1840, † ald. 11 april 1921, tr. Vriezenveen 22 maart 1873 Gerhardus Winter, geb. Vriezenveen omstr. 1826, † ald. 13 nov. 1887, zn. van Jan en Lena Aman en wedr. van Barendina Gesina Aman.
f. Engbertdiena Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 2 april 1842, † ald. 29 okt. 1888.1
g. Gerhardus Engbertus, zie 10.
h. Jannetta Teunis, geb. Vriezenveen 1849, † ald. 18 dec. 1849.

Notitie bij Engbert: landbouwer, koopman en winkelier. Bij de geboorte van zoon Johannes is Engbert op reis, dat wil zeggen dat hij handel zal hebben gedreven. De oudste zoon Jan (geboren 1828) ging op 17 jarige leeftijd naar St. Petersburg en overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was; Diaken 1831- 1835. Ouderling 1845- 1849,
notabele 1820-1830. Behoorde in 1830-1832 en 1854 tot één van de 34 families in Vriezenveen die zich een eigen huurbank in de kerk kon veroorloven, deze werden jaarlijks door inschrijving verhuurd.
bezat volgens kadastrale gegevens in 1832 27 bunder en 48 roeden land, daarnaast meer dan 15 bunder in gemeenschappelijk bezit.

Op 19-1-1827 sluit Engbert met zijn zuster Trijntjen Teunis een contract, hun deel in de nalatenschap van hun vader Jan Teunis, "provisioneel in gemeenschap te behouden en ten gemeene nutte aan te wenden", als één van beiden uit de gemeenschap stapt en op zich zelf gaat wonen, moet hij/zij de ander 500 gulden meegeven zonder verdere verrekening of afrekening. Als Tryntjen op zich zelf gaat wonen is ze daarboven ook nog verplicht Engbert jaarlijks 30 guldens te betalen, zolang ze leeft, "tot aanschaffing eener woning of andere uitgaven". Mocht Tryntjen vertrekken dan mag zij meenemen "haar klederen, kaste en het bed door haar beslapen en zes lakens en zes slopens".

Engbert is samen met zijn zuster Tryntjen, begunstigd in een testament van Klasina Jansen, van beroep naaister, 70 jaar oud, wonende te Vriezenveen, dochter van wijlen Jan Jansen (ook wel Balthazar genoemd) en wijlen Grietjen Egberts (Hoff) voor een derde deel der nalatenschap akte d.d 13-1-1840.
(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij Johanna: winkelierster
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als Johanna dv Jannes Bom en Johanna Schuurman.
Notitie bij het overlijden van Johanna: 1880 (grafsteen nog op kerkhof van Vriezenveen 2004)
Notitie bij het overlijden van Jan: overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was.
Notitie bij Johannes: landbouwer (bron: overlijdensakte 1898) en marskramer (bron: mondelinge overlevering Johanna Alberdina Teunis). Bezocht met zijn broer Gerhardus Engbertus Teunis vnl. Duitsland en handelde in tuinzaden.
Notitie bij het overlijden van Engbertdiena Johanna: naast haar moeder Johanna Bom begraven in een gezamenlijk graf. (grafsteen anno 2005 nog aanwezig)
Notitie bij het overlijden van Jannetta: volgens overlijdensregistratie 10 maanden oud.

22. Engbertus Holland, geb. Vriezenveen 17 okt. 1825, † ald. 1 nov. 1877, tr. Vriezenveen 10 juni 1854
23. Janna van Eijck, geb. Tubbergen 8 sept. 1825, † Vriezenveen 16 mei 1901.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Holland, geb. Vriezenveen 1854, † ald. 21 jan. 1855.
b. Janna Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1856, † ald. 31 mei 1919.
c. Magdalena Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1859, † ald. 18 sept. 1893, tr. Vriezenveen 8 april 18914 Gerhardus Engbertus Teunis (zie 10).
d. Gerritdina Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1861, †? na 1898, tr. Vriezenveen 27 april 1889 Hendrik Jan Jansen, geb. Vriezenveen 1857, †? na 1898, zn. van Fredrik Jan en Hendrika Hendriks.
e. Pieterlina Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1863, † ald. 20 okt. 1864.2
f. Pieterlina, zie 11.
g. Fina Johanna Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1868, † ald. 2 dec. 1913.
h. Jan Holland, geb. Vriezenveen 1873,11 † ald. 1953.11

Notitie bij Engbertus: logementhouder, koopman in tuinzaden, winkelier in manufacturen en
landbouwer (grafsteen nog op het kerkhof van Vriezenveen 2004).
In 1868 koopt hij van de erfgenamen van Johanna Alberdina Vetker een pand op het Midden,-aan de kant van het Oosteinde- en in 1869 laat hij het pand afbreken en bouwt een nieuw pand met winkel en logement Tot 1947 blijft het pand in handen van de familie Holland (Jan een zoon van Engbertus, koopman en hotelhouder). Na zijn overlijden erft Wicher Willem Winkel het pand, hij baat er een café uit dat wordt afgebroken in de zeventiger jaren (?). Een rotonde komt er voor in de plaats. (informatie uit het kadaster en eigen info).
Notitie bij Janna: logementhoudster
(grafsteen nog op het kerkhof van Vriezenveen 2004). Hoewel de familie in de bevolkingsregister in Vriezenveen doorgaans als van Eijck wordt aangeduid, schrijft Janna haar naam bij het huwelijk, evenals haar vader altijd deed met "van Eyck".
Notitie bij het overlijden van Jan: volgens overlijdensregistratie 4 maanden oud.
Notitie bij Gerritdina: Gerritdina is bij haar huwelijk in 1889 28 jaar oud.
Notitie bij het overlijden van Pieterlina: bij overlijden 1 jaar oud.

24. Derk Schipper, geb. Vriezenveen 6 sept. 1812, † ald. 6 maart 1892, tr. Vriezenveen 26 maart 1842
25. Jesina Roelofsen, geb. Vriezenveen 5 mei 1819,12 † ald. 29 nov. 1914.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 2 jan. 1843, † ald. 27 april 1923,13 tr. Wicher Jansen, geb. Vriezenveen 1845,14 † ald..
b. Hanna Schipper, geb. Vriezenveen 12 sept. 1844, † ald. 5 juli 1928.13
c. Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 15 juli 1846, † ald. 19 febr. 1924.
d. Berend, zie 12.
e. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 17 maart 1851, † ald. 24 okt. 1895.
f. Lena Schipper, geb. Vriezenveen 4 juli 1853, † ald. 21 juni 1936.13
g. Derk Schipper, geb. Vriezenveen 6 juli 1859, † ald. 26 april 1860.
h. Jesina Schipper, geb. Vriezenveen 30 okt. 1862, † ald. 1 mei 1942.13

Notitie bij Derk: bij huwelijk timmerman van beroep. Bij overlijden en in het kadaster staat hij vermeld als landbouwer (1876).bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). In 1876 had de boerderij een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden per jaar en lag daarmee boven het gemiddelde van Vriezenveen, dat toen op 52,22 lag. (bron: kadastraal archief Zwolle).

Volgens de militaire verlofpas van Dirk (die nog steeds in familiebezit is) gedateerd 25 juli 1834 was Dirk lang 1 el, 1 palm, 6 duimen en 1 streep. het aangezicht was smal, het voorhoofd, de neus en de mond waren "ordinair", de ogen bruin, de kin spits en het haar en de wenkbrouwen bruin. Dirk was schutter van het 1e bataillon van de tweede afdeling van de Mobiele Afdeling van de Overijsselsche Schutterij.

Op 25-8-1892 vindt de boedelscheiding plaats na het overlijden van Dirk Schipper. Enig erfgenaam is zoon Berend Schipper met het beding dat de andere erfen een deel in contanten krijgen. De boedel wordt gewaardeerd op 6.300 gulden, daar gaat dan nog 1000 gulden aan schuld aan zoon Berend vanaf, zodat een boedel van ruim 5.000 overblijft.
Het grondareaal van Dirk en Jesina besloeg ruim 9 hectare. Verder had het echtpaar nog diverse stukken land in gemeenschappelijk bezit met derden. Hun aandeel bedroeg hiervan minstens 6 hectare, zodat het grondbezit op meer dan 15 hectare uitkwam.
Notitie bij het overlijden van Derk: overleden op adres wijk II nummer 213

26. Jan Hendrik Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn 7 okt. 1819, † Vriezenveen 12 febr. 1885, tr. Vriezenveen 3 mei 1851
27. Johanna Smelt, geb. Vriezenveen 7 aug. 1825, † ald. 5 april 1882.

Notitie bij Jan Hendrik: landbouwer van beroep (bron trouwakte dochter Johanna Hendrika). Bewoonde een half boerenerf gelegen aan het middengedeelte van het Oosteinde. Volgens informatie van het kadaster had de woning toen een gemiddelde huurwaarde van 10 gulden. Het moet een armoedige boerenbehuizing zijn geweest. Het gemiddelde voor Vriezenveen lag nl. op 52,22! Misschien moet hij dan ook eerder als een boerenarbeider dan als landbouwer worden beschouwd.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendrik: overleden wijk II nr. 149
Notitie bij het overlijden van Johanna: in de overlijdensakte staat vermeld, oud 56 jaar, zonder beroep, echtgen. van Jan Hendrik Nijen Twilhaar, dochter van Jan Smelt Gerritsz. en Johanna Tromp, beiden overleden.

28. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 29 juni 1832, † ald. 9 juli 1906, tr. 22 maart 1856
29. Hendrika Pot, geb. Vriezenveen 5 febr. 1834, † ald. 28 febr. 1902.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen 27 dec. 1856, † ald. 29 dec. 1856.
b. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1858, † ald. 10 jan. 1939.
c. Mina Gezina Bramer, geb. Vriezenveen 4 mei 1861, † ald. 31 maart 1906, tr. Vriezenveen 5 nov. 1881 Johannes Wessels, † Vriezenveen, zn. van Gerrit en Aleidina Engberts; hij hertr. Vriezenveen 25 juni 1909 Janna Aman (zie 15).
d. Berend, zie 14.
e. Gerhard Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1867, † ald. 8 sept. 1937.
f. Johannes Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1871, † ald. 30 mei 1887.
g. Fredrik Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1875, † Kampen 24 jan. 1934.2

Notitie bij Willem: landbouwer volgens huwelijksregistratie in 1856, vervult diverse bestuursfuncties in kerk en gemeente, is vanaf 1877 gementeraadslid, vanaf 1879 wethouder. Vervulde in de kerk de functies van diaken (1874-1877), ouderling (1862-1867), notabele (1867-1880) en kerkvoogd.
Was geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188).
Notitie bij Hendrika: dienstmeid volgens huwelijksregistratie in 1856
Notitie bij Fredrik: boekhouder (bron: overlijdensakte 1934) werkte bij een notariskantoor.
Notitie bij het overlijden van Fredrik: 59 jaar oud bij overlijden

30. Cornelis Lambertus Aman, geb. Vriezenveen 21 febr. 1835, † ald. 1888, tr. Vriezenveen 25 maart 1864
31. Johanna Jesina Aman, geb. Vriezenveen 1 dec. 1843, † ald. 1911.

Notitie bij Cornelis Lambertus: turfsteker, werkte erg lange dagen volgens overlevering van 3 uur ´s-ochtends tot 7 uur ´s-avonds (mondelinge overlevering van Johannes Jacob Bramer geb. 1898). Trouwde met zijn nicht. De familie zal het niet breed hebben gehad. De bijnaam van deze familie Aman was "de Baais". Cornelis Lambertus bewoonde de boerderij gelegen aan het Oosteinde 409 (huidige nummering). Dit huis had in 1876 een gemiddelde huurwaarde van 40 gulden. Dit lag hiermee beneden het gemiddelde dat boven de 50 gulden lag (bron kadaster, zie ook mijn scriptie).
Schrijft zijn naam zelf als Kornelis Lambertus, dus niet met een C, maar met een K.
De boerderij was voorheen in het bezit geweest van de familie Weiteman en was een oude Berkhof’s boerderij, zo waren de Jan Butens (bijnaam van een tak van de familie Berkhoff) oorspronkelijk afkomstig van dit boerenerf.

Generatie VI

32. Jan Berkhof, geb. Vriezenveen 7 sept. 1797,15 † ald. 4 febr. 1871,2 tr. Vriezenveen 10 okt. 1819
33. Alberdina Broertjen, geb. Vriezenveen 7 sept. 1796,15 † ald. 19 febr. 1834.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika Berkhoff, geb. Vriezenveen 1820, † ald. 14 juni 1875, tr. Vriezenveen 3 juni 1843 Johannes Gerhardus Bramer, geb. Vriezenveen 27 dec. 1811, † ald. 6 sept. 1880,1 zn. van Gerrit en Johanna Aman.
b. Fredrik Johannes, zie 16.
c. Hendrik Berkhoff, geb. Vriezenveen 1824, †?.
d. Johanna Lena Berkhof, geb. Vriezenveen 1825, † ald. 11 april 1867, tr. Vriezenveen 28 sept. 185016 Albartus Bernardus Aman (zie 35,h).
e. Berend Berkhoff, geb. Vriezenveen 1825, † ald. 25 juli 1893,2 tr. 1e Vriezenveen 23 maart 185817 Jenneken ten Kraijenberg, geb. omstr. 1825, † Vriezenveen 3 jan. 1871, dr. van Karel ten Kraijenberg en Johanna Frederika Gerritdina Boeschen; tr. 2e Vriezenveen 20 okt. 1876 Hendrika Jesina Smelt, geb. Vriezenveen omstr. 1845, † ald. 5 sept. 1887,2 dr. van Gerrit (zie 55,a) en Wolterdina Berkhof (zie 65,c) en wed. van Albert Post.
f. Lambertus Berkhof, geb. Vriezenveen 5 april 1830, † ald. 12 mei 1896, tr. Vriezenveen 17 sept. 1853 Wicherdina Teunis, geb. Vriezenveen 10 nov. 1831, † ald. 10 aug. 1905.

Notitie bij Jan: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering (bron: trouwakte zoon F.J. Berkhof in 1849). Tekent in 1849 de trouwakte van zijn zoon als "J. Berkhof", dus met één f.
Notitie bij Alberdina: bij trouwen dienstmeid.
Notitie bij Berend: landbouwer (bron: huwelijksregistratie 1876 en overlijdensregistratie 1893)
Notitie bij het huwelijk van Hendrika Jesina en Berend: Hendrika Jesina is weduwe van Albert Post.
Notitie bij Lambertus: landbouwer en winkelier, bijnaam Jan Butens (Bats?) in overlijdensakte van dochter Aaltje in 1862 wordt als berope van Lambertus en Wicherdina vermeld landbouwers en winkeliers.

34. Hendrikus Aman, ged. Vriezenveen 7 maart 1788, † ald. 16 maart 1855, tr. Vriezenveen 27 mei 1815
35. Johanna Broertjen, geb. Vriezenveen 3 juni 1793, † ald. 19 april 1832.
Uit dit huwelijk:
a. Berendina Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1816, † ald. 24 febr. 1832.
b. Fredrik Aman, geb. Vriezenveen 1817, † ald. 17 april 1817.
c. Frederik, zie 62.
d. Janna Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1820, † ald. 27 okt. 1822.18
e. Albert Aman, geb. Vriezenveen 1822, † ald. 21 april 1822.2
f. Kornelis Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1823, † ald. 9 sept. 1883,18 tr. Kornelia Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1823, † ald. 11 dec. 1881,2 dr. van Gerrit en Johanna Aman (zie 69,b).
g. Janna, zie 17.
h. Albartus Bernardus Aman, geb. Vriezenveen 1826, † ald. 26 aug. 1888, tr. Vriezenveen 28 sept. 185016 Johanna Lena Berkhof (zie 33,d).
i. Benjamina Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1828, † ald. 26 aug. 1891, tr. Gerhadus Albertus Teunis, geb. omstr. 1835, † Vriezenveen 14 maart 1867, zn. van Egbert (zie 41,a) en Aaltje Berkhof.
j. Johanna Gesina Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1830, † ald. 8 maart 1876,2 tr. Hendrikus Dekker, geb. omstr. 1834, † Vriezenveen 28 aug. 1903,2 zn. van Jan en Hendrika Smit.

Notitie bij Hendrikus: imker en landbouwer. Volgens overlijdensakte van echtgenote Johanna Broertjen (1832), bewoonde hij de boerderij Oosteinde 325-327 (huidige nummering); pand is nog steeds in originele staat en staat bekend onder de naam "Joonkbeernds". De boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden en viel daarmee in belastingklasse 6.
Mogelijk identiek aan H. Aman die van 1825-1829 ouderling van de N.H. kerk was.
Nam het erf over van de familie Holland, via z´n schoonmoeder Janna Berends Holland in bezit gekomen van Hendrikus Aman.
Naar aanleiding van het overlijden van Johanna in 1832 wordt bij notaris Riemsdijk een inventaris van aanwezige goederen opgemaakt (notar. arch. inv. nr. 33 Hist. Centrum Overijssel). Hij is een uitgebreide inventaris, die de opmakers ervan maar liefst drie dagen werk heeft gekost!
In de inventaris zijn mede extracten te vinden van testamenten van 2 oudooms van Johanna Broertjen, te weten Jan en Albertus Holland. Diverse waardepapieren passeren de revue. Als voogd van de minderjarige kinderen was aangesteld Bernardus Broertjen, zaadkramer wonend te Vriezenveen, broer van de overleden Johanna Broertjen.
Een (onvolledige) greep uit de boedelbeschrijving (gezamenlijke waarde huisraad en gereedschap etc. 1104,85):
-12 tinnen borden 4,80
-2 tinnen schotels 3,50
-3 tinnen kannetjes 0,75
-28 tinnen lepels 2,80
-9 bont aarden schotels 1,80
-een tinnen(?) theepot, biermengele
en waterfles 4,00
-2 spiegeltjes 1,50
-3 rood koperen keteltjes 4,00
-12 stoelen 4,00
-3 tafels 4,50
-een hangklok 6,00
-een bijbel en wat boeken 2,00
-4 stapelkisten en een korenkist 30,00
-2 uitgesneden eikenhouten kasten 20,00
-2 ploegen 16,00
-landbouwgereedschappen 13,00
-4 boerenwagens 110,00
-een blauw gestreept bombazijnen bed 14,00
-een kerkboek met zilveren krappen 14,00
-een kerkboek met zilveren krappen 17,00
-een zilveren beugelstas, nog een tas 10,00
-een paar zilveren schoengespen 3,50
-23 korven met bijen en 40 honingkorven
met toebehoren 225,00
-een zwartbles ruin paard 80,00
-4 melkbeesten (divers) 100,00
-2 kalveren en 3 sterken(?) 40,00
-3 ossen (gecastreerde stieren) 80,00
- 8 mud gedorste rogge, 6 mud gedorste
boekweit 56,00
-een turfschuit 35,00

Aan leningen had het echtpaar meer dan 2.000 gulden uitstaan. Ook stond er nog een legaat van oud-oom Jan Holland op naam van Johanna Broertjen groot 250 gulden.

aan kosten voor de begravenis van Johanna Broertjen staat in de inventaris opgenomen:
-doodskist 6,00
-bier, jenever en andere dranken 32,00
-voor uitdeling aan de armen 30,00
In de hele inventaris valt op dat landerijen en woning niet in de opsomming van bezittingen zijn meegenomen. Verder wordt duidelijk dat het gezin niet echt krap bij kas heeft gezeten en dat de inkomsten van bestaan gezocht moeten worden in de imkerij (evenals vader Fredrik Aman), landbouw, veeteelt en turfschipperij.
Notitie bij het overlijden van Berendina: bij overlijden 16 jaar oud.
Notitie bij het overlijden van Fredrik: bij overlijden 13 weken oud.
Notitie bij het overlijden van Janna: bij overlijden 2 jaar oud
Notitie bij het overlijden van Albert: oud 12 weken.
Notitie bij Kornelis: landbouwer volgens overlijdensakte
Notitie bij Albartus Bernardus: landbouwer (bron trouwakte en overlijdensakte).

36. Johannes Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 26 dec. 1792, † ald. 2 juli 1858, tr. Vriezenveen 16 nov. 1814
37. Gerhardijna (Gerritdina) Coster, geb. Vriezenveen 5 juli 1794, † ald. 30 jan. 1838.
Uit dit huwelijk:
a. Frederika Jaspers Faijer, † 10 jan. 1866.
b. Johannes Jaspers Faijer, † 28 febr. 1859.
c. Hendrik Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 1816,19 † ald. 12 juli 1865, tr. Johanna Berendina Schipper, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 26 aug. 1862, dr. van Wolter en Geesijna (Gesina) Berkhoff.
d. Derk Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 1818,20 † ald. 29 dec. 1844.
e. Albertus, zie 18.

Notitie bij Johannes: grondeigenaar en landbouwer. Moet een geziene persoonlijkheid zijn geweest. Was van 1819-1823 ouderling en van1837-1841 diaken van de kerk.(zie voor een uitleg van de aard van de functies mijn scriptie over het 19e eeuwse Vriezenveen, te bereiken via mijn homepage).
Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345 (huidige nummering). Pas in februari 1891 volgt de verdeling van de nalatenschap van Johannes Jaspers Faijer en Gerritdina Coster. Dat is 32 jaar na het overlijden van Johannes! De Onweersboerderij was toen pas afgebrand (volgens overlevering van mijn vader door een uit de hand gelopen paasvuur). Uit de boedelscheiding blijkt dat de "roerende lighamelijke goederen, voor het grootste gedeelte door brand zijn vernield", het zaakje was wel verzekerd want Albertus Jaspers Faijer moet de verkregen vergoeding van de Brandverzekeringsmaatschappij á 800 gulden inbrengen in de boedel, de waarde van de kennelijk van de brand geredde roerende lighamelijke goederen bedraagt 723 gulden. De landerijen gelegen in Vriezenveen, Wierden en Tubbergen worden geschat op bijna 8.000 gulden! Het totaal van het bezit, inclusief landerijen wordt vastgesteld op bijna 22.000 gulden. Hieronder zitten talrijke te gelde gemaakte uitgezette hypotheken. Zoon Albertus had recht op één kindsdeel (uit het huwelijk waren 5 kinderen geboren). Aangezien broer Johannes al in 1859 is overleden zonder kinderen moest de boedel door 4 gedeeld worden. Albertus had door testament (in 1864) echter ook het aandeel van zijn broer Derk verworven doordat diens enige zoon Derk (vroeg wees geworden en verder door Albertus Jaspers Faijer op het Onweerserf opgevoed) vlak voor zijn dood Albertus enig erfgenaam had gemaakt. Hierdoor had Albertus recht op de helft van de nalatenschap; dus ruim 10.000 gulden aan waarde. Doordat echter de vrouw van Albertus ook al was overleden verviel de helft van zijn aandeel in de boedel direct aan zijn kinderen.
(Bron: familiearchief Onweersfamilie).
Notitie bij Gerhardijna (Gerritdina): afkomstig uit de koopmansfamilie Costers, die op diverse manieren verwant is met de familie Jaspers Faijer.
Notitie bij Hendrik: landbouwer, vervulde diverse bestuurlijke functies, zoals diaken (1855-1859), ouderling (1843-1847)
Notitie bij Derk: smid van beroep.

38. Jan Hendrik Webbink, geb. Vriezenveen 1 mei 1813, † ald. 3 nov. 1870,2 tr. Vriezenveen 18 okt. 1834
39. Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 11 jan. 1809, † ald. 23 okt. 1890.20
Uit dit huwelijk:
a. Lena Johanna Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1836, † ald. 24 aug. 1901,2 tr. Vriezenveen 21 juli 18552 Johannes Dekker, geb. Vriezenveen omstr. 1827, † ald. 15 jan. 1900, zn. van Gerhardus en Fredrika de Groot.
b. Johanna Lena, zie 19.
c. Hendrik Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1840, † ald. 16 jan. 1913.
d. Lambertus Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1842, † ald. 19 jan. 1848.2
e. Jan Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1844, † ald. 29 jan. 1845.2
f. Gesina Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1847, † ald. 11 jan. 1848.
g. Lambertus Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1848, † Daarlerveen 1913,11 tr. Vriezenveen 27 maart 18692 Fina Hospers, geb. Vriezenveen omstr. 1847, † Daarlerveen 1924,11 dr. van Fredrik en Alberdina Slot.
h. Jan Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1851, † ald. 18 okt. 1887, tr. Jenneken Alberts, geb. Vriezenveen omstr. 1850, † ald. 11 febr. 1931, dr. van Fredrik en Jesina Companje.
i. Johannes Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1853, † Almelo stad 18 dec. 1890, tr. Vriezenveen 24 dec. 1875 Janna Hendrika Prinsen, geb. Vriezenveen omstr. 1856, † Almelo 12 dec. 1922, dr. van Hendrik Jan en Hendrike Berendina Hessing (ook Hessink).

Notitie bij Jan Hendrik: bij huwelijk boerenknecht. landbouwer en turfgraver. Uit de stukken van het archief van de "Onweersboerderij" krijg ik sterk de indruk dat de familie Webbink een vervenersfamilie was. Dochter Johanna Lena trouwde duidelijk boven haar stand door met Albertus Jaspers Fayer te trouwen.
In 1860 wordt als beroep vermeld landbouwer (bij huwelijk dochter Johanna Lena).
Jan Hendrik bewoonde een boerderij aan het Oosteinde (in de buurt van nummer 187 huidige nummering). In 1876 was de gemiddelde huurwaarde van zijn woning 50 gulden en dat was net iets onder het gemiddelde voor Vriezenveen.
Notitie bij Johanna: naaister van beroep voor haar huwelijk (bron huwelijksakte]
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als dochter van Lucas Klaassen en Janna Schipper
Notitie bij Lambertus: turfschipper, later vervener (bij huwelijk zoon Fredrik Webbink te Hellendoorn in 1895).
Notitie bij Jan: landbouwer (bij huwelijk en overlijden).
Notitie bij Johannes: turfschipper bij huwelijk; bij overlijden stoffenverver.
Notitie bij het overlijden van Johannes: in de overlijdensregistratie staat vermeld dat Johannes woonachtig is te Almelo

40. Jan Teunis, ged. Vriezenveen 29 okt. 1752, † ald. 6 april 1810, tr. Vriezenveen 20 mei 1781
41. Eva Egberts, ged. Vriezenveen 19 okt. 1755, † ald. 6 maart 1828.
Uit dit huwelijk:
a. Egbert Teunis, geb. Vriezenveen 26 febr. 1783,21 † ald. 24 maart 1861,22 tr. 1e Gesina Maijoor, geb. Vriezenveen omstr. 1787, † ald. 19 jan. 1822, dr. van Albert Jansen Majoor en Harmina Hendriks (zie 175,d); tr. 2e Vriezenveen 7 sept. 1822 Aaltje Berkhof, geb. Vriezenveen 12 mei 1800,23 † ald. 9 sept. 1867,24 dr. van Wieger Berends en Lena Jansen Schipper (zie 159,b).
b. Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 22 april 1785,21 † ald. 11 febr. 1813, tr. Vriezenveen 6 mei 18122 Berend Jansen Pleij, geb.,25 ged. Vriezenveen 24 juli 1785, † Tubbergen 1853, zn. van Jan Berends en Lena Stevens; hij hertr. Tubbergen 10 juni 1815 Amelia Sophia Donkermann.
c. Trijntijn Teunis, geb. Vriezenveen 5 april 1788,21 † ald. 28 okt. 1862.2
d. Engbert Teunis, geb. Vriezenveen 19 april 1793, † ald. vóór 1802.2
e. Engbert, zie 20.

Notitie bij Jan: winkelier, koopman en landbouwer. bij volkstelling 1795 als koopman vermeld.
Koopt 4-2-1783 een grasgaarden en een dagwerk van gemaaij in de landerijen van de
Verkoopster de wed. Jan Leenders gelegen, haar momber (vertegenwoordiger bij verkoop) is Derk van Olde.
(bron akte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

Jan Teunis is in 1788 bij een proces betrokken omtrent het schutten van "beesten" van Jenneken Jansen wed. van Frerik Klaasen. Samen met een zekere Eesse Janssen had hij de beesten van Jenneken geschut. Jenneken sleepte de twee voor het gerecht en ze kreeg haar gelijk. Het was vanouds nl. gebruik om de weiden van anderen te mogen gebruiken voor het heen en weer drijven van de beesten, zonder dat dit aan Jan Teunis en Eesse Janssen het recht geeft haar beesten tegen schadevergoeding te schutten. Laatstgenoemden worden veroordeeld in de proceskosten en alle overige kosten. Bron akten 12-8-1788 en 7-8-1789 uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
NB. Het schutrecht bestond in het Germaans georiënteerd Europa en was een uiting van het primitief en primair rechtsgevoel bij onze voorouders. De eigenaar of gebruiker van een stuk land eigende zich hierbij het recht toe om loslopende dieren van een ander, die schade berokkenden, te vangen en te schutten. Dit schutten hield in dat men de dieren opsloot en deze eigenmachtig in pand nam. Zodoende kon men van de eigenaar der dieren een schadevergoeding eisen. (Bron: http://users.pandora.be/ludo.verhaert/koeriertjes/jan2003.htm ).

Op 5 januari 1797 heeft Jan Teunis de 50e penning aangegeven van de aankoop van 2 wanden hooiland, liggend in het zogenaamde Havixland voor 40 gulden, en nog 2 wanden hooiland daar tegenaan liggend voor 38 gulden. Beide gekocht van Berent ten Bruggencate in 1796. Het land verkoopt Jan Teunis door aan Gerrit ten Bruggen voor 96 gulden, waarvan Gerrit ten Bruggen de 50e penning aangeeft op 1 december 1797 (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij Eva: winkelierse.
20-11-1779 koopt Eva Egberts van de erfgenamen van Hendrick Arentsen een akker turfland op de Superplus "verscheijden met Albert Prinsen" voor 152 guldens. De erfgenamen zijn: Gerhardus Harwig namens Janna Berkhof, Jannes Braemer en huisvrouw, Henderikjen Berkhof, Hendrik Coster voor zich zelf en namens Henderik Berkhof, Berent Jansen Coster en huisvrouw, Janna Jansen en Derk Arents Smit en vrouw, Egbert Schuurman en vrouw (Jenneken Hendriks), Engbert Egberts en tenslotte Henrik Smelt en huisvrouw.

19-1-1827 verkoopt Eva Egbers aan haar zoon Engbert Teunis, landbouwer te Vriezenveen al haar onroerende goederen, niets uitgezonderd, zoals ze deze samen met haar man Jan Teunis heeft bezeten, verder de helft van: het huis in het Oosteinde en land erachter tussen de buren Egbert Engberts en Derk Meijer,28 roeden bouwgaardens bij de Waterleydyk, 28 roeden grasgaarden agter de Waterleydyk, een zesde gedeelte of twee koeweiden in het zogenaamde Kwast Gerritsland, in gemeenschap met Jan Companjen en Harmen Nollen en anderen, een grasgaarden op het zelfde land van 8 roeden, ongeveer 60 roeden hooiland in het Koortsland in gemeenschap met Harmen Nollen, alles in het Oosteinde.70 roeden hooiland in de Woesten, 40 roeden hooiland in Kroemenland achter de Butereweg in gemeenschap met mejuffrouw Engberts en anderen. Een grasgaarden van 20 roeden op Jan Lubbersland en 30 roeden grasland op Sientjesland, alles in het Westeinde en verder een akker Turfland op de Superplus. Voorts alle roerende goederen met uizondering van " mijne klederen, actien en crediten, in en uit schulden ". Dit voor de som van 800 guldens vrijgeld onder voorwaarde van vrij vruchtgebruik door Eva gedurende haar leven.

8-4-1815 verzoekt Eva Egberts, winkelierster een inventarisatie, van haar goederen, die ze samen met haar overleden echtgenoot Jan Teunis bezeten heeft. Verwezen wordt naar een Besluit van de familieraad, welke gehouden is op 6-7-1811, voor het kantongerecht van Almelo, waarbij de kleermaker Albert Teunis, broer van Jan Teunis, aangewezen is als toeziend voogd van de minderjarige Engbert Teunis. Belanghebbenden zijn: Engbert Teunis, veertien jaar geleden in echte verwekt, Egbert Teunis (volgens een familienotitie geboren "1783 den 26 feberwaris"), Trijntjen Teunis (volgens een familienotitie geboren "1785-den 22-april"), Johanna Teunis (volgens een familienotitie geboren 1788-den-3-april", laatstgenoemde is gehuwd met Berend [Jansen Pleij, schoolmeester wonende te Tubbergen.
De winkelwaren en winkelgereedschappen worden getaxeerd op respectievelijk 80 en 30 gulden, verder wordt de inboedel van het huis beschreven, waaronder een klok met kast, een kast, een roggekist,14 schepel rogge, 2 koperen ketels, 5 koffieketels, 3 melkvaten, een karne, potten en panne, een boerenwagen, 3 tafels, 15 stoelen, 2 spinnewielen, in de keuken 13 aarden en 7 tinnen schotels, 7 tinnen kommetjes,vorken, messen een spiegel, een bedddepan, een vogelkooi, beddegoed, bedgordijnen, divers boerengereedschap, 10 hemden, 4 servetten etc. en in de stal een zwart bonte os, een "schimmelde koe en een zwart blaarde koe". Verder worden obligaties en uitstaande leningen en schulden beschreven. De grootste schulden staan uit aan Hermannus ten Bruggencate en de gebroeders Hanterman te Almelo respectievelijk 198 en 145 gulden. Verder worden de diverse landerijen beschreven (bouwgaarden, grasgaarden, hooiland, koeweiden en een akker turfland op "den Kleijnen Suplenplus") en het huis met schuur staande op het Oosteinde 123.
(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij het overlijden van Eva: volgens akte van overlijden dv Egbert Egberts en Eessien Gerrits Spijker.
Notitie bij Egbert: koopman en landbouwer. Bij het overlijden van zijn eerste echtgenote in 1822 en bij zijn eigen overlijden in 1861 wordt hij landbouwer van beroep genoemd.
Huwt in op het erf van zijn echtgenote Gesina Maijoor (bron: Kohier op de quotisatie 1808).
Notitie bij de geboorte van Egbert: NB volgens de informatie van de huwelijksregistratie moet Egbert zijn geboren op 23-2-1783. De vader van Egbert, Jan Teunis heeft eigenhandig op een stukje papier (archief van de familie Teunis) geschreven dat hij geboren is op 26 februari.
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden wordt als woonplaats Tubbergen vermeld.

42. Johannes Bom, ged. Vriezenveen 17 dec. 1770, † ald. 26 jan. 1846, tr. Vriezenveen 1796
43. Johanna Schuurman, ged. Vriezenveen 27 jan. 1775, † ald. 25 maart 1857.
Uit dit huwelijk:
a. Egbert Bom, geb. Vriezenveen 16 nov. 1797, † ald. 20 febr. 1871,13 tr. Vriezenveen 26 juni 1819 Fina Nijkamp, geb. Vriezenveen 25 juli 1790, †?, dr. van Gerrit Hendriks en Jenneken Hendriks.
b. Aaltjen Bom, geb. Vriezenveen 1 okt. 1799, † ald. 9 febr. 1865,13 tr. Vriezenveen 1 mei 1819 Johannes Vetker, geb. Vriezenveen 25 jan. 1794, †?, zn. van Jan Jansen en Hendrika Jansen Klein.
c. Josina Bom, geb. Vriezenveen 24 okt. 1802,13 † ald. 28 sept. 1871,13 tr. Vriezenveen 28 febr. 1829 Jan Smit, geb. Vriezenveen omstr. 1798, †?, zn. van Hendrika de Groot.
d. Jan Bom, geb. Vriezenveen 20 nov. 1805,13 † ald. 8 juni 1883, tr. Vriezenveen 11 mei 1831 Johanna Miskotte, geb. Vriezenveen omstr. 1812, †?, dr. van Derk en Willemdina Lohuis.
e. Johanna, zie 21.
f. Gerhardus Albartus Bom, geb. Vriezenveen 2 aug. 1810, † ald. 13 mei 1816.
g. Julia Bom, geb. Vriezenveen 14 maart 1813,13 † ald. 21 maart 1813.13
h. Julia Bom, geb. Vriezenveen 17 okt. 1814,13 † ald. 10 mei 1816.13

Notitie bij Johannes: dekker en landbouwer
1812 kerkmeester, 1825-1829 ouderling, behoorde in 1842-1844 tot één van de 35 families die zich een eigen huurbank in de kerk kon veroorloven. Bewoonde erve Doornbosch, Westeinde 85 huidige nummering (bron: Ken uw dorp en heb het lief blz.
In 1808 verkoopt Jannes Bom z’n woning echter aan Jan Doornbosch en Berend Schipper (bron: ken uw dorp en heb het lief, blz. 185).
Jan Bom vestigt zich westelijker aan het Westeinde in de buurt van nummer 175. Jan Bom staat in 1808 in het belastingkohier namelijk naast Hendrik Tromp vermeld en deze was woonachtig op nummer 175-177. In het kohier op de personele quotisatie uit 1808 staat als inwonend vermeld schoonzus Trijntje Schuurman woont bij het echtpaar in. Dat buurman Hendrik Tromp evenals Jannes Bom dakbedekker was is mogelijk geen toeval (bron volkstelling 1795). Wie weet werkten ze wel samen.
In 1834 (kadaster) valt de woning in belastingklasse 6.
Als we de giftenlijst van de kerk uit 1801 (zie digitaal archief onweersberkhof.com) vergelijken met het belastingkohier uit 1808 dan kunnen we concluderen dat Jannes Bom de woning van de weduwe Mannes Brouwer (ook wel Hermannus Brouwer) heeft betrokken.
Notitie bij het overlijden van Johanna: overleden aan de 5e wijk Westeinde.
Notitie bij Egbert: slager (evenals zijn grootvader) en landbouwer

44. Jan Holland, ged. Vriezenveen 23 mei 1790, † ald. 8 dec. 1865, tr. Vriezenveen 5 april 1817
45. Gerritdina Engberts, ged. Vriezenveen 10 aug. 1788, † ald. 3 maart 1857.
Uit dit huwelijk:
a. Johannes Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1821, † ald. 28 jan. 1864.
b. Aleida Johanna Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1822, † ald. 5 mei 1888, tr. Albertus Abbink, † Vriezenveen.
c. Jan Hendrik Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1822, † ald. 30 mei 1859, tr. Johanna Derks, geb. Vriezenveen omstr. 1821, † ald. 15 dec. 1909, dr. van Johannes en Cheefina Gerrits; zij hertr. Albert Jan Makkinga.
d. Engbertus, zie 22.
e. Gerhard Holland, geb. Vriezenveen omstr. 1829, † ald. 10 febr. 1856.

Notitie bij Jan: landbouwer (bij overlijden), bij zijn huwelijk boerenknecht. 1843-1847 ouderling,

Vermoedelijk had Jan Holland evenals zijn zoon Engbertus een logement. Regelmatig duiken er in de diaconale rekeningen van de Hervormde kerk uitgaven op aan Jan Holland, zoals in 1832 en 1833 voor huishuur of kostgeld voor diverse personen. Jan Holland heeft in 1846 een conflict met de kerk, hij weigert samen met Jan Hospers --(zij vertegenwoordigen daarbij andere weigeraars)- het zogenaamde pastoorskoorn te betalen, een belasting die op bepaalde landerijen rustte. Er wordt een proces gevoerd tegen de predikant van die tijd H. Gallois (Bron: Archief N.H. kerk).

In 1832 heeft Jan een woning in eigendom naast dat van zijn vader aan het Oosteinde 215 (huidige nummering) het was ingedeeld in belastingklasse 7, dat wil zeggen het had een gemiddelde huurwaarde van 12 gulden en dat was enigszins beneden het gemiddelde van 15,27.

Zoon Johannes was linnenhandelaar in Sint Petersburg en later gemeenteontvanger te Vriezenveen, deze woonde later in bij zijn tante Fina Engberts (zuster van Gerritdina) op het Midden (zie ook notities Engbert Engberts, vader van Gerritdina en Fina).
Notitie bij Gerritdina: bij haar huwelijk dienstmeid, ondertekent de huwelijksakte als "Gerridina Engbrets".
Notitie bij de geboorte van Gerritdina: gedoopt als dochter van Engbert Baerends en Janna Jansen.
Notitie bij het overlijden van Gerritdina: bij overleden staat vermeld, zonder beroep, dochter van Engbert Barends en Janna Jansen, echtgenoot van Jan Holland..
Notitie bij Johannes: koopman, verbleef in 1834 te Sint Petersburg (bron: J. Hosmar; Vriezenveense rusluie), gemeenteontvanger bij overlijden.
Notitie bij Jan Hendrik: landbouwer volgens overlijdensregistratie.
Notitie bij Gerhard: smidsknecht (bron: overlijdensregistratie).

46. Pieter Jelkes van Eijck, geb. 27 nov. 1790, ged. Marssum (Frl.) 25 dec. 1790, † Vriezenveen 29 juni 1858, tr. Vriezenveen 4 juni 1825
47. Magdalena Hospers, geb. Vriezenveen 13 febr. 1806, † ald. 1883.26
Uit dit huwelijk:
a. Rigtje van Eijck, geb. Vriezenveen 1825,27 †?, tr. Ambt Almelo 8 juli 1869 Klaas Schuurman, geb. Urk 24 febr. 1817, † Almelo 1892, zn. van Pieter.
b. Janna, zie 23.
c. Zellejetta van Eijck, geb. Tubbergen 28 juni 1829, † Huizen bij Hoogeveen 16 juni 1892, tr. Vriezenveen 10 mei 1856 Hendrik Hekhuis, geb. Vriezenveen 1 mei 1824, † De Huizen bij Hoogeveen 24 nov. 1917, zn. van Hendrik en Fina Aman.
d. Gerhard(us) van Eijck, geb. Vriezenveen 1831, † Tubbergen 22 juni 1834.28
e. Juliana van Eijck, geb. Vriezenveen 1833, † Bergentheim (Ambt Hardenberg) 9 febr. 1837.
f. Gerharda van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 11 febr. 1835, † Vriezenveen 1 dec. 1905, tr. Vriezenveen 26 april 18622 Gerhardus Mulder, geb. Vriezenveen 1834,20 † ald. 3 maart 1909, zn. van Jan en Kunnigjen Lemans.
g. Wieger van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 23 okt. 1837, † Vriezenveen 23 febr. 1859.
h. Juliana van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 20 jan. 1840, † Ferweradeel 8 jan. 1876, tr. Vriezenveen 7 juli 1866 Albertus Goedheer, geb. Bergen op Zoom 22 dec. 1835,29 † Rotterdam 3 okt. 1887,29 zn. van Carel en Lucretia Sluijters; hij hertr. Dokkum 3 mei 1877 Doetje Posthumus.
i. Magdalena van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 13 dec. 1842, † Vriezenveen 19 aug. 1849.
j. Pieter Jelkes van Eijck, geb. Vriezenveen omstr. 1846, † ald. 5 maart 1851.
k. Gerrit van Eijck, geb. 1850, † Vriezenveen 17 juni 1870.30

Notitie bij Pieter Jelkes: douaneambtenaar "commis van de eerste Klasse te voet, der Directe Belastingen in- en uitgaande rechten en accijns, gestationeerd te Vriezenveen". In de geboorte en overlijdensregisters ook wel aangeduid als hoofdcommies. Later winkelier in kleding en volgens Johanna Bom-Teunis ook gemeenteontvanger te Vriezenveen (mondelinge info ca. 1972). Bij het overlijden van zoontje Pieter Jelkes in 1851 wordt hij landbouwer genoemd.
Bij het overlijden van dochter Magdalena in 1854 en bij het huwelijk van dochter Zellejetta in 1856 is Pieter winkelier en zijn vrouw winkelierse.
1827-1834 woont het gezin in Albergen-Tubbergen (bron: geboorteregistratie zoon Gerhardus,dochters Janna en Zellejetta).
1835-1842 woont het gezin in Bergentheim (Ambt Hardenberg) (bron: geboorte- en overlijdensregistraties kinderen Pieter Jelkes in die jaren te Ambt Hardenberg).
Notitie bij het overlijden van Pieter Jelkes: bij overlijden gepensioneerd ambtenaar. Aangevers van het overlijden zijn de buren: Jasper Waanders en gerhardus Weiteman.
Notitie bij Magdalena: 1806 winkelierster, bij huwelijk zonder beroep, zij woonde later op het midden op de plek waar nu slagerij Kenkhuis is (oude foto van het pand in boek Ken uw dorp en heb het lief, blz. 48)
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Rigtje: bruidegom 52 jaar, weduwnaar van Jennigje van Laar en bruid 43 jaar, weduwe van Gerben Sakes van der Ploeg
Notitie bij het overlijden van Gerhard(us): 3 jaar oud, geboren te Vriezenveen. Vader wordt genoemd commies bij de belastingen, wonend te Albergen.
Notitie bij het overlijden van Gerharda: 69 jaar, overleden in huis wijk 6 nr. 669.
Notitie bij Wieger: molenaarsknecht
Notitie bij de geboorte van Wieger: zoon van Pieter Jelkes van Eijck, hoofdcommies, wonend te Bergentheim.
Notitie bij Juliana: Albertus Goedheer was Rijksambtenaar, commies bij de belastingen,
douane. Uit het huwelijk met Juliana van Eijck werden de volgende
kinderen geboren:

1 Lucretia Magdalena Goedheer, geb. Ferwerd 04.11.1869, overleden
Franeker 29.03.1909.

2 Magdalena Lucretia Goedheer, geb. Ferwerd 22.04.1872, overleden
Rotterdam 20.07.1956, tr. Rotterdam 21.05.1896 met Albertus Leendert
Hartman, geb. Rotterdam 29.06.1861 overl. Rotterdam 05.12.1947.

3 Carel Goedheer, geb. Ferwerd 23.08.1874 overl. Ferwerd 06.05.1875.

Lucretia Magdalena Goedheer was onderwijzeres.

Bij het huwelijk van Albertus Goedheer en Juliana van Eyck werd een
bijbel uitgereikt met de teksten:
Uitgereikt ter gelegenheid van het huwelijk van Albertus Goedheer met
Juliana van Eyck - Kerkelijk bevestigd den 8sten Julij 1866 te Vriezenveen.
Psalm 34:11b Die den Heer zoeken hebben geen gebrek aan eenig goed.

Door Albertus Goedheer werden de volgende aantekeningen in de familie-
bijbel gemaakt:

Op den 7en Julij 1866 is getrouwd Albertus Goedheer, geboren den
22 December 1835 te Bergen op Zoom ( Noord Brabant ) met Juliana van
Eijck, geboren den 20en Januarij 1840 te Mariënberg ( Overijssel ), zijnde
zij den 8en Julij 1866 te Vriezenveen door Ds Meerdink kerkelijk ingezegend.



Op den 8en Mei 1867 hebben zij door een hevigen brand te Tubbergen
Overijssel huis en goed moeten missen.

Op de 22en December 1867 is hun een dood meisje geboren en den 23en
der elfde maand te Ureterp/Friesland ter aarde besteld, ( de elfde maand
inplaats twaalfde maand zal een merkwaardige schrijffout van Albertus zijn )

Op den 4en November 1869 is geboren Lucretia Magdalena te Ferwerd/
Friesland en den 2en Januarij 1870 door Ds Thoden van Velsen aldaar
gedoopt, den 28en Februarij 1870 gevaccineerd door Dr. Martens te
Ferwerd.

Op den 22en April 1872 is geboren Magdalena Lucretia te Ferwerd/Friesland
en 7en Julij 1872 door Ds. Thoden van Velsen aldaar gedoopt. Gevaccineerd
door Dr. Martens den 18 Mei 1872.

Op den 23en Augustus 1874 des nachts om half twee uren is geboren Carel
te Ferwerd Provincie Friesland en den 1en November daaraanvolgende aldaar
door Ds W. Gezelschap van Reitsum ( zijn broeder als zijnde Ferwerd
vacant ) gedoopt.

Op den 6en Mei 1875 des avonds om tien ½ uur overleed ons geliefd zoontje
Carel, oud 8 ½ maand te Ferwerd, de 11en dier maand aldaar ter aarde besteld.

Op den 8en Januarij 1876 des morgens om 8 uur, overleed in ’t krankzinnigen-
Gesticht te Franeker, na aldaar vanaf 2 Augustus 1875 verpleegd te zijn
geweest mijn geliefde echtgenoote Juliana Goedheer - van Eijck, in den
ouderdom van bijna 36 jaar.

Op den 3en Mei 1877 is hertrouwd Albertus Goedheer, weduwnaar van
Juliana van Eijck met Doetje Posthumus, weduwe van Jakele Hemminga,
geboren 5e Januarij 1843 te Dokkum.

De volgende aantekeningen betreffen de kinderen geboren uit het huwelijk
met Doetje Posthumus en het overlijden van Albertus Goedheer:
Op den 3den October 1887 overleed te Rotterdam onze geliefde echtgenoot
en vader Albertus Goedheer in den ouderdom van bijna 52 jaren.

(Bron van deze informatie: Genealogie Goedheer-Bergen op Zoom , met dank aan de heer J. Goedheer te Krommenie)
Notitie bij de geboorte van Juliana: vader genoemd hoofdcommies wonend te Bergentheim.
Notitie bij de geboorte van Magdalena: dochter van Pieter jelkes van Eijck, commies te voet, wonend te Bergentheim.
Notitie bij het overlijden van Magdalena: overleden 3e wijk Oosteinde, vader winkelier.
Notitie bij het overlijden van Pieter Jelkes: wonend aan 2e wijk Oosteinde, ouders landbouwer, 5 jaar oud geboren te Vriezenveen. Aangevers van het overlijden zijn de buurmannen: Jan Twillaar en Cornelis de Witte. Naam geregistreerd als Pieter Jelkes van Eick.
Notitie bij het overlijden van Gerrit: 19 jaar oud.

48. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 8 aug. 1779, † ald. 11 maart 1852, tr. Vriezenveen omstr. 1806
49. Hendrikje Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 15 juni 1788, † ald. 22 sept. 1838.
Uit dit huwelijk:
a. Helena Schipper, geb. Vriezenveen 18 jan. 1807,13 † ald. 6 jan. 1808.
b. Gerhardus Schipper, geb. Vriezenveen 24 juni 1809,13 † ald. 1 dec. 1880.13
c. Derk, zie 24.
d. Hendrik Schipper, geb. Vriezenveen 7 juli 1815,13 † ald. 19 jan. 1846.13
e. Jan Schipper, geb. Vriezenveen 21 aug. 1818,13 † ald. 28 april 1886.13
f. Albertus Schipper, geb. Vriezenveen 2 sept. 1821,13 † ald. 4 aug. 1822.13
g. Adolf Schipper, geb. Vriezenveen 12 aug. 1823,13 † ald. 15 nov. 1854.13

Notitie bij Derk: landbouwer (bron huwelijksakte zoon Dirk), bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). In 1832 had de boerderij een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden per jaar en dat lag daarmee boven het gemiddelde van Vriezenveen, dat toen op 52,22 lag.

20-8-1819 koopt Derk voor 200 gulden land, gelegen aan het Oosteinde van plaatsgenoot Hendrikus Koersen (bron: archief familie Schipper)
Notitie bij de geboorte van Hendrikje: gedoopt als dochter van Derk Jaspers en Aaltjen Jansen

50. Berend Albert Roelofsen, ged. Vriezenveen 7 juni 1778, † ald. 31 dec. 1859,13 tr. Vriezenveen omstr. 1806
51. Hendrika Bramer, ged. Vriezenveen 14 maart 1788, † ald. 23 dec. 1879.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna Roelofsen, geb. Vriezenveen 11 febr. 1807,13 † ald. 8 dec. 1812.13
b. Gerrit Roelofsen, geb. Vriezenveen 28 aug. 1809,13 † ald. 15 dec. 1812.13
c. Berendina Roelofsen, geb. Vriezenveen 18 sept. 1811,13 † ald. 9 febr. 1874.13
d. Johanna Roelofsen, geb. Vriezenveen 3 febr. 1815,13 † ald. 12 sept. 1817.13
e. Jesina, zie 25.
f. Hendrika Roelofsen, geb. Vriezenveen 18 mei 1821, † ald. 9 aug. 1886.
g. Gerritdina Roelofsen, geb. Vriezenveen 9 jan. 1824,13 † ald. 15 maart 1863.13
h. Hendrik Roelofsen, geb. Vriezenveen 17 jan. 1827, † ald. 13 maart 1884.
i. Berend Roelofsen, geb. Vriezenveen 17 jan. 1831,13 † ald. 8 dec. 1912.13

Notitie bij Berend Albert: landbouwer (bron huwelijksakte dochter Jesina). Bewoonde de boerderij gelegen ongeveer tegenover het Oosteinde 161 (huidige nummering). In 1876 had de boerderij volgens het kadaster een gemiddelde jaarlijkse huurwaarde van 70 gulden en dat lag boven het gemiddelde in Vriezenveen dat op ongeveer 52 gulden lag. In 1832, als Berend Albert Roelofsen eigenaar van de boederij is, heeft deze een gemiddelde jaarlijkse huurwaarde van 15 gulden. Dit is ongeveer het gemiddelde van de Vriezenveense woning die in dat jaar een gemiddelde huurwaarde heeft van 15,27.
Notitie bij het huwelijk van Berend Albert en Hendrika: kerkelijk huwelijksboek in het provinciaal archief te Zwolle loopt tot 1791.

52. Jan Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn 26 maart 1794, † Vriezenveen 2 aug. 1868, tr. Hellendoorn 16 april 1819
53. Hendrika Timmerman, geb. Hellendoorn 18 sept. 1797, † Vriezenveen 16 dec. 1861.

Notitie bij Jan: bij huwelijk boerenknecht, was het schrijven niet machtig (bron geboorteakte levenloze zoon 2-8-1830 Vriezenveen). In diezelfde akte staat hij vermeld als landbouwer. Ook in de overlijdensakte van zijn vrouw (1861) staat landbouwer als zijn beroep vermeld.
Jan moet omstreeks 1820 naar Vriezenveen zijn verhuisd. De oudste zoon Jan Hendrik wordt in 1819 nog geboren in Hellendoorn, maar het tweede kind Hendrikus ziet in 1822 in Vriezenveen het levenslicht. Ook broer Jan Hendrik (ged. Hellendoorn 28-12-1797 vestigt zich in Vriezenveen). Rond 1830 wonen ze aan het Oosteinde, richting het Midden.

Inzake de hoofdelijke omslag (een belasting naar vermogen waarbij in Vriezenveen in 1846 18 verschillende vermogensklassen bestonden: in 1846 valt Jan in klasse 14 en wordt hij aangeslagen voor 3,70. Hiermee viel hij in de grote middenmoot. Ook broer Jan Hendrik valt in klasse 14.
Notitie bij het overlijden van Hendrika: in de overlijdensakte staat vermeld, geboren te Hellendoorn, zonder beroep, echtgenote van Jan Nijen Twilhaar, landbouwer, alhier.

54. Jan Gerrits Smelt de boer, ged. Vriezenveen 12 mei 1776, † ald. 14 aug. 1832, tr. Vriezenveen omstr. 1803
55. Johanna Tromp, ged. Vriezenveen 11 febr. 1780, † ald. 13 okt. 1843.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Smelt, geb. Vriezenveen 19 febr. 1806, † ald. 5 dec. 1862, tr. Vriezenveen 19 juni 1830 Wolterdina Berkhof (zie 65,c).
b. Johanna, zie 27.

Notitie bij Jan Gerrits: volgens de volkstelling van 1795 turfschipper, volgens de huwelijksakte van zoon Gerrit was hij landbouwer (1830), bewoonde Oosteinde 56 (toenmalige nummering; overlijdensakte 1832). Volgens de huidige nummering is het Oosteinde 226 (zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 122). In het kadaster van 1832 komt Jan Smelt Gzn. 3x voor als eigenaar van een huis, 2 huizen hebben een wat lagere gemiddelde huurwaarde van 12 gulden, dus ik neem aan dat hij in de woning heeft gewoond met een wat hogere gemiddelde huurwaarde van 15 gulden.
Heeft zich niet ingeschreven voor een gift in 1801 voor de verbouwing van de plaatselijke kerk, hoewel zijn naam wel vermeld staat als Gerrit Smelt de boer. Wel geeft zijn, kennelijk inwonende, neef Mannes Smelt 1 gulden. Hoe de familierelatie precies zit met Mannes Smelt heb ik niet vast kunnen stellen.
Notitie bij de geboorte van Jan Gerrits: gedoopt als zoon van garret Berendz Smelt en Jenneken Jansen
Notitie bij het overlijden van Jan Gerrits: In de overlijdensakte staat vermeld oud 58 jaar, landbouwer zoon van wijlen Gerrit Smelt en N.N., echtgenoot van Johanna Tromp.
Notitie bij Gerrit: landbouwer en bakker
Notitie bij het huwelijk van Wolterdina en Gerrit: Wordt in het testament van haar tante Janna Berkhof en haar man Hendrik Jonker (1807) bedacht met de kleren het goud en het zilverwerk.

56. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen 2 dec. 1798,31 † ald. 23 juni 1883, tr. Vriezenveen 28 juni 1823
57. Gesyna Gerrits, ged. Vriezenveen 23 jan. 1797, † ald. 19 febr. 1870.

Notitie bij Hendrik: landbouwer. Is geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188). Bewoonde deze boederij zelf. Deze had in 1876 een gemiddelde huurwaarde van 70 gulden (zie mijn scriptie). Viel daarmee in belastingklasse 4. Werd in het gewone leven Hein genoemd (mondelinge overlevering Jacob Johannes Bramer geb.1898).
Notitie bij Gesyna: buurmeisje van Hendrik Bramer.

58. Berend Jansen Pot, ged. Vriezenveen 14 aug. 1774, † ald. 2 maart 1853,32 tr. Vriezenveen 26 april 1811
59. Mina Eshuis, ged. Wierden 15 aug. 1790, † Vriezenveen 24 maart 1864.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna Pot, geb. Vriezenveen omstr. 1824, † ald. 6 jan. 1894,33 tr. Engbertus Jansen, †?.
b. Hendrika, zie 29.

Notitie bij Berend Jansen: landbouwer (bron: kadaster 1832) en wever (huwelijksakte 1811). Bewoonde het ouderlijk erf gelegen aan het Westeinde 610 (huidige nummering). Zie blz. 248-249 Ken uw dorp en heb het lief.
Volgens het kadaster had de woning in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 12 gulden en daarmee lag deze beneden het Vriezenveense gemiddelde van 15,27.
Notitie bij Mina: bij het huwelijk in 1811 Miene genoemd, was toen dienstbode van beroep. Uit het belastingregister van de quotisatie van 1808 blijkt dat ze dit zal zijn geweest bij de voormalige schout van Vriezenveen Hendrik Spijker.
Notitie bij de geboorte van Mina: bij doop genaamd Miene
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden 70 jaar oud.

60. Jan Aman, geb. Vriezenveen 27 mei 1798, † ald. 5 nov. 1846, tr. Vriezenveen 21 april 1827
61. Klazyna Berkhoff, geb. Vriezenveen 13 maart 1807, † ald. 31 jan. 1860.34

Notitie bij Jan: landbouwer, tapper, winkelier, marskramer, 6e wijk Westeinde.
Op 25-6-1864 koopt Albertus Jaspers Faijer zo´n 6 hectare land voor 200 gulden van de kinderen van Jan Aman en Klasina Berkhoff genoemd de oostelijke helft van het zogenaamde "Onweersland" aan de zuidkant van de dorpsstraat.(bron: Onweers familiearchief). Wordt in het kadastraal register van 1834 als eigenaar van het pand gelegen aan het Oosteinde 400, dat huis heeft dan een gemiddelde huurwaarde van 36 gulden en dat was ruim boven het gemiddelde van Vriezenveen.

Volgens het register van de nationale militie (aanwezig in de huwelijkse bijlagen van de huwelijksakte) had Jan de volgende verschijningsvorm:
-aangezicht: langwerpig
-lengte: 1 el en 730 str.
-voorhoofd: smal
-ogen: blauw
-neus: spits
-mond: ordinair (lees gewoon)
-kin: rond
-haar: blond
-wenkbrauwen: bruin
Notitie bij Klazyna: bij trouwen dienstmeid. 25-11-1853 (getuige bij een huwelijk) wordt als haar beroep vermeld "winkeliersche"

62. Frederik Aman, geb. Vriezenveen 24 mei 1818, † ald. 17 juli 1847,2 tr. Vriezenveen 9 mei 1840
63. Janna Hoff, geb. Vriezenveen 6 okt. 1817, † ald. 1877, tr. 2e Vriezenveen 6 april 18502 Johannes Landhuis, geb. Vriezenveen omstr. 1829, † Wierden?, zn. van Cornelis en Aaltjen Kobes.

Notitie bij Frederik: landbouwer, bewoonde de boerderij ten westen van het Onweerserf (Oosteinde nr. 345 huidgige nummering), Bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 147 en kadastrale informatie. De familie had de bijnaam de Baais.Deze naam was afkomstig van de voorvader van Janna Hoff die werd aangesproken met de naam Baas(t). Of het baaishuisje echt zo klein was als gesuggereerd door de schrijvers van Ken uw dorp en heb het lief valt te betwijfelen. Het pand had in 1832 nl. een gemiddelde huurwaarde van fl.15,- en viel hiermee in belastingklasse 6, het was hiermee toen een gemiddelde boerenwoning. Het pand werd toen (in 1832) nog bewoond door de schoonvader van Frederik, te weten Hendrik Hoff.
In 1876, toen de boerderij werd bewoond door de zoon Hendrik Aman, had de woning een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden en viel daarmee in klasse 4 en scoorde daarmee hoger dan gemiddeld (zie bijlagen bij mijn scriptie). Daarnaast bezat de familie in 1876 (Janna Hoff) nog een klein huisje buiten het dorp met een gemiddelde huurwaarde van fl.5,- (bron: kadaster).
Notitie bij Janna: Bijnaam Baais, komt van het erf dat gelegen was ten oosten van het pand Oosteinde 341-343 (bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 146-147). Bewoonde het ouderlijk erf.

Generatie VII

64. Hendrik Berkhoff, geb. Vriezenveen 19 juni 1757, † ald. 24 juni 1811,35 tr. Vriezenveen omstr. 1796
65. Lena Schipper, ged. Vriezenveen 10 april 1774, † ald. 23 maart 1829.
Uit dit huwelijk:
a. Jan, zie 32.
b. Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 7 okt. 1797, † ald. 3 jan. 1810.36
c. Wolterdina Berkhof, geb. Vriezenveen 19 jan. 1802, † ald. 8 febr. 1851, tr. Vriezenveen 19 juni 1830 Gerrit Smelt (zie 55,a).
d. Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 27 juli 1804, † ald. 3 jan. 1810.
e. Klazyna, zie 61.
f. Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 5 sept. 1810,37 † ald. 19 aug. 1885,2 tr. Vriezenveen 22 maart 183438 Dina Willemina Brink, geb. Vriezenveen 18 juli 1813, † ald. 5 nov. 1843,2 dr. van Derk en Gerritdina Tuttertjen.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, bewoonde Oosteinde 390 huidige nummering. Wordt in het paardengeldbelastingregister van 1792 reeds genoemd, heeft dan 1 paard en bewoont het erf van zijn vader (de Jan Butensboerderij).
In het volkstellingsregister van 1795 staat Hendrik vermeld als hoofd van het huishouden dat dan 5 gezinsleden omvat, als beroep staat opgegeven boer en de opgaaf is gedaan door de inwonende zuster Diena Berkhof.

Op de lijst van giften voor de nieuwbouw van de plaatselijke kerk in 1801 staat Hendrik vermeld met een gift van 30 gulden.

Bij de belastingquotisatie van 1808 wordt Hendrik ingedeeld in klasse 36, hetgeen betekent dat zijn inkomen dat jaar tussen 175-200 gulden bedroeg. Aanvullend wordt hij nog aangeslagen voor 20 stuivers extra verhoging van de belasting. Zuster Diena, die kennelijk zelfstandig een inkomen verwierf werd ingedeeld in klasse 37, wat inhield dat ze een inkomen had tussen 150-175 gulden per jaar. Daarmee behoorde Hendrik tot de beter bemiddelden van Vriezenveen.
Notitie bij Wolterdina: In een testament van 1807 van haar tante Janna Berkhof, gehuwd met Hendrik Jonker wordt Wolterdina als begunstigde genoemd. Ze zal de kleren, het goud en het zilver erfen. In 1830 betrekt ze samen met haar echtgenoot Gerrit Smelt de woning van haar overleden tante en oom. Kennelijk heeft ze ook het huis geerfd staand aan Oosteinde 242, huidige nummering.

Bron: Herman Jansen Ken uw dorp en heb het lief blz. 128
Notitie bij het huwelijk van Gerrit en Wolterdina: Wordt in het testament van haar tante Janna Berkhof en haar man Hendrik Jonker (1807) bedacht met de kleren het goud en het zilverwerk.
Notitie bij Johannes: timmerman en landbouwer. Bij eigen trouwen genoemd timmerman.
landbouwer genoemd bij trouwen van zijn neef Frederik Johannes Berkhof in 1849.
Tekent " Berkhof" als getuige bij de trouwacte met één f.
Bij zijn overlijden wordt ook als beroep landbouwer vermeld.

66. Berend Alberts Broertjen, geb. Vriezenveen 11 dec. 1768, † ald. 25 mei 1836, tr. Vriezenveen 17 febr. 1793
67. Janna Berends Holland, geb. Vriezenveen 22 jan. 1769, † ald. 7 jan. 1836.
Uit dit huwelijk:
a. Bernardus Broertjen, geb. Vriezenveen, †?.
b. Johanna, zie 35.
c. Alberdina, zie 33.
d. Albert Broertjen, geb. Vriezenveen 8 okt. 1805, †?.

Notitie bij Berend Alberts: landbouwer, notabele (1820-1823) en diaken (1827-1831) van de N.H. kerk. Bewoonde een boerderij aan het Oosteinde 266 (huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 136).
Bewoonde het ouderlijk erf in elk geval samen met broer Hendrik Broertjen (bron: quotisatiekohier 1808).
De gemiddelde huurwaarde van de boerderij bedroeg in 1832 12 gulden en daarmee viel de woning in belastingklasse 7.
In 1801 draagt "Berent Broertien" 8 gulden bij voor de verbouwing van de Hervormde kerk (archief NH kerk Vriezenveen).
Het jaarlijks inkomen van Berend wordt in 1808 (quotisatiekohier) geschat op 175-200 gulden.
Notitie bij het huwelijk van Berend Alberts en Janna Berends: huwelijksregistratie luidt als volgt: "Berent Broertien Z. van Albert Broertien en Janna Henderiks Hof en Janna Holland D. van Baerent Holland en Janna Schipper J.D. geb: en wonende beide alhier"
Notitie bij Bernardus: zaadkramer (bron beroep: boedelscheiding van zuster Johanna (1834) bij notaris Riemsdijk).

68. Fredrik Hendriks Aman, geb. Vriezenveen 3 jan. 1762, † Ambt Almelo 10 april 1827,39 tr. Vriezenveen 20 sept. 1783
69. Kunnigje Jansen Berkhoff, geb. Vriezenveen 12 juli 1761, † ald. na 1801.
Uit dit huwelijk:
a. Magdalena Aman, geb. Vriezenveen, † ald. 7 okt. 1857,18 tr. Berend Hoff, geb. Vriezenveen omstr. 1787, † ald. 1 sept. 1867,18 zn. van Hermannus Hoff (Hofman) (zie 505,e) en Janna Egberts Fik.
b. Johanna Aman, ged. Vriezenveen omstr. 1785, † ald. 13 april 1830, tr. Gerrit Bramer, geb. Vriezenveen, † ald. 1840, zn. van Jannes Jansen (zie 507,b) en Hendrikje Gerrits Berkhof.
c. Hendrikus, zie 34.
d. Hendrik Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1790, † ald. 28 dec. 1858,18 tr. Hendrika Mullink, geb. Vriezenveen omstr. 1794, † ald. 7 april 1851, dr. van Hendrik Möllink en Berendina Gerritsen Nijboer.
e. Jan, zie 60.
f. Gerhardus Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1801, † ald. 28 april 1816.

Notitie bij Fredrik Hendriks: landbouwer, imker (zie boedelscheiding) en koopman (1806). In de overlijdensakte genoemd landbouwer van beroep.
was kerkmeester van de Ned. Herv. kerk te Vriezenveen (o.a. in 1809).
Bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 312 (huidige nummering). Deze boerderij zou de bakermat van alle families Aman zijn. Frederik verstrekte aan diverse dorpsgenoten hypotheken en kocht een vierakkerstuk (bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 146). De betreffende boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 36 gulden en viel daarmee in belastingklasse 4 en was daarmee toendertijd zeker een woning van betere stand. De gegoede stand blijkt ook uit de bijdrage van Frederik aan de verbouwing van de Hervormde kerk in december 1801 ten bedrage van 32 gulden. De inwonende vader Hendrikus doneerde 5 gulden.
In het belastingkohier van de quotisatie wordt het jaarlijks inkomen van Fredrik op 250 tot 300 gulden geschat en dat was voor Vriezenveense begrippen erg veel.
Op 11-11-1820 vind er een boedelscheiding plaats tussen Fredrik Aman en zijn kinderen in verband met de verdeling van het voormalige aandeel van Kunnigje Jansen Berkhof in de boedel. De gezamenlijke boedel van het voormalige echtpaar omvatte in 1820:
2 akker land bij de boerderij aan het Oosteinde gelegen (toen genummerd 27), gelegen tussen de landerijen van Hendrik Hoff en Jan Hoff.
-2 koeweiden in het zogenaamde Onweersland. Diverse stukken wilde veengrond o.a. bij de buurtschap Geesteren.
-1 akker wilde grond in de Oosterhoeven
-2 akker wilde grond op de Grote Superplus.
totale waarde van landerijen geschat op 1.800 gulden.
Verder bezat Fredrik Aman:
- 5 koeien, waarde 150 gulden.
-1 paard, waarde 100 gulden.
-2 kalveren, waarde 20 gulden
-2 wagens, waarde 40 gulden
-2 kisten, waarde 15 gulden
-1 kast, waarde 10 gulden
-2 tafels en enige stoelen, waarde 10 gulden
-2 bedden met toebehoren, waarde 80 gulden
- enige potten, pannen, schotels, borden en verder keukengerei, waarde 40 gulden
-diverse bouwgereedschappen, waarde 26 gulden
-voorraad ongedorste rogge, waarde 70 gulden
-dito boekweit, waarde 70 gulden
-dito hooi, waarde 40 gulden
-dito aardappelen, waarde 50 gulden
-bijen, bijenkorven, was, honing, honingvaten en alle toebehoren voor de bijenteelt, waarde 850 gulden

Aan leningen had het echtpaar in totaal 1.849 gulden uitstaan.
4 kinderen ontvangen een uitkering uit de boedel ter waarde van 712,25 te weten:
Hendrik Aman, Johanna Aman, Magdalena Aman en Hendrikus Aman ontvingen een aandeel van 721,- , in totaal 2.521,-. Als gemachtigde van Hendrikus Aman trad op zijn zwager Berend Hof, landbouwer te Vriezenveen (bron: notarieel archief Overijssel nr. 15)
Notitie bij het overlijden van Fredrik Hendriks: Fredrik is overleden op 10 april ’s-avonds om 6 uur in Almelo nabij het huis van Hendrikus Kortenvoord staande op de Schelfhorst wijk 5 nr. 273 en 274.
Notitie bij het overlijden van Kunnigje Jansen: doop laatste kind in 1801, niet genoemd in de begraafregister welke aanvangen in 1806, dus overlijden moet tussen 1801 en 1806 hebben gelegen.
Notitie bij Johanna: bij overlijden landbouwerse genoemd van beroep.
Notitie bij Hendrik: landbouwer volgens overlijdensakte
Notitie bij het overlijden van Gerhardus: overleden als Gerharuds Aman, oud 14 jaar.

70. Berend Alberts Broertjen (dezelfde als 66), tr. Vriezenveen 17 febr. 1793
71. Janna Berends Holland (dezelfde als 67).

Notitie bij het huwelijk van Berend Alberts en Janna Berends: huwelijksregistratie luidt als volgt: "Berent Broertien Z. van Albert Broertien en Janna Henderiks Hof en Janna Holland D. van Baerent Holland en Janna Schipper J.D. geb: en wonende beide alhier"

72. Derk Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 2 okt. 1757, † ald. 28 jan. 1829, tr. Vriezenveen 16 sept. 1787
73. Aaltje Jansen Faijer, ged. Vriezenveen 26 dec. 1757, † ald. 11 dec. 1830.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrikje, zie 49.
b. Johannes, zie 36.
c. Johanna Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 8 jan. 1800, † ald. 20 jan. 1871, tr. 1e Hendrik Smelt, geb. Vriezenveen omstr. 1798, † ald. 6 jan. 1843, zn. van Jan en Johanna Peuschers; tr. 2e Gerhardus Hermannus Smelt, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 8 febr. 1867, zn. van Jan en Johanna Peuschers.

Notitie bij Derk: Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345 (huidige nummering).
turfschipper en landbouwer, bij de volkstelling van 1795 wordt als zijn beroep schipper vermeld het gezin bestaat dan uit 7 gezindsleden. Wordt dan genoemd als één van de bestuurslieden (municipaliteit) van Vriezenveen. Zij ondertekenden namelijk de volkstellingslijst (bron: Statenarchief inv. nr. 5343).
Neemt op 12 mei 1812 de naam Jaspers Faijer aan, heette daarvoor gewoon Jaspers of Onweer, welke laatste naam als bijnaam op het erf behouden bleef tot in de huidige tijd, ook na verplaatsing van de boerderij in de vijftiger jaren van de 20e eeuw, in het kader van de ruilverkaveling.

Doneert in december 1801 als bijdrage voor de verbouwing van de Hervormde kerk een bedrag van 20 gulden. De inwonend meid, Diena Kolthof draagt 1 gulden bij en de nog levende vader 5 gulden. (archief NH-kerk).
Bij de quotisatie van 1808 wordt Derk ingeschaald in belastingklasse 36, dat hield in dat zijn jaarinkomen tussen 200-250 gulden lag. Als extra belastingtoeslag, boven de 3 gulden, die bij deze belastingklasse hoorde, moest Lucas nog 1 gulden extra betalen. Mogelijk dat dit kwam doordat zijn inkomen rond de bovengrens van deze belastingklasse lag. In belastingklasse 35 (inkomen 250-300 gulden) bedroeg de belastingaanslag nl. 6 gulden. Bij de belastingvaststelling van 1808 wordt ook de inwonende meid Diena Kolthof weer genoemd, zij wordt ingeschaald in belastingklasse 41 (inkomen 50-75 gulden) en verder wordt ook nog vermeld (knecht?) Jan Oldescholten als inwonende die aangeslagen wordt voor belastingklasse 40 (inkomen 75-100 gulden).

27 november 1798 geeft Derk Jaspers de 50e penning aan ivm de aankoop van 2 wanden bouwland op zijn land van Jan Berends Bramer voor 75 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij Johanna: winkelierster (bron: huwelijksakte zoon Johannes Albertus in 1868).
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als Johanna dv Derk Jaspers en Aaltjen Jansen Feijer

74. Hermannus Costers, ged. Vriezenveen 12 febr. 1764, † Coevorden omstr. 1801, tr. Vriezenveen 12 okt. 1788
75. Frederika Olijslager Smit, ged. Vriezenveen 19 dec. 1762, † ald. 22 dec. 1828.
Uit dit huwelijk:
a. Gerhardijne Coster, geb. Vriezenveen 29 sept. 1792, †?.
b. Gerhardijna (Gerritdina), zie 37.

Notitie bij Hermannus: koopman, meestal onder de naam Mannes Coster vermeld, of Mannes Kûsters (1795 bij de volkstelling). Wordt dan genoemd als één van de bestuurslieden (municipaliteit) van Vriezenveen. Zij ondertekenden namelijk de volkstellingslijst (bron: Statenarchief inv. nr. 5343). Opvallend is dat dochter Gerhardijna huwde met de zoon van eveneens een municipaliteitslid (Derk Jaspers Faijer).

Woonde aan het Oosteinde nummer 203 (huidige nummering), zie Ken uw dorp en heb het lief blz. 104.
In 1795 bestaat het gezin uit 7 personen, inclusief vader Hendrik die de familie aangifte doet, als beroep staat vermeld koopman.
Hermannus overlijdt tijdens één van z´n koopmansreizen in Coevorden of hij ook verdere oorden heeft bezocht, zoals St. Petersburg, is niet bekend. In elk geval moet de familie er warmpjes bij hebben gezeten. Bij de intekenlijst voor de verbouwing van de plaatselijke kerk tekent de weduwe Hermannus Costers in voor 30 gulden. Ook blijkt uit deze lijst dat de weduwe een knecht heeft genaamd Hendricus Hopster die voor 2 gulden heeft ingetekend en een dienstbode, genaamd Janna Smit, zij tekent in voor 1 gulden. Het moet daarom toch wel een familie van stand zijn geweest. Verderop op het Oosteinde nr. 109 (huidige nummering) woonde broer Gerrit (volgens de volkstelling boer van beroep) die ook 30 gulden bijdraagt. Op het midden woont broer Jan,-volgens de volkstelling van 1795 ook een koopman- gehuwd met Geertruid Spijker en hij draagt de gigantische som van 300 gulden bij voor de verbouwing van de kerk, een bedrag dat verder alleen door de koopman Jan Engberts werd bijgedragen en door niemand in het dorp werd overtroffen. Dit bedrag suggereert zeker dat de familie Costers wel degelijk ook in Sint Petersburg actief moet zijn geweest, waar het grote geld verdiend werd, ook al komt deze familie niet voor op de lijsten van Sint Petersburger kooplieden. Ik vermoed dat deze Jan Coster identiek is aan de Jan Coster die de lokale historicus Herman Jansen noemt als degene die een koopmansboekhouding voert voor de gebroeders Prinsen die inderdaad firmanten zijn van een Petersburger firma (Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 191). Aangezien Jan Costers geen kinderen had uit zijn huwelijken met Aaltjen Bramer en Geertruid Spijker zal het kapitaal van hem naar zijn familie en mogelijk de familie Bramer en Spijker zijn teruggevloeid. Hij overleefde trouwens zijn tweede vrouw die in 1813 overleed. Jan Costers is in de Franse tijd loco-burgemeester en Ontvanger der Landsmiddelen voor Wierden en het Hoge Hexel, terwijl zijn zwager Hendrik Spijker burgemeester van Vriezenveen was in deze tijd (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz.50).
Het huis dat Hermannus bewoonde wordt in 1832, als zijn zoon Bernardus de hoofdbewoner is geworden, kadastraal ingedeeld in klasse 5. Dit betekent dat het huis een gemiddelde huurwaarde had van 24 gulden. Dit was ruim boven het gemiddelde voor Vriezenveen dat op 15,27 lag.
Het is zeer goed mogelijk dat de familie Jaspers Faijer haar familiekapitaal met name aan de verwantschap met de koopmansfamilie Costers te danken had. Leden van beide families huwen overigens opvallend vaak met elkaar.

08-12-1784 maakt het echtpaar Gerrit Derks- Hendrikjen Jansen een nieuw testament. Het is een langstlevende testament. Na het overlijden van de langstlevende komt alles toe aan de kinderen van wijlen Hendrik Costers met namen: Gerrit Costers, Hermannus Costers en Johanna Costers "sullen vooraf prophijteeren het Huijs met den geheelen inboedel, zoo van paarden beesten, niets daarvan uitgezondert....mitsgaaders alle de landerijen, beneffens eene summa van twee duijsent carolie guldens". Mocht de langstlevende hertrouwen dan dient deze aan de kinderen van wijlen Hendrik Costers 5.000 caroli guldens uit te keren. Testators broer komt slechts de kleding van testator toe en mocht deze zijn overleden dan gaat ook dat naar de kinderen Costers. Testatrice vermaakt haar kleding aan de kinderen Costers. Verder ontvangen de armen een legaat van 200 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678).

op 24 juli 1798 geeft Harmannus Koster de 50e penning aan ivm de aankoop van een akker Woestenland van de wed. Bernardus Spijker voor 40 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij Frederika: in 1801 nog genoemd als de weduwe Hermannus Costers (zie notities echtgenoot).
woonde volgens de overlijdensakte aan het Oosteinde 91 (toenmalige nummering).

76. Hendrik Webbink (Webben), geb. Borne 31 mei 1779, † Vriezenveen 3 april 1840, tr. 2e Vriezenveen 8 mei 181940 Clasina Kobes, geb.,41 ged. Vriezenveen 2 febr. 1777, † ald. 5 febr. 1850,2 dr. van Gerrit en Swennigje Frielink en wed. van Jacob Weijers; tr. 1e Zenderen 180011
77. Lena Geerlinks, ged. Vriezenveen 1 aug. 1773, † ald. 13 april 1818.
Uit dit huwelijk:
a. Gesina Webbink, geb. Vriezenveen 5 april 1802,42 † ald. 2 jan. 1867,2 tr. Vriezenveen 17 mei 18232 Hendrik Letteboer, geb. Vriezenveen 15 okt. 1797,42 † ald. 2 maart 1854, zn. van Stijntjen Harmsen.
b. Jan Webbink, geb. Vriezenveen 1 okt. 1804, † ald. 24 aug. 1879, tr. Vriezenveen 20 mei 18262 Egberdina Dakhorst, geb. Rectum (Wierden) omstr. 1803, † Vriezenveen 5 nov. 1875, dr. van Jan en Maria Eshuis.
c. Hendrika Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1806, † ald. 1 maart 1843.
d. Johannes Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 6 jan. 1891, tr. Vriezenveen 14 juli 1838 Aaltjen Stik, geb. Vriezenveen omstr. 1820, † ald. 9 april 1889, dr. van Jannes en Aleida Vrijlink.
e. Jan Hendrik, zie 38.
f. Hendrikus Webbink, geb. Vriezenveen omstr. 1817, † ald. 30 aug. 1887, tr. Vriezenveen 4 mei 1844 Hendrika Beverdam, geb. Vriezenveen omstr. 1819, † ald. 1 jan. 1887, dr. van Jan en Hendrika Eshuis (zie 191,e).

Notitie bij Hendrik: landbouwer en turfschipper (bron turfschipper: trouwakten zonen Jan 1826 en Jan Hendrik 1834). Hendrik is rond 1801 met zijn vader naar Vriezenveen gekomen, evenals zijn broer Derk. Beiden huwden een Vriezenveense en vestigden zich aan het Oosteinde. Ze bewoonden beiden woningen in de wat lagere belastingklasse.
Toch had Hendrik in 1832 2 woningen aan het Oosteinde in eigendom (met een gemiddelde huurwaarde van 12 ; van deze woning had Jan Fayer het regt van opstal) en de andere woning had een gemiddelde huurwaarde van 6 gulden). Broer Derk had een woning met een gemiddelde huurwaarde van 9 gulden. Het gemiddelde voor Vriezenveen lag boven de 15 gulden.

In 1808 in het register van de belasting op de quotisatie staat Hendrik overigens te boek als één van de 28 overmogenden van Vriezenveen. Dat hield in dat hij geen belasting hoefde te betalen. Hij woonde in 1808 op het oostelijke puntje van het Oosteinde, in de buurt van de Schipsloot.

Bij de huwelijksregistratie in 1819 heet Hendrik Webben landbouwer te zijn, weduwnaar van Leena Geerlink en een zoon van Jannes Webben en Janna Hinneveld; dit in tegenstelling tot de overlijdensakte waar de moeder opeens Janna Getkate heet. Dat laatste moet een abuis zijn, gezien de doopregistratie van Hendrik in Borne waar ook de naam Hinneveld voorkomt en dus niet Getkate! Ook in andere registratie bij broers en zussen (zowel bij huwelijken als dopen) van Hendrik komt altijd de naam Hinneveld naar voren.
Leuk detail in de huwelijksakte bij de naam van vader Jannes Webben is de vermelding dat deze ook wel Klumpers heette, een mogelijke aanwijzing dat hij klompenmaker geweest zou kunnen zijn. Van Hendrik Webben staat vermeld dat deze ook wel Webbink heette.
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedooopt als Hindrik, Zoon van Jannes Webben en Janna
Hinneveld, Ehel: in Senderen
Notitie bij het overlijden van Hendrik: bij zijn overlijden heet hij 63 jaar te zijn, echtgenoot van Gesina Kobes en weduwnaar van Lena Geerlink. Hij heet geboren te zijn in Borne en de zoon van Jannes Webbe en Johanna Getkate. Deze laatste naam is opmerkelijk en vermoedelijk onjuist aangezien Johanna bij de doop Janna Hinvelt blijkt te heten en ook bij de dopen van haar andere kinderen draagt ze deze naam. Hendrik is overleden aan het Oosteinde nr. 4 (toenmalige nummering).
Notitie bij het huwelijk van Hendrik en Lena: ik heb geen huwelijksregister van rond 1800 kunnen vinden van Zenderen of Borne (nederlands hervormd) in het Rijksarchief van Zwolle en heb dit jaartal dus niet zelf kunnen controleren.
Notitie bij Gesina: dienstmeid bij haar huwelijk. In de huwelijksakte genoemd de dochter van Hendrik Webbink (landbouwer) en Lena Geerlinks
Notitie bij Jan: bij trouwen landbouwer, bij overlijden arbeider.
Notitie bij Johannes: turfmaker, bij overlijden landbouwer van beroep.
Notitie bij Hendrikus: turfschipper bij huwelijk

78. Lucas Klaassen Schipper, ged. Vriezenveen 25 dec. 1762, † ald. 23 sept. 1840, tr. Vriezenveen omstr. 1798
79. Johanna Schipper, ged. Vriezenveen 5 dec. 1773, † ald. 27 juli 1821.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Schipper, geb. Vriezenveen 27 sept. 1799, † ald..
b. Jan Schipper, geb. Vriezenveen 11 juli 1802, † ald. 2 juli 1868,2 tr. Vriezenveen 21 okt. 18262 Josina Nijkamp, geb. Vriezenveen omstr. 1804, † ald. 9 nov. 1862, dr. van Gerrit Hendriks en Jenneken Hendriks.
c. Cornelus Schipper, geb. Vriezenveen 15 jan. 1805, † ald. 3 febr. 1873.
d. Johanna, zie 39.
e. Jezina Schipper, geb. Vriezenveen 13 jan. 1813, †?, tr. Vriezenveen 22 juni 1844 Adrianus Suijver, geb. Amsterdam omstr. 1812, †?, zn. van Hendrik en Willemijntje Daames.
f. Johannes Schipper, geb. Vriezenveen 23 okt. 1815, † Doornspijk 31 jan. 1855, tr. 1e Oldebroek 4 jan. 18402 Aaltje Visch, geb. Doornspijk omstr. 1819, † ald. 27 juni 1852, dr. van Lammert en Harmina Christina Dijk; tr. 2e Doornspijk 30 dec. 18522 Geertjen Groenekaas, geb. Doornspijk omstr. 1807, † ald. 29 mei 1855, dr. van Jacob Dirksen en Hendrikjen Hendriksen.

Notitie bij Lucas Klaassen: landbouwer (bron beroep: huwelijksakte dochter Johanna 1834), bewoonde een boerderij aan het Westeinde 158 (huidige nummering). De boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 24 gulden en lag daarmee ruim boven het gemiddelde van 15,27. Lucas trouwde in op het erf van zijn vrouw. (zie ook: Ken uw dorp en heb het lief, blz.191).
Lucas Klaassen neemt in 1812 bij de naamsaanneming onder Napoleon de naam Schipper aan (bron: digitale bronbewerking naamsaannemingen 1811/1812 van André Idzinga; Vriezenveners.nl).
In 1801 op de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de Nederlands Hervormde Kerk tekent Lucas Klaassen in voor 20 gulden, een fors bedrag, ook zijn schoonmoeder, Jenneken Prinsen, die dan nog leeft draagt 5 gulden bij. Daarnaast is er nog een "meid" , genaamd Johanna de Vries, zij draagt 1 gulden bij.
Notitie bij het overlijden van Lucas Klaassen: heet bij zijn overlijden de zoon te zijn van Klaas Klaassen en Janna Schoenmaker. Overleden als Lucas Schipper voorheen genaamd Lucas Klaassen.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Lucas Klaasen en Janna Schipper
Notitie bij Jan: landbouwer (bij huwelijk)
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Lucas Klaasen en Janna Schipper
Notitie bij de geboorte van Cornelus: gedoopt als zoon van Lucas Klaassen en Janna Schipper
Notitie bij het overlijden van Cornelus: bij overlijden geen beroep vermeld.
Notitie bij Jezina: naaister bij huwelijk
Notitie bij de geboorte van Jezina: gedoopt als Jezina dochter van Lukas Schipper en Janna Schipper
Notitie bij Johannes: timmerman
Notitie bij de geboorte van Johannes: gedoopt als Johannes zoon van Lucas Schipper en Janna Schipper

80. Teunis Jansen, ged. Vriezenveen 5 dec. 1728, †?, tr. Vriezenveen 6 dec. 174943
81. J(oh)anna Berends Camp, ged. Vriezenveen (?) 11 jan. 1718, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Albert Teunis, ged. Vriezenveen 6 dec. 1750, †?.
b. Jan, zie 40.
c. Albartus Teunis, ged. Vriezenveen 4 april 1756, † ald. 1819.20

Notitie bij Teunis: Woonde in´t Allee bij de kerk en de Middenschool. Herman Jansen schrijft hierover in ken uw dorp en heb het lief (blz.24). "de boerderij is zeker 250 jaar in het bezit van de familie Teunis geweest. Begin 1700 woonde er Berend Gerrits. Een dochter van deze Aaltje, trouwde met Berent Camp en deze woonde in 1748 op de boerderij. En het was deze Berent Camp, die aan de familie de naam Campberents bezorgde. Een dochter van deze Berent Camp, Janna geheten, trouwde met Teunis Jansen, deze bleven op de boerderij wonen. Een zoon van deze Teunis Jansen, Albert Teunis bewoonde nadien de boerderij, dit was omstreeks 1800".
Teunis Jansen (als timmerman?) voerde vanaf 1762, evenals eerder zijn schoonvader klusjes uit voor de gemeente, zo wordt hij in de gemeentejaarrekening van 1763 voor werkzaamheden aan de kerktoren en de school ten bedrage van 12 gulden en in 1764 staat hij in de gemeentejaarrekening te boek voor 9 dagen werk a 12 stuivers per dag, maakt in totaal 5 gulden. In 1786 werkt hij nog steeds voor de gemeente en is ook zijn zoon Albertus bij gemeenteklusjes betrokken in kosterij, pastorie en de school. Hiervoor had Teunis zelfs een metselaar in de kost. Totale loonsom 59,25 ten laste van de gemeentejaarrekening van 1786.
Notitie bij J(oh)anna Berends: er is een doop van Janna te vinden d.v. Berent Lucassen en Aaltjen Jansen op 11-1-1718, bij de volkstelling van 1748 heet de moeder echter Aaltje Gerritsen, mogelijk ook is Berend Camp 2 x getrouwd geweest.
Teunis Jansen is gedoopt in 1728 en dat maakt de aanname van de doop van Janna in 1718 (als dochter van Aeltien Jansen) er niet sterker op. 10 jaar leeftijsverschil is wel veel, maar theoretisch is het wel mogelijk natuurlijk.

82. Egbert Lamberts Spijker, ged. Vriezenveen 17 febr. 1707, † ald. vóór 30 maart 1776,44 tr. 1e omstr. 173720 Berendje Jansen, ged. Vriezenveen 9 juni 1710, † na 1741, dr. van Jan Claassen Wijchers en Jenneken Berends (Kruys) Berkhoff; tr. 2e omstr. 1742
83. Eefse Gerritsen Spijker, ged. Vriezenveen aug. 1716, † ald. 25 febr. 1781.45
Uit dit huwelijk:
a. Berent Egberts Spijker, ged. Vriezenveen 28 nov. 1743, begr. Amsterdam 22 jan. 1777, tr. (ondertr. Amsterdam 26 april) 1771 Petronella van Heijningen, geb. Oudshoorn omstr. 1735, †? na 1777, dr. van Jan Pieters van Heiningen en Maria Jansen Kruijsheer (Kruijs).
b. Gardina Egberts, geb.,46 ged. Vriezenveen 17 dec. 1747, † ald., tr. Vriezenveen 30 maart 1776 Fredrik Jansen, geb. Vriezenveen, † ald..
c. Lambert Spijker, ged. Vriezenveen 6 jan. 1752, begr. Amsterdam 5 april 1792, tr. Amsterdam 7 juni 177847 Rebecca Harp, ged. Amsterdam 21 nov. 1751, begr. ald. 2 nov. 1794, dr. van Jochem en Maria (Mietje) Voortmans.
d. Eva, zie 41.

Notitie bij Egbert Lamberts: winkelier, kastelein en landbouwer te Vriezenveen (Marriënerf Oosteinde) de familienaam Spijker is aangetroffen bij de ondertrouwregistratie van zoon Berent te Amsterdam, per abuis wordt hij daar overigens Gijsbert genoemd. Ook in het hoofdgeldkohier van 1750 staat hij als "Spijker Egbert" te boek.
Bewoonde het erf aan het Oosteinde nummer 116/120 (huidige nummering).

-In 1734 wordt Egbert Lamberts genoemd in het breukregister van de schout Claas Cruijs. Hij was betrokken bij een ruzie met een zekere Henrikes Henriksen (Klumper?), ook vader Lambert Waanders en broer Albert bemoeiden zich met de ruzie (Bron: AHA inv. nr. 3241)
-4 december 1752 staat Egbert Lamberts vermeld in het breukregister omdat Rugert Henrix [Klumper], ook wel Pakelet, zijn uithangbord met een sloothaak vernield had (Bron: AHA inv. nr. 3242)

Op 15-7-1739 kopen Egbert Lamberts en Jannes Herms Schoemaker 1 ½ akker land van de erfgenmamen van de overleden Jan Egbers, met name: Jan Prinsen (gehuwd met Metjen Hendricks Schuurman), Gerrijt Barkhoff (gehuwd met Grietjen Henr. Schuurman), Jan Luijkas Coster (gehuwd met Harmpje Hendriks Schuurman), Jan Henr. Schuurman (gehuwd met Henrikjen Bramer)en Arent Henr. Schuurman (huwelijk onbekend). Het land is gelegen tussen het land van Jan Cruijs, aan de oostzijde en aan de westzijde het land van Henr. Roelofs Huijsman. Het kost 375 caroli guldens. Het land is bezwaard met een verpondinge van 10 stuijver en een schattinge van twee stuijver en boterpacht aan den Huijse Almelo. De acte wordt met naam ondertekend door "Jan Prinsen , garrijt barckhof en ijan luckas "als verkopers van het land. (NB namen van aangehuwden zijn door Erik Berkhof bijgevoegd aan de hand van eigen en informatie van de website Vriezenveners.nl)
Op 14-2-1771 koopt Egbert Lamberts voor 80 Car. Gulden 2 wand bouwland in het zogenaamde Huismansland van Maria van der Aa, weduwe van Gerrit de Ruiter, haar zoon Jan de Ruiter is haar momber (vertegenwoordiger bij de koop).
(bron acte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

In 1753 wordt Egbert inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen aangeslagen en moet 70 cent betalen en met 35 cent p.p. ligt de aanslag onder het Vriezenveense gemiddelde (dit lag op 39 cent p.p.).
In 1760 bedraagt het hoofdgeld 75 cent voor 3 personen, ook nu een lage aanslag 25 cent p.p. tegenover een dorpsgemiddelde van 39 cent.

Op zondag 19 februari 1747 heeft er een voorval plaats in het café van Egbert Lamberts dat aanleiding wordt voor een gerechterlijk vooronderzoek (inv. nr. 2932 archief Huize Almelo). In aanwezigheid van Egbert Lamberts, Eesse Gerritsen en Lambert Waanders wordt ds. van Eijbergen bedreigd door een buurman van Egbert Lamberts genaamd Rutgert Hendriks (ook wel Klumper genaamd). Ook de gebroeders Hendrik en Jan Evertman worden op de korrel genomen door Rutgert, die hen en de predikant, uitschold voor schelmen (kennelijk een erg scheldwoord voor die tijd). Verder waren nog aanwezig Pieter Harwig en Albert Jonker. Ook de heer van Almelo schijnt onderwerp van de scheldpartij geweest te zijn. Hoewel in de stukken niet echt over een café wordt gesproken, waarin het voorval plaats had, lijkt het toch vrijwel zeker dat dit voorval zich wel in het café heeft afgespeeld gezien het grote aantal mensen dat aanwezig was. Het lijkt erop dat de ruzie als achtergrond een beroepingskwestie van de predikant had. De Heer van Almelo had daarbij ook een grote vinger in de pap en de Evertmannetjes komen juist in deze periode in de boeken als kerkmeesters voor, dus hadden vermoedelijk ook hun aandeel in het beroepen van een nieuwe predikant. Rutgert Hendriks ging zelfs zover dat hij de predikant van Eijbergen met een mes bedreigde. Het idee dat de ruzie om een beroepingskwestie lijkt te zijn gegaan wordt gestaafd door de feiten. De laatste predikant Johannes de Man was in 1746 overleden en de nieuwe predikant Gerhardus Brouwer werd pas op 14-5-1747 bevestigd. het gegeven dat men op zondag in de kroeg zat is minder vreemd dan lijkt. De zondagsrust, blijkt uit diverse akten, werd in de 18e eeuw niet zo nageleefd als in later tijd. Het was heel gewoon in de 18e eeuw om op zondag in de kroeg te zitten, zelfs de predikant en de kerkmeesters waren daarbij kennelijk aanwezig.
Notitie bij Eefse Gerritsen: winkelierse

Eesse Gerritsen , weduwe van wijlen Egbert Lamberts, verdeelt de goederen bij wijsse van een Lieffelijkke verdeijlinge en maeg Scheijdinge op 15-4-1776 als
boedelhoudster en wettige voogdesse van haar abcente kinderen die meerderjarig zijn, geassisteert met Claas Jansen (NB broer van de eerste echtgenote van Egbert Lamberts Spijker) als haaren verkoozen mombaer. Haar dochter Eva Egberts, welke in deesen geassisteert is met haeren broeder Mannus Egberts, als haeren mombaer, alle des boedels goederen, zowel mobile als immobile, 1 huijs staende aan deesen Nieuwen Kerkweg met den goorden daar agter gelegen, soo veenen dien omgraeven leijd in de Landerijen van het Sogenaemde Hospesland, een goorden gelegen in het sogenaemde Rutgersland….een ½ dagwark Hooijland gelegen in het Sogenaemde Coert van Oldenland….,onverscheijden met Eesse Jansen…, 2 koeweijden in het Sogenaemde Cort Gerritsland,en 1 goordentien in het selve land….een vierendeel akker woestenland in de weste woesten onverscheijden met Gerrijt Kenkhuijs, 2 wanden bouwland op het sogenaemde Coert van Oldenland, 2 wanden bouwland op het zogenaemde Huijsmansland. Verder krijgt de inboedel van het huis,…beesten, kasten, potten en pannen, bedden en bulster(?),de winkelwaeren met den aankleven van dien.

Zoon Mannus Egberts en vrouw Jennigjen Jansen kopen op 14-7-1783 huis, inclusief meubelen en landerijen van Claas Jansen voor 450 caroli guldens.
(bron akte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).


Eesse is waarschijnlijk diverse malen te Amsterdam geweest, zij is als Elsie Gersen samen met haar man (?) Egbert Spijker op 3-5-1772 getuige zijn bij de doop van kleinkind Egbertus (zoon van Berent) in de Amsterdamse Noorderkerk. Op 25-2-1781 is ze als Elsie Spijker samen met Egbert Spijker getuige bij de doop van kleinkind Egberdina Spijker (dochter van Lambert Spijker) in de Amsterdamse Eilandkerk. Wie deze Egbert is, en of deze identiek is aan de getuige uit 1772 blijft onduidelijk, haar echtgenoot is nl. al eerder volgens de boedelscheidingsakte uit 1776 overleden, ze heet dan nl. de weduwe van Egbert Lamberts.
Notitie bij Berent Egberts: Berent heet in Amsterdam gewoon Barend. Hij woonde volgens de begravenisregistratie evnals broer, Lambert aan de Vinkenstraat, achter de Brouwersgracht. Mogelijk was Berent evenals broer Barent timmerman van beroep.
Notitie bij het overlijden van Berent Egberts: Barent is begraven op het Karthuizer Kerkhof in de Amsterdamse Jordaan.
Notitie bij het huwelijk van Petronella en Berent Egberts: haar moeder wordt genoemd nbij de huwelijksakte en heet Maria Kruijsheer welke woonachtig is op de Oude Wetering.
Notitie bij Gardina: Gardina en Fredrik zijn op 1-1-1786 op familiebezoek in Amsterdam, ze zijn dan getuigen bij de doop van neefje Barend Spijker (zoon van broer Lambert Spijker) in de Amsterdamse Eilandskerk.
Notitie bij Lambert: scheepstimmerman en evenals broer Barend woonachtig in de Amsterdamse Vinkenstraat.
Notitie bij het overlijden van Lambert: Lambert is begraven op het Karthuizer Kerkhof in de Amsterdamse Jordaan. Hij is volgens het begraafregister van dit kerkhof evenals broer Barend woonachtig in de Vinkenstraat (achter de Brouwerssingel).
Notitie bij het huwelijk van Rebecca en Lambert: huwelijk vond plaats in de Nieuwe Kerk

84. Jan Bom, ged. Vriezenveen 4 april 1745, † ald. na 1795, tr.
85. Aaltje ten Cate, ged. Vriezenveen 24 nov. 1743, † ald. 10 nov. 1818.

Notitie bij Jan: volkstelling 1795 slagter,
koopt in 1788, na de ene helft van het pand al te bewonen, ook de tweede helft van het pand van de familie Voskamp (oom van Jan Bom, gehuwd met Swenneken Bom), betreft erve Doornbosch, Westeinde 85, huidige nummering,
(Bron: Ken uw dorp etc. blz. 185). Daarmee bewoonde hij weer, evenals grootvader Jan Hermsen Bom, het gehele pand.
Is waarschijnlijk rond 1774 de hoofdbewoner van het pand geworden, in 1773 en de jaren daarvoor staat vader Jan Coerts Bom nog als hoofdbewoner vermeld in het kerspelbelastingregister van Vriezenveen; vanaf 1774 is het gewoon Jan Bom.

22 december 1798 geeft Gerrit Albers de 50e penning aan ivm de aankoop van en hoek bouwgrond, liggend in het zogenaamde Vossesland van Mannes Gerrits voor 46 gulden en nog een grasgaarden voor 34 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

86. E(n)gbert Jansen Schuurman (Dokter), ged. Vriezenveen 6 mei 1711, † ald. na 30 jan. 1792, tr. 1e omstr. 1736 Hendrikjen Jansen Otten, ged. Vriezenveen 22 maart 1705, † ald. na 1748, dr. van Jan en Grietje Jansen Cluppels; tr. 2e Vriezenveen 24 nov. 1765
87. Jenneken Hendriks (Arends), ged. Vriezenveen 15 mei 1735, † ald. na 16 april 1798.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Schuurman, ged. Vriezenveen 5 jan. 1766, † ald. vóór 1768.48
b. Jan Schuurman, ged. Vriezenveen 15 maart 1766, †?.
c. Hendrik Schuerman, ged. Vriezenveen 18 sept. 1768, †? na 1833.
d. Gerretdina Schuurman, ged. Vriezenveen 16 sept. 1770, † ald. 1804,11 tr. Vriezenveen 2 nov. 1794 Klaas Waanders (Simen), ged. Vriezenveen, † ald. 7 okt. 1807, zn. van Warner Berends (Simen) en Anneken Claassen Bramer (zie 903,d).
e. Gesina Schuurman, ged. Vriezenveen 26 april 1772, † ald. 30 nov. 1845, tr. 1e Otto Roelofs, † Vriezenveen, zn. van Jan en Aaltjen Wolters (zie 355,e); tr. 2e Vriezenveen omstr. 1795 Roelof Jansen, † Vriezenveen.
f. Johanna, zie 43.

Notitie bij E(n)gbert Jansen: Diaken 1759-1762
1e ca. 1736 x Hendrikjen Jansen Otten d.v. Jan Otten en Grietje
Jansen Cluppels (info Vriezenveners.nl).

Vanwege het feit dat hij met de naam Dokter wordt aangeduid in het verpondingsregister van 1750 is het waarschijnlijk dat Egbert het doktersberoep heeft uitgeoefend. Dat zal hij gedaan hebben naast zijn boerenbedrijf.

Volgens het boterpachtregister van ca. 1735 bezit hij 2 akkers land en een akker "woestenland"; wordt hiervoor belast met 12 pond boter door Huize Almelo. Heeft z´n landerijen aan het Westeinde om en nabij Westeinde 380. Mogelijk was deze Egbert ook eigenaar van het land de Toeterije.
Heeft de landerijen van z´n vader Jan Roelofs Schuurman overgenomen. Wordt nog in het dienstbodenregister over 1790 genoemd, wordt dan aangeslagen voor 10 stuivers. In het hoofdgeldkohier van 1753 ligt de aanslag op 0,85 voor 2 personen en dat is iets meer dan gemiddeld (0,39)
In het hoofdgeldregister van 1760 wordt hij voor 4 personen aangeslagen en moet hij 1,50 betalen. Dit is 0,375 p.p. en dat was het gemiddelde voor het Westeinde (nl. 0,37) het dorpsgemiddlede lag iets hoger nl. op 0,39.
In het hoofdgeldregister over 1779 wordt hij aangeslagen voor 3 personen, (4 gulden en 10 stuivers).
In het register van de 1.000e penning van 1734 en 1739 wordt het vermogen van Egbert geschat op 600 gulden.
In het register van de 1.000e penning van 1751 wordt het vermogen van Egbert geschat op een aanzienlijke 900 gulden, waarvan 100 gulden voor meewerkend personeel. In 1758 is dit geslonken tot 538 gulden.
Als we de gegevens van de boterpachtregisters, de volkstelling van 1795 en het dienstbodengeld van 1790 naast elkaar leggen dan blijkt dat het erf in handen is gekomen van schoonzoon Klaas Waanders, gehuwd met Gerritdina Schuurman.

Op 20-11-1779 wordt Egbert genoemd in een verkooptransactie als één van de verkopers. Dan koopt Eva Egberts van de erfgenamen van Hendrick Arentsen [Schuurman, toevoeging Schuurman door mij] een akker turfland op de Superplus "verscheijden met Albert Prinsen" voor 152 guldens. De erfgenamen zijn: Gerhardus Harwig namens Janna Berkhof, Jannes Braemer en huisvrouw, Henderikjen Berkhof, Hendrik Coster voor zich zelf en namens Henderik Berkhof, Berent Jansen Coster en huisvrouw, Janna Jansen en Derk Arents Smit en vrouw, Egbert Schuurman en vrouw (Jenneken Hendriks), Engbert Egberts en tenslotte Henrik Smelt en huisvrouw.
Notitie bij het overlijden van E(n)gbert Jansen: wordt nog genoemd in het testament van zijn zoon Jan Otten Schuurman testament 30-1-1792 bij notaris Willem gerard van Es te Utrecht. Als zijn zoon op 16-4-1798 dit testament herroept met een nieuw testament bij notaris Jan Klemme te Utrecht blijkt dat Egbert Schuurman is overleden, er wordt dan gesproeken over de weduwe Egbert Schuurman..
Notitie bij Jenneken: Rond deze Jenneken Hendriks is een waas van geheimzinnigheid.
Bij haar huwelijk wordt ze genoemd de dochter van Hendrik Arends,
welke dan nog leeft, anders zou ze wel de nagelaten dochter zijn genoemd. Bij alle dopen van haar kinderen wordt haar naam om één of andere reden niet genoemd! De ruimte waar de naam van de moeder staat wordt gewoon opengelaten, dit is het geval bij de dopen van Hendrik (1766), Hendrik (1767), Hendrik (1768) , Gerritdina (1768), Gesina (1772) en Johanna (1775). Bij de doop van Gerritdina (1768) staat aanvankelijk N.N. (= nomen nescio: betekent naam niet bekend), later is dit verbeterd door toe te voegen Jennegien Arends,
Gezien het gegeven dat de naam van de moeder wordt verzwegen in de doopregisters betekent dat hier iets aan de hand was, iets wat de Vriezenveense dorpsgemeenschap niet accepteerde.
Ook bij het overlijden van dochter Gesina Schuurman in 1845 staat vermeld dat moeders naam onbekend is. Bij het overlijden van dochterJohanna in 1857 wordt de naam van de moeder (Jenneken Hendriks) wel vermeld.
Waarom deze geheimzinnigheid, is ze katholiek of onkerkelijk en daarom afwezig bij de doop? In dergelijke gevallen kwam het vaker voor dat de vader alleen bij de doop aanwezig was. Mogelijk was het een schande dat ze veel jonger was dan haar man. Dit is waarschijnlijk de meest plausibele verklaring. In elk geval was het huwelijk een moetje, mogelijk was ze de jonge huishoudster van de weduwnaar Egbert Schuurman. Het echtpaar huwde eind november 1765 en het eerste kind Hendrik werd al op 5 januari 1766 ten doop gehouden!
Vrijwel zeker is Jenneken de dochter van Hendrik Arends Hupsen en Grietje Schothorst, waar een dochter Jenne wordt genoemd boven de 10 jaar bij de volkstelling van 1748. In dat geval zou ze toch hervormd gedoopt zijn op 15-5-1735, dan is ze genaamd Jennigjen. De dopen van de andere broers en zusters van Jenneken (dochter van Hendrik Arents Hupsen), vijf in getal zijn ook normaal traceerbaar in het hervormde doopboek.

De suggestie die wijlen dr. Jonker in zijn genealogische verzamelde aantekeningen doet als zou Jenneken mogelijk de dochter zijn van Hendrik Arends gehuwd met Geertruijt Kruijs is definitief ontzenuwd door gegevens die blijken uit de afwikkeling van de nalatenschap van Jenneken Harwig na haar overlijden te Almelo op 28-12-1839. Zij was eerder weduwe van Hendrik Arentsen, welke laatste een zoon was van Hendrik Arends gehuwd met Geertruijt Kruijs. Als Jenneken Hendriks (gehuwd met Egbert Schuurman) een zuster geweest was van Hendrik Arends (gehuwd met Jenneken Harwig), dan hadden haar kinderen, die de naam Schuurman dragen in deze boedelscheiding met name als erfgenaam genoemd moeten zijn en dat is niet het geval. Talloze erfgenamen worden genoemd van dit kinderloze echtpaar, en daar zijn dus geen Schuurmannetjes bij. (bron notarieel archief Almelo, notaris van Riemsdijk inv. nr. 2738).
Notitie bij het overlijden van Jenneken: wordt nog genoemd in het testament van haar stiefzoon Jan Otten Schuurman (testament 16-4-1798 bij notaris Jan Klemme te Utrecht.
Notitie bij het huwelijk van E(n)gbert Jansen en Jenneken: Jenneken Hendriks is bij haar huwelijk de dochter van Hendrik Arends, die dan dus nog moet leven.
Notitie bij Hendrik: nog genoemd in het boterpachtregister van 1833, heeft een stuk land aan het Westeinde samen met J. Kruis. (waarschijnlijk identiek aan Johannes Kruijs).
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Gerretdina: de huwelijksregistratie luiddde als volgt: "Klaas Waanders Simen NZ van Waander Baerents Simen en Anneken Klaassen en Gerritdina Schuurman N.D. van Egbert Schuurman en Jenneken Hendriks"
Notitie bij het overlijden van Gesina: volgens overlijdensregistratie genaamd Gezina Schuurman (met een z), moeders naam onbekend.

88. Jan Otten Holland, ged. Vriezenveen 3 april 1763, † ald. 2 mei 1839, tr. Vriezenveen 9 april 1786
89. Aaltjen Alberts Scheper, ged. Vriezenveen 12 dec. 1762, † ald. 29 dec. 1829.
Uit dit huwelijk:
a. Sina Holland, ged. Vriezenveen 4 juni 1786, † Ambt Almelo 20 nov. 1862, tr. Almelo 6 mei 1820 Jan Kamp, geb. Ambt Almelo 1793,49 † ald. 16 maart 1835, zn. van Hendrik en Willemina Harmsen.
b. Jan, zie 44.
c. Hanna Holland, geb. Vriezenveen 28 juni 1793, † ald. 6 juli 1850,11 tr. Vriezenveen 181711 Jannes Meulenbeld, geb. Almelo omstr. 1797, † Vriezenveen 3 maart 1854, zn. van Gerrit Jan en Janna Meulenbeld.
d. Alberdina Holland, geb. Vriezenveen 3 nov. 1796, † ald. 1 dec. 1872,2 tr. Vriezenveen 15 juli 1820 Jan Fredrik Meijer, ged. Amsterdam 2 okt. 1793, † Vriezenveen 10 juni 1874, zn. van Fredrik Christiaan en Geertruij Elders.
e. Fina Holland, geb. Vriezenveen 29 sept. 1799, † Stad Almelo 23 juli 1877, tr. Vriezenveen 5 jan. 18322 Jannes Evers, geb. Wierden omstr. 1808, † Stad Almelo 13 april 1892, zn. van Jan en Maria de Wilde.
f. Jenneken Holland, geb. Vriezenveen 23 jan. 1803, † ald. 8 juni 1867,2 tr. Vriezenveen 28 nov. 1835 Gerrit Antoni de Weert, geb. Deventer omstr. 1810, † Vriezenveen 1866,11 zn. van Hendrik Jan en Maria Catrina Fridge.
g. Johannes Holland, geb. Vriezenveen 15 febr. 1806, †?.

Notitie bij Jan Otten: In 1795 wordt hij als gezinshoofd van 5 personen genoemd en als beroep staat hij geregistreerd als daghuurder (landarbeider) In 1839 bij zijn overlijden wordt als zijn beroep landbouwer vermeld. Dit zal ook wel een juistere omschrijving zijn, want bin 1801 bij de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de NH kerk staat bij hem een bijdrage vermeld van 10 gulden en ook staat erbij vermeld dat hij een knecht heeft, genaamd Fredericus Grobben, die 5 gulden bijdraagt. Bewoonde een woning aan het Oosteinde 215 (huidige nummering). Volgens het kadaster van 1832 bezat Jan Otten daar 2 woningen, één aan de noordzijde en één aan de zuidzijde van de straat.

18-6-1840 vindt de boedelscheiding plaats vande nalatenschap van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts Scheper. Erfgenamen zijn de kinderen: Jan Holland, landbouwer, Hanna Holland gehuwd met Jannes Meulenbeld, landbouwer, Sina Holland, Alberdina Holland, Fina Holland, Jenneken Holland en Johannes Holland. Het betreft een verdeling van tientallen percelen grond en het huis ter waarde van ruim 1600 gulden. Huis en erf gaan naar Jan Holland (bron: notarieel archieven Overijssel inv. nr. 36)

28-2-1791 Verklaren Jan Otten Holland en Aaltjen Albers schuldig te zijn aan "haar oom" , te weten Jan Roelofs en Aaltje Wolters Coster 100 gulden.(RA Zwolle)
(NB mogelijk betekent "haar oom" hun oom en dus niet per definitie de oom van Aaltje; er is nl wel een link te leggen via de Moeder van Jan Otten naar de familie Coster)

12-11-1794 kopen Jan Otten Holland en Aaltje Alberts 1 akker land met het halve huis voor 850 gulden van Albert Harms [en Hendrika Fayer]; bron: register van de 50e penning Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668.
25-04-1796 koopt Jan Otten Holland van Mannes Costers en Jannes Jacobs 4 dagwerk turfland gelegen in de Oosterhoeve voor 165 gulden; bron: register van de 50e penning Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668.
Notitie bij het huwelijk van Jan Otten en Aaltjen Alberts: gezien de doop van het eerste kind in juni 1786 moet het huwelijk een "moetje" zijn geweest.
Notitie bij de geboorte van Sina: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts. Sina zal vernoemd zijn naar haar grootmoeder van moeders zijde Stientje Coes.
Notitie bij het overlijden van Sina: overleden in de Zoetensteeg op de leeftijd van 77 jaar volgens de overlijdensakte. Het huwelijk lijkt kinderloos geweest te zijn.
Notitie bij het huwelijk van Jan en Sina: Jan Kamp is bij zijn huwelijk 27 1/2 jaar oud, timmermansknecht en sedert meer dan 2 jaar in de stad Almelo woonachtig. Sina is bij haar huwelijk, 33 1/2 jaar oud en dienstbaar van beroep, dat wil zeggen dienstbode, en sedert meer dan 9 jaar in de stad Almelo woonachtig.
Notitie bij het overlijden van Hanna: volgens de overlijdensregistratie is ze de dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Jansen.
Notitie bij Alberdina: een aantal kinderen van Jan Fredrik en Alberdina zijn in de handel op Sint Petersburg actief, zoals zoon Johannes Otto Meijer en zoon Fredrik Meijer. Zoon Johannes Otto was ook nog burgemeester van Vriezenveen (bron: André Idzinga Vriezenveners.nl
Notitie bij de geboorte van Alberdina: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltien Alberts.
Notitie bij het overlijden van Fina: is overleden in het huis staande in wijk 2 nr. 153 te Stad Almelo
Notitie bij Jenneken: naaister bij huwelijk (1835).
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts.
Notitie bij de geboorte van Johannes: gedoopt als zoon van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts

90. Engbert Berends Engberts (ook wel Baerends), ged. Vriezenveen 10 sept. 1758, † ald. 28 jan. 1829, tr. 2e Vriezenveen (kerkelijk 14 sept.) 1794 Hendrikjen Berends Pley, geb. Vriezenveen omstr. 1753, † ald. 9 dec. 1821, dr. van Berend Hendriks Pleij en Frerijkje (Fredrika) Broertjen; tr. 1e Vriezenveen 3 nov. 1781
91. Johanna Jansen, ged. Vriezenveen 17 dec. 1752, † omstr. 1793.50
Uit dit huwelijk:
a. Jan Engbers, ged. Vriezenveen 4 aug. 1782, †?.
b. Berend Engberts, geb. Vriezenveen 7 dec. 1784, † ald. 21 mei 1837.
c. Gerrit Engbers, ged. Vriezenveen 9 juli 1786, † ald. vóór 1791.
d. Gerritdina, zie 45.
e. Gerrit Engbers, ged. Vriezenveen 20 maart 1791, † ald. 26 april 1867,2 tr. Vriezenveen 16 juni 1827 Berendina Boeschen, geb. omstr. 1801, † Vriezenveen 28 sept. 1852,2 dr. van Mannes en Adolfina Koerssen.

Notitie bij Engbert Berends: kerkmeester (1804) archief armenzorg Museum Vriezenveen.
1829 in de overlijdensakte staat vermeld "aan het Oosteinde 94 zelf", landbouwer en koopman, in 1795 bij de volkstelling staat als beroep boer vermeld. Mogelijk is hij evenals zoon Berend actief geweest in Sint Petersburg.
Behoorde tot de notabelen van het dorp, kon zich in elk geval in 1822 en 1825 een plaats veroorloven in één van de 11 huurbanken in de kerk, die door inschrijving jaarlijks werden verhuurd. Zo hadden de volgende personen in die jaren o.a. een eigen bank: Gerrit Engels, Egbert Smelt, Gerhardus Kruys, Berend de Vries, Derk de Lange.
Trouwt door zijn huwelijk met Janna Jansen in op het Èèmsgoed (Oosteinde 193 huidige nummering). Vanaf de naamsaanneming onder Napoleon noemt hij zich Engbert B. Engberts. Kinderen van Engbert zitten allemaal in de handel. In 1812 (bij de naamsaanneming) woont 1 zoon Jan in Emden en een andere Berend in Sint Petersburg).

In 1800 koopt Engbert Oosteinde 85 (huidige nummering) van de schoonzoon van Hermannus Smelt voor 2350 gulden (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 77) een boerenerf; ook de vader van Engbert moet ongeveer op dit stuk van Vriezenveen hebben gewoond, gezien de volkstellingsgegevens van 1748.

Uit de intekenlijst van de verbouwing van de hervormde kerk schrijft Engbert zich met een bijdrage van 15 gulden in. Ook blijkt uit dit register dat Engbert er een "meid" op na houdt, ze heet Gesina Alberts en draagt 1 gulden bij aan de verbouwing van de kerk.

Zoon Gerrit bewoont later het ouderlijke erf. De woning had in 1832 volgens het kadaster een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden en dat was zo´n beetje gemiddeld voor Vriezenveen.

Dat deze familie toch wel veel geld gehad moet hebben blijkt uit kadastrale informatie en aantekeningen van de lokale historicus Herman Jansen die schrijft dat dochter Fina Engberts uit het tweede huwelijk met Hendrikje Pley het sjieke pand bewoonde (nu genummerd Westeinde 1 en 3) en dat ze ongehuwd en erg rijk was, later woonde haar neef Johannes Holland (1819-1864) die eerst koopman was in Rusland en later gemeenteontvanger te Vriezenveen, bij haar in. (Zie blz. 50 Ken uw dorp en heb het lief). Johannes Holland was een zoon van dochter Gerritdina Engberts, gehuwd met Jan Holland.

Fina Engberts (overleden in 1877) heeft dit pand volgens kadastrale informatie mogelijk bewoond met haar broer Berend Engberts koopman te Sint Petersburg (geboren 1784 en overleden in 1837), die in 1832 formeel eigenaar van de woning was die in belastingklasse 1 viel (dat wil zeggen met een gemiddelde huurwaarde van 90 gulden en daarmee de duurst ingeschaalde woning van het dorp). Berend was tot ca. 1820 actief in de firma Jansen, Joost & Co te Sint Petersburg (bron: D.G. Harmsen, Vriezenveners in Rusland). Later in 1876 is volgens het kadaster een zoon van broer Gerrit Engberts (overleden in 1867) eigenaar van deze woning.

Aangezien dus zowel dochter Fina als zoon Berend de woning bewoonden kan de vraag gesteld worden of ook Engbert Berends Engberts het pand misschien heeft bewoond, echter bij het overlijden in 1829 staat in het overlijdensregister vermeld dat hij woonde aan het Oosteinde 94, mogelijk is hij wel de eigenaar van de woning geweest.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Engbert Berendz en Johanna Janzen.
Notitie bij Berend: koopman te Sint Petersburg, werkzaam geweest bij Jansen, Joost & Co (bron: lijst dr. Jonker van Ruslandvaarders Museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als zoon van Engbert Berends en Johanna Janzen.
Notitie bij Gerrit: landbouwer bij zijn huwelijk in 1827 en zijn overlijden in 1867.
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als zoon van Engbert Baerends en Johanna Jansen.

92. Jelke Pieters van Eyck, ged. Oosterwolde (Frl.) 16 maart 1764, † Roordahuizum (Frl.) (Idaarderadeel) 9 sept. 1842, tr. Marssum (Frl.) 6 juni 1790
93. Rigtje Pieters Spanjer, geb. Marssum (Frl.) 9 aug. 1768, † Roordahuizum (Frl.) 19 maart 1850.
Uit dit huwelijk:
a. Pieter Jelkes, zie 46.
b. Gerrit Jelkes van Eijck, geb. Marssum (Frl.) 9 sept. 1791, † gemeente Tietjerksteradeel 23 april 1836,51 tr. gemeente Tietjerksteradeel 28 mei 1829 Rinskje Johannes van der Meer, geb. Oostermeer (Tietjerksteradeel) omstr. 1800, † gemeente Tietjerksteradeel 27 jan. 1847,51 dr. van Johannes Egberts en Grietje Pieters Algra.
c. Wieger Jelkes van Eyck, geb. Stavoren 22 jan. 1795,52 † Lemsterland 7 febr. 1841,2 tr. Sneek 4 aug. 1815 Janna Aukes van der Werff, geb. Sneek 5 febr. 1795, † Lemsterland 18 juli 1850,2 dr. van Auke Aukes en Antje Reinders Jellema.
d. Jentje Jelkes van Eyck, geb. Hemelum (Hemelumer Oldeferd) 10 dec. 1796,53 ged. Hemelum, Mirns en Bakhuizen 25 dec. 1796,53 † Idaarderadeel 10 april 1850, tr. Baarderadeel 8 mei 1848 Ynske Penninga, †?.
e. Attje Jelkes van Eyck, geb. Jorwerd 3 nov. 1798, † gemeente Hennarderadeel 17 april 1882, tr. 1e gemeente Baarderadeel 5 juni 1822 Folkert Joukes Kuperus, geb. Jorwerd 13 juli 1799, † ald. 20 aug. 1822,54 zn. van Jouke Petrus Cuperus en Hiske Lieuwes Faber; tr. 2e Baarderadeel 17 mei 1828 Rinse Meinderts Kreger, geb. Rauwerd 8 jan. 1804, † gemeente Baarderadeel 30 april 1885, zn. van Meindert en Jouke Hanses.

Notitie bij Jelke Pieters: gezworen klerk van Baarderadeel te Jorwerd (1800, bron: Leeuwarder Courant 01-01-1800 en 22-08-1801); deurwaarder bij het Vredegericht(=kantongerecht te Rauwerd) in 1815 nog in functie tijdens het huwelijk van zoon Wieger.
tijdens het huwelijk van hun zoon Pieter Jelkes van Eyck (1825 ) wonen Jelke en vrouw te Jorwerd, Jelke is dan zonder beroep. In 1828 (tijdens huwelijk van dochter Attje) woont Jelke met zijn vrouw in Oosterwierum. Jelke wordt dan betiteld als oud-deurwaarder bij het Vredegeregt.
Jelke is waarschijnlijk met z´n moeder van Oosterwolde, via Drachten in 1789 in Marssum beland.
In 1811 neemt de familie te Jorwerd officieel de naam van Eyck aan, het gezin staat als volgt geregistreerd:
Familienamen 1811
Eyck, Jelke van, Jorwerd 60
k. Pieter 22, Gerryt 20, Wijger 18, Jentje 16, Attje 14
Mairie Jorwerd, fol. 15v
In 1798 doen Jelke van Eyck en Rixtje Pytters in Jorwerd geloofsbelijdenis. Het gezin verhuist met de 2 jongste kinderen Attje en Jentje op 30-10-1826 met kerkelijke attestatie naar Oosterwierum. Hiervandaan vertrekken ze, -en dan zonder kinderen- op 20-11-1835 met kerkelijke attestatie naar Roordahuizum.
Volgens de huwelijksake van zoon Wieger zou deze geboren zijn in Stavoren. Dit betekent dat het gezin van Jelke rond die tijd in Stavoren moet hebben gewoond.

Jelke ondertekent de huwelijksakte van dochter Attje in 1822 met de naam "van Eijck".

1819 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067001 repertoire nr. 84 d.d. 26 mei 1819
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een huizinge te Jorwerd, koopsom
fl. 1950
- Jelke van Eick te Jorwerd, gehuwd met Richtje Pieters
Spanjer als verkoper
- Antje Doekles Sjonstra te Jorwerd, weduwe van Tjomme
Yntes Kingma als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1815 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079009 repertoire nr. 72 d.d. 18 maart 1815
Extract, akte niet aanwezig
- Jelger van Eyck te Jorwerd
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1817 Heeg, notaris W. Steenbeek
Inv. nr. 054006 repertoire nr. 119 d.d. 9 september 1817
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 700
- Jelke van Eyck, deurwaarder te Jorwerd als schuldenaar
- Sipke Annes Feykes, boer te Jorwerd als schuldeiser
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1818 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079010 repertoire nr. 29 d.d. 2 maart 1818
Obligatie
- Jelte van Eyck, deurwaarde te Jorwerd; kapitaal fl. 300
- Atje Gerrits te Marssum, weduwe van Pieter Dirks als
borg; kapitaal fl. 300
- Pieter Dirks, in leven gehuwd met Atje Gerrits;
borgstelling door zijn weduwe
- Daniel van Engelen, secretaris te Sneek; kapitaal fl. 300
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)
Notitie bij het overlijden van Jelke Pieters: Bij het overlijden van Jelke verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende annonce:

Heden overleed na een langdurig lijden, tot diepe droefheid van mij en mijne Kinderen , mijn geliefde Echtgenoot JELKE van EIJCK. In den ouderdom van 76 jaren en 6 maanden, na eene Echtverbindtenis van ruim 52 jaren.
Men gelieve deze als bijzondere kennisgeving aan te nemen.
Roordahuizum, R.P. SPANJER,
Den 9 september 1842 wed. J. van Eijck.
Notitie bij Rigtje Pieters: 1846 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078048 repertoire nr. 116 d.d. 30 april 1846
Testament
- Richtje Pieters Spanjer te Roordahuizum, weduwe van Jelke
Pieters van Eyck

(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij het overlijden van Rigtje Pieters: Bij het overlijden van Jelke verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende annonce:

Heden morgen omstreeks half vijf ure, overleed, tot onze bittere droefheid, onze geliefde moeder en grootmoeder RIGTJE PIETERS SPANJER, Wed. van J. van Eijck, in den gezegenden ouderdom van 81 jaren en 7 maanden.
Roordahuizum, J.J. van EIJCK.
Den 19 maart 1850 uit aller naam.
Notitie bij Gerrit Jelkes: in 1829 (bron: huwelijksakte) ontvanger der directe Belastingen te Oostermeer, gemeente Tietjerksteradeel. Gerrit ondertekent de huwelijksakte met de naam "van Eijck".

1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoire nr. 151 d.d. 18 december 1827
Inventaris
- Meinte Durks van der Berg te Oosterlittens
- Hendrik Durks Dijkstra te Nijeholtwolde
- Sake Jans de Jong te Oosterlittens
- Petrus Joukes Kuperus te Jorwerd
- Lieuwe Joukes Kuperus te Bozum
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum
- Petrus Folkerts Kuperus te Bozum
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoirenrs. 149 en 155 d.d. 17 december
1827
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van een huizinge met erf te Jorwerd,
koopsom fl. 140
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum als verkoper
- Minke Jans Visser te Oosterlittens, weduwe van Marten
Lieuwes Faber als verkoper
- Sipke Annes Feykens te Mantgum als verkoper
- Willem Jans Visser te Jorwerd als verkoper
- Heerke Sipkes Feykens te Jorwerd als verkoper
- Jacob Reinders Ferwerda te Mantgum als verkoper
- Wiebe Oeges Bernarda te Jorwerd als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1832 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078021 repertoire nr. 340 d.d. 2 november 1832
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 1.750
- Gerrit van Eyck, ontvanger der belastingen te Oostermeer
als schuldenaar
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als schuldeiser;
griffier te Lemmer
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij Wieger Jelkes: schrijver te Sneek tijdens z´n huwelijk. (1827-1839) grifier bij het vredegerecht (= kantongerecht) te Balk.
griffier kantongerecht te Lemmer (1840) bron: huwelijk dochter Richtje 1840.
Wieger komt heel erg vaak in de notariële archieven voor met name als geldschieter, een greep uit de aktes volgt hieronder (deze is verre van volledig, maar geeft wel een beeld van de grote rijkdom van het gezin van Wieger)

1819 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067001 repertoire nr. 108 d.d. 28 augustus 1819
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een gedeelte van een veerschip
varende van Marssum op Leeuwarden, koopsom fl. 550
- Atje Gerrits van der Wal te Marssum, weduwe van Pieter
Durks als verkoper (grootmoeder van Wieger)
- Wieger van Eyck, commies griffier te Sneek, gehuwd met
Janna van der Werf als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1822 Heeg, notaris W. Steenbeek
Inv. nr. 054008 repertoire nr. 76 d.d. 13 augustus 1822
Cessie
- Wieger van Eyck als erfgenaam
- Cornelis Wigles Visser, koopman te Heeg
- Marij Jans als erflater; en anderen; in leven rentenier
te Langweer
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl




1828 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007004 repertoire nr. 84 d.d. 29 juli 1828
Schuldbekentenis
Betreft een kapitaal van fl. 1000
- Wieger van Eyck, griffier bij het vredegere te Balk als
crediteur
- Bate Thees Aukema, boer te Wijckel als debiteur
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)



1829 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007005 repertoire nr. 119 d.d. 16 november 1829
Koopakte
Betreft de verkoop van zathe en landen te Follega, koopsom
fl. 3000
- Wieger van Eyck, griffier te Lemmer als verkoper
- Jelle Meinesz, ontvanger der belastingen te Balk als koper
- Jolle Meinesz, landbouwer te Nijega als koper
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1832 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078021 repertoire nr. 340 d.d. 2 november 1832
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 1.750
- Gerrit van Eyck, ontvanger der belastingen te Oostermeer
als schuldenaar
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als schuldeiser;
griffier te Lemmer
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


1839 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007009 repertoire nr. 33 d.d. 30 april 1839
Koopakte
Betreft de verkoop van zathe en landen te Harich, koopsom
fl. 8200
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als verkoper
- Eelke Eelkes Postma, huisman te Wijckel als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1840 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007010 repertoire nr. 52 d.d. 9 juli 1840
Verkoping
Betreft de verkoop van roerende goederen, opbrengst fl. 411
- Wieger van Eyck te Lemmer als verkoper
- Jan Stoffels Stoffelsma als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij Jentje Jelkes: deurwaarder te Leeuwarden en Oosterwierum (1834), te Roordahuizum (1845).

1823 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067004 repertoire nr. 73 d.d. 12 juli 1823
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een gedeelte van een bouwland te
Weidum, koopsom fl. 586
- Jentje Jelkes van Eyck te Jorwerd als verkoper
- Willem Kornelis Bonnema te Weidum als verkoper
- Marten Luitzens Kingma te Weidum als koper
- Ymke Luitzens Kingma te Weidum als koper
- Vroukjen Luitzens Kingma te Weidum als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1824 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067004 repertoirenrs. 45 en 47 d.d. 28 juni 1824
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van een huizinge te Baard, koopsom
fl. 650
- Jentje Jelkes van Eyck te Jorwerd als verkoper
- Gerrit Piers de Jong te Baard als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

Citaat uit akte:
……ten verzoeke van Jentje Jelkes van Eijck, Deurwaarder bij het Vredesgeregt van het Kanton Rauwerd, wonende te Oosterwierum, als mondeling gelastigde van de gezamenlijke Erfgenamen van wijlen Hiske Lieuwes Faber opgenoemd en daarvoor ??? – geprocedeerd tot de publieke verkooping van huismeubelen, linnen, kleding en lijfdragt, waaronder geen goud of zilver – etc.
(transcriptie van Paul Cuperus, ontvangen via mail 2007).



1828 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067009 repertoire nr. 160 d.d. 7 januari 1828
Boelgoed
Betreft roerende goederen, opbrengst fl. 260
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
- Jentje Jelkes van Eyck te Oosterwierum
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1829 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067010 repertoirenrs. 270 en 281 d.d. 14 januari
1829
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van onroerende goederen te Jorwerd
- Toussaint Gosliga te Jerwerd als verkoper
- Herre Harmens Poelsma te Leeuwarden als verkoper
- Taeke Harmens Poelsma te Huizum als verkoper
Betreft de koop van een huizinge en hovinge en erf te
Jorwerd, koopsom fl. 600
- Bouwe Jetzes Kalma te Jellum als koper
Betreft de koop van een huizinge en hovinge en erf te
Jorwerd, koopsom fl. 600
- Jentje Jetzes van Eyck te Oosterwierum als koper
Betreft de koop van een perceel greidland, koopsom fl. 609
- Jan Aukes Sierdsma te Jorwerd als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1834 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078024 repertoire nr. 50 d.d. 20 februari 1834
Royement, akte is wel aanwezig
- Jan Ruurds Lantema, koopman te Irnsum
- Jentje Jelkes van Eyck, deurwaarder te Leeuwarden als
voogd over de kinderen van Jan Ruurds Lantema
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1834 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078025 repertoire nr. 282 d.d. 27 augustus 1834
Inventaris
- Johannes Everts van Aisma, landbouwer te Beetgum als
voogd over de geinterdiceerde Sybren Sybrens Spanjer te
Marssum, voorheen koelmelker
- Jentje Jelles van Eyck, deurwaarder te Oosterwierum
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1845 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078046 repertoire nr. 88 d.d. 6 mei 1845
Huwelijksvoorwaarden
- Jentje Jelkes van Eyck, deurwaarder te Roordahuizum als
bruidegom
- Ynske Penninga te Jorwerd als bruid
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij Attje Jelkes: naaister.
In 1822 ondertekent Attje de trouwakte als " A.J. van Eyck" en 1828 ondertekent ze de trouwakte met "A.J. van Eick".


1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoire nr. 151 d.d. 18 december 1827
Inventaris
- Meinte Durks van der Berg te Oosterlittens
- Hendrik Durks Dijkstra te Nijeholtwolde
- Sake Jans de Jong te Oosterlittens
- Petrus Joukes Kuperus te Jorwerd
- Lieuwe Joukes Kuperus te Bozum
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum
- Petrus Folkerts Kuperus te Bozum
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


Gerrit Jelkes van Eijck was comparant in de akte als gemachtigde voor de minderjarige dochter Folketje Folkerts Kuperus van zijn zuster Attje Jelkes van Eijck, weduwe van Folkert Joukes Kuperus, zoon van de overledene. Petrus Folkerts Kuperus, genoemd als toeziend voogd, is een neef van Folkert Joukes Kuperus.

Citaat uit de akte:
6e (6e comparant) Gerrit Jelkes van Eijck, ontvanger der Rijks Belastingen, wonende te Oosterwierum, als gevolmagtigde volgens onderhandsche procuratie, in dato de dertiende der tegenwoordigen maand December, geregistreerd door daarop geplaatste quitance dus luidende: “Geregistreerd te Leeuwarden: den veertiende December 1800 zeven en twintig, deel 15, folio 137, ontvangen een gulden een cent voor regt en verhoogingen (getekend ADG van Limburg Stirum) - van Attje Jelkes van Eijck, weduwe van wijlen Folkert Joukes Kuperus, naaister, wonende te Oosterwierum, in kwaliteit als moeder en voogdes van haar minderjarige dochter, Folkertje Folkerts Kuperus, bij wijlen gedachte harer man in echte gewonnnen,- geadsisteerd met Petrus Folkerts Kuperus, timmerman wonende te Bozum, als toeziend voogd van dezelve minderjarige – zijnde de aangehaalde procuratie door de gemagtigde geaccepteerd, duidelijk en echt verklaard, na gedane voorlezing aan de tegenwoordige minute geannoteeerd, nadat daarvan op de procuratie zelve melding gemaakt, en zulks door de comparant gemagtigd, de getuigen en den notaris was getekend-------------------------------------------------------------------------------
(transcriptie van de hand van Paul Cuperus, via mail ontvangen
Notitie bij het huwelijk van Rinse Meinderts en Attje Jelkes: het echtpaar is tijdens het huwelijk woonachtig in Oosterrwierum.

94. Gerrit Hospers, ged. Vriezenveen 19 febr. 1766, † ald. 2 nov. 1809, tr. Vriezenveen 18 mei 1794
95. Janna Eshuis, ged. Wierden 14 nov. 1773, † Vriezenveen 7 juni 1841, tr. 2e Vriezenveen 1812 Klaes Jansen Tutertjen, ged. Vriezenveen 8 juli 1753, † ald. 1817,19 zn. van Jan Harmsen en Aaltje Klaasen Bramer en wedr. van Hendrikje Jansen Onweer.
Uit dit huwelijk:
a. Engbert Hospers, geb. Vriezenveen 7 febr. 1796,42 † ald. 13 nov. 1876, tr. Vriezenveen 18 april 1818 Gesina Nijboer, geb. Vriezenveen 26 april 1793, † ald. 17 jan. 1877, dr. van Roelof Gerrits en Fredrika Lamberts.
b. Maria Hospers, geb. Vriezenveen omstr. 1799, † Hengelo?, tr. Frans Hendrik Kramer, geb. Urlingshausen (Lippe) omstr. 1788, † Hengelo?, zn. van Berend en Louise Krugers.
c. Hendrikus Hospers, geb. Vriezenveen omstr. 1802, † ald. 22 maart 1887, tr. Vriezenveen 28 april 1827 Johanna Hoek, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 8 juli 1871, dr. van Hendrik en Hermina Vrielink.
d. Magdalena, zie 47.

Notitie bij Gerrit: landbouwer, Volkstelling 1795 daghuurder Woonde op het Hössieserf, huidige nummering Oosteinde 214; (Bron: Ken uw dorp etc. blz. 118).

Met de verbouwing van de hervormde kerk in 1801 droeg Gerrit 1 gulden bij. Zijn broer Hendrik (ook wel Hindrik), die kennelijk inwonend is draagt ook 1 gulden bij. Gezien deze relatief kleine bijdragen zal het vermoedelijk geen gezin zijn geweest dat in welstand leefde.
Notitie bij Janna: In het kadastraal register van 1832 staat Janna Eshuis, als de wed. Klaas Tutertjen vermeld, als eigenares van 2 woningen aan het het Oosteinde, het betrof woningen met een gemiddelde huurwaarde van 12 respectievelijk 15 gulden.
Notitie bij Engbert: landbouwer
Notitie bij Hendrikus: landbouwer bij huwelijk.

96. Gerrit Derks Schipper, ged. Vriezenveen 26 dec. 1746, † ald. 18 sept. 1822, tr. Vriezenveen 23 maart 1776
97. Hendrikje Alberts Sandboer, ged. Vriezenveen 17 febr. 1743, † ald. 3 febr. 1821.
Uit dit huwelijk:
a. Gesina Schipper, ged. Vriezenveen 15 febr. 1778, †?.
b. Derk, zie 48.
c. Gerhardus Schipper, ged. Vriezenveen 1782, †?.

Notitie bij Gerrit Derks: landbouwer, bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). Verkreeg het erf door zijn huwelijk met Hendrikje Zandboer. In 1776 wordt er een akte van overdracht getekend door Albert Sandboer voor 2 akkers en de woning aan Gerrit Schipper. Bij de volkstelling van 1795 bestond het gezin uit 4 personen, waaronder de zuster van Hendrikje Sandboer genaamd Geertien, zij doet de aangifte bij de volkstelling van de gezinssamenstelling. Het andere gesinslid zal, naast de ouders Gerrit Schipper en Hendrikje Sandboer, de zoon Derk Schipper zijn geweest.
Op de intekenlijst uit 1801 van bijdragen voor de verbouwing van de "gereformeerde kerk" (=NH-kerk) te Vriezenveen staat Gerrit genoemd met een bijdrage van 25 gulden en "Geertjen Zandboer" gaf 5 gulden, hele bedragen voor die tijd (archief NHkerk Vriezenveen).

06-11-1773 schuldverklaring van Henricus Berentsen en Jenneken Willems Schipper voor de som van 200 gulden á 3 % rente aan Gerrit Derks Schipper (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).

In 1776 regelt schoonvader Albert Santboer de overdracht van huis en twee akkers land aan schoonzoon Gerrit Schipper met het beding dat de andere kinderen, zolang zij ongetrouwd zijn een slaapplaats op het ouderlijk erf blijven houden en ook moet Gerrit hen 700 gulden uit de boedel betalen.

Gerrit en zijn vrouw Hendrikje lenen op 16-5-1790 aan Hendrik Letteboer en Hendrikjen Bramer 70 gulden à 3% rente.
Op 11-8-1800 verstrekt het echtpaar een lening van 1.000 gulden aan Zwier Lammers en Aaltje Steevens tegen 4% rente (bron: familiearchief Schipper).

98. Derk Jaspers Faijer (dezelfde als 72), tr. Vriezenveen 16 sept. 1787
99. Aaltje Jansen Faijer (dezelfde als 73).

100. Berend Berendsen Roelofsen, ged. Vriezenveen 11 mei 1755, † ald. 20 jan. 1837, tr. Vriezenveen 14 juni 1777
101. Jenneken Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 8 sept. 1754, † ald. 5 dec. 1832.

Notitie bij Berend Berendsen: landbouwer. Woonachtig aan het Oosteinde 161 (huidige nummering). Bron: blz. 93 Ken uw dorp en heb het lief. Het erf staat ook bekend onder de bijnaam "de Roulfs".

Op 5 november 1772 maakt Jenneken Egberts, weduwe van Berent Alberts Roelofs, stiefmoeder van Berend Berendsen Roelofsen haar testament. Tot universeel en enig erfgenaam benoemt ze haar stiefzoon Berent Berents Roelofs, zoon van wijlen Berent Alberts Roelofs. Helaas voor Berend wordt dit in 1779 weer ongedaan gemaakt en wordt de broer van zijn stiefmoeder Gerrit Engberts [Entjen] universeel erfgenaam (bron: archief Huize Almelo, inv. nr. 2677 en 2678).

Bij de volkstelling van 1795 heet hij Berend Albers, zijn beroep is boer en de gezinsgroote is 6 personen. In 1801, bij de intekenlijst voor de verbouwing van de plaatselijke kerk heet hij Berent Berents en draagt hij 15 gulden bij, een substantieel bedrag voor die tijd (archief NH-kerk Vriezenveen). In het register van hoofdgeld van 1779 wordt Berend weer bij de achternaam Albers genoemd. In 1812 (naamsaanneming Napoleon) besluit Berend Albers zich voortaan Roelofsen te noemen.
De volgende kinderen worden in de akte van naamsaanneming genoemd:
Kinderen: Berend Albert (33), Jan (29), Roelof (24) en Wicher (19), allen wonend te Vriezenveen.

Kleinkinderen: Gerrit (2, zv. Berend Albert), Johanna (5, dv. Berend Albert) en Berendina (½, dv. Berend Albert), allen wonende te Vriezenveen.
(Bron: André Idzinga; Vriezenveners.nl)

102. Gerrit Bramer, ged. Vriezenveen 17 nov. 1726, † ald. 25 okt. 1811, tr. 1e Vriezenveen 26 okt. 1754 Aeltjen Evertman, ged. Vriezenveen 24 okt. 1728, † ald. vóór 1761, dr. van Hendrik Hendriksen en Aeltjen Geerts; tr. 2e Vriezenveen 17 jan. 1761 Jennegjen ten Cate, ged. Vriezenveen 9 mei 1734, † ald. vóór 1780; tr. 3e Vriezenveen 2 dec. 1780
103. Hendrikje Jonker, ged. Vriezenveen 5 maart 1747, † ald. 16 dec. 1819.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Jan Bramer, ged. Vriezenveen 29 juni 1783,55 † ald. 1813.
b. Johanna Bramer, ged. Vriezenveen 8 jan. 1786, † ald., tr. Vriezenveen omstr. 1810 Gradus Wessels, ged. Vriezenveen 1787, † ald., zn. van Hendrik en Jenneken Roelofs.
c. Hendrika, zie 51.

Notitie bij Gerrit: landbouwer, en mogelijk in 1785 verwalter-schultus (loco-burgemeester) (kan trouwens ook een andere Gerrit Bramer zijn geweest, maar aangezien Gerrit in de plaats trad van Frerik Bramer als verwalter scholtus vanwege diens overlijden, lijkt het voor de hand te liggen dat Gerrit zijn broer hem opvolgde (akte van aanstelling op 27-1-1773). Gerrit moet in de buurt van Oosteinde 193 (Ééms) (huidige nummering) hebben gewoond. Heeft het ouderlijk erf overgenomen. Wordt bij de volkstelling van 1795 genoemd als naaste buur van Engbert Beerens (Ééms) is van beroep boer en het gezin omvat dan 7 personen.
In 1760 met het hoofdgeld wordt het gezin aangeslagen voor 4 personen en moet 1,90 betalen, dat is zo´n 0,47 per persoon. Dit ligt aardig boven het gemiddelde voor Vriezenveen van 0,39 p.p. in dat jaar.
Beschikt volgens het boterpachtkohier van 1763 maar liefst 7 akkers land. In 1801 draagt Gerrit 15 gulden bij voor de verbouwing van de plaatselijke kerk (Archief: NH kerk Vriezenveen).
Gerrit Bramer had net als zijn vader een groot vermogen dat in het kohier van de 1.000e penning uit 1734 geschat wordt op 2475 gulden. Daarmee behoorde hij tot de allerrijksten van het dorp. Gerrit zelf komt in het register van de 1.000e penning van 1758 voor met een geschat vermogen van 2384 guldens.

het echtpaar Bramer-Evertman maakt op 3 maart 1755 een testament. Gerrit legateert aan zijn vader Hendrik zijn legitieme portie. Ditzelfde doet Aaltjen voor haar vader Hendrik Evertman. Kleding komt de naaste vrienden en verwanten toe. De armen komt 50 gulden toe, door de langstlevende uit te keren nahet overlijden van de eerste. Verder is het een langslevende testament (archief: schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).
Notitie bij het overlijden van Gerrit: zoon Hendrik Jan, in 1811 28 jaar en landbouwer en buurman Engbert Berends, landbouwer en 54 jaar doen aangifte van het overlijden van Gerrit.
Notitie bij het overlijden van Hendrikje: overleden Oosteinde 93 (toenmalige nummering)
Notitie bij Hendrik Jan: geeft in 1811 het overlijden van z’n vader aan, is dan landbouwer en 28 jaar en z’n vader is overleden in de woning van Hendrik Jan Bramer.
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jan: gedoopt als zoon van "Gerrit Bramer en Hendrikjen Jonker".
Notitie bij Johanna: In 1808 is ze in het belastingkohier op de qoutisatie genoemd als inwonend bij de predikant van Laar. Ze zal dienstbode bij hem zijn geweest.

104. Jan Jansen op Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn omstr. 1743, † ald. 26 nov. 1815, tr. 1e Hellendoorn 9 juli 1763 Janna Freriks van Twilhaar, geb. Hellendoorn (?) omstr. 1740, † Hellendoorn vóór 1781; tr. 2e Hellendoorn 21 mei 178156 Gerritdina Willemsen Slaats, geb. Wierden omstr. 1750, † Hellendoorn vóór 1789; tr. 3e Hellendoorn 22 maart 1789
105. Hendrikjen (Hendrika) Derksen Poelakker, ged. Hellendoorn 21 maart 1760, † ald. 22 febr. 1801.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 17 jan. 1790,57 †?, tr. 1e Hellendoorn 7 mei 18182 Gerritdina Wemenkamp, † Hellendoorn 1835; tr. 2e Hellendoorn 16 juni 1839 Fenne Jansen van den Berg, † Helledoorn.
b. Jan Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 16 jan. 1791,57 †?.
c. Jan, zie 52.
d. Jan Hendrik Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 28 dec. 1797,57 †?.
e. Hendrik Jan Twilhaar, ged. Hellendoorn 20 april 1800,57 †?.
f. Dine Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 20 april 1800,57 †?.

Notitie bij Jan Jansen: Jan verwierf in 1762 het zogenaamde Kleine Twilhaar, dat later kennelijk Nijen Twilhaar heet. In 1762 is er bij de schout van Hellendoorn door de toenmalige eigenaren van dit boerenerf een "Contract van Alimentatie" opgemaakt. Het waren Jan Egberts van den Kleijnen Twilhaar en zijn echtgenoot Marie Jansen. Jan Egberts was eerder gehuwd geweest met Janna Jansen Twilhaar en zijn huwelijken hadden slechts één zoon opgeleverd (Gerrit Jan gedoopt 17-11-1748), die kennelijk jong is overleden.
Het kontrakt werd aangegaan met Jan Jansen van den Grooten Twilhaar die geassisteerd wordt door zijn vader Jan Gerrits en moeder Jenneken Harmsen. Hier moet toch wel haast een familirelatie tussen beide families liggen, maar hoe dit precies zit heb ik nog niet kunnen ontdekken.
Jan Jansen van den Groote Twilhaar (later Nijen Twilhaar genoemd) neemt de plicht op zich Jan Egberts en Marie Jansen te onderhouden tot hun dood en daarna verplicht hij zich hen "eerlijk te doen begraven". Hij neemt ook alle verplichtingen en schulden van het echtpaar over. Dit levert hem het boerenerf op en de gehele inboedel. De oude lui verkrijgen nog het recht voor eigen onderhoud 4 schapen, 2 ooien en 2 geiten te houden. Vermeld wordt dat Jan niet kan schrijven en ook geen zegel gebruikt. (Bron: Gerechterlijk Archief Hellendoorn).

In het Gerechterlijk archief is een akte te vinden gedateerd 21-3-1789 waarbij een aantal zaken werden geregeld voor de twee onmondige kinderen uit het eerdere huwelijken van Jan met Gerdiene Slaat, het zijn de kinderen Janna en Hendrike. In de akte staat dat verschenen is Jan Jansen Nijen Twilhaar, laatst weduwnaar van wijlen Gerritdina Slaat, nu gehuwd met Hendrikje Derks van´t Bolhoeve! (RA Hellendoorn inv. nr. 18).
Bij zijn overlijden staat vermeld dat hij arbeider is.

Jan is overleden oud 72 jaar arbeider van beroep volgens de overlijdensakte. Genoemd tijdens de volkstelling van 1748 als kind onder de 10 jaar. Zijn doop is niet traceerbaar. Jan verwekt een groot aantal kinderen en huwt diverse malen.
Na het overlijden van zijn 3e vrouw verwekt hij nog een onecht kind bij ene Dine Gerrits arbeidster. De dochter die hier uit voortvloeit heet Hendrika Nijen Twilhaar en wordt op 1-8-1803 in Hellendoorn ten doop gehouden. Het was in successie het 15e kind van Jan Jansen Nijen Twilhaar!
ok volgens de huwelijksregistratie van zoon Gerrit in 1818 te Hellendoorn blijkt dat Jan Jansen Nijen Twilhaar arbeider is, mogelijk had hij er een keuterbedrijfje bij.
Het Twilhaar is overigens naast een erfnaam ook een boeren streeknaam. De streek ligt zuidelijk van Hellendoorn, westelijk van waar nu Nijverdal is gelegen. In het hoofdgeldkohier uit 1723 (bron: Statenarchief Overijssel) staat de Twilhaar onder de buurtschap Noetsele opgenomen. Dit stemt overeen met de overlijdensinformatie van Jan waar ook vermeld staat dat Jan te Noetsele woont.

In de huwelijksakte van dochter Hendrika uit 1827 staat dat haar vader ook wel Jan Jansen wordt genoemd
Notitie bij de geboorte van Jan Jansen: geboortejaar ontleend aan leeftijd in overlijdensakte
Notitie bij het overlijden van Jan Jansen: in de overlijdensakte staat vermeld dat Jan Jansen Nijen Twilhaar te Noetsele woont en 72 jaar oud is geworden, verder wordt er geen info gegeven.
Notitie bij Hendrikjen (Hendrika) Derksen: Hendrika werd ook wel Bolhoeve genoemd. de naam Bolhoeve kan afgeleid worden uit een akte gedateerd 21-3-1789 waarbij een aantal zaken werden geregeld voor de twee onmondige kinderen uit het eerdere huwelijken van Jan met Gerdiene Slaat, het zijn de kinderen Janna en Hendrike. In de akte staat dat verschenen is Jan Jansen Nijen Twilhaar, laatst weduwnaar van wijlen Gerritdina Slaat, nu gehuwd met Hendrikje Derks van´t Bolhoeve! (RA Hellendoorn inv. nr. 18).
Notitie bij het huwelijk van Jan Jansen en Hendrikjen (Hendrika) Derksen: bij het huwelijk staat vermeld dat Hendrikje woont op den Poelakker in Hellendoorn of ze hier meid was of zelf van dit boerenerf afkomstig was is onduidelijk.
Notitie bij Gerrit: bij huwelijk boerenknecht en gewoon Twilhaar genoemd en zoon van Jan Twilhaar en Hendrikje Derksen. Bij zijn 2e huwelijk wordt hij dan weer Nijen Twilhaar genoemd en landbouwer van beroep.

106. Hendricus Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn), ged. Hellendoorn 16 jan. 1752, † ald. 13 nov. 1827, tr. Hellendoorn 5 juni 1796
107. Maria Schuttevaars, ged. Hellendoorn 7 juni 1767, † Hellendoorn (Eelen) 11 maart 1846.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika, zie 53.
b. Berent Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 7 juli 1799, †?.
c. Aeltjen Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 20 jan. 1803, ged. Hellendoorn 23 jan. 1803, †?.
d. Jan Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 14 april 1806, †?.
e. Hendrik Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 30 mei 1808, †?.

Notitie bij Hendricus: landbouwer, evenals zijn vader ook wel Uylenspiegel genoemd naar het boerenerf van die naam waar het echtpaar op woonde. Wordt al in 1797 (bij doop van Hendrika) met de naam Timmerman aangeduid.
Bij zijn overlijden evenwel aangeduid als arbeider.
Notitie bij het overlijden van Hendricus: in de overlijdensakte staat vermeld, arbeider 75 jaar, zoon van wijlen Hendrik Timmerman en Aaltje Hendriks.
Notitie bij Maria: Maria was tijdens haar huwelijk woonachtig te Zwolle.
Notitie bij het overlijden van Maria: bij de overlijdensakte staat vermeld, 79 jaar, zonder beroep weduwe van Hendrikus Hendriksen, dochter van Barend Schuttevaar en Janna Essen, wonend in het buurtschap Eelen, wijk D nummer 51.

108. Gerrit Berendsen Smelt de boer, ged. Vriezenveen 10 juni 1742, † ald. 29 nov. 1809, tr. Vriezenveen 19 okt. 1765
109. Jenneken Jansen Aman, ged. Vriezenveen 5 juni 1740, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Berent Gerrits Smelt, ged. Vriezenveen 31 aug. 1766, † ald. 2 mei 1832, tr. Vriezenveen 19 mei 1792 Jennegjen Jaspers Faijer (zie 145,c).
b. Jan Gerrits, zie 54.

Notitie bij Gerrit Berendsen: turfschipper bewoonde Oosteinde 226 (zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 122). Gerrit Smelt en Wicher Berkhof leidden een opstand van Vriezenveense turfschippers in 1798 (tijd van de Franse revolutie) tegen de tollen die ze op verschillende doorvaarten moesten betalen (Bavesbeek?) aan de heer van Weleveld. Gerrit Smelt en zijn knecht en de zoon van Hoff Berend vernielden de tolslagboom. Gerrit Smelt de Boer wordt veroordeeld tot het betalen van 100 zilveren ducatons "ten profijte van het Bataafse Volk, plus de kosten van het proces" (zie Herman Jansen in Ken uw dorp en heb het lief, blz.168).

Is in 1766 (2 weken of ruim 2 weken voor 31 juli 1766) verdachte in en proces dat ging over de breedte van schuiten die moeilijk onder de brug (bij het Meulenbelt) zouden kunnen varen waarbij met bijlen stukken van de palen van de brug zouden zijn afgehakt om de doorvaart mogelijk te maken. Gerrit eigenaar van een te brede schuit, zou zich met vandalisme hebben ingelaten door afkapping van de brugpeilers. De boten (een 11-tal) waren naar de "woeste veenen" gegaan om hooi en gemaaid gras op te halen. (HAA inv. nr. 3045).
Notitie bij het overlijden van Gerrit Berendsen: op de 29e van de slachtmaand 1809 wordt door zoon Jan Gerritsen Smelt aangegeven het overlijden van zijn vader Gerrit Berendsen Smelt.
Notitie bij Berent Gerrits: landbouwer (bron: overlijdensregistratie). Volkstelling 1795: schipper
Notitie bij de geboorte van Berent Gerrits: gedoopt als zoon van: "Gerrit Berendz Smelt en Jennegjen Jansen".
Notitie bij het huwelijk van Jennegjen Jaspers en Berent Gerrits: trouwregistratie luidt als volgt: "Berent Smelt Z. van Gerrit Smelt en Jenneken Jaspers D. van Jasper Lucas en Johanna Derksen Feijer J.D. geboortig en woonende beide alhier"

110. Jannes Tromp, ged. Vriezenveen 13 sept. 1744, † ald. 2 dec. 1809, tr. 1e Vriezenveen 7 dec. 1765 Swennigjen Harmsen Tromp, geb. _ omstr. 1745, † Vriezenveen vóór 5 april 1777, dr. van Harmen; tr. 2e Vriezenveen 5 maart 1777
111. Janna Frielink, ged. Vriezenveen 26 sept. 1745, † ald. 30 dec. 1823.

Notitie bij Jannes: ook Johannes genoemd (Bij zijn 2e huwelijk in 1777). wever van beroep. Bij zijn eerste huwelijk staat vermeld, onlangs gewoond hebbende te Meppel.
oudste kind van het gezin Egbert Jansen Tromp. Bewoonde een woning in de buurt van de pastorie, vermoedelijk hetzelfde huis dat vader Egbert tijdens de volkstelling van 1748 bewoonde, toen naast de predikant op de overzichtslijst genoemd. Met de volkstelling van 1795 wordt zoon Jannes ook in deze buurt genoemd als gezinshoofd van 6 personen en met als beroep wever.

Jannes Tromp en zijn vader Egbert Tromp hebben een armoedig bestaan gekend. Beiden werden door de diaconie onderhouden. Het gevolg is dat ze hun woning op 12-12-1786 aan de diaconie moeten afstaan, dit ingevolge een Besluit van Ridderschap en Steden (Bron Gemeentearchief Vriezenveen, zwarte boekjes deel XXV, blz.30). De woningen rond de pastorie behoren volgens de kadastrale informatie van 1832 inderdaad de Hervormde kerk toe (dus niet alleen de voormalige woning van de Tromps).


register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668):
-08-12-1794 verkoop van een halve akker woestenland door Jannes Tromp voor 22 gulden aan Albert Harms.

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 5711):
-31-12-1803 aankoop van een halve akker bovenwegsland van de wed. Schol voor 48 gulden.
Notitie bij Janna: Ook Vrielink e.a. variaties. bij haar huwelijk staat nagelaten dochter van Jan Frielink alhier. bij haar huwelijk heet ze Johanna, bij haar doop Janna.
Zij heeft voor haar huwelijk gewerkt in de huishouding van Albert Costers. Dit blijkt uit een document uit het archief van Huize Almelo (inv. nr. 3066), waarin ze als getuige optreedt. Ook blijkt uit dat stuk, opgemaakt in januari 1778 dat ze dan omtrent 33 jaar oud is.
Notitie bij het overlijden van Janna: In de overlijdensakte staat vermeld. zonder beroep, oud 79 jaar, weduwe van Jannes Tromp, wever van beroep, dochter van wijlen Jan Vylink en Mina Hendriks. Overleden aan het Westeinde 217 (toenmalige nummering).

112. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 15 sept. 1771, † ald. 30 jan. 1834, tr. Vriezenveen 23 nov. 1794
113. Frederika Alberts, ged. Vriezenveen 9 dec. 1770, † ald. 19 aug. 1837.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrijka Bramer, geb. Vriezenveen 11 aug. 1796, †?.
b. Hendrik, zie 56.
c. Johanna Gesina Bramer, geb. Vriezenveen 22 juli 1802, †?.
d. Fredrik Bramer, geb. Vriezenveen 25 nov. 1804, †?.
e. Albert Bramer, geb. Ambt Vollenhove 12 sept. 1808, ged. Vriezenveen 18 sept. 1808, † ald. 21 okt. 1858, tr. Gerritdina Tromp, geb. Vriezenveen 26 jan. 1801, † ald. 21 juni 1863,2 dr. van Jan Waanders en Zwennigjen Gerrits.
f. Johannes Bramer, geb. Vriezenveen 4 sept. 1812, † ald. 1814.11

Notitie bij Willem: wever (volkstelling 1795) en landbouwer. Bewoonde later het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188). Bewoonde deze boederij zelf. Deze had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden (zie mijn scriptie). Viel daarmee in belastingklasse 6.
Aanvankelijk had Willem, die volgens de volkstelling van 1795 wever was, een stukje oostelijker op het Westeinde gewoond. In 1808 in het kohier van de personele quotisatie staat hij vermeld op de locatie, waar zijn vader bij de volkstelling van 1795 nog vermeld stond. Het lijkt er op dat zijn vader toen overleden was en hij het vaderlijke erf betrokken heeft. Zijn besteedbaar inkomen is niet erg hoog te noemen. Dit wordt in 1808 lager geschat dan 50 gulden en dat was het inkomen dat ook een boerenarbeider of een dienstbode genoot (bron: quotisatiekohier 1808).
Later zal hij het pand geerfd hebben van zijn ongehuwde tante Trijntje Bramer die het "Gjöttenerf" bewoonde. Hij zal toen qua inkomen een wat betere positie hebben verworven, hoewel ook Trijntje volgens het kohier op de personele quotisatie van 1808 niet echt hoog scoorde wat inkomen betreft. Haar inkomen werd geschat op 50 tot 75 gulden.
Notitie bij het huwelijk van Willem en Frederika: de huwelijksregistratie luidt als volgt: "Willem Bramer Z. van Hendrik Bramer en Anna Hartog J.M. en Frederijka Alberts D. van Albert Gerrits en Hendrikjen Janzen".
Er vindt ook een ondertrouwregistratie te Almelo plaats op 24 oktober 1794:
24 Oct 1794; 10 Nov 1794; met att. naar Vriezenveen; Willem; Bramer; te Vriezenveen; Hendrik; Bramer; Johanna; Hartog; Frederika Alberts; geb Vriezenveen, won Almelo; Albert Gerrits; ; Hendrikjen Janssen; bron: Afina Broekman.
Kennelijk was Fredrika ten tijde van haar huwelijk dienstmeid te Almelo.
Notitie bij de geboorte van Hendrijka: gedoopt als dochter van Willem Bramer en Frederijka Alberts
Notitie bij Albert: koopman en winkelier (bron: overlidensregistratie)
Notitie bij de geboorte van Albert: volgens de overlijdensakte zou Albert geboren zijn in het Ambt Vollenhove.
Notitie bij de geboorte van Johannes: bij doop genoemd de zoon van Willem Bramer en [per abuis] Hendrika Alberts

114. Gerhardus (Gradus) Gerrits(en), ged. Vriezenveen 16 dec. 1759, † ald. 14 maart 1818, tr. (ondertr. 1 jan.) 1780
115. Gerhardina Hospers, ged. Vriezenveen 29 okt. 1758, † ald. 6 juli 1831.
Uit dit huwelijk:
a. Cheefijna Gerrits(en), geb. Vriezenveen 22 okt. 1792, †?.
b. Gesyna, zie 57.

Notitie bij Gerhardus (Gradus): wever en landbouwer. Moet in de buurt van Westeinde 100 hebben gewoond, evenals zijn vader en grootvader. Het erf was van de kerk ofwel de Sint Annenvicarie (beheerder de Heer van Almelo die toezicht hield op alle kerkelijke goederen) . Rond 1790 betaalde hij daarvoor 38 gulden en 12 stuivers per jaar (bron: AHA inv. nr. 1804).
Uit de boekhouding van de kerkelijke goederen blijkt dat Gerhardus de volgende landerijen huurde: "twee akkers het oosterstukke met zes koeweiden, een huisplaats, een halve akker in het westerstuk en een halve koeiweide, een grasgaarden, een part in de schuttenmaat een halve koeiweide"

Bij de volkstelling van 1795 staat als beroep wever vermeld. Aangever van de informatie van dit gezin bij de volkstelling was de vader van Gerhardus, te weten Gerrit Harms. Het gezin bestond toen uit 6 personen. Bewoonde vermoedelijk het huis dat in 1832 kadastraal bekend stond onder Sectie A nr. 2042, dat werd ingedeeld in belastingklasse 6, een gemiddelde boerenwoning dus. Men was buur van de familie Bramer (Gjötten) die destijds op nummer 256 (toenmalige nummering) woonde.
Neemt op 9 mei 1812 de naam Gerritsen aan. Gedoopt als Gradus, later Gerhardus genoemd.

In 1801 wordt hij genoemd op de lijst van begunstigden met betrekking tot de verbouwing van de Hervormde kerk voor een bedrag van 5 gulden. Het inkomen van Gerhardus was volgens het kohier op de personele quotisatie van 1808 gelegen tussen 75 en 100 gulden en daarmee kan geconcludeerd worden dat Gerhardus een keuterboertje geweest zal zijn.
Notitie bij het overlijden van Gerhardus (Gradus): aangifte van zijn overlijden wordt gedaan door de zonen Gerrit, landbouwer 29 jaar en Roelof landbouwer 32 jaar (1818).
Notitie bij Gerhardina: Gerhardina is geboren op het zogenaamde "Knievvels" erf, Oosteinde 200 (huidige nummering) Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz.114. Ik heb in de boterpachtregisters echter geen link kunnen vinden tussen dit erf en de familie Hospers. Mogelijk was het erf niet boterpachtplichtig aan de heer van Almelo?
Notitie bij de geboorte van Gerhardina: gedoopt als Gardina
Notitie bij het overlijden van Gerhardina: In de overlijdensakte staat dat ze Gerritdina heette en woonde aan het Westeinde 253 en dat ze landbouwersche van beroep was.
Notitie bij het huwelijk van Gerhardus (Gradus) en Gerhardina: gehuwd te vriezenveen

116. Jan Hendriks Pot, ged. Vriezenveen 6 maart 1737, † ald. 28 dec. 1808, tr. Vriezenveen 9 april 1768
117. Johanna Berends Smelt, ged. Vriezenveen 19 febr. 1747, † ald. 23 dec. 1808.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Jansen Pot, ged. Vriezenveen 13 okt. 1771, † ald. 28 dec. 1829, tr. Aaltjen Jonker, † Vriezenveen.
b. Berend Jansen, zie 58.
c. Mannes Jansen Pot, ged. Vriezenveen 16 febr. 1777, † ald. 13 nov. 1832.
d. Johannes (Jannes) Jansen Pot, ged. Vriezenveen 30 maart 1783, † ald. 1869.20
e. Jan Jansen Pot, geb. Vriezenveen 22 juli 1791, † ald. 26 dec. 1808.

Notitie bij Jan Hendriks: kleermaker (bron: huwelijksakte zoon Berend in 1811), bewoonde het erf Westeinde 608 (huidige nummering), stamvader van de Vriezenveense familie Pot, die van oudsher vnl. uit ambachtslieden bestond, zoals wevers en kleermakers.
In 1760 wordt Hendrik inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet hij 1 gulden betalen, dat is ca. 33 cent per persoon, dat ligt iets onder het gemiddelde van 0,39 voor het Westeinde, terwijl het dorpsgemiddelde op 41 cent ligt. Hoewel een eenvoudige ambachtsman draagt Jan Hendriks Pot en kinderen in 1801 toch 8 gulden bij voor de verbouwing van de plaatselijke kerk (bron: Archief N.H. kerk).
In 1795 bij de volkstelliing van 1795 wordt Jan Hendriks genoemd, zijnde kleermaker, gezinsomvang 7 leden.
Op 26-12-1808 maakt Jan Hendriks Pot, weduwnaar van Janna Berends Smelt zijn testament op. Hij is dan al ziek en zwak en zal 2 dagen later overlijden, zijn vrouw en zoon Jan zijn hem 2 dagen eerder al voorgegaan. Tot erfgenamen worden benoemd de zonen Hendrik, Berend en Johannes Pot. De vierde zoon Mannes Pot, gehuwd met Johanna Pleij, komt 50 gulden toe ten laste van de erfboedel, tenzij hij de legitieme portie van zijn erfdeel zou verkiezen boven de 50 gulden. Dit kleine bedrag duidt erop dat de boedel van Jan Hendriks Pot niet erg omvangrijk kan zijn geweest.
Notitie bij Johanna Berends: ook Janna genoemd
Notitie bij Hendrik Jansen: kleermaker (bron huwelijksakte broer Berend in 1811 en overlijdensakte van Hendrik zelf in 1829))
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jansen: gedoopt als zoon van Jan Hendrikz en Johanna Berends
Notitie bij het overlijden van Hendrik Jansen: bij overlijden woonde Hendrik aan het Westeinde 368 (toenmalige nummering).
Notitie bij Mannes Jansen: wever (bron huwelijksakte broer Berend in 1811 en overlijdensakte van Mannes zelf in 1832). Opmerkelijk is dat Mannes als gehuwd (met Johanna Pleij) te boek staat in het testament van zijn vader en als ongehuwd in de overlijdensakte.
Notitie bij de geboorte van Johannes (Jannes) Jansen: gedoopt als zoon van Jan Hendrikz en Johanna Smelt
Notitie bij de geboorte van Jan Jansen: gedoopt als zoon van Jan Henderiks en Janna Berents Smelt.

118. Mannes Eshuis, ged. Wierden 21 okt. 1749, † ald. 11 juni 1809, tr. Wierden 7 juni 1777
119. Egberdina Nijhof, ged. Wierden 31 maart 1754, † ald. 6 maart 1806.
Uit dit huwelijk:
a. Jannes Eshuis, ged. Wierden 26 juli 1778, † ald. 7 april 1809.
b. Jenneken Eshuis, ged. Wierden 22 okt. 1780, † ald. 20 maart 1806.
c. Jan Eshuis, ged. Wierden 12 jan. 1783, †?.
d. Hendrik Eshuis, ged. Wierden 12 nov. 1786, †?.
e. Mina, zie 59.

Notitie bij Mannes: landbouwer (bron: huwelijksakte dochter Mina in 1811).
Notitie bij het overlijden van Mannes: bij overlijden staat vermeld nalatend 3 kinderen.
Notitie bij het overlijden van Egberdina: bij overlijden staat vermeld, nalatende 5 kinderen
Notitie bij het overlijden van Jenneken: bij overlijden staat vermeld, oud 25 jaar en 6 maanden

120. Fredrik Hendriks Aman (dezelfde als 68), tr. Vriezenveen 20 sept. 1783
121. Kunnigje Jansen Berkhoff (dezelfde als 69).

122. Hendrik Berkhoff (dezelfde als 64), tr. Vriezenveen omstr. 1796
123. Lena Schipper (dezelfde als 65).

124. Hendrikus Aman (dezelfde als 34 in generatie VI), tr. Vriezenveen 27 mei 1815
125. Johanna Broertjen (dezelfde als 35 in generatie VI).

126. Hendrik Hoff, ged. Vriezenveen 28 nov. 1773, † ald. 10 sept. 1847, tr. Vriezenveen omstr. 1800
127. Janna Jansen Jacobs, ged. Vriezenveen 28 nov. 1779, † ald. 4 maart 1848.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Hendrikszoon Hoff, geb. Vriezenveen 14 jan. 1803, † ald..
b. Berend Hendrikszoon Hoff, geb. Vriezenveen 24 nov. 1806, † ald. 24 maart 1840,11 tr. 1e 1826 Lena Gesina Vetker, geb. Vriezenveen 13 okt. 1796, † ald. 1829,11 dr. van Gerhardus Jansen en Johanna Fronten; tr. 2e Vriezenveen 183111 Hendrika Gesiena Tutertjen, geb. Vriezenveen 11 juli 1812, † ald. 1 dec. 1846,11 dr. van Klaes Jansen en Janna Eshuis (zie 95).
c. Janna, zie 63.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, bewoonde de boerderij ten westen van het Onweerserf (Oosteinde nr. 345 huidige nummering), kadastrale informatie. De woning viel in 1834 in belastingklasse 6 en had een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden, wat ongeveer het gemiddelde voor Vriezenveen was. De familie had de bijnaam de Baais.
De boerderij kwam in het bezit van de familie Hoff door het huwelijk met Janna Jacobs (Bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 147 ). Neemt in 1804 een akker land en enige wanden bouwland over van het oorspronkelijke goed van zijn vader (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 144).

28 november 1798 geeft Hendrik Hoff de 50e penning aan ivm de aankoop van een stukje turfland liggend op de Westerhoeve van [zijn oom] Mannes Hoff voor 45 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

Uit de bopedelscheiding van 1848 blijkt dat het gezin een meid en een knecht had (zie notities overlijden).
Notitie bij het overlijden van Hendrik: volgens de overlijdensakte zoon van Berend Hoff en Janna Bramer, landbouwer 75 jaar oud echtgenoot van Johanna Jacobs , woonachtig aan de 1e wijk van het Oosteinde.
Bij de notariele boedelscheiding in 1848 staat vermeld dat Hendrik Hoff en Janna Jansen 2 kinderen nalaten, te weten Jan en Janna en 3 kleinkinderen Hendrik, Cornelis en Berendina Hoff (kinderen van wijlen zoon Berend Hoff).
Janna Hoff komt toe alle roerende en onroerende goederen. Voorwaarde is wel dat ze de schulden van het echtpaar betaalt en één jaar na het overlijden van de laatste testatateur de zoons Jan en Berend (zijn kinderen) hun erfdeel te doen toekomen met de betaling van elk een som van 500 gulden. In totaal dus 1.000 gulden. Er zit een bijzondere clausule in het testament van Janna Jansen. Ze bepaalde dat als iemand de strekking van de verdeling mocht betwisten dat dan Janna Hoff (weduwe van Fredrik Aman) een vierde deel van de nalatenschap vooraf uit de boedel toekwam en elk jaar een toelage van 30 gulden, zolang zij leefde, als loon zolang ze bij haar moeder in huis woonde en na haar overlijden eveneens per jaar opeisbaar.
En Jan Hoff betwiste het testament. Hij voelde zich benadeeld. ook als vertegenwoordiger van de kinderen van broer Berend nam hij ditzelfde standpunt in.
Vanwege de onenigheid over de boedelscheiding volgt er een uitgebreide inventaris van de boedel. De inventarishouders waren: de burgemeester Gerrit Engels, Berend Hoff landbouwer en Albert Berkhoff timmerman.
A. de levende have, bouw- en stalgereedschappen, huismeubelen en beddegoederen en lijfstoebehoren, mest, hooi, stro en ongedorste zaadgewassen worden getaxeerd op 635 guldens.
B. de boerderij op het Oosteinde en tientallen percelen land (ongeveer 24 bunder= ca. 24 ha.) gezamenlijk getaxeerd op 2900 gulden. De boerderij was volgens kanttekening bezwaard met het recht van levenslange inwoning door de broer van Janna Jansen, genaamd Jan Jansen, timmerman van beroep.
-woeste- en veengronden werden op een bedrag van 510 gulden getaxeerd.
C. voordelige schulden:
300 gulden ten laste van koopman Hendrik Mokkelencate gedateerd 17-08-1847.
100 gulden huwelijksuitzet door Jan Hoff genoten en nu weer door hem in te brengen in de boedel.
100 gulden huwelijksuitzet ten gunste van wijlen Berned Hoff en nu weer in te brengen in de boedel.
Gezamenlijk een bedrag omvattende van ruim 4500 gulden.
passief (uitstaande schulden):
-Jan Jansen timmerman, 250 gulden en 50 gulden rentetegoeden = 300 gulden
-Jan Hoff Hendrikszoon, 50 gulden geleend geld
-Gerrit Ottop Boom vanwege medische kosten 58,60
-Jannes Kraijenberg voor knechtenloon 47,50
-Jenne Smelt voor meidenloon 34 gulden
-Janna Hoff wegens loon 591,40

In totaal kwam het erop neer dat Janna Hoff voor een waarde van 1732, 25 toekwam en haar broer en de kinderen van haar overleden broer elk 866,12.
Notitie bij Janna Jansen: ook Johanna genoemd, zij geeft met de volkstelling van 1795 het gezin van haar ouders aan voor de registratie.
Notitie bij het overlijden van Janna Jansen: in de overlijdensakte staat vermeld: zonder beroep, oud 68 jaar weduwe van Hendrik Hoff, dochter van Jannes Jansen en Janna Post wonend aan het Oosteinde, 1e wijk.
Notitie bij Jan Hendrikszoon: winkelier (bron beroep boedelscheiding ouders Hendrik Hoff en Janna Jansen in 1848)
Notitie bij Berend Hendrikszoon: landbouwer (bron testament echtgenote Lena Gesina Vetker)

Generatie VIII

128. Jan Berkhoff, ged. Vriezenveen 24 nov. 1726, † ald. vóór 1792, tr. Vriezenveen 18 jan. 174943
129. Kunnigje Derks Fayer, ged. Vriezenveen 30 jan. 1724, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Dina Berkhoff, ged. Vriezenveen 25 jan. 1750, † ald. 22 jan. 1812.
b. Jan Berkhoff, ged. Vriezenveen 13 aug. 1752, †?.
c. Janna(gen) Berkhof, ged. Vriezenveen 4 nov. 1753, † ald. 14 jan. 1822,2 tr. Vriezenveen 6 maart 179120 Hendrik Jonker, ged. Vriezenveen 7 mei 1769, † ald. 16 sept. 1826, zn. van Frerik Alberts (zie 413,e) en Janna Snijders.
d. Hendrik, zie 64.

Notitie bij Jan: kerkmeester in de periode 1763-1787 (bron: gemeentejaarrekeningen AHA). Gedoopt als Jan zoon van Jan Berchof en Hendrijkjen Smelt. Hij was afkomstig van het pand Oosteinde 409 en huwde zijn buurmeisje Kunnigje Fayer, die op nummer 411 woonde (uitgaande van de huidige nummering). Van beroep was Jan landbouwer, turfschipper en timmerman en mogelijk evenals zijn vader linnenkoopman (zie opmerkingen hierover bij vader Jan). De waterput uit 1784 met initialen van Jan Berkhof en Kunnigje Derks Fayer (J.B.H. en K.D.F.) was anno 2004 nog steeds te vinden aan het Oosteinde 300 te Vriezenveen.
Zowel bij het overlijden van zijn dochter Dina in 1812, als bij het overlijden van zijn dochter Janna in 1822 wordt als beroep van Jan genoemd timmerman.
Verkrijgt de helft van het erf van zijn schoonvader Derk Fayer en wordt voor het eerst in het hoofdgeldkohier van 1750 genoemd, heet dan Jan Berkhof jonge. Omstreeks 1750 zal Jan dus op zich zelf zijn gaan wonen. Broer Johannes blijft op het ouderlijke erf van vader Jan wonen, gelegen aan het Oosteinde 409. Jan Berkhoff (Buten), wordt met de hoofdelijke aanslag van 1753 voor 1 persoon belast met 1 gulden, wat erg veel is. In 1753 in het belastingregister op de reliqua (belasting op schapen, varkens en bijenkorven) wordt Jan voor het eerst met de naam Buten aangeduid, hij heeft dan 16 schapen, wat behoorlijk veel is; slechts 3 boeren op het Oosteinde kunnen zich in dat jaar eigenaar van een grotere schapenkudde noemen, waaronder ook oom Berent Jansen Berkhof, die dan 20 schapen bezit. Ook had hij nog een varken en 4 hoornbeesten (runderen ouder dan 3 jaar). NB De belasting op gehoornd vee betrof nl. koeien ouder dan 3 jaar. Hoornvee jonger dan 3 jaar is dus niet meegenomen in de belastingkohieren. Verder moest hij in 1753 belasting betalen voor meer dan een halve hectare bezaaid land. In 1760 bezat Jan zelfs 25 schapen, waarvoor hij toen bijna 2 gulden belasting moest betalen. Hij was dat jaar op één na de grootste schapenboer van Vriezenveen, alleen Berent Wype had meer schapen dat jaar, nl. 26. In later jaren moet de schaapskudde van Jan Buten, gezien het belastingbedrag dat hij moest betalen, zelfs nog groter geweest zijn.
De naam Jan Buten in het belastingregister op de reliqua uit 1753 is de eerste aanduiding voor de bijnaam Jan Butens, die zijn nazaten vandaag de dag nog steeds dragen (2004). Hij is als het ware de stamvader van de Jan Butens, zijn alias was Jan Buten en in de belastingregisters komen we hem onder die naam vaker tegen als onder de naam Berkhof. In 1760 wordt Jan Buten hoofdelijk aangeslagen voor 2 personen en moet 1,70 betalen, dat is 0,85 per persoon, terwijl het gemiddelde voor heel Vriezenveen op 0,39 lag. Hij behoorde hiermee zeker tot de meer vermogende Vriezenveners.
Het Fayerserf (Oosteinde 407] was onderdeel van het Berckhoff´s erf uit 1583 bestaande uit 10 akkers (bron: boterpachtkohieren), dat rond 1645 werd opgesplitst in twee 4-akker erven. Ook nu dus weer een opsplitsing. Jan krijgt van de 4 akkers, 2 akkers en gaat zich aan de zuidzijde van de dorpsstraat vestigen. Jan vestigde zich aanvankelijk een stuk zuidelijker van de dorpsstraat, vandaar de bijnaam "Buten". Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 158). Lang heeft het erf daar niet gestaan, zo´n 35 jaar, want in 1784 bouwt hij een nieuwe boerderij, dichter bij de dorpsstraat, waar de waterput uit 1784 nog steeds van getuigt (anno 2004). Jan Buten bezat ook nog land genaamd de paterije en het land ten oosten van de Schipsloot (zie Ken uw dorp en heb het lief). In het boterpachtregister over 1753 wordt de splitsing van het erf al duidelijk. Hoewel het "Fayerserf" daarin nog aangegeven staat als één erf, wordt de betaling van de boterpacht reeds voor de helft opgebracht door de aantrouw Jan Berkhoff, die 8 pond boter betaalt en zijn zwager Jan Derksen Feyer, betaalt ook 8 pond boter. In het boterpachtkohier van 1763 staat hij aangeduid als Jan Berkhof junior, dit ter onderscheid van zijn vader, die dan dus mogelijk nog leeft. Jan Berkhof wordt nog genoemd in het kohier van dienstbodengeld (Archief Huize Almelo) van 1790, en wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 8 stuivers.

08-02-1773 akte van transport: aankoop van een akker turfland op het Superplus door Jan Jansen Berkhof en zijn huisvrouw voor een bedrag van 126 gulden, 11 stuivers en 8 penningen van de edele Gerrit Costers Egb.zn. [koopman te Almelo]. Het gekochte land is gelegen tussen het land van Jan Berents Hof en Henderik Berents Braemer (bron: Archief schoutambt Vriezenveen, inv,.nr. 2677).

3-5-1777 is Jan Jansen Berkhof, één van de turfschippers die de Heer van Almelo verzochten om een dam in de Hollander Graven te plaatsen, zodat het water op kon stuwen, om het transport van turf te vergemakkelijken (inv. nr. 4067 Staten archief). Het verzoek is verder ondertekend door Albert Berends Broertjen, Hendrikus Harms, Berend Hofman, Jan Koops en Jannes Vrijlink.

Als timmerman komt Jan Jansen Berkhof Buijten diverse keren voor in de jaarrekeningen van de gemeente, omdat hij diverse timmeropdrachten uitvoerde aan bruggen, de pastorie, de kerktoren etc. In 1754 repareert hij het Oostervonder en brengt hij 10 gulden en 7 stuivers in rekening. In 1764 bedraagt de rekening voor reparaties aan bruggen 25 gulden en 10 stuivers. In 1776 brengt hij een bedrag van 36,35 gulden in rekening voor reparatie van de poort van de pastorie.

20-11-1783 is Jan Berkhoff, samen met Gerrit Fredriks en Claas Claasen, voogd over de onbekwaam verklaarde Jan Faijer (gedoopt 1722) en diens onmondige dochtertje Jannetje Faijer. Jan Faijer was een neef van echtgenote Kunnigje Derks Faijer (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678).
Notitie bij het overlijden van Jan: in het kerspellastenbelastingregister van 1792 worden genoemd, de kinderen Jan Berkhof, een teken dat Jan overleden moet zijn in dat jaar. In het register van 1791 wordt Jan nog genoemd.
Notitie bij Dina: testament 1812 in huis van haar schoonzus wed. Lena Berkhof-Schipper, waar ze inwoonde (Dit staat vermeld in de overlijdensakte van 1812).
Op de lijst van giften voor de nieuwbouw van de plaatselijke kerk in 1801 staat Dina vermeld met een gift van 15 gulden. Zie ook notities broer Hendrik.
Notitie bij Janna(gen): gedoopt als Jannagen. Bij overlijdensakte Janna genoemd.
Notitie bij het overlijden van Janna(gen): landbouwersche; ongeveer 70 jaren oud

130. Wolter Derks Schipper, ged. Vriezenveen 31 jan. 1734, † ald. 1779, tr. Vriezenveen 11 maart 1758
131. Jenneken Berends Berkhof, ged. Vriezenveen 3 mei 1733, † ald. na 1782.
Uit dit huwelijk:
a. Berend Schipper, ged. Vriezenveen 28 jan. 1759, † ald. 20 jan. 1813,58 tr. Berendina Bramer, ged. Vriezenveen 19 sept. 1762, † ald. 1835.59
b. Derkdina Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 15 juni 1766, † ald. 14 maart 1841,60 tr. Vriezenveen 25 april 1791 Frederik Berkhoff, ged. Vriezenveen 11 nov. 1764, † ald. 16 juli 1832, zn. van Hendrik Berends Berkhof (zie 263,d) en Grietje Hendriks Hoff (zie 267,a).
c. Lena, zie 65.

Notitie bij Wolter Derks: Bewoonde het pand Oosteinde 251, bekend als het Keibeerndserf (blz. 114,115 Ken uw dorp en heb het lief).
Nam het erf over van zijn schoonvader Berend Jansen Berkhoff wordt in 1763 als eigenaar van het goed genoemd. Het goed was toen een 3-akkerstuk. Bij het Hoofdgeld van 1760 wordt Wolter aangeslagen voor 4 personen en moet hij 2 gulden betalen. Dat is 0,50 per persoon, en hiermee lag men boven de gemiddelde aanslag van 0,39 per persoon. In 1779 wordt genoemd de weduwe Schipper, zij krijgt een aanslag van 3 gulden voor 2 personen.
Wolter Schipper heeft waarschijnlijk en rol gespeeld in het Vriezenveens bestuur, herhaaldelijk komt in de gemeentejaarrekeningen voor (zestiger jaren van de 18e eeuw) dat Wolter betrokken was bij vaststelling van belastingregisters, in 1779 wordt met de weduwe van Wolter Schipper nog een bedrag in de gemeentejaarrekening opgenomen van 5,25 voor het beestentellen. Zoon Berent zal de functie van zijn vader op dit vlak overnemen en staat vanaf 1780 in de gemeentejaarrekening als beestenteller vermeld.

Op 12-01-1763 ontvangen Egbert Berends Berkhof en Wolter Derks Schipper van de schout Jan Dikkers 237,10 gulden, in verband met proceskosten inzake de sluis bij het Kooikershuis, die wijlen hun (schoon) vader als verwalter-schout had gemaakt en van gemeentewege had voorgeschoten (Archief Huis Weleveld, kerspel Vriezenveen, inv. nr. 2).
Notitie bij het overlijden van Wolter Derks: In 1779 wordt de weduwe Wolter Schipper genoemd in de gemeentejaarrekening, waarbij haar nog een vergoeding toekomt van het beestentellen voor de belastingvaststelling dat Wolter kennelijk dat jaar voor zijn overlijden nog heeft uitgevoerd.
Notitie bij Jenneken Berends: Bij het dienstbodengeld van 1782 nog genoemd als de weduwe Wolter Schipper.
Notitie bij Berend: landbouwer, 1791/94 diaken, 1803 kerkmeester (archief NH kerk Vriezenveen).

Is vanaf 1780, in navolging van zijn overleden vader, betrokken bij de belastingheffing in Vriezenveen. Was als zodanig beestenteller voor de zogenaamde belasting op de reliqua. (bron: gemeentejaarrekeningen AHA)

132. Albert Berends Broertjen, ged. Vriezenveen 29 nov. 1733, † ald. na 1795, tr. Vriezenveen 24 jan. 1767
133. Janna Hendriks Hoff, ged. Vriezenveen 29 juli 1742, † ald. 19 juni 1809.61
Uit dit huwelijk:
a. Berend Alberts, zie 66.
b. Hendrik Broertjen, ged. Vriezenveen 31 dec. 1786, † ald. 1852.62

Notitie bij Albert Berends: turfschipper en landbouwer, Oosteinde 266 (huidige nummering; bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 136). Kreeg bij de boedelscheiding na het overlijden van zijn vader in 1766 huis en erf toebedeeld (zie notities moeder Geertjen Smith). In 1790 in het belastingkohier voor dienstboden nog genoemd. Ook bij de volkstelling van 1795 nog genoemd als gezinshoofd van 7 personen, als beroep wordt schipper vermeld.

In de gemeentejaarrekening van 1767 staat dat Albert Broertjen een vergoeding krijgt van 2 gulden voor het gebruik van zijn 2 schuiten.

3-5-1777 is Albert Berends Broertjen één van de turfschippers die de Heer van Almelo verzochten om een dam in de Hollander Graven te plaatsen, zodat het water op kon stuwen, om het transport van turf te vergemakkelijken(inv. nr. 4067 Staten archief). Het verzoek is verder ondertekend door Jan Jansen Berkhof, Hendrikus Harms, Berend Hofman, Jan Koops en Jannes Vrijlink.
Notitie bij de geboorte van Hendrik: bij doopregistratie genoemd de zoon van "Albert Broertjen en Janna Hof".
Bleef ongehuwd op het ouderlijk erf wonen (bron: quotisatiekohier 1808).

134. Berend Berends Holland, ged. Vriezenveen 14 april 1743, † ald. 1811, tr. Vriezenveen 30 april 1768
135. Janna Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 12 mei 1743, †?.

Notitie bij Berend Berends: Werd in het testament van zijn oom Jannes Jonker in 1761 tot enig erfgenaam verklaard, waardoor hij diens huis en landerijen in bezit kreeg, gelegen aan Oosteinde 248 (huidige nummering), was naast landbouwer, net zoals zijn vader koopman in linnen en tuinzaden.(Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 128).
Volgens het boterpachtregister van 1763 omvatte het erf 4 akkers. Bij de volkstelling van 1795 staat hij vermeld als boer en heeft het gezin 3 leden. Bij de inschrijving in 1801 voor de bijdragen van de verbouwing van de hervormde kerk staat Berend Holland ingeschreven met een donatie van 25 gulden, een fors bedrag voor die tijd.
Notitie bij de geboorte van Janna Wolters: is van een tweeling, haar tweelingbroer is Hermen.

136. Henricus Harmsen Aman, ged. Vriezenveen 19 maart 1730, † ald. vóór 1806, tr. Vriezenveen 23 april 1757
137. Hendrikje Gerrits Smelt, geb. Vriezenveen 18 april 1728, † ald. 27 aug. 1808.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Aman, geb. Vriezenveen omstr. 1758, † ald. 19 mei 1811.
b. Harmina Aman, ged. Vriezenveen 18 febr. 1759, † ald. 13 aug. 1826, tr. Hendrik Jansen Bramer (zie 507,d).
c. Fredrik Hendriks, zie 68.
d. Gerrit Hendriks Aman, ged. Vriezenveen 28 april 1765, † ald. 10 april 1839,63 tr. Berendina Jansen Berkhof, geb. Vriezenveen 22 maart 1759, † ald. 11 febr. 1830, dr. van Jan Berends (zie 263,a) en Lugertje Jansen Broertjen.

Notitie bij Henricus Harmsen: landbouwer (bron: overlijdensakte zoon Fredrik 1827). Bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 312 (huidige nummering). Zie blz. 146 Ken uw dorp en heb het lief.
Bewoonde het ouderlijk erf. In 1760 wordt "hendrijkes harms" inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet 1,70 betalen, dat is behoorlijk boven de gemiddelde afdracht van 39 cent p.p., nl. ca. 57 cent.

Henricus was zelf van heel simpele komaf. door zijn huwelijk (of misschien ook handelsactiviteiten) steeg de familie Aman behoorlijk op de maatschappelijke en welsatndsladder.
Notitie bij Hendrikje Gerrits: was in 1748 tijdens de volkstelling dienstbode bij de wed. Jan Lucas Coster.
Notitie bij Jan: landbouwer en koopman volgens overlijdensakte.
Notitie bij de geboorte van Harmina: gedoopt als dochter van Henrikus en Henrikjen Garrits.
Notitie bij het overlijden van Harmina: in overlijdensakte vermeld als Hermina Hendriks, oud 70 jaar.
Notitie bij Gerrit Hendriks: landbouwer en linnenkoopman. Dit laatste gegeven wordt bevestigd door de lijst van de volkstelling van 1795 waar als absent municipaliteitslid Gerrit Aman wordt genoemd (bron: Statenarchief inv. nr. 5343). Dat wil zeggen dat hij voor zaken op pad zal zijn geweest. En verder wordt dit gegeven bevestigd in de huwelijksregistratie van dochter Leena in 1813 met de koopman Jan Winter, in deze registratie wordt als beroep van Gerrit Hendriks Aman landbouwer/koopman vermeld.

In het belastingkohier van de quotisatie uit 1808 wordt het jaarlijks inkomen van Gerrit op 200 tot 250 gulden (uit land) geschat en dat was voor Vriezenveense begrippen veel. Hiervoor moest Gerrit 4 gulden belasting betalen. Daarboven kreeg hij nog 1 gulden toeslag, kennelijk vanwege zijn inkomen uit de handel.

Oefende diverse bestuurlijke functies uit: lid van de municipaliteit (1795) te Vriezenveen, in 1803 wordt hij als diaken genoemd (bron diakonale jaarrekening van 1802-1803), in 1816 als gemeenteraadslid (bron: gemeentejaarrekening gemeente Vriezenveen) en van 1825-1829 als ouderling (bron: archief NH kerk Vriezenveen). Zie ook artikel "Kwartierstaat van Christina Aman door H. Wagenvoort in Gens Nostra ca. 1977). Bewoonde volgens H. Jansen (Ken uw dorp en heb het lief blz. 138) Oosteinde 276 (huidige nummering).
Gerrit Aman geeft op 5 augustus 1797 de 50e penning aan voor de aankoop van een grasgaarden van Johannes Engberts en Jan Costers, liggend in het land van Berent Coersen, voor de som van 240 gulden (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij de geboorte van Gerrit Hendriks: bij overlijden van zijn vrouw in 1830 wordt als beroep landbouwer vermeld

138. J(oh)annes Berkhoff, ged. Vriezenveen 5 sept. 1728, † ald. na 20 sept. 1766, tr. 1e Vriezenveen omstr. 1752 Kunnigjen Roelofs (zie 401,c); tr. 2e Vriezenveen 21 juni 1760
139. Metje Jansen Tuttertjen, ged. Vriezenveen 30 jan. 1735, † ald. 13 febr. 1809, tr. 2e Vriezenveen 20 sept. 1766 Jannes Albersen Weijteman, ged. Vriezenveen (?) 24 maart 1734, † Vriezenveen 1809.64

Notitie bij J(oh)annes: gedoopt als naam onleesbaar ouders heten Jan Jansen Berkhof en Hendrijkjen Jansen. Wordt evenals zijn vader niet in de boterpachtkohieren vermeld. Heeft het ouderlijk erf van zijn vader overgenomen dat gelegen was aan het Oosteinde 309. In de hoofgeldkohieren vermeld als Jannes of Jans. Hierin voor het eerst genoemd in 1759, wordt dan evenals in 1760 aangeslagen voor 2 gulden (aanslag voor 3 personen) en dat was een hoog bedrag, nl. ca. 67 cent, terwijl het gemiddelde op 39 cent p.p. lag. Wordt in 1764 nog genoemd, dan als Jan, wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 12 stuivers. In elk geval zijn z’n boeren activiteiten kleinschaliger van omvang dan die van zijn broer Jan, die een grote schaapskudde had. Jannes blijft bij maximaal 5 schapen steken en ook z’n landbouwareaal was kleiner van omvang, als we de belastingkohieren van gezaaide landerijen mogen geloven. In 1761 heeft hij naast een varken en een paard 5 bijenkorven en heeft hij geen schapen meer, hij zal ongeveer 2 koeien hebben gehad, gezien de bedragen die hij aan koegeld (belastiing op het hoornvee) moest betalen. Hij zal andere middelen van bestaan moeten hebben gehad, misschien koopman of schipper zoals de 2e echtgenoot van Metje Jansen Tuttertjen.
Het echtpaar maakt een testament op 8-12-1759. Testator vermaakt aan zijn moeder Hendrikjen Jansen Smelt haar legitieme erfdeel. Testatrice doet hetzelfde voor haar ouders Roelof Wilms en Aaltjen Berens. De kleding van testatrice worden vermaakt aan haar moeder, tenminste als zij zonder kinderen zou komen te overlijden. Testator legateert zijn linnen en wollen kleren aan zijn broer Jan Barkhoff. verder is het een langstlevende testament. Jannes ondertekent het testament, zijn echtgenote plaatst een kruisje (bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).

Jannes wordt nog in het belastingregister van gehoornde beesten in 1767 vermeld. Het erf van Johannes wordt in 1768 volgens hetzelfde belastingregister van gehoornde beesten bewoond door een zekere Jannes Albertsen, die zich ook wel Weijteman noemde, hij was in 1766 gehuwd met de weduwe van Jannes Berkhof.

Johannes, doorgaans Jannes genoemd, wordt vermeld als getuige in een proces dat handelt om de mishandeling van Lucas Jonker door Harmen Klaassen (processtuk 8-3-1747 Archief Huize Almelo inv.nr. 2932). Jannes zegt dan omtrent 18 jaar oud te zijn.
Het erf van Johannes wordt na diens dood overgenomen door de familie Weiteman; op 20-9-1766 huwt Jannes Albersen Weiteman (volgens de volkstelling van 1795 schipper van beroep) met de weduwe van Jannes Berkhoff, Metje Tuttertjen. Vanaf dat moment doet de naam Weiteman z’n intrede op het oude Berkhof’serf. De familie Weiteman bzit het pand in elk geval nog in 1834 als in de kadastrale leggers Jan Weiteman, zoon van Jannes als eigenaar van het erf wordt genoemd.
Notitie bij de geboorte van J(oh)annes: bij doop is de moeder niet vermeld, alleen de naam van de vader Jan Jansen.
Notitie bij het overlijden van J(oh)annes: op 20-09-1766 hertrouwt de weduwe van Jannes Berkhof met Jannes Alberts Weijteman.
Notitie bij Metje Jansen: Metje maakt op 08-02-1809 haar testament op. Ze is dan zwak en ziek en zal 5 dagen later al overlijden. Tot universeel ergenaam wordt benoemd haar zoon Jan Weiteman. Ten tweede haar kinderen Janna Weiteman, Alberdina Weiteman (gehuwd met Jan Hendrik Stok) en de kinderen van haar overleden dochter Kunnigien Jansen [Berkhof] in echte verwekt door Jannes Berkhof, als erfgenamen in hun legitieme aandeel. De dochters Janna en Alberdina staat het echter ook vrij om in plaats van hun legitieme aandeel, 100 gulden ten laste van de boedel te ontvangen. Daarnaast komt Janna sowieso 100 gulden uit de boedel toe en verkrijgt zij het recht een spint lijn te mogen zaaien op de landerijen van het ouderlijk erf en ook komt (zolang ze ongetrouwd blijft) Janna volgens het testament recht op inwoning toe en zolang ze niet uit naaien gaat ook de kost. Verder krijgt ze nog de kleren uit de kast van haar moeder en het bed door haar beslapen.

144. Jasper Lucassen Onweer, ged. Vriezenveen 8 mei 1729, † ald. na 1801, tr. (ondertr. Vriezenveen 7 juli) 1754
145. Janna Derks Faijer, ged. Vriezenveen 11 juni 1730, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Fennigjen Jaspers, ged. Vriezenveen 1755, † ald. vóór 1794, tr. Vriezenveen 26 aug. 1789 Hendrik Broertjen, ged. Vriezenveen 16 juli 1730, † ald., zn. van Jan Gerrits (zie 529,a) en Hendrikje Evertman.
b. Derk, zie 72.
c. Jennegjen Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 11 jan. 1761, † ald., tr. Vriezenveen 19 mei 1792 Berent Gerrits Smelt (zie 109,a).
d. Jannes Faijer, ged. Vriezenveen 1766, † ald., tr. Vriezenveen 25 nov. 1792 Hendrina Wijchers, ged. Vriezenveen 2 juli 1769, † ald., dr. van Wicher Gerritsen Keep en Geertjen Alberts Hartogh (zie 451,b).
e. Lena Jaspers, ged. Vriezenveen 26 aug. 1770, † ald. 1819, tr. Vriezenveen omstr. 1795 Jan Faijer (zie 147,d).

Notitie bij Jasper Lucassen: Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345, huidige nummering, was in 1753 de grootste imkerboer van Vriezenveen. Hij had toen 20 bijenkorven, daarvoor moest hij toen een belasting betalen van 2 gulden, 12 stuivers en 8 penningen. Hij wordt in het dienstbodenbelastingkohier van 1790 nog genoemd en wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 8 stuivers.
Het is zeer aannemelijk dat Jasper de imkerij van zijn vader heeft voortgezet en zelfs uitgebreid, uitgaande van het bedrag dat Jasper in 1765 betaalde (te weten 3 gulden en 12 stuivers) zou het aantal bijenkorven zelfs 36 hebben bedragen, uitgaande van een basisbedrag van 2 stuivers per bijenkorf. Hierbij ga ik dan wel van de veronderstelling uit dat Jasper geen schapen had, want ook elk schaap kostte in 1765 2 stuivers per jaar aan belasting. In het kohier van 1765 staat niet aangegeven of de belasting nu betaald werd voor schapen, varkens of bijenkorven. Jasper zou ook nog een varken gehad kunnen hebben natuurlijk. Qua belastingbedrag op de reliqua, zoals deze belasting heette, stond Jasper in 1765 op de derde plaats. Alleen dokter Dijderijk, die zich geheel op de imkerij had toegelegd met in 1762 maar liefst 38 bijenkorven en Berent Wippe, welke laatste zowel veel schapen als bijenkorven had, betaalden in 1765 meer belasting op de reliqua, respectievelijk 4 gulden en 2 stuivers en 4 gulden en 8 stuivers (Bron archief Huize Almelo, belastingregisters reliqua).
Volgens het boterpachtregister van 1763 (vader Lucas wordt dan nog als eigenaar genoemd), omvatte het erf 4 akkers.

Op 23-11-1794 maken Jasper Lucas en Janna Derks hun testament. Het echtpaar benoemt hun kinderen: Derk en Jannes Jaspers en Jenneken en Leena Jaspers en verder het kind Gerrit van hun overleden dochter Fenneken Jaspers (gehuwd met Hendrik Broertjen) tot universeel erfgenaam.

Met de volkstelling van 1795 is hoofd van het huishouden zoon Derk Jaspers.

Leeft nog in december 1801 als hij een bijdrage levert aan de verbouwing van de Hervormde kerk van 5 gulden. (archief NH-kerk).
Notitie bij het huwelijk van Jasper Lucassen en Janna Derks: huwelijksregistratie luidt als volgt "Jasper Lukas J.M. en Z. van Lukas Jansen en Janna Derksen Faijer N.J.D. van Derk Faijer alhier.
Notitie bij de geboorte van Jennegjen Jaspers: bij doop alleen vaders naam genoemd "Jasper Lukassen"
Notitie bij het huwelijk van Berent Gerrits en Jennegjen Jaspers: trouwregistratie luidt als volgt: "Berent Smelt Z. van Gerrit Smelt en Jenneken Jaspers D. van Jasper Lucas en Johanna Derksen Feijer J.D. geboortig en woonende beide alhier"
Notitie bij het huwelijk van Hendrina en Jannes: de huwelijksregistratie luidt als volgt: "Jannes Jaspers Z. van Jasper Lucas en Janna Feijer en Hendrina Wijchers D. van Wijcher Gerritsen en Geert Albers+.
Notitie bij de geboorte van Lena: gedoopt als Lena, dv "Jasper Luccassen en Janna Derksen".

146. Jannes Derksen Faijer, ged. Vriezenveen 10 april 1719, † ald. vóór 1790, tr. Vriezenveen 27 jan. 174843
147. Henrikjen Jansen ten Cate, ged. Vriezenveen 9 mei 1720, † ald. vóór 28 maart 1772.65
Uit dit huwelijk:
a. Derk Jansen Faijer, ged. Vriezenveen 26 dec. 1748, † ald. na 1801.
b. Janna Faijer, ged. Vriezenveen 25 juni 1752, † ald. na 1808.
c. Aaltje Jansen, zie 73.
d. Jan Faijer, ged. Vriezenveen 1 jan. 1761, † ald. 1831,20 tr. Vriezenveen omstr. 1795 Lena Jaspers (zie 145,e).

Notitie bij Jannes Derksen: landbouwer en linnenkoopman. Bewoonde het erf van zijn vader Derk Jansen Faijer (Oosteinde 407 huidige nummering). Wordt in het boterpachtregister over het jaar 1752 genoemd. Het ouderlijk erf is gesplitst tussen Jannes en zijn zwager Jan Berkhof. Jannes houdt een 2-akkergoed over. Jannes Fayer is één van de Rusluie, hij bevindt zich in 1749 te Sint Petersburg, alwaar hij aan zijn zwager Gerrit ten Cate 10 roebel uitleent en deze vervolgens later te Vriezenveen opeist. Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 156.
Jannes wordt in 1753 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet 1 gulden afdragen, met 50 cent p.p. ligt hij ruim boven het gemiddelde van 39 cent. In 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet hiervoor 1 gulden en 14 stuivers betalen, dat is 85 cent p.p. en daarmee ruim boven het gemiddelde van 39 cent p.p. . heeft in 1760 24 schapen en dat was erg veel. In 1780 wordt Jannes nog genoemd in het het hoofgeldregister over 1779. In 1790 in het register van het dienstbodengeld is Jannes overleden en worden genoemd "de kinderen van J. Feyer".
De veestapel bevond, evenals bij de families Berkhof aan het Oosteinde (Berent Jansen Berkhof en Jan Jansen Berkhof (Jan Buten) uit een opvallend grote schaapskudde voor Vriezenveense begrippen. Dat wil zeggen een kudde die rond de 20 schapen omvatte.
De familie moet in goede doen geweest zijn en dit zal waarschijnlijk het gevolg zijn geweest van de Russische handelsactiviteiten.

Op 20-3-1755 wordt "Jannes Derks" aangesproken voor een schuld (bedrag onvermeld) aan de linnenreders en kooplieden Jan ten Cate, Gerrit Coster en Gerrit Coster Egbzn. (inv. nr. 2965 HAA).
Op 11-04-1760 doen een aantal Almelose kooplieden een verzoek bij de Heer van Almelo om Jan Faijer ("sijn persoon en goederen") in het buitenland te mogen arresteren, ongetwijfeld vanwege uitstaande schulden. De kooplieden zijn: Jan Harmens Coster, Jan ten Cate en de erfgenamen van wijlen Egbert Costers (inv. nr. 2964 HAA). Hoewel hier de naam Jan Faijer staat vermeld, meen ik dat het om Jannes gaat. De namen Jan en Jannes zijn namelijk uitwisselbaar en van Jannes is bekend dat hij schuldeisers achter zich aan had zitten.

Zijn vermogen werd in 1751 geschat op 500 gulden en een extra 100 gulden voor tewerkgesteld personeel, dat ook als vermogen meetelde (bron: 1000e penningkohier 1751; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556).
In het kohier van 1758 wordt hij niet genoemd. Dit betekent dat het succes van de handelsactiviteiten van Jannes niet erg groot geweest kan zijn, hoewel zeker geen armoedzaaier, behoorde hij toch niet tot rijksten van het dorp. (bron: 1000e penningkohier 1759; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2559). Zijn vader had een groter vermogen gehad, zie opmerkingen vader.

transportakte 13-11-1773. Verkoop door Jannes Derksen Feijer van de Brink beginnend aan de kerkweg (= dorpsstraat) tot aan de dwarssloot, gelegen in de landerijen van wijlen Jan ten Cate (oostwaarts Jan Boom, westwaarts Frontmansland) voor 109 gulden aan Jan Gerrits (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).


19-06-1786 akte van transport. Verkoop door Roelof Wiechers en zoon Jan en dochter Jenneken van een akker hooi of weideland, gelegen in het "Jan ten Cateland" voor 255 gulden aan Jannes Derksen Faijer (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij Derk Jansen: boer op het ouderlijk erf aan het Oosteinde nr. 407 (bron: volkstelling 1795). Met de volkstelling van 1795 bestaat het huishouden uit 4 personen. Vermoedelijk zit daar een knecht of dienstbode bij.

Derk Feijer maakt op 8 april 1791 zijn testament op. Tot enig en universeel erfgenaam benoemt hij zijn broer Jan Feijer. Mocht Jan Feijer komen te trouwen dan dient hij aan zijn twee zusters Janna Feijer en Aeltjen Feijer, gehuwd aan Derk Jaspers 300 gulden uit te keren, waarvan ieders de helft toekomt (bron schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).

Derk Faijer wordt nog genoemd in 1801 als hij voor de vernieuwing van de kerk 6 gulden bijdraagt. Woont samen met broer Jan en zuster Janna op het ouderlijk erf aan het Oosteinde nr. 407 (bron: archief NH kerk).
Notitie bij Janna: Janna Faijer wordt nog genoemd in 1801 als zij voor de vernieuwing van de kerk 5 gulden bijdraagt. Zij is inwonend bij haar broers Derk en Jan (bron: archief NH kerk).
Genoemd in het belastingregister van de quotisatie van 1808 (belastingklasse 38). Dat hield in dat haar jaarinkomen tussen 100-150 gulden lag.
Notitie bij Jan: Jan Faijer wordt nog genoemd in 1801 als hij voor de vernieuwing van de kerk 15 gulden bijdraagt. Hij is inwonend bij zijn broer Derk en zuster Janna (bron: archief NH kerk).
genoemd in het belastingregister van de quotisatie van 1808 (belastingklasse 36). Dat hield in dat zijn jaarinkomen tussen 200-250 gulden lag
Notitie bij de geboorte van Jan: bij de doopvermelding staat als doopnaam vermeld: "Jan ten Cate" ouders: "Jannes Feijer en Hendrika ten Cate"
de toevoeging ten Cate bij Jan is opvallend. Ik ben een toevoeging van een achternaam van de moeder bij een reguliere voornaam één keer eerder bij de familie Bonekamp (Breukelen) tegengekomen. Het is erg zeldzaam.
Overigens gebruikt Jan de toevoeging ten Cate bij zijn voornaam Jan in de praktijk verder niet, voor zover ik weet. Alleen van de doopvermelding is de toevoeging ten Cate als voornaam bekend.

148. Hendrik Jansen Kosters, ged. Vriezenveen 3 mei 1722, † ald. omstr. 1783, tr. Vriezenveen 4 juli 175043
149. Fredrica Jansen, ged. Vriezenveen 4 mei 1732, † ald. na 1795.66
Uit dit huwelijk:
a. Janna Hendriks Kosters, ged. Vriezenveen 18 jan. 1756, †?, tr. 1790 Jannes Boeschen, geb. Vriezenveen 19 juni 1757, † ald. 1818,19 zn. van Jan Hendriks Boesschen en Gerritdina (Gerhardina) Jansen Broertjen en wedr. van Janna Berkhoff.
b. Jan Kosters, ged. Vriezenveen 29 juni 1760, †?, tr. 1e Vriezenveen 20 april 1783 Aeltjen Bramer, ged. Vriezenveen 15 nov. 1750, † ald., dr. van Jan Gerrits en Fenneken Berends; tr. 2e Vriezenveen 23 jan. 1787 Geertruid Spijker, ged. Vriezenveen 3 sept. 1741, † ald. 1813,19 dr. van Bernardus en Gesine Kruijs.
c. Hermannus, zie 74.

Notitie bij Hendrik Jansen: ook wel Costers genoemd, was van beroep landbouwer, was afkomstig van de boerderij Oosteinde 369 (huidige nummering),
Woonde aan het Oosteinde nummer 203 (huidige nummering). Op 18-12-1751 kopen Hendrik Jansen Koster en Fredrika Jansen voor 1700 car. guldens huis en erf, met 3 akkers land van de wed. van Frerick van Olde, Jenneken Berents Dodde (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675 zie ook Ken uw dorp en heb het lief blz. 104). Volgens het boterpachtregister van 1755 was Hendrik de bezitter van 4 1/2 akker land. Moet een familie in zeer goede doen geweest zijn. In het register van de 1.000e penning van 1758 wordt Hendrik Coster aangeslagen voor een geschat vermogen van 913 gulden. In 1760 wordt Hendrik inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet hiervoor het bedrag van 2 gulden betalen, dat is bijna 67 cent per persoon en uitgaande van het gemiddelde van 39 cent voor Vriezenveen kan gesteld worden dat deze familie tot de rijkere van het dorp moet hebben behoord.
In 1760 bij het hoofdgeld wordt de familie aangeslagen voor 3 personen en wordt aangeslagen voor 2 gulden, dit is bijna 0,67 p.p. en daarme aanzienlijk boven het gemiddelde van 0,39 p.p voor heel Vriezenveen. Mogelijk was ook Hendrik, evenals zijn zoon Hermannus koopman van beroep.
Is voogd van de kinderen van zijn overleden zus Jenneken Coster (gehuwd met Jan Bramer, 1772).

Hendrik Jansen Koster en Fredrika Jansen maken op 4 augustus 1751 hun testament. Testators moeder Harmtjen Henriks Schuirman, wed. van Jan Lucas Koster, komt haar legitieme erfdeel toe. Testatrice doet hetzelfde voor haar ouders Jan Freriks en Janna Henriks Winter. Aan de armen komt 25 car. guldens toe, door de langslevende na het sterven van de eerste uit te keren. Verder is het een langstlevende testament. Beiden ondertekenen het testament met dun handtekening (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

Hendrik Jansen Koster treedt op 23-04-1774 op als voogd van de minderjarige zoon van Jan Bramer genaamd Hendrik Jansen Bramer, eertijds verwekt door Janna Jansen Bramer (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij het overlijden van Hendrik Jansen: Bij het huwelijk van zoon Hermannus in 1788 wordt deze de nagelaten zoon van Hendrik Kosters genoemd. Ook in een juridisch contract uit 1784 (3 augustus?) aangaande Fredrica en haar zoon Jan staat Fredrica vermeld als de wed. van wijlen Hendrik Coster (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678). In januari 1783 wordt zoon Jan die in dat jaar huwt de zoon van Hendrik Koster genoemd, die dan dus nog zou moeten leven.
Notitie bij Fredrica: 3 augustus 1784 regelt ze iets met haar zoon Jan bij het schoutgericht, het handelt over het erfeel van zoon Jan (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij Jan: koopman (bron: volkstelling 1795). verwalterschout, loco burgemeester (adjunct maire) te Vriezenveen, ontvanger der landsmiddelen voor Wierden en ’t Hoge Hexel (bron: André Idzinga, vriezenveners.nl). Bewoont het pand van zijn schoonouders (Bernardus Spijker en Gesiena Kruijs) op het Midden, hoek Westeinde (later slagerij Kenkhuis).

Op 3 augustus 1784 maken Jan Koster (ondertekening als Jan Kosters) samen met zijn echtgenote Aaltien Braamer hun testament. het is een langstlevende testament.
Een aantal legaten wordt beschreven die na overlijden van de eerst stervende binnen 1 jaar moeten worden uitgekeerd.
-Jan Coster laat na aan zijn moeder Fredricca Jansen, indien hij kinderloos mocht komen te overlijden, de som van 3.000 gulden na.
-Indien zijn moeder voor hem overlijdt dan komt dit bedrag toe aan zijn zijn 2 broers en zuster en bovendien zijn linnen en wollen kleding en overige lijfsgoederen.
-de kerk en de armenstaat komt gezamenlijk 400 gulden toe.
testatrice legateert:
- aan haar neef Berent Koerts (gehuwd met Jenneken Schoenmaker, zoon van Jannes Berends [Holland] en Janna Berends Holland) , zo zij zonder kinderen mocht komen te overlijden de enorme som van 5.000 gulden na.
-aan de kinderen van Jenneken Coerts wed. van Lucas de Vries gezamenlijk een bedrag van 5.000 gulden.
-haar kleding komt Jenneken Coerts toe
-de kerk en de armenstaat komt gezamenlijk 1.000 gulden toe.
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2679).

testament 15-04-1789 van Jan Costers en Geertruijt Spijkers. Het is een testament op langstlevende, waarbij na het overlijden van de langstlevende de boedel in twee gelijke delen te verdelen over de nabestaanden.
Van Geertruit Spijkers zijn dit:
-de kinderen van Janna Spijker
-de kinderen van wijlen predikant Spijker
-de kinderen van Jan Vincent bij haar zuster in echte verwekt.
Mocht de langstlevende hertrouwen dan dient deze 6.000 gulden aan de familie van de ander uit te keren. Mocht er nog sprake zijn van een legitieme aanspraak van een ouder dan is dit bedrag beperkt tot 3.000 gulden.
Geertruijt vermaakt de helft van haar kleding, goud en zilver aan har zuster Hendrika Spijker, huisvrouw van Jan Vincent. De andere helft vermaakt ze aan aan de dochters van Hendrik Spijker met name Caatje en Gesiena Spijker.
tenslotte komt de kerk en de armenstaat elk een bedrag van 100 gulden toe uit te keren door de langstlevende.
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2679).

150. Berent Engberts Olijslager Smit, ged. Vriezenveen 30 mei 1726, † ald. na 1795, tr. Vriezenveen 19 juni 1756
151. Geertjen Gerrits Smelt, ged. Vriezenveen 12 jan. 1727, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Gerritdina (Gerhardina) Berents Smit, ged. Vriezenveen 9 maart 1760, † ald., tr. Hendrik Boesschen, ged. Vriezenveen 1753, † ald., zn. van Henricus en Janna Berends Berkhof.
b. Frederika, zie 75.

Notitie bij Berent Engberts: smid en olieslager van beroep. Zowel met de naam Olijslager als Smit aangeduid. Woonde in de buurt van Westeinde 96 (huidige nummering). Had een oliemolen, een molen, aangedreven door paarden die raap- en lijnolie produceerde. Omdat de windrechten bij de heer van Almelo lagen en betaling hiervan probeerde men zoveel mogelijk te ontlopen. Vandaar dat de molen door paarden werd aangedreven. Werd in 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 4 personen en moet 1,90 betalen (0,48 p.p.), ruim boven het gemiddelde van 0,39 p.p van dat jaar en voor het Westeinde lag dit bedrag zelfs gemiddeld nog lager n.l. op 0,37 p.p.

Vader Engbert Smit wordt in het kohier van de 1.000e penning van 1751 genoemd met een vermogen van 1300 gulden. In 1758 wordt zoon Berent Engb. Smit vermeld met een geschat vermogen van 2702 gulden. Het vermogen in de familie is dus in korte tijd behoorlijk gegroeid.

Maakt op 30-07-1793 zijn testament. Berent Engberts Smit vermaakt de oliemolen, huis, landerijen en inboedel aan dochter Gerhardina Berens Smit en haar man Hendk. Boesschen mits aan Mannes Coster en zijn vrouw uit voornoemde goederen 1200 gulden worden betaald door Hendrik Boesschen. Verderworden tot universeel erfgenaam benoemd: voor de helft de dochter van Hendrik Boesschen en Gerhardina Smit, genaamd Johanna Boesschen en de andere helft dochter Frederika Berents Smit, gehuwd aan Mannes Coster. Het gaat hierbij om waardepapieren, de kleding en alle goud en zilver. De familie was dus zeker in goede doen (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).

Op 17-3-1757 wordt in de archieven van Wierden genoemd Berend Smit Olyslager te Vriezenveen dit ivm met een eerdere lening van zijn vader Engbert Smit Olyslager (d.d. 19-6-1730) aan Gerrit Smit en Henrikjen Abrahams, die dan het hypothecaire onderpand (een dagwerk hooiland gelegen in de Haar marke onder Wierden) in eigendom verkrijgt. Kennelijk heeft de lener de schuld niet volledig afgelost.
(Bron: RA Overijssel; Gericht Kedingen inv. nr. 3).
Notitie bij het overlijden van Berent Engberts: Berent Engberts wordt nog genoemd met de volkstelling van 1795. Hij geeft dan de gezinssamenstelling aan. Als gezinshoofd staat vermeld Hendrik Boesschen. Op de lijst van geldgevers voor de verbouwing van de kerk uit 1801 komt Berent Engberts Smit niet meer voor. Hij zal dan waarschijnlijk zijn overleden.
Notitie bij de geboorte van Geertjen Gerrits: geboorteregistratie van Geertjen luidt als volgt: "de moeder Jennegjen Jansen Berkhof weduwe van wijlen Gerrith Jansen Smelt dewelke omtrend een halve dag voor ’s kinds geboorte overleden is"
Notitie bij de geboorte van Gerritdina (Gerhardina) Berents: gedoopt als dochter van "Berend Egbertz en Geertjen Gerrets".

152. Johannes Webbink, ged. Almelo 8 nov. 1747, † Tubbergen (?) 1818,20 tr. Zenderen () vóór 177967
153. Janna Hinneveld, geb.,50 ged. Almelo 4 april 1756, † Borne.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik, zie 76.
b. Derk Webbink (Webben), geb. Zenderen 6 maart 1782, ged. Borne 10 maart 1782,68 †?.
c. Maria Webbink, geb. Zenderen 7 dec. 1783,68 ged. Borne 14 dec. 1783,68 † Zenderen (?) vóór 5 aug. 1785.
d. Maria Webbink, geb. Zenderen 5 aug. 1785,68 ged. Borne 8 aug. 1785,68 †?.
e. Jan Webbink, geb. Zenderen 16 sept. 1787, ged. Borne 23 sept. 1787, † Givet noord-Frankrijk 12 mei 1812.69
f. Engbert Webbink, geb. Zenderen 18 maart 1790, ged. Borne 20 maart 1790, †?.
g. Aaltje Webbink, geb. Zenderen 19 nov. 1790, ged. Borne 21 nov. 1790, †?.
h. Geesken Webbink, geb. Zenderen 19 febr. 1795, ged. Borne 21 febr. 1790, † Blokzijl 1859,2 tr. Blokzijl 1 mei 18282 Been Hollander, geb. Blokzijl, ged. Blokzijl 13 juni 1791, †?, zn. van Roelof Berentse en Jantje Hendriks Doeve.
i. Berendina Webbink, geb. Zenderen 1 jan. 1798, ged. Borne 7 jan. 1798, †?, tr. Ootmarsum 6 nov. 1828 Hermannus ten Voorde, ged. Ootmarsum 9 sept. 1804, †?, zn. van Gerrit Jan en Wilhelmina Kienhuis.

Notitie bij Johannes: ook wel Jannes. Johannes wordt voor het eerst in 1783 met de naam Webbink aangeduid bij de doop van dochter Maria.

In de huwelijksakte van zoon Hendrik in 1819 wordt als alias Klumpers vermeld bij de naam van vader Jannes Webben, een mogelijke aanwijzing dat hij klompenmaker geweest zou kunnen zijn.

In de huwelijkse bijlagen van de huwelijksregistratie van dochter Geesken op 01-05-1828 te Blankeham wordt door getuigen (Jan Abbink wever oud 66 jaar, Hendrik Nieuwenhuis wever oud 69 jaar, Gerrit Nieuwenhuis wever oud 77 jaar, Hermannus Vollen broekwever oud 52 jaar) verklaard dat Jannes Webbink (vader van Geesken) de echtgenoot was van Janna Hinneveld en de zoon van Hendrik Webbink en Aleida Mensink. In leven zouden allen landbouwers zijn geweest en allen overleden te Borne voor meer dan 25 jaar.
Janna Hinneveld zou, nog steeds volgens voornoemde personen de dochter zijn van Derk Hinneveld en Grietjen Mulders. De getuigen verklaren voornoemde ouders en grootouders zeer wel gekend te hebben! De verklaring werd opgemaakt op 2 april 1828 te Borne voor Christiaan Landman openbaar notaris van het kanton Delden.

Echter in de huwelijkse bijlagen van dochter Berendina (huwelijk 06-11-1828 te Borne) staat een verklaring van (deels) dezelfde getuigen met een geheel andere verklaring, opgemaakt voor dezelfde notaris Lantman op 3 oktober 1828 (haast precies een half jaar later!). De getuigen Hendrik Nieuwenhuis wever 70 jaar, Gerrit Nieuwenhuis zonder beroep 78 jaar, Grades Hermsen zonder beroep 77 jaar, Hendrik Musebeldt wever 59 jaar, verklaren dat de echtgenote van Jannes Webbink (vader van Berendina) Janna Hinneveld was. Men verklaart ouders en grootouders goed gekend te hebben die meer dan 23 jaar geleden zijn overleden te Borne. Tot zover stemt de verklaring nog (redelijk) overeen. Maar dan..... De ouders van Jannes zouden zijn: Jan Webbink en Jenne Weustink en de ouders van Janna Hinneveld, Jan Hinneveld en Fenneken Weustink. In leven zouden allen landbouwers zijn geweest en allen overleden te Borne. En natuurlijk alle getuigen hebben deze ouders en grootouders "zeer wel gekend"!
Opmerkelijk zo’n verschil in verklaring van (deels) dezelfde personen.

En dan is daar ook nog de overlijdensakte van Hendrik Webbink in Vriezenveen, waarin hij de zoon heet te zijn van Jannes Webben en Johanna Getkate. Overigens bij zijn huwelijk in 1819 heet hij eveneens de zoon van Jannes Webben en Janna Hinneveld te zijn, dus in overeenstemming met voornoemde verklaringen. De eerste verklaring in de huwelijkse bijlagen (april 1828) lijkt voor wat betreft de informatie over de ouders en de grootouders Hinneveld het meest betrouwbaar. Derk Hinneveld als grootvader lijkt te kloppen en Grietje kun je met een beetje fantasie nog herleiden tot Margriet en dan naar Maria. De naam Mulders is echter nieuw en is mogelijk onjuist. Veel personen in Twente hadden droegen echter diverse familienamen. In elk geval is voor de info van de Hinnevelds uit de eerste verklaring meer bewijs in de archieven te vinden. De naam Weustink is voor Borne en Almelo (zoekmachine Twents streekarchief) niet echt relevant en lijkt een slag in de lucht geweest te zijn. De echtgenote van Jan Hendrik Webbink heet echter niet Aleida Mensink (volgens de eerste verklaring), maar volgens informatie van de huwelijksregistratie van de Gereformeerde Kerk (lees NH) te Almelo, Hendriene Eulderink, ook nogal afwijkend dus. De enige conclusie lijkt te zijn dat grootouderinformatie in de huwelijkse bijlagen niet al te serieus moeten worden genomen. Check de info zelf in andere bronnen lijkt de boodschap te zijn, maar houdt daarbij wel in gedachten dat het in Twente gebruikelijk was dat een persoon met meerdere familienamen in het leven kon staan.
Notitie bij het overlijden van Johannes: Ik heb zelf geen overlijdensakte in Tubbergen in 1818 kunnen achterhalen en stel zelf vraagtekens bij de juistheid van het jaartal 1818, zoals op Vriezenveners.nl vermeld.
Notitie bij Janna: volgens André Idzinga dochter van Hendrik Getkate en Geesken Spenkelink
ik ben de naam Getkate bij deze persoon uitsluitend in de overlijdensakte van zoon Hendrik te Vriezenveen in 1840 tegengekomen. Dit lijkt een abuis. Elders wordt ze namelijk altijd Hinneveld genoemd, oa. bij huwelijk Hendrik in 1819 en doop van haar kinderen te Borne). Ik ga er van uit dat ze de dochter is van Derk Alberts van het Hinveld. De naamsvernoemingen van de kinderen sluiten mooi aan bij Derk Alberts van het Hinveld en Maria Stevens. Het tweede kind heet namelijk Derk (geb.1782) en het derde Maria (geb. 1783) !
Zie notities bij echtgenoot Johannes over de voorouderproblematiek bij beide personen.
Notitie bij de geboorte van Janna: volgens André Idzinga is Janna Hinseveld de dochter van Hendrik ten Getcate en geesken Spenkelink en geboren in 1751, echter er is ookeen tweede dochter Janna van dit echtpaar gedoopt op 15-01-1758 (eerste 25-04-1751). Daarom lijkt het aannemelijker dat de eerste dochter in 1758 zal zijn overleden), als de ouderlink überhaupt klopt.
Ik ga er namelijk van uit dat Janna van het Hinvelt de dochter is van Derk Alberts (van het Hinveld) en Maria Stevens Meijer. (de vernoemingen van de kinderen van Jannes Webbink en Janna Hinveld) passen ook mooi in deze lijn (het tweede(?) kind (gedoopt 1782 in Zenderen) heet namelijk Derk en het derde(?) (gedoopt 1783 in Zenderen) Maria!
helaas is er van dit echtpaar geen huwelijksregistratie te achterhalen. Het huwelijk zal waarschijnlijk in Borne hebben plaatsgevonden (huwelijksregistraties van deze plaats ontbreken echter voor de NH kerk in deze periode).
Notitie bij de geboorte van Derk: volgens doopregistratie zoon van "Jannes Webben en Janna Hinseveld
Ehel: in Senderen"
Notitie bij de geboorte van Maria: gedoopt als dochter van Johannes Webbink en Janna
Hinneveld Ehel: in Senderen
Notitie bij Maria: gedoopt als dochter van Johannes Webbink en Janna
Hinneveld E.luiden in Zenderen
Notitie bij Geesken: bij huwelijk van beroep dienstmaagd en genoemd de dochter van Jannes Webbink en Janna Hinneveld.
Notitie bij Berendina: bij huwelijk van beroep dienstmeid en genoemd de dochter van Jannes Webbink, landbouwer en Janna Hinneveld, landbouwerse.

154. Geerlig Gerrits van het Schuttenhuis, ged. Almelo 14 juni 1739, † Vriezenveen (?), tr. Almelo 6 nov. 1764
155. Hermientje (Hermina) Lucassen Schot, ged. Vriezenveen 13 febr. 1729, † ald. 31 jan. 1817.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Geerlinks Schipper, ged. Vriezenveen 1 sept. 1765, † ald. 1 maart 1834,2 tr. Vriezenveen 14 juni 1789 Derkdina Tijhof, ged. Vriezenveen 29 jan. 1764, † ald. 27 dec. 1821,2 dr. van Frerick Jansen (zie 455,c) en Aeltjen Derksen Schipper (zie 193,a).
b. Lena, zie 77.

Notitie bij Geerlig Gerrits: Bij zijn doop Geerdelick genoemd, verder ook wel Geerlink of Geerlig genoemd.

Is in 1766 een hoofdgetuige in en proces dat gaat over de breedte van schuiten die moeilijk onder de brug zouden kunnen varen waarbij met bijlen stukken van de palen van de brug zouden zijn afgehakt om de doorvaart mogelijk te maken. Geerlig ook eigenaar van een schuit, die niet zo breed was, ging in juli 1766 (2 weken of ruim 2 weken voor 31 juli 1766) met zijn boot naar de "woeste veenen" om hooi en gemaaid gras te halen en deze naar Vriezenveen te brengen. In de stukken van het proces wordt hij ook wel Schutten Geerlig genoemd, dat zal zijn naam zijn geweest in het dagelijkse leven. (HAA inv. nr. 3045).

In het vuurstedengeldregister van 1782 staat hij als Schot Geerlink te boek. Hij zal het erf van zijn schoonvader hebben bewoond.
Notitie bij de geboorte van Hermientje (Hermina) Lucassen: gedoopt als Hermientje dochter van Lucas Jansen en Vennegjen Herms.
Notitie bij het overlijden van Hermientje (Hermina) Lucassen: overleden aan het Oosteinde nr. 4 in de ouderdom van 92 jaar, zonder beroep en weduwe van Geerlink van het Schuttenhuis.

Getuigen zijn: Albert Berkhof oud 54 jaar en tapper van beroep en Hendrik Companje, oud 40 jaar en smid van beroep.
Notitie bij het huwelijk van Geerlig Gerrits en Hermientje (Hermina) Lucassen: Geerling wordt genoemd nagelaten zoon van Gerrit van het Schuttenhuis van Almelo.

Miena Schot wordt genoemd dochter van Lucas Schot jonge dochter te Vriezenveen. Er staat vermeld dat ze op 23-11-1764 met attestatie naar Vriezenveen zijn vertrokken.
Notitie bij Gerrit Geerlinks: schipper (bron: volkstelling 1795), staat hier vermeld als Gerrit Gerlink.
volgens overlijdensakte landbouwer. Komt in de diaconale rekeningen van de kerk voor als kapper/scheerder.
familienaam Schipper ontleend aan website Vriezenveners.nl van André Idzinga.
Bij zijn huwelijk staat Gerrit met de familienaam Gelink vermeld, zoon van Gelink Gerritzen.

Woonde in het Oosteinde in de buurt van nummer 251.
Akte van transport 02-02-1795 aankoop voor 558 gulden door Gerrit Geerlinks van het huis van wijlen Albert Jansen Scheper met de halve bank en 5 wand bouwland exclusief 5 bomen, die Jan Coster toebehoorden. De verkoop geschiedt door de Gerrit Hospers en Albert Harmsen (voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Albert Jansen Scheper) en Jan Otten Holland en zijn vrouw Aaltje Alberts Scheper (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668):
-10-05-1794 verkoop van een half huis met landerijen door de mombaren van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Gerrit Geerlinks voor 558 gulden.
Notitie bij de geboorte van Gerrit Geerlinks: gedoopt als zoon van "Geerlig van het Schuttenhuijs en Harmina Lucassen".

156. Klaas Jansen (ook Berents), ged. Vriezenveen 10 dec. 1724, † ald. vóór 1775, tr. Vriezenveen 6 sept. 1755
157. Janna Lukassen Schoemaker, ged. Vriezenveen 3 nov. 1726, † ald. na 1779.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Klaassen, ged. Vriezenveen 11 dec. 1757, †?.
b. Jan Klaassen, ged. Vriezenveen 31 mei 1761, † ald. 14 maart 1833,70 tr. Vriezenveen 17 nov. 1793 Janna Harms, † Vriezenveen 17 mei 1813, dr. van Harmen Jansen en Metjen Baerents.
c. Lucas Klaassen, zie 78.
d. Jenneken Klaassen, ged. Vriezenveen 22 okt. 1769, † ald. 23 maart 1845, tr. Vriezenveen 22 juni 1794 Jasper ten Cate, ged. Vriezenveen 27 maart 1766, † ald. 17 jan. 1826, zn. van Jasper en Stientje Fronten.

Notitie bij Klaas: Klaas Jansen is moeilijk te traceren in de archieven. Hij is waarschijnlijk geen boer geweest. In de boterpachtregisters kan ik hem niet achterhalen. In het hoofdggeldkohier van 1760 komen in elk geval 2 personen met de naam Klaas Jansen voor (1 x Oosteinde, 1 x Westeinde).
Gezien de huwelijken van de kinderen, die met partners afkomstig van het Westeinde trouwen (Jan Claassen met Janna Harms Pley; Lucas Klaassen met Johanna Schipper en Jenneken Klaassen met Jasper ten Cate) ligt het voor de hand Klaas Jansen op het Westeinde te zoeken.

Echter nog in 1748 in het Volkstellingsregister, nog in het hoofdgeldkohier van 1752 is Klaas Jansen te vinden. Dat maakt het extra gecompliceerd.
De mogelijke oplossing werd gevonden in de belastingkohieren op het geslagt. In de kohieren van 1758 en 1759 van het geslagt wordt genoemd Jan Berens Klaas, ofwel Klaas Jansen zoon van Jan Berens. Deze informatie stemt overeen met de trouwregistratiegegevens uit 1755 waar Klaas Jansen de nagelaten zoon heet te zijn van Jan Berens. Vanaf 1750 (1751 en 1752) staat op hetzelfde erf de wed. Jan Berents als hoofdbewoonster vermeld. Mogelijk was Klaas met de volkstelling van 1748 buiten Vriezenveen werkzaam, anders had hij als zoon genoemd moeten zijn op het erf van zijn ouders en dat is niet het geval.

Het pand van Klaas Jansen moet gelegen hebben in de buurt van Westeinde 500 op het erf van het zogenaamde Olde Scholsland.

Klaas wordt in 1758 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet 14 stuivers betalen, dus 70 cent. Dat is ca.23 cent p.p. en daarmee behoorlijk onder het dorpsgemiddelde. In vermoed dat Klaas een ambachtsman is geweest, mogelijk wever of zoiets dergelijks. Claas Jansen wordt nog in het hoofdgeldkohier van 1779/1780 genoemd. Deze informatie is echter gedateerd, want al in het belastingkohier van de reliqua van 1775 en het geslacht van hetzelfde jaar wordt genoemd de wed. Klaas Jansen.

Met de volkstelling van 1795 zien we op deze lokatie zoon Jan Klaassen genoemd, deze is inderdaad wever van beroep (volgens André Idzinga gehuwd met Janna Harms Pleij), het gezin telde toen 4 gezinsleden, mogelijk leeft de moeder dan dus nog, aangezien het eerste kind van Klaas in 1795 is geboren. Ook de familie Pleij bestond trouwens voornamelijk uit wevers. Dus zoon Jan zal het erf hebben overgenomen. In 1801 met de verbouwing van de Hervormde Kerk schrijft deze zoon zich in voor een bijdrage van 2 gulden en 4 stuivers.
Volgens het archief Jonker/Jansen is een zekere Jan Berends Olde die op het Scholsland woonde de vader van Klaas, ik ben deze naam niet tegengekomen. Wel is het zo dat Klaas Jansen zijn huis en erf op het Oude Scholland heeft en is het zo dat hij het "Scholthuis" zal hebben bewoond (bron: verpondingskohier van 1723 in combinatie met het hoofdgeldkohier van dat jaar). De belastingaanslag is vrijwel nihil. Het moet een arme familie zijn geweest.
Notitie bij de geboorte van Klaas: gedoopt als Claes zoon van Jaen Berends en Jenneken Janz
Notitie bij het overlijden van Klaas: in het belastingkohier van de reliqua van 1775 en het geslacht van hetzelfde jaar wordt genoemd de wed. Klaas Jansen. In het belastingkohier van het geslacht van de jaren 1773 en 1774 komt Klaas onder de naam Berents voor. In het jaar 1776 is de naam verdwenen en wordt de naam Jan Gerrits en later de wed. Jan Gerrits vermeld.
Notitie bij Janna Lukassen: 14-11-1778 schuldverklaring: Janna Luicas, wed. van Claes Jansen verklaart schuldig te zijn aan:
-haar broer Berend Luicas Schoemaker 417 gulden vanwege ten genoegen van haar betaalde rekeningen.
-Luicas Derksen 123 gulden.
-de wed. van wijlen Jan Evertmans.........
Tesamen (?) een schuld van 600 gulden.
Ze verhypothiceert daarvoor haar land en huis gelegen op het Olde Scholland (gelegen in het Westeinde), 5 wand bouwland gelegen op het Sijmesland en een akker land beginnen vanaf de dorpsstraat tot aan de Oudeweg, 1/2 akker Hoevenland op de Westerhoeven

september 1780 transportakte: verkoop door Berent Luicas [Schoemaker] en Berent ten Cate (gedoopt 1744 zoon van Bernardus ten Cate en Swenneken Lamberts) als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Claas Jansen en huisvrouw Janna Luicas Schoemaaker het huis met een goorden van 300 roeden op het Scholsland, gelegen tussen het erf van de wed. Jan Gerritsen (oostwaarts) en Sijmesland (westwaarts). Jan Egbers Pleij is voor 330 gulden de koper van het pand. Ook gaat een stuk land, gelegen tussen het Olde Scholsland en het land van Jan Leeders, voor 120 gulden van de hand aan Gerrit Gerritsen Keep en voor 90 gulden wordt een stuk land verkocht aan broer Berent Luicas Schoemaaker. Voor 60 gulden wordt nog een stuk grond van de hand gedaan aan Albert Harms (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678)..
Notitie bij het overlijden van Janna Lukassen: nog in het belastingkohier op het geslacht van 1779 vermeld.
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Janna Lukassen: bij het huwelijk heet Jan Klaassen de nagelaten zoon van Jan Berends te zijn en Janna Lukassen de J.D. van Lukas Jansen, beide alhier.
Notitie bij Jan: vanwege het gegeven dat bij de doop van Jan vermeld wordt dat zijn moeder Janna Jansen heet en niet Lucassen (zoals bij de andere gedoopte kinderen) is de ouderlink niet geheel zeker. Janna zou hier met het patroniem van haar eigen vader kunnen zijn aangeduid, hij heette Lukas Jansen Schoemaker.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als Jan zv Klaas Jansen en Janna Jansen
Notitie bij Jan: wever (bron: overlijdensregistratie).
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Klaas Jansen en Janna Lukassen.
Notitie bij het overlijden van Jan: overleden als Jan Klaassen z.v. Klaas Jansen en Janna Lucas, partner van Janna Harms, weduwnaar. volgens overlijdensregistratie 72 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Janna en Jan: Jan Klaassen heet bij zijn huwelijk de nagelaten zoon te zijn van Klaas Janzen en Janna Lucas en Janna Harms de N.D. van Harmen Janzen en Mettien Baerents. Beiden van alhier.
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt als Jenneken d.v. Klaas Janzen en Janna Lucassen.
Notitie bij het overlijden van Jenneken: volgens overlijdensregistratie 75 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Jasper en Jenneken: Jenneken wordt bij haar huwelijk de dochter genoemd van Klaas Jansen en Johanna Lucassen.

158. Jan Derks Schipper, ged. Vriezenveen 30 aug. 1744, † ald. vóór 1795, tr.
159. Jenneken Prinsen, geb. Vriezenveen 1739, † ald. omstr. 1804.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna, zie 79.
b. Lena Jansen Schipper, ged. Vriezenveen 14 febr. 1779, † ald. omstr. 1802,20 tr. Vriezenveen omstr. 1797 Wieger Berends Berkhof, ged. Vriezenveen 3 juli 1766, † ald. 27 juni 1810,71 zn. van Berend Berends Berkhof (Kooijker) en Aaltje Wichers.

Notitie bij Jan Derks: landbouwer, bewoonde de boerderij het Westeinde 158 (huidige nummering). Was met de volkstelling van 1795 al overleden. Dan wordt genoemd, de weduwe Schipper, boerin, gezinshoofd van 4 personen.

Op 7 oktober 1766 verklaren Jan Hendrik Prinsen en Jenneken Prinsen 850 gulden schuldig te zijn aan de koopman Jan ten Cate te Almelo, vanwege aan Jan Hendrik Prinsen geleverde en verkochte linnens en geleend geld. Volgens een kanttekening werd de schuld op 8 maart 1771 door Jan Schipper en Jenneken Prinsen afgelost (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

Op 08-03-1771 verkoopt Jan Hendrik Prinsen zijn huis, halve schuur en de helft van 2 akkers land aan zijn zuster Jenneken Prinsen en haar echtgenoot Jan Schipper. De koop omvat aan land 1 akker die al gemeenschappelijk eigendom is met zijn zuster Jenneken Prinsen en een halve akker en een half vierendeel (=1/8 akker) bovenwegsland op het Fluit Hermsland, van wijlen zijn vader Jannes Prinsen en moeder Henderikje Jansen Smit, die thanss nog in leven is, aangekocht op de 26e oktober 1765. De verkoopsom bedraagt 450 gulden; verder wordt ook de inboedel door jenneken gekocht voor een bedrag van 400 gulden, zodat het totaalbedrag op 850 gulden komt. Er was wel een beding, namelijk dat "de verkooper in het huis zal hebben een stede bij den heert, ligt en brant vrij, eene bequame slaepplaetse", verder komt hem zoveel ruimte toe als hij nodig heeft voor zijn spullen, zolang hij ongetrouwd blijft en verder komt hem nog toe een koe, de middelste ketel, een half dozijn hemden, een bed met toebehoren, 4 tinnen borden (telders), verder zal hij door de kopers bij ziekte worden ondersteund.
(bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).
Notitie bij Jenneken: In 1801 op de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de Nederlands Hervormde Kerk tekent Jenneken Prinsen, die dan nog leeft draagt 5 gulden bij. Zij wordt genoemd de schoonmoeder van Lucas Klaassen.
Op 11-8-1804 maakt Jenneken Prinsen, als de wed. van Jan Schipper haar testament. Als haar erfgenamen worden genoemd:
- dochter Johanna Schipper, echtgenote van Lucas Klaassen wordt als enig universeel erfgenaam genoemd.
- dochter Lena Schipper, gehuwd met Wicher Berkhof komt een uitstaande lening van 500 gulden toe en de helft van haar kleren en lijftoebehoren.
Notitie bij de geboorte van Jenneken: doop niet traceerbaar, maar genoemd met de volkstelling van 1748. Ze is dan jonger dan 10. Aangezien het jaar 1739 in de doopregisters ontbreekt, ga ik ervan uit dat ze in dat jaar gedoopt is,.
Notitie bij het overlijden van Jenneken: maakt haar testament op op 11aug. 1804 ten huize van Lukas Klaassen. Tot universeel en enig erfgenaam benoemt ze haar dochter Janna Schipper, gehuwd met Lukas Klaassen.
Verder legateert ze aan Lena Schipper, gehuwd met Wicher Berkhof een som van 500 gulden en de helft van haar kleding en lijfsgoederen.
Notitie bij Lena Jansen: In 1804 erf Lena van haar moeder Jenneken Prinsen 500 gulden alsmede de helft van haar kleding (bron: archief Jansen-Jonker)

160. Jan Teunis, ged. Vriezenveen 30 juli 1702, † ald. na 1753, tr. 2e (ondertr. Vriezenveen 7 juli) 174872 Swaentjen Gerrits (zie 913,d); tr. 1e Wierden 9 juni 1725
161. Aaltje Gerritsen, ged. Wierden