Kwartierstaat van Hendrik Berkhof

Generatie I

1. Hendrik Berkhof, geb. Schoonebeek 4 okt. 1958.

Notitie bij Hendrik: rijksambtenaar Amsterdam

Generatie II

2. Gerhardus Engbertus Berkhof, geb. Vriezenveen 19 mei 1926, † ald. 3 nov. 1993, tr. Vriezenveen 21 mei 1953
3. Hendrika Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 25 dec. 1930.
Uit dit huwelijk:
a. Magdalena Johanna Berkhof, geb. Vriezenveen 21 maart 1954.
b. Derk Berkhof, geb. Vriezenveen 4 april 1955.
c. Hendrik, zie 1.

Notitie bij Gerhardus Engbertus: aanvankelijk nog landbouwer op het ouderlijk erf, later machinist bij de melkfabriek (Schoonebeek, Hardenberg, Utrecht), bedrijfsleider rioolwaterzuivering (IJsselstein) rayonchef Prov. Waterstaat Friesland (Drachten), bijnaam Onwjears Gerhard.

1-5-1940 - 11-11-1946 Vriezenveen boer
11-11-1946 - 30-04-1950 te Blerick en Java militaire dienst; diende als soldaat 1e klas in het 2e mitr. Bat., gestationeerd bij 2e divisie 3e compagnie 3e peloton.
30-04-1950 - 1-6-1954 Hengelo Stork
1-6-1954 - 1-6-1956 Vriezenveen melkfabriek
1-6-1956-1-12-1958 Schoonebeek melkfabriek (vroeger Hoofdstraat 89, nu (2017 genaamd Europaweg 89)
1-12-1958 - 1-4-1961 Utrecht melkfabriek (Amsterdamse straatweg).
1-4-1961 - 1-10-1963 Hardenberg melkfabriek (van Speijkstraat)
1-10-1963 - 1-2-1969 IJsselstein rioolwaterzuivering (Herman de Manlaan 18)
1-2-1969 - 1990 Drachten (Koperslagerstraat 43 en Raai 118).
1990 - 1993 Vriezenveen
Notitie bij Hendrika Johanna: naaister bij Textielbedrijf Venema te Almelo en later bij Textielbedrijf Hospers te Vriezenveen. De bedrijfsleider van Venema gaf bij het vertek van Riek de volgende boodschap mee. "Als Schippertje het niet bevalt bij Hospers mag Schippertje zo weer terugkomen".
Notitie bij Magdalena Johanna: bij huwelijk kleuterleidster te Heino

Generatie III

4. Hendrik Berkhof, geb. Vriezenveen 30 april 1897, † ald. 19 mei 1967, tr. Vriezenveen 15 nov. 1923
5. Magdalena Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 28 dec. 1896, † ald. 24 febr. 1953.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrikus Berkhof, geb. Vriezenveen 13 mei 1925, † Emmen 19 mei 2012.
b. Gerhardus Engbertus, zie 2.
c. Johan Berkhof, geb. Vriezenveen 3 jan. 1928, † ald. 19 april 2011, tr. Sjoukje Corporaal, geb. Almelo 21 juli 1926, † Vriezenveen 2 mei 2016.
d. Leonard Pieter Berkhof, geb. Vriezenveen 11 juli 1930, † Aadorp (Vriezenveen) 7 juni 1968.1
e. Hendrik Berkhof, geb. Vriezenveen 6 juli 1932, † Epe 16 sept. 1996.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, Wijk I-nr. 79 (adres 1943), Oosteinde 345 (huidige nummering), bijnaam "Onwjears Hendrik" of op gewoon Nederlands "Onweers Hendrik"
bestuurslid K.I.-vereniging Hellendoorn-Den Ham-Vriezenveen
bestuurslid van de Slachtcoöperatie de G.O.S.
bestuurslid van de Coöperatieve Zuivelfabriek
bestuurslid van de Overijsselse Landbouw Maatschappij

Met de boedelscheiding in 1926 erft Hendrik de boerderij en de meeste landerijen (zo´n 15 hectare), echter het komt hem wel duur te staan. Hij moet z´n broers en z´n zuster en z´n moeder (!) 16.700,- betalen, waarvan de kapitale som van 11.100,- aan z´n moeder.
Deze boedelscheiding bracht Hendrik en zijn gezin in de problemen. Hij had een grote schuld aan z´n moeder waarover hij een normale rente (4%) moest afdragen. De broers Frederik Johannes, Albertus, Johan Gerrit en Jan en zwager Derk Stegeman doen echter in een gezamenlijk akte afstand van de gelden die ze van Hendrik te goed hebben (3-8-1926). Resteerde toch nog een behoorlijke schuld, die met name in de crisisjaren zwaar op het gezin heeft gedrukt. Boterhammen met beleg waren een uitzondering en ´s-ochtends werden er uitsluitend boekweitpannekoeken gegeten en dat was niet als feestelijk ontbijt bedoeld. Het eerdere grote familiekapitaal van de "Onweersboerderij" was opgesplitst, alleen moeder Johanna Jaspers Faijer die op de boerderij bleef wonen zat er nog warmpjes bij. Als zij in 1941 overlijdt heeft ze nog een slordige 29.000 gulden aan leningen en hypotheken uitstaan, waaronder ook de 11.100,- aan zoon Hendrik en ook beschikt ze nog over een paar percelen grond. Haar kleren zijn op het moment van de boedelbeschrijving door Magdalena Johanna Teunis al verknipt en vermaakt tot kleding voor haar kinderen, zodat deze niet meer in de boedeldeling kunnen worden betrokken, verder staat vermeld dat de overledene in het geheel geen lijfssieraden bezat. Dit is tekenend voor het zwaar Calvinistische milieu waar Johanna Jaspers Faijer uit voort kwam, er was genoeg geld, maar dit werd niet bepaald aan uiterlijkheden besteed. Voor Hendrik betekent het overlijden van z´n moeder dat zijn schuld naar zijn familie kleiner wordt. In plaats van de 11.100 gulden, welke hij schuldig was aan z´n moeder, wordt de schuld naar zijn broers en zuster ruim 7.200 gulden, na verrekening van het erfdeel uit de boedel van z´n moeder, waarvoor hij een lening bij de bank afsluit. Nu zaten Hendrik en Magdalena Johanna aan het begin van de oorlogsjaren sowieso al financieel wat beter bij kas vanwege hun erfdeel in de nalatenschap van de ouders Teunis, die ruim 3.300 gulden bedroeg, het ergste leed was toen geleden. Maar de grote rijkdom uit vroeger tijden op het "Onweerserf" was door een paar generaties boedelscheidingen definitief verleden tijd.

Op 12-8-1943 sluit Hendrik een verzekering af tegen oorlogsschade. Boerderij, inboedel vee en akkerbouwprodukten zijn verzekerd voor 29.000,-.
In het archief van de "Onweersboerderij" zitten diverse aktes die betrekking hebben op ruiling van stukken grond door Hendrik Berkhof met andere dorpsbewoners. Hendrik trachtte duidelijk zijn versnipperde landerijen meer te concentreren. Hij zou ook één van de grote voorstanders zijn van de ruilverkaveling eind vijftiger jaren, waarbij hij een voortrekkersrol vervulde.
Hendrik koopt op 12-9-1944 zijn boterpachtplicht af voor het land dat hij o.a. met G.J. Aman e.a. in eigendom heeft. Het land is bekend onder de namen "Jan Jacobsland" of "Freerks Harmsland". Het kost Hendrik 150 gulden en daarmee is de verplichting jaarlijks 25 halve ponden Nederlandse boter of een bedrag van 8,75 aan de Heer van Almelo op Sint Martini (11 november) te voldoen voorgoed verleden tijd.

Volgens de verzekeringspapieren uit 1949 bedroeg de veestapel toen 9 koeien, 3 vaarzen, 2 kalveren en een onbenoemd aantal varkens, met een verzekeringswaarde van 6.450 gulden.
Hendrik was één van de eersten die zijn boerenbedrijf na de ruilverkaveling (vijftiger jaren 20e eeuw) verplaatste van het Oosteinde naar de Dalweg. Zijn bedrijf diende vele jaren als een voorbeeldbedrijf van het landbouwconsulentschap Overijssel en van de Vereniging voor Bedrijfsvoorlichting. Met de verplaatsing van het bedrijf kwam een einde aan de bewoning van de oude boerderij (Onwjearserf) die generaties lang in de familie was gebleven (zeker meer dan 300 jaar).
Bron: familiearchief Onweersboerderij en krantenartikel nav overlijden Hendrik Berkhof in 1967.
Zie ook notities vader Hendrikus Berkhof(f) en grootvader Albertus Jaspers Faijer.
Notitie bij Magdalena Johanna: bijnaam Marriën Lena.
Notitie bij het huwelijk van Hendrik en Magdalena Johanna: huwt op dezelfde dag als zuster Julia Johanna
Notitie bij Hendrikus: Vriezenveen
Notitie bij Johan: landbouwer, bijnaam Onwjears Johan
Notitie bij Sjoukje: bij huwelijk kraamverzorgster

6. Derk Schipper, geb. Vriezenveen 7 jan. 1889, † ald. 16 mei 1964,1 tr. Vriezenveen 29 juni 1918
7. Johanna Bramer, geb. Vriezenveen 25 mei 1890, † ald. 13 nov. 1966.
Uit dit huwelijk:
a. Berend Schipper, geb. Vriezenveen 14 april 1919, † ald. 15 febr. 2001, tr. Lamberdina Johanna (Dine) van’t Spijker, geb. Vriezenveen 16 juni 1915, † ald. 15 april 2013.
b. Janna (Jannie) Schipper, geb. Vriezenveen 4 okt. 1920, † ald. 23 juni 2018.
c. Johanna Hendrika (Jo) Schipper, geb. Vriezenveen 17 febr. 1923, † ald. 1 nov. 2006, tr. Vriezenveen 19 mei 19492 Gerrit Hendrik (Henk) Schoenmaker, geb. Vriezenveen 5 juni 1923, † ald. 10 okt. 1965,1 zn. van Egbert en H. Heitink.
d. Bernard Schipper, geb. Vriezenveen 5 nov. 1925, † ald. 8 nov. 1926.
e. Berendina Bernarda Schipper, geb. Vriezenveen 6 okt. 1927, † ald. 8 jan. 2021, tr. Johannes Lemans, geb. Vriezenveen 15 mei 1926, † ald. 6 juli 1999.
f. Hendrika Johanna, zie 3.
g. Bertha Schipper, geb. Vriezenveen 5 maart 1934, † Almelo 11 nov. 2017.

Notitie bij Derk: timmerman en aannemer, Westeinde nummer 133, bijnaam Boosmans Derk.
Notitie bij Johanna: Gjötten Hanna, bij trouwen dienstbode bij L. ter Braker (G.B.zn.) wijk 6 nummer 645 (bron: dienstboderegister 1900-1910 en 1910-1920 Vriezenveen).
grossier Lambert ter Brake, waar ze ook inwonend was. Ze ging al jeugdig het huis uit evenals haar zuster Cornelia, die bij hotel ter Brake diende.
Notitie bij Bertha: bijnaam Boosmans Berta, bij trouwen kleuterleidster

Generatie IV

8. Hendrikus Berkhof(f), geb. Vriezenveen 8 aug. 1857, † ald. 25 juni 1924, tr. Vriezenveen 2 april 1886
9. Johanna Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 10 maart 1864, † Heino 10 febr. 1941.
Uit dit huwelijk:
a. Albertus Berkhof, geb. Vriezenveen 6 mei 1887, † Amsterdam 26 juli 1943, tr. Leiden 29 nov. 1911 Adriana Jacoba Los, geb. Leiden 15 okt. 1882, † Aalten 8 nov. 1951, dr. van Jacobus Martinus en Elisabeth Johanna de Vries.
b. Fredrik Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 27 jan. 1889, † ald. 19 nov. 1938, tr. Vriezenveen 3 april 1920 Hendrika Jesina Teunis, geb. Vriezenveen 4 mei 1895, † ald. 5 maart 1935, dr. van Albertus en Wolterdina Post.
c. Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 20 sept. 1891, † ald. 13 juni 1959, tr. Vriezenveen 28 juni 1918 Gerritdina Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 18 febr. 1890, † ald. 9 dec. 1956, dr. van Berend Albert en Berendina Hendrika Engberts.
d. Jan Berkhof, geb. Vriezenveen 27 mei 1894, † ald. 3 maart 1962, tr. Vriezenveen 3 nov. 1922 Hendrika Johanna Hoff, geb. Vriezenveen 15 maart 1899, † ald. 3 maart 1970,3 dr. van Berend en Kaatje Schelfhorst.
e. Hendrik, zie 4.
f. Julia Johanna Berkhof, geb. Vriezenveen 15 dec. 1900, † Zwolle 20 sept. 1970, tr. Vriezenveen 15 nov. 19234 Derk Stegeman, geb. Vriezenveen 15 april 1898, † Heino 28 april 1981, zn. van Herman en Fredrika Hendrika Brink.
g. Johan Gerrit Berkhof, geb. Vriezenveen 24 mei 1903, † Steenwijk 4 sept. 1980, tr. Vriezenveen 30 okt. 19314 Gerritdina Hendrika Pot, geb. Vriezenveen 26 febr. 1905,5 † Steenwijk 20 nov. 1975, dr. van Johannes en Fredrika Holland.

Notitie bij Hendrikus: landbouwer, Wijk I-nr. 79 (adres 1943), Oosteinde 345, bijnaam Jan Butens Dieks, ontvanger Ned. Herv. kerk (in elk geval van 1897 tot 1907). Was afkomstig van het bekende Jan Butenserf, waar al honderden jaren Berkhoff´s woonden. Was de eerste Berkhof die het Onweerserf bewoonde. Moet volgens overlevering een nogal norse man geweest zijn.
Bij de boedelscheiding van de ouders van Johanna Jaspers Faijer (zijn echtgenote), in 1896 staat bij Hendrikus Berkhof vermeld "zich ook wel schrijvende Berkhoff". Hendrikus ondertekent de akte zijn naam met dubbel ff.
Op 21-10-1913 koopt Hendrikus de boterpacht af van het zogenaamde "Onweersland"; hij betaalt hiervoor 48 gulden en hiermee vervalt zijn plicht voor dit land jaarlijks "acht halve Nederlandsche ponden boter" op Sint Martini aan de heer van Almelo te voldoen. Zie voor uitleg over de boterpacht ook mijn scriptie op deze website (zie index hoofdstuk 1 par.2 onder het kopje verhouding tot het Huis van Almelo). http://onweersberkhof.com/scriptie/inhoudsopgave.html
Na het overlijden van Hendrikus in 1924 vindt een eerste boedelscheiding plaats. Huis en erf komen aan Hendrik Berkhof toe, de landerijen zijn vergeleken met de vorige generatie aardig geslonken (zo´n 15 hectare). De smederij die de "Onweersfamilie" sinds 1858 in bezit heeft gaat naar zoon Johan Gerrit. Aan hypotheken en effecten beschikt de familie nog steeds over aardige sommen geld nl. in totaal 31.905 gulden (zie ook notities zoon Hendrik (verborgen om privacy-redenen) en schoonvader Albertus Jaspers Faijer).
Notitie bij Johanna: Onwjears Hanna, overleed op 10 februari 1941 tijdens een bezoek aan haar dochter Julia in Heino. Op 13 februari werd haar lichaam door een ziekenauto van het Groene Kruis à raison van 30 cent per kilometer naar Vriezenveen vervoerd, waar ze naast haar man werd begraven op het zogenaamde "rijkeluis-kerkhof" (zie voor meer informatie over het standenkerkhof mijn scriptie; http://onweersberkhof.com//scriptie/inhoudsopgave.html)
Notitie bij Albertus: Begon als onderwijzer te Vriezenveen. Tijdens huwelijk in 1911 onderwijzer te Voorschoten, later (hoofd)onderwijzerhoofd van de Ds. C.P. van Eeghenschool te Amsterdam, begraven op de Noorderbegraafplaats te Amsterdam. Overleden ten gevolge van een tekort aan insuline tijdens de oorlog, was suikerpatiënt. Woonde aan de Ganzenweg 25 te Amsterdam-Noord.
Het huwelijk van Albertus met Adriana Jacoba Los zal verband houden met het predikantschap van Frans Johannes Los (geboren 25-7-1865 te Leiden) die als predikant op 15-7-1905 in Vriezenveen werd bevestigd (bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 27).
Verliet al op jeugdige leeftijd het ouderlijk huis.
Tussen 31-5-1901 en 26-04-1906 was hij woonachtig (als student) aan "de Klokkenberg" te Nijmegen. Dit was een Prot.Chr. Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen Is vervolgens onderwijzer te Vriezenveen geworden aan de school van meester Aldershof en vertrok op 30-1-1909 naar Voorschoten.
Notitie bij het huwelijk van Adriana Jacoba en Albertus: getuigen zijn: Dirk Los, 31 jaar predikant te Daarle
Teunis Los, 21 jaar, bloemist te Utrecht
Frans Johannes Los, zonder beroep, wonend te Leiden
Notitie bij Adriana Jacoba: zonder beroep (1911)
Notitie bij de geboorte van Adriana Jacoba: bron: bevolkingsregister Amsterdam.
Notitie bij Fredrik Johannes: landbouwer en veekoopman (Tjönnies), bewoonde het erf Oosteinde 348 (huidige nummering), huwde in op het erf van zijn echtgenote.
Notitie bij Johannes: bij huwelijksregistratie smid, later fietsenhandelaar en reperateur ook wel Onwjears Jans. Bewoonde de patriciërswoning Oosteinde 218-220 (huidige nummering).
Notitie bij Jan: direkteur landbouw handelsvereniging te Vriezenveen. Volgens huwelijksregistratie bedrijfsleider
Notitie bij het huwelijk van Derk en Julia Johanna: huwt op dezelfde dag als broer Hendrik
Notitie bij Derk: onderwijzer
Notitie bij Johan Gerrit: smid, rijwielhandelaar/reperateur, leraar
Notitie bij het huwelijk van Gerritdina Hendrika en Johan Gerrit: Johan Gerrit is bij zijn huwelijk smid van beroep

10. Gerhardus Engbertus Teunis, geb. Vriezenveen 28 febr. 1845, † ald. 13 jan. 1927, tr. 1e Vriezenveen 8 april 18916 Magdalena Holland (zie 22,c); tr. 2e Vriezenveen 29 mei 18957
11. Pieterlina Holland, geb. Vriezenveen 21 jan. 1865, † ald. 3 dec. 1939.
Uit dit huwelijk:
a. Magdalena Johanna, zie 5.
b. Johanna Engberdina Teunis, geb. Vriezenveen 13 sept. 1898, † Almelo 10 okt. 1979, begr. Vriezenveen 13 okt. 1979, tr. Vriezenveen 29 aug. 1929 Albertus Johannes Dekker, geb. Vriezenveen 22 mei 1902, † Almelo 10 aug. 1933,8 zn. van Hendrik en Gerharda Bernarda Hospers.
c. Johannes Teunis, geb. Vriezenveen 27 sept. 1901, † Almelo 10 febr. 1973.

Notitie bij Gerhardus Engbertus: 1904-1909 notabele van de N.H.kerk. Van beroep kastelein, winkelier, koopman in tuinzaden en landbouwer (bereisde voor
z´n tuinzaadhandel samen met z´n broer Johannes Teunis vnl Duitsland); de oudste broer Jan (geboren in 1828) ging op 17 jarige leeftijd naar St. Petersburg en overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was; mondelinge info van Johanna Bom-Teunis te Almelo ca. 1972). Was van 1904 tot 1909 notabele van de N.H. kerk te Vriezenveen.
Bewoonde het pand Oosteinde 116-118-120.

Bij een boedelbeschrijving na het overlijden van Magdalena Holland op 19-12-1893 is een goed beeld te krijgen van de huishouding van de familie, naast 4 wagens met toebehoren en enig landbouwwerktuig had G.E. Teunis, 2 roodbonte koeien, een paard en een vet varken, 15 kippen en 3 hanen. Verder worden de potten en pannen beschreven, serviesgoed, bedden, 1 uitrektafel met 8 stoelen, daarnaast nog een uitrektafel met 12 stoelen en een leuningstoel, 10 schilderijen, 2 spiegels, linnenkast met 3 potten, glasgordijnen etc. kerkboek met gouden knip, 2 onderbedden, 1 bovenbed en een ledikant etc. etc. Verder worden de winkelwaren beschreven, een breed assortiment, voedingsmiddelen, zoals suiker, zout en rozijnen, zeep, stijfsel, peper en nagelgruis, pruimen, drop, serviesgoed, petroleumkannen, diverse klompen, een kerkboek met zilveren band, een zilveren horlogerie, garen, raapolie, petroleum, lampenglazen en een flinke hoeveelheid jenever, brandewijn en likeuren. Deze laatsten vertegenwoordigden een waarde van 200 gulden, meer dan 15 hectare land en uitstaande leningen, waaronder een lening aan Hendrik Jan van der Linde te Arriën, Ambt Ommen van tweeduizend zevenhonderd zestig gulden en bij Fedde Cornelis van der Veem te Daarle stond drieduizend gulden uit en bij Derk Teunis te Daarlerveen zevenhonderd gulden.

5-4-1889 is er een boedelscheiding van de nalatenschap van Engberdina Johanna Teunis, overleden 20-10-1888. Erfgenamen zijn: 1. Johannes Teunis, koopman en grondeigenaar 2. Johannes Albertus Smelt, gemeenteontvanger, echtgenoot van Johanna Gerharda Teunis 3. Gerhardus Engbertus Teunis, winkelier en koopman 4. Jan Schuurman, timmerman en winkelier, wonend te Den Ham, echtgenoot van Esina Theresia Teunis 5. Mejuffrouw Truida Johanna Teunis, zonder beroep, weduwe van de heer Gerhardus Winter. Ze erven zo´n 14 hectare bouw en weidegrond en 2 hectare veengrond. Tevens het aandeel van de leningen van de vader van Engberdina Johanna, dat voor haar persoonlijk uit een aandeel bestond van ruim drieduizend gulden. In totaal wordt een geldwaardebedrag van 8000 gulden verdeeld en krijgt ieder 1600 gulden aan waarde.

(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij de geboorte van Pieterlina: bij haar geboorte heet de vader Engbertus Holland koopman van beroep te zijn en afwezig, de geboorte werd aangegeven door Gerrit Otto Boom, geneesheer en verloskundige.
Notitie bij het overlijden van Pieterlina: na de dood van Pieterlina verandert, volgens informatie van het kadaster, de bestemming van de woning. De woning van de familie Teunis wordt inwendig verbouwd en na ca. 200 jaar was de winkelnering op deze plek verleden tijd.
Notitie bij Albertus Johannes: bij huwelijk koopman, bij overlijden manufacturier.
Notitie bij het overlijden van Albertus Johannes: de aangifte van het overlijden werd gedaan door Johannes Hospers, 50 jaar landbouwer en Johannes Hendrikus Brink, 37 jaar landbouwer, beiden woonachtig te Vriezenveen.

12. Berend Schipper, geb. Vriezenveen 9 aug. 1848,9 † ald. 7 mei 1926, tr. Vriezenveen 29 maart 1877
13. Johanna Hendrika Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 10 nov. 1854, † Almelo 17 maart 1931.
Uit dit huwelijk:
a. Jezina Schipper, geb. Vriezenveen 3 maart 1878, † ald. 15 april 1895.
b. Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 11 okt. 1879, † ald. 19 juni 1886.
c. Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 9 april 1882, † ald. 5 febr. 1969, tr. Vriezenveen 19 jan. 1907 Fredrik Bramer, geb. Vriezenveen 9 nov. 1876, † ald. 23 sept. 1942, zn. van Egbert en Alberdina Pereboom.
d. Jan Hendrik Schipper, geb. Vriezenveen 19 dec. 1884, † Almelo 4 nov. 1949, tr. Vriezenveen 1 mei 19154 Hanna Stegeman, geb. Vriezenveen 11 sept. 1882, † ald. 20 jan. 1949, dr. van Gerrit en Dina Berkhof.
e. Johannes Schipper, geb. Vriezenveen 29 sept. 1886, † ald. 30 maart 1976, tr. Vriezenveen 28 jan. 19114 Janna Nijland, geb. omstr. 1886, † Vriezenveen 9 febr. 1963, dr. van Johannes Hendrikus en Christina Jonker.
f. Derk, zie 6.
g. Hendrika Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 1 nov. 1891, † ald. 22 mei 1915.
h. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 12 april 1896, † ald. 17 april 1896.
i. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 2 juni 1899, † ald. 22 april 1901.
j. Johan Schipper, geb. Vriezenveen 9 aug. 1903, † ald. 1990.

Notitie bij Berend: landbouwer, (bron huwelijksakte). bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering.
Notitie bij Johanna Hendrika: bij huwelijk dienstmeid van beroep
Notitie bij het overlijden van Johanna Hendrika: op 18 maart 1931 doen de twee Vriezenveners Lambertus Dekker, landbouwer 55 jaar en Albertus Hospers, landbouwer 51 jaar aangifte van het overlijden van de weduwe Johanna Hendrika Nijen Twilhaar, oud 76 jaar en overleden te Almelo op de 17e maart 1931.
Notitie bij Fredrik: landbouwer, ouderling en diaken van de gereformeerde kerk.
Notitie bij Jan Hendrik: landbouwer Oosteinde 175 huidige nummering (Boosmans). Het erf verhuisde met de ruilverkaveling naar de Oostermaatweg.
Notitie bij Johannes: bakker

14. Berend Bramer, geb. Vriezenveen 4 april 1864, † ald. 30 aug. 1899, tr. Vriezenveen 1 juli 1887
15. Janna Aman, geb. Vriezenveen 15 juni 1865, † ald. 15 maart 1928, tr. 2e Vriezenveen 25 juni 1909 Johannes Wessels, geb. Vriezenveen 18 febr. 1855, † ald. 2 febr. 1950,4 zn. van Gerrit en Aleidina Engberts en wedr. van Mina Gezina Bramer (zie 28,c).
Uit dit huwelijk:
a. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 16 april 1888, † ald. 11 mei 1973,1 tr. Jennigjen Roelofs, geb. Vriezenveen 23 febr. 1891, † ald. 24 sept. 1973,10 dr. van Jan en Geertruida Janna Makkinga.
b. Johanna, zie 7.
c. Hendrika Bramer, geb. Vriezenveen 1892, † ald. 23 mei 1895.
d. Cornelia Bramer, geb. Vriezenveen 29 okt. 1894, † ald. 24 juni 1945, tr. Vriezenveen 18 maart 1921 Albartus Mulder, geb. Vriezenveen 23 okt. 1895, † ald. 13 febr. 1969, zn. van Coenraad en Johanna Volkers.
e. Hendrika Bramer, geb. 1896, † Vriezenveen 1 dec. 1897.
f. Jacob Johannes Bramer, geb. Vriezenveen 1898, † ald. 1983, tr. Vriezenveen 19 mei 1927 Derkdina Johanna Keus, † Vriezenveen, dr. van Johannes en Gerritdina Goldsteen.

Notitie bij Berend: kantoorbediende bij Jansen en Tilanus, daarnaast had hij een boerenbedrijfje. Volgens overlevering van Johannes Jacob Bramer zou Berend zijn overleden doordat hij met het hooien tijdens een naderende onweersbui de pet aan zijn knecht gaf, en daardoor zelf een longontsteking opliep. Is geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188).
Notitie bij het overlijden van Berend: overleden op het adres wijk 4 nummer 475.
Notitie bij Janna: Janna was afkomstig van het puntje van het Oosteinde (tegenover de Jan Butens boerderij van de familie Berkhoff), nr. 409, haar bijnaam was "Baais Janna".
Notitie bij het huwelijk van Berend en Janna: helaas is van dit echtpaar geen foto bekend, al dan niet vanwege godsdienstige redenen wilde Janna Aman niet op de foto, hoewel hier vaak een poging toe gedaan is door hoteleigenaar ter Brake, waar hun dochter Johanna Bramer in dienst was.
Notitie bij Willem: kantoorbediende bij huwelijk
Notitie bij het overlijden van Jennigjen: bij overlijden 82 jaar oud, weduwe van Willem Bramer
Notitie bij Albartus: metselaar bij huwelijk

Generatie V

16. Fredrik Johannes Berkhof(f), geb. Vriezenveen 15 febr. 1823, † ald. 26 dec. 1891, tr. Vriezenveen 7 april 1849
17. Janna Aman, geb. Vriezenveen 3 febr. 1824, † ald. 20 aug. 1879.
Uit dit huwelijk:
a. Alberdina Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 2 febr. 1850, † ald. 11 juni 1881, tr. Vriezenveen 7 dec. 1872 Johannes Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 5 mei 1842, † ald. 29 maart 1909,3 zn. van Hendrik (zie 36,b) en Johanna Berendina Schipper.
b. Johanna Alberdina Berkhoff, geb. Vriezenveen 19 jan. 1852, † ald. 21 febr. 1852.
c. Johannes Berkhoff, geb. Vriezenveen 22 dec. 1852, † ald. 3 okt. 1895, tr. 1e Vriezenveen 8 mei 1885 Berendina Dekker, geb. Vriezenveen 1852, † ald. 18 febr. 1889, dr. van Bernardus en Alberdina Johanna Smelt; tr. 2e Vriezenveen 23 april 189111 Johanna Jansen, geb. Vriezenveen 24 april 1864, † ald. 17 maart 1956, dr. van Engbertus en Johanna Pot (zie 58,e).
d. Jan Berkhoff, geb. Vriezenveen 1 sept. 1855, † ald. 7 nov. 1865.
e. Hendrikus, zie 8.
f. Bernarda Berkhoff, geb. Vriezenveen 29 sept. 1860, † ald. 6 sept. 1920, tr. Vriezenveen 8 mei 1885 Gerrit Bramer, geb. Vriezenveen 2 april 1859, † ald. 4 april 1904, zn. van Johannes Gerhardus en Hendrika Berkhoff (zie 32,a).

Notitie bij Fredrik Johannes: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering , bijnaam Jan Butens Freek. Vervulde diverse bestuurlijke functies in kerk en gemeente. Was gemeenteraadslid vanaf 1862 toen de gemeenteraad werd uitgebreid in verband met de bevolkingsvermeerdering van de gemeente Vriezenveen. Bedankt in 1883 voor de eer van het raadslidmaatschap. Was in de kerk o.a. actief in de functie van notabele (1856-1880), diaken (1870-1873) en ouderling (1855-1860).
Op 22-8-1889 vindt er een boedelscheiding plaats naar aanleiding van het overlijden van Janna Aman in 1879. Hieruit blijkt dat de familie er warmpjes bij zat en aan hypotheken en leningen meer dan 15.000,- gulden uit had staan. Elk der kinderen verwierf 1.889,- uit de boedel. (bron: familiearchief Onweersboerderij)

Volgens de huwelijkse bijlagen was Fredrik Johannes vrijgesteld voor zijn dienstplicht voor de nationale militie. Overigens stond hier niet bij wat de gebreken wel waren.
Notitie bij de geboorte van Fredrik Johannes: geboorteregistratie: Fredrik Johannes Berkhof, vader tekent de geboorteakte als "Jan Berkhoff".
Notitie bij het overlijden van Fredrik Johannes: grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen anno 2005
Notitie bij Janna: bijnaam: Joonkbeernds Janna
Notitie bij de geboorte van Janna: in haar geboorteakte staat vermeld dat ze de dochter is van Hendrikus Aman Fz. koopman en landbouwer te Vriezenveen 36 jaar, hij doet ook de aangifte van de geboorte en Johanna Broertjen, zijne huisvrouw, zonder speciaal beroep, 31 jaar. getuigen waren: Jasper ten Cate, bode 57 jaar en Hendrik Schipper Albz. 48 jaar landbouwer.
Notitie bij het overlijden van Janna: grafsteen anno 2005 nog aanwezig op kerkhof te Vriezenveen
Notitie bij Johannes: landbouwer (bron: huwelijksregistratie 1872). bewoonde het ouderlijk erf Oosteinde 368.
Notitie bij het overlijden van Johanna Alberdina: 5 weken oud
Notitie bij Johannes: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering , bijnaam Jan Butens Jans. was gemeenteraadslid en als zodanig ook wethouder.
Vanaf 1886 ouderling van de N.H.kerk.
Notitie bij Berendina: landbouwer (bron: huwelijksregistratie 1885)
Notitie bij Johanna: de wed. Johanna Jansen bewoonde later met haar kinderen Berendina en Engbertus het erf wijk 4 nummer 380 (later Westeinde 87).

Op 30-05-1899 is er een "moordaanslag" geweest op de weduwe J. Berkhoff. Dit gebeurde door de voormalige knecht Johannes Boesschen Hospers (geb. 1868) die als voormalig knecht een huwelijksaanzoek had gedaan en de afwijzing niet kon verkroppen. Met een broodmes viel hij haar aan en het gevolg was een diepe, maar niet dodelijke halssnede. (bron: diverse kranten, waaronder de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant d.d.1-6-1899).
Notitie bij Bernarda: grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen (anno 2004)
Notitie bij Gerrit: landbouwer (bij huwelijksregistratie 1885), grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen (anno 2004)

18. Albartus Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 21 okt. 1827, † ald. 10 maart 1897, tr. Vriezenveen 23 juni 1860
19. Johanna Lena Webbink, geb. Vriezenveen 30 juli 1837, † ald. 12 aug. 1869.
Uit dit huwelijk:
a. Gerritdina Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 5 april 1861, † Zeist 18 okt. 1941,4 tr. Vriezenveen 23 juli 18814 Johannes Hospers, geb. Vriezenveen 16 maart 1855, † ald. 7 maart 1923, zn. van Gerhardus Bernardus en Gerritdina Engberts.
b. Johanna, zie 9.
c. Julia Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 25 febr. 1867, † ald. 22 maart 1871.

Notitie bij Albartus: Ook wel Albartus (bijnaam Onwjears Bats) genoemd, landbouwer en grondeigenaar, bewoonde het Onweersgoed aan het Oosteinde nr. 345 (huidige nummering). Was lange tijd wethouder (1887-1897) en raadslid van de gemeenteraad (1862 -1887).
In oa 1893 fungeerde Albartus Jaspers Faijer als ambtenaar van de burgerlijke stand te Vriezenveen.
Koopt op 25-6-1864 zo´n 6 hectare land voor 200 gulden van de kinderen van Jan Aman en Klasina Berkhoff genoemd de oostelijke helft van het zogenaamde "Onweersland" aan de zuidkant van de dorpsstraat. In 1876 wordt de boerderij op een gemiddelde huurwaarde van 90 gulden geschat, dat is ruim boven het gemiddelde van ruim 52 gulden in Vriezenveen (bron: archief kadaster Zwolle). Opmerkelijk is dat het erf op naam van de broer van Albertus genaamd Hendrik staat, die al in 1865 is overleden, aangezien de boedel van de vader van Albertus pas jaren na zijn dood (in 1891) is verdeeld was eigenlijk iedereen van de kinderen eigenaar in 1876, maar opmerkelijk is toch wel dat Hendrik op dat moment al jaren was overleden, dus de registratie van het kadaster was niet echt up-to-date.
Albartus was gemeenteraadslid vanaf 1862, toen hij zitting kreeg in een grotere gemeenteraad in verband met de vermeerdering van de bevolking van de gemeente Vriezenveen in die tijd; was in elk geval in 1866 nog gemeenteraadslid. Vervulde de functie van wethouder van 6-9-1887 tot zijn overlijden op 10-3-1897. De heer J. Harmsen volgde hem op (bron: gemeentearchief Vriezenveen).
Op 19 april 1864 is er een boedelbeschrijving nav het overlijden van de neef Derk Jaspers Faijer die als wees op 19 jarige leeftijd op het Onweerserf in het huis van zijn oom Albartus overlijdt. Er wordt vermeld dat de boedelscheiding van de grootouders Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Kosters nog niet heeft plaatsgevonden en dat Albertus bij testament enig erfgenaam is geworden van het erfdeel van neef Derk en Derks eigen bezittingen. Het Onweersbezit wordt dan getaxeerd op 17.249,72. Derks erfdeel hiervan is één vierde deel, te weten 4.302,43. Naast dit erfdeel dat dus volledig aan Albertus toevalt vallen de bezittingen van Derk aan Albartus toe. Deze bestaan vrijwel uitsluitend uit hypotheken en uitstaande leningen ter waarde van 8.173,05. (zie ook notities neef Derk Jaspers Faijer (1845-1864).
In oktober 1871 vindt er al weer een boedelbeschrijving plaats naar aanleiding van het overlijden van dochter Julia: landerijen, woning, meubilair, kleding, geld, en waardepapieren worden geschat op ruim 23.000 gulden.
Op 8-6-1872 vindt opnieuw een boedelscheiding plaats nav het overlijden 3 jaar eerder van echtgenote Johanna Lena Webbink. Dit is opmerkelijk omdat de boedelscheiding van de vader van Albertus (overleden in 1858) pas jaren later plaats vond, terwijl het hier toch om de inboedel van het zelfde erf gaat, waar eigenlijk in het geheel geen boedelscheiding over had kunnen plaatsvinden, aangezien de boedelscheiding van een generatie eerder nog niet had plaatsgevonden (pas in 1891). Het lijkt erop dat Albertus ervan uitging dat een boedelscheiding van zijn ouders niet meer plaats zou vinden en dat het erf en landerijen hem toekwamen!

De beschrijving van de inventaris is erg uitvoerig. Een greep hieruit: een Friese hangklok ter waarde van 15 gulden, twee dozijn witte borden en twee dito schotels te waarde van 1,20. 9 stuks gekleurde borden en 5 dito schotels gewaardeerd op 0,50. 9 tinnen borden ter waarde van 6 gulden, 40 tinnen lepels en een dito soeplepel op 1,50. 15 ijzeren vorken en 16 messen getaxeerd op 1,50. Een koperen tabaksdoos , een servies met 30 kopjes en schoteltjes van aardewerk op 2 gulden geschat, een tinnen koffiekan, een verlakte tinnen koffiekan en 2 tinnen theepotten, 12 keukenstoelen. 3 petroleumlampen, waaronder 1 hanglamp, 6 eierlepeltjes, 2 bierglazen, 33 linnen beddenlakens geschat op 20 guldens, 1 rol ongemaakt linnen geschat op 30 gulden, 1 kerkboek met zilveren sloten en beugel geschat op 12 gulden. In de "groote oostelijke kamer van het huis een ovale geschilderde tafel met 6 stoelen, 3 schilderijen en een spiegel, een opgelegd eikenhouten kabinet, 2 katoenen parapluis, 1 strijkijzer, 2 onder en bovenbedden. Ook in de keuken met uitzicht op de straat is een onder en bovenbed en verder is dit zelfde ook te vinden in een kamertje boven de kelder, daar zijn ook nog 6 stoelen met rieten zittingen en 6 stoven te vinden. In totaal lijken er 8 slaapplaatsen te zijn. 2 in de keuken, 4 in de kamer en 2 in het bovenkamertje. In de kelder zijn melkvaten en een balans met schalen te vinden.
Verder de nodige pannen, melkvaten etc.
De veestapel was beperkt, 1 paard (120 gulden) 3 zwartbonte koeien (330 gulden), 2 kalveren (60 gulden), 1 oud varken (20 gulden), 25 kippen en 1 haan (7 gulden), 2 katten (!) worden geschat op 30 cent, 2 beslagen wagens (45 gulden), 2 mestwagens (20 gulden), divers boerengereedschap, 3 koperen wasketels. "Voorradige gedorschte rogge en boekboekweit" (55 gulden). aardappelen (9 gulden), hooi en stro (10 gulden) en mest in de stal (40 gulden), turf (15 gulden), op het veld staande vruchten (350 gulden), voorradige levensmiddelen (30 gulden), voorradige contanten (150,82).

De kleding van Johanna Lena Webbink bestond uit:
-5 katoenen en 7 wollen jakken, 15 gulden
-6 wollen rokken, 10 gulden
-3 gestreepte en een rode "baaijen" rok, 9 gulden
-15 mutsen, 1,80
-4 boezelaars, 3 gulden
-10 linnen hemden, 10 gulden
-40 linnen halsdoeken, 10 gulden
-6 linnen zakdoeken, 0,90
-een kerkboek met 2 zilveren sloten, 10,90

De kleding van Albertus Jaspers Faijer bestond uit:
-2 lakense jassen, 6 gulden
-1 duffelse jas, 5 gulden
-2 broeken en 2 vesten, 8 gulden
-2 "duffelsche en een lakens buis" , 5,50
-1 hoed en 2 petten, 4 gulden
-2 paar laarzen, 4 gulden
-2 "baaijen" en 4 katoenen borstrokken, 3 gulden.
-6 halsdoeken, 1,50
-2 oude zilveren horloges, 18 gulden
-6 linnen en 6 katoenen zakdoeken
-12 linnen hemden, 9 gulden
-6 paar kousen en 2 paar klompen, 3 gulden

Uitstaande leningen bedroegen in totaal 14.449,57, daarnaast bezaten Albartus en zijn vrouw nog effecten en obligaties ter waarde van 1.566,49, waaronder Russische en Oostenrijkse obligaties.
De landerijen omvatten ca. 44 hectare grond en naast het eigen erf 1/4 aandeel in een katerstede te Wierden.
Daarnaast waren er nog schulden: grond en personele belasting 25 gulden en aan verschuldigd loon voor dienstboden 250 gulden.

Pas in 1891 vindt de boedelscheiding van de ouders van Albartus plaats, de boerderij is even daarvoor geheel afgebrand (zie notities bij vader Johannes Jaspers Faijer).

In december van 1897 vindt na zijn eigen overlijden, eerder dat jaar, weer een boedelscheiding plaats. Het onroerend goed wordt vastgesteld op 10.450 gulden, waaronder een boederij, een smederij en 1/4 deel eigendom van een katerstede te Wierden. Het eigendom aan landerijen omvat maar liefst ca. 46 hectare aan land. Hij wordt dus niet voor niets in de oude akten grondeigenaar genoemd. Zijn bezit was erg omvangrijk. Hij verhuurde veel van zijn landerijen. Aan waardepapieren (hypotheken en dergelijke) bezat Albertus de lieve somma van 18.760 gulden.
De inboedel en verdere roerende "lighamelijke zaken" werden getaxeerd op 800 gulden. Aangezien er slechts 2 erfgenamen waren erfde ieder een kapitaaltje van 14.605 gulden (de derde dochter Julia was al op jonge leeftijd overleden).

De tijd van Albertus Jaspers Faijer is de tijd van de "Onweersboer" als grootgrondbezitter. Na 1899 zal het grondbezit door boedelsscheidingen en verkoop haar aanvankelijke omvang snel verliezen. Volgens het kadaster was het grondbezit van de " Onweersboer" in 1859 in Vriezenveen (er was ook bezit in Wierden en Geesteren!) zo´n 33 hectare. In 1926 was hier nog maar 14 hectare van over, die omvang zou het erf vanaf deze tijd behouden.
(Bron: familiearchief Onweersfamilie).
Notitie bij de geboorte van Albartus: geboren als Albartus
Notitie bij het huwelijk van Albartus en Johanna Lena: Albertus huwde als Albartus Faijer met als beroep landbouwer, Johanna Lena Webbink was dienstmeid.
Albartus heette de zoon te zijn van Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Koster. Een wijziging van de namen in de huwelijksakte van Albertus vindt plaats op 09-11-1888 waarbij Albartus naam wordt gewijzigd in Albartus Jaspers Faijer en die van zijn moeder Gerritdina Koster wordt veranderd in Gerritdina Coster.
Notitie bij de geboorte van Gerritdina: volgens de geboorteakte van Gerritdina is zij de dochter van Albartus Faijer, er staat echter een notitie bij dat "bij vonnis van de arrondisementsrechtbank van 9-11-1881" dat dit abuis is en gelzen moet worden als Albartus Jaspers Faijer (ingeschreven ter griffie van de rechtbank Almelo 8-1-1882). Overigens had Albertus de akte ook getekend als A. Faijer.
Notitie bij Johannes: koopman, richtte samen met zijn broer de textielfabriek Hospers op.
Notitie bij het overlijden van Johannes: overlijden op het adres wijk 3 huisnummer 218 (NB op grond van volgorde zou het feitelijk wijk 2 geweest moeten zijn).

In "Het Nieuwsblad van het Noorden" staat op 8 maart 1923 de volgende familieannonce:

"Heden overleed, zacht en kalm onze geliefde Echtgenoot, Vader, Behuwd- en Grootvader Johannes Hospers in den ouderdom van bijna 68 jaar"
Notitie bij het overlijden van Julia: 4 jaar oud

20. Engbert Teunis, geb. Vriezenveen 14 jan. 1802, † ald. 1 april 1863, tr. Vriezenveen 9 juni 182712
21. Johanna Bom, geb. Vriezenveen 23 dec. 1807, † ald. 8 jan. 1880.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Teunis, geb. Vriezenveen 1 aug. 1828, † Sint Petersburg 2 juni 1847.13
b. Johannes Teunis, geb. Vriezenveen 17 dec. 1830, † ald. 9 mei 1898, tr. Vriezenveen 12 dec. 18734 Johanna Berendina Schipper, geb. Vriezenveen 21 febr. 1829, † ald. 11 jan. 1901, dr. van Fredrikus en Jesina Drost.
c. Ezina Theresia Teunis, geb. Vriezenveen 23 jan. 1834, † Den Ham 5 febr. 1914, tr. Den Ham 5 mei 18834 Jan Schuurman, geb. Den Ham omstr. 1848, † ald. 17 jan. 1934, zn. van Adrianus en Willemina Dubbink.
d. Johanna Gerharda Teunis, geb. Vriezenveen 1 okt. 1836, † ald. 29 jan. 1917, tr. Vriezenveen 13 juni 18684 Johannes Albertus Smelt, geb. Vriezenveen 30 dec. 1827, † ald. 24 okt. 1911, zn. van Hendrik en Johanna Jaspers Faijer (zie 72,e).
e. Truida Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 1840, † ald. 11 april 1921, tr. Vriezenveen 22 maart 1873 Gerhardus Winter, geb. Vriezenveen omstr. 1826, † ald. 13 nov. 1887, zn. van Jan en Lena Aman en wedr. van Barendina Gesina Aman.
f. Engbertdiena Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 2 april 1842, † ald. 29 okt. 1888.3
g. Gerhardus Engbertus, zie 10.
h. Jannetta Teunis, geb. Vriezenveen 1849, † ald. 18 dec. 1849.

Notitie bij Engbert: landbouwer, koopman en winkelier. Bij de geboorte van zoon Johannes is Engbert op reis, dat wil zeggen dat hij handel zal hebben gedreven. De oudste zoon Jan (geboren 1828) ging op 17 jarige leeftijd naar St. Petersburg en overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was; Diaken 1831- 1835. Ouderling 1845- 1849,
notabele 1820-1830. Behoorde in 1830-1832 en 1854 tot één van de 34 families in Vriezenveen die zich een eigen huurbank in de kerk kon veroorloven, deze werden jaarlijks door inschrijving verhuurd.
bezat volgens kadastrale gegevens in 1832 27 bunder en 48 roeden land, daarnaast meer dan 15 bunder in gemeenschappelijk bezit.

Op 19-1-1827 sluit Engbert met zijn zuster Trijntjen Teunis een contract, hun deel in de nalatenschap van hun vader Jan Teunis, "provisioneel in gemeenschap te behouden en ten gemeene nutte aan te wenden", als één van beiden uit de gemeenschap stapt en op zich zelf gaat wonen, moet hij/zij de ander 500 gulden meegeven zonder verdere verrekening of afrekening. Als Trijntjen op zich zelf gaat wonen is ze daarboven ook nog verplicht Engbert jaarlijks 30 guldens te betalen, zolang ze leeft, "tot aanschaffing eener woning of andere uitgaven". Mocht Tryntjen vertrekken dan mag zij meenemen "haar klederen, kaste en het bed door haar beslapen en zes lakens en zes slopens".

Engbert is samen met zijn zuster Tryntjen, begunstigd in een testament van Klasina Jansen, van beroep naaister, 70 jaar oud, wonende te Vriezenveen, dochter van wijlen Jan Jansen (ook wel Balthazar genoemd) en wijlen Grietjen Egberts (Hoff) voor een derde deel der nalatenschap akte d.d 13-1-1840.
(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

Volgens het register van de nationale militie (aanwezig in de huwelijkse bijlagen van de huwelijksakte) had Engbert de volgende verschijningsvorm:
-aangezicht: langwerpig
-lengte: 1 el en 698 str.
-voorhoofd: langwerpig
-ogen: blauw
-neus: klein
-mond: id.
-kin: rond
-haar: bruin
-wenkbrauwen: id.
merkbare teekenen: geene
Notitie bij het overlijden van Engbert: (grafsteen nog op kerkhof van Vriezenveen 2012).
Notitie bij Johanna: winkelierster
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als Johanna dv Jannes Bom en Johanna Schuurman.
Notitie bij het overlijden van Johanna: 1880 (grafsteen nog op kerkhof van Vriezenveen 2012).
Notitie bij het overlijden van Jan: overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was.(ook wel zenuw zinkingkoorts)
Notitie bij Johannes: landbouwer (bron: overlijdensakte 1898) en marskramer (bron: mondelinge overlevering Johanna Alberdina Teunis). Bezocht met zijn broer Gerhardus Engbertus Teunis vnl. Duitsland en handelde in tuinzaden.
Notitie bij de geboorte van Johannes: zijn geboorte wordt aangegeven door zijn grootmoeder Johanna Schuurman, huisvrouw van Jannes Bom, vader Engbert Teunis was bij de geboorte op reis, dat wil zeggen dat hij vermoedelijk als marskramer op pad was.
Notitie bij de geboorte van Johanna Berendina: de geboorte werd aangegeven door Berendina Bramer wed. van Berend Schipper. Vader Fredrikus Schipper, landbouwer van beroep, was op reis.
Notitie bij Jan: timmerman, aannemer.
Notitie bij het overlijden van Johanna Gerharda: overleden in het huis wijk 1 nummer 94.
Notitie bij Johannes Albertus: bij huwelijk landbouwer van beroep.
Notitie bij het overlijden van Johannes Albertus: overleden op het adres wijk 1 nummer 94. Zonder beroep.
Notitie bij Gerhardus: landbouwer en koopman
Notitie bij het overlijden van Engbertdiena Johanna: naast haar moeder Johanna Bom begraven in een gezamenlijk graf. (grafsteen anno 2005 nog aanwezig)
Notitie bij het overlijden van Jannetta: volgens overlijdensregistratie 10 maanden oud.

22. Engbertus Holland, geb. Vriezenveen 17 okt. 1825, † ald. 1 nov. 1877, tr. Vriezenveen 10 juni 1854
23. Janna van Eijck, geb. Tubbergen 8 sept. 1827, † Vriezenveen 16 mei 1901.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Holland, geb. Vriezenveen 1854, † ald. 21 jan. 1855.
b. Janna Holland, geb. Vriezenveen 23 april 1856, † ald. 31 mei 1919.
c. Magdalena Holland, geb. Vriezenveen 29 dec. 1858, † ald. 18 sept. 1893, tr. Vriezenveen 8 april 18916 Gerhardus Engbertus Teunis (zie 10).
d. Gerritdina Holland, geb. Vriezenveen 31 maart 1861, † Rotterdam 11 aug. 1925, tr. Vriezenveen 27 april 1889 Hendrik Jan Jansen, geb. Vriezenveen 15 jan. 1857, † Rotterdam (Hilligersberg) 13 juni 1936, zn. van Fredrik Jan en Hendrika Hendriks.
e. Pieterlina Holland, geb. Vriezenveen 30 sept. 1863, † ald. 20 okt. 1864.4
f. Pieterlina, zie 11.
g. Fina Johanna Holland, geb. Vriezenveen 1 juli 1868, † ald. 2 dec. 1913.
h. Jan Holland, geb. Vriezenveen 11 sept. 1873,14 † ald. 21 sept. 1953.15

Notitie bij Engbertus: logementhouder, koopman in tuinzaden, winkelier in manufacturen en landbouwer (grafsteen nog op het kerkhof van Vriezenveen 2004).
In 1868 koopt hij van de erfgenamen van Johanna Alberdina Vetker een pand op het Midden,-aan de kant van het Oosteinde- en in 1869 laat hij het pand afbreken en bouwt een nieuw pand met winkel en logement. Tot 1947 blijft het pand in handen van de familie Holland (Jan een zoon van Engbertus, koopman en hotelhouder). Na zijn overlijden erft Wicher Willem Winkel het pand, hij baat er een café uit dat wordt afgebroken in de zeventiger jaren (?). Een rotonde komt er voor in de plaats. (informatie uit het kadaster en eigen info).
Notitie bij Janna: logementhoudster
(grafsteen nog op het kerkhof van Vriezenveen 2004). Hoewel de familie in de bevolkingsregister in Vriezenveen doorgaans als van Eijck wordt aangeduid, schrijft Janna haar naam bij het huwelijk, evenals haar vader altijd deed met "van Eyck".
Notitie bij het overlijden van Jan: volgens overlijdensregistratie 4 maanden oud.
Notitie bij Janna: 13 december 1913 vertrekt Janna naar het krankzinnigengesticht te Deventer. 4 augustus 1914 keert ze hier uit terug.
Notitie bij het overlijden van Janna: overleden op het adres wijk 3 nummer 296 (Oosteinde 2). 63 jaar oud.
Notitie bij Gerhardus Engbertus: 1904-1909 notabele van de N.H.kerk. Van beroep kastelein, winkelier, koopman in tuinzaden en landbouwer (bereisde voor
z´n tuinzaadhandel samen met z´n broer Johannes Teunis vnl Duitsland); de oudste broer Jan (geboren in 1828) ging op 17 jarige leeftijd naar St. Petersburg en overleed daar in 1847 aan zenuwzinkenkoorts toen hij 19 jaar oud was; mondelinge info van Johanna Bom-Teunis te Almelo ca. 1972). Was van 1904 tot 1909 notabele van de N.H. kerk te Vriezenveen.
Bewoonde het pand Oosteinde 116-118-120.

Bij een boedelbeschrijving na het overlijden van Magdalena Holland op 19-12-1893 is een goed beeld te krijgen van de huishouding van de familie, naast 4 wagens met toebehoren en enig landbouwwerktuig had G.E. Teunis, 2 roodbonte koeien, een paard en een vet varken, 15 kippen en 3 hanen. Verder worden de potten en pannen beschreven, serviesgoed, bedden, 1 uitrektafel met 8 stoelen, daarnaast nog een uitrektafel met 12 stoelen en een leuningstoel, 10 schilderijen, 2 spiegels, linnenkast met 3 potten, glasgordijnen etc. kerkboek met gouden knip, 2 onderbedden, 1 bovenbed en een ledikant etc. etc. Verder worden de winkelwaren beschreven, een breed assortiment, voedingsmiddelen, zoals suiker, zout en rozijnen, zeep, stijfsel, peper en nagelgruis, pruimen, drop, serviesgoed, petroleumkannen, diverse klompen, een kerkboek met zilveren band, een zilveren horlogerie, garen, raapolie, petroleum, lampenglazen en een flinke hoeveelheid jenever, brandewijn en likeuren. Deze laatsten vertegenwoordigden een waarde van 200 gulden, meer dan 15 hectare land en uitstaande leningen, waaronder een lening aan Hendrik Jan van der Linde te Arriën, Ambt Ommen van tweeduizend zevenhonderd zestig gulden en bij Fedde Cornelis van der Veem te Daarle stond drieduizend gulden uit en bij Derk Teunis te Daarlerveen zevenhonderd gulden.

5-4-1889 is er een boedelscheiding van de nalatenschap van Engberdina Johanna Teunis, overleden 20-10-1888. Erfgenamen zijn: 1. Johannes Teunis, koopman en grondeigenaar 2. Johannes Albertus Smelt, gemeenteontvanger, echtgenoot van Johanna Gerharda Teunis 3. Gerhardus Engbertus Teunis, winkelier en koopman 4. Jan Schuurman, timmerman en winkelier, wonend te Den Ham, echtgenoot van Esina Theresia Teunis 5. Mejuffrouw Truida Johanna Teunis, zonder beroep, weduwe van de heer Gerhardus Winter. Ze erven zo´n 14 hectare bouw en weidegrond en 2 hectare veengrond. Tevens het aandeel van de leningen van de vader van Engberdina Johanna, dat voor haar persoonlijk uit een aandeel bestond van ruim drieduizend gulden. In totaal wordt een geldwaardebedrag van 8000 gulden verdeeld en krijgt ieder 1600 gulden aan waarde.

(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij Gerritdina: Gerritdina is bij haar huwelijk in 1889 28 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Gerritdina: bij de geboorte staat vermeld dat de vader Engbertus Holland landbouwer is en woonachtig in de 2e wijk van Vriezenveen. Getuigen bij de geboorteakte d.d. 02-04-1861 waren:
Notitie bij het overlijden van Gerritdina: overleden te Overschie, zonder beroep. aktenr. 3089. echtgenote van Hendrik Jan Jansen.
Notitie bij Hendrik Jan: belastingcommies bij huwelijk. In 1898 woonde het echtpaar in Gramsbergen, althans ze gaven daar op 3-10-1898 het levenloos geboren kind aan bij de burgelijke stand.verhuisde tussen 1893 en 1898 naar Rotterdam
In 1918 bij het overlijden van zoon Johan Hendrik heet Hendrik Jan Jansen commies van ’s-Rijksbelastingen te zijn. Hij was ongetwijfeld douaneambtenaar in de haven van Rotterdam.
In 1914 en 1918 woont het gezin volgens het adresboek van Rotterdam aan de van Oosterzeestraat 37a. Dit huis bestaat nog steeds en is een begane grond woning.
Notitie bij het overlijden van Pieterlina: bij overlijden 1 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Fina Johanna: vader is bij geboorte van beroep landbouwer.
Notitie bij het overlijden van Fina Johanna: overleden op het adres wijk 3 nummer 296 (Oosteinde 2). 45 jaar oud.
Notitie bij Jan: logementhouder. In 1921, als getuige bij het huwelijk van oomzegger Fredrik Engbertus Jansen te Rotterdam, heet hij koopman in bedden te zijn.
had geen bijnaam, maar werd meneer Holland genoemd. Aanvankelijk had hij naast het hotel Holland nog het manifacturenwinkeltje van zijn moeder in hetzelfde pand. Hij verpachtte later het pand aan Wicher Willem Winkel en Fredrikla Jennegien Aman (Dika). Wicher en Dika hadden 10 kinderen die Meneer Holland "oompie" noemden. Dika heeft Jan Holland in de laatste levensfase verzorgd. Na zijn overlijden erfden de Winkels (geen familie van Jan Holland) de boedel.

Laat café Holland in 1901 verbouwen (bron: Twentsche Courant, aanbesteding 18 juni 1901 H. Smelt Vriezenveen 6.000 gulden).
Notitie bij de geboorte van Jan: geboorte van Jan werd aangegeven door vader Engbertus Holland (landbouwer) 47 jaar, Gradus Berkhof(landbouwer 68 jaar, en Berend Hendrik Engberts (landbouwer) 33 jaar.

24. Dirk Schipper, geb. Vriezenveen 6 sept. 1812, † ald. 6 maart 1892, tr. Vriezenveen 26 maart 1842
25. Jesina Roelofsen, geb. Vriezenveen 5 mei 1819,16 † ald. 29 nov. 1914.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 2 jan. 1843, † ald. 27 april 1923,17 tr. Vriezenveen 8 april 1871 Wicher Jansen, geb. Vriezenveen 26 sept. 1845,18 † ald. 21 maart 1927, zn. van Egbert en Aaltje Miskotte.
b. Hanna Schipper, geb. Vriezenveen 12 sept. 1844, † ald. 5 juli 1928,17 tr. Vriezenveen 13 april 1865 Johan Jonker, geb. Vriezenveen 3 maart 1839, † ald. 7 aug. 1913, zn. van N.N..
c. Derkdina Schipper, geb. Vriezenveen 15 juli 1846, † ald. 19 febr. 1924, tr. Vriezenveen 9 april 1870 Berend Nijkamp.
d. Berend, zie 12.
e. Gerrit Schipper, geb. Vriezenveen 17 maart 1851, † ald. 24 okt. 1895.
f. Lena Schipper, geb. Vriezenveen 4 juli 1853, † ald. 21 juni 1936,17 tr. Vriezenveen 24 maart 1883 Johannes Jansen, geb. Vriezenveen 5 febr. 1858, † ald. 19 dec. 1936, zn. van Engbertus en Johanna Pot (zie 58,e).
g. Derk Schipper, geb. Vriezenveen 6 juli 1859, † ald. 26 april 1860.
h. Jesina Schipper, geb. Vriezenveen 30 okt. 1862, † ald. 1 mei 1942,17 tr. Vriezenveen 22 juni 1889 Hendrikus Schipper, zn. van Jan en Kunnigjen Tijhof.

Notitie bij Dirk: bij huwelijk timmerman van beroep. Bij overlijden en in het kadaster staat hij vermeld als landbouwer (1876).bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). In 1876 had de boerderij een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden per jaar en lag daarmee boven het gemiddelde van Vriezenveen, dat toen op 52,22 lag. (bron: kadastraal archief Zwolle).

Volgens de militaire verlofpas van Dirk (die nog steeds in familiebezit is) gedateerd 25 juli 1834 was Dirk lang 1 el, 1 palm, 6 duimen en 1 streep (is omgerekend ongeveer 116 cm lang). Het aangezicht was smal, het voorhoofd, de neus en de mond waren "ordinair", de ogen bruin, de kin spits en het haar en de wenkbrouwen bruin. Dirk was schutter van het 1e bataillon van de tweede afdeling van de Mobiele Afdeling van de Overijsselsche Schutterij. Arda Vossebeld maakte me attent op het verschil met de info van het certificaat van de nationale militie dat qua signalement en trouwens ook geboortedatum nogal afwijkt.
Volgens dit certificaat ziet Dirk er als volgt uit:
lengte 1 el 675 strepen (=omgerekend 167,5 cm lang)
aangezicht: ovaal
voorhoofd: smal
ogen: blauw
neus: klein
mond: idem
kin: rond:
haar en wenkbrauwen: blond.
Uitgaande dat de lengte van de verlofpas niet juist geweest kan zijn, met 116 cm werd je ook toen ongetwijfeld niet goedgekeurd voor militaire dienst, komen ook de andere elementen van de beschrijving op de verlofpas in een onbetrouwbaar daglicht te staan. Overigens ook de geboortedatum op de verlofpas (20 april 1812) is aantoonbaar onjuist. Derk lijkt dan toch blond geweest te zijn met blauwe ogen.


Op 25-8-1892 vindt de boedelscheiding plaats na het overlijden van Dirk Schipper. Enig erfgenaam is zoon Berend Schipper met het beding dat de andere erfen een deel in contanten krijgen. De boedel wordt gewaardeerd op 6.300 gulden, daar gaat dan nog 1000 gulden aan schuld aan zoon Berend vanaf, zodat een boedel van ruim 5.000 overblijft.
Het grondareaal van Dirk en Jesina besloeg ruim 9 hectare. Verder had het echtpaar nog diverse stukken land in gemeenschappelijk bezit met derden. Hun aandeel bedroeg hiervan minstens 6 hectare, zodat het grondbezit op meer dan 15 hectare uitkwam.
Notitie bij de geboorte van Dirk: geboren als Dirk zv Derks Schipper Gz. landbouwer en Hendrika Japsers Faijer.
Notitie bij het overlijden van Dirk: overleden op adres wijk II nummer 213
Notitie bij Wicher: timmerman
Notitie bij het huwelijk van Johan en Hanna: turfschipper, landbouwer
Notitie bij Johannes: landbouwer te Vriezenveen.
Notitie bij Hendrikus: landbouwer bij zijn huwelijk.

26. Jan Hendrik Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn 7 okt. 1819, † Vriezenveen 12 febr. 1885, tr. Vriezenveen 3 mei 1851
27. Johanna Smelt, geb. Vriezenveen 7 aug. 1825, † ald. 5 april 1882.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 23 dec. 1851, † ald. 22 mei 1889, tr. Vriezenveen 14 febr. 1884 Janna Jonker, dr. van Jannes en Gesina Dekker.
b. Johanna Hendrika, zie 13.
c. Hendrika Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 7 maart 1857, † ald. 28 mei 1885.
d. Jezina Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 22 nov. 1859, † ald. 11 jan. 1933, tr. Hermannus Jansen, geb. 1847, † 1931.
e. Julia Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 11 maart 1862, † ald. 16 jan. 1895.
f. Jan Hendrik Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 21 okt. 1864, † ald. 5 jan. 1870.
g. Levenloze zoon, geb. Vriezenveen 21 febr. 1869.

Notitie bij Jan Hendrik: landbouwer van beroep (bron trouwakte dochter Johanna Hendrika). Bewoonde een half boerenerf gelegen aan het middengedeelte van het Oosteinde. Volgens informatie van het kadaster had de woning toen een gemiddelde huurwaarde van 10 gulden. Het moet een armoedige boerenbehuizing zijn geweest. Het gemiddelde voor Vriezenveen lag nl. op 52,22! Misschien moet hij dan ook eerder als een boerenarbeider dan als landbouwer worden beschouwd.

Was in 1859, 1860 en 1861 diaken van de NH-kerk te Vriezenveen. Ondertekent de diaconale rekening als J.H. Twilhaar. In 1860 is hij de boekhouder van de jaarrekening.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendrik: overleden wijk II nr. 149
Notitie bij het overlijden van Johanna: in de overlijdensakte staat vermeld, oud 56 jaar, zonder beroep, echtgen. van Jan Hendrik Nijen Twilhaar, dochter van Jan Smelt Gerritsz. en Johanna Tromp, beiden overleden.
Notitie bij Jan: landbouwer bij overlijden.
Notitie bij de geboorte van Jan: bij de geboorte van Jan is het deel Nijen van zijn vaders familienaam Nijen Twilhaar tussen haakjes geplaatst alsvolgt Jan Hendrik (Nijen) Twilhaar.
Notitie bij Hermannus: timmerman, landbouwer
Notitie bij de geboorte van Julia: bij de geboorte van Julia is het deel Nijen van haar vaders familienaam Nijen Twilhaar tussen haakjes geplaatst alsvolgt Jan Hendrik (Nijen) Twilhaar.
Notitie bij het overlijden van Julia: zonder beroep wonend wijk 2 nummer 152 Vriezenveen, 27 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Jan Hendrik: geboren Jan Hendrik, zoon van Jan Hendrik (Nijen) Twilhaar, landbouwer te Vriezenveen.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendrik: 5 jaar, overleden tweede wijk [Oosteinde].
Notitie bij het overlijden van N.N.: overleden in de tweede wijk [Oosteinde] levenloos geboren.

28. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 29 juni 1832, † ald. 9 juli 1906, tr. 22 maart 1856
29. Hendrika Pot, geb. Vriezenveen 5 febr. 1831, † ald. 28 febr. 1902.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen 27 dec. 1856, † ald. 29 dec. 1856.
b. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen 11 jan. 1858, † ald. 10 jan. 1939.
c. Mina Gezina Bramer, geb. Vriezenveen 4 mei 1861, † ald. 31 maart 1906,19 tr. Vriezenveen 5 nov. 1881 Johannes Wessels, geb. Vriezenveen 18 febr. 1855, † ald. 2 febr. 1950,4 zn. van Gerrit en Aleidina Engberts; hij hertr. Vriezenveen 25 juni 1909 Janna Aman (zie 15).
d. Berend, zie 14.
e. Gerhard Bramer, geb. Vriezenveen 15 maart 1867, † ald. 8 sept. 1937.
f. Johannes Bramer, geb. Vriezenveen 7 dec. 1870, † ald. 30 mei 1887.
g. Fredrik Bramer, geb. Vriezenveen 6 juli 1874, † Kampen 24 jan. 1934.4

Notitie bij Willem: landbouwer volgens huwelijksregistratie in 1856, vervult diverse bestuursfuncties in kerk en gemeente, is vanaf 1877 gementeraadslid, vanaf 1879 wethouder. Vervulde in de kerk de functies van diaken (1874-1877), ouderling (1862-1867), notabele (1867-1880) en kerkvoogd.
Was geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188).
Notitie bij de geboorte van Willem: geboren als Willem zv Hendrik Bramer landbouwer 33 jaar en Gesina Gerrits zijn huisvrouw, zonder beroep, 34 jaar.
Notitie bij Hendrika: dienstmeid volgens huwelijksregistratie in 1856
Notitie bij Hendrik: Hinkoom
Notitie bij Johannes: landbouwer, bron trouwbrief
Notitie bij Fredrik: boekhouder (bron: overlijdensakte 1934) werkte bij notariskantoor Bloys van Treslong te Kampen, na eerder te Vriezenveen werkzaam te zijn geweest bij notariskantoor Cramer (bron: Tubantia 26-1-1934).
woonde adres Boven Nieuwstraat 39 te Kampen (bron: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant,30-01-1934).
Notitie bij het overlijden van Fredrik: 59 jaar oud bij overlijden

30. Cornelis Lambertus Aman, geb. Vriezenveen 21 febr. 1835, † ald. 26 maart 1888, tr. Vriezenveen 25 maart 1864
31. Johanna Jesina Aman, geb. Vriezenveen 1 dec. 1843, † ald. 15 april 1911.
Uit dit huwelijk:
a. Klazina Aman, geb. Vriezenveen 19 mei 1864, † ald. 24 okt. 1918, tr. Vriezenveen 5 mei 1887 Jan Dekker, geb. 1863, † Vriezenveen 19 april 1922, zn. van Albartus en Jesina Smelt.
b. Janna, zie 15.
c. Levenloze zoon, geb. Vriezenveen 18 okt. 1867.
d. Levenloze zoon, geb. Vriezenveen 2 dec. 1868.
e. Jan Aman, geb. Vriezenveen 29 nov. 1869, † ald. 10 febr. 1871.
f. Julia Fredrika Aman, geb. Vriezenveen 23 jan. 1872, † ald. 17 febr. 1873.
g. Levenloze dochter, geb. Vriezenveen 29 juli 1874.
h. Jan Frederik Aman, geb. Vriezenveen 1 sept. 1875, † ald. 10 april 1929.
i. Levenloze zoon, geb. Vriezenveen 25 juni 1878.
j. Frederik Aman, geb. Vriezenveen 14 sept. 1879, † ald. 8 dec. 1879.
k. Fredrika Aman, geb. Vriezenveen 19 juli 1881, † ald. 13 juli 1933, tr. Vriezenveen 16 maart 1906 Lambertus Jonker, geb. Vriezenveen 1880, † ald. 12 dec. 1951, zn. van Fredrik en Johanna Hospers.

Notitie bij Cornelis Lambertus: landbouwer, boerwerker en turfsteker, werkte erg lange dagen volgens overlevering van 3 uur ´s-ochtends tot 7 uur ´s-avonds (mondelinge overlevering van Johannes Jacob Bramer geb. 1898). Trouwde met zijn nicht. De familie zal het niet breed hebben gehad. De bijnaam van deze familie Aman was "de Baais".
Cornelis Lambertus bewoonde de boerderij gelegen aan het Oosteinde 409 (huidige nummering). Dit huis had in 1876 een gemiddelde huurwaarde van 40 gulden. Dit lag hiermee beneden het gemiddelde dat boven de 50 gulden lag (bron kadaster, zie ook mijn scriptie).
Schrijft zijn naam zelf als Kornelis Lambertus, dus niet met een C, maar met een K.
De boerderij was voorheen in het bezit geweest van de familie Weiteman en was een oude Berkhof’s boerderij, zo waren de Jan Butens (bijnaam van een tak van de familie Berkhoff) oorspronkelijk afkomstig van dit boerenerf.
Notitie bij de geboorte van Cornelis Lambertus: geboren als Cornelis Lambertus zv Jan Aman, tapper en landbouwer, thans op reis en Claisna Berkhof 26 jaar. De aangifte werd gedaan door Magdalena Aman, zonder beroep 40 jaar huisvrouw van Berent Hof
Notitie bij het overlijden van Cornelis Lambertus: heet bij zijn overlijden de zoon te zijn van Jan Aman en Clasina Berkhof, overleden in de woning wijk 1 nummer 8.
Notitie bij het overlijden van Johanna Jesina: overleden onder de naam Johanna Jezina Aman zonder beroep weduwe van Cornelis Lambertus Aman. Wijk 1 nummer 9.
Notitie bij het overlijden van Klazina: overleden op het adres wijk 2 nummer 152
Notitie bij Jan: landbouwer
Notitie bij het overlijden van N.N.: overleden in een huis aan de eerste wijk.
Notitie bij het overlijden van Jan: overleden in een woning in de eerste wijk.
Notitie bij het overlijden van Julia Fredrika: overleden in een huis staand in de eerste wijk.
Notitie bij Jan Frederik: landbouwer, bewoonde het oude baaiserf gelegen aan het Oosteinde 409. Volgens de kadastrale leggers bewoonde hij de woning wijk 1 nummer 5 en was hij landbouwer van beroep. De woning kwam in bezit van oomzegger Jan Fredrik Jonker (zoon van zijn zuster Fredrika Aman en Lambertus Jonker) na zijn overlijden.
Notitie bij het overlijden van Jan Frederik: landbouwer bij overlijden.wijk 1 nummer 113.
Notitie bij de geboorte van N.N.: geboren en overleden wijk 1 nummer 11.
Notitie bij het overlijden van N.N.: geboren en overleden wijk 1 nummer 11.
Notitie bij het overlijden van Frederik: overleden op het adres wijk 1 nummer 8.
Notitie bij het overlijden van Fredrika: overleden op het adres wijk 1 nummer 154.
Notitie bij Lambertus: tapper, landbouwer (bewoonde het pand Oosteinde 263 (zie KUD blz. 139).
Notitie bij het overlijden van Lambertus: heet bij zijn overlijden caféhouder van beroep te zijn.

Generatie VI

32. Jan Berkhof(f), geb. Vriezenveen 7 sept. 1797,20 † ald. 4 febr. 1871,4 tr. Vriezenveen 10 okt. 1819
33. Alberdina Broertjen, geb. Vriezenveen 7 sept. 1796,20 † ald. 19 febr. 1834.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika Berkhoff, geb. Vriezenveen 13 febr. 1820, † ald. 14 juni 1875, tr. Vriezenveen 3 juni 1843 Johannes Gerhardus Bramer, geb. Vriezenveen 27 dec. 1817, † ald. 6 sept. 1880,3 zn. van Gerrit en Johanna Aman (zie 68,a).
b. Fredrik Johannes, zie 16.
c. Johanna Lena Berkhof(f), geb. Vriezenveen 23 sept. 1825, † ald. 11 april 1867, tr. Vriezenveen 28 sept. 185021 Albartus Bernardus Aman (zie 34,h).
d. Berend Berkhoff, geb. Vriezenveen 4 maart 1828, † ald. 25 juli 1893,4 tr. 1e Vriezenveen 23 maart 185822 Jenneken ten Kraijenberg, geb. 1818, † Vriezenveen 3 jan. 1871, dr. van Karel ten Kraijenberg en Johanna Frederika Gerritdina Boeschen; tr. 2e Vriezenveen 20 okt. 1876 Hendrika Jesina Smelt, geb. Vriezenveen omstr. 1845, † ald. 5 sept. 1887,4 dr. van Gerrit (zie 54,a) en Wolterdina Berkhoff (zie 64,c) en wed. van Albert Post.
e. Lambertus Berkhoff, geb. Vriezenveen 5 april 1830, † ald. 12 mei 1896, tr. Vriezenveen 17 sept. 1853 Wicherdina Teunis, geb. Vriezenveen 10 nov. 1831, † ald. 10 aug. 1905, dr. van Egbert (zie 40,a) en Aaltje Berkhof(f).

Notitie bij Jan: landbouwer, Oosteinde 390, huidige nummering (bron: trouwakte zoon F.J. Berkhof in 1849). Tekent in 1849 de trouwakte van zijn zoon als "J. Berkhof", dus met één f, echter in 1820 bij de geboorte van dochter Hendrika tekent hij met dubbel ff en ook bij zijn eigen huwelijk.

Op 19 november 1820 des namiddags om 4 uur verschijnen voor de arrondisementsrechtbank van Almelo en op het verzoek van:
-Hendrik Meulink, landbouwer wonend te Vriezenveen aan het Oosteinde, weduwnaar van Lena Schipper, voor zich zelf en als vader en wettig voogd over zijn minderjarige zoon Hendrik Meulink, door wijlen zijn vrouw verwekt voor ruim 14 jaar.
-Jan Berkhof, landbouwer te Vriezenveen, voormeld woonachtig, zoon van wijlen Hendrik Berkhof en gemelde Lena Schipper, voor zich zelf als voogd over zijn broer Johannes Berkhof, minderjarig kind van gemelde wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper, aangesteld bij familieraad op de veertiende augustus j.l.
-Wolterdina Berkhof, landbouwerse, wonende mede te Vriezenveen, meerderjarige en ongehuwde dochter van wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper.
-Jan Aman Fredrikszoon, koopman en tapper, als in huwelijk hebbende Klasina Berkhof, zonder speciaal beroep, beide te Vriezenveen, meergemeld woonachtig.

In aanwezigheid van Wolter Schipper en Fredricus Schipper bouwlieden mede te Vriezenveen, vaakgemeld woonachtig, als toeziend voogden, de eerstgenoemde over gemelde Johannes Berkhof en de laatstgenoemde over gemelde Hendrik Meulink.

Door notaris Warnaars te Almelo residerend, ten huize van Jan Aman Frederikszoon te Vriezenveen voormeld.
Requiranten verkopen de volgende tot hun gemeenschappelijke boedel behorende goederen:
De aanvaarding der percelen is dadelijk behalve het huis, hetwelk eerst de eerste mei eerstkomende en het roggeland als de rogge ingezameld zal zijn, zullen aanvaard worden, na voorlezing van het voorgaande handelt het om de hierondergeschreven percelen:
-het 17e perceel , een hoekje hooiland, het derde deel genaamd ongeveer 4 roeden onder Geesteren in gemeenschap met Jan Faijer en anderen.
ingezet door jannes faijer, bouwman te Vriezenveen op 8 guldens
afgeslagen van een hoger som en niemand gemijnd hebbend, zo is de inzetter koper geworden.

Van vorenstaande vaste goederen behoort een vierde gedeelte aan de medequirant Hendrik Meulink
aan de medequirant Jan Berkhof, Jan Aman, als in huwelijk hebbende Clasina Aman en aan Wolterdina Berkhof ieder een vijfde part
(archief vereniging Oud Vriezenveen toegang nr. 1.4 map B inv. nr. 81.4).
Notitie bij Alberdina: bij trouwen dienstmeid.
Uit een verklaring voor het Vredegerecht op 18 maart 1818 (inv.nr. 6) blijkt dat Alberdina dienstbode was bij haar oom Jan Holland die in dat jaar in Dülmen overleed en Hendrika Brink. Er wordt een uitgebreide inventaris vastgelegd in aanwezigheid van haar en haar vader.
Notitie bij Johannes Gerhardus: landbouwer (bron: trouwakte van eigen huwelijk 1843 en van zijn zwager Frederik Johannes Berkhof in 1849)
Notitie bij Albartus Bernardus: landbouwer (bron trouwakte en overlijdensakte).
Notitie bij de geboorte van Albartus Bernardus: in de geboorteakte van Albartus Bernardus staat vermeld dat hij de zoon is van Hendrikus Aman Fredrikzoon. 38 jaar landbouwer en Johanna Broertjen, zonder speciaal beroep 33 jaar oud. De aangifte van de geboorte werd gedaan door Hendrikus zelf en getuigen waren: Berent Hof, landbouwer 38 jaar en Jan Fik, landbouwer 37 jaar.
Notitie bij Berend: landbouwer (bron: huwelijksregistratie 1858 en 1876 en overlijdensregistratie 1893).
niet opgeroepen voor militaire dienst, had lotingsnummer 32 (jaargang 1847).
Notitie bij de geboorte van Berend: in de geboorteakte staat dat Berend de zoon is van Jan Berkhof Hendrikszoon, 30 jaar, landbouwer, en Alberdina Broertjen, zonder speciaal beroep 30 jaar.
Notitie bij Jenneken ten: bij overlijden huiswerkster van beroep. kon niet schrijven, evenals haar broer en zwager die bij haar huwelijk in 1858 getuigden.
Notitie bij het overlijden van Jenneken ten: bij haar overlijden wordt als haar beroep huiswerkster vermeld.
Notitie bij het huwelijk van Hendrika Jesina en Berend: Hendrika Jesina is weduwe van Albert Post.
Notitie bij Lambertus: landbouwer, kastelein en winkelier, bijnaam Jan Butens (Bats?) in overlijdensakte van dochter Aaltje in 1862 wordt als beroep van Lambertus en Wicherdina vermeld landbouwers en winkeliers.
Bewoonde het erf wijk 1 nummer 39 (later Oosteinde 369), ook bekend als de "Mejoers". Later bewoont zoon Albertus Berkhoff gehuwd met Gezina Eshuis het ouderlijk erf.

Vanaf 10 december 1899 was Harmen Drees afkomstig van Borne, geboortig uit Ambt Hardenberg dienstknecht bij de wed. L. Berkhof wijk 1 nr. 43. Hij vertrok op 13 okt. 1900 naar Markelo (bron: dienstboderegister 1890-1900 en 1900-1910 Vriezenveen).
Lambertus is voogd van de minderjarige Janna Berkhoff, dochter van wijlen zijn broer Berend, bij haar huwelijk in 1896. In de huwelijkse bijlagen van dit huwelijk (akte nummer 5) wordt als beroep van Lambertus kastelein vermeld.
.

34. Hendrikus Fz. Aman, ged. Vriezenveen 7 maart 1788, † ald. 16 maart 1855, tr. Vriezenveen 27 mei 1815
35. Johanna Broertjen, geb. Vriezenveen 3 juni 1793, † ald. 19 april 1832.
Uit dit huwelijk:
a. Berendina Aman, geb. Vriezenveen 14 juni 1815, † ald. 24 febr. 1832.
b. Fredrik Aman, geb. Vriezenveen 12 jan. 1817,23 † ald. 17 april 1817.
c. Fredrik, zie 62.
d. Janna Aman, geb. Vriezenveen 9 jan. 1820,24 † ald. 27 okt. 1822.
e. Kornelis Aman, geb. Vriezenveen 27 jan. 1822,25 † ald. 9 sept. 1883,26 tr. Vriezenveen 2 april 184727 Kornelia Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1823, † ald. 11 dec. 1881,4 dr. van Gerrit en Johanna Aman (zie 68,a).
f. Albert Aman, geb. Vriezenveen 27 jan. 1822,25 † ald. 21 april 1822.4
g. Janna, zie 17.
h. Albartus Bernardus Aman, geb. Vriezenveen 1 maart 1826,28 † ald. 26 aug. 1888, tr. Vriezenveen 28 sept. 185021 Johanna Lena Berkhof(f) (zie 32,c).
i. Benjamina Aman, geb. Vriezenveen 14 jan. 1828, † ald. 26 aug. 1891, tr. Vriezenveen 26 maart 1853 Gerhardus Albertus Teunis, geb. Vriezenveen 20 sept. 1829, † ald. 14 maart 1867, zn. van Egbert (zie 40,a) en Aaltje Berkhof(f).
j. Johanna Gesina Aman, geb. Vriezenveen 22 april 1830, † ald. 8 maart 1876,4 tr. Hendrikus Dekker, geb. omstr. 1834, † Vriezenveen 28 aug. 1903,4 zn. van Jan en Hendrika Smit.

Notitie bij Hendrikus Fz.: Koopman, landbouwer en imker.
Hendrikus zal waarschijnlijk een marskramer in tuinzaden zijn geweest, waarbij hij ’s-winters op pad zal zijn geweest. Dat blijkt uit een paar geboorteakten van zijn kinderen, waarvan een aantal in januari geboren was en waarbij de vader afwezig was en de vroedvrouw de aangifte van de geboorten deed.
In 1823 voor 4 jaar aangesteld tot wijkmeester 1e gelid (bron: dagboek Jan Kruijs).
Volgens overlijdensakte van echtgenote Johanna Broertjen (1832), bewoonde hij de boerderij Oosteinde 325-327 (huidige nummering); pand is nog steeds in originele staat en staat bekend onder de naam "Joonkbeernds". Erfde het erf van Jan Holland (familierelatie via z´n schoonmoeder Janna Berends Holland). Het echtpaar Aman-Broertjen woonde in bij de ooms Jan en Albert Holland van Johanna Broertjen. De boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden en viel daarmee in belastingklasse 6.
Mogelijk identiek aan H. Aman die van 1825-1829 ouderling van de N.H. kerk was.

Diverse malen leverde Hendrikus Aman linnen en wol aan de Diaconie van Vriezenveen voor de Armen.
oa. In het Kasboek van de Diaconie van Vriezenveen (Ned. Herv.) staat op 30 april 1829 vermeld: "aan H-k Aman voor geleverde peije en bomziede voor de huiszittenden en besteden Armen betaald 15,95" (bron: archief Diaconie Grote Kerk Vriezenveen).

Jan Holland maakte op 24-04-1823 voor notaris Warnaars te Almelo zijn testament.
Tot erven werden benoemd:
1. de Hervormde Armenstaat 150 gulden.
2. aan zijn nicht Janna Holland, huisvrouw van Berend Broertjen 250 gulden en bij haar vooroverlijden haar nakomelingen.
3. aan de kinderen van wijlen zijn nicht Berendina Holland, in leven huisvrouw van Gerrit Freriks, met namen: Janna Fredriks, Frederik Fredriks, Gesina Fredriks en Berend Fredriks, samen 250 gulden.
4. aan de kinderen van wijlen Jenneken Holland, in leven huisvrouw van Jan Hof, met namen: Janna Hof, Sina Hof en Berendina Hof, samen 250 gulden.
5. aan de kinderen van wijlen Jan Holland, zoon van zijn broeder Berend Holland: met namen: Johannes Holland, Derkdina Holland, Lena Holland en Hendrika Holland de somma van 450 guldens.
6. aan zijn broer Gerrit Holland en bij diens vooroverlijden diens kinderen, de som van 1.000 gulden.
7. aan Johanna Broertjen, gehuwd met Hendrikus Aman Frederikz. , alle roerende zaken, de inboedel des huizes, vee en zaadgewassen.

Verkoopakte gedateerd 20 oktober 1827 van Jan Faijer en zijn zoon Jannes Faijer, landbouwers in Vriezenveen. Zij verklaren te verkopen aan Hendrikus Aman Frederikszoon, een stuk woeste uitgegraven veengrond aan de westzijde van de Paterij in Vriezenveen, tussen de woeste grond van de aankoper en van Hendrik Mollink, beginnende voor de Oudenhoevenweg in de daar zijnde draai, en eindigende voor de Nieuwehoevenweg ter lengte van 550 Nederlandse ellen (bron: inventaris nr. 81.4 archief verening Oud Vriezenveen).

Naar aanleiding van het overlijden van Johanna in 1832 wordt bij notaris Riemsdijk een inventaris van aanwezige goederen opgemaakt (notar. arch. inv. nr. 33 Hist. Centrum Overijssel). Hij is een uitgebreide inventaris, die de opmakers ervan maar liefst drie dagen werk heeft gekost!
In de inventaris zijn mede extracten te vinden van testamenten van 2 oudooms van Johanna Broertjen, te weten Jan en Albertus Holland. Diverse waardepapieren passeren de revue. Als voogd van de minderjarige kinderen was aangesteld Bernardus Broertjen, zaadkramer wonend te Vriezenveen, broer van de overleden Johanna Broertjen.
Een (onvolledige) greep uit de boedelbeschrijving (gezamenlijke waarde huisraad en gereedschap etc. 1104,85):
-12 tinnen borden 4,80
-2 tinnen schotels 3,50
-3 tinnen kannetjes 0,75
-28 tinnen lepels 2,80
-9 bont aarden schotels 1,80
-een tinnen(?) theepot, biermengele
en waterfles 4,00
-2 spiegeltjes 1,50
-3 rood koperen keteltjes 4,00
-12 stoelen 4,00
-3 tafels 4,50
-een hangklok 6,00
-een bijbel en wat boeken 2,00
-4 stapelkisten en een korenkist 30,00
-2 uitgesneden eikenhouten kasten 20,00
-2 ploegen 16,00
-landbouwgereedschappen 13,00
-4 boerenwagens 110,00
-een blauw gestreept bombazijnen bed 14,00
-een kerkboek met zilveren krappen 14,00
-een kerkboek met zilveren krappen 17,00
-een zilveren beugelstas, nog een tas 10,00
-een paar zilveren schoengespen 3,50
-23 korven met bijen en 40 honingkorven
met toebehoren 225,00
-een zwartbles ruin paard 80,00
-4 melkbeesten (divers) 100,00
-2 kalveren en 3 starken 40,00
-3 ossen (gecastreerde stieren) 80,00
- 8 mud gedorste rogge, 6 mud gedorste
boekweit 56,00
-een turfschuit 35,00

Aan leningen had het echtpaar meer dan 2.000 gulden uitstaan. Ook stond er nog een legaat van oud-oom Jan Holland op naam van Johanna Broertjen groot 250 gulden.

aan kosten voor de begravenis van Johanna Broertjen staat in de inventaris opgenomen:
-doodskist 6,00
-bier, jenever en andere dranken 32,00
-voor uitdeling aan de armen 30,00
In de hele inventaris valt op dat landerijen en woning niet in de opsomming van bezittingen zijn meegenomen. Verder wordt duidelijk dat het gezin niet echt krap bij kas heeft gezeten en dat de inkomsten van bestaan gezocht moeten worden in de imkerij (evenals vader Fredrik Aman), landbouw, veeteelt, handel en turfschipperij.

Kennelijk vergaat het Hendrikus na het overlijden van zijn vrouw Johanna in 1832 minder goed. De verwanten stellen hem in 1839 onder curatele (vonnis arrondisementsrechtbank 19 juni 1839); bron: Staatscourant 24 juni 1839. Helaas is de jaargang 1839 van het archief van de arrondisementsrechtbank van Almelo niet bewaard gebleven, anders zouden de achterliggende redenen van de onder curatelestelling wat duidelijker kunnen worden. Bij het huwelijk van dochter Janna Aman met Frederik Johannes Berkhof in 1849 kon Hendrikus Aman zijn toestemming voor het huwelijk, vanwege de curatelestelling niet geven.
Notitie bij Johanna: begunstigde in het testament van haar oom Albert Holland d.d. 24 april 1823 bij notaris Jan Hendrik Warnaars te Almelo. Hieruit blijkt dat hij zijn woning samen met Bernardus Holland bewoonde. Johanna Broertjen (gehuwd met Hendrikus Aman) krijgt daarbij gelegateerd de inboedel van het huis, vee en zaadgewassen, in gemeenschap met Bernardus Holland bezeten.

oom Jan Holland (samenwonend met broer Albert) maakte eveneens op 24-04-1823 voor notaris Warnaars te Almelo zijn testament.
Tot erven werd oa benoemd:
7. aan Johanna Broertjen, gehuwd met Hendrikus Aman Frederikz. alle roerende zaken, de inboedel des huizes, vee en zaadgewassen.
Notitie bij de geboorte van Berendina: bij de geboorte genoemd Berendina dv Hendrikus Aman landbouwer, 27 jaar en Johanna Broertjen oud. aangifte van de geboorte is gedaan door Hendrikus Aman, getuigen waren Jan Hendrik Stok, 46 jaar, schoenmaker en Jan Berends, schoenmaker 27 jaar.
Notitie bij het overlijden van Berendina: bij overlijden 16 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Fredrik: bij de geboorte staat vermeld dat de vader Hendrikus Aman Fz. landbouwer te Vriezenveen afwezig was. aangifte van de geboorte van Fredrik deed de vroedvrouw Jenneken de Groot, weduwe van Hendrikus ten Cate en getuigen waren Hendrik Engels, zonder beroep 22 jaar en Jannes Abbink klompmaker 52 jaar.
Notitie bij het overlijden van Fredrik: bij overlijden 13 weken oud.
Notitie bij de geboorte van Janna: Janna Aman het bij de geboorte de dochter te zijn van Hendrikus Aman Fredriksoon en Johanna Broertjen landbouwer in deze gemeente en thans afwezig (dat betekent waarschijnlijk als marskramer op pad). Aangifte van de geboorte deed: Anna Maria Heijmans, oud 36 jaar vroedvrouw. getuigen waren Berend Broertjen, landbouwer 51 jaar en hermannes Alberts, landbouwer 23 jaar.
Notitie bij het overlijden van Janna: bij overlijden 2 jaar oud
Notitie bij Kornelis: landbouwer volgens overlijdensakte
Notitie bij de geboorte van Kornelis: van een tweeling: bij de geboorte van Kornelis staat vermeld dat hij de zoon is van Hendrikus Aman Fz. landbouwer en Johanna Broertjen. Aangifte van de geboorte deed Gerharda Harmsen vroedvrouw 26 jaar en getuigen waren Berend Broertjen, landbouwer 54 jaar en Jasper ten Cate, bode 55 jaar.
Notitie bij het overlijden van Kornelia: bij overlijden 58 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Albert: van een tweeling: bij de geboorte van Albert staat vermeld dat hij de zoon is van Hendrikus Aman Fz. landbouwer en Johanna Broertjen. Aangifte van de geboorte deed Gerharda Harmsen vroedvrouw 26 jaar en getuigen waren Berend Broertjen, landbouwer 54 jaar en Jasper ten Cate, bode 55 jaar.
Notitie bij het overlijden van Albert: oud 12 weken.
Notitie bij Albartus Bernardus: landbouwer (bron trouwakte en overlijdensakte).
Notitie bij de geboorte van Albartus Bernardus: in de geboorteakte van Albartus Bernardus staat vermeld dat hij de zoon is van Hendrikus Aman Fredrikzoon. 38 jaar landbouwer en Johanna Broertjen, zonder speciaal beroep 33 jaar oud. De aangifte van de geboorte werd gedaan door Hendrikus zelf en getuigen waren: Berent Hof, landbouwer 38 jaar en Jan Fik, landbouwer 37 jaar.
Notitie bij de geboorte van Benjamina: de geboorte van Benjamina Aman wordt aangegeven door Magdalena Aman, huisvrouw van Berend Hof. Haar broer Hendrikus Aman, landboyuwer, maar thans op reis.
Notitie bij Gerhardus Albertus: landbouwer volgens akte van overlijden en geboorteakte zoon Albertus 27-02-1861 (wonende in de eerste wijk nummer 35; bron: hoofdelijke omslag 1876) Bewoonde het erf Oosteinde 348 (huidige nummering).
Notitie bij Hendrikus: landbouwer van beroep volgens overlijdensakte.
Notitie bij het overlijden van Hendrikus: bij overlijden 69 jaar oud.

36. Johannes (Jannes) Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 26 dec. 1792, † ald. 2 juli 1858, tr. Vriezenveen 16 nov. 1814
37. Gerhardijna (Gerritdina) Coster, geb. Vriezenveen 5 juli 1794, † ald. 30 jan. 1838.
Uit dit huwelijk:
a. Hermannus Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 13 maart 1815, † ald. 1815.
b. Hendrik Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 5 febr. 1816,29 † ald. 12 juli 1865, tr. Vriezenveen 20 april 1839 Johanna Berendina Schipper, geb. Vriezenveen 7 jan. 1821, † ald. 26 aug. 1862, dr. van Wolter en Geesijna (Gesina) Berkhoff.
c. Derk Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 29 dec. 1818,30 † ald. 29 dec. 1844, tr. Vriezenveen 10 febr. 1844 Johanna Magdalena Companjen, geb. Vriezenveen 1819,30 † ald. 3 dec. 1854, dr. van Albartus en Wilhelmina Schoemaker.
d. Fredrika Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 10 nov. 1821,31 † ald. 10 jan. 1866, tr. Vriezenveen 10 febr. 184432 Wicher Janzoon Jonker, geb. Vriezenveen 31 dec. 1819,33 † ald. 22 okt. 1890, zn. van Jan en Johanna Berkhof(f).
e. Aaltjen Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 10 dec. 1824, † ald. 1826.
f. Albartus, zie 18.
g. Johannes Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 18 juni 1831,15 † ald. 28 febr. 1859.
h. Herman Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 31 dec. 1834, † ald. 3 febr. 1837.

Notitie bij Johannes (Jannes): grondeigenaar en landbouwer. Moet een geziene persoonlijkheid zijn geweest. Was van 1819-1823 ouderling en in 1823 en van1837-1841 diaken van de kerk.(zie voor een uitleg van de aard van de functies mijn scriptie over het 19e eeuwse Vriezenveen, te bereiken via mijn homepage).
Bewoonde het Onweerserf, Oosteinde 345 (huidige nummering). Pas in februari 1891 volgt de verdeling van de nalatenschap van Johannes Jaspers Faijer en Gerritdina Coster. Dat is 32 jaar na het overlijden van Johannes! De inventaris van de boedel had volgens aangehechte bijlage plaats op 11 december 1890. De Onweersboerderij was toen pas afgebrand (volgens overlevering van mijn vader door een uit de hand gelopen paasvuur). Uit de boedelscheiding blijkt dat de "roerende lighamelijke goederen, voor het grootste gedeelte door brand zijn vernield", het zaakje was wel verzekerd want Albertus Jaspers Faijer moet de verkregen vergoeding van de Brandverzekeringsmaatschappij á 800 gulden inbrengen in de boedel, de waarde van de kennelijk van de brand geredde roerende lighamelijke goederen bedraagt 723 gulden. De landerijen gelegen in Vriezenveen, Wierden en Tubbergen worden geschat op bijna 8.000 gulden! Het totaal van het bezit, inclusief landerijen wordt vastgesteld op bijna 22.000 gulden. Hieronder zitten talrijke te gelde gemaakte uitgezette hypotheken. Zoon Albertus had recht op één kindsdeel (uit het huwelijk waren 5 kinderen geboren). Aangezien broer Johannes al in 1859 is overleden zonder kinderen moest de boedel door 4 gedeeld worden. Albertus had door testament (in 1864) echter ook het aandeel van zijn broer Derk verworven doordat diens enige zoon Derk (vroeg wees geworden en verder door Albertus Jaspers Faijer op het Onweerserf opgevoed) vlak voor zijn dood Albertus enig erfgenaam had gemaakt. Hierdoor had Albertus recht op de helft van de nalatenschap; dus ruim 10.000 gulden aan waarde. Doordat echter de vrouw van Albertus ook al was overleden verviel de helft van zijn aandeel in de boedel direct aan zijn kinderen.
(Bron: familiearchief Onweersfamilie).
Notitie bij het overlijden van Johannes (Jannes): overleden Jannes Jaspers Faijer, 65 jaar landbouwer zv Derks Jaspers Faijer en Aaltjen Faijer, beiden overleden.
Notitie bij Gerhardijna (Gerritdina): afkomstig uit de koopmansfamilie Costers, die op diverse manieren verwant is met de familie Jaspers Faijer.
Notitie bij het huwelijk van Johannes (Jannes) en Gerhardijna (Gerritdina): het huwelijk was een moetje, het eerste kind werd geboren in maart. documentnummer 2.
Notitie bij Hendrik: landbouwer, vervulde diverse bestuurlijke functies, zoals diaken (1855-1859), ouderling (1843-1847)
Notitie bij Derk: smid van beroep. Hoewel Derk volgens de huwelijksakte Derk Faijer zou heten ondertekent hij de akte als Derk Jaspers Faijer.
Notitie bij Fredrika: bij haar huwelijk genoemd Fredrika Faijer, ook Fredrika Jaspers dv Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Coster. Bij haar huwelijk tekent Fredrika als F.J. Faijer
Notitie bij Wicher Janzoon: landbouwer (bij huwelijk)
Notitie bij de geboorte van Wicher Janzoon: bij de geboorte staat vermeld Wicher zv Jan Jonker, tapper en landbouwer 25 jaar en Johanna Berkhof oud 18 jaar.
Notitie bij Johannes: smid van beroep.

Schuldbekentenis van Jannes Faijer, landbouwer te Vriezenveen, dat hij f 75,-- moet betalen aan Johannes Japers Faijer, smid te Vriezenveen voor geleverd werk. De aflossing begon in 1854 tegen 4% rente per jaar, en op 12 februari 1862 werd getekend voor voldaan (bron: inventaris nr. 81.4 archief verening Oud Vriezenveen).
Notitie bij het overlijden van Herman: de naam bij overlijdensregistratie luidt Herman Faijer zoon van Jannes Jaspers Faijer en Gerritdina Coster.

38. Jan Hendrik Webbink, geb. Vriezenveen 1 mei 1813, † ald. 3 nov. 1870,4 tr. Vriezenveen 18 okt. 1834
39. Johanna Schipper, geb. Vriezenveen 11 jan. 1809, † ald. 23 okt. 1890.30
Uit dit huwelijk:
a. Lena Johanna Webbink, geb. Vriezenveen 11 dec. 1835, † ald. 24 aug. 1901,4 tr. Vriezenveen 21 juli 18554 Johannes Dekker, geb. Vriezenveen omstr. 1827, † ald. 15 jan. 1900, zn. van Gerhardus en Fredrika de Groot.
b. Johanna Lena, zie 19.
c. Hendrik Webbink, geb. Vriezenveen 28 aug. 1839, † ald. 16 jan. 1913.
d. Lambertus Webbink, geb. Vriezenveen 5 okt. 1841, † ald. 19 jan. 1848.4
e. Jan Webbink, geb. Vriezenveen 19 jan. 1844, † ald. 29 jan. 1845.4
f. Jezina Webbink, geb. Vriezenveen 15 april 1846, † ald. 11 jan. 1848.
g. Lambertus Webbink, geb. Vriezenveen 18 febr. 1848, † Daarlerveen 1913,15 tr. Vriezenveen 27 maart 18694 Fina Hospers, geb. Vriezenveen 20 nov. 1846, † Daarlerveen (Hellendoorn) 1 mei 1924,15 dr. van Fredrik en Alberdina Slot.
h. Jan Webbink, geb. Vriezenveen 19 sept. 1850, † ald. 18 okt. 1887, tr. Jenneken Alberts, geb. Vriezenveen omstr. 1850, † ald. 11 febr. 1931, dr. van Fredrik en Jesina Companje.
i. Johannes Webbink, geb. Vriezenveen 4 juli 1853, † Almelo stad 18 dec. 1890, tr. Vriezenveen 24 dec. 1875 Janna Hendrika Prinsen, geb. Vriezenveen omstr. 1856, † Almelo 12 dec. 1922, dr. van Hendrik Jan en Hendrike Berendina Hessing (ook Hessink).

Notitie bij Jan Hendrik: bij huwelijk boerenknecht. landbouwer en turfgraver, turfschipper. Uit de stukken van het archief van de "Onweersboerderij" krijg ik sterk de indruk dat de familie Webbink een vervenersfamilie was. Dochter Johanna Lena trouwde duidelijk boven haar stand door met Albertus Jaspers Fayer te trouwen.
In 1860 wordt als beroep vermeld landbouwer (bij huwelijk dochter Johanna Lena).
In 1858 is Jan Hendrik Webbink samen met zijn broer Jan getuige bij de overlijdensakte van Johannes Dekker (4-1-1858), zij heten beiden turfschipper van beroep te zijn.
Jan Hendrik bewoonde een boerderij aan het Oosteinde (in de buurt van nummer 187 huidige nummering). In 1876 was de gemiddelde huurwaarde van zijn woning 50 gulden en dat was net iets onder het gemiddelde voor Vriezenveen.
Notitie bij Johanna: naaister van beroep voor haar huwelijk (bron huwelijksakte]
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als dochter van Lucas Klaassen en Janna Schipper
Notitie bij Johannes: landbouwer
Notitie bij het overlijden van Hendrik: overelden op het adres wijk 1 nummer 58. Zonder beroep.
Notitie bij Lambertus: turfschipper, later vervener (bij huwelijk zoon Fredrik Webbink te Hellendoorn in 1895).
Notitie bij Jan: landbouwer (bij huwelijk en overlijden).
Notitie bij de geboorte van Jan: optioneel 27-03-1852
Notitie bij Johannes: turfschipper bij huwelijk; bij overlijden stoffenverver.
Notitie bij het overlijden van Johannes: in de overlijdensregistratie staat vermeld dat Johannes woonachtig is te Almelo

40. Jan Teunis, ged. Vriezenveen 29 okt. 1752, † ald. 6 april 1810, tr. Vriezenveen 20 mei 1781
41. Eva Egberts, ged. Vriezenveen 19 okt. 1755, † ald. 6 maart 1828.
Uit dit huwelijk:
a. Egbert Teunis, geb. Vriezenveen 26 febr. 1783,34 † ald. 24 maart 1861,35 tr. 1e omstr. 1808 Gesina Maijoor, ged. Vriezenveen 23 okt. 1786, † ald. 19 jan. 1822, dr. van Albert Jansen Majoor en Harmina Hendriks (zie 174,d); tr. 2e Vriezenveen 7 sept. 1822 Aaltje Berkhof(f), geb. Vriezenveen 12 mei 1800,36 † ald. 9 sept. 1867,37 dr. van Wieger Berends Berkhof (Kooijker) en Lena Jansen Schipper (zie 158,g).
b. Johanna Teunis, geb. Vriezenveen 22 april 1785,34 † ald. 11 febr. 1813, tr. Vriezenveen 6 mei 18124 Berend Jansen Pleij,38 ged. Vriezenveen 24 juli 1785, † Tubbergen 1853, zn. van Jan Berends en Lena Stevens; hij hertr. Tubbergen 10 juni 1815 Amelia Sophia Donkermann.
c. Trijntijn Teunis, geb. Vriezenveen 5 april 1788,34 † ald. vóór 1790.4
d. Trijntjen Teunis, ged. Vriezenveen 11 juni 1790, † ald. 28 okt. 1862.
e. Engbert Teunis, geb. Vriezenveen 19 april 1793, † ald. vóór 1802.4
f. Engbert, zie 20.

Notitie bij Jan: winkelier, koopman en landbouwer. bij volkstelling 1795 als koopman vermeld.
Koopt 4-2-1783 een grasgaarden en een dagwerk van gemaaij in de landerijen van de
Verkoopster de wed. Jan Leenders gelegen, haar momber (vertegenwoordiger bij verkoop) is Derk van Olde.
(bron akte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

Jan Teunis is in 1788 bij een proces betrokken omtrent het schutten van "beesten" van Jenneken Jansen wed. van Frerik Klaasen. Samen met een zekere Eesse Janssen had hij de beesten van Jenneken geschut. Jenneken sleepte de twee voor het gerecht en ze kreeg haar gelijk. Het was vanouds nl. gebruik om de weiden van anderen te mogen gebruiken voor het heen en weer drijven van de beesten, zonder dat dit aan Jan Teunis en Eesse Janssen het recht geeft haar beesten tegen schadevergoeding te schutten. Laatstgenoemden worden veroordeeld in de proceskosten en alle overige kosten. Bron akten 12-8-1788 en 7-8-1789 uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
NB. Het schutrecht bestond in het Germaans georiënteerd Europa en was een uiting van het primitief en primair rechtsgevoel bij onze voorouders. De eigenaar of gebruiker van een stuk land eigende zich hierbij het recht toe om loslopende dieren van een ander, die schade berokkenden, te vangen en te schutten. Dit schutten hield in dat men de dieren opsloot en deze eigenmachtig in pand nam. Zodoende kon men van de eigenaar der dieren een schadevergoeding eisen. (Bron: http://users.pandora.be/ludo.verhaert/koeriertjes/jan2003.htm ).

Op 5 januari 1797 heeft Jan Teunis de 50e penning aangegeven van de aankoop van 2 wanden hooiland, liggend in het zogenaamde Havixland voor 40 gulden, en nog 2 wanden hooiland daar tegenaan liggend voor 38 gulden. Beide gekocht van Berent ten Bruggencate in 1796. Het land verkoopt Jan Teunis door aan Gerrit ten Bruggen voor 96 gulden, waarvan Gerrit ten Bruggen de 50e penning aangeeft op 1 december 1797 (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij Eva: winkelierse.
20-11-1779 koopt Eva Egberts van de erfgenamen van Hendrick Arentsen een akker turfland op de Superplus "verscheijden met Albert Prinsen" voor 152 guldens. De erfgenamen zijn: Gerhardus Harwig namens Janna Berkhof, Jannes Braemer en huisvrouw, Henderikjen Berkhof, Hendrik Coster voor zich zelf en namens Henderik Berkhof, Berent Jansen Coster en huisvrouw, Janna Jansen en Derk Arents Smit en vrouw, Egbert Schuurman en vrouw (Jenneken Hendriks), Engbert Egberts en tenslotte Henrik Smelt en huisvrouw.

19-1-1827 verkoopt Eva Egbers aan haar zoon Engbert Teunis, landbouwer te Vriezenveen al haar onroerende goederen, niets uitgezonderd, zoals ze deze samen met haar man Jan Teunis heeft bezeten, verder de helft van: het huis in het Oosteinde en land erachter tussen de buren Egbert Engberts en Derk Meijer,28 roeden bouwgaardens bij de Waterleydyk, 28 roeden grasgaarden agter de Waterleydyk, een zesde gedeelte of twee koeweiden in het zogenaamde Kwast Gerritsland, in gemeenschap met Jan Companjen en Harmen Nollen en anderen, een grasgaarden op het zelfde land van 8 roeden, ongeveer 60 roeden hooiland in het Koortsland in gemeenschap met Harmen Nollen, alles in het Oosteinde.70 roeden hooiland in de Woesten, 40 roeden hooiland in Kroemenland achter de Butereweg in gemeenschap met mejuffrouw Engberts en anderen. Een grasgaarden van 20 roeden op Jan Lubbersland en 30 roeden grasland op Sientjesland, alles in het Westeinde en verder een akker Turfland op de Superplus. Voorts alle roerende goederen met uizondering van " mijne klederen, actien en crediten, in en uit schulden ". Dit voor de som van 800 guldens vrijgeld onder voorwaarde van vrij vruchtgebruik door Eva gedurende haar leven.

8-4-1815 verzoekt Eva Egberts, winkelierster een inventarisatie, van haar goederen, die ze samen met haar overleden echtgenoot Jan Teunis bezeten heeft. Verwezen wordt naar een Besluit van de familieraad, welke gehouden is op 6-7-1811, voor het kantongerecht van Almelo, waarbij de kleermaker Albert Teunis, broer van Jan Teunis, aangewezen is als toeziend voogd van de minderjarige Engbert Teunis. Belanghebbenden zijn: Engbert Teunis, veertien jaar geleden in echte verwekt, Egbert Teunis (volgens een familienotitie geboren "1783 den 26 feberwaris"), Trijntjen Teunis (volgens een familienotitie geboren "1785-den 22-april"), Johanna Teunis (volgens een familienotitie geboren 1788-den-3-april", laatstgenoemde is gehuwd met Berend [Jansen Pleij, schoolmeester wonende te Tubbergen.
De winkelwaren en winkelgereedschappen worden getaxeerd op respectievelijk 80 en 30 gulden, verder wordt de inboedel van het huis beschreven, waaronder een klok met kast, een kast, een roggekist,14 schepel rogge, 2 koperen ketels, 5 koffieketels, 3 melkvaten, een karne, potten en panne, een boerenwagen, 3 tafels, 15 stoelen, 2 spinnewielen, in de keuken 13 aarden en 7 tinnen schotels, 7 tinnen kommetjes,vorken, messen een spiegel, een bedddepan, een vogelkooi, beddegoed, bedgordijnen, divers boerengereedschap, 10 hemden, 4 servetten etc. en in de stal een zwart bonte os, een "schimmelde koe en een zwart blaarde koe". Verder worden obligaties en uitstaande leningen en schulden beschreven. De grootste schulden staan uit aan Hermannus ten Bruggencate en de gebroeders Hanterman te Almelo respectievelijk 198 en 145 gulden. Verder worden de diverse landerijen beschreven (bouwgaarden, grasgaarden, hooiland, koeweiden en een akker turfland op "den Kleijnen Suplenplus") en het huis met schuur staande op het Oosteinde 123.
(bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij het overlijden van Eva: volgens akte van overlijden dv Egbert Egberts en Eessien Gerrits Spijker.
Notitie bij Egbert: koopman en landbouwer. Bij het overlijden van zijn eerste echtgenote in 1822 en bij zijn eigen overlijden in 1861 wordt hij landbouwer van beroep genoemd.
Huwt in op het erf van zijn echtgenote Gesina Maijoor (bron: Kohier op de quotisatie 1808, huisnummer 17). (wonende in de eerste wijk nummer 16; bron: hoofdelijke omslag 1850) Bewoonde het erf Oosteinde 348 (huidige nummering). De familie heeft later de bijnaam "de Mejoers".
Notitie bij de geboorte van Egbert: NB volgens de informatie van de huwelijksregistratie moet Egbert zijn geboren op 23-2-1783. De vader van Egbert, Jan Teunis heeft eigenhandig op een stukje papier (archief van de familie Teunis) geschreven dat hij geboren is op 26 februari.
Notitie bij de geboorte van Gesina: gedoopt als Gezina dv Albert Jansen en Hermina Hendriks.
Notitie bij het overlijden van Gesina: bij overlijden 35 jaar oud, landbouwersche.
Notitie bij Johanna: Bij haar huwelijk heet Johanna winkelierse te zijn (bron: huwelijkse bijlagen 1812 akte nr. 8).
op 7-2-1813 bevalt Johanna Teunis in het huis van de wed. Jan Teunis, haar moeder, als echtgenote van Berend Pleij, schoolnmesster te Tubbergen van een dochter genaamd Jannetta Johanna. B
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden wordt als woonplaats Tubbergen vermeld.
Notitie bij Berend Jansen: schoolmeester bij huwelijk en wonend te Tubbergen.
Notitie bij de geboorte van Trijntjen: gedoopt als Trijntjendv Jan Teunis en Eva Egberts.
Notitie bij het overlijden van Trijntjen: volgens akte van overlijden 74 jaar oud.

42. Johannes (Jannes, Jan) Bom, ged. Vriezenveen 17 dec. 1770, † ald. 26 jan. 1846, tr. Vriezenveen 1796
43. Johanna Schuurman, ged. Vriezenveen 27 jan. 1775, † ald. 25 maart 1857.
Uit dit huwelijk:
a. Egbert Bom, geb. Vriezenveen 16 nov. 1797, † ald. 20 febr. 1871,17 tr. Vriezenveen 26 juni 1819 Fina Nijkamp, geb. Vriezenveen 25 juli 1790, †?, dr. van Gerrit Hendriks en Jenneken Hendriks.
b. Aaltjen Bom, geb. Vriezenveen 1 okt. 1799, † ald. 9 febr. 1865,17 tr. Vriezenveen 1 mei 1819 Johannes Vetker, geb. Vriezenveen 25 jan. 1794, †?, zn. van Jan Jansen en Hendrika Jansen Klein.
c. Josina Bom, geb. Vriezenveen 24 okt. 1802,17 † ald. 28 sept. 1871,17 tr. Vriezenveen 28 febr. 1829 Jan Smit, geb. Vriezenveen omstr. 1798, † ald. 19 jan. 1867, zn. van Hendrik en Hendrika de Groot.
d. Jan Bom, geb. Vriezenveen 20 nov. 1805,17 † ald. 8 juni 1883, tr. Vriezenveen 11 mei 1831 Johanna Miskotte, geb. Vriezenveen omstr. 1812, †?, dr. van Derk en Willemdina Lohuis.
e. Johanna, zie 21.
f. Gerhardus Albartus Bom, geb. Vriezenveen 2 aug. 1810, † ald. 13 mei 1816.
g. Julia Bom, geb. Vriezenveen 14 maart 1813,17 † ald. 21 maart 1813.17
h. Julia Bom, geb. Vriezenveen 17 okt. 1814,17 † ald. 10 mei 1816.17

Notitie bij Johannes (Jannes, Jan): dekker (1813 geb akte 1813 nr. 68 getuige) en landbouwer (geb akte dochter 1814), tevens slager (bron: dagboek Jan Kruijs 1828)
1812 kerkmeester, 1825-1829 ouderling, behoorde in 1842-1844 tot één van de 35 families in Vriezenveen die zich een eigen huurbank in de kerk konden veroorloven. Bewoonde erve Doornbosch, Westeinde 85 huidige nummering.
In 1808 verkoopt Jannes Bom z’n woning echter aan Jan Doornbosch en Berend Schipper (bron: ken uw dorp en heb het lief, blz. 185).
Jan Bom vestigt zich westelijker aan het Westeinde in de buurt van nummer 175. Jan Bom staat in 1808 in het belastingkohier namelijk naast Hendrik Tromp vermeld en deze was woonachtig op nummer 175-177. In het kohier op de personele quotisatie uit 1808 staat als inwonend vermeld schoonzus Trijntje Schuurman. Dat buurman Hendrik Tromp evenals Jannes Bom dakbedekker was is mogelijk geen toeval (bron volkstelling 1795). Wie weet werkten ze wel samen.
In 1834 (kadaster) valt de woning van Jannes Bom in belastingklasse 6.
Als we de giftenlijst van de kerk uit 1801 (zie digitaal archief onweersberkhof.com) vergelijken met het belastingkohier uit 1808 dan kunnen we concluderen dat Jannes Bom de woning van de weduwe Mannes Brouwer (ook wel Hermannus Brouwer) heeft betrokken.
Notitie bij het overlijden van Johanna: overleden aan de 5e wijk Westeinde.
Notitie bij Egbert: slager (evenals zijn vader en grootvader) en landbouwer.
In oa 1851 ouderling van de NH kerk te Vriezenveen, 1838 boekhouder van de Diaconie.
Notitie bij Johannes: landbouwer (bron: geboorteakte dochter Josina 1828) en marskramer (op reis bij geboorte dochter Juliana in januari 1831).
Notitie bij Jan: timmerman
Notitie bij Jan: landbouwer (volgens huwelijksakte dochter WWillemina in 1851).

44. Jan Holland, ged. Vriezenveen 23 mei 1790, † ald. 8 dec. 1865, tr. Vriezenveen 5 april 1817
45. Gerritdina (ook Gerhardina) Engberts, ged. Vriezenveen 10 aug. 1788, † ald. 3 maart 1857.
Uit dit huwelijk:
a. Johannes Holland, geb. Vriezenveen 29 nov. 1819, † ald. 28 jan. 1864.
b. Jan Hendrik Holland, geb. Vriezenveen 3 jan. 1822, † ald. 30 mei 1859, tr. Vriezenveen 1 juli 1848 Johanna Derks, geb. Vriezenveen omstr. 1821, † ald. 15 dec. 1909, dr. van Johannes en Cheefina Gerrits; zij hertr. Vriezenveen 14 sept. 1861 Albert Jan Makkinga.
c. Aleida Johanna Holland, geb. Vriezenveen 16 nov. 1823, † ald. 5 mei 1888, tr. Vriezenveen 25 sept. 1858 Albartus Abbink, geb. Vriezenveen omstr. 1821, † ald. 7 jan. 1900, zn. van Gerhardus en Johanna Harmsen.
d. Engbertus, zie 22.
e. Gerhard Holland, geb. Vriezenveen 19 sept. 1828, † ald. 10 febr. 1856.

Notitie bij Jan: landbouwer (bij overlijden), bij zijn huwelijk boerenknecht. 1843-1847 ouderling,

Vermoedelijk had Jan Holland evenals zijn zoon Engbertus een logement. Regelmatig duiken er in de diaconale rekeningen van de Hervormde kerk uitgaven op aan Jan Holland, zoals in 1832 en 1833 voor huishuur of kostgeld voor diverse personen. Jan Holland heeft in 1846 een conflict met de kerk, hij weigert samen met Jan Hospers --(zij vertegenwoordigen daarbij andere weigeraars)- het zogenaamde pastoorskoorn te betalen, een belasting die op bepaalde landerijen rustte. Er wordt een proces gevoerd tegen de predikant van die tijd H. Gallois (Bron: Archief N.H. kerk).

In 1832 heeft Jan een woning in eigendom naast dat van zijn vader aan het Oosteinde 215 (huidige nummering) het was ingedeeld in belastingklasse 7, dat wil zeggen het had een gemiddelde huurwaarde van 12 gulden en dat was enigszins beneden het gemiddelde van 15,27.

Zoon Johannes was linnenhandelaar in Sint Petersburg en later gemeenteontvanger te Vriezenveen, deze woonde later in bij zijn tante Fina Engberts (zuster van Gerritdina) op het Midden (zie ook notities Engbert Engberts, vader van Gerritdina en Fina).
Notitie bij Gerritdina (ook Gerhardina): bij haar huwelijk dienstmeid, ondertekent de huwelijksakte als "Gerridina Engbrets".
Notitie bij de geboorte van Gerritdina (ook Gerhardina): gedoopt als dochter van Engbert Baerends en Janna Jansen.
Notitie bij het overlijden van Gerritdina (ook Gerhardina): bij overleden staat vermeld, zonder beroep, dochter van Engbert Barends en Janna Jansen, echtgenoot van Jan Holland..
Notitie bij Johannes: koopman, verbleef in 1834 te Sint Petersburg (bron: J. Hosmar; Vriezenveense rusluie), gemeenteontvanger bij overlijden.
Notitie bij Jan Hendrik: landbouwer volgens overlijdensregistratie.
Notitie bij het overlijden van Aleida Johanna: overleden in het huis wijk 2 nummer 188.
Notitie bij Albartus: landbouwer
Notitie bij Gerhard: smidsknecht (bron: overlijdensregistratie).
Notitie bij de geboorte van Gerhard: geboren als Gerhard zv Jan Holland, landbouwer 38 jr. en Gerritdina Engberts zijne huisvrouw, zonder speciaal beroep oud 40 jaaren.

46. Pieter Jelkes van Eijck, geb. Marssum (Menaldumadeel) 27 nov. 1790, † Vriezenveen 29 juni 1858, tr. Vriezenveen 4 juni 1825
47. Magdalena Hospers, geb. Vriezenveen 13 febr. 1806, † ald. 9 febr. 1883.39
Uit dit huwelijk:
a. Rigtje van Eijck, geb. Vriezenveen 11 okt. 1825,40 † Amsterdam 17 juli 1905, tr. 1e Den Ham 26 juli 18454 Gerben Sakes van der Ploeg, geb. Kortwoude (Surhuizum) 5 sept. 1802, † Vriezenveen 22 sept. 1866, zn. van Sake Jansen en Sepkjen Gerbens en gesch. echtg. van Wietske Dirks Veenstra; tr. 2e Ambt Almelo 8 juli 1869 Klaas Schuurman, geb. Urk 24 febr. 1817, † Almelo (Stad) 18 mei 1892, zn. van Pieter en Ester Hoefnagel.
b. Janna, zie 23.
c. Jellejetta (ook Zellejetta) van Eijck, geb. Tubbergen 28 juni 1829, † Huizen bij Hoogeveen 16 juni 1892, tr. Vriezenveen 10 mei 1856 Hendrik Hekhuis, geb. Vriezenveen 1 mei 1824, † De Huizen bij Hoogeveen 24 nov. 1917, zn. van Hendrik en Fina Aman.
d. Gerharda van Eijck, geb. Vriezenveen 10 jan. 1831, † Tubbergen 22 juni 1834.41
e. Juliana van Eijck, geb. Vriezenveen 18 dec. 1833, † Bergentheim (Ambt Hardenberg) 9 febr. 1837.
f. Gerharda van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 11 febr. 1835, † Vriezenveen 1 dec. 1905, tr. Vriezenveen 26 april 18624 Gerhardus Mulder, geb. Vriezenveen 1834,30 † ald. 3 maart 1909, zn. van Jan en Kunnigjen Lemans.
g. Wieger van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 23 okt. 1837, † Vriezenveen 23 febr. 1859.
h. Juliana van Eijck (ook Eick), geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 20 jan. 1840, † Ferweradeel 8 jan. 1876, tr. Vriezenveen 7 juli 1866 Albertus Goedheer, geb. Bergen op Zoom 22 dec. 1835,42 † Rotterdam 3 okt. 1887,42 zn. van Carel en Lucretia Sluijters; hij hertr. Dokkum 3 mei 1877 Doetje Posthumus.
i. Magdalena van Eijck, geb. Bergentheim (Ambt Hardenberg) 13 dec. 1842, † Vriezenveen 19 aug. 1849.
j. Pieter Jelkes van Eijck, geb. Den Ham 16 dec. 1845, † Vriezenveen 5 maart 1851.
k. Gerrit van Eijck, geb. Vriezenveen 16 dec. 1850, † ald. 17 juni 1870.43

Notitie bij Pieter Jelkes: (hoofd-)commies.

In een krantenartikel uit 1815 staat P.J. van Eijck vermeld als "extra-ordinaire commies ter recherche Oostmahorn" (bron: Nederlandse Staatscourant 9 juni 1815). Hij doneert dan 30 gulden in verband met een gift voor de versterking van de strijdkrachten in verband met de situatie in Nederland op dat moment. Zijn naam staat in een overzicht van giften door commiezen.
Op 30-06-1815 staat zijn naam vermeld in een lijst van eervolle vermelde commiezen die zich aangemeld hadden voor de vrijwillige wapening. Vermeld staat dat Pieter een jaarlijks traktement had van 250 gulden, ter vergelijking een rijdende commies had een jaartraktement van 800 gulden. Pieter was toenertijd 24 jaar oud en werkzaam in het District Hogezand, Ressorten Harlingen, Departement Harlingen. Hij was ingedeeld als jager te paard in het arrondisement Arnhem (bron: Nederlandse Staatscourant).

volgens de huwelijksakte was Pieter toen douaneambtenaar "commis van de eerste Klasse te voet, der Directe Belastingen in- en uitgaande rechten en accijns, gestationeerd te Vriezenveen". In de geboorte en overlijdensregisters ook wel aangeduid als hoofdcommies. Later winkelier in kleding en volgens Johanna Bom-Teunis ook gemeenteontvanger te Vriezenveen (mondelinge info ca. 1972). Bij het overlijden van zoontje Pieter Jelkes in 1851 wordt hij landbouwer genoemd.
Bij de geboorte van dochter Gerharda in 1831 wordt Pieter hoofdcommies van beroep genoemd. Het woord "hoofd" bij commies was aanvankelijk vergeten, maar later alsnog door de getuigen en Pieter zelf als aangever bijgeparafeerd.
Notitie bij het overlijden van Pieter Jelkes: bij overlijden gepensioneerd ambtenaar. Aangevers van het overlijden zijn de buren: Jasper Waanders en gerhardus Weiteman.
Notitie bij Magdalena: 1806 winkelierster, bij huwelijk zonder beroep, zij woonde later op het midden op de plek waar nu slagerij Kenkhuis is (oude foto van het pand in boek Ken uw dorp en heb het lief, blz. 48)
Notitie bij Rigtje: Richtje woont in 1882 te Almelo (bron: huwelijksregistratie Amsterdam d.d. 9-11-1882 Albert Gombert, timmerman met Magdalena van der Ploeg, dienstbode, geboren Ambt Hardenberg),
Rigtje woont in 1893 te Alemlo ( bron: huwelijksregistratie Amsterdam d.d. 04-05-1893 Gerardus Johannes van Hardeveld, timmerman met Sakelina Pietertje van der Ploeg, dienstbode, geboren te Lonneker).
Rigtje woont in 1895 te Doetinchem ( bron: huwelijksregistratie Pieter van der Ploeg, kok, met Hendrika Catharina Bont te Amsterdam 18-12-1895).

Rigtje is overleden in Amsterdam in het huis Heerengracht 465 (H16-78), waar ze inwonend was bij het gezin van haar dochter Magdalena van der Ploeg (geboren 1-1-1848 te Hardenberg) en Albert Gombert, timmerman te Amsterdam, inwonend waren verder ook nog haar zoon: Joeke Jacob van der Ploeg (geboren: 23-4-1865 te Vriezenveen) kleermaker te Amsterdam.
Notitie bij het huwelijk van Gerben Sakes en Rigtje: bruidegom, weduwnaar van Wietske Dirks Veenstra (eerder huwelijk 31-08-1834 in Achtkarspelen) oud 42 jaar
Notitie bij Gerben Sakes: Rijkscommies der Directe Belastingen gesttioneerd te Sibculo (, 1865 winkelier te Vriezenveen. Overleden in de derde Wijk te Vriezenveen, ongeveer ter hoogte van nummer 222. Daar woonde de buurman Rademaker die als nabuur aangifte deed van het overlijden van Gerben van der Ploeg. Dat was op het Oosteinde richting het zogenaamde "Midden".

bij huwelijk weduwnaar van Wietske Dirks Veenstra.

in 1861 bij geboorte zoon Wieger gepensioneerd ambtenaar te Vriezenveen.
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Rigtje: bruidegom 52 jaar, weduwnaar van Jennigje van Laar en bruid 43 jaar, weduwe van Gerben Sakes van der Ploeg
Notitie bij Klaas: rijkscommies (bron: huwelijk).
Notitie bij de geboorte van Klaas: van een tweeling, broer heet Cornelis.
Notitie bij Hendrik: bij huwelijk timmerman.
Hendrik lijkt er naast zijn beroep als timmerman een handeltje in tuinzaden op nagehouden te hebben. Hij adverteert een paar keer met zijn handelswaar in de "Provinciale Drentsche en Asser courant" oa in 1864.
Wellicht had hij deze activiteiten overgenomen van zijn Vriezenveense familieleden, die bekend stonden dat ze in de wintermaanden met tuinzaden op pad gingen. Zo was zijn zwager de logementhouder Engbertus Holland uit Vriezenveen ook actief op dit gebied in de wintermaanden. Vaak werd dit soort zaken in familieverband gedaan.
Notitie bij de geboorte van Gerharda: geboren als Gerharda dv Pieter Jelkes van Eijck, hoofdcommies en Magdalena Hospers.
Notitie bij het overlijden van Gerharda: 3 jaar oud, geboren te Vriezenveen. Vader wordt genoemd commies bij de belastingen, wonend te Albergen.
Notitie bij de geboorte van Juliana: geboren als Juliana dv. Pieter Jelkes van Eijck, hoofdcommies 43 jaar en Magdalena Hospers zijn huisvrouw, 28 jaar.
Notitie bij het overlijden van Gerharda: 69 jaar, overleden in huis wijk 6 nr. 669.
Notitie bij Gerhardus: bij huwelijk molenaar. Het gezin woont later in Hellendoorn.
Notitie bij het overlijden van Gerhardus: overleden in huis wijk 6 nr. 705.
Notitie bij Wieger: molenaarsknecht
Notitie bij de geboorte van Wieger: zoon van Pieter Jelkes van Eijck, hoofdcommies, wonend te Bergentheim.
Notitie bij de geboorte van Juliana: vader genoemd hoofdcommies wonend te Bergentheim.
Notitie bij Albertus: In 1867 commies der Rijksbelastingen, wonende te Ureterp.

Albertus Goedheer was Rijksambtenaar, commies bij de belastingen,
douane. Uit het huwelijk met Juliana van Eijck werden de volgende
kinderen geboren:

1 Lucretia Magdalena Goedheer, geb. Ferwerd 04.11.1869, overleden
Franeker 29.03.1909.

2 Magdalena Lucretia Goedheer, geb. Ferwerd 22.04.1872, overleden
Rotterdam 20.07.1956, tr. Rotterdam 21.05.1896 met Albertus Leendert
Hartman, geb. Rotterdam 29.06.1861 overl. Rotterdam 05.12.1947.

3 Carel Goedheer, geb. Ferwerd 23.08.1874 overl. Ferwerd 06.05.1875.

Lucretia Magdalena Goedheer was onderwijzeres.

Bij het huwelijk van Albertus Goedheer en Juliana van Eyck werd een
bijbel uitgereikt met de teksten:
Uitgereikt ter gelegenheid van het huwelijk van Albertus Goedheer met
Juliana van Eyck - Kerkelijk bevestigd den 8sten Julij 1866 te Vriezenveen.
Psalm 34:11b Die den Heer zoeken hebben geen gebrek aan eenig goed.

Door Albertus Goedheer werden de volgende aantekeningen in de familie-
bijbel gemaakt:

Op den 7en Julij 1866 is getrouwd Albertus Goedheer, geboren den
22 December 1835 te Bergen op Zoom ( Noord Brabant ) met Juliana van
Eijck, geboren den 20en Januarij 1840 te Mariënberg ( Overijssel ), zijnde
zij den 8en Julij 1866 te Vriezenveen door Ds Meerdink kerkelijk ingezegend.

Op den 8en Mei 1867 hebben zij door een hevigen brand te Tubbergen
Overijssel huis en goed moeten missen.

Op de 22en December 1867 is hun een dood meisje geboren en den 23en
de zelfde maand te Ureterp/Friesland ter aarde besteld,

Op den 4en November 1869 is geboren Lucretia Magdalena te Ferwerd/
Friesland en den 2en Januarij 1870 door Ds Thoden van Velsen aldaar
gedoopt, den 28en Februarij 1870 gevaccineerd door Dr. Martens te
Ferwerd.

Op den 22en April 1872 is geboren Magdalena Lucretia te Ferwerd/Friesland
en 7en Julij 1872 door Ds. Thoden van Velsen aldaar gedoopt. Gevaccineerd
door Dr. Martens den 18 Mei 1872.

Op den 23en Augustus 1874 des nachts om half twee uren is geboren Carel
te Ferwerd Provincie Friesland en den 1en November daaraanvolgende aldaar
door Ds W. Gezelschap van Reitsum ( zijn broeder als zijnde Ferwerd
vacant ) gedoopt.

Op den 6en Mei 1875 des avonds om tien ½ uur overleed ons geliefd zoontje
Carel, oud 8 ½ maand te Ferwerd, de 11en dier maand aldaar ter aarde besteld.

Op den 8en Januarij 1876 des morgens om 8 uur, overleed in ’t krankzinnigen-
Gesticht te Franeker, na aldaar vanaf 2 Augustus 1875 verpleegd te zijn
geweest mijn geliefde echtgenoote Juliana Goedheer - van Eijck, in den
ouderdom van bijna 36 jaar.

Op den 3en Mei 1877 is hertrouwd Albertus Goedheer, weduwnaar van
Juliana van Eijck met Doetje Posthumus, weduwe van Jakele Hemminga,
geboren 5e Januarij 1843 te Dokkum.

De volgende aantekeningen betreffen de kinderen geboren uit het huwelijk
met Doetje Posthumus en het overlijden van Albertus Goedheer:
Op den 3den October 1887 overleed te Rotterdam onze geliefde echtgenoot
en vader Albertus Goedheer in den ouderdom van bijna 52 jaren.

(Bron van deze informatie: Genealogie Goedheer-Bergen op Zoom , met dank aan de heer J. Goedheer te Krommenie)
Notitie bij de geboorte van Magdalena: dochter van Pieter jelkes van Eijck, commies te voet, wonend te Bergentheim.
Notitie bij het overlijden van Magdalena: overleden 3e wijk Oosteinde, vader winkelier.
Notitie bij het overlijden van Pieter Jelkes: wonend aan 2e wijk Oosteinde, ouders landbouwer, 5 jaar oud geboren te Vriezenveen. Aangevers van het overlijden zijn de buurmannen: Jan Twillaar en Cornelis de Witte. Naam geregistreerd als Pieter Jelkes van Eick.
Notitie bij Gerrit: 19 jaar oud en zonder beroep bij overlijden.

48. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 8 aug. 1779, † ald. 9 maart 1852, tr. Vriezenveen omstr. 1806
49. Hendrika (ook wel Hendrikje) Jaspers Faijer (ook Jaspers of Derks), ged. Vriezenveen 15 juni 1788, † ald. 22 sept. 1838.
Uit dit huwelijk:
a. Helena Schipper, geb. Vriezenveen 18 jan. 1807,17 † ald. 6 jan. 1808.
b. Gerhardus Schipper, geb. Vriezenveen 24 juni 1809,17 † ald. 1 dec. 1880,17 tr. Vriezenveen 13 mei 1837 Jahanna Magdalena Hekhuis, geb. Vriezenveen 21 jan. 1817, † ald. 8 aug. 1878, dr. van Gerrit en Jennigje Leenders.
c. Dirk, zie 24.
d. Hendrik Schipper, geb. Vriezenveen 7 juli 1815,17 † ald. 19 jan. 1846.17
e. Jan Schipper, geb. Vriezenveen 21 aug. 1818,17 † ald. 28 april 1886,17 tr. Vriezenveen 24 april 1847 Gerritdina Roelofsen (zie 50,g).
f. Albartus Schipper, geb. Vriezenveen 2 sept. 1821,17 † ald. 4 aug. 1822.17
g. Adolf Schipper, geb. Vriezenveen 12 aug. 1823,17 † ald. 15 nov. 1854.17

Notitie bij Derk: landbouwer (bron geb en huwelijksakte zoon Dirk, eigen overlijdensakte), bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). In 1832 had de boerderij een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden per jaar en dat lag daarmee boven het gemiddelde van Vriezenveen, dat toen op 52,22 lag.
diaken (oa 1809)

20-8-1819 koopt Derk voor 200 gulden land, gelegen aan het Oosteinde van plaatsgenoot Hendrikus Koersen (bron: archief familie Schipper)
Notitie bij Hendrika (ook wel Hendrikje): ook genoemd Hendrika Derks (oa bij huwelijk zoon Gerhardus in 1837), toegevoegd staat ook genoemd Hendrika Faijer, bij haar overlijden staat ze te boek als Hendrika Faijer, ook genoemd hendrika Jaspers of Hendrika Derks.
Bij de geboorteakte van zoon Albartus in 1821 staat de moeder vermeld onder de naam Hendrika Jaspers Faijer.
Notitie bij de geboorte van Hendrika (ook wel Hendrikje): gedoopt als Hendrika dochter van Derk Jaspers en Aaltjen Jansen.
Notitie bij Gerhardus: landbouwer bij huwelijk in 1837.
werd opgeroepen voor de dienstplicht in 1825 (als fuselier) en moest 1 jaar dienen ter vervanging van Roelof Niphuis, die tijdens zijn dienstplicht was overleden.
Gerhardus was lang: 1 ellen, 6 palmen, 6 duimen en 1 streep. Aangezicht en voorhoofd rond. ogen: blauw, neus: ordinair, mond: klein, kin: rond, haar en wenkbrauwen: blond. Bijzondere kenmerken: 1 oog.10 maart 1829 uit de dienst ontslagenm: (bron stamboek 210 inschrijfnummer 15915; familysearch internet).
Notitie bij Jan: landbouwer (bij huwelijk in 1847).

50. Berend Albert Roelofsen, ged. Vriezenveen 7 juni 1778, † ald. 31 dec. 1859,17 tr. Vriezenveen omstr. 1806
51. Hendrika Bramer, ged. Vriezenveen 14 maart 1788, † ald. 23 dec. 1879.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna Roelofsen, geb. Vriezenveen 11 febr. 1807,17 † ald. 8 dec. 1812.17
b. Gerrit Roelofsen, geb. Vriezenveen 28 aug. 1809,17 † ald. 15 dec. 1812.17
c. Berendina Roelofsen, geb. Vriezenveen 18 sept. 1811,17 † ald. 9 febr. 1874.
d. Johanna Roelofsen, geb. Vriezenveen 3 febr. 1815,17 † ald. 12 sept. 1817.17
e. Jesina, zie 25.
f. Hendrika Roelofsen, geb. Vriezenveen 20 mei 1821, † ald. 9 aug. 1886.
g. Gerritdina Roelofsen, geb. Vriezenveen 9 jan. 1824, † ald. 15 maart 1863, tr. Vriezenveen 24 april 1847 Jan Schipper (zie 48,e).
h. Hendrik Roelofsen, geb. Vriezenveen 17 jan. 1827, † ald. 13 maart 1884.
i. Berend Roelofsen, geb. Vriezenveen 17 jan. 1831, † ald. 8 dec. 1912,17 tr. Vriezenveen 8 maart 1851 Berendika Meijer, geb. Vriezenveen 1827, † ald. 5 dec. 1907, dr. van Derk en Wolterdina Berkhof.

Notitie bij Berend Albert: landbouwer (bron huwelijksakte dochter Jesina). Bewoonde de boerderij gelegen ongeveer tegenover het Oosteinde 161 (huidige nummering). In 1876 had de boerderij volgens het kadaster een gemiddelde jaarlijkse huurwaarde van 70 gulden en dat lag boven het gemiddelde in Vriezenveen dat op ongeveer 52 gulden lag. In 1832, als Berend Albert Roelofsen eigenaar van de boederij is, heeft deze een gemiddelde jaarlijkse huurwaarde van 15 gulden. Dit is ongeveer het gemiddelde van de Vriezenveense woning die in dat jaar een gemiddelde huurwaarde heeft van 15,27.
Komt voor in de diakonale rekeningen als medeondertekenaar, zal ouderling zijn geweest, oa in 1833, 1835 en 1836. Behoorde dus tot de bestuurlijke elite van het dorp.
Notitie bij het huwelijk van Berend Albert en Hendrika: kerkelijk huwelijksboek in het provinciaal archief te Zwolle loopt tot 1791.
Notitie bij het overlijden van Berendina: Bij overlijden oud 62 jaar ongehuwd, naaister van beroep, wonend wijk 2 nummer 158.
Notitie bij Jan: landbouwer (bij huwelijk in 1847).
Notitie bij Berend: landbouwer bij huwelijk (1851).
Notitie bij de geboorte van Berend: geboren als zoon van Berend Albert Roelofsen, landbouwer 52 jaar en Hendrika Bramer zijn huisvrouw 42 jaar.

52. Jan Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn 26 maart 1794, † Vriezenveen 2 aug. 1868, tr. Hellendoorn 16 april 1819
53. Hendrika Timmerman, geb. Hellendoorn 18 sept. 1797, † Vriezenveen 16 dec. 1861.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Hendrik, zie 26.
b. Hendrikus Nijen Twilhaar, geb. Vriezenveen 18 sept. 1822, † ald. 21 aug. 1896, tr. Vriezenveen 3 mei 1851 Willemina Jansen, geb. Vriezenveen omstr. 1831, † ald. 17 april 1867, dr. van Egbert en Aaltje Miskotte.
c. Mannes Nieuwen Twilhaar, geb. Vriezenveen 19 jan. 1826.

Notitie bij Jan: bij huwelijk boerenknecht, was het schrijven niet machtig (bron geboorteakte levenloze zoon 2-8-1830 Vriezenveen). In diezelfde akte staat hij vermeld als landbouwer. Ook in de overlijdensakte van zijn vrouw (1861) staat landbouwer als zijn beroep vermeld.
Jan moet omstreeks 1820 naar Vriezenveen zijn verhuisd. De oudste zoon Jan Hendrik wordt in 1819 nog geboren in Hellendoorn, maar het tweede kind Hendrikus ziet in 1822 in Vriezenveen het levenslicht. Ook broer Jan Hendrik (ged. Hellendoorn 28-12-1797 vestigt zich in Vriezenveen). Rond 1830 wonen ze aan het Oosteinde, richting het Midden.

Inzake de hoofdelijke omslag (een belasting naar vermogen waarbij in Vriezenveen in 1846 18 verschillende vermogensklassen bestonden: in 1846 valt Jan in klasse 14 en wordt hij aangeslagen voor 3,70. Hiermee viel hij in de grote middenmoot. Ook broer Jan Hendrik valt in klasse 14.
Notitie bij de geboorte van Jan: Jan gedoopt 6 april 1794 zv "Jan Jansen Nijen Twilhaars op den Twilhaar onder t kerkdorp de moeder Hendrikjen Derksen ten doop gepresenteert door Grietje Hendrikussen op t hoekje op den Twilhaar; de vader als getuige"
Notitie bij het overlijden van Hendrika: in de overlijdensakte staat vermeld, geboren te Hellendoorn, zonder beroep, echtgenote van Jan Nijen Twilhaar, landbouwer, alhier, overleden in de tweede wijk [Oosteinde].
Notitie bij Hendrikus: wever bij huwelijk, bij overlijden landbouwer.

54. Jan Gerrits Smelt de boer, ged. Vriezenveen 12 mei 1776, † ald. 14 aug. 1832, tr. Vriezenveen omstr. 1803
55. Johanna Tromp, ged. Vriezenveen 11 febr. 1780, † ald. 13 okt. 1843.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Smelt, geb. Vriezenveen 19 febr. 1806, † ald. 5 dec. 1862, tr. Vriezenveen 19 juni 1830 Wolterdina Berkhoff (zie 64,c).
b. Jan Smelt, geb. Vriezenveen 1810, tr. Hendrika Waanders.
c. Jan Hendrik Smelt, geb. Vriezenveen 14 maart 1813, † ald., tr. Vriezenveen 19 april 1851 Willemina Bom, geb. Vriezenveen, dr. van Jan (zie 42,d) en Johanna Miskotte.
d. Jesina Smelt, geb. Vriezenveen 13 maart 1815, † Holland Michigan (USA) omstr. 1847, tr. Vriezenveen 7 mei 1836 Everwijn Haverkate, geb. Delden omstr. 1808, † Holland, Ottawa Co., Michigan USA 18 mei 1872, begr. Pilgrim Home Cemetery, Holland, Michigan, zn. van Arend en Jenneken ter Loo.
e. Gerhardus Smelt, geb. Vriezenveen 9 maart 1817, † ald. 2 mei 1855, tr. Vriezenveen 19 maart 1842 Johanna Buter, geb. Vriezenveen 1810, † ald. 1 dec. 1878, dr. van Zwerus en Gerritdina Kolthof.
f. Johan Smelt, geb. Vriezenveen 11 nov. 1819, † ald. 15 okt. 1890, tr. Vriezenveen 16 mei 1849 Lena Teunis, geb. Vriezenveen 10 maart 1825, † ald. 11 jan. 1892, dr. van Egbert (zie 40,a) en Aaltje Berkhof(f).
g. Johanna, zie 27.

Notitie bij Jan Gerrits: volgens de volkstelling van 1795 turfschipper, volgens de huwelijksakte van zoon Gerrit was hij landbouwer (1830), bewoonde Oosteinde 56 (toenmalige nummering; overlijdensakte 1832). Volgens de huidige nummering is het Oosteinde 226 (zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 122). In het kadaster van 1832 komt Jan Smelt Gzn. 3x voor als eigenaar van een huis, 2 huizen hebben een wat lagere gemiddelde huurwaarde van 12 gulden, dus ik neem aan dat hij in de woning heeft gewoond met een wat hogere gemiddelde huurwaarde van 15 gulden.
Heeft zich niet ingeschreven voor een gift in 1801 voor de verbouwing van de plaatselijke kerk, hoewel zijn naam wel vermeld staat als Gerrit Smelt de boer. Wel geeft zijn, kennelijk inwonende, neef Mannes Smelt 1 gulden. Hoe de familierelatie precies zit met Mannes Smelt heb ik niet vast kunnen stellen.
Notitie bij de geboorte van Jan Gerrits: gedoopt als zoon van garret Berendz Smelt en Jenneken Jansen
Notitie bij het overlijden van Jan Gerrits: In de overlijdensakte staat vermeld oud 58 jaar, landbouwer zoon van wijlen Gerrit Smelt en N.N., echtgenoot van Johanna Tromp.
Notitie bij Gerrit: landbouwer en bakker,

volgens stamboek 207 (ingeschreven dienstplichtigen, inschrijvingsnummer 13440), was Gerrit lang: 1 el, 6 palmen, 3 duimen 2 strepen. Hij had blond haar en blauwe ogen, een normale neus en mond en een ronde kin en verder geen merkbare kentekenen. (bron: familysearch).
Notitie bij het huwelijk van Wolterdina en Gerrit: Wordt in het testament van haar tante Janna Berkhof en haar man Hendrik Jonker (1807) bedacht met de kleren het goud en het zilverwerk.
Notitie bij Wolterdina: In een testament van 1807 van haar tante Janna Berkhof, gehuwd met Hendrik Jonker wordt Wolterdina als begunstigde genoemd. Ze zal de kleren, het goud en het zilver erfen. In 1830 betrekt ze samen met haar echtgenoot Gerrit Smelt de woning van haar overleden tante en oom. Kennelijk heeft ze ook het huis geerfd staand aan Oosteinde 242, huidige nummering.

Bron: Herman Jansen Ken uw dorp en heb het lief blz. 128

Op 19 november 1820 des namiddags om 4 uur verschijnen voor de arrondisementsrechtbank van Almelo en op het verzoek van:
-Hendrik Meulink, landbouwer wonend te Vriezenveen aan het Oosteinde, weduwnaar van Lena Schipper, voor zich zelf en als vader en wettig voogd over zijn minderjarige zoon Hendrik Meulink, door wijlen zijn vrouw verwekt voor ruim 14 jaar.
-Jan Berkhof, landbouwer te Vriezenveen, voormeld woonachtig, zoon van wijlen Hendrik Berkhof en gemelde Lena Schipper, voor zich zelf als voogd over zijn broer Johannes Berkhof, minderjarig kind van gemelde wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper, aangesteld bij familieraad op de veertiende augustus j.l.
-Wolterdina Berkhof, landbouwerse, wonende mede te Vriezenveen, meerderjarige en ongehuwde dochter van wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper.
-Jan Aman Fredrikszoon, koopman en tapper, als in huwelijk hebbende Klasina Berkhof, zonder speciaal beroep, beide te Vriezenveen, meergemeld woonachtig.

In aanwezigheid van Wolter Schipper en Fredricus Schipper bouwlieden mede te Vriezenveen, vaakgemeld woonachtig, als toeziend voogden, de eerstgenoemde over gemelde Johannes Berkhof en de laatstgenoemde over gemelde Hendrik Meulink.

Door notaris Warnaars te Almelo residerend, ten huize van Jan Aman Frederikszoon te Vriezenveen voormeld.
Requiranten verkopen de volgende tot hun gemeenschappelijke boedel behorende goederen±
De aanvaarding der percelen is dadelijk behalve het huis, hetwelk eerst de eerste mei eerstkomende en het roggeland als de rogge ingezameld zal zijn, zullen aanvaard worden, na voorlezing van het voorgaande handelt het om de hierondergeschreven percelen:
-het 17e perceel , een hoekje hooiland, het derde deel genaamd ongeveer 4 roeden onder Geesteren in gemeenschap met Jan Faijer en anderen.
ingezet door jannes faijer, bouwman te Vriezenveen op 8 guldens
afgeslagen van een hoger som en niemand gemijnd hebbend, zo is de inzetter koper geworden.

Van vorenstaande vaste goederen behoort een vierde gedeelte aan de medequirant Hendrik Meulink
aan de medequirant Jan Berkhof, Jan Aman, als in huwelijk hebbende Clasina Aman en aan Wolterdina Berkhof ieder een vijfde part
(archief vereniging Oud Vriezenveen toegang nr. 1.4 map B inv. nr. 81.4).
Notitie bij Jan Hendrik: boerenknecht bij huwelijk
Notitie bij Jesina: Jesina staat op de lijst van passagiers van het schip de "Harvest" echter onder de verbrokkelde naam Genna Smeet met de leftijd van 36 jaar. Er is echter geen overlijdensakte van haar in Vriezenveen.
Notitie bij Everwijn: kleermaker bij huwelijk, het gezin emigreerde 9 maart 1847, samen met de broers Jan Willem en Gerrit Jan Haverkate, met het schip de "Harvest" vanuit Rotterdam (Hellevoetsluis) naar Holland Michigan USA. Jesina stierf al snel. Everwijn hertrouwde in de USA nog twee maal (bron: https://www.msu.edu/~galehous/evthaver.htm). Evert zou 39 jaar geweest zijn volgens de passagierslijst. Op de lijst staat verder zoon A.,10 jaar oud, Jan 8 jaar oud, Hanna 4 jaar oud en Janna 9 maanden oud.
Van zoon Albertus geboren 1837 te Vriezenveen is bekend dat deze in 1850 nog leefde.
Notitie bij Gerhardus: landbouwer
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden 68 jaar oud.
Notitie bij het overlijden van Lena: 66 jaar bij overlijden

56. Hendrik Bramer, geb. Vriezenveen 2 dec. 1798,44 † ald. 23 juni 1883, tr. Vriezenveen 28 juni 1823
57. Geesijna (ook Gezina en Gesina) Gerrits, ged. Vriezenveen 23 jan. 1797, † ald. 18 febr. 1870.
Uit dit huwelijk:
a. Fredrika Bramer, geb. Vriezenveen 30 maart 1824, † ald. 12 juni 1899, tr. Vriezenveen 8 febr. 1851 Claas Kruys, geb. Vriezenveen 22 maart 1802, † ald. 20 maart 1877, zn. van Gerhardus Kruijs en Aaltjen Winter en wedr. van Jesina Juliana Johanna Kruijs.
b. Gerhardina Bramer, geb. Vriezenveen 24 aug. 1825, † ald. 17 mei 1900, tr. Vriezenveen 28 april 18554 Cornelis Lemans, geb. Vriezenveen 22 dec. 1824, † ald. 12 maart 1872, zn. van Egbert Leemans en Harmina Sjent.
c. Dochter, geb. Vriezenveen 16 nov. 1827, † ald. 16 nov. 1827.
d. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 16 okt. 1828, † ald. 28 juni 1830.
e. Willem, zie 28.
f. Gerharda Bramer, geb. Vriezenveen 10 mei 1836, † ald. 29 mei 1912, tr. Vriezenveen 26 april 1862 Harm Hendrik Arendshorst, geb. Vriezenveen, † ald. 18 jan. 1896, zn. van Jannes en Marie Catharina Hempe.

Notitie bij Hendrik: landbouwer. ouderling oa 1825, 1826. Is geboren op het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188). Bewoonde deze boederij zelf. Deze had in 1876 een gemiddelde huurwaarde van 70 gulden (zie mijn scriptie). Viel daarmee in belastingklasse 4 en dat was een meer dan gemiddelde huurwaarde (52,22). Werd in het gewone leven Hein genoemd (mondelinge overlevering Jacob Johannes Bramer geb.1898).

groot 5 voet en 2 duim blond haar, bruine ogen, smal aangezicht, voorhoofd rond, neus spits, mond klein, kin spits en geen merkbare kentekenen (bron: familysearch stamboek militairen nr. 200; https://familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-1942-25184-38604-25?cc=1498335&wc=14229325). (ik schat zijn lengte op grond van voornoemde gegevens op ca. 1 meter 65. Hij was dus klein van stuk.)
Notitie bij het overlijden van Hendrik: bij overlijden vermeld als de weduwnaar van Gesina Gerrits, landbouwer van beroep. Grafsteen is nog op de begraafplaats van Vriezenveen aanwezig.
Notitie bij Geesijna (ook Gezina en Gesina): buurmeisje van Hendrik Bramer. Is bij huwelijk dienstmeid van beroep.
Notitie bij de geboorte van Geesijna (ook Gezina en Gesina): gedoopt als Geesijna dv Gerhardus Gerrits en Gerhardijna Hospes. Ook bij haar huwelijk Geesijna genoemd. Ze schrijft haar voornaam zelf echter als Gezina.
Notitie bij het overlijden van Geesijna (ook Gezina en Gesina): in de overlijdensakte staat ze vermeld als Gezina Gerrits dochter van Gerhardus Gerrits en Gerhardina Hospers.
Notitie bij Claas: grondeigenaar van beroep bij zijn huwelijk. koopman te Sint Petersburg. Burgemeester van Vriezenveen 1852-1870.
In 1876 vierde het echtpaar Kruys
Notitie bij het overlijden van Gerhardina: bij overlijden staat vermeld dat ze toen 74 jaar oud was en de dochter van Hendrik Bramer en Gesina Gerrits partner van Cornelis Lemans.
Notitie bij Cornelis: bij huwelijk en overlijden wever van beroep.
Notitie bij het overlijden van Gerharda: bij overlijden 76 jaar oud dochter van Hendrik Bramer en Gezina Gerrits.
Notitie bij Harm Hendrik: bakker, later neemt zoon Jannes Arendshorst (gehuwd met Hindrika Bergmann uit Bentheim) het erf over. bewoonde het erf wijk 4 nummer 318 (later Westeinde 13).

58. Berend Jansen Pot, ged. Vriezenveen 14 aug. 1774, † ald. 2 maart 1853,45 tr. Vriezenveen 26 april 1811
59. Miene (ook Mina) Eshuis, ged. Wierden 15 aug. 1790, † Vriezenveen 24 maart 1864.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Pot, geb. Vriezenveen 16 maart 1812, † Grave 10 sept. 1831.
b. Egberdina Pot, geb. Vriezenveen 4 okt. 1814, † ald. 19 maart 1874, tr. Vriezenveen 1 juli 1837 Bernardus Peereboom, † Vriezenveen, zn. van Albert en Johanna Smit.
c. Janna Pot, geb. Vriezenveen 11 jan. 1818, † ald. 3 maart 1883, tr. Vriezenveen 30 dec. 1843 Roelof Nijland, geb. Vriezenveen omstr. 1814, † ald. 17 febr. 1876, zn. van Jan en Willemina Schutten.
d. Mina Jesina Pot, geb. Vriezenveen 18 nov. 1820, † ald. 6 okt. 1885, tr. Vriezenveen 27 juni 1846 Egbert Scherphof, geb. Vriezenveen omstr. 1822, † ald. 17 dec. 1873, zn. van Bernardus en Berendina Kobes.
e. Johanna Pot, geb. Vriezenveen 4 maart 1823, † ald. 6 jan. 1894,46 tr. Vriezenveen 29 april 1848 Engbertus Jansen, †?, zn. van Hendrikus en Aleida Fredriks.
f. Johannes Pot, geb. Vriezenveen omstr. 1827, † ald. 28 jan. 1844.
g. Hendrika, zie 29.

Notitie bij Berend Jansen: landbouwer (bron: kadaster 1832) en wever (huwelijksakte 1811, geboorteakte zoon 1812 en dochter 1813 en 1818). Bij de geboorte van dochter Johanna in 1823 staat als beroep vermeld: weever en landbouwer. Bewoonde het ouderlijk erf gelegen aan het Westeinde 610 (huidige nummering). Zie blz. 248-249 Ken uw dorp en heb het lief.
Volgens het kadaster had de woning in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 12 gulden en daarmee lag deze beneden het Vriezenveense gemiddelde van 15,27.
Notitie bij Miene (ook Mina): bij het huwelijk in 1811 Miene genoemd, was toen dienstbode van beroep en hier meer dan 4 jaar werkzaam (zie huwelijkse bijlagen, rechtbank eerste Aanleg Almelo inv. nr. 1). Uit het belastingregister van de quotisatie van 1808 blijkt dat ze dit zal zijn geweest bij de voormalige schout van Vriezenveen Hendrik Spijker.
Notitie bij de geboorte van Miene (ook Mina): bij doop genaamd Miene
Notitie bij het overlijden van Jan: overleden te Grave in militaire dienst, was soldaat bij de infanterie; geboren te Vriezenveen; leeftijd niet vermeld.
Notitie bij de geboorte van Egberdina: aangifte van de geboorte door Berend Jansen Pot pas gedaan op 15-11-1813
Notitie bij Bernardus: smit (bij huwelijk in 1837)
Notitie bij Janna: dienstmeid bij huwelijk in 1843.
Notitie bij Roelof: landbouwer (bij huwelijk in 1843 en bij overlijden in 1876)
Notitie bij het overlijden van Mina Jesina: weduwe bij overlijden
Notitie bij Egbert: wever (bij huwelijk in 1846)
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden 70 jaar oud.
Notitie bij Engbertus: landbouwer bij huwelijk in 1848.
Notitie bij Johannes: wever van beroep bij overlijden (1844).

60. Jan Aman, geb. Vriezenveen 27 mei 1798, † ald. 5 nov. 1846, tr. Vriezenveen 21 april 1827
61. Klasina Berkhof(f), geb. Vriezenveen 13 maart 1807, † ald. 31 jan. 1860.47
Uit dit huwelijk:
a. Kunnigjen Hendrika Aman, geb. Vriezenveen 16 sept. 1828, † ald. 15 sept. 1830.
b. Hendrik Fredrik Aman, geb. Vriezenveen 11 juli 1830, † ald. 17 dec. 1899, tr. Vriezenveen 3 juni 1859 Johanna Kobes, † Vriezenveen, dr. van Gerrit en Gerritdina Jansen.
c. Fredrik Hendrik Aman, geb. Vriezenveen 26 febr. 1833, † ald. 30 april 1870, tr. 1e Vriezenveen 25 nov. 1853 Gerritdina Kelder, geb. Vriezenveen 8 nov. 1827, † ald. 19 juni 1865, dr. van Berend Hendrik en Janna Jansen Smit; tr. 2e Vriezenveen 2 febr. 1870 Fennigjen Nijboer, geb. 1825, † Tubbergen 4 dec. 1909, dr. van Lambert en Klazina Kobes; zij hertr. Vriezenveen 20 dec. 1873 Herman Arends.
d. Cornelis Lambertus, zie 30.
e. Jan Johan Aman, geb. Vriezenveen 7 maart 1838, † ald. 25 juli 1887, tr. Vriezenveen 25 maart 1864 Jennigjen Fikkert, geb. 9 sept. 1841, † Vriezenveen 24 juni 1909, dr. van Jan en Johanna Klein.
f. Lena Kunna Aman, geb. Vriezenveen 17 mei 1840, † ald. 22 mei 1880, tr. Vriezenveen 25 maart 1864 Albartus Kelder, geb. Vriezenveen 31 dec. 1829, † ald. 4 juli 1916, zn. van Berend Hendrik en Janna Jansen Smit.
g. Johanna Aman, geb. Vriezenveen 9 sept. 1842, † ald. 2 juni 1843.

Notitie bij Jan: landbouwer, tapper, winkelier, marskramer en koopman.
Op 25-6-1864 koopt Albertus Jaspers Faijer zo´n 6 hectare land voor 200 gulden van de kinderen van Jan Aman en Klasina Berkhoff genoemd de oostelijke helft van het zogenaamde "Onweersland" aan de zuidkant van de dorpsstraat.(bron: Onweers familiearchief). Wordt in het kadastraal register van 1834 als eigenaar van het pand gelegen aan het Oosteinde 400, dat huis heeft dan een gemiddelde huurwaarde van 36 gulden en dat was ruim boven het gemiddelde van Vriezenveen.

Volgens het register van de nationale militie (aanwezig in de huwelijkse bijlagen van de huwelijksakte) had Jan de volgende verschijningsvorm:
-aangezicht: langwerpig
-lengte: 1 el en 730 str.
-voorhoofd: smal
-ogen: blauw
-neus: spits
-mond: ordinair (lees gewoon)
-kin: rond
-haar: blond
-wenkbrauwen: bruin

Op 19 november 1829 des namiddags om 4 uur verschijnen voor de arrondisementsrechtbank van Almelo en op het verzoek van:
-Hendrik Meulink, landbouwer wonend te Vriezenveen aan het Oosteinde, weduwnaar van Lena Schipper, voor zich zelf en als vader en wettig voogd over zijn minderjarige zoon Hendrik Meulink, door wijlen zijn vrouw verwekt voor ruim 14 jaar.
-Jan Berkhof, landbouwer te Vriezenveen, voormeld woonachtig, zoon van wijlen Hendrik Berkhof en gemelde Lena Schipper, voor zich zelf als voogd over zijn broer Johannes Berkhof, minderjarig kind van gemelde wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper, aangesteld bij familieraad op de veertiende augustus j.l.
-Wolterdina Berkhof, landbouwerse, wonende mede te Vriezenveen, meerderjarige en ongehuwde dochter van wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper.
-Jan Aman Fredrikszoon, koopman en tapper, als in huwelijk hebbende Klasina Berkhof, zonder speciaal beroep, beide te Vriezenveen, meergemeld woonachtig.

In aanwezigheid van Wolter Schipper en Fredricus Schipper bouwlieden mede te Vriezenveen, vaakgemeld woonachtig, als toeziend voogden, de eerstgenoemde over gemelde Johannes Berkhof en de laatstgenoemde over gemelde Hendrik Meulink.

Door notaris Warnaars te Almelo residerend, ten huize van Jan Aman Frederikszoon te Vriezenveen voormeld.
Requiranten verkopen de volgende tot hun gemeenschappelijke boedel behorende goederen±
De aanvaarding der percelen is dadelijk behalve het huis, hetwelk eerst de eerste mei eerstkomende en het roggeland als de rogge ingezameld zal zijn, zullen aanvaard worden, na voorlezing van het voorgaande handelt het om de hierondergeschreven percelen:
-het 17e perceel , een hoekje hooiland, het derde deel genaamd ongeveer 4 roeden onder Geesteren in gemeenschap met Jan Faijer en anderen.
ingezet door Jannes Faijer, bouwman te Vriezenveen op 8 guldens
afgeslagen van een hoger som en niemand gemijnd hebbend, zo is de inzetter koper geworden.

Van vorenstaande vaste goederen behoort een vierde gedeelte aan de medequirant Hendrik Meulink
aan de medequirant Jan Berkhof, Jan Aman, als in huwelijk hebbende Clasina Aman en aan Wolterdina Berkhof ieder een vijfde part
(archief vereniging Oud Vriezenveen toegang nr. 1.4 map B inv. nr. 81.4).

Op 25 juni 1864 verkopen de kinderen Aman, te weten Hendrik Fredrik Aman, Fredrik Hendrik Aman, Kornelis Lambertus Ama, Jan Johan Aman en Albertus Kelder gehuwd met Lena Kuna Aman het oostelijk gedeelte van het Onweersland, gelegen in het Oosteinde ten zuiden van de straat, zich strekkend tot aan de Schipsloot, zijnde weide en hooiland, , kadastraal bekend onder sectie D 755, 756, 757, 1163, 1180 en 1326 voor 200 gulden aan Albertus Jaspers Faijer, de bewoner van de Onwweersboerderij (bron: familiearchief Onweersboerderij).
Notitie bij het overlijden van Jan: bij overlijden genoemd tapper en landbouwer, overleden op het adres: eerste wijk op het Oosteinde.
Notitie bij Klasina: bij trouwen dienstmeid. 25-11-1853 (getuige bij een huwelijk) wordt als haar beroep vermeld "winkeliersche", ook bij het huwelijk van zoon Fredrik Hendrik in 1853 wordt vermeld dat ze winkelierse is. Ze werd ook wel Gezina genoemd (bron huwelijksakte zoon Fredrik Hendrik 1853).
Notitie bij de geboorte van Klasina: gedoopt als Klasina dv Hendrik Berkhoff en Lena Schipper.
Notitie bij het overlijden van Klasina: overleden Klasina Berkhoff in het huis staand op de eerste wijk te Vriezenveen landbouwster.
Notitie bij het huwelijk van Jan en Klasina: Jan Aman, koopman en landbouwer en Klazina Berkhof, dienstmeid.
Notitie bij de geboorte van Kunnigjen Hendrika: geboren als Kunnigjen Hendrika dv Jan Aman Fredrikzoon, koopman en Clazina Berkhof, zonder speciaal beroep. Aangifte is gedaan door Coenraad Mulder, metselaar 34 jaar en de vader.
Notitie bij het overlijden van Kunnigjen Hendrika: bij overlijden staat als naam vermeld Kunna Hendrika dv Jan Aman, inlandsche kramer en landbouwer en Gezina Berkhof, overleden in het huis Westeinde 196 door desselfs ouders bewoond. Deze aanduiding van het pand is opmerkelijk omdat het gezin op het puntje van het Oosteinde woonde, meestal aangeduid als wijk I huisnummer 5.
Notitie bij Hendrik Fredrik: landbouwer bij huwelijk en overlijden.
Notitie bij het overlijden van Hendrik Fredrik: overleden wijk 1 nummer 97.
Notitie bij Fredrik Hendrik: bij 1e huwelijk turfschipper, bij 2e huwelijk winkelier. Bij overlijden winkelier.
Notitie bij de geboorte van Fredrik Hendrik: geboren als Fredrik Hendrik zv Jan Aman, tapper en winkelier, thans op reis en Clazina Berkhof 26 jaar. De aangifte werd gedaan door Magdalena Aman, zonder beroep 40 jaar huisvrouw van Berent Hof
Notitie bij het overlijden van Fredrik Hendrik: bij overlijden winkelier.
Notitie bij het overlijden van Gerritdina: bij overlijden heet ze de echtgenote te zijn van Fredrik Hendrik Aman, winkelier.
Notitie bij het overlijden van Fennigjen: geregistreerd als woonachtig te Vriezenveen
Notitie bij Jan Johan: turfschipper (bij overlijden in 1887). landbouwer (gezinskaart burgelijke stand). bewoonde het erf Oosteinde wijk 2 nummer 154 (later Oosteinde 223).
Notitie bij de geboorte van Jan Johan: geboren als Jan Johan zoon van Jan Aman Frederikzoon, winkelier en tapper en Clasina Berkhof, zonder beroep.
Notitie bij Lena Kunna: dienstmeid bij huwelijk.
Notitie bij de geboorte van Lena Kunna: geboren als Len Kunna dochter van Jan Aman Fredrikzoon tapper en Clazina Berkhof, zonder beroep.
Notitie bij het overlijden van Lena Kunna: overleden wijk 1 nummer 5.
Notitie bij Albartus: koopman (bij huwelijk), winkelier (als getuige bij huwelijk in 1894 van Jan Aman en Gezina Helena Brink).
Notitie bij de geboorte van Albartus: geboren als zoon van de commies Berend Hendrik Kelder en Janna Jansen Smit.
Notitie bij het overlijden van Albartus: bij overlijden 81 jaar oud en zonder beroep.
Notitie bij de geboorte van Johanna: geboren als dochter van Jan Aman Fredrikszoon, tapper en Clazina Berkhof, zonder beroep.
Notitie bij het overlijden van Johanna: overleden 1e wijk oosteinde Vriezenveen dv Jan Aman Fzn. en Gezina Berkhof (deze naam is abuis en moet Klazina zijn] landbouwers.

62. Fredrik Aman, geb. Vriezenveen 24 mei 1818, † ald. 17 juli 1847,4 tr. Vriezenveen 9 mei 184048
63. Janna Hof, geb. Vriezenveen 6 okt. 1817, † ald. 6 nov. 1877, tr. 2e Vriezenveen 6 april 18504 Johannes Landhuis, geb. Vriezenveen 11 juni 1828, † Wierden 1 april 1907, zn. van Cornelis en Aaltjen Kobes; hij hertr. Wierden 23 juni 1883 Helena Catharina Staudt.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Aman, geb. Vriezenveen 29 okt. 1840, † ald. 13 aug. 1876.
b. Johanna Aman, geb. Vriezenveen 9 sept. 1842, † ald. 3 okt. 1842.
c. Johanna Jesina, zie 31.
d. Jezina Johanna Aman, geb. Vriezenveen 5 maart 1846, † Hellendoorn 20 nov. 1918, tr. Den Ham 27 juni 1866 Willem Horsman, geb. Den Ham 1833, † Linde (Den Ham) 25 dec. 1897, zn. van Gerrit en Bertha ter Burg.

Notitie bij Fredrik: landbouwer, bewoonde de boerderij ten westen van het Onweerserf (Oosteinde nr. 345 huidige nummering), Bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 147 en kadastrale informatie. De familie had de bijnaam de Baais. Deze naam was afkomstig van de voorvader van Janna Hoff die werd aangesproken met de naam Baas(t). Of het baaishuisje echt zo klein was als gesuggereerd door de schrijvers van Ken uw dorp en heb het lief valt te betwijfelen. Het pand had in 1832 nl. een gemiddelde huurwaarde van fl.15,- en viel hiermee in belastingklasse 6, het was hiermee toen een gemiddelde boerenwoning. Het pand werd toen (in 1832) nog bewoond door de schoonvader van Frederik, te weten Hendrik Hoff.
In 1876, toen de boerderij werd bewoond door de zoon Hendrik Aman, had de woning een gemiddelde huurwaarde van 60 gulden en viel daarmee in klasse 4 en scoorde daarmee hoger dan gemiddeld (zie bijlagen bij mijn scriptie). Daarnaast bezat de familie in 1876 (Janna Hoff) nog een klein huisje buiten het dorp met een gemiddelde huurwaarde van fl.5,- (bron: kadaster).

Volgens het register van de nationale militie zag Fredrik Aman er als volgt uit:
lengte 1 el 724 strepen (=1 meter 72,4 cm)
aangezicht: breed
voorhoofd: rond
neus: stomp
mond: klein
kin: rond
haar: blond
wenkbrauwen: idem
merkbare kentekenen: geene
Notitie bij de geboorte van Fredrik: bij de geboorte van Fredrik staat vermeld dat hij de zoon was van Hendrikus Aman Fz. landbouwer en Johanna Broertjen. aangifte van de geboorte deed Hendrikus Aman oud 30 jaar, en getuigen waren Hendrik Engels , commisaris tot de Declaratie 24 jaar, en Jan Weijteman, landbouwer, 36 jaar.
Notitie bij Janna: Bijnaam Baais, komt van het erf dat gelegen was ten oosten van het pand Oosteinde 341-343 (bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 146-147). Bewoonde het ouderlijk erf.
Notitie bij Hendrik: landbouwer bij overlijden.
Notitie bij het overlijden van Johanna: 3 weken oud bij overlijden.
Notitie bij Willem: landbouwer, veekoopman te Den Ham

Generatie VII

64. Hendrik Berkhoff, geb. Vriezenveen 19 juni 1757, † ald. 24 juni 1811,49 tr. Vriezenveen omstr. 1796
65. Lena Schipper, ged. Vriezenveen 10 april 1774, † ald. 22 maart 1829, tr. 2e Vriezenveen 28 jan. 1815 Hendrik Möllink, ged. Wierden 20 april 1766,50 † Vriezenveen 10 sept. 1842, zn. van Hendrik Mullink en Maria Westerik en wedr. van Berendina Gerritsen Nijboer.
Uit dit huwelijk:
a. Jan, zie 32.
b. Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 7 okt. 1797, † ald. 3 jan. 1810.51
c. Wolterdina Berkhoff, geb. Vriezenveen 19 jan. 1802, † ald. 8 febr. 1851, tr. Vriezenveen 19 juni 1830 Gerrit Smelt (zie 54,a).
d. Johanna Berkhoff, geb. Vriezenveen 27 juli 1804, † ald. 3 jan. 1810.
e. Klasina, zie 61.
f. Johannes Berkhof, geb. Vriezenveen 5 sept. 1810,52 † ald. 19 aug. 1885,4 tr. Vriezenveen 22 maart 183453 Dina Willemina Brink, geb. Vriezenveen 18 juli 1813, † ald. 5 nov. 1843,4 dr. van Derk en Gerritdina Tuttertjen.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, bewoonde Oosteinde 390 huidige nummering. Wordt in het paardengeldbelastingregister van 1792 reeds genoemd, heeft dan 1 paard en bewoont het erf van zijn vader (de Jan Butensboerderij).

In 1792 staan de kinderen Jan Berkhof vermeld in het kerspelregister van Vriezenveen met de forse aanslag van 9 guldens en 14 stuivers.

In het volkstellingsregister van 1795 staat Hendrik vermeld als hoofd van het huishouden dat dan 5 gezinsleden omvat, als beroep staat opgegeven boer en de opgaaf is gedaan door de inwonende zuster Diena Berkhof.

Op de lijst van giften voor de nieuwbouw van de plaatselijke kerk in 1801 staat Hendrik vermeld met een gift van 30 gulden.

Bij de belastingquotisatie van 1808 wordt Hendrik ingedeeld in klasse 36, hetgeen betekent dat zijn inkomen dat jaar tussen 175-200 gulden bedroeg. Aanvullend wordt hij nog aangeslagen voor 20 stuivers extra verhoging van de belasting. Zuster Diena, die kennelijk zelfstandig een inkomen verwierf werd ingedeeld in klasse 37, wat inhield dat ze een inkomen had tussen 150-175 gulden per jaar. Daarmee behoorde Hendrik en ook zuster Diena tot de beter bedeelden van Vriezenveen.

Op 19 november 1808 wordt Hendrik voor het gericht gedaagd vanwege verpanding van zijn mobiele goederen in verband met een openstaade boete van 20 goldguldens. Deze boete hadden Hendrik en ook Jan Jansen Faijer, Hendrik Mollink, Jannes Boesschen, Jan Hendrik de Fokke en Hendrik Jansen de Jager opgelopen vanwege openbaar geweld en eigenrecht door het vernielen, in stukken slaan en in het water werpen van "brand of zogenaamde stukken op de eigendommelijke gronden van Berend Bramer en consorten. Allen komen in bezwaar omdat het eigendom zou liggen bij de eerstgenoemde 4 personen (Berkhof, Faijer, Mollink en Boesschen) die hun voorzaten reeds onheugelijke tijden in bezit zouden hebben.
Notitie bij Lena: verklaart bij haar huwelijk in 1815, evenals haar echtgenoot het schrijven niet te hebben geleerd.
Notitie bij de geboorte van Lena: gedoopt als Leena dv Wolter Schipper en Jenneken Berkhof
Notitie bij Wolterdina: In een testament van 1807 van haar tante Janna Berkhof, gehuwd met Hendrik Jonker wordt Wolterdina als begunstigde genoemd. Ze zal de kleren, het goud en het zilver erfen. In 1830 betrekt ze samen met haar echtgenoot Gerrit Smelt de woning van haar overleden tante en oom. Kennelijk heeft ze ook het huis geerfd staand aan Oosteinde 242, huidige nummering.

Bron: Herman Jansen Ken uw dorp en heb het lief blz. 128

Op 19 november 1820 des namiddags om 4 uur verschijnen voor de arrondisementsrechtbank van Almelo en op het verzoek van:
-Hendrik Meulink, landbouwer wonend te Vriezenveen aan het Oosteinde, weduwnaar van Lena Schipper, voor zich zelf en als vader en wettig voogd over zijn minderjarige zoon Hendrik Meulink, door wijlen zijn vrouw verwekt voor ruim 14 jaar.
-Jan Berkhof, landbouwer te Vriezenveen, voormeld woonachtig, zoon van wijlen Hendrik Berkhof en gemelde Lena Schipper, voor zich zelf als voogd over zijn broer Johannes Berkhof, minderjarig kind van gemelde wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper, aangesteld bij familieraad op de veertiende augustus j.l.
-Wolterdina Berkhof, landbouwerse, wonende mede te Vriezenveen, meerderjarige en ongehuwde dochter van wijlen Hendrik Berkhof en Lena Schipper.
-Jan Aman Fredrikszoon, koopman en tapper, als in huwelijk hebbende Klasina Berkhof, zonder speciaal beroep, beide te Vriezenveen, meergemeld woonachtig.

In aanwezigheid van Wolter Schipper en Fredricus Schipper bouwlieden mede te Vriezenveen, vaakgemeld woonachtig, als toeziend voogden, de eerstgenoemde over gemelde Johannes Berkhof en de laatstgenoemde over gemelde Hendrik Meulink.

Door notaris Warnaars te Almelo residerend, ten huize van Jan Aman Frederikszoon te Vriezenveen voormeld.
Requiranten verkopen de volgende tot hun gemeenschappelijke boedel behorende goederen±
De aanvaarding der percelen is dadelijk behalve het huis, hetwelk eerst de eerste mei eerstkomende en het roggeland als de rogge ingezameld zal zijn, zullen aanvaard worden, na voorlezing van het voorgaande handelt het om de hierondergeschreven percelen:
-het 17e perceel , een hoekje hooiland, het derde deel genaamd ongeveer 4 roeden onder Geesteren in gemeenschap met Jan Faijer en anderen.
ingezet door jannes faijer, bouwman te Vriezenveen op 8 guldens
afgeslagen van een hoger som en niemand gemijnd hebbend, zo is de inzetter koper geworden.

Van vorenstaande vaste goederen behoort een vierde gedeelte aan de medequirant Hendrik Meulink
aan de medequirant Jan Berkhof, Jan Aman, als in huwelijk hebbende Clasina Aman en aan Wolterdina Berkhof ieder een vijfde part
(archief vereniging Oud Vriezenveen toegang nr. 1.4 map B inv. nr. 81.4).
Notitie bij het huwelijk van Gerrit en Wolterdina: Wordt in het testament van haar tante Janna Berkhof en haar man Hendrik Jonker (1807) bedacht met de kleren het goud en het zilverwerk.
Notitie bij Gerrit: landbouwer en bakker,

volgens stamboek 207 (ingeschreven dienstplichtigen, inschrijvingsnummer 13440), was Gerrit lang: 1 el, 6 palmen, 3 duimen 2 strepen. Hij had blond haar en blauwe ogen, een normale neus en mond en een ronde kin en verder geen merkbare kentekenen. (bron: familysearch).
Notitie bij Johannes: timmerman en landbouwer. Bij eigen trouwen genoemd timmerman.
landbouwer genoemd bij trouwen van zijn neef Frederik Johannes Berkhof in 1849.
Tekent " Berkhof" als getuige bij de trouwacte met één f.
Bij zijn overlijden wordt ook als beroep landbouwer vermeld.
bewoonde het erf wijk 1 nr. 58 (later Oosteinde 370?). de ongehuwde kinderen Berkhof bewonen later het ouderlijke erf.

66. Barend Alberts Broertjen, geb. Vriezenveen 11 dec. 1768, † ald. 25 mei 1836, tr. Vriezenveen 17 febr. 1793
67. Janna Berends Holland, geb. Vriezenveen 22 jan. 1769, † ald. 6 jan. 1836.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna, zie 35.
b. Alberdina, zie 33.
c. Bernardus Broertjen, geb. Vriezenveen 19 nov. 1799, † ald. 8 febr. 1879,4 tr. Vriezenveen 17 aug. 18444 Gesina Koersen, geb. Vriezenveen 19 nov. 1803, † ald. 20 okt. 1884, dr. van Hendrikus en Jenneken Brouwer.
d. Albert Broertjen, geb. Vriezenveen 8 okt. 1805, † ald. 16 jan. 1813.4
e. Jan Broertjen, geb. Vriezenveen 25 april 1808, † ald. 12 jan. 1841, tr. Vriezenveen 28 sept. 18324 Jesina Schipper, geb. Vriezenveen 8 sept. 1807, † ald. 23 mei 1839, dr. van Berend (zie 130,a) en Berendina Bramer.

Notitie bij Barend Alberts: landbouwer, notabele (1820-1823) en diaken (1827-1831) van de N.H. kerk. Bewoonde een boerderij aan het Oosteinde 266 (huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 136).
Bewoonde het ouderlijk erf in elk geval samen met broer Hendrik Broertjen (bron: quotisatiekohier 1808).
De gemiddelde huurwaarde van de boerderij bedroeg in 1832 12 gulden en daarmee viel de woning in belastingklasse 7.
In 1801 draagt "Berent Broertien" 8 gulden bij voor de verbouwing van de Hervormde kerk (archief NH kerk Vriezenveen).
Het jaarlijks inkomen van Berend wordt in 1808 (quotisatiekohier) geschat op 175-200 gulden.

Uit een getuigenverklaring voor het Vredegerecht Almelo op 19 maart 1833 (inv.nr. 10) blijkt dat Jannes van der Veen en Barend Broertjen zich op de tijding van de ziekte van de zaadkremer Jan Holland naar Dülmen waren afgereisd, maar hier een dag na zijn overlijden waren aangekomen en dat Jan Holland in Dülmen is begraven. Wellicht was Barend dus ook een koopman.
Notitie bij de geboorte van Barend Alberts: gedoopt als Barend zv Albert Berendz Broertjen en Janna Hendriksen Hof.
Notitie bij Janna Berends: Jan Holland maakte op 24-04-1823 voor notaris Warnaars te Almelo zijn testament.
Tot erven werd oa benoemd:
2. aan zijn nicht Janna Holland, huisvrouw van Berend Broertjen 250 gulden en bij haar vooroverlijden haar nakomelingen.
Notitie bij het huwelijk van Barend Alberts en Janna Berends: huwelijksregistratie luidt als volgt: "Berent Broertien Z. van Albert Broertien en Janna Henderiks Hof en Janna Holland D. van Baerent Holland en Janna Schipper J.D. geb: en wonende beide alhier"
Notitie bij Bernardus: zaadkremer (bron beroep: boedelscheiding van zuster Johanna (1834 bij notaris Riemsdijk). Landbouwer volgens huwelijksakte.
ouderling.
Notitie bij Jan: landbouwer volgens huwelijks- en overlijdensakte.

68. Fredrik Hendriks Aman, geb. Vriezenveen 3 jan. 1762, † Ambt Almelo 10 april 1827,48 tr. Vriezenveen 20 sept. 1783
69. Kunnigje Jansen Berkhoff, geb. Vriezenveen 12 juli 1761, † ald. na 1801.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna Aman, ged. Vriezenveen 26 sept. 1784, † ald. 13 april 1830, tr. Vriezenveen omstr. 1809 Gerrit Bramer, ged. Vriezenveen 1771, † ald. 12 juni 1840, zn. van Jannes Jansen (zie 506,b) en Hendrikje Gerrits Berkhof.
b. Hendrikus Fz., zie 34.
c. Hendrik Aman, geb. Vriezenveen 8 mei 1791, † ald. 28 dec. 1858,26 tr. Vriezenveen 12 april 181754 Hendrika Meulink (ook Mullink), geb. Vriezenveen 26 sept. 1794, † ald. 7 april 1851, dr. van Hendrik Möllink en Berendina Gerritsen Nijboer.
d. Magdalena Aman, geb. Vriezenveen 6 april 1793, † ald. 7 okt. 1857,26 tr. Vriezenveen 15 aug. 1812 Berend Hoff, ged. Vriezenveen 28 jan. 1787, † ald. 1 sept. 1867, zn. van Hermannus Hoff (Hofman) (zie 504,e) en Janna Egberts Fik.
e. Jan, zie 60.
f. Gerhardus Aman, geb. Vriezenveen 29 juni 1801, † ald. 28 april 1816.

Notitie bij Fredrik Hendriks: Bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 312 (huidige nummering). Deze boerderij zou de bakermat van alle families Aman zijn. Kerkmeester.

landbouwer, imker (zie boedelscheiding) en koopman (1806). In de overlijdensakte genoemd landbouwer van beroep.
was kerkmeester van de Ned. Herv. kerk te Vriezenveen (o.a. in 1809 en 1810). Ik vermoed dat Fredrik ook marskramer is geweest. Op 13 februari 1810 staat in stukken van het archief van schoutambt Vriezenveen inv. nr. 34, dat Fredrik Aman als kerkmeester absent was, evenals medekerkmeester Gerrit Fredriks. De wintertijd was de tijd om met de marskraam op pad te gaan.

30 maart 1799 verschenen voor het schoutengericht Berent ten Bruggencate en Jantien Berends verklaren verkocht te hebben aan Fredrik Aman en zijn huisvrouw Kunnegien Jansen hun toebehorende "agtermaat liggende in het zoogenaamde Jan de Ruijterslandt" voor de som van 172 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenven inv. nr. 2681).



Volgens het register op de personele quotisatie van 1808 beschikte Fredrik over een inkomen tussen 200 en 250 gulden en dat was aanzienlijk.

Frederik verstrekte aan diverse dorpsgenoten hypotheken en kocht een vierakkerstuk (bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 146).
De boerderij van Fredrik brandde in 1818 af. De schout Jan Kruijs schrijft hierover in zijn dagboek:
" veertien dagen voor Paasschen brande het Huys van Frederik
Aman af. Zulks geschiede op een agtermiddag, Terwyl
de vrouw (eten?) bezig waren aan de wasch, de vlam
nam zo spoedig de overhand dat selfs het vhee en het
Paard niet heeft gered kunnen worden. Ymen, Honig,
wasch en byna de geheelen Inboedel is verloren gegaan.
Het Huys was gelukkig in de brand cas voor f 1200.-
Thans staat er weder een allerbest boeren Huys in de
plaats."

In de Staatscourant van 24 maart 1818 wordt de brand zelfs vermeld: "Vrieseveen, den 17 maart.
Heden nadenmiddag ten 4 uren, is, door eene geheele onbekende oorzaak, de woning van den landbouwer Frederik Aman in brand geraakt en, met den geheelen inboedel, benevens de schuur, met zeven stuks rundvee en een paard, als in een ogenblik, een prooi der vlammen geworden. Door den ijver der brandspuitgasten, van de ingezetenen ondersteund, zijn de belenden woningen, niettegenstaande den fellen wind, behouden gebleven (Overijsselsche Courant)".

De betreffende boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 36 gulden en viel daarmee in belastingklasse 4 en was daarmee toendertijd zeker een woning van betere stand. De gegoede stand blijkt ook uit de bijdrage van Frederik aan de verbouwing van de Hervormde kerk in december 1801 ten bedrage van 32 gulden. De inwonende vader Hendrikus doneerde 5 gulden.
In het belastingkohier van de quotisatie wordt het jaarlijks inkomen van Fredrik op 250 tot 300 gulden geschat en dat was voor Vriezenveense begrippen erg veel.
Op 11-11-1820 vind er een boedelscheiding plaats tussen Fredrik Aman en zijn kinderen in verband met de verdeling van het voormalige aandeel van Kunnigje Jansen Berkhof in de boedel. De gezamenlijke boedel van het voormalige echtpaar omvatte in 1820:
2 akker land bij de boerderij aan het Oosteinde gelegen (toen genummerd 27), gelegen tussen de landerijen van Hendrik Hoff en Jan Hoff.
-2 koeweiden in het zogenaamde Onweersland. Diverse stukken wilde veengrond o.a. bij de buurtschap Geesteren.
-1 akker wilde grond in de Oosterhoeven
-2 akker wilde grond op de Grote Superplus.
totale waarde van landerijen geschat op 1.800 gulden.
Verder bezat Fredrik Aman:
- 5 koeien, waarde 150 gulden.
-1 paard, waarde 100 gulden.
-2 kalveren, waarde 20 gulden
-2 wagens, waarde 40 gulden
-2 kisten, waarde 15 gulden
-1 kast, waarde 10 gulden
-2 tafels en enige stoelen, waarde 10 gulden
-2 bedden met toebehoren, waarde 80 gulden
- enige potten, pannen, schotels, borden en verder keukengerei, waarde 40 gulden
-diverse bouwgereedschappen, waarde 26 gulden
-voorraad ongedorste rogge, waarde 70 gulden
-dito boekweit, waarde 70 gulden
-dito hooi, waarde 40 gulden
-dito aardappelen, waarde 50 gulden
-bijen, bijenkorven, was, honing, honingvaten en alle toebehoren voor de bijenteelt, waarde 850 gulden.

Aan leningen had het echtpaar in totaal 1.849 gulden uitstaan.
4 kinderen ontvangen een uitkering uit de boedel ter waarde van 712,25 te weten:
Hendrik Aman, Johanna Aman, Magdalena Aman en Hendrikus Aman ontvingen een aandeel van 721,- , in totaal 2.521,-. Als gemachtigde van Hendrikus Aman trad op zijn zwager Berend Hof, landbouwer te Vriezenveen (bron: notarieel archief Overijssel nr. 15)

Op 2 december 1790 verklaren Albert Jansen en Harmine Hendriks 150 gulden schuldig te zijn aan Fredrik Hendriks en Kunnetjen Berkhof onder hypotheek van het halve huis (de westkant) en erf en landerijen van wijlen Albert Jansen Scheeper, tegen een rente van 4 gulden 10 stuivers. (bron archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680 foto 495).
Notitie bij het overlijden van Fredrik Hendriks: Fredrik is overleden op 10 april ’s-avonds om 6 uur in Almelo nabij het huis van Hendrikus Kortenvoord staande op de Schelfhorst wijk 5 nr. 273 en 274.
Notitie bij het overlijden van Kunnigje Jansen: doop laatste kind in 1801, niet genoemd in de begraafregister welke aanvangen in 1806, dus overlijden moet tussen 1801 en 1806 hebben gelegen.
Notitie bij Johanna: bij overlijden landbouwerse genoemd van beroep.
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als "Joanna" dv Frederik Hindriks en Kunnegien Jansen Berkhof.
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij overlijden stat vermeld dat ze 45 jaar oud was en dochter van Fredrik Aman en Kunnigjen Berkhof.
Notitie bij Gerrit: landbouwer (bron: huwelijk dochter Kornelia 1847). Was afwezig bij geboorte zoon Johannes Gerhardus in 1817. De vroedvrouw Hendrikje Wolters Schipper verzorgde toen de geboorteaangifte.

Op 8 augustus 1831 doen Bernardus Koster en zijn vrouw Kunna Hendrika Bramer een verzoek tot onder curatele stelling van Gerrit Bramer vanwege een zodanig ongeregelde levensloop en zijn boekhouding en zaken zo verward inricht en voert, dat hij de hele familie naar de ondergang zal leiden als hier geen paal en perk aan zal worden gesteld. Hij blijft hele nachten op en verlaat het huis, zijn kleine kinderen alleen achterlatend. Dat hij daarbij zijn twee kleine kinderen van 13 en 9 jaar oud, de nodige nachtrust onthoud door hen om 2-3 uur in de ochtend het bed uit te jagen. 3. Hij stuurt zijn kinderen niet naar school, maar verwaarloost deze geheel. Hij heeft het huis gestadig vol met dagloners, maar verwaarloosd zijnlandbouwbedrijf, het hoofdbestaansmiddel van het gezin. Verder heeft hij werkvolk turf laten baggeren, terwijl het daar helemaal niet het jaargetijde voor is en de turf onmogelijk drogen kan, waardoor grondstoffen en arbeidsloon verloren gaan. Getuigen zijn oa. Hendrikus Schoenmaker, de knecht en Gezina Letteboer de meid van de gerequestreerden (bron: Rechtb. van Eerste Aanleg te Almelo inv. nr.181).
Notitie bij het overlijden van Gerrit: bij overlijden vermeld: landbouwer 69 jaar weduwnaar van Janna Aman, zoon van Jannes Bramer en Hendrika Berkhof.
Notitie bij Hendrik: landbouwer volgens trouw- en overlijdensakte. Bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 312 (huidige nummering). Deze boerderij zou de bakermat van alle families Aman zijn.
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedoopt als "Hendrik" zv Fredrik Hendriks en Kunnigjen Berkhof
Notitie bij de geboorte van Hendrika: gedoopt als "Hendrijka" dv Hendrik Mullink en Berendina Gerrits.
Notitie bij de geboorte van Magdalena: gedoopt als Magdalena dv Frederik Henderiks en Kunnigien Berkhoff
Notitie bij het overlijden van Magdalena: grafsteen nog aanwezig op kerkhof Vriezenveen d.d. 10-05-2012.
Notitie bij Berend: bakker en landbouwer te Vriezenveen.
Notitie bij de geboorte van Berend: gedoopt als Berend zoon van Hermannus Jansen Hof en Janna Egberts.
Notitie bij het overlijden van Berend: overleden op 80-jarige leeftijd volgens overlijdensakte
Notitie bij de geboorte van Gerhardus: gedoopt als "Gradus" zv "Fredrik Hendriks Aman en Kunnigjen Jansen Berkhoff"
Notitie bij het overlijden van Gerhardus: overleden als Gerharuds Aman, oud 14 jaar.

70. Barend Alberts Broertjen (dezelfde als 66), tr. Vriezenveen 17 febr. 1793
71. Janna Berends Holland (dezelfde als 67).

Notitie bij het huwelijk van Barend Alberts en Janna Berends: huwelijksregistratie luidt als volgt: "Berent Broertien Z. van Albert Broertien en Janna Henderiks Hof en Janna Holland D. van Baerent Holland en Janna Schipper J.D. geb: en wonende beide alhier"

72. Derk Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 2 okt. 1757, † ald. 28 jan. 1829, tr. Vriezenveen 16 sept. 1787
73. Aaltje Jansen Faijer, ged. Vriezenveen 26 dec. 1757, † ald. 9 dec. 1830.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika (ook wel Hendrikje), zie 49.
b. Jasper Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 11 juli 1790.
c. Johannes (Jannes), zie 36.
d. Jasperdina Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 19 okt. 1795, † ald. 12 mei 1842, tr. Vriezenveen 9 april 1825 Derk Doornbosch, ged. Jutphaas 5 mei 1799, † Vriezenveen 25 nov. 1872, zn. van Jan en Margaretha Harwich.
e. Johanna Jaspers Faijer, geb. Vriezenveen 8 jan. 1800, † ald. 20 jan. 1871, tr. 1e Vriezenveen 22 april 1820 Hendrik Smelt, geb. Vriezenveen 21 okt. 1797, † ald. 6 jan. 1843, zn. van Jan en Johanna Peuschers; tr. 2e Vriezenveen 25 mei 1844 Gerhardus Hermannes Smelt, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 8 febr. 1867, zn. van Jan en Johanna Peuschers.

Notitie bij Derk: Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345 (huidige nummering).
turfschipper en landbouwer, bij de volkstelling van 1795 wordt als zijn beroep schipper vermeld het gezin bestaat dan uit 7 gezindsleden. Wordt dan genoemd als één van de bestuurslieden (municipaliteit) van Vriezenveen. Zij ondertekenden namelijk de volkstellingslijst (bron: Statenarchief inv. nr. 5343).
Neemt op 12 mei 1812 de naam Jaspers Faijer aan, heette daarvoor gewoon Jaspers of Onweer, welke laatste naam als bijnaam op het erf behouden bleef tot in de huidige tijd, ook na verplaatsing van de boerderij in de vijftiger jaren van de 20e eeuw, in het kader van de ruilverkaveling.

Doneert in december 1801 als bijdrage voor de verbouwing van de Hervormde kerk een bedrag van 20 gulden. De inwonend meid, Diena Kolthof draagt 1 gulden bij en de nog levende vader 5 gulden. (archief NH-kerk).
Bij de quotisatie van 1808 wordt Derk ingeschaald in belastingklasse 36, dat hield in dat zijn jaarinkomen tussen 200-250 gulden lag. Als extra belastingtoeslag, boven de 3 gulden, die bij deze belastingklasse hoorde, moest Lucas nog 1 gulden extra betalen. Mogelijk dat dit kwam doordat zijn inkomen rond de bovengrens van deze belastingklasse lag. In belastingklasse 35 (inkomen 250-300 gulden) bedroeg de belastingaanslag nl. 6 gulden. Bij de belastingvaststelling van 1808 wordt ook de inwonende meid Diena Kolthof weer genoemd, zij wordt ingeschaald in belastingklasse 41 (inkomen 50-75 gulden) en verder wordt ook nog vermeld (knecht?) Jan Oldescholten als inwonende die aangeslagen wordt voor belastingklasse 40 (inkomen 75-100 gulden).

27 november 1798 geeft Derk Jaspers de 50e penning aan ivm de aankoop van 2 wanden bouwland op zijn land van Jan Berends Bramer voor 75 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij het overlijden van Aaltje Jansen: weduwe van Derk Jaspers Faijer.
Notitie bij de geboorte van Jasper: gedoopt als Jasper zv Derk Jaspers en Aaltjen Jansen.
Notitie bij de geboorte van Jasperdina: gedoopt als Jasperdijna dv Derk Jaspers en Altien Feijer.
Notitie bij het huwelijk van Derk en Jasperdina: akte nummer 5
Notitie bij Derk: bij huwelijk boerenknecht.
Notitie bij Johanna: winkelierster (bron: huwelijksakte zoon Johannes Albertus in 1868).
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als Johanna dv Derk Jaspers en Aaltjen Jansen Feijer
Notitie bij Hendrik: kleermaker en winkelier
Notitie bij het overlijden van Hendrik: volgens overlijdensregistratie 45 jaar oud.
Notitie bij Gerhardus Hermannes: winkelier, bij huwelijk in 1844 kleermaker van beroep.

74. Hermannus Costers, ged. Vriezenveen 12 febr. 1764, † Coevorden 5 dec. 1801,55 tr. Vriezenveen 12 okt. 1788
75. Frederika Olijslager Smit, ged. Vriezenveen 19 dec. 1762, † ald. 22 dec. 1828.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Kosters, ged. Vriezenveen 20 juni 1790, † ald. 15 maart 1814.
b. Gerhardijne Coster, geb. Vriezenveen 29 sept. 1792, † ald. vóór 1794.
c. Gerhardijna (Gerritdina), zie 37.
d. Fredrikus Costers, geb. Vriezenveen 28 dec. 1796, † ald. 6 jan. 1838.
e. Bernardus Koster (ook Coster), geb. Vriezenveen 27 jan. 1800, † ald. 18 april 1863, tr. Vriezenveen 1 mei 1830 Hendrika Kunna Bramer, geb. Vriezenveen 1811, dr. van Gerrit en Johanna Aman (zie 68,a).

Notitie bij Hermannus: koopman, meestal onder de naam Mannes Coster vermeld, of Mannes Kûsters (1795 bij de volkstelling). Wordt dan genoemd als één van de bestuurslieden (municipaliteit) van Vriezenveen. Zij ondertekenden namelijk de volkstellingslijst (bron: Statenarchief inv. nr. 5343). Opvallend is dat dochter Gerhardijna huwde met de zoon van eveneens een municipaliteitslid (Derk Jaspers Faijer).

Woonde aan het Oosteinde nummer 203 (huidige nummering), zie Ken uw dorp en heb het lief blz. 104.
In 1795 bestaat het gezin uit 7 personen, inclusief vader Hendrik die de familie aangifte doet, als beroep staat vermeld koopman.
Hermannus overlijdt tijdens één van z´n koopmansreizen in Coevorden of hij ook verdere oorden heeft bezocht, zoals St. Petersburg, is niet bekend. In elk geval moet de familie er warmpjes bij hebben gezeten. Bij de intekenlijst voor de verbouwing van de plaatselijke kerk tekent de weduwe Hermannus Costers in voor 30 gulden. Ook blijkt uit deze lijst dat de weduwe een knecht heeft genaamd Hendricus Hopster die voor 2 gulden heeft ingetekend en een dienstbode, genaamd Janna Smit, zij tekent in voor 1 gulden. Het moet daarom toch wel een familie van stand zijn geweest. Verderop op het Oosteinde nr. 109 (huidige nummering) woonde broer Gerrit (volgens de volkstelling boer van beroep) die ook 30 gulden bijdraagt. Op het midden woonde broer Jan,-volgens de volkstelling van 1795 ook een koopman- gehuwd met Geertruid Spijker en hij draagt de gigantische som van 300 gulden bij voor de verbouwing van de kerk, een bedrag dat verder alleen door de koopman Jan Engberts werd bijgedragen en door niemand in het dorp werd overtroffen. Dit bedrag suggereert zeker dat de familie Costers wel degelijk ook in Sint Petersburg actief moet zijn geweest, waar het grote geld verdiend werd, ook al komt deze familie niet voor op de lijsten van Sint Petersburger kooplieden. Ik vermoed dat deze Jan Coster identiek is aan de Jan Coster die de lokale historicus Herman Jansen noemt als degene die een koopmansboekhouding voert voor de gebroeders Prinsen die inderdaad firmanten zijn van een Petersburger firma (Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 191). Aangezien Jan Costers geen kinderen had uit zijn huwelijken met Aaltjen Bramer en Geertruid Spijker zal het kapitaal van hem naar zijn familie en mogelijk de familie Bramer en Spijker zijn teruggevloeid. Hij overleefde trouwens zijn tweede vrouw die in 1813 overleed. Jan Costers is in de Franse tijd loco-burgemeester en Ontvanger der Landsmiddelen voor Wierden en het Hoge Hexel, terwijl zijn zwager Hendrik Spijker burgemeester van Vriezenveen was in deze tijd (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz.50).
Het huis dat Hermannus bewoonde wordt in 1832, als zijn zoon Bernardus de hoofdbewoner is geworden, kadastraal ingedeeld in klasse 5. Dit betekent dat het huis een gemiddelde huurwaarde had van 24 gulden. Dit was ruim boven het gemiddelde voor Vriezenveen dat op 15,27 lag.
Het is zeer goed mogelijk dat de familie Jaspers Faijer haar familiekapitaal met name aan de verwantschap met de koopmansfamilie Costers te danken had. Leden van beide families huwen overigens opvallend vaak met elkaar.

08-12-1784 maakt het echtpaar Gerrit Derks- Hendrikjen Jansen een nieuw testament. Het is een langstlevende testament. Na het overlijden van de langstlevende komt alles toe aan de kinderen van wijlen Hendrik Costers met namen: Gerrit Costers, Hermannus Costers en Johanna Costers "sullen vooraf prophijteeren het Huijs met den geheelen inboedel, zoo van paarden beesten, niets daarvan uitgezondert....mitsgaaders alle de landerijen, beneffens eene summa van twee duijsent carolie guldens". Mocht de langstlevende hertrouwen dan dient deze aan de kinderen van wijlen Hendrik Costers 5.000 caroli guldens uit te keren. Testators broer komt slechts de kleding van testator toe en mocht deze zijn overleden dan gaat ook dat naar de kinderen Costers. Testatrice vermaakt haar kleding aan de kinderen Costers. Verder ontvangen de armen een legaat van 200 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678).

op 24 juli 1798 geeft Harmannus Koster de 50e penning aan ivm de aankoop van een akker Woestenland van de wed. Bernardus Spijker voor 40 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

11 juni 1799 testament Hendrikje Jansen wed. van Gerrit Derks, Universeel erfgenamen zijn Gerrit Coster, Jan Coster en Hermannes Coster. Verder aan haar voorschreven neef Gerrit Costers 400 gulden, aan het kind van Jannes Boesschen en Janna Costers 500 gulden en de gereformeerde armenstaat 100 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij het overlijden van Hermannus: vermeld staat: Harmen Kosters, overleden op 05-12-1801; woonplaats: Vriezenveen. bron: Drenlias.
Notitie bij Frederika: in 1801 nog genoemd als de weduwe Hermannus Costers (zie notities echtgenoot).
woonde volgens de overlijdensakte aan het Oosteinde 91 (toenmalige nummering).
Akte 30 juli 1793…draagt Berent Engberts Smit zijn kleren, zilver en goud over aan zijn dochter Frederika Berends Smit getrouwd aan mannes Coster (boekjes Jonker archief Vereniging Oud Vriezenveen XV,34).
Notitie bij het huwelijk van Hermannus en Frederika: Den 28 Dito den 5 en 12 oct. Harmannes Kosters n.z. van Hendrik Kosters met Fredrika Olieslager dogter van Berend Olijslager geboortig en wonende hier bevestigt den 12 oct
Notitie bij Hendrik: landbouwer (bij overlijden).
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedoopt als Hendrik zv Harmannus Kosters en Fredrika Olijslager.
Notitie bij het overlijden van Hendrik: overleden als Hendrik Koster zv Hermannus Koster en Fredrika Olijslager.
Notitie bij Fredrikus: landbouwer bij overlijden in 1838.
Notitie bij de geboorte van Fredrikus: gedoopt als Frederijkus zv Hermannus Coster en Fredrijka Olijslager
Notitie bij het overlijden van Fredrikus: overleden als Fredrikus Koster.
Notitie bij Bernardus: landbouwer oa bij geboorteregistratie dochter Hermina Gezina in 1851.

76. Hendrik Webbink (Webben), geb. Borne 31 mei 1779, † Vriezenveen 3 april 1840, tr. 2e Vriezenveen 8 mei 181956 Clasina Kobes,57 ged. Vriezenveen 2 febr. 1777, † ald. 5 febr. 1850,4 dr. van Gerrit en Swennigje Frielink; tr. 1e Zenderen 180015
77. Lena Geerlinks, ged. Vriezenveen 1 aug. 1773, † ald. 10 april 1818.
Uit dit huwelijk:
a. Gesina Webbink, geb. Vriezenveen 5 april 1802,58 † ald. 2 jan. 1867,4 tr. Vriezenveen 17 mei 18234 Hendrik Letteboer, geb. Vriezenveen 15 okt. 1797,58 † ald. 2 maart 1854, zn. van Lambert en Stijntjen Harmsen.
b. Jan Webbink, geb. Vriezenveen 1 okt. 1804, † ald. 24 aug. 1879, tr. Vriezenveen 20 mei 18264 Egberdina Dakhorst, geb. Rectum (Wierden) omstr. 1803, † Vriezenveen 5 nov. 1875, dr. van Jan en Maria Eshuis.
c. Hendrika Webbink, geb. Vriezenveen 30 aug. 1807, † ald. 1 maart 1843.
d. Johannes Webbink, geb. Vriezenveen 17 maart 1810, † ald. 6 jan. 1891, tr. Vriezenveen 14 juli 1838 Aaltjen Stik, geb. Vriezenveen 23 jan. 1820, † ald. 9 april 1889, dr. van Jannes en Aleida Vrijlink.
e. Jan Hendrik, zie 38.
f. Hendrikus Webbink, geb. Vriezenveen 1 jan. 1817, † ald. 30 aug. 1887, tr. Vriezenveen 4 mei 1844 Hendrika Beverdam, geb. Vriezenveen omstr. 1819, † ald. 1 jan. 1887, dr. van Jan en Hendrika Eshuis (zie 190,e).

Notitie bij Hendrik: arbeider (1813, geb. akte zoon Jan Hendrik) landbouwer en turfschipper (bron turfschipper: trouwakten zonen Jan 1826 en Jan Hendrik 1834). Hendrik is rond 1801 met zijn vader naar Vriezenveen gekomen, evenals zijn broer Derk. Beiden huwden een Vriezenveense en vestigden zich aan het Oosteinde, naast de Schipsloot aan de zuidkant van de dorpsstraat. Ze bewoonden beiden woningen in de wat lagere belastingklasse. Kon niet schrijven (bron: geb. akte zoon Hendrikus 1817).
Toch had Hendrik in 1832 2 woningen aan het Oosteinde in eigendom (met een gemiddelde huurwaarde van 12 ; van deze woning had Jan Fayer het regt van opstal) en de andere woning had een gemiddelde huurwaarde van 6 gulden). Broer Derk had een woning met een gemiddelde huurwaarde van 9 gulden. Het gemiddelde voor Vriezenveen lag boven de 15 gulden.

In 1808 in het register van de belasting op de quotisatie staat Hendrik overigens te boek als één van de 28 onvermogenden van Vriezenveen. Dat hield in dat hij geen belasting hoefde te betalen. Hij woonde in 1808 op het oostelijke puntje van het Oosteinde, in de buurt van de Schipsloot.

Was het schrijven niet machtig (bron: geb. akte zoon Jan Hendrik 1813).

Bij de huwelijksregistratie in 1819 heet Hendrik Webben landbouwer te zijn, weduwnaar van Leena Geerlink en een zoon van Jannes Webben en Janna Hinneveld; dit in tegenstelling tot de overlijdensakte waar de moeder opeens Janna Getkate heet. Dat laatste moet een abuis zijn, gezien de doopregistratie van Hendrik in Borne waar ook de naam Hinneveld voorkomt en dus niet Getkate! Ook in andere registratie bij broers en zussen (zowel bij huwelijken als dopen) van Hendrik komt altijd de naam Hinneveld naar voren.
Leuk detail in de huwelijksakte bij de naam van vader Jannes Webben is de vermelding dat deze ook wel Klumpers heette, een mogelijke aanwijzing dat hij klompenmaker geweest zou kunnen zijn. Van Hendrik Webben staat vermeld dat deze ook wel Webbink heette.
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedooopt als Hindrik, Zoon van Jannes Webben en Janna
Hinneveld, Ehel: in Senderen
Notitie bij het overlijden van Hendrik: bij zijn overlijden heet hij 63 jaar te zijn, echtgenoot van Gesina Kobes en weduwnaar van Lena Geerlink. Hij heet geboren te zijn in Borne en de zoon van Jannes Webbe en Johanna Getkate. Deze laatste naam is opmerkelijk en vermoedelijk onjuist aangezien Johanna bij de doop Janna Hinvelt blijkt te heten en ook bij de dopen van haar andere kinderen draagt ze deze naam. Hendrik is overleden aan het Oosteinde nr. 4 (toenmalige nummering).
Notitie bij het huwelijk van Hendrik en Lena: ik heb geen huwelijksregister van rond 1800 kunnen vinden van Zenderen of Borne (nederlands hervormd) in het Rijksarchief van Zwolle en heb dit jaartal dus niet zelf kunnen controleren.
Notitie bij Gesina: dienstmeid bij haar huwelijk. In de huwelijksakte genoemd de dochter van Hendrik Webbink (landbouwer) en Lena Geerlinks
Notitie bij Hendrik: landbouwer bij zijn huwelijk. In de huwelijksakte genoemd de zoon van Lambert Letteboer (landbouwer) en Stijntjen Harmsen
Notitie bij Jan: bij trouwen landbouwer, bij overlijden arbeider, ook turfschipper.
In 1858 is Jan Webbink samen met zijn broer Jan Hendrik getuige bij de overlijdensakte van Johannes Dekker (4-1-1858), zij heten beiden turfschipper van beroep te zijn.
Notitie bij Egberdina: bij trouwen dienstmeid
Notitie bij de geboorte van Hendrika: gedoopt hendrika dv hendrik Webbink en Lena Geerlinks
Notitie bij Johannes: turfmaker, bij overlijden landbouwer van beroep.
Notitie bij de geboorte van Johannes: gedoopt als Joahannes zv Hendrik Webbink en Lena Geerlinks
Notitie bij Hendrikus: turfschipper bij huwelijk

78. Lucas Klaassen Schipper, ged. Vriezenveen 25 dec. 1762, † ald. 23 sept. 1840, tr. Vriezenveen omstr. 1798
79. Johanna Schipper, ged. Vriezenveen 25 dec. 1773, † ald. 27 juli 1821.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Schipper, geb. Vriezenveen 27 sept. 1799, † ald. vóór 1802.
b. Jan Klazen Schipper, geb. Vriezenveen 11 juli 1802, † ald. 2 juli 1868,4 tr. Vriezenveen 21 okt. 18264 Josina Nijkamp, geb. Vriezenveen omstr. 1804, † ald. 9 nov. 1862, dr. van Gerrit Hendriks en Jenneken Hendriks.
c. Cornelus Schipper, geb. Vriezenveen 15 jan. 1805, † ald. 3 febr. 1873.
d. Johanna, zie 39.
e. Jesina Schipper, geb. Vriezenveen 13 jan. 1813, †?, tr. Vriezenveen 22 juni 1844 Adrianus Suijver, geb. Amsterdam omstr. 1812, †?, zn. van Hendrik en Willemijntje Daames.
f. Johannes Schipper, geb. Vriezenveen 23 okt. 1815, † Doornspijk 31 jan. 1855, tr. 1e Oldebroek 4 jan. 18404 Aaltje Visch, geb. Doornspijk omstr. 1819, † ald. 27 juni 1852, dr. van Lammert en Harmina Christina Dijk; tr. 2e Doornspijk 30 dec. 18524 Geertjen Groenekaas, geb. Doornspijk omstr. 1807, † ald. 29 mei 1855, dr. van Jacob Dirksen en Hendrikjen Hendriksen.

Notitie bij Lucas Klaassen: landbouwer (bron beroep: huwelijksakte dochter Johanna 1834), bewoonde een boerderij aan het Westeinde 158 (huidige nummering). De boerderij had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 24 gulden en lag daarmee ruim boven het gemiddelde van 15,27. Lucas trouwde in op het erf van zijn vrouw Johanna Schipper. (zie ook: Ken uw dorp en heb het lief, blz.191).
Lucas Klaassen neemt in 1812 bij de naamsaanneming onder Napoleon de naam Schipper aan (bron: digitale bronbewerking naamsaannemingen 1811/1812 van André Idzinga; Vriezenveners.nl).
In 1801 op de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de Nederlands Hervormde Kerk tekent Lucas Klaassen in voor 20 gulden, een fors bedrag, ook zijn schoonmoeder, Jenneken Prinsen, die dan nog leeft draagt 5 gulden bij. Daarnaast is er nog een "meid" , genaamd Johanna de Vries, zij draagt 1 gulden bij.
Notitie bij het overlijden van Lucas Klaassen: heet bij zijn overlijden de zoon te zijn van Klaas Klaassen en Janna Schoenmaker. Overleden als Lucas Schipper voorheen genaamd Lucas Klaassen.
Notitie bij de geboorte van Johanna: gedoopt als Johanna dv Jan Schipper en Jenneken Prinsen
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Lucas Klaasen en Janna Schipper
Notitie bij Jan Klazen: landbouwer (bij huwelijk)
volgens het militair stamregister nr. 204 (jaar 1821) inschrijfnummer9144 was Jan Klazen Schipper lang: 1 el, 6 palmen, 4 duimen, 1 streep en was zijn aangezicht: rond, voorhoofd: ordinair, ogen en haar donkerbruin, mond klein en kin rond. (bron: familysearch).
Notitie bij de geboorte van Jan Klazen: gedoopt als zoon van Lucas Klaasen en Janna Schipper
Notitie bij de geboorte van Cornelus: gedoopt als zoon van Lucas Klaassen en Janna Schipper
Notitie bij het overlijden van Cornelus: bij overlijden geen beroep vermeld.
Notitie bij Jesina: naaister bij huwelijk
Notitie bij de geboorte van Jesina: gedoopt als Jezina dochter van Lukas Schipper en Janna Schipper, geboorteakte vermeld Jesina dv Lukas Schipper en Janna Schipper
Notitie bij Adrianus: wever bij huwelijk
Notitie bij Johannes: timmerman
Notitie bij de geboorte van Johannes: gedoopt als Johannes zoon van Lucas Schipper en Janna Schipper

80. Teunis Jansen, ged. Vriezenveen 5 dec. 1728, †?, tr. Vriezenveen 6 dec. 174959
81. J(oh)anna Berends Camp, ged. Vriezenveen (?) 11 jan. 1718, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Albert Teunis, ged. Vriezenveen 6 dec. 1750, †?, tr. Jenneken Jansen, † Vriezenveen.
b. Jan, zie 40.
c. Albartus Teunis, ged. Vriezenveen 4 april 1756, † ald. 1819.30

Notitie bij Teunis: Woonde in´t Allee bij de kerk en de Middenschool. Herman Jansen schrijft hierover in ken uw dorp en heb het lief (blz.24). "de boerderij is zeker 250 jaar in het bezit van de familie Teunis geweest. Begin 1700 woonde er Berend Gerrits. Een dochter van deze Aaltje, trouwde met Berent Camp en deze woonde in 1748 op de boerderij. En het was deze Berent Camp, die aan de familie de naam Campberents bezorgde. Een dochter van deze Berent Camp, Janna geheten, trouwde met Teunis Jansen, deze bleven op de boerderij wonen. Een zoon van deze Teunis Jansen, Albert Teunis bewoonde nadien de boerderij, dit was omstreeks 1800".
Teunis Jansen (als timmerman?) voerde vanaf 1762, evenals eerder zijn schoonvader klusjes uit voor de gemeente, zo wordt hij in de gemeentejaarrekening van 1763 voor werkzaamheden aan de kerktoren en de school ten bedrage van 12 gulden en in 1764 staat hij in de gemeentejaarrekening te boek voor 9 dagen werk a 12 stuivers per dag, maakt in totaal 5 gulden. In 1786 werkt hij nog steeds voor de gemeente en is ook zijn zoon Albertus bij gemeenteklusjes betrokken in kosterij, pastorie en de school. Hiervoor had Teunis zelfs een metselaar in de kost. Totale loonsom 59,25 ten laste van de gemeentejaarrekening van 1786.
Notitie bij J(oh)anna Berends: er is een doop van Janna te vinden d.v. Berent Lucassen en Aaltjen Jansen op 11-1-1718, bij de volkstelling van 1748 heet de moeder echter Aaltje Gerritsen, mogelijk ook is Berend Camp 2 x getrouwd geweest.
Teunis Jansen is gedoopt in 1728 en dat maakt de aanname van de doop van Janna in 1718 (als dochter van Aeltien Jansen) er niet sterker op. 10 jaar leeftijsverschil is wel veel, maar theoretisch is het wel mogelijk natuurlijk.

82. Egbert Lamberts Spijker, ged. Vriezenveen 17 febr. 1707, † ald. vóór 30 maart 1776,60 tr. 1e omstr. 173730 Berendje Jansen, ged. Vriezenveen 9 juni 1710, † na 1741, dr. van Jan Claassen Wijchers en Jenneken Berends (Kruys) Berkhoff; tr. 2e omstr. 1742
83. Eefse Gerritsen Spijker, ged. Vriezenveen 2 aug. 1716, † ald. na 25 febr. 1781.61
Uit dit huwelijk:
a. Berent Egberts Spijker, ged. Vriezenveen 28 nov. 1743, begr. Amsterdam 22 jan. 1777, tr. (ondertr. Amsterdam 26 april) 1771 Petronella van Heijningen, geb. Oudshoorn omstr. 1735, †? na 1777, dr. van Jan Pieters van Heiningen en Maria Jansen Kruijsheer (Kruijs).
b. Gardina Egberts,62 ged. Vriezenveen 17 dec. 1747, † ald., tr. Vriezenveen 30 maart 1776 Fredrik Jansen, geb. Vriezenveen, † ald..
c. Lambert Spijker, ged. Vriezenveen 6 jan. 1752, begr. Amsterdam 5 april 1792, tr. Amsterdam 7 juni 177863 Rebecca Harp, ged. Amsterdam 21 nov. 1751, begr. ald. 2 nov. 1794, dr. van Jochem en Maria (Mietje) Voortmans.
d. Eva, zie 41.

Notitie bij Egbert Lamberts: winkelier, kastelein en landbouwer te Vriezenveen (Marriënerf Oosteinde) de familienaam Spijker is aangetroffen bij de ondertrouwregistratie van zoon Berent te Amsterdam, per abuis wordt hij daar overigens Gijsbert genoemd. Ook in het hoofdgeldkohier van 1750 staat hij als "Spijker Egbert" te boek.
Bewoonde het erf aan het Oosteinde nummer 116/120 (huidige nummering). Hij staat voor het eerst in het vuurstedengeldregister van 1740, waar in 1739 zijn vader Lambert Waanders nog vermeld staat. Hij bewoonde dus het ouderlijke erf.

-In 1734 wordt Egbert Lamberts genoemd in het breukregister van de schout Claas Cruijs. Hij was betrokken bij een ruzie met een zekere Henrikes Henriksen (Klumper?), ook vader Lambert Waanders en broer Albert bemoeiden zich met de ruzie (Bron: AHA inv. nr. 3241)
-4 december 1752 staat Egbert Lamberts vermeld in het breukregister omdat Rugert Henrix [Klumper], ook wel Pakelet, zijn uithangbord met een sloothaak vernield had (Bron: AHA inv. nr. 3242)

Op 15-7-1739 kopen Egbert Lamberts en Jannes Herms Schoemaker 1 ½ akker land van de erfgenmamen van de overleden Jan Egbers, met name: Jan Prinsen (gehuwd met Metjen Hendricks Schuurman), Gerrijt Barkhoff (gehuwd met Grietjen Henr. Schuurman), Jan Luijkas Coster (gehuwd met Harmpje Hendriks Schuurman), Jan Henr. Schuurman (gehuwd met Henrikjen Bramer)en Arent Henr. Schuurman (huwelijk onbekend). Het land is gelegen tussen het land van Jan Cruijs, aan de oostzijde en aan de westzijde het land van Henr. Roelofs Huijsman. Het kost 375 caroli guldens. Het land is bezwaard met een verpondinge van 10 stuijver en een schattinge van twee stuijver en boterpacht aan den Huijse Almelo. De acte wordt met naam ondertekend door "Jan Prinsen , garrijt barckhof en ijan luckas "als verkopers van het land. (NB namen van aangehuwden zijn door Erik Berkhof bijgevoegd aan de hand van eigen en informatie van de website Vriezenveners.nl)
Op 14-2-1771 koopt Egbert Lamberts voor 80 Car. Gulden 2 wand bouwland in het zogenaamde Huismansland van Maria van der Aa, weduwe van Gerrit de Ruiter, haar zoon Jan de Ruiter is haar momber (vertegenwoordiger bij de koop).
(bron acte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

In 1753 wordt Egbert inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen aangeslagen en moet 70 cent betalen en met 35 cent p.p. ligt de aanslag onder het Vriezenveense gemiddelde (dit lag op 39 cent p.p.).
In 1760 bedraagt het hoofdgeld 75 cent voor 3 personen, ook nu een lage aanslag 25 cent p.p. tegenover een dorpsgemiddelde van 39 cent.

Op zondag 19 februari 1747 heeft er een voorval plaats in het café van Egbert Lamberts dat aanleiding wordt voor een gerechterlijk vooronderzoek (inv. nr. 2932 archief Huize Almelo). In aanwezigheid van Egbert Lamberts, Eesse Gerritsen en Lambert Waanders wordt ds. van Eijbergen bedreigd door een buurman van Egbert Lamberts genaamd Rutgert Hendriks (ook wel Klumper genaamd). Ook de gebroeders Hendrik en Jan Evertman worden op de korrel genomen door Rutgert, die hen en de predikant, uitschold voor schelmen (kennelijk een erg scheldwoord voor die tijd). Verder waren nog aanwezig Pieter Harwig en Albert Jonker. Ook de heer van Almelo schijnt onderwerp van de scheldpartij geweest te zijn. Hoewel in de stukken niet echt over een café wordt gesproken, waarin het voorval plaats had, lijkt het toch vrijwel zeker dat dit voorval zich wel in het café heeft afgespeeld gezien het grote aantal mensen dat aanwezig was. Het lijkt erop dat de ruzie als achtergrond een beroepingskwestie van de predikant had. De Heer van Almelo had daarbij ook een grote vinger in de pap en de Evertmannetjes komen juist in deze periode in de boeken als kerkmeesters voor, dus hadden vermoedelijk ook hun aandeel in het beroepen van een nieuwe predikant. Rutgert Hendriks ging zelfs zover dat hij de predikant van Eijbergen met een mes bedreigde. Het idee dat de ruzie om een beroepingskwestie lijkt te zijn gegaan wordt gestaafd door de feiten. De laatste predikant Johannes de Man was in 1746 overleden en de nieuwe predikant Gerhardus Brouwer werd pas op 14-5-1747 bevestigd. het gegeven dat men op zondag in de kroeg zat is minder vreemd dan lijkt. De zondagsrust, blijkt uit diverse akten, werd in de 18e eeuw niet zo nageleefd als in later tijd. Het was heel gewoon in de 18e eeuw om op zondag in de kroeg te zitten, zelfs de predikant en de kerkmeesters waren daarbij kennelijk aanwezig.
Notitie bij Eefse Gerritsen: winkelierse

Eesse Gerritsen , weduwe van wijlen Egbert Lamberts, verdeelt de goederen bij wijsse van een Lieffelijkke verdeijlinge en maeg Scheijdinge op 15-4-1776 als boedelhoudster en wettige voogdesse van haar abcente kinderen die meerderjarig zijn, geassisteert met Claas Jansen (NB broer van de eerste echtgenote van Egbert Lamberts Spijker) als haaren verkoozen mombaer. Haar dochter Eva Egberts, welke in deesen geassisteert is met haeren broeder Mannus Egberts, als haeren mombaer, alle des boedels goederen, zowel mobile als immobile, 1 huijs staende aan deesen Nieuwen Kerkweg met den goorden daar agter gelegen, soo veenen dien omgraeven leijd in de Landerijen van het Sogenaemde Hospesland, een goorden gelegen in het sogenaemde Rutgersland….een ½ dagwark Hooijland gelegen in het Sogenaemde Coert van Oldenland….,onverscheijden met Eesse Jansen…, 2 koeweijden in het Sogenaemde Cort Gerritsland,en 1 goordentien in het selve land….een vierendeel akker woestenland in de weste woesten onverscheijden met Gerrijt Kenkhuijs, 2 wanden bouwland op het sogenaemde Coert van Oldenland, 2 wanden bouwland op het zogenaemde Huijsmansland. Verder krijgt de inboedel van het huis,…beesten, kasten, potten en pannen, bedden en bulster(?),de winkelwaeren met den aankleven van dien.

Zoon Mannus Egberts en vrouw Jennigjen Jansen kopen op 14-7-1783 huis, inclusief meubelen en landerijen van Claas Jansen voor 450 caroli guldens.
(bron akte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).


Eesse is waarschijnlijk diverse malen te Amsterdam geweest, zij is als Elsie Gersen samen met haar man (?) Egbert Spijker op 3-5-1772 getuige bij de doop van kleinkind Egbertus (zoon van Berent) in de Amsterdamse Noorderkerk. Op 25-2-1781 is ze als Elsie Spijker samen met Egbert Spijker getuige bij de doop van kleinkind Egberdina Spijker (dochter van Lambert Spijker) in de Amsterdamse Eilandkerk. Wie deze Egbert is, en of deze identiek is aan de getuige uit 1772 blijft onduidelijk, haar echtgenoot is nl. al eerder volgens de boedelscheidingsakte uit 1776 overleden, ze heet dan nl. de weduwe van Egbert Lamberts.
Notitie bij de geboorte van Eefse Gerritsen: gedoopt als Eefse dv Gerrit Herms en Eefse Berends
Notitie bij Berent Egberts: Berent heet in Amsterdam gewoon Barend. Hij woonde volgens de begravenisregistratie evenals broer, Lambert aan de Vinkenstraat, achter de Brouwersgracht. Mogelijk was Berent evenals broer Barent timmerman van beroep.
Notitie bij het overlijden van Berent Egberts: Barent is begraven op het Karthuizer Kerkhof in de Amsterdamse Jordaan.
Notitie bij het huwelijk van Petronella en Berent Egberts: haar moeder wordt genoemd nbij de huwelijksakte en heet Maria Kruijsheer welke woonachtig is op de Oude Wetering.
Notitie bij Petronella: woont bij haar huwelijk op de Amsterdamse Herengracht
Notitie bij Gardina: Gardina en Fredrik zijn op 1-1-1786 op familiebezoek in Amsterdam, ze zijn dan getuigen bij de doop van neefje Barend Spijker (zoon van broer Lambert Spijker) in de Amsterdamse Eilandskerk.
Notitie bij Lambert: scheepstimmerman en evenals broer Barend woonachtig in de Amsterdamse Vinkenstraat.
Notitie bij het overlijden van Lambert: Lambert is begraven op het Karthuizer Kerkhof in de Amsterdamse Jordaan. Hij is volgens het begraafregister van dit kerkhof evenals broer Barend woonachtig in de Vinkenstraat (achter de Brouwerssingel).
Notitie bij het huwelijk van Rebecca en Lambert: huwelijk vond plaats in de Nieuwe Kerk
Notitie bij het overlijden van Rebecca: Rebecca is begraven op het Karthuizer Kerkhof in de Amsterdamse Jordaan. Na haar overlijden worden 2 kinderen, Barend en Johanna Hennerica (dan genoemd Johanna Hendrica) opgenomen in het Burgerweeshuis (inschrijving 5-11-1794),
Maria Elisabeth die dan 16 jaar is en Egberdina 13 jaar worden door het Weeshuis "gealimenteerd", dat wil zeggen dat ze uitbesteed werden.
De boedel werd door de "Broederen Diacone bered". Dat wil zeggen er was in elk geval boedel van waarde om veilig te stellen, vaak werd er nl. vermeld meer schulden dan goed en werd de boedel afgewezen.

84. Jan Bom, ged. Vriezenveen 4 april 1745, † ald. na 1795, tr.
85. Aaltje Gerrits ten Cate, ged. Vriezenveen 24 nov. 1743, † ald. 10 nov. 1818.
Uit dit huwelijk:
a. Gerhardina (ook Gerritdina) Bom, ged. Vriezenveen 25 jan. 1767, † ald. 3 nov. 1838, tr. (ondertr. Vriezenveen 27 maart) 1790 Jannes Fijneman (ook Fieneman), geb. Ambt Almelo omstr. 1759, † Vriezenveen 14 juli 1829, zn. van Jan en Jennigjen Schipdam.
b. Johannes (Jannes, Jan), zie 42.
c. Aleida Bom, ged. Vriezenveen 22 okt. 1775, † Almelo 4 febr. 1810,64 tr. (ondertr. Almelo 20 nov.) 180664 Peter Henrich auf dem Brink, geb. Versmold (Osnabrück, Dtsl) 1765, † Almelo 9 aug. 1825, zn. van Peter Hermann auf dem Brinke en Catharina Margaretha Strökers en wedr. van Gesina Bom (zie 84,e); hij hertr. Almelo 28 mei 1813 Everdina van Breemen.
d. Gesina Bom, ged. Vriezenveen 14 febr. 1779.
e. Gesina Bom, ged. Vriezenveen 20 aug. 1780, † Almelo 20 april 1806,64 tr. Peter Henrich auf dem Brink, geb. Versmold (Osnabrück, Dtsl) 1765, † Almelo 9 aug. 1825, zn. van Peter Hermann auf dem Brinke en Catharina Margaretha Strökers; hij hertr. (ondertr. Almelo 20 nov.) 180664 Aleida Bom (zie 84,c) en tr. 3e Almelo 28 mei 1813 Everdina van Breemen.
f. Hendrikus Bom (ook ten Cate), geb. Vriezenveen 19 dec. 1784, † Slood (Hoogeveen) 11 mei 1872, tr. Hendrikje van Oosten, geb. Hoogeveen 1785,15 † ald. 23 nov. 1827.
g. Klasina Bom, ged. Vriezenveen 10 mei 1789.

Notitie bij Jan: volkstelling 1795 slagter,
koopt in 1788, na de ene helft van het pand al te bewonen, ook de tweede helft van het pand van de familie Voskamp (oom van Jan Bom, gehuwd met Swenneken Bom), betreft erve Doornbosch, Westeinde 85, huidige nummering,
(Bron: Ken uw dorp etc. blz. 185). Daarmee bewoonde hij weer, evenals grootvader Jan Hermsen Bom, het gehele pand.
Is waarschijnlijk rond 1774 de hoofdbewoner van het pand geworden, in 1773 en de jaren daarvoor staat vader Jan Coerts Bom nog als hoofdbewoner vermeld in het kerspelbelastingregister van Vriezenveen; vanaf 1774 is het gewoon Jan Bom.

22 december 1798 geeft Gerrit Albers de 50e penning aan ivm de aankoop van en hoek bouwgrond, liggend in het zogenaamde Vossesland van Mannes Gerrits voor 46 gulden en nog een grasgaarden voor 34 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij Gerhardina (ook Gerritdina): lanbouwerse bij overlijden
Notitie bij de geboorte van Gerhardina (ook Gerritdina): gedoopt als Gerhardina dv Jan Janzen en Aaltjen Gerrits.
Notitie bij het overlijden van Gerhardina (ook Gerritdina): bij overlijden genoemd de dochter van Jan Bom en Aaltjen Gerrits.
Notitie bij het huwelijk van Jannes en Gerhardina (ook Gerritdina): Jannes Fieneman van Almelo en Gerhardina Jansen Bom
Notitie bij Jannes: bij overlijden landbouwer van beroep, echtgenoot van Gerritdina Jansen Bome en zoon van Jan Fijneman en Jennigje Schipdam
Notitie bij de geboorte van Aleida: gedoopt als Aleida dv Jan Janz en Aaltjen ten Cate
Notitie bij het overlijden van Peter Henrich: overleden als Pieter hendrik op de Brink, dagloner van beroep
Notitie bij de geboorte van Gesina: gedoopt als Gesina dv Jan Janz en Aaltjen ten Cate.
Notitie bij het overlijden van Gesina: bij overlijden genoemd Gesina Jansen, nalatende 2 kinderen en 26 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Peter Henrich en Gesina: slijter bij zijn 3e huwelijk in 18133 te Almelo.
Notitie bij het overlijden van Peter Henrich: overleden als Pieter hendrik op de Brink, dagloner van beroep
Notitie bij Hendrikus: kleermaker, neemt
Notitie bij de geboorte van Hendrikus: gedoopt als Hendrikus zv Jan Bom en Aaltjen Gerrits
Notitie bij het overlijden van Hendrikus: overleden als Hendrikus ten Kate Bom
Notitie bij het overlijden van Hendrikje: ze heet bij haar overlijden de echtgenoot te zijn van Hendricus ten Cate
Notitie bij de geboorte van Klasina: gedoopt als Klasina dv Jan Jansen en Aaltjen ten Cate

86. E(n)gbert Jansen Schuurman (Dokter), ged. Vriezenveen 6 mei 1711, † ald. na 30 jan. 1792, tr. 1e omstr. 1736 Hendrikjen Jansen Otten, ged. Vriezenveen 22 maart 1705, † ald. na 1748, dr. van Jan en Grietje Jansen Cluppels; tr. 2e Vriezenveen 24 nov. 1765
87. Jenneken Hendriks (Arends), ged. Vriezenveen 15 mei 1735, † ald. na 16 april 1798.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Schuurman, ged. Vriezenveen 5 jan. 1766, † ald. vóór 1768.65
b. Jan Schuurman, ged. Vriezenveen 15 maart 1766, †? vóór 1799.
c. Hendrik Schuerman, ged. Vriezenveen 18 sept. 1768, †? vóór 1799.
d. Gerretdina Schuurman, ged. Vriezenveen 16 sept. 1770, † ald. 1804,66 tr. Vriezenveen 2 nov. 1794 Klaas Waanders (Simen), geb. omstr. 1759, ged. Vriezenveen, † ald. 7 okt. 1807, zn. van Warner Berends (Simen) en Anneken Claassen Bramer (zie 902,f).
e. Gesina Schuurman, ged. Vriezenveen 26 april 1772, † ald. 30 nov. 1845, tr. 1e Otto Roelofs, † Vriezenveen; tr. 2e Vriezenveen omstr. 1795 Roelof Jansen, † Vriezenveen, zn. van Jan Roelofs en Aaltjen Wolters (zie 354,f).
f. Johanna, zie 43.

Notitie bij E(n)gbert Jansen: Woonde in de buurt van Westeinde 380. Met de volkstelling van 1795 bewoont schoonzoon Klaas Waanders (timmerman) gehuwd met Gerritdina Schuurman, dit erf.
Diaken 1759-1762
1e ca. 1736 x Hendrikjen Jansen Otten d.v. Jan Otten en Grietje
Jansen Cluppels (info Vriezenveners.nl).
Vanwege het feit dat hij met de naam Dokter wordt aangeduid in het verpondingsregister van 1750 is het waarschijnlijk dat Egbert het doktersberoep heeft uitgeoefend. Dat zal hij gedaan hebben naast zijn boerenbedrijf.

Op 23-02-1735 is hij getuige in Amsterdam bij de doop van oomzegger Jan Schuurman zv broer Dirk Schuurman en Geertruij Smit.

29-10-1744 verschenen Jenneken Brouwer wed. van wijlen Gerrit Otten geassisteerd met haar bruidegom Henrik ten Cate geeft een inventarislijst over aan de voogden van de kinderen van haar en wijlen haar man, te weten Otto Jansen, Egbert Schuurman en Kobus Derks (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 26 foto 256).

Volgens het boterpachtregister van ca. 1735 bezit hij 2 akkers land en een akker "woestenland"; wordt hiervoor belast met 12 pond boter door Huize Almelo. Heeft z´n landerijen aan het Westeinde om en nabij Westeinde 380. Mogelijk was deze Egbert ook eigenaar van het land de Toeterije.
Heeft de landerijen van z´n vader Jan Roelofs Schuurman overgenomen. Wordt nog in het dienstbodenregister over 1790 genoemd, wordt dan aangeslagen voor 10 stuivers. In het hoofdgeldkohier van 1753 ligt de aanslag op 0,85 voor 2 personen en dat is iets meer dan gemiddeld (0,39)
In het hoofdgeldregister van 1760 wordt hij voor 4 personen aangeslagen en moet hij 1,50 betalen. Dit is 0,375 p.p. en dat was het gemiddelde voor het Westeinde (nl. 0,37) het dorpsgemiddlede lag iets hoger nl. op 0,39.
In het hoofdgeldregister over 1779 wordt hij aangeslagen voor 3 personen, (4 gulden en 10 stuivers).
In het register van de 1.000e penning van 1734 en 1739 wordt het vermogen van Egbert geschat op 600 gulden.
In het register van de 1.000e penning van 1751 wordt het vermogen van Egbert geschat op een aanzienlijke 900 gulden, waarvan 100 gulden voor meewerkend personeel. In 1758 is dit geslonken tot 538 gulden.
Als we de gegevens van de boterpachtregisters, de volkstelling van 1795 en het dienstbodengeld van 1790 naast elkaar leggen dan blijkt dat het erf in handen is gekomen van schoonzoon Klaas Waanders, gehuwd met Gerritdina Schuurman.

Op 20-11-1779 wordt Egbert genoemd in een verkooptransactie als één van de verkopers. Dan koopt Eva Egberts van de erfgenamen van Hendrick Arentsen [1650-1724 Schuurman, toevoeging Schuurman door mij] een akker turfland op de Superplus "verscheijden met Albert Prinsen" voor 152 guldens. De erfgenamen zijn: Gerhardus Harwig namens Janna Berkhof, Jannes Braemer en huisvrouw, Henderikjen Berkhof, Hendrik Coster voor zich zelf en namens Henderik Berkhof, Berent Jansen Coster en huisvrouw, Janna Jansen en Derk Arents Smit en vrouw, Egbert Schuurman en vrouw (Jenneken Hendriks), Engbert Egberts en tenslotte Henrik Smelt en huisvrouw.
(copyright Erik Berkhof, Onweersberkhof.com) DE verwantschap tussen Egbert Jansen Schuurman en Hendrick Arentsen is gelegen in zijn moeders familie. De familie Scholten. DE zuster van Trientje Derks Scholten heette Jennigje Derks en was gehuwd met Arent hendricks. Hoe de verwantschap zit tussen Egbert Schuurman en Hendrick Arentsen Schuurman is een groot vraagteken. Weliswaar heet zijn schoonvader Hendrik Arentsen, en lijkt de link daar gezocht te moeten worden, maar het blijft onduidelijk hoe het nu exact zit.
Notitie bij het overlijden van E(n)gbert Jansen: wordt nog genoemd in het testament van zijn zoon Jan Otten Schuurman testament 30-1-1792 bij notaris Willem gerard van Es te Utrecht. Als zijn zoon op 16-4-1798 dit testament herroept met een nieuw testament bij notaris Jan Klemme te Utrecht blijkt dat Egbert Schuurman is overleden, er wordt dan gesproeken over de weduwe Egbert Schuurman. Overigens staat Egbert in het boterpachtregister van 1798 nog gewoon vermeld. In 1799 is dit Klaas Waanders geworden.
Notitie bij Jenneken: Rond deze Jenneken Hendriks is een waas van geheimzinnigheid.
Bij haar huwelijk wordt ze genoemd de dochter van Hendrik Arends, welke dan nog leeft, anders zou ze wel de nagelaten dochter zijn genoemd. Bij alle dopen van haar kinderen wordt haar naam om één of andere reden niet genoemd! De ruimte waar de naam van de moeder staat wordt gewoon opengelaten, dit is het geval bij de dopen van Hendrik (1766), Hendrik (1767), Hendrik (1768) , Gerritdina (1768), Gesina (1772) en Johanna (1775). Bij de doop van Gerritdina (1768) staat aanvankelijk N.N. (= nomen nescio: betekent naam niet bekend), later is dit verbeterd door toe te voegen Jennegien Arends,
Gezien het gegeven dat de naam van de moeder wordt verzwegen in de doopregisters betekent dat hier iets aan de hand was, iets wat de Vriezenveense dorpsgemeenschap niet accepteerde.
Ook bij het overlijden van dochter Gesina Schuurman in 1845 staat vermeld dat moeders naam onbekend is. Bij het overlijden van dochterJohanna in 1857 wordt de naam van de moeder (Jenneken Hendriks) wel vermeld.
Waarom deze geheimzinnigheid, is ze katholiek of onkerkelijk en daarom afwezig bij de doop? In dergelijke gevallen kwam het vaker voor dat de vader alleen bij de doop aanwezig was. Mogelijk was het een schande dat ze veel jonger was dan haar man. Dit is waarschijnlijk de meest plausibele verklaring. In elk geval was het huwelijk een moetje, mogelijk was ze de jonge huishoudster van de weduwnaar Egbert Schuurman. Het echtpaar huwde eind november 1765 en het eerste kind Hendrik werd al op 5 januari 1766 ten doop gehouden!
Vrijwel zeker is Jenneken de dochter van Hendrik Arends Hupsen en Grietje Schothorst, waar een dochter Jenne wordt genoemd boven de 10 jaar bij de volkstelling van 1748. In dat geval zou ze toch hervormd gedoopt zijn op 15-5-1735, dan is ze genaamd Jennigjen. De dopen van de andere broers en zusters van Jenneken (dochter van Hendrik Arents Hupsen), vijf in getal zijn ook normaal traceerbaar in het hervormde doopboek.

De suggestie die wijlen dr. Jonker in zijn genealogische verzamelde aantekeningen doet als zou Jenneken mogelijk de dochter zijn van Hendrik Arends gehuwd met Geertruijt Kruijs is definitief ontzenuwd door gegevens die blijken uit de afwikkeling van de nalatenschap van Jenneken Harwig na haar overlijden te Almelo op 28-12-1839. Zij was eerder weduwe van Hendrik Arentsen, welke laatste een zoon was van Hendrik Arends gehuwd met Geertruijt Kruijs. Als Jenneken Hendriks (gehuwd met Egbert Schuurman) een zuster geweest was van Hendrik Arends (gehuwd met Jenneken Harwig), dan hadden haar kinderen, die de naam Schuurman dragen in deze boedelscheiding met name als erfgenaam genoemd moeten zijn en dat is niet het geval. Talloze erfgenamen worden genoemd van dit kinderloze echtpaar, en daar zijn dus geen Schuurmannetjes bij. (bron notarieel archief Almelo, notaris van Riemsdijk inv. nr. 2738). Overigens concludeert het archief Kruijs eveneens dat Jenneken de dochter is van Hendrik Arends Hupsen.
(copyright Erik Berkhof, Onweersberkhof.com)
Notitie bij het overlijden van Jenneken: wordt nog genoemd in het testament van haar stiefzoon Jan Otten Schuurman (testament 16-4-1798 bij notaris Jan Klemme te Utrecht).
Notitie bij het huwelijk van E(n)gbert Jansen en Jenneken: Jenneken Hendriks is bij haar huwelijk de dochter van Hendrik Arends, die dan dus nog moet leven.
Notitie bij Jan: niet vermeld als erfgenoem van Hendrik Roelofs Schuurman.
Notitie bij Hendrik: niet vermeld als erfgenoem van Hendrik Roelofs Schuurman.
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Gerretdina: de huwelijksregistratie luiddde als volgt: "Klaas Waanders Simen NZ van Waander Baerents Simen en Anneken Klaassen en Gerritdina Schuurman N.D. van Egbert Schuurman en Jenneken Hendriks"
Notitie bij Klaas: bewoonde Westeinde 300, huwde in op het erf van schoonvader Schuurman.
Notitie bij het overlijden van Klaas: bij overlijden 48 jaar oud.
Notitie bij het overlijden van Gesina: volgens overlijdensregistratie genaamd Gezina Schuurman (met een z), moeders naam onbekend.

88. Jan Otten Holland, ged. Vriezenveen 3 april 1763, † ald. 2 mei 1839, tr. Vriezenveen 9 april 1786
89. Aaltjen Alberts Scheper, ged. Vriezenveen 12 dec. 1762, † ald. 29 dec. 1829.
Uit dit huwelijk:
a. Sina Holland, ged. Vriezenveen 4 juni 1786, † Ambt Almelo 20 nov. 1862, tr. Almelo 6 mei 1820 Jan Kamp, geb. Ambt Almelo 1793,67 † ald. 16 maart 1835, zn. van Hendrik en Willemina Harmsen.
b. Jan, zie 44.
c. Hanna Holland, geb. Vriezenveen 28 juni 1793, † ald. 6 juli 1850,15 tr. Vriezenveen 181715 Jannes Meulenbeld, geb. Almelo omstr. 1797, † Vriezenveen 3 maart 1854, zn. van Gerrit Jan en Janna Meulenbeld.
d. Alberdina Holland, geb. Vriezenveen 3 nov. 1796, † ald. 1 dec. 1872,4 tr. Vriezenveen 15 juli 1820 Jan Fredrik Meijer, ged. Amsterdam 2 okt. 1793, † Vriezenveen 10 juni 1874, zn. van Fredrik Christiaan en Geertruij Elders.
e. Fina Holland, geb. Vriezenveen 29 sept. 1799, † Stad Almelo 23 juli 1877, tr. Vriezenveen 5 jan. 18324 Jannes Evers, geb. Wierden omstr. 1808, † Stad Almelo 13 april 1892, zn. van Jan en Maria de Wilde.
f. Jenneken Holland, geb. Vriezenveen 23 jan. 1803, † ald. 8 juni 1867,4 tr. Vriezenveen 28 nov. 1835 Gerrit Antoni de Weert, geb. Deventer omstr. 1810, † Vriezenveen 5 jan. 1866,15 zn. van Hendrik Jan en Maria Catrina Fridge.
g. Johannes Holland, geb. Vriezenveen 15 febr. 1806, †?.

Notitie bij Jan Otten: In 1795 wordt hij als gezinshoofd van 5 personen genoemd en als beroep staat hij geregistreerd als daghuurder (landarbeider) In 1839 bij zijn overlijden wordt als zijn beroep landbouwer vermeld. Dit zal ook wel een juistere omschrijving zijn, want in 1801 bij de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de NH kerk staat bij hem een bijdrage vermeld van 10 gulden en ook staat erbij vermeld dat hij een knecht heeft, genaamd Fredericus Grobben, die 5 gulden bijdraagt. Bewoonde een woning aan het Oosteinde 215 (huidige nummering). Volgens het kadaster van 1832 bezat Jan Otten daar 2 woningen, één aan de noordzijde en één aan de zuidzijde van de straat.

18-6-1840 vindt de boedelscheiding plaats vande nalatenschap van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts Scheper. Erfgenamen zijn de kinderen: Jan Holland, landbouwer, Hanna Holland gehuwd met Jannes Meulenbeld, landbouwer, Sina Holland, Alberdina Holland, Fina Holland, Jenneken Holland en Johannes Holland. Het betreft een verdeling van tientallen percelen grond en het huis ter waarde van ruim 1600 gulden. Huis en erf gaan naar Jan Holland (bron: notarieel archieven Overijssel inv. nr. 36).

28-2-1791 Verklaren Jan Otten Holland en Aaltjen Albers schuldig te zijn aan "haar oom" , te weten Jan Roelofs en Aaltje Wolters Coster 100 gulden.(bron archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).
(NB mogelijk betekent "haar oom" hun oom en dus niet per definitie de oom van Aaltje; er is nl wel een link te leggen via de Moeder van Jan Otten naar de familie Coster)

12-11-1794 kopen Jan Otten Holland en Aaltje Alberts 1 akker land met het halve huis voor 850 gulden van Albert Harms [en Hendrika Fayer]; bron: register van de 50e penning Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668. en archief sch. ambt Vriezenveen inv. nr. 2681 4 september 1795).
25-04-1796 koopt Jan Otten Holland van Mannes Costers en Jannes Jacobs 4 dagwerk turfland gelegen in de Oosterhoeve voor 165 gulden; bron: register van de 50e penning Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668.

4-12-1800 koopt Jan Otten Holland twee koeweiden liggend in het land van Berent Bramer voor 154 guldens in het land beginnend aan deze kerkweg tot aan de Olde Graaven bron: register van de 50e penning Statenarchief Overijssel inv. nr. 5711.
Notitie bij het huwelijk van Jan Otten en Aaltjen Alberts: gezien de doop van het eerste kind in juni 1786 moet het huwelijk een "moetje" zijn geweest.
Notitie bij de geboorte van Sina: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts. Sina zal vernoemd zijn naar haar grootmoeder van moeders zijde Stientje Coes.
Notitie bij het overlijden van Sina: overleden in de Zoetensteeg op de leeftijd van 77 jaar volgens de overlijdensakte. Het huwelijk lijkt kinderloos geweest te zijn.
Notitie bij het huwelijk van Jan en Sina: Jan Kamp is bij zijn huwelijk 27 1/2 jaar oud, timmermansknecht en sedert meer dan 2 jaar in de stad Almelo woonachtig. Sina is bij haar huwelijk, 33 1/2 jaar oud en dienstbaar van beroep, dat wil zeggen dienstbode, en sedert meer dan 9 jaar in de stad Almelo woonachtig.
Notitie bij Jan: bij huwelijk timmermansknecht.
tapper bij zijn overlijden. overleden in het buurtschap van de Knoopshuizen. Het overlijden werd oa aangegeven door broer Berend Kamp.
Notitie bij het overlijden van Hanna: volgens de overlijdensregistratie is ze de dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Jansen.
Notitie bij Jannes: landbouwer (bron: notarieel archief HCO inv.nr. 36) en overlijdensregistratie (genlias). Kon niet schrijven (bron: geb. akte dochter Aaltje akte 1 1818).
Notitie bij Alberdina: een aantal kinderen van Jan Fredrik en Alberdina zijn in de handel op Sint Petersburg actief, zoals zoon Johannes Otto Meijer en zoon Fredrik Meijer. Zoon Johannes Otto was ook nog burgemeester van Vriezenveen (bron: André Idzinga Vriezenveners.nl
Notitie bij de geboorte van Alberdina: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltien Alberts.
Notitie bij Jan Fredrik: winkelier (bron: overlijdensregistratie).
Notitie bij het overlijden van Fina: is overleden in het huis staande in wijk 2 nr. 153 te Stad Almelo
Notitie bij Jannes: metselaar (bron: overlijdensakte)
Notitie bij het overlijden van Jannes: bij overlijden 84 jaar oud.
Notitie bij Jenneken: naaister bij huwelijk (1835).
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt als dochter van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts.
Notitie bij Gerrit Antoni: schoenmaker (bij huwelijk).
Notitie bij de geboorte van Johannes: gedoopt als zoon van Jan Otten Holland en Aaltjen Alberts

90. Engbert Berends Engberts (ook wel Baerends), ged. Vriezenveen 10 sept. 1758, † ald. 28 jan. 1829, tr. 2e Vriezenveen 14 sept. 1794 Hendrikjen Berends Pley, ged. Vriezenveen 14 dec. 1758, † ald. 9 dec. 1821, dr. van Berend Hendriks Pleij en Frerijkje (Fredrika) Broertjen; tr. 1e Vriezenveen 18 nov. 1781
91. Johanna Jansen, ged. Vriezenveen 17 dec. 1752, † omstr. 1793.68
Uit dit huwelijk:
a. Jan Engberts, ged. Vriezenveen 4 aug. 1782, †? na 1812.
b. Berend Engberts, geb. Vriezenveen 7 dec. 1784, † ald. 21 mei 1837.
c. Gerrit Engberts, ged. Vriezenveen 9 juli 1786, † ald. vóór 1791.
d. Gerritdina (ook Gerhardina), zie 45.
e. Gerrit Engberts, ged. Vriezenveen 20 maart 1791, † ald. 26 april 1867,4 tr. Vriezenveen 16 juni 1827 Berendina Boeschen, geb. omstr. 1801, † Vriezenveen 28 sept. 1852,4 dr. van Mannes en Adolfina Koerssen.

Notitie bij Engbert Berends: kerkmeester (1804) archief armenzorg Museum Vriezenveen. 1791 en 1792 diaken.
1829 in de overlijdensakte staat vermeld "aan het Oosteinde 94 zelf", landbouwer en koopman, in 1795 bij de volkstelling staat als beroep boer vermeld. Mogelijk is hij evenals zoon Berend actief geweest in Sint Petersburg.
Behoorde tot de notabelen van het dorp, kon zich in elk geval in 1822 en 1825 een plaats veroorloven in één van de 11 huurbanken in de kerk, die door inschrijving jaarlijks werden verhuurd. Zo hadden de volgende personen in die jaren o.a. een eigen bank: Gerrit Engels, Egbert Smelt, Gerhardus Kruys, Berend de Vries, Derk de Lange.
Trouwt door zijn huwelijk met Janna Jansen in op het Èèmsgoed (Oosteinde 193 huidige nummering). Vanaf de naamsaanneming onder Napoleon noemt hij zich Engbert B. Engberts. Kinderen van Engbert zitten allemaal in de handel. In 1812 (bij de naamsaanneming) woont 1 zoon Jan in Emden en een andere Berend in Sint Petersburg.

In 1800 koopt Engbert Oosteinde 85 (huidige nummering) van de schoonzoon van Hermannus Smelt voor 2350 gulden (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 77) een boerenerf; ook de vader van Engbert moet ongeveer op dit stuk van Vriezenveen hebben gewoond, gezien de volkstellingsgegevens van 1748.

Uit de intekenlijst van de verbouwing van de hervormde kerk schrijft Engbert zich met een bijdrage van 15 gulden in. Ook blijkt uit dit register dat Engbert er een "meid" op na houdt, ze heet Gesina Alberts en draagt 1 gulden bij aan de verbouwing van de kerk.

Zoon Gerrit bewoont later het ouderlijke erf. De woning had in 1832 volgens het kadaster een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden en dat was zo´n beetje gemiddeld voor Vriezenveen.

Dat deze familie toch wel veel geld gehad moet hebben blijkt uit kadastrale informatie en aantekeningen van de lokale historicus Herman Jansen die schrijft dat dochter Fina Engberts uit het tweede huwelijk met Hendrikje Pley het sjieke pand bewoonde (nu genummerd Westeinde 1 en 3) en dat ze ongehuwd en erg rijk was, later woonde haar neef Johannes Holland (1819-1864) die eerst koopman was in Rusland en later gemeenteontvanger te Vriezenveen, bij haar in. (Zie blz. 50 Ken uw dorp en heb het lief). Johannes Holland was een zoon van dochter Gerritdina Engberts, gehuwd met Jan Holland.

Fina Engberts (overleden in 1877) heeft dit pand volgens kadastrale informatie mogelijk bewoond met haar broer Berend Engberts koopman te Sint Petersburg (geboren 1784 en overleden in 1837), die in 1832 formeel eigenaar van de woning was die in belastingklasse 1 viel (dat wil zeggen met een gemiddelde huurwaarde van 90 gulden en daarmee de duurst ingeschaalde woning van het dorp). Berend was tot ca. 1820 actief in de firma Jansen, Joost & Co te Sint Petersburg (bron: D.G. Harmsen, Vriezenveners in Rusland). Later in 1876 is volgens het kadaster een zoon van broer Gerrit Engberts (overleden in 1867) eigenaar van deze woning.

Aangezien dus zowel dochter Fina als zoon Berend de woning bewoonden kan de vraag gesteld worden of ook Engbert Berends Engberts het pand misschien heeft bewoond, echter bij het overlijden in 1829 staat in het overlijdensregister vermeld dat hij woonde aan het Oosteinde 94, mogelijk is hij wel de eigenaar van de woning geweest. De familie Engberts had nauwe contacten met de familie Kruijs. Als Jan Kruijs in maart 1829 een feestje geeft zijn Berent Engberts en zijn zus (ik vermoed Fina) ook uitgenodigd. Echter vanwege het recente overlijden van hun vader (in januari 1829) wijzen ze de uitnodiging af. De familie zal toen nog in rouw zijn geweest (bron: dagboeken Jan Kruijs).
Notitie bij het huwelijk van Engbert Berends en Johanna: Engbert Berendz N.Z. van Berend Engbertz. en Johanna Janzen ND van Jan Janzen alhier beijde paar bevestigt den 18 Nov,
Notitie bij Jan: woont volgens het naamsaanemingsregister uit 1812 in Emden, Duitsland.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Engbert Berendz en Johanna Janzen.
Notitie bij Berend: koopman te Sint Petersburg, werkzaam geweest bij Jansen, Joost & Co (bron: lijst dr. Jonker van Ruslandvaarders Museum Oud Vriezenveen). Hij doet in 1830 samen met zijn zuster Fina Engberts aangifte van de geboorte van Mannes Engbertus, zoon van hun broer Gerrit die toen op reis was.
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als zoon van Engbert Berends en Johanna Janzen.
Notitie bij Gerrit: landbouwer bij zijn huwelijk in 1827 en zijn overlijden in 1867. Bij de geboorte van zoon Mannus Engbertus op 09-12-1830 was Gerrit Engberts op reis, een indicatie dat hij marskamer was en in de wintermaanden op pad was.
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als zoon van Engbert Baerends en Johanna Jansen.

92. Jelke Pieters van Eijck, geb. Oosterwolde (Ooststellingwerf) 9 maart 1766, † Roordahuizum (Idaarderadeel) 9 sept. 1842, tr. Marssum (Menaldumadeel) 6 juni 1790
93. Rigtje Pieters Spanjer, geb. Marssum (Menaldumadeel) 9 aug. 1768, † Roordahuizum (Idaarderadeel) 19 maart 1850.
Uit dit huwelijk:
a. Pieter Jelkes, zie 46.
b. Gerrit Jelkes van Eijck, geb. Marssum (Menaldumadeel) 9 sept. 1791, † gemeente Tietjerksteradeel 23 april 1836,69 tr. gemeente Tietjerksteradeel 28 mei 1829 Rinskje Johannes van der Meer, geb. Oostermeer (Tietjerksteradeel) 6 maart 1800, † gemeente Tietjerksteradeel 27 jan. 1847,69 dr. van Johannes Egberts en Grietje Pieters Algra.
c. Wieger Jelkes van Eijck, geb. Stavoren 22 jan. 1795,70 † Lemsterland 7 febr. 1841,4 tr. Sneek 4 aug. 1815 Janna Aukes van der Werf(f), geb. Sneek 5 febr. 1795, † Lemsterland 18 juli 1850,4 dr. van Auke Jans van der Werff en Antje Reinders Jellema.
d. Jentje Jelkes van Eijck, geb. Hemelum (Hemelumer Oldeferd) 10 dec. 1796,71 ged. Hemelum, Mirns en Bakhuizen 25 dec. 1796,71 † Idaarderadeel 10 april 1850, tr. Baarderadeel 8 mei 1845 Ynske Penninga, geb. Jorwerd 27 okt. 1796, † Amsterdam 26 dec. 1874, dr. van Jillardus en Ymkje van Loon.
e. Attje Jelkes van Eijck, geb. Jorwerd 3 nov. 1798, † Lutkewierum (Hennaarderadeel) 17 april 1882, tr. 1e gemeente Baarderadeel 5 juni 1822 Folkert Joukes Kuperus, geb. Jorwerd 13 juli 1799, † ald. 20 aug. 1822,72 zn. van Jouke Petrus Cuperus en Hiske Lieuwes Faber; tr. 2e Baarderadeel 17 mei 1828 Rinse Meinderts Kreger, geb. Rauwerd 8 jan. 1804, † Lutkewierum (Hennaarderadeel) 30 april 1885, zn. van Meindert en Jouke Hanses.

Notitie bij Jelke Pieters: gezworen klerk van Baarderadeel te Jorwerd (1800, bron: Leeuwarder Courant 01-01-1800 en 22-08-1801); deurwaarder bij het Vredegericht te Jorwerd (=kantongerecht te Rauwerd) in 1815 nog in functie tijdens het huwelijk van zoon Wieger.
tijdens het huwelijk van hun zoon Pieter Jelkes van Eijck (1825 ) wonen Jelke en vrouw te Jorwerd, Jelke is dan zonder beroep. In 1828 (tijdens huwelijk van dochter Attje) woont Jelke met zijn vrouw in Oosterwierum. Jelke wordt dan betiteld als oud-deurwaarder bij het Vredegeregt.
Jelke is waarschijnlijk met z´n moeder van Oosterwolde, via Drachten in 1789 in Marssum beland.
In 1811 neemt de familie te Jorwerd officieel de naam van Eijck aan, het gezin staat als volgt geregistreerd:
Familienamen 1811
Eijck, Jelke van, Jorwerd 60
k. Pieter 22, Gerryt 20, Wijger 18, Jentje 16, Attje 14
Mairie Jorwerd, fol. 15v
In 1798 doen Jelke van Eijck en Rixtje Pytters in Jorwerd geloofsbelijdenis. Het gezin verhuist met de 2 jongste kinderen Attje en Jentje op 30-10-1826 met kerkelijke attestatie naar Oosterwierum. Hiervandaan vertrekken ze, -en dan zonder kinderen- op 20-11-1835 met kerkelijke attestatie naar Roordahuizum.
Volgens de huwelijksake van zoon Wieger zou deze geboren zijn in Stavoren. Dit betekent dat het gezin van Jelke rond die tijd in Stavoren moet hebben gewoond.

Jelke ondertekent de huwelijksakte van dochter Attje in 1822 met de naam "van Eijck".

1819 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067001 repertoire nr. 84 d.d. 26 mei 1819
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een huizinge te Jorwerd, koopsom
fl. 1950
- Jelke van Eick te Jorwerd, gehuwd met Richtje Pieters
Spanjer als verkoper
- Antje Doekles Sjonstra te Jorwerd, weduwe van Tjomme
Yntes Kingma als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1815 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079009 repertoire nr. 72 d.d. 18 maart 1815
Extract, akte niet aanwezig
- Jelger van Eyck te Jorwerd
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1817 Heeg, notaris W. Steenbeek
Inv. nr. 054006 repertoire nr. 119 d.d. 9 september 1817
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 700
- Jelke van Eyck, deurwaarder te Jorwerd als schuldenaar
- Sipke Annes Feykes, boer te Jorwerd als schuldeiser
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1818 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079010 repertoire nr. 29 d.d. 2 maart 1818
Obligatie
- Jelte van Eyck, deurwaarde te Jorwerd; kapitaal fl. 300
- Atje Gerrits te Marssum, weduwe van Pieter Dirks als
borg; kapitaal fl. 300
- Pieter Dirks, in leven gehuwd met Atje Gerrits;
borgstelling door zijn weduwe
- Daniel van Engelen, secretaris te Sneek; kapitaal fl. 300
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)
Notitie bij de geboorte van Jelke Pieters: in de memoires van successie van Jelke staat dat deze geboren was op 9-4-1766 te Oosterwolde. De doopdatum is echter 16 maart 1766. Hier lijkt een abuis in het spel, de geboortedatum is wellicht een maand eerder en wel 9-3-1766. Dit komt ook overeen met de overlijdensannonce waarin staat dat Jelke bij overlijden 76 jaar oud was en 6 maanden. Ik hou het daarom op 9-3-1766 om voornoemde reden.
Notitie bij het overlijden van Jelke Pieters: Bij het overlijden van Jelke verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende annonce:

Heden overleed na een langdurig lijden, tot diepe droefheid van mij en mijne Kinderen , mijn geliefde Echtgenoot JELKE van EIJCK. In den ouderdom van 76 jaren en 6 maanden, na eene Echtverbindtenis van ruim 52 jaren.
Men gelieve deze als bijzondere kennisgeving aan te nemen.
Roordahuizum, R.P. SPANJER,
Den 9 september 1842 wed. J. van Eijck.

Memories van Successie

Kantoor Sneek, overl. jaar 1842

Overledene : Jelke Peters van Eyck
Overleden op: 9 september 1842
Wonende te : Roordahuizum
Tekst:
76 jaar (geboren 9/4/1766 te Oosterwolde); man van Rigtje Pieters Spanjer; 3
kinderen. (van Idaarderadeel gerenvooieerd naar kantoor Leeuwarden)

Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap

Bron:
Memories van successie 1818-1928
Toegangsnr. : 42
Inventarisnr. : 14057
Dagregisternr.: Ongenummerd, september

Op microfilm nr. 282 raadpleegbaar op de studiezaal van Tresoar
(bron: Tresoar.nl).
Notitie bij Rigtje Pieters: 1846 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078048 repertoire nr. 116 d.d. 30 april 1846
Testament
- Richtje Pieters Spanjer te Roordahuizum, weduwe van Jelke
Pieters van Eyck

(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij de geboorte van Rigtje Pieters: dv Pieter Durks Spanjer en Attje Gerrits.
Notitie bij het overlijden van Rigtje Pieters: In de overlijdensakte staat dat Rigtje de dochter was van Pieter Durks en Attje Gerrits van der Wal, geboren te Martssum en wonende te Roordahuizum.
Bij het overlijden van Rigtje verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende annonce:

Heden morgen omstreeks half vijf ure, overleed, tot onze bittere droefheid, onze geliefde moeder en grootmoeder RIGTJE PIETERS SPANJER, Wed. van J. van Eijck, in den gezegenden ouderdom van 81 jaren en 7 maanden.
Roordahuizum, J.J. van EIJCK.
Den 19 maart 1850 uit aller naam.

Memories van Successie

Kantoor Leeuwarden, overl. jaar 1850

Overledene : Richtje Pieters Spanjer
Overleden op: 19 maart 1850
Wonende te : Roordahuizum
Tekst:
weduwe van Jelke Pieters van Eyck; moeder van Pieter, gepensioneerd
hoofdcommies rijksbelastingen te Vriezenveen, Atje (weduwe van Folkert Joukes
Kuperus; vrouw van Rinze Meinderts Kreger, wagenmaker Lutkewierum), wijlen
Wieger, in leven griffier kantongerecht Lemmer (vader van Richtje Wiegers van
Eyck, vrouw van Roelof Hesselius Brandenburg, idem aldaar), wijlen Gerrit (man
van Rinske Johannes v.der Meer, te Oostermeer; vader van minderjarige Jelke
Gerrits van Eyck) en reeds 10/4/1850 kinderloos overleden Jentje Jelkes van
Eyck, gerechtsdeurwaarder Leeuwarden en gerecht Rauwerd wonend te Roordahuizum
(erft beschikbare deel boven zijn wettelijk deel) (5 staken ab intestato elk
tot 1/5 gerechtigd); legaat voor kleindochter Folkertje Folkerts Kuperus (fl.
600,-).

Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap

Bron:
Memories van successie 1818-1927
Toegangsnr. : 42
Inventarisnr. : 11072
Dagregisternr.: 496
Register IV : 2035
Op microfilm nr. 194 raadpleegbaar op de studiezaal van Tresoar
Notitie bij Gerrit Jelkes: in 1829 (bron: huwelijksakte) ontvanger der directe Belastingen te Oostermeer, gemeente Tietjerksteradeel. Gerrit ondertekent de huwelijksakte met de naam "van Eijck".

1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoire nr. 151 d.d. 18 december 1827
Inventaris
- Meinte Durks van der Berg te Oosterlittens
- Hendrik Durks Dijkstra te Nijeholtwolde
- Sake Jans de Jong te Oosterlittens
- Petrus Joukes Kuperus te Jorwerd
- Lieuwe Joukes Kuperus te Bozum
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum
- Petrus Folkerts Kuperus te Bozum
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoirenrs. 149 en 155 d.d. 17 december
1827
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van een huizinge met erf te Jorwerd,
koopsom fl. 140
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum als verkoper
- Minke Jans Visser te Oosterlittens, weduwe van Marten
Lieuwes Faber als verkoper
- Sipke Annes Feykens te Mantgum als verkoper
- Willem Jans Visser te Jorwerd als verkoper
- Heerke Sipkes Feykens te Jorwerd als verkoper
- Jacob Reinders Ferwerda te Mantgum als verkoper
- Wiebe Oeges Bernarda te Jorwerd als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1832 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078021 repertoire nr. 340 d.d. 2 november 1832
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 1.750
- Gerrit van Eyck, ontvanger der belastingen te Oostermeer
als schuldenaar
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als schuldeiser;
griffier te Lemmer
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij Rinskje Johannes: heet bij het huwelijk van haar zoon Jelke in 1854 "renteniersche" van beroep te zijn.
Notitie bij Wieger Jelkes: schrijver te Sneek tijdens z´n huwelijk. (1827-1839) grifier bij het vredegerecht (= kantongerecht) te Balk.
griffier kantongerecht te Lemmer (1840) bron: huwelijk dochter Richtje 1840.

Het echtpaar Hendrikus Schotanus à Steringa en Catalina van der Werff (zuster van Janna Aukes van der Werff) vernoemden hun zoon "Wieger van Eijck", naar de welgestelde zwager van Catalina. Erg apart achternamen in een voornaam te verwerken, maar ik ben het wel vaker tegengekomen, al is het vrij zeldzaam. De naam "Wieger van Eijck" moet dus als voornaam gezien worden, maar uiteindelijk is heel deel van de voornaam "van Eijck" toch bij de achternaam gevoegd en is een eigen leven gaan leiden in de familienaam VAN EIJCK VAN HESLINGA en stamt dus af van de Friese van Eijcknaam (alhoewel niet in rechstreekse bloedlijn) die z’n oorsprong vindt in de buurt van Drachten. De familie van Eijck van Heslinga is een notabele Friese familie.

Wieger komt heel erg vaak in de notariële archieven voor met name als geldschieter, een greep uit de aktes volgt hieronder (deze is verre van volledig, maar geeft wel een beeld van de grote rijkdom van het gezin van Wieger).

1819 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067001 repertoire nr. 108 d.d. 28 augustus 1819
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een gedeelte van een veerschip
varende van Marssum op Leeuwarden, koopsom fl. 550
- Atje Gerrits van der Wal te Marssum, weduwe van Pieter
Durks als verkoper (grootmoeder van Wieger)
- Wieger van Eyck, commies griffier te Sneek, gehuwd met
Janna van der Werf als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1822 Heeg, notaris W. Steenbeek
Inv. nr. 054008 repertoire nr. 76 d.d. 13 augustus 1822
Cessie
- Wieger van Eyck als erfgenaam
- Cornelis Wigles Visser, koopman te Heeg
- Marij Jans als erflater; en anderen; in leven rentenier
te Langweer
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl




1828 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007004 repertoire nr. 84 d.d. 29 juli 1828
Schuldbekentenis
Betreft een kapitaal van fl. 1000
- Wieger van Eyck, griffier bij het vredegere te Balk als
crediteur
- Bate Thees Aukema, boer te Wijckel als debiteur
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)



1829 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007005 repertoire nr. 119 d.d. 16 november 1829
Koopakte
Betreft de verkoop van zathe en landen te Follega, koopsom
fl. 3000
- Wieger van Eyck, griffier te Lemmer als verkoper
- Jelle Meinesz, ontvanger der belastingen te Balk als koper
- Jolle Meinesz, landbouwer te Nijega als koper
(Notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1832 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078021 repertoire nr. 340 d.d. 2 november 1832
Obligatie
Betreft een kapitaal van fl. 1.750
- Gerrit van Eyck, ontvanger der belastingen te Oostermeer
als schuldenaar
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als schuldeiser;
griffier te Lemmer
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


1839 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007009 repertoire nr. 33 d.d. 30 april 1839
Koopakte
Betreft de verkoop van zathe en landen te Harich, koopsom
fl. 8200
- Wieger van Eyck, griffier te Balk als verkoper
- Eelke Eelkes Postma, huisman te Wijckel als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1840 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007010 repertoire nr. 52 d.d. 9 juli 1840
Verkoping
Betreft de verkoop van roerende goederen, opbrengst fl. 411
- Wieger van Eyck te Lemmer als verkoper
- Jan Stoffels Stoffelsma als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij Janna Aukes: 1841 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007010 repertoire nr. 16 d.d. 9 april 1841
Royement, akte niet aanwezig
- Janna van der Werf, weduwe van Wieger van Eyck als moeder
van en voogd over Anna van Eyck
- Rigtje van Eyck te Lemmer, gehuwd met Roelof Hesselius
Brandenburg
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)


1843 Balk, notaris W. J. Hemsing
Inv. nr. 007012 repertoire nr. 64 d.d. 8 augustus 1843
Royement, akte niet aanwezig
- Janna van der Werf te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
- Rigtje van Eyck te Lemmer, gehuwd met Roelof Hesselius
Brandenburg
- Anna van Eyck te Lemmer, gehuwd met Rommert Brandsma

(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)

1847 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau
Inv. nr. 097034 repertoire nr. 18 d.d. 4 maart 1847
Hypotheek
Betreft een kapitaal van fl. 1600
- Carst Dirks Fortuin te Lemmer als schuldenaar
- Baukje Hanzes Wouda te Lemmer als schuldenaar
- Janna van der Werff te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
als schuldeiser
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)

1847 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau
Inv. nr. 097034 repertoire nr. 43 d.d. 8 mei 1847
Cessie
Betreft een kapitaal van fl. 4000
- Trijntje Jans Brouwer te Lemmer, weduwe van Folkert
Ruurds Visser als cedent
- Julietta Jeletta Folkerts Visser te Lemmer als cedent
- Janna van der Werff te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
als cessionaris
- Hesselius Jans Brandenburg te Lemmer, weduwnaar van Ietje
Roelofs als erlater en schuldenaar
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)

1849 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau
Inv. nr. 097036 repertoire nr. 13 d.d. 12 februari 1849
Hypotheek
Betreft een kapitaal van fl. 1200
- Mozes Abrahams van der Woude te Lemmer als schuldenaar
- Mette Salomons Blok te Lemmer als schuldenaar
- Janna van der Werff te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
als schuldeiser
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)


1850 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau
Inv. nr. 097037 repertoire nr. 47 d.d. 21 juni 1850
Testament
- Janna van der Werff te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)

1850 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau
Inv. nr. 097037 repertoire nr. 64 d.d. 12 december 1850
Inventaris
- Janna van der Werff te Lemmer, weduwe van Wieger van Eyck
als erflater
(Notarieel Archief Friesland: Tresoar.nl)
Notitie bij Jentje Jelkes: bij zijn huwelijkdeurwaarder bij de arrondisementsrechtbank te Leeuwarden en bij het kantongerecht te Rauwerd (1845) en wonend te Roordahuizum (1845).

1823 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067004 repertoire nr. 73 d.d. 12 juli 1823
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een gedeelte van een bouwland te
Weidum, koopsom fl. 586
- Jentje Jelkes van Eyck te Jorwerd als verkoper
- Willem Kornelis Bonnema te Weidum als verkoper
- Marten Luitzens Kingma te Weidum als koper
- Ymke Luitzens Kingma te Weidum als koper
- Vroukjen Luitzens Kingma te Weidum als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1824 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067004 repertoirenrs. 45 en 47 d.d. 28 juni 1824
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van een huizinge te Baard, koopsom
fl. 650
- Jentje Jelkes van Eyck te Jorwerd als verkoper
- Gerrit Piers de Jong te Baard als koper
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

Citaat uit akte:
……ten verzoeke van Jentje Jelkes van Eijck, Deurwaarder bij het Vredesgeregt van het Kanton Rauwerd, wonende te Oosterwierum, als mondeling gelastigde van de gezamenlijke Erfgenamen van wijlen Hiske Lieuwes Faber opgenoemd en daarvoor ??? – geprocedeerd tot de publieke verkooping van huismeubelen, linnen, kleding en lijfdragt, waaronder geen goud of zilver – etc.
(transcriptie van Paul Cuperus, ontvangen via mail 2007).



1828 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067009 repertoire nr. 160 d.d. 7 januari 1828
Boelgoed
Betreft roerende goederen, opbrengst fl. 260
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
- Jentje Jelkes van Eyck te Oosterwierum
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1829 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067010 repertoirenrs. 270 en 281 d.d. 14 januari
1829
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van onroerende goederen te Jorwerd
- Toussaint Gosliga te Jerwerd als verkoper
- Herre Harmens Poelsma te Leeuwarden als verkoper
- Taeke Harmens Poelsma te Huizum als verkoper
Betreft de koop van een huizinge en hovinge en erf te
Jorwerd, koopsom fl. 600
- Bouwe Jetzes Kalma te Jellum als koper
Betreft de koop van een huizinge en hovinge en erf te
Jorwerd, koopsom fl. 600
- Jentje Jetzes van Eyck te Oosterwierum als koper
Betreft de koop van een perceel greidland, koopsom fl. 609
- Jan Aukes Sierdsma te Jorwerd als koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1834 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078024 repertoire nr. 50 d.d. 20 februari 1834
Royement, akte is wel aanwezig
- Jan Ruurds Lantema, koopman te Irnsum
- Jentje Jelkes van Eyck, deurwaarder te Leeuwarden als
voogd over de kinderen van Jan Ruurds Lantema
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1834 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078025 repertoire nr. 282 d.d. 27 augustus 1834
Inventaris
- Johannes Everts van Aisma, landbouwer te Beetgum als
voogd over de geinterdiceerde Sybren Sybrens Spanjer te
Marssum, voorheen koelmelker
- Jentje Jelles van Eyck, deurwaarder te Oosterwierum
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1845 Leeuwarden, notaris J. Albarda Hzn
Inv. nr. 078046 repertoire nr. 88 d.d. 6 mei 1845
Huwelijksvoorwaarden
- Jentje Jelkes van Eyck, deurwaarder te Roordahuizum als
bruidegom
- Ynske Penninga te Jorwerd als bruid
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij de geboorte van Jentje Jelkes: Jentje van Eijck geboren in 1796 zal waarschijnlijk vernoemd zijn naar de in 1783 overleden ongetrouwde broer van Attje Gerrits van der Wal (grootmoeder van Jentje) en dus vernoemd zijn naar zijn oud-oom. De naam Jentje is in elk geval niet aantoonbaar afkomstig van der familie van Eijckkant en zou hiermee verklaard worden.
Notitie bij het overlijden van Jentje Jelkes: Memories van Successie

Kantoor Leeuwarden, overl. jaar 1850

Overledene : Jentje Jelkes van Eyck
Overleden op: 10 april 1850
Wonende te : Roordahuizum
Tekst:
gerechtsdeurwaarder Leeuwarden en van gerecht Rauwerd wonend te Roordahuizum;
man van Ynskje Penninga; geen kinderen; zoon van wijlen Jelke Pieters van Eyck
& wijlen Rigtje Pieters Spanjer (overleden 19/3/1850: zie memorie 11072/496);
broer van Pieter, gepensioneerd hoofdcommies rijksbelastingen te Vriezenveen,
Atje (weduwe van Folkert Joukes Kuperus; vrouw van Rinze Meinderts Kreger,
wagenmaker te Rien o/Lutkewierum), wijlen Wieger, in leven griffier
kantongerecht Lemmer (vader van Richtje Wiegers van Eyck, vrouw van Roelof
Hesselius Brandenburg, idem aldaar) en wijlen Gerrit Jelkes van Eyck, in leven
rijksbelastingontvanger te Oostermeer (man van Rinske Johannes v.der Meer,
aldaar; vader van minderjarige Jelke Gerrits van Eyck). Saldo fl. 3.726,64. (in
memorie van zijn moeder genoemde Folkertje Folkerts Kuperus is thans vrouw van
Hein de Haan, onderwijzer te Idaard)

Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap

Bron:
Memories van successie 1818-1927
Toegangsnr. : 42
Inventarisnr. : 11072
Dagregisternr.: 537
Register IV : 2358
Op microfilm nr. 194 raadpleegbaar op de studiezaal van Tresoar (bron: Tresoar.nl).
Notitie bij Ynske: Ynske´s vader was vanaf 1789 predikant te Jorwerd tot deze in 1840 met emiritaat gaat (bron: http://home.hccnet.nl/t.penninga/genealogie/parenteel2.html)
Notitie bij Attje Jelkes: naaister. Attje of Atje komt regelmatig met de naam "van Eick", "van Eik" en "van Eijk" voor in de registers van de Burgerlijke Stand.
In 1822 ondertekent Attje de trouwakte als " A.J. van Eyck" en 1828 ondertekent ze de trouwakte met "A.J. van Eick".


1827 Jorwerd, notaris J. Kamminga Boltjes
Inv. nr. 067008 repertoire nr. 151 d.d. 18 december 1827
Inventaris
- Meinte Durks van der Berg te Oosterlittens
- Hendrik Durks Dijkstra te Nijeholtwolde
- Sake Jans de Jong te Oosterlittens
- Petrus Joukes Kuperus te Jorwerd
- Lieuwe Joukes Kuperus te Bozum
- Gerrit Jelkes van Eyck te Oosterwierum
- Petrus Folkerts Kuperus te Bozum
- Hiske Lieuwes Faber, in leven weduwe van Jouke Petrus
Kuperus te Jorwerd als erflater
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


Gerrit Jelkes van Eijck was comparant in de akte als gemachtigde voor de minderjarige dochter Folketje Folkerts Kuperus van zijn zuster Attje Jelkes van Eijck, weduwe van Folkert Joukes Kuperus, zoon van de overledene. Petrus Folkerts Kuperus, genoemd als toeziend voogd, is een neef van Folkert Joukes Kuperus.

Citaat uit de akte:
6e (6e comparant) Gerrit Jelkes van Eijck, ontvanger der Rijks Belastingen, wonende te Oosterwierum, als gevolmagtigde volgens onderhandsche procuratie, in dato de dertiende der tegenwoordigen maand December, geregistreerd door daarop geplaatste quitance dus luidende: “Geregistreerd te Leeuwarden: den veertiende December 1800 zeven en twintig, deel 15, folio 137, ontvangen een gulden een cent voor regt en verhoogingen (getekend ADG van Limburg Stirum) - van Attje Jelkes van Eijck, weduwe van wijlen Folkert Joukes Kuperus, naaister, wonende te Oosterwierum, in kwaliteit als moeder en voogdes van haar minderjarige dochter, Folkertje Folkerts Kuperus, bij wijlen gedachte harer man in echte gewonnnen,- geadsisteerd met Petrus Folkerts Kuperus, timmerman wonende te Bozum, als toeziend voogd van dezelve minderjarige – zijnde de aangehaalde procuratie door de gemagtigde geaccepteerd, duidelijk en echt verklaard, na gedane voorlezing aan de tegenwoordige minute geannoteeerd, nadat daarvan op de procuratie zelve melding gemaakt, en zulks door de comparant gemagtigd, de getuigen en den notaris was getekend-------------------------------------------------------------------------------
(transcriptie van de hand van Paul Cuperus, via mail ontvangen
Notitie bij Folkert Joukes: bij huwelijk timmerknecht van beroep.
Notitie bij het huwelijk van Rinse Meinderts en Attje Jelkes: het echtpaar is tijdens het huwelijk woonachtig in Oosterrwierum.
Notitie bij Rinse Meinderts: tijdens z´n huwelijk wagenmakersknecht (1828) te Oosterwierum.
In 1839 wagenmaker te Rien onder Lutkewierum (Hennarderadeel) bij geboorte dochter Janke.
Het gezin kreeg 4 kinderen: Gerrit, Rigtje, Janke en Jelke.

94. Gerrit Hospers, ged. Vriezenveen 19 febr. 1766, † ald. 2 nov. 1809, tr. Vriezenveen 18 mei 1794
95. Janna Eshuis, ged. Wierden 14 nov. 1773, † Vriezenveen 7 juni 1841, tr. 2e Vriezenveen 1812 Klaas Jansen Tutertjen, ged. Vriezenveen 8 juli 1753, † ald. 10 nov. 1817, zn. van Jan Harmsen en Aaltje Klaasen Bramer (ook Hartog) (zie 902,a) en wedr. van Hendrikjen Jansen Onweer.
Uit dit huwelijk:
a. Engbert Hospers, geb. Vriezenveen 7 febr. 1796,58 † ald. 13 nov. 1876, tr. Vriezenveen 18 april 1818 Gesina Nijboer, geb. Vriezenveen 26 april 1793, † ald. 17 jan. 1877, dr. van Roelof Gerrits en Fredrika Lamberts.
b. Maria Hospers, geb. Vriezenveen 14 okt. 1798, † Hengelo 11 okt. 1858, tr. Tubbergen 16 juni 182773 Frans Hendrik Kramer, geb. Urlingshausen (Lippe) 1787, † Hengelo 30 maart 1870, zn. van Berend en Louise Krugers.
c. Hendrikus Hospers, geb. Vriezenveen 11 mei 1801, † ald. 22 maart 1887, tr. Vriezenveen 28 april 1827 Johanna Hoek, geb. Vriezenveen omstr. 1810, † ald. 8 juli 1871, dr. van Hendrik en Hermina Vrielink.
d. Magdalena, zie 47.
e. Hendrik Hospes, geb. Vriezenveen 11 juni 1809, † ald. 23 febr. 1811.

Notitie bij Gerrit: landbouwer, Volkstelling 1795 daghuurder. Woonde op het Hössieserf, huidige nummering Oosteinde 214; (Bron: Ken uw dorp etc. blz. 118).

Met de verbouwing van de hervormde kerk in 1801 droeg Gerrit 1 gulden bij. Zijn broer Hendrik (ook wel Hindrik), die kennelijk inwonend is draagt ook 1 gulden bij. Gezien deze relatief kleine bijdragen zal het vermoedelijk geen gezin zijn geweest dat in welstand leefde.
Notitie bij Janna: In het kadastraal register van 1832 staat Janna Eshuis, als de wed. Klaas Tutertjen vermeld, als eigenares van 2 woningen aan het het Oosteinde, het betrof woningen met een gemiddelde huurwaarde van 12 respectievelijk 15 gulden.
Notitie bij Engbert: landbouwer
Notitie bij Gesina: dienstmeid bij trouwen.
Notitie bij Frans Hendrik: commies der in- en uitgaande rechten bij zijn huwelijk en gestationeerd te Tubbergen.
Notitie bij de geboorte van Frans Hendrik: geboren in 1787 volgens verklaring van getuigen in de huwelijkse bijlagen van zijn huwelijksakte.
Notitie bij het overlijden van Frans Hendrik: bij overlijden gepensioneerd commies en 83 jaar, weduwnaar van Maria Hospers.
Notitie bij Hendrikus: landbouwer bij huwelijk.
volgens het stamboek 203 van militairen was het aangezicht van Hendrikus als volgt: aangezichtt: lang en smal, voorhoofd hoog, ogen blauw, neus: ordinair, mond: idem, kin: spits, haar: wit, wenkbrauwen: idem, merkbare kentekenen: aan de linkerhand -
Notitie bij de geboorte van Hendrikus: gedoopt als Hendrikus zv Gerrit Hospis en Janna Eshuis
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedoopt als Hendrik zoon van Gerrit Hospes en Janna Eshuis.

96. Gerrit Derks Schipper, ged. Vriezenveen 26 dec. 1746, † ald. 17 sept. 1822, tr. Vriezenveen 23 maart 1776
97. Hendrikje Alberts Sandboer, ged. Vriezenveen 17 febr. 1743, † ald. 3 febr. 1821.
Uit dit huwelijk:
a. Gesina Schipper, ged. Vriezenveen 15 febr. 1778, †?.
b. Derk, zie 48.
c. Gerhardus Schipper, ged. Vriezenveen 1782, †?.

Notitie bij Gerrit Derks: landbouwer, bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). Verkreeg het erf door zijn huwelijk met Hendrikje Zandboer. In 1776 wordt er een akte van overdracht getekend door Albert Sandboer voor 2 akkers en de woning aan Gerrit Schipper. Bij de volkstelling van 1795 bestond het gezin uit 4 personen, waaronder de zuster van Hendrikje Sandboer genaamd Geertien, zij doet de aangifte bij de volkstelling van de gezinssamenstelling. Het andere gesinslid zal, naast de ouders Gerrit Schipper en Hendrikje Sandboer, de zoon Derk Schipper zijn geweest.
Op de intekenlijst uit 1801 van bijdragen voor de verbouwing van de "gereformeerde kerk" (=NH-kerk) te Vriezenveen staat Gerrit genoemd met een bijdrage van 25 gulden en "Geertjen Zandboer" gaf 5 gulden, hele bedragen voor die tijd (archief NHkerk Vriezenveen).

06-11-1773 schuldverklaring van Henricus Berentsen en Jenneken Willems Schipper voor de som van 200 gulden á 3 % rente aan Gerrit Derks Schipper (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).

In 1776 regelt schoonvader Albert Santboer de overdracht van huis en twee akkers land aan schoonzoon Gerrit Schipper met het beding dat de andere kinderen, zolang zij ongetrouwd zijn een slaapplaats op het ouderlijk erf blijven houden en ook moet Gerrit hen 700 gulden uit de boedel betalen.

Gerrit en zijn vrouw Hendrikje lenen op 16-5-1790 aan Hendrik Letteboer en Hendrikjen Bramer 70 gulden à 3% rente.
Op 11-8-1800 verstrekt het echtpaar een lening van 1.000 gulden aan Zwier Lammers en Aaltje Steevens tegen 4% rente (bron: familiearchief Schipper).
Notitie bij de geboorte van Gerrit Derks: gedoopt als Garrit
Notitie bij Hendrikje Alberts: kon niet schrijven, ondertekent een overeenkomst met haar vader in 1776 met een kruisje.

98. Derk Jaspers Faijer (dezelfde als 72), tr. Vriezenveen 16 sept. 1787
99. Aaltje Jansen Faijer (dezelfde als 73).

100. Berend Berendsen Roelofsen, ged. Vriezenveen 11 mei 1755, † ald. 20 jan. 1837, tr. Vriezenveen 14 juni 1777
101. Jenneken Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 8 sept. 1754, † ald. 5 dec. 1832.
Uit dit huwelijk:
a. Berend Albert, zie 50.
b. Jan Roelofsen, ged. Vriezenveen 13 okt. 1782, † ald. 20 aug. 1852.
c. Roelof Roelofsen, geb. Vriezenveen 1786, † ald. 3 okt. 1847, tr. Vriezenveen 29 mei 1824 Johanna Jonkman, geb. Vriezenveen 1804, † Vroomshoop (Den Ham) 2 sept. 1868, dr. van Jan Jansen Jonkman (ook Broekhuis) en Alberdina Jonkman.
d. Wicher Roelofsen, geb. Vriezenveen 23 febr. 1793, † ald. 1840, tr. Vriezenveen 2 sept. 1815 Klasijna Stegeman, geb. Vriezenveen 13 juni 1796, dr. van Hendrik en Stijntjen Hendriks.
e. Klaas Berendsen, geb. Vriezenveen 14 jan. 1797.

Notitie bij Berend Berendsen: landbouwer. Woonachtig aan het Oosteinde 161 (huidige nummering). Bron: blz. 93 Ken uw dorp en heb het lief. Het erf staat ook bekend onder de bijnaam "de Roulfs".

Op 5 november 1772 maakt Jenneken Egberts, weduwe van Berent Alberts Roelofs, stiefmoeder van Berend Berendsen Roelofsen haar testament. Tot universeel en enig erfgenaam benoemt ze haar stiefzoon Berent Berents Roelofs, zoon van wijlen Berent Alberts Roelofs. Helaas voor Berend wordt dit in 1779 weer ongedaan gemaakt en wordt de broer van zijn stiefmoeder Gerrit Engberts [Entjen] universeel erfgenaam (bron: archief Huize Almelo, inv. nr. 2677 en 2678).

Bij de volkstelling van 1795 heet hij Berend Albers, zijn beroep is boer en de gezinsgroote is 6 personen. In 1801, bij de intekenlijst voor de verbouwing van de plaatselijke kerk heet hij Berent Berents en draagt hij 15 gulden bij, een substantieel bedrag voor die tijd (archief NH-kerk Vriezenveen). In het register van hoofdgeld van 1779 wordt Berend weer bij de achternaam Albers genoemd. In 1812 (naamsaanneming Napoleon) besluit Berend Albers zich voortaan Roelofsen te noemen.
De volgende kinderen worden in de akte van naamsaanneming genoemd:
Kinderen: Berend Albert (33), Jan (29), Roelof (24) en Wicher (19), allen wonend te Vriezenveen.

Kleinkinderen: Gerrit (2, zv. Berend Albert), Johanna (5, dv. Berend Albert) en Berendina (½, dv. Berend Albert), allen wonende te Vriezenveen.
(Bron: André Idzinga; Vriezenveners.nl)
Notitie bij de geboorte van Berend Berendsen: gedoopt als Berend zv Berend Albert Roelofz en Trijntje Berends Holland
Notitie bij Jenneken Wolters: vroedvrouw
Notitie bij Jan: in zijn overlijdensakte van 1852 staat vermeld dat Jan wever van beroep was.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt Jan zv Berend Berendz en Jennegjen Wolters Schipper.
Notitie bij het overlijden van Jan: overleden in de woning gelegen aan de 2e wijk Oosteinde.
Notitie bij Roelof: timmerman bij huwelijk.
Notitie bij de geboorte van Roelof: geen doop traceerbaar, geboorteverklaring te vinden in de huwelijkse bijlagen van het huwelijk van Roelof Roelofsen in 1824 (akte nr. 9).
Notitie bij het overlijden van Roelof: volgens overlijdensakte 61 jaar oud geworden.
Notitie bij de geboorte van Johanna: bron: huwelijkse bijlagen van haar eigen huwelijk, geen doop traceerbaar. Datum geboorte of doop onbekend.
Notitie bij Wicher: landbouwer
Notitie bij de geboorte van Wicher: gedoopt als Wijgher zv Berent Berentsen en Jennegien Wolters Schipper, ook bij zijn huwelijk als Wijgher vermeld, hoewel hij als "Wicher"de handtekening onder de huwelijksakte plaatst. In de Overlijdensakte gewoon als Wicher vermeld.
Notitie bij het overlijden van Wicher: overleden in het huis in de 6e wijk, staande aan het Westeinde nummer 379.
Notitie bij het huwelijk van Klasijna en Wicher: opmerking: bruidegom en bruid wonende te Vriesenveen; bruidegom voorheen Wijgher Berentzen; vader bruidegom voorheen Berend Berentzen.

Wijgher ondertekent de huwelijksakte met als naam: "Wicher Roelofsen".
Notitie bij Klasijna: bij huwelijk boerenknecht.
Notitie bij de geboorte van Klaas: gedoopt als Klaas zv Berent Berents en Jennigien Wolters Schipper

102. Garrit Bramer, ged. Vriezenveen 17 nov. 1726, † ald. 25 okt. 1811, tr. 1e Vriezenveen 26 okt. 1754 Aeltjen Evertman, ged. Vriezenveen 24 okt. 1728, † ald. vóór 1761, dr. van Hendrik Hendriksen en Aeltjen Geerts; tr. 2e Vriezenveen 17 jan. 1761 Jennegjen ten Cate, ged. Vriezenveen 9 mei 1734, † ald. vóór 1780; tr. 3e Vriezenveen 2 dec. 1780
103. Hendrikje Jonker, ged. Vriezenveen 5 maart 1747, † ald. 16 dec. 1819.
Uit dit huwelijk:
a. Jenneken Bramer, ged. Vriezenveen 7 sept. 1781, † ald. 21 dec. 1859, tr. Vriezenveen 13 febr. 1814 Jan Engberts, ged. Vriezenveen 27 maart 1791, † ald. 13 juni 1833, zn. van Gerrit en Aleijda Roelofs.
b. Hendrik Jan Bramer, ged. Vriezenveen 29 juni 1783,74 † ald. 1813.
c. Johanna Bramer, ged. Vriezenveen 8 jan. 1786, † ald. 21 april 1858, tr. Vriezenveen omstr. 1810 Gerhardus Wessels, ged. Vriezenveen 1787, † ald., zn. van Hendrik en Jenneken Roelofs.
d. Hendrika, zie 51.

Notitie bij Garrit: landbouwer, en mogelijk in 1785 verwalter-schultus (loco-burgemeester) (kan trouwens ook een andere Gerrit Bramer zijn geweest, maar aangezien Gerrit in de plaats trad van Frerik Bramer als verwalter scholtus vanwege diens overlijden, lijkt het voor de hand te liggen dat Gerrit zijn broer hem opvolgde (akte van aanstelling op 27-1-1773). Gerrit moet in de buurt van Oosteinde 193 (Ééms) (huidige nummering) hebben gewoond. Heeft het ouderlijk erf overgenomen. Wordt bij de volkstelling van 1795 genoemd als naaste buur van Engbert Beerens (Ééms) is van beroep boer en het gezin omvat dan 7 personen.
In 1760 met het hoofdgeld wordt het gezin aangeslagen voor 4 personen en moet 1,90 betalen, dat is zo´n 0,47 per persoon. Dit ligt aardig boven het gemiddelde voor Vriezenveen van 0,39 p.p. in dat jaar.
Beschikt volgens het boterpachtkohier van 1763 maar liefst 7 akkers land. In 1801 draagt Gerrit 15 gulden bij voor de verbouwing van de plaatselijke kerk (Archief: NH kerk Vriezenveen).
Gerrit Bramer had net als zijn vader een groot vermogen dat in het kohier van de 1.000e penning uit 1734 geschat wordt op 2475 gulden. Daarmee behoorde hij tot de allerrijksten van het dorp. Gerrit zelf komt in het register van de 1.000e penning van 1758 voor met een geschat vermogen van 2384 guldens.

het echtpaar Bramer-Evertman maakt op 3 maart 1755 een testament. Gerrit legateert aan zijn vader Hendrik zijn legitieme portie. Ditzelfde doet Aaltjen voor haar vader Hendrik Evertman. Kleding komt de naaste vrienden en verwanten toe. De armen komt 50 gulden toe, door de langstlevende uit te keren nahet overlijden van de eerste. Verder is het een langslevende testament (archief: schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).
Notitie bij de geboorte van Garrit: gedoopt als Gerrith zv Hendrijk Freriksen Braemhaer en Hendrijkjen Hendrijksen. Heet later doorgaans Garrit of Garret.
Notitie bij het overlijden van Garrit: zoon Hendrik Jan, in 1811 28 jaar en landbouwer en buurman Engbert Berends, landbouwer en 54 jaar doen aangifte van het overlijden van Gerrit.
Notitie bij het overlijden van Hendrikje: overleden Oosteinde 93 (toenmalige nummering)
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt Jenneken dv Garret Bramer en Hendrikjen Jonker.
Notitie bij het huwelijk van Jan en Jenneken: originele akte verbrand 01 10 1814; opnieuw opgesteld tijdens zitting; regtbank Almelo 20 05 1815
Notitie bij Jan: landbouwer (bron: huwelijksakte 1814).
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als Jan zv Gerrit Engeberts en Aleijda Roelofs
Notitie bij Hendrik Jan: geeft in 1811 het overlijden van z’n vader aan, is dan landbouwer en 28 jaar en z’n vader is overleden in de woning van Hendrik Jan Bramer.
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jan: gedoopt als zoon van "Gerrit Bramer en Hendrikjen Jonker".
Notitie bij Johanna: In 1808 is ze in het belastingkohier op de qoutisatie genoemd als inwonend bij de predikant van Laar. Ze zal dienstbode bij hem zijn geweest.
Notitie bij Gerhardus: landbouwer (bron: geb. akte zoon Hendrik 1817) en overlijdensakte vrouw Johanna Bramer (1858)

104. Jan Jansen (Nijen, Kleine) Twilhaar, geb. Hellendoorn omstr. 1743, † Hellendoorn (Noetsele) 26 nov. 1815, tr. 1e Hellendoorn 9 juli 1763 Janna Freriks, geb. Hellendoorn (?) omstr. 1740, † Hellendoorn vóór 1781; tr. 2e Hellendoorn 21 mei 178175 Gerritdina Willemsen Slaats, geb. Wierden omstr. 1750, † Hellendoorn vóór 1789; tr. 3e Hellendoorn 22 maart 1789
105. Hendrikjen (Hendrika) Derksen Poelakker (ook Bolhoeve), ged. Hellendoorn 21 maart 1760, † ald. 24 febr. 1801.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Twilhaar, ged. Hellendoorn 17 jan. 1790, † ald. 26 jan. 1867, tr. 1e Hellendoorn 7 mei 18184 Gerritdina Wemenkamp, geb. Hellendoorn 15 jan. 1798, † ald. 20 nov. 1835, dr. van Hendrik Wemekamp en Janna Jannessen; tr. 2e Hellendoorn 16 juni 1839 Fenne Jansen van den Berg, ged. Hellendoorn 16 dec. 1802, † ald. 10 aug. 1845, dr. van Berend Jansen aan den Berg en Jenne Gerrits.
b. Jan Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 16 jan. 1791, †?.
c. Jan, zie 52.
d. Jan Hendrik Nijen Twilhaar, ged. Hellendoorn 28 dec. 1797, † Vriezenveen 7 aug. 1856, tr. Hellendoorn 5 april 1819 Harmina Plasman, geb. Hellendoorn 16 aug. 1796, † Vriezenveen 19 juni 1869, dr. van Gerrit Jan Hendriks op’t Plasman en Janna Egberts.
e. Hendrik Jan Twilhaar, geb. Hellendoorn 20 april 1800, †?.
f. Dine Nijen Twilhaar, geb. Hellendoorn 20 april 1800, †?.

Notitie bij Jan Jansen: bouwman (volkstellin 1795), aantal gezinsleden 7.
Jan verwierf op 31 mei 1762 het zogenaamde Kleine Twilhaar, dat later kennelijk Nijen Twilhaar heet. In 1762 is er bij de schout van Hellendoorn door de toenmalige eigenaren van dit boerenerf een "Contract van Alimentatie" opgemaakt. Het waren Jan Egberts van den Kleijnen Twilhaar en zijn echtgenoot Marie Jansen. Jan Egberts was eerder gehuwd geweest met Janna Jansen Twilhaar en zijn huwelijken hadden slechts één zoon opgeleverd (Gerrit Jan gedoopt 17-11-1748), die kennelijk jong is overleden.
Het kontrakt werd aangegaan met Jan Jansen van den Grooten Twilhaar die geassisteerd wordt door zijn vader Jan Gerrits en moeder Jenneken Harmsen. Hier moet toch wel haast een familierelatie tussen beide families liggen, maar hoe dit precies zit heb ik nog niet kunnen ontdekken.
Jan Jansen van den Groote Twilhaar (later Nijen Twilhaar genoemd) neemt de plicht op zich Jan Egberts en Marie Jansen te onderhouden tot hun dood en daarna verplicht hij zich hen "eerlijk te doen begraven". Hij neemt ook alle verplichtingen en schulden van het echtpaar over. Dit levert hem het boerenerf op en de gehele inboedel. De oude lui verkrijgen nog het recht voor eigen onderhoud 4 schapen, 2 ooien en 2 geiten te houden. Vermeld wordt dat Jan niet kan schrijven en ook geen zegel gebruikt. (Bron: Archief Schoutambt Hellendoorn inv. nr.15).

In het Gerechterlijk archief is een akte te vinden gedateerd 21-3-1789 waarbij een aantal zaken werden geregeld voor de twee onmondige kinderen uit het eerdere huwelijken van Jan met Gerdiene Slaat, het zijn de kinderen Janna en Hendrike. In de akte staat dat verschenen is Jan Jansen Nijen Twilhaar, laatst weduwnaar van wijlen Gerritdina Slaat, nu gehuwd met Hendrikje Derks van´t Bolhoeve! (RA Hellendoorn inv. nr. 18).
Bij zijn overlijden staat vermeld dat hij arbeider is.

Jan is overleden oud 72 jaar arbeider van beroep volgens de overlijdensakte. Genoemd tijdens de volkstelling van 1748 als kind onder de 10 jaar. Zijn doop is niet traceerbaar. Jan verwekt een groot aantal kinderen en huwt diverse malen.
Na het overlijden van zijn 3e vrouw verwekt hij nog een onecht kind bij ene Dine Gerrits arbeidster. De dochter die hier uit voortvloeit heet Hendrika Nijen Twilhaar en wordt op 1-8-1803 in Hellendoorn ten doop gehouden. Het was in successie het 15e kind van Jan Jansen Nijen Twilhaar!
Ook volgens de huwelijksregistratie van zoon Gerrit in 1818 te Hellendoorn blijkt dat Jan Jansen Nijen Twilhaar arbeider is, mogelijk had hij er een keuterbedrijfje bij.
Het Twilhaar is overigens naast een erfnaam ook een boeren streeknaam. De streek ligt zuidelijk van Hellendoorn, westelijk van waar nu Nijverdal is gelegen. In het hoofdgeldkohier uit 1723 (bron: Statenarchief Overijssel) staat de Twilhaar onder de buurtschap Noetsele opgenomen. Dit stemt overeen met de overlijdensinformatie van Jan waar ook vermeld staat dat Jan te Noetsele woont.

In de huwelijksakte van dochter Hendrika uit 1827 staat dat haar vader ook wel Jan Jansen wordt genoemd
Notitie bij de geboorte van Jan Jansen: geboortejaar ontleend aan leeftijd in overlijdensakte
Notitie bij het overlijden van Jan Jansen: in de overlijdensakte staat vermeld dat Jan Jansen Nijen Twilhaar te Noetsele woont en 72 jaar oud is geworden, en overleden is in zijn woning in de buurscap Noetsele nummer 39 is overleden, verder wordt er geen info gegeven.
Het overlijden wordt aangegeven door Jan Hoekjen 56 jaar en Jan Heetkamp 50 jaar naburen.
Notitie bij Hendrikjen (Hendrika) Derksen: Hendrika werd ook wel Bolhoeve genoemd. de naam Bolhoeve kan afgeleid worden uit een akte gedateerd 21-3-1789 waarbij een aantal zaken werden geregeld voor de twee onmondige kinderen uit het eerdere huwelijken van Jan met Gerdiene Slaat, het zijn de kinderen Janna en Hendrike. In de akte staat dat verschenen is Jan Jansen Nijen Twilhaar, laatst weduwnaar van wijlen Gerritdina Slaat, nu gehuwd met Hendrikje Derks van´t Bolhoeve! (RA Hellendoorn inv. nr. 18).
In het militiecertificaat van zoon Jan uit 31 maart 1819 staat als naam van de moeder: Hendrikje Derksen Poelakker
Notitie bij de geboorte van Hendrikjen (Hendrika) Derksen: gedoopt Swaantjen en Hendrikjen 21 maart 1760 kinderen van Dek Albers en Jennigjen Hendriks
Notitie bij het overlijden van Hendrikjen (Hendrika) Derksen: (bron: huwelijkse bijlagen zoon Gerrit huwelijk 1818).
Notitie bij het huwelijk van Jan Jansen en Hendrikjen (Hendrika) Derksen: bij het huwelijk staat vermeld dat Hendrikje woont op den Poelakker in Hellendoorn of ze hier meid was of zelf van dit boerenerf afkomstig was is onduidelijk.
Jan Twilhaar weduwenaar van Gerhardine Wilmsen Slaat met Hendrikjen Derksen j.d. wonende bij den Polakker in het kerkdorp
Notitie bij Gerrit: bij huwelijk boerenknecht en gewoon Twilhaar genoemd en zoon van Jan Twilhaar en Hendrikje Derksen. Bij zijn 2e huwelijk wordt hij dan weer Nijen Twilhaar genoemd en landbouwer van beroep.
Notitie bij de geboorte van Gerrit: Gerrit gedoopt 17 januari 1790 zv Jan ‘t Wilhaar onder ‘t kerkdorp en Hendrikjen Derksen
Notitie bij Gerritdina: bij huwelijk boerenmeid.
Notitie bij het overlijden van Fenne Jansen: bij overlijden 42 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Jan: Jan gedoopt 16 januari 1791 zv Jan Twilhaar onder het kerkdorp en Hendrikjen Derksen.
Notitie bij Jan Hendrik: bij huwelijk boerenknecht, het eerste kind wordt in 1819 geboren te Vriezenveen, Jan Hendrik verklaart dan niet te kunnen schrijven. Echter in 1821 tekent hij de geboorteakte van Johanna Berendina Schipper gewoon met zijn naam. Hij is dan landbouwer en 23 jaar.
Notitie bij de geboorte van Jan Hendrik: Jan Hendrik gedoopt 28 december1797 zv "Jan Jansen op den Nijen Twilhaar, de moeder Hendrikjen Derksen ten doop gepresenteert door de vader zelfs; de vader als getuige"
Notitie bij het overlijden van Jan Hendrik: bij overlijden genoemd Jan Hendrik Twilhaar, de zoon van Jan Nijen Twilhaar en Hendrikje Poelakker
Notitie bij Harmina: bij huwelijk boerenmeid
Notitie bij het overlijden van Harmina: bij overlijden 72 jaar oud
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jan: Hendrik Jan en Dine gedoopt 27 april 1800 kinderen van "Jan Jansen op den Nijen Twilhaar, op den Twilhaar, de moeder Hendrikjen Derks".
Notitie bij de geboorte van Dine: Hendrik Jan en Dine gedoopt 27 april 1800 kinderen van "Jan Jansen op den Nijen Twilhaar, op den Twilhaar, de moeder Hendrikjen Derks".

106. Hendricus Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn), ged. Hellendoorn 16 jan. 1752, † ald. 13 nov. 1827, tr. Hellendoorn 5 juni 1796
107. Maria Schuttevaars, ged. Hellendoorn 7 juni 1767, † Hellendoorn (Eelen) 11 maart 1846.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika, zie 53.
b. Berent Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 7 juli 1799, †?.
c. Aeltjen Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 20 jan. 1803, ged. Hellendoorn 23 jan. 1803, †?.
d. Jan Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 14 april 1806, †?.
e. Hendrik Timmerman, geb. Eelen (Hellendoorn) 30 mei 1808, †?.

Notitie bij Hendricus: landbouwer, evenals zijn vader ook wel Uylenspiegel genoemd naar het boerenerf van die naam waar het echtpaar op woonde. Wordt al in 1797 (bij doop van Hendrika) met de naam Timmerman aangeduid.
Bij zijn overlijden evenwel aangeduid als arbeider.
Notitie bij het overlijden van Hendricus: in de overlijdensakte staat vermeld, arbeider 75 jaar, zoon van wijlen Hendrik Timmerman en Aaltje Hendriks.
Notitie bij Maria: Maria was tijdens haar huwelijk woonachtig te Zwolle. Volgens het attestatieregister van de gereformeerde kerk van Hellendoorn vertrok "Marie Schuttevaar"11 april 1786 naar Zwolle.
Notitie bij het overlijden van Maria: bij de overlijdensakte staat vermeld, 79 jaar, zonder beroep weduwe van Hendrikus Hendriksen, dochter van Barend Schuttevaar en Janna Essen, wonend in het buurtschap Eelen, wijk D nummer 51.

108. Gerrit Berendsen Smelt de boer, ged. Vriezenveen 10 juni 1742, † ald. 29 nov. 1809, tr. Vriezenveen 19 okt. 1765
109. Jenneken Jansen Aman, ged. Vriezenveen 5 juni 1740, † ald. na 1795.
Uit dit huwelijk:
a. Berent Gerrits Smelt, ged. Vriezenveen 31 aug. 1766, † ald. 2 mei 1832, tr. Vriezenveen 19 mei 1792 Jennegjen Jaspers Faijer (zie 144,c).
b. Janna Smelt, ged. Vriezenveen 21 maart 1773, † ald. 3 aug. 1857, tr. 1e Evert Jan Neurdink, ged. Hellendoorn 21 april 1782, † Vriezenveen 4 febr. 1850; tr. 2e vóór 1797 Berend Kobes.
c. Jan Gerrits, zie 54.
d. Jenneken Smelt, ged. Vriezenveen 16 mei 1779, † ald. 5 nov. 1857, tr. Vriezenveen omstr. 1805 Harmen Bokdam, ged. Vriezenveen 4 okt. 1778, † ald. 25 maart 1843.
e. Magdalena Smelt, ged. Vriezenveen 11 aug. 1782, † ald. 19 mei 1860, tr. 1e omstr. 1806 Adolph Koster, ged. Vriezenveen 15 febr. 1778, † ald. 30 sept. 1812; tr. 2e Vriezenveen 17 dec. 1814 Albartus Veldhuijs, ged. Vriezenveen 1 aug. 1784, † ald. 16 april 1847.

Notitie bij Gerrit Berendsen: turfschipper bewoonde Oosteinde 226 (zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 122). Volkstelling 1795 beroep schipper, de vrouw van Gerrit doet aangifte van de gezinsgrootte, deze is 7 in getal. Met de collecte voor de vernieuwbouw van de kerk in 1801 doneert Gerrit Smelt de boer, niets. Inwonende neef Mannes Kenkhuis doneert 1 gulden (was de zoon van Jan Berends Kenkhuis en Hendrika Jansen Aman).
handelde in turf incompagnonschap met zijn schoonvader AaJan en Jan Wesselman uit Geesteren, laatstgenoemde daagt Gerrit Bererndsen Smelt op 20 juni 1772 voor het schoutengerecht om op hem te verhalen een bedrag van 26 gulden vanwege in compagnonschap verhandelde en afgeleverde turf (bron: archief Sch. ambt Vrveen inv. nr. 29).

20 juni 1772 Jan Wesselman te Geesteren daagt Gerrit Berentsen Smelt voor het gericht om schadeloos gesteld te worden voor de som van 26 gulden voor in het jaar 1768 afgeleverde turf aan Gerrit Berendsen Smelt en diens schoonvader AaJan die een compagnonschap in turfhandel hadden (bron: archief Sch. ambt Vrveen inv. nr. 29 foto 118).

8-5-1773 Gerrit Braeger van Geesteren daagt Gerrit Berends Smelt alias d’Boer voor het schoutengericht vanwege een schuld van 15 gulden en 10 stuivers vanwege aan hem en wijlen zijn schoonvader Jan Aman geleverde turf. Gerrit Smelt ontkent turf van Braijer te hebben gekocht en heeft deze ook niet geleverd gekregen. Gerrit Smelt wordt toch verplicht de schuld te betalen, de turf was aan zijn schoonvader geleverd en hij zou deze betalen. (bron: archief Sch. ambt Vrveen inv. nr. 29 foto 137).


Gerrit Smelt en Wicher Berkhof leidden een opstand van Vriezenveense turfschippers in 1798 (tijd van de Franse revolutie) tegen de tollen die ze op verschillende doorvaarten moesten betalen (Bavesbeek?) aan de heer van Weleveld. Gerrit Smelt en zijn knecht en de zoon van Hoff Berend vernielden de tolslagboom. Gerrit Smelt de Boer wordt veroordeeld tot het betalen van 100 zilveren ducatons "ten profijte van het Bataafse Volk, plus de kosten van het proces" (zie Herman Jansen in Ken uw dorp en heb het lief, blz.168).

Is in 1766 (2 weken of ruim 2 weken voor 31 juli 1766) verdachte in en proces dat ging over de breedte van schuiten die moeilijk onder de brug (bij het Meulenbelt) zouden kunnen varen waarbij met bijlen stukken van de palen van de brug zouden zijn afgehakt om de doorvaart mogelijk te maken. Gerrit eigenaar van een te brede schuit, zou zich met vandalisme hebben ingelaten door afkapping van de brugpeilers. De boten (een 11-tal) waren naar de "woeste veenen" gegaan om hooi en gemaaid gras op te halen. (HAA inv. nr. 3045).
Notitie bij de geboorte van Gerrit Berendsen: gedoopt Gerrith zv Berend Jansen Smelt en Jennegjen Hendrijks
Notitie bij het overlijden van Gerrit Berendsen: op de 29e van de slachtmaand 1809 wordt door zoon Jan Gerritsen Smelt aangegeven het overlijden van zijn vader Gerrit Berendsen Smelt.
Notitie bij Berent Gerrits: landbouwer (bron: overlijdensregistratie). Volkstelling 1795: schipper.
volgens dagboek van Jan Kruijs was Berent in 1822 wijkmeester.

op 1 december 1814 mishandelt Berend Jan Fikkert, dit leidt tot een gevangenisstraf van 1 maand in het Huis van Bewaring te Almelo en een geldboete van 8 guldens (bron: Rechtbank van Eerste Aanleg Almelo inv. nr. 177). Berent was toen volgens zijn verklaring 49 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Berent Gerrits: gedoopt als zoon van: "Gerrit Berendz Smelt en Jennegjen Jansen".
Notitie bij het huwelijk van Jennegjen Jaspers en Berent Gerrits: trouwregistratie luidt als volgt: "Berent Smelt Z. van Gerrit Smelt en Jenneken Jaspers D. van Jasper Lucas en Johanna Derksen Feijer J.D. geboortig en woonende beide alhier"
Notitie bij de geboorte van Jennegjen Jaspers: bij doop alleen vaders naam genoemd "Jasper Lukassen"
Notitie bij Janna: kon niet schrijven.

110. Jannes Tromp, ged. Vriezenveen 13 sept. 1744, † ald. 2 dec. 1809, tr. 1e Vriezenveen 7 dec. 1765 Swennigjen Harmsen Tromp, geb. _ omstr. 1745, † Vriezenveen vóór 5 april 1777, dr. van Harmen; tr. 2e Vriezenveen 20 april 1777
111. Janna Frielink, ged. Vriezenveen 26 sept. 1745, † ald. 30 dec. 1823.
Uit dit huwelijk:
a. Johanna, zie 55.
b. Falina Katrina Tromp, ged. Vriezenveen 12 febr. 1786, † ald., tr. Gerrit de Wit(te), ged. Vriezenveen 26 aug. 1781, † ald., zn. van Harmen Berends en Kunnegjen Jansen.

Notitie bij Jannes: ook Johannes genoemd (Bij zijn 2e huwelijk in 1777). wever van beroep. Bij zijn eerste huwelijk met Swennigjen Harmsen Tromp staat vermeld, onlangs gewoond hebbende te Meppel.
oudste kind van het gezin Egbert Jansen Tromp. Bewoonde een woning in de buurt van de pastorie, vermoedelijk hetzelfde huis dat vader Egbert tijdens de volkstelling van 1748 bewoonde, toen naast de predikant op de overzichtslijst genoemd. Met de volkstelling van 1795 wordt zoon Jannes ook in deze buurt genoemd als gezinshoofd van 6 personen en met als beroep wever.

Op 14 januari 1786 worden Johannes Tromp en Janna Vrielink voor het schoutengericht gedaagd vanwege uitstaande schulden, vanwege in 1783 gekochte manufacturen bij de firma van Meister & Compagnie te Zutphen voor een som van 171 guldens en 15 stuivers (bron: Schoutenarchief Vriezenveen inv. nr. 31). Op 12 juni 1786 wordt tot publieke verkoop van huisraad overgegaan.
-1 een blauwe koe, gekocht door Albert Prinsen voor 16 gld
-2 een zwarte koe, gekocht door Albert Prinsen voor 16 gld
-3 een koekribbe, gekocht door Richter Berends voor 2 gld
-4 een kast aan de westzijde, gekocht door Albert Prinsen voor 2 gld 11 st.
-5 een stapelkist, staande achter de kast aan de westzijde, gekocht door Albert Prinsen voor 3 gld 11 st.
-6 4 tinnen borden, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld 16 st.
-7 een boterkarn, gekocht door Albert Prinsen voor 5 st.
-8 4 vaten, gekocht door Albert Prinsen voor 10 st.
-9 een emmer, gekocht door Albert Prinsen voor 4 st.
10- 2 ijzeren potten, gekocht door Richter Berends voor 1 gld.
11- een koffieketel, een haak en een tang, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld. 11 st.
12- een spiegel, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld. 1 st.
13- 11 bonte en een witte schotel, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld. 11 st.
14- 8 bonte borden, gekocht door Albert Prinsen voor 8 st.
15- 2 koperen schalen met een balans, gekocht door Albert Prinsen voor 3 st.
16- een koperen ketel, gekocht door Albert Prinsen voor 2 gld. 1 st.
17- een hangijzer en een bakpan, gekocht door Albert Prinsen voor 2 st.
18- een baktrog, gekocht door Albert Prinsen voor 16 st.
19- een ......, gekocht door Albert Prinsen voor 6 st.
20- 21 tinnen lepels, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld.
21- een masterpad peperdoos en ...., gekocht door Albert Prinsen voor 11 st.
22- 8 stoelen, gekocht door Albert Prinsen voor 12 st.
23- een bed met toebehoren, zoals door hem en zijn vrouw beslapen, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld. 13 st.
24- een weefgetouw, gekocht door Albert Prinsen voor 1 gld.
25- een paar gordijnen voor een bedstee, gekocht door Albert Prinsen voor 5 st.
26- een wane, twee turfkorven, twee witte en vier andere eerden kappen, gekocht door Albert Prinsen voor 4 st.
27- 3 kleine tinnen kommen, koper Richter Berends voor 1 gld.
Totaalsom: 58 gld en 3 st.
(bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 31).

12 december 1786 eisen de schuldeisers Meister & Compagnie te Zutphen de verkoop van het huis waarin Jannes Tromp woont, om de oevrige schulden nog betaald te krijgen. De vader Egbert Tromp die de eigenaar van de woning is -die volgens verklaring ook al door zijn vader werd bewoond- protesteert en ook de kerkmeester Wicher Jansen komt opdraven voor het schoutengericht en verklaart dat de familie reeds geruime tijd door de diaconie wordt onderhouden en de woning eigenlijk zou moeten toebehoren aan de diaconie.
Verkocht wordt enkel:
een perceel grasland in het Olde Scholsland, 1 wand groot voor 15 guldens en 15 stuivers. koper is geworden dr. Ant. Berends.
(bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 31).

Jannes Tromp en zijn vader Egbert Tromp hebben een armoedig bestaan gekend. Beiden werden door de diaconie onderhouden. Het gevolg is dat ze hun woning op 12-12-1786 aan de diaconie moeten afstaan, dit ingevolge een Besluit van Ridderschap en Steden (Bron Gemeentearchief Vriezenveen, zwarte boekjes deel XXV, blz.30). De woningen rond de pastorie behoren volgens de kadastrale informatie van 1832 inderdaad de Hervormde kerk toe (dus niet alleen de voormalige woning van de Tromps).

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668):
-08-12-1794 verkoop van een halve akker woestenland door Jannes Tromp voor 22 gulden aan Albert Harms.

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 5711):
-31-12-1803 aankoop van een halve akker bovenwegsland van de wed. Schol voor 48 gulden.
Notitie bij Janna: Ook Vrielink e.a. variaties. bij haar huwelijk staat nagelaten dochter van Jan Frielink alhier. bij haar huwelijk heet ze Johanna, bij haar doop Janna.
Zij heeft voor haar huwelijk gewerkt in de huishouding van Albert Costers. Dit blijkt uit een document uit het archief van Huize Almelo (inv. nr. 3066), waarin ze als getuige optreedt. Ook blijkt uit dat stuk, opgemaakt in januari 1778 dat ze dan omtrent 33 jaar oud is.
Notitie bij de geboorte van Janna: doopregistratie luidt aldus: Janna dv Jan Vrielink en Mientjen Hendrijksen
Notitie bij het overlijden van Janna: In de overlijdensakte staat vermeld. zonder beroep, oud 79 jaar, weduwe van Jannes Tromp, wever van beroep, dochter van wijlen Jan Vylink en Mina Hendriks. Overleden aan het Westeinde 217 (toenmalige nummering).
Notitie bij het huwelijk van Jannes en Janna: de huwelijksregistratie luidt als volgt: "Johannes Egbertz. Weduwenaar van Swaantjen Harmzen en Johanna Freilink ND van Jan Frrielink beyde alhier"
Notitie bij de geboorte van Falina Katrina: dgedoopt als Falina Katrina dv Jannes Tromp en Janna Vrielink
Notitie bij Gerrit: timmerman, bron: geb. akte zoon Jan in 1814.
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als Gerrit zv Harmen Berendz en Kunnegjen Jansen

112. Willem Bramer, geb. Vriezenveen 15 sept. 1771, † ald. 30 jan. 1834, tr. Vriezenveen 23 nov. 1794
113. Frederika Alberts, ged. Vriezenveen 9 dec. 1770, † ald. 18 aug. 1837.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrijka Bramer, geb. Vriezenveen 11 aug. 1796, † Almelo stad 26 april 1873, tr. Almelo, stad 2 dec. 18204 Jan Hendrik Frielink, geb. Almelo stad omstr. 1791, † ald. 12 maart 1858, zn. van Jan en Hermina Bakkers.
b. Hendrik, zie 56.
c. Johanna Gesina Bramer, geb. Vriezenveen 22 juli 1802, †?.
d. Fredrik Bramer, geb. Vriezenveen 25 nov. 1804, † Delden stad 30 jan. 1870, tr. Delden stad 24 maart 18294 Maria ter Meulen, geb. Delden stad omstr. 1799, † ald. 9 nov. 1871, dr. van Janna ter Meulen.
e. Albert Bramer, geb. Ambt Vollenhove 12 sept. 1808, ged. Vriezenveen 18 sept. 1808, † ald. 21 okt. 1858, tr. Vriezenveen 4 mei 1833 Gerritdina Tromp, geb. Vriezenveen 26 jan. 1801, † ald. 21 juni 1863,4 dr. van Jan Waanders en Zwennigjen Gerrits.
f. Johannes Bramer, geb. Vriezenveen 4 sept. 1812, † ald. 2 maart 1814.15

Notitie bij Willem: wever (volkstelling 1795) en landbouwer oa bij overlijden (1834). Bewoonde later het Gjöttenspil, de boerderij, gelegen aan het Westeinde 144 huidige nummering (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 188). Bewoonde deze boederij zelf. Deze had in 1832 een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden (zie mijn scriptie). Viel daarmee in belastingklasse 6.
verklaart bij de geboorte van zoon Johannes in 1812 het schrijven niet machtig te zijn. Ook bij het huwelijk van dcohter Hendrijka te Almelo in 1820 verklaren de vader en de moeder van de bruid niet te kunnen schrijven.
Aanvankelijk had Willem, die volgens de volkstelling van 1795 wever was, een stukje oostelijker op het Westeinde gewoond. In 1808 in het kohier van de personele quotisatie staat hij vermeld op de locatie, waar zijn vader bij de volkstelling van 1795 nog vermeld stond. Het lijkt er op dat zijn vader toen overleden was en hij het vaderlijke erf betrokken heeft. Zijn besteedbaar inkomen is niet erg hoog te noemen. Dit wordt in 1808 lager geschat dan 50 gulden en dat was het inkomen dat ook een boerenarbeider of een dienstbode genoot (bron: quotisatiekohier 1808).
Later zal hij het pand geerfd hebben van zijn ongehuwde tante Trijntje Bramer die het "Gjöttenerf" bewoonde. Hij zal toen qua inkomen een wat betere positie hebben verworven, hoewel ook Trijntje volgens het kohier op de personele quotisatie van 1808 niet echt hoog scoorde wat inkomen betreft. Haar inkomen werd geschat op 50 tot 75 gulden.

Inderdaad wordt dit bevestigd met de volgende archiefvondst:
21 febr 1801 testeert: Trientjen Bramer met als momber Wigger Jansen verklaart dat haar iniversele erfgenaam is haar neef Willem Bramer die uit de boedel dient uit te keren aan haar neef Barttus Bramer de som van 50 gulden, haar nicht Hermina Bramer en aan de diakenen van de Gereformeerde Gemeente van Vriezenveen 25 guldens (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij de geboorte van Willem: gedoopt als Willem zv Hendrik Bramer en Anna Bramer
Notitie bij het overlijden van Willem: heet bij overlijden de zoon te zijn van Hendrik Bramer en Annigje Hartog.
Notitie bij het overlijden van Frederika: bij het overlijden staat als beroep vermeld landbouwerse.
Notitie bij het huwelijk van Willem en Frederika: de huwelijksregistratie luidt als volgt: "Willem Bramer Z. van Hendrik Bramer en Anna Hartog J.M. en Frederijka Alberts D. van Albert Gerrits en Hendrikjen Janzen".
Er vindt ook een ondertrouwregistratie te Almelo plaats op 24 oktober 1794:
24 Oct 1794; 10 Nov 1794; met att. naar Vriezenveen; Willem; Bramer; te Vriezenveen; Hendrik; Bramer; Johanna; Hartog; Frederika Alberts; geb Vriezenveen, won Almelo; Albert Gerrits; ; Hendrikjen Janssen; bron: Afina Broekman.
Kennelijk was Fredrika ten tijde van haar huwelijk dienstmeid te Almelo.
Notitie bij Hendrijka: als beroep dienstbaar (1820 bij huwelijk).
Notitie bij de geboorte van Hendrijka: gedoopt als dochter van Willem Bramer en Frederijka Alberts
Notitie bij Jan Hendrik: bakker bij huwelijk (1820) is dan weduwnaar van Fenneken Harmsen.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendrik: bij overlijden genaamd Jan Hendrik Vrielink, 66 jaar oud, zoon van Jan Vrielink en Hermina Bakker
Notitie bij Fredrik: bij huwelijk dienstknecht en landbouwer bij overlijden. Nakomelingen noemen zich ook wel Braamer. Ook nazaten in Duitsland met de naam Bramer (oa Gildehaus).
Notitie bij het overlijden van Maria: bij overlijden 72 jaar en vermeld staat dat Maria geboren is te Delden stad.
Notitie bij Albert: koopman en winkelier (bron: overlidensregistratie). Bij huwelijk in 1833 kleermaker van beroep.
Notitie bij de geboorte van Albert: volgens de overlijdensakte zou Albert geboren zijn in het Ambt Vollenhove.
Notitie bij het overlijden van Albert: bij overlijden 50 jaar oud, winkelier en koopman, echtgenoot van Gerritdina Tromp zv Willem Bramer en Fredrika Alberts beiden overleden.
Notitie bij Gerritdina: winkelierster (bron: overlijdensakte)
Notitie bij de geboorte van Johannes: bij doop genoemd de zoon van Willem Bramer en [per abuis] Hendrika Alberts
Notitie bij het overlijden van Johannes: opvallend is het grote verschil tussen datum van overlijden en aangiftedatum. Reden hiervan blijkt een brand geweest te zijn op 1 oktober 1814 waardoor een groot aantal overlijdensakten was verbrand. Deze akten zijn later alsnog opnieuw geregistreerd bij Koninklijk Besluit d.d. 30-11-1814. Vermeld staat:
"Op den tweeden maart achttien honderd en veertien des voormiddags ten negen Uuren Johannes Bramer oud ruim twee jaaren zoon van Willem Bramer landbouwer, en Hendrika Albers zijne huisvrouw te Vriesenveen woonachtig".

114. Gerhardus (Gradus) Gerrits(en), ged. Vriezenveen 16 dec. 1759, † ald. 14 maart 1818, tr. (ondertr. 1 jan.) 1780
115. Gerhardina Hospers, ged. Vriezenveen 29 okt. 1758, † ald. 6 juli 1831.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Gerrits(en), ged. Vriezenveen 1789, † ald. 1848, tr. Vriezenveen 1818 Klaasje Kampman, geb. Ommen 1793, † Vriezenveen 1830.
b. Cheefijna Gerrits(en), geb. Vriezenveen 22 okt. 1792, † ald. 21 jan. 1862, tr. Vriezenveen 12 april 1817 Johannes Derks, ged. Vriezenveen 5 okt. 1783, † ald. 1854.
c. Geesijna (ook Gezina en Gesina), zie 57.
d. Jan Gerrits(en), geb. Vriezenveen 1806, † Ommen (stad) 1883, tr. Jante van Munster, geb. Den Ham 1836, † Ommen (stad) 1877.

Notitie bij Gerhardus (Gradus): wever en landbouwer. Moet in de buurt van Westeinde 100 hebben gewoond, evenals zijn vader en grootvader. Het erf was van de kerk ofwel de Sint Annenvicarie (beheerder hiervan was de Heer van Almelo die toezicht hield op alle kerkelijke goederen) . Rond 1790 betaalde hij daarvoor 38 gulden en 12 stuivers per jaar (bron: AHA inv. nr. 1804).
Uit de boekhouding van de kerkelijke goederen blijkt dat Gerhardus de volgende landerijen huurde: "twee akkers het oosterstukke met zes koeweiden, een huisplaats, een halve akker in het westerstuk en een halve koeiweide, een grasgaarden, een part in de schuttenmaat een halve koeiweide"

Bij de volkstelling van 1795 staat als beroep wever vermeld. Aangever van de informatie van dit gezin bij de volkstelling was de vader van Gerhardus, te weten Gerrit Harms. Het gezin bestond toen uit 6 personen. Bewoonde vermoedelijk het huis dat in 1832 kadastraal bekend stond onder Sectie A nr. 2042, dat werd ingedeeld in belastingklasse 6, een gemiddelde boerenwoning dus. Men was buur van de familie Bramer (Gjötten) die destijds op nummer 256 (toenmalige nummering) woonde.
Neemt op 9 mei 1812 de naam Gerritsen aan. Gedoopt als Gradus, later Gerhardus genoemd.

In 1801 wordt hij genoemd op de lijst van begunstigden met betrekking tot de verbouwing van de Hervormde kerk voor een bedrag van 5 gulden. Het inkomen van Gerhardus was volgens het kohier op de personele quotisatie van 1808 gelegen tussen 75 en 100 gulden en daarmee kan geconcludeerd worden dat Gerhardus een keuterboertje geweest zal zijn.

Op 16 juli 1802 geeft Gradus Gerrits de 50e penning aan ivm de aankoop van een huis staande op het land van de St. Cruijsenvicarie van Gerrit ten Cate voor het bedrag van 400 gulden (bron: register 50e penning 1802 Statenarchief Overijssel inv. nr. 6012).
Notitie bij het overlijden van Gerhardus (Gradus): aangifte van zijn overlijden wordt gedaan door de zonen Gerrit, landbouwer 29 jaar en Roelof landbouwer 32 jaar (1818).
Notitie bij Gerhardina: Gerhardina is geboren op het zogenaamde "Knievvels" erf, Oosteinde 200 (huidige nummering) Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz.114. Ik heb in de boterpachtregisters echter geen link kunnen vinden tussen dit erf en de familie Hospers. Mogelijk was het erf niet boterpachtplichtig aan de heer van Almelo?
Notitie bij de geboorte van Gerhardina: gedoopt als Gardina
Notitie bij het overlijden van Gerhardina: In de overlijdensakte staat dat ze Gerritdina heette en woonde aan het Westeinde 253 en dat ze landbouwersche van beroep was.
Notitie bij het huwelijk van Gerhardus (Gradus) en Gerhardina: gehuwd te vriezenveen

116. Jan Hendriks Pot, ged. Vriezenveen 6 maart 1737, † ald. 28 dec. 1808, tr. Vriezenveen 9 april 1768
117. Janna Berends (ook Johanna) Smelt, ged. Vriezenveen 19 febr. 1747, † ald. 23 dec. 1808.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik Jansen Pot, ged. Vriezenveen 13 okt. 1771, † ald. 28 dec. 1829, tr. Aaltjen Jonker, † Vriezenveen.
b. Berend Jansen, zie 58.
c. Mannes Jansen Pot, ged. Vriezenveen 16 febr. 1777, † ald. 13 nov. 1832, tr. Johanna Pleij, geb. Vriezenveen omstr. 1768, † ald. 16 jan. 1809, dr. van Jan(nes) Egberts en Grietje Berends Smelt (zie 216,d).
d. Johannes (Jannes) Jansen Pot, ged. Vriezenveen 30 maart 1783, † ald. 24 april 1869,30 tr. 1e Aaltjen Jonker, ged. Vriezenveen 25 dec. 1784, † ald. 23 mei 1823, dr. van Jannes en Jasperdina Fredriks; tr. 2e Vriezenveen 14 jan. 1825 Johanna ten Cate, geb. Vriezenveen 17 maart 1794, † ald. 6 dec. 1849, dr. van Jasper en Jenneken Klaassen (zie 156,d).
e. Jan Jansen Pot, geb. Vriezenveen 22 juli 1791, † ald. 26 dec. 1808.

Notitie bij Jan Hendriks: kleermaker (bron: huwelijksakte zoon Berend in 1811), bewoonde het erf Westeinde 608 (huidige nummering), stamvader van de Vriezenveense familie Pot, die van oudsher vnl. uit ambachtslieden bestond, zoals wevers en kleermakers.
In 1760 wordt Hendrik inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet hij 1 gulden betalen, dat is ca. 33 cent per persoon, dat ligt iets onder het gemiddelde van 0,39 voor het Westeinde, terwijl het dorpsgemiddelde op 41 cent ligt. Hoewel een eenvoudige ambachtsman draagt Jan Hendriks Pot en kinderen in 1801 toch 8 gulden bij voor de verbouwing van de plaatselijke kerk (bron: Archief N.H. kerk).
In 1795 bij de volkstelliing van 1795 wordt Jan Hendriks genoemd, zijnde kleermaker, gezinsomvang 7 leden.
Op 26-12-1808 maakt Jan Hendriks Pot, weduwnaar van Janna Berends Smelt zijn testament op. Hij is dan al ziek en zwak en zal 2 dagen later overlijden, zijn vrouw en zoon Jan zijn hem 2 dagen eerder al voorgegaan. Tot erfgenamen worden benoemd de zonen Hendrik, Berend en Johannes Pot. De vierde zoon Mannes Pot, gehuwd met Johanna Pleij, komt 50 gulden toe ten laste van de erfboedel, tenzij hij de legitieme portie van zijn erfdeel zou verkiezen boven de 50 gulden. Dit kleine bedrag duidt erop dat de boedel van Jan Hendriks Pot niet erg omvangrijk kan zijn geweest.
Notitie bij Hendrik Jansen: kleermaker (bron huwelijksakte broer Berend in 1811 en overlijdensakte van Hendrik zelf in 1829))
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jansen: gedoopt als zoon van Jan Hendrikz en Johanna Berends
Notitie bij het overlijden van Hendrik Jansen: bij overlijden woonde Hendrik aan het Westeinde 368 (toenmalige nummering).
Notitie bij Aaltjen: bron persoon: André Idzinga; Vriezenveners.nl
Notitie bij Mannes Jansen: wever (bron huwelijksakte broer Berend in 1811 en overlijdensakte van Mannes zelf in 1832). Opmerkelijk is dat Mannes als gehuwd (met Johanna Pleij) te boek staat in het testament van zijn vader en als ongehuwd in de overlijdensakte.
Notitie bij Johanna: bron persoon: testament Hendrik Jansen Pot uit 1808.
Notitie bij de geboorte van Johanna: geen doop in Vriezenveen te achterhalen, vermoedelijk is de doop niet geregistreerd, iets wat wel vaker voorkwam.
Notitie bij het overlijden van Johanna: bij de overlijdensregistratie staat vermeld huisvrouw van Harm:s Jansen Pot, 41 jaren oud.
Notitie bij Johannes (Jannes) Jansen: wever (bron: geboorteakte dochter Johanna in 1829).
landbouwer ( bron: geboorteakte zoon Johannes 1812)
akte op 11 maart 1809 maakt Geesjen Hendriks [Pot] een overdrachtsakte op, als de wed. Coert Willems. Tot haar erfgenaam benoemt ze haar neef Jannes Jansen Pot. Hij verkrijgt het eigendom van huis en erf en landerijen, de inboedel, het vee en de vruchtgewassen op het land het goud en het zilver, alle schulden en tegoeden. In ruil hiervoor moet hij Geesje zolang ze nog leeft onderhouden. Voor de overdracht van goederen is Jannes 200 gulden verschuldigd, die hij na overlijden van Jannes, aan diens erven dient te worden uitgekeerd , binnen 3 maanden na zijn overlijden. Mocht Jannes Geesje overleven, dan vervalt de 200 gulden aan Jannes Pot en diens erfgenamen. (bron: gemeentearchief Vriezenveen inv. nr. A23-4).
Notitie bij de geboorte van Johannes (Jannes) Jansen: gedoopt als zoon van Jan Hendrikz en Johanna Smelt
Notitie bij de geboorte van Jan Jansen: gedoopt als zoon van Jan Henderiks en Janna Berents Smelt.

118. Mannes (ook Hermannus) Eshuis, ged. Wierden 21 okt. 1749, † ald. 11 juni 1809, tr. Wierden 7 juni 1777
119. Egberdina (ook Diena) Nijhof, ged. Wierden 31 maart 1754, † ald. 6 maart 1806.
Uit dit huwelijk:
a. Jannes Eshuis, ged. Wierden 26 juli 1778, † ald. 7 april 1809.
b. Jenneken Eshuis, ged. Wierden 22 okt. 1780, † ald. 20 maart 1806.
c. Jan Eshuis, ged. Wierden 12 jan. 1783, † ald. 18 jan. 1840, tr. Wierden omstr. 1806 Deije (ook Dije of Derkjen) Niessink, ged. Wierden 22 aug. 1784, † ald. 16 nov. 1826, dr. van Jannes en Jenne Harmsen (ook Willemsen).
d. Hendrik Eshuis, ged. Wierden 12 nov. 1786, † Vriezenveen 8 sept. 1851, tr. Vriezenveen 2 mei 1816 Hendrika Bos (ook Meijer), ged. Vriezenveen 29 jan. 1786, †?, dr. van Gerritdina van den Bos en wed. van Egbert Schoenmaker.
e. Miene (ook Mina), zie 59.

Notitie bij Mannes (ook Hermannus): landbouwer (bron: huwelijksakte dochter Mina in 1811).
Volgens verklaring van op 5 april 1811 voor de Rechtbank van eerste aanleg in verband met het aanstaande huwelijk van Berend Pot en Mina Eshuis, door Jan Beverdam, Hermanus Beverdam, Otto Nijhoff en Jannes van den Bos allen standwerkslieden wonende in Almelo en voorts Jan Eshuis, Jan Nijhoff en Harmen Hendrik Nijsink, allen landbouwers te Wierden was Mannes Eshuis in zijn leven eiergaarder van beroep en was Mina Eshuis sedert meer dan 4 jaar als dienstmeid op Vriezenveen werkzaam
volkstelling 1795 vermeld Mannus Eshuis, eiergaarder van beroep, aangifte van het gezin (6 gezinsleden) deed de vrouw Diene.
Notitie bij de geboorte van Mannes (ook Hermannus): gedoopt als Mannus zv Jan Eshuijs en Hermina Sweerinck.
Notitie bij het overlijden van Mannes (ook Hermannus): bij overlijden staat vermeld nalatend 3 kinderen.
Notitie bij het overlijden van Egberdina (ook Diena): bij overlijden staat vermeld, nalatende 5 kinderen
Notitie bij het overlijden van Jenneken: bij overlijden staat vermeld, oud 25 jaar en 6 maanden
Notitie bij Jan: wever bij zijn overlijden (1840)
Notitie bij de geboorte van Deije (ook Dije of Derkjen): gedoopt als deije dv jannes Niesink en Jenne Harmsen
Notitie bij het overlijden van Deije (ook Dije of Derkjen): bij overlijden genaamd Derkjen 42 jaar oud, zonder beroep en echtgenote van Jan Eshuis dv Jannes Niesink en Jenne Willemsen
Notitie bij Hendrik: wever (bij huwelijk in 1816) en in 1820 bij geboorte Miena. Kon niet schrijven.
Notitie bij Hendrika: ook wel Meijer genoemd volgens huwelijksakte zoon Bernardus Eshuis in 1847

120. Fredrik Hendriks Aman (dezelfde als 68), tr. Vriezenveen 20 sept. 1783
121. Kunnigje Jansen Berkhoff (dezelfde als 69).

122. Hendrik Berkhoff (dezelfde als 64), tr. Vriezenveen omstr. 1796
123. Lena Schipper (dezelfde als 65).

124. Hendrikus Fz. Aman (dezelfde als 34 in generatie VI), tr. Vriezenveen 27 mei 1815
125. Johanna Broertjen (dezelfde als 35 in generatie VI).

126. Hendrik Hof, ged. Vriezenveen 28 nov. 1773, † ald. 10 sept. 1847, tr. Vriezenveen omstr. 1800
127. Johanna (Janna) Jansen Jacobs, ged. Vriezenveen 28 nov. 1779, † ald. 4 maart 1848.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Hendrikszoon Hof, geb. Vriezenveen 14 jan. 1803, † ald. 13 mei 1861, tr. Vriezenveen 15 okt. 1836 Gesiena Meijer, geb. Amsterdam 21 april 1803, † Vriezenveen 2 mei 1882, dr. van Fredrik Christiaan en Geertruij Elders.
b. Berend Hendrikszoon Hof, geb. Vriezenveen 24 nov. 1806, † ald. 24 maart 1840,15 tr. 1e Vriezenveen 15 nov. 1828 Lena Gesina Vetker, geb. Vriezenveen 13 okt. 1796, † ald. 13 juli 1829,15 dr. van Gerhardus Jansen en Johanna Fronten; tr. 2e Vriezenveen 29 jan. 183176 Hendrika Gesiena Tutertjen, geb. Vriezenveen 11 juli 1812, † ald. 1 dec. 1846,15 dr. van Klaas Jansen en Janna Eshuis (zie 95).
c. Johanna Hof, geb. Vriezenveen 18 maart 1813, † ald. 1814.
d. Jesina Hof, geb. Vriezenveen 21 dec. 1814, †?.
e. Janna, zie 63.
f. Gerhardus Hof, geb. Vriezenveen 10 mei 1820, † ald. 9 nov. 1821.
g. Gerhardus Hof, geb. Vriezenveen 19 aug. 1823, † ald. 19 dec. 1824.

Notitie bij Hendrik: landbouwer, bewoonde de boerderij ten westen van het Onweerserf (Oosteinde nr. 345 huidige nummering), kadastrale informatie. De woning viel in 1834 in belastingklasse 6 en had een gemiddelde huurwaarde van 15 gulden, wat ongeveer het gemiddelde voor Vriezenveen was. De familie had de bijnaam de Baais.
De boerderij kwam in het bezit van de familie Hoff door het huwelijk met Janna Jacobs (Bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 147 ). Neemt in 1804 een akker land en enige wanden bouwland over van het oorspronkelijke goed van zijn vader (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 144).

28 november 1798 geeft Hendrik Hoff de 50e penning aan ivm de aankoop van een stukje turfland liggend op de Westerhoeve van [zijn oom] Mannes Hoff voor 45 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

Uit de boedelscheiding van 1848 blijkt dat het gezin een meid en een knecht had (zie notities overlijden).
Notitie bij het overlijden van Hendrik: volgens de overlijdensakte zoon van Berend Hoff en Janna Bramer, landbouwer 75 jaar oud echtgenoot van Johanna Jacobs , woonachtig aan de 1e wijk van het Oosteinde.
Bij de notariele boedelscheiding in 1848 staat vermeld dat Hendrik Hoff en Janna Jansen 2 kinderen nalaten, te weten Jan en Janna en 3 kleinkinderen Hendrik, Cornelis en Berendina Hoff (kinderen van wijlen zoon Berend Hoff).
Janna Hoff komt toe alle roerende en onroerende goederen. Voorwaarde is wel dat ze de schulden van het echtpaar betaalt en één jaar na het overlijden van de laatste testatateur de zoons Jan en Berend (zijn kinderen) hun erfdeel te doen toekomen met de betaling van elk een som van 500 gulden. In totaal dus 1.000 gulden. Er zit een bijzondere clausule in het testament van Janna Jansen. Ze bepaalde dat als iemand de strekking van de verdeling mocht betwisten dat dan Janna Hoff (weduwe van Fredrik Aman) een vierde deel van de nalatenschap vooraf uit de boedel toekwam en elk jaar een toelage van 30 gulden, zolang zij leefde, als loon zolang ze bij haar moeder in huis woonde en na haar overlijden eveneens per jaar opeisbaar.
En Jan Hoff betwiste het testament. Hij voelde zich benadeeld. ook als vertegenwoordiger van de kinderen van broer Berend nam hij ditzelfde standpunt in.
Vanwege de onenigheid over de boedelscheiding volgt er een uitgebreide inventaris van de boedel. De inventarishouders waren: de burgemeester Gerrit Engels, Berend Hoff landbouwer en Albert Berkhoff timmerman.
A. de levende have, bouw- en stalgereedschappen, huismeubelen en beddegoederen en lijfstoebehoren, mest, hooi, stro en ongedorste zaadgewassen worden getaxeerd op 635 guldens.
B. de boerderij op het Oosteinde en tientallen percelen land (ongeveer 24 bunder= ca. 24 ha.) gezamenlijk getaxeerd op 2900 gulden. De boerderij was volgens kanttekening bezwaard met het recht van levenslange inwoning door de broer van Janna Jansen, genaamd Jan Jansen, timmerman van beroep.
-woeste- en veengronden werden op een bedrag van 510 gulden getaxeerd.
C. voordelige schulden:
300 gulden ten laste van koopman Hendrik Mokkelencate gedateerd 17-08-1847.
100 gulden huwelijksuitzet door Jan Hoff genoten en nu weer door hem in te brengen in de boedel.
100 gulden huwelijksuitzet ten gunste van wijlen Berned Hoff en nu weer in te brengen in de boedel.
Gezamenlijk een bedrag omvattende van ruim 4500 gulden.
passief (uitstaande schulden):
-Jan Jansen timmerman, 250 gulden en 50 gulden rentetegoeden = 300 gulden
-Jan Hoff Hendrikszoon, 50 gulden geleend geld
-Gerrit Ottop Boom vanwege medische kosten 58,60
-Jannes Kraijenberg voor knechtenloon 47,50
-Jenne Smelt voor meidenloon 34 gulden
-Janna Hoff wegens loon 591,40

In totaal kwam het erop neer dat Janna Hoff voor een waarde van 1732, 25 toekwam en haar broer en de kinderen van haar overleden broer elk 866,12.
Notitie bij Johanna (Janna) Jansen: ook J(oh)anna Jansensen genoemd, zij geeft met de volkstelling van 1795 het gezin van haar ouders aan voor de registratie van het gezin.
Notitie bij de geboorte van Johanna (Janna) Jansen: gedoopt als Johanna dv Jannes Jansen en Johanna Post
Notitie bij het overlijden van Johanna (Janna) Jansen: in de overlijdensakte staat vermeld: zonder beroep, oud 68 jaar weduwe van Hendrik Hoff, dochter van Jannes Jansen en Janna Post wonend aan het Oosteinde, 1e wijk.
Notitie bij Jan Hendrikszoon: categiseermeester (bij huwelijk in 1836), winkelier (bron beroep boedelscheiding ouders Hendrik Hoff en Janna Jansen in 1848) en idem bij overlijden (1861)
Notitie bij Gesiena: winkelierse bij huwelijk in 1836.
Notitie bij de geboorte van Gesiena: gedoopt in de Noorderkerk, getuigen bij de doop waren: Willem Beltjes en Gesiena van Linteloo.
Notitie bij Berend Hendrikszoon: landbouwer (bron testament echtgenote Lena Gesina Vetker)
Notitie bij Lena Gesina: op 16-12-1828 maakt Lena Gesina Vetker haar testament bij mr. Jacobus van Riemsdijk. Het is een testament op langstlevende. Echter bij overlijden van Lena Gesina is Berend Hof verplicht de inwonende zuster Johanna Alberdina Vetker van beroep naaister, vrije kost en inwoning te geven en eventueel nodige ondersteuning bij ziekte.
Notitie bij de geboorte van Hendrika Gesiena: bij de geboorteakte verklaart de vader niet te kunnen schrijven.
Notitie bij de geboorte van Johanna: geboren als dv Hendrik Hof landbouwer en Johanna Jansen. Hendrik was ziek ("onpasselijk") en kon de aangiofte niet verzorgen. Daarom deed de vroedvrouw Jenneken de Groot, wed. ten Cate, de aangifte.

Generatie VIII

128. Jan Berkhof (Buten), ged. Vriezenveen 24 nov. 1726, † ald. vóór 1792, tr. Vriezenveen 18 jan. 174959
129. Kunneken Derks Fayer, ged. Vriezenveen 30 jan. 1724, †? vóór 1792.
Uit dit huwelijk:
a. Dina Berkhoff, ged. Vriezenveen 25 jan. 1750, † ald. 22 jan. 1812.
b. Jan Berkhoff, ged. Vriezenveen 13 aug. 1752, †?.
c. Janna(gen) Berkhof, ged. Vriezenveen 4 nov. 1753, † ald. 14 jan. 1822,4 tr. Vriezenveen 6 maart 179130 Hendrik Jonker, ged. Vriezenveen 7 mei 1769, † ald. 16 sept. 1826, zn. van Frerik Alberts (zie 412,e) en Janna Snijders.
d. Hendrik, zie 64.

Notitie bij Jan: bewoonde het Jan Butenserf gelegen aan het Oosteinde 390 (huidige nummering). diaken en boekhouder 1775 en 1776 (bron: archief NH kerk Vrveen doos 77).
kerkmeester in de periode 1763-1787 (bron: gemeentejaarrekeningen AHA). Gedoopt als Jan zoon van Jan Berchof en Hendrijkjen Smelt. Hij was zelf afkomstig van het pand Oosteinde 409 (aan de overzijde van de straat) en huwde zijn buurmeisje Kunnigje Fayer, die op nummer 407 woonde (uitgaande van de huidige nummering). Van beroep was Jan landbouwer, turfschipper en timmerman en mogelijk evenals zijn vader linnenkoopman (zie opmerkingen hierover bij vader Jan). De waterput uit 1784 met initialen van Jan Berkhof en Kunnigje Derks Fayer (J.B.H. en K.D.F.) was anno 2004 nog steeds te vinden aan het Oosteinde 300 te Vriezenveen. Inmiddels (2016) is de put te vinden bij de nieuwe boerderij van de Jan Butensfamilie aan de Walstraat.
Zowel bij het overlijden van zijn dochter Dina in 1812, als bij het overlijden van zijn dochter Janna in 1822 wordt als beroep van Jan genoemd timmerman.
Verkrijgt de helft van het erf van zijn schoonvader Derk Fayer en wordt voor het eerst in het hoofdgeldkohier van 1750 genoemd, heet dan Jan Berkhof jonge. Omstreeks 1750 zal Jan dus op zich zelf zijn gaan wonen. Broer Johannes blijft op het ouderlijke erf van vader Jan wonen, gelegen aan het Oosteinde 409. Jan Berkhoff (Buten), wordt met de hoofdelijke aanslag van 1753 voor 1 persoon belast met 1 gulden, wat erg veel is. In 1753 in het belastingregister op de reliqua (belasting op schapen, varkens en bijenkorven) wordt Jan voor het eerst met de naam Buten aangeduid, hij heeft dan 16 schapen, wat behoorlijk veel is; slechts 3 boeren op het Oosteinde kunnen zich in dat jaar eigenaar van een grotere schaapskudde noemen, waaronder ook oom Berent Jansen Berkhof, die dan 20 schapen bezit. Ook had hij nog een varken en 4 hoornbeesten (runderen ouder dan 3 jaar). NB De belasting op gehoornd vee betrof nl. koeien ouder dan 3 jaar. Hoornvee jonger dan 3 jaar is dus niet meegenomen in de belastingkohieren. Verder moest hij in 1753 belasting betalen voor meer dan een halve hectare bezaaid land. In 1760 bezat Jan zelfs 25 schapen, waarvoor hij toen bijna 2 gulden belasting moest betalen. Hij was dat jaar de op één na de grootste schapenboer van Vriezenveen, alleen Berent Wype had meer schapen dat jaar, nl. 26. In later jaren moet de schaapskudde van Jan Buten, gezien het belastingbedrag dat hij moest betalen, zelfs nog groter geweest zijn.
De naam Jan Buten in het belastingregister op de reliqua uit 1753 is de eerste aanduiding voor de bijnaam Jan Butens, die zijn nazaten vandaag de dag nog steeds dragen (2004). Hij is als het ware de stamvader van de Jan Butens, zijn alias was Jan Buten en in de belastingregisters komen we hem onder die naam vaker tegen als onder de naam Berkhof. In 1760 wordt Jan Buten hoofdelijk aangeslagen voor 2 personen en moet 1,70 betalen, dat is 0,85 per persoon, terwijl het gemiddelde voor heel Vriezenveen op 0,39 lag. Hij behoorde hiermee zeker tot de meer vermogende Vriezenveners.
Het Fayerserf (Oosteinde 407] was onderdeel van het Berckhoff´s erf uit 1583 bestaande uit 10 akkers (bron: boterpachtkohieren), dat rond 1645 werd opgesplitst in twee 4-akker erven. Ook nu dus weer een opsplitsing. Jan krijgt van de 4 akkers, 2 akkers en gaat zich aan de zuidzijde van de dorpsstraat vestigen. Jan vestigde zich aanvankelijk een stuk zuidelijker van de dorpsstraat, vandaar de bijnaam "Buten". Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 158). Lang heeft het erf daar niet gestaan, zo´n 35 jaar, want in 1784 bouwt hij een nieuwe boerderij, dichter bij de dorpsstraat, waar de waterput uit 1784 nog steeds van getuigt (anno 2004). Jan Buten bezat ook nog land genaamd de paterije en het land ten oosten van de Schipsloot (zie Ken uw dorp en heb het lief). In het boterpachtregister over 1753 wordt de splitsing van het erf al duidelijk. Hoewel het "Fayerserf" daarin nog aangegeven staat als één erf, wordt de betaling van de boterpacht reeds voor de helft opgebracht door de aantrouw Jan Berkhoff, die 8 pond boter betaalt en zijn zwager Jan Derksen Feyer, betaalt ook 8 pond boter. In het boterpachtkohier van 1763 staat hij aangeduid als Jan Berkhof junior, dit ter onderscheid van zijn vader, die dan dus mogelijk nog leeft. Jan Berkhof wordt nog genoemd in het kohier van dienstbodengeld (Archief Huize Almelo) van 1790, en wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 8 stuivers (bron: AHA inv. nr. 2769).

08-02-1773 akte van transport: aankoop van een akker turfland op het Superplus door Jan Jansen Berkhof en zijn huisvrouw voor een bedrag van 126 gulden, 11 stuivers en 8 penningen van de edele Gerrit Costers Egb.zn. [koopman te Almelo]. Het gekochte land is gelegen tussen het land van Jan Berents Hof en Henderik Berents Braemer (bron: Archief schoutambt Vriezenveen, inv,.nr. 2677).

3-5-1777 is Jan Jansen Berkhof, één van de turfschippers die de Heer van Almelo verzoeken om een dam in de Hollander Graven te plaatsen, zodat het water op kon stuwen, om het transport van turf te vergemakkelijken (inv. nr. 4067 Staten archief). Het verzoek is verder ondertekend door Albert Berends Broertjen, Hendrikus Harms, Berend Hofman, Jan Koops en Jannes Vrijlink.

Als timmerman komt Jan Jansen Berkhof Buijten diverse keren voor in de jaarrekeningen van de gemeente, omdat hij diverse timmeropdrachten uitvoerde aan bruggen, de pastorie, de kerktoren etc. In 1754 repareert hij het Oostervonder en brengt hij 10 gulden en 7 stuivers in rekening. In 1764 bedraagt de rekening voor reparaties aan bruggen 25 gulden en 10 stuivers. In 1776 brengt "Jan Barkhof Buijten" een bedrag van 36,35 gulden in rekening voor reparatie van de poort van de pastorie. In 1775 krijgt Jan Berkhoff de bouw van de brug naar Wierden vergund voor de som van 163 guldens.

20-11-1783 is Jan Berkhoff, samen met Gerrit Fredriks en Claas Claasen, voogd over de onbekwaam verklaarde Jan Faijer (gedoopt 1722) en diens onmondige dochtertje Jannetje Faijer. Jan Faijer was een neef van echtgenote Kunnigje Derks Faijer (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678).

Copyright: Erik Berkhof, Amsterdam 2017.
Notitie bij het overlijden van Jan: in het kerspellastenbelastingregister van 1792 worden genoemd, de kinderen Jan Berkhof, een teken dat Jan overleden moet zijn in dat jaar. In het register van 1791 wordt Jan nog genoemd.
Notitie bij de geboorte van Kunneken Derks: gedoopt als Kunneken dv Derk Jansen en Jenneken Geers
Notitie bij het overlijden van Kunneken Derks: in het kerspelbelanstingregister staan in 1792 de kinderen J. berkhof vermeld, een aanduiding dat naast de vader ook de moeder overleden was, anders had er wel gestaan de wed. J. Berkhof.
Notitie bij Dina: testament 1812 in huis van haar schoonzus wed. Lena Berkhof-Schipper, waar ze inwoonde (Dit staat vermeld in de overlijdensakte van 1812).
Op de lijst van giften voor de nieuwbouw van de plaatselijke kerk in 1801 staat Dina vermeld met een gift van 15 gulden. Zie ook notities broer Hendrik.
Notitie bij Janna(gen): gedoopt als Jannagen. Bij overlijdensakte Janna genoemd.
Notitie bij het overlijden van Janna(gen): landbouwersche; ongeveer 70 jaren oud
Notitie bij Hendrik: landbouwer (bron: overlijdensakte van zijn vrouw Janna Berkhof 1822 en overlijdensakte zus van Janna Berkhof, Dina Berkhof in 1812, waarbij hij getuige is).
had erg verspreid landbezit, bewoonde Oosteinde 242 huidige nummering (bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 127,128).

Maken in 1807 hun testament. Testament op de langstlevende. Mocht de langstlevende hertrouwen dan moet deze de erfgenamen van de eerste 1.700 gulden uitkeren. De diaconie wordt 200 gulden toebedeeld en Wolterdina Berkhof(geb. 1750) een nicht van Janna krijgt de kleren het goud en het zilverwerk. Ze waren in goede doen, ook al bezaten ze weinig land.

130. Wolter Derks Schipper, ged. Vriezenveen 31 jan. 1734, † ald. 1779, tr. Vriezenveen 11 maart 1758
131. Jenneken Berends Berkhof, ged. Vriezenveen 3 mei 1733, † ald. na 1782.
Uit dit huwelijk:
a. Berend Schipper, ged. Vriezenveen 28 jan. 1759, † ald. 20 jan. 1813,77 tr. (ondertr. Vriezenveen 1 mei) 1785 Berendina Bramer, ged. Vriezenveen 19 sept. 1762, † ald. 1835,78 dr. van Frerik Hendriks (zie 204,a) en Fenneken Berends Berkhof (zie 262,c).
b. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 21 dec. 1760, †?.
c. Geertjen Schipper, ged. Vriezenveen 14 maart 1762, † ald. na 1793, tr. (ondertr. Vriezenveen 1 mei) 1785 Jan Hendriks Aman (zie 136,a).
d. Derkdina Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 15 juni 1766, † ald. 14 maart 1841,79 tr. Vriezenveen 25 april 1791 Frederik Berkhoff, ged. Vriezenveen 11 nov. 1764, † ald. 16 juli 1832, zn. van Hendrik Berends Berkhof (zie 262,d) en Grietje Hendriks Hoff (zie 266,a).
e. Lena, zie 65.

Notitie bij Wolter Derks: Bewoonde het pand Oosteinde 251, bekend als het Keibeerndserf (blz. 114,115 Ken uw dorp en heb het lief).
Nam het erf over van zijn schoonvader Berend Jansen Berkhoff wordt in 1763 als eigenaar van het goed genoemd. Het goed was toen een 3-akkerstuk. Bij het Hoofdgeld van 1760 wordt Wolter aangeslagen voor 4 personen en moet hij 2 gulden betalen. Dat is 0,50 per persoon, en hiermee lag men boven de gemiddelde aanslag van 0,39 per persoon. In 1779 wordt genoemd de weduwe Schipper, zij krijgt een aanslag van 3 gulden voor 2 personen.
Wolter Schipper heeft waarschijnlijk en rol gespeeld in het Vriezenveens bestuur, herhaaldelijk komt in de gemeentejaarrekeningen voor (zestiger jaren van de 18e eeuw) dat Wolter betrokken was bij vaststelling van belastingregisters, in 1779 wordt met de weduwe van Wolter Schipper nog een bedrag in de gemeentejaarrekening opgenomen van 5,25 voor het beestentellen. Zoon Berent zal de functie van zijn vader op dit vlak overnemen en staat vanaf 1780 in de gemeentejaarrekening als beestenteller vermeld.

Op 12-01-1763 ontvangen Egbert Berends Berkhof en Wolter Derks Schipper van de schout Jan Dikkers 237,10 gulden, in verband met proceskosten inzake de sluis bij het Kooikershuis, die wijlen hun (schoon) vader als verwalter-schout had gemaakt en van gemeentewege had voorgeschoten (Archief Huis Weleveld, kerspel Vriezenveen, inv. nr. 2).
Notitie bij het overlijden van Wolter Derks: In 1779 wordt de weduwe Wolter Schipper genoemd in de gemeentejaarrekening, waarbij haar nog een vergoeding toekomt van het beestentellen voor de belastingvaststelling dat Wolter kennelijk dat jaar voor zijn overlijden nog heeft uitgevoerd.
Notitie bij Jenneken Berends: In het vuurstedengeldregister van 1784 nog vermeld als de weduwe Wolter Schipper. Vanaf 1786 staat zoon Berent Schipper als hoofdbewoner in het vuurstedengeldregister vermeld.
Notitie bij Berend: landbouwer, 1791/94 diaken, 1803 kerkmeester (archief NH kerk Vriezenveen).
Bewoonde een erf aan het Westeinde, ergens in het middengedeelte.

Is vanaf 1780, in navolging van zijn overleden vader, betrokken bij de belastingheffing in Vriezenveen. Was als zodanig beestenteller voor de zogenaamde belasting op de reliqua. (bron: gemeentejaarrekeningen AHA)
Notitie bij de geboorte van Berend: gedoopt als Berend zv Wolter Derksen Schipper en Jenneken Berends Berkhof
Notitie bij de geboorte van Derk: gedoopt als Derk zoon van Wolter Derksen Schipper en ...........(naam niet vermeld).
Notitie bij de geboorte van Geertjen: gedoopt als Geertjen dv Wolter Derks Schipper en Jenneken Berkhof.
Notitie bij het huwelijk van Jan Hendriks en Geertjen: Den 1, den 8 en den 15 van Bloeimaand het Huwelijk gekondigd van
Ten zelve
n tijde gekondigd het Huwelijk van
Jan Hindriks wedr van Fennegien Jaspers met
Geertjen Schipper n.d. van Wolter Schipper j.d., beide geboortig en woonachtig alhier
Notitie bij Jan Hendriks: koopman en landbouwer (bij overlijden 1811).

bewoont het voormalige erf van Frerik Lubbers, verwerft dit goed rond 1786 (toen voor het eerst in het kohier van het vuurstedengeld vermeld). Woont iets oostelijker van zijn ouderlijke woning aan het Oosteinde.
Notitie bij de geboorte van Jan Hendriks: gedoopt als Jan zv Hendrikes Harmsen en Hendrikjen Gerrits.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendriks: landbouwer en koopman volgens overlijdensakte. bij overlijden genoemd de zoon van Hendrikus Harms Aman en Hendrikje Smelt.
Notitie bij het huwelijk van Frederik en Derkdina Wolters: "Fredrik Berkhof Z. van Hendrik Berkhof J.M. met Derkdina Schipper N.D. van Wolter Schipper J.D. geb. en won. alhier, getrouwt den 25 oct."
Notitie bij Frederik: landbouwer (bij overlijden 1832) woonde toen op het adres Oosteinde 124 (nummering 1832). 1811 genoemd als diaken van de Ned. Herv. Kerk (Bron: Archief NH kerk Vriezenveen) (Volgens Ken uw dorp en heb het lief, blz. 85,86, Oosteinde 115 huidige nummering). Betreft het oude Hofmansgoed.

132. Albert Berends Broertjen, ged. Vriezenveen 29 nov. 1733, † ald. na 1795, tr. Vriezenveen 24 jan. 1767
133. Janna Hendriks Hoff, ged. Vriezenveen 29 juli 1742, † ald. 19 juni 1809.80
Uit dit huwelijk:
a. Barend Alberts, zie 66.
b. Geertjen Broertjen, ged. Vriezenveen 30 jan. 1774, † ald. vóór 1775.
c. Geertjen Broertjen, ged. Vriezenveen 5 juni 1775, † ald. vóór 1780.
d. Berendina Broertjen, ged. Vriezenveen 12 juli 1778, †?.
e. Geertjen Broertjen, ged. Vriezenveen 18 juni 1780, † ald. 13 april 1844,4 tr. Jannes van der Veen (zie 226,d).
f. Berendina Broertjen, ged. Vriezenveen 7 sept. 1783, †?.
g. Hendrik Broertjen, ged. Vriezenveen 31 dec. 1786, † ald. 8 sept. 1852.

Notitie bij Albert Berends: turfschipper en landbouwer, Oosteinde 266 (huidige nummering; bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 136). Kreeg bij de boedelscheiding na het overlijden van zijn vader in 1766 huis en erf toebedeeld (zie notities moeder Geertjen Smith). In 1790 in het belastingkohier voor dienstboden nog genoemd. Ook bij de volkstelling van 1795 nog genoemd als gezinshoofd van 7 personen, als beroep wordt schipper vermeld.

In de gemeentejaarrekening van 1767 staat dat Albert Broertjen een vergoeding krijgt van 2 gulden voor het gebruik van zijn 2 schuiten.

3-5-1777 is Albert Berends Broertjen één van de turfschippers die de Heer van Almelo verzochten om een dam in de Hollander Graven te plaatsen, zodat het water op kon stuwen, om het transport van turf te vergemakkelijken(inv. nr. 4067 Staten archief). Het verzoek is verder ondertekend door Jan Jansen Berkhof, Hendrikus Harms, Berend Hofman, Jan Koops en Jannes Vrijlink.
Notitie bij de geboorte van Albert Berends: gedoopt als Geertjen d.v. Albert Berendz Broertjen en Johanna Hof.
Notitie bij de geboorte van Janna Hendriks: gedoopt als Janna, maar later veelal met de naam Johanna aangeduid. gedoopt als dv Hendrijk Jansen Hof en Berendjen Jansen.
Notitie bij de geboorte van Geertjen: gedoopt als Geertjen d.v. Albert Broertjen en Janna Hof.
Notitie bij de geboorte van Berendina: gedoopt als Berendina d.v. Albert Broertjen en Johanna Hof.
Notitie bij de geboorte van Geertjen: gedoopt als Geertjen d.v. Albert Broertjen en Johanna Hof.
Notitie bij Jannes: landbouwer (bron: overlijdensregistratie).
Uit een getuigenverklaring voor het Vredegerecht Almelo op 19 maart 1833 (inv.nr. 10) blijkt dat Jannes van der Veen en Barend Broertjen zich op de tijding van de ziekte van de zaadkremer Jan Holland naar Dülmen waren afgereisd, maar hier een dag na zijn overlijden waren aangekomen en dat Jan Holland in Dülmen is begraven. Wellicht was Jannes dus ook een koopman.
Notitie bij de geboorte van Jannes: gedoopt als Jannes zv Albert Gerretz en Hendrikjen Jansen.
Notitie bij de geboorte van Berendina: gedoopt als Berendina d.v. Albert Broertjen en Johanna Hof.
Notitie bij Hendrik: landbouwer
Notitie bij de geboorte van Hendrik: bij doopregistratie genoemd de zoon van "Albert Broertjen en Janna Hof".
Bleef ongehuwd op het ouderlijk erf wonen (bron: quotisatiekohier 1808).
Notitie bij het overlijden van Hendrik: landbouwer bij overlijden zv Albert Broertjen en Janna Hendriks Hoff.

134. Berend Berends Holland, ged. Vriezenveen 14 april 1743, † ald. 19 sept. 1811, tr. Vriezenveen 30 april 1768
135. Janna Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 12 mei 1743, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Janna Berends, zie 67.
b. Berendina Holland, ged. Vriezenveen 1770, † ald. 31 jan. 1810, tr. Vriezenveen 22 april 1792 Gerrit (Garrit) Frederiks, geb. Vriezenveen, ged. Vriezenveen 14 okt. 1759, † ald. 29 aug. 1810, zn. van Frerick Gerrits Waanders (zie 452,a) en Grietje Harmsen.
c. Jenneken Holland, ged. Vriezenveen 1772, † ald. 30 april 1812, tr. Jan Berentszoon Hof, geb. 1782, † Vriezenveen 1859, zn. van Berent Jansen Hoff (Hofman) (zie 252) en Gesina Joost.
d. Jan Holland, ged. Vriezenveen 7 aug. 1774, † Dülmen, Duitsland 11 maart 1818,81 tr. Vriezenveen omstr. 1802 Hendrika Brink, ged. Vriezenveen 21 febr. 1779, † ald. 13 maart 1817, dr. van Hendrikus en Derkdina Schipper (zie 192,c).

Notitie bij Berend Berends: landbouwer (volgens overlijdensakte) en koopman.
Werd in het testament van zijn oom Jannes Jonker in 1761 tot enig erfgenaam verklaard, waardoor hij diens huis en landerijen in bezit kreeg, gelegen aan Oosteinde 248 (huidige nummering), was naast landbouwer, net zoals zijn vader koopman in linnen en tuinzaden.(Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 128).
Volgens het boterpachtregister van 1763 omvatte het erf 4 akkers. Bij de volkstelling van 1795 staat hij vermeld als boer en heeft het gezin 3 leden. Bij de inschrijving in 1801 voor de bijdragen van de verbouwing van de hervormde kerk staat Berend Holland ingeschreven met een donatie van 25 gulden, een fors bedrag voor die tijd.
Notitie bij de geboorte van Janna Wolters: is van een tweeling, haar tweelingbroer is Hermen.
Notitie bij Berendina: oom Jan Holland maakte op 24-04-1823 voor notaris Warnaars te Almelo zijn testament.
Tot erven werden oa benoemd:
3. aan de kinderen van wijlen zijn nicht Berendina Holland, in leven huisvrouw van Gerrit Freriks, met namen: Janna Fredriks, Frederik Fredriks, Gesina Fredriks en Berend Fredriks, samen 250 gulden.
Notitie bij het overlijden van Berendina: bij overlijden staat vermeld, "huisvrouw van Gerrit Fredriks oud ongeveer 40 jaren".
Notitie bij het overlijden van Gerrit (Garrit): bij overlijdensregistratie staat vermeld: "oud ongeveer 50 jaren, nalatende 4 kinderen".
Notitie bij Jenneken: oom Jan Holland maakte op 24-04-1823 voor notaris Warnaars te Almelo zijn testament.
Tot erven werden oa benoemd:
4. aan de kinderen van wijlen Jenneken Holland, in leven huisvrouw van Jan Hof, met namen: Janna Hof, Sina Hof en Berendina Hof, samen 250 gulden.
Notitie bij Jan Berentszoon: landbouwer
Notitie bij Jan: koopman in tuinzaden, overleed op één van zijn handelsreizen in Pruissen, Duitsland (bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 265). Bewoonde het erf van zijn vader Berend Holland gelegen aan het Oosteinde 248. (volgens trouwakte dochter Berendina Johanna in 1836 was zijn beroep landbouwer).
Volgens een reispaspoort afgegeven door de schout van Vriezenveen, voor het reizen naar Groningen en elders afgegeven op 31 december 1817, was Jan Holland 5 voet en 3/4 duim lang en had hij bruin haar en bruine ogen en een rond aangezicht en een lidteken boven het rechter oog (bron: gemeentearchief Vriezenveen inv. nr. 02.07).

Uit een verklaring voor het Vredegerecht Almelo op 18 maart 1818 (inv.nr. 6) blijkt dat Alberdina dienstbode was bij haar oom Jan Holland die in dat jaar (woensdag 11 maart 1818) in Dülmen overleed en Hendrika Brink. Er wordt een uitgebreide inventaris vastgelegd in aanwezigheid van haar en haar vader.

Uit een getuigenverklaring voor het Vredegerecht Almelo op 19 maart 1833 (inv.nr. 10) blijkt dat Jannes van der Veen en Barend Broertjen zich op de tijding van de ziekte van de zaadkremer Jan Holland naar Dülmen waren afgereisd, maar hier een dag na zijn overlijden waren aangekomen en dat Jan Holland in Dülmen is begraven.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als Jan zv Berend Berendz Holland en Johanna Schipper.
Notitie bij de geboorte van Hendrika: gedoopt als Henrica dv Henricus Brink en Derkdina Schipper.

136. Henricus Harms Aman, ged. Vriezenveen 19 maart 1730, † ald. na 1801, tr. Vriezenveen 23 april 1757
137. Hendrikje Gerrits Smelt, geb. Vriezenveen 18 april 1728, † ald. 27 aug. 1808.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Hendriks Aman, ged. Vriezenveen 21 jan. 1758, † ald. 19 mei 1811, tr. 1e (ondertr. Vriezenveen 27 maart) 1784 Fenneken Jaspers, † Vriezenveen vóór 1785, dr. van Jasper Frederiks en Kunnigje Jansen Dodde; tr. 2e (ondertr. Vriezenveen 1 mei) 1785 Geertjen Schipper (zie 130,c); tr. 3e Vriezenveen 2 aug. 1795 Kunera Klaassen, † Vriezenveen 7 jan. 1832, dr. van Klaas Jansen (ook Auken) en Geertjen Jansen.
b. Harmina Hendriks Aman, ged. Vriezenveen 18 febr. 1759, † ald. 13 aug. 1826, tr. Vriezenveen 4 nov. 1781 Hendrik Jansen Bramer (zie 506,d).
c. Fredrik Hendriks, zie 68.
d. Gerrit Hendriks Aman, ged. Vriezenveen 28 april 1765, † ald. 10 april 1839,82 tr. Vriezenveen 21 mei 1786 Berendina Jansen Berkhof, geb. Vriezenveen 22 maart 1759, † ald. 11 febr. 1830, dr. van Jan Berends (zie 262,a) en Lugertje Jansen Broertjen.

Notitie bij Henricus Harms: landbouwer (bron: overlijdensakte zoon Fredrik 1827). Bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 312 (huidige nummering). Zie blz. 146 Ken uw dorp en heb het lief.
Met de volkstelling van 1748 vermeld als Henricus Harmsen als kind boven 10 jaar, inwonend bij zijn ouders.
Bewoonde het ouderlijk erf. In 1760 wordt "hendrijkes harms" inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet 1,70 betalen, dat is behoorlijk boven de gemiddelde afdracht van 39 cent p.p., nl. ca. 57 cent.

Henricus was zelf van heel simpele komaf. Door zijn huwelijk (of misschien ook handelsactiviteiten) steeg de familie Aman behoorlijk op de maatschappelijke en welstandsladder.

Ik ben Henricus niet onder de naam Aman tegengekomen, uitsluitend onder zijn patroniem Harms of Harmsen, dan wel Klaasen. Mogelijk had de familie de naam Aman wel als bijnaam.

In 1762 nog genoemd in het belastingregister op de kerspellasten. Moest een bedrag van 3 gulden betalen. de familie was daarmee zeker niet armlastig te noemen en moet toch aardig geboerd/gehandeld hebben.

In 1786 nog genoemd in het belastingregister op het geslacht. In 1787 staat zoon Fredrik Hendriks als de nieuwe hoofdbewoner vermeld. Vader Hendricus leeft dan echter nog wel, bij de donaties voor de verbouwing van de kerk in 1801 staat hij nog met name als de vader "Hindricus Aman" genoemd. Dat is ook de enige keer dat ik Hendricus onder de naam Aman ben tegengekomen.
Notitie bij Hendrikje Gerrits: was in 1748 tijdens de volkstelling dienstbode bij de wed. Jan Lucas Coster.
Notitie bij het overlijden van Hendrikje Gerrits: Genoemd bij overlijden: Hinke Gerrits wed. van Hendrikus Harmsen, overleden 27 augustus, oud circa 80 jaaren. transcriptie Jan Hekhuis.
Notitie bij het huwelijk van Henricus Harms en Hendrikje Gerrits: Den 23 april
Henricus Harmzen j.m. z. van Harmen Klaesen en
Hendrikjen Garretzen j.d. van Garret Harmzen Smelt alhier (transcriptie Jan Hekhuis).
Notitie bij Jan Hendriks: koopman en landbouwer (bij overlijden 1811).

bewoont het voormalige erf van Frerik Lubbers, verwerft dit goed rond 1786 (toen voor het eerst in het kohier van het vuurstedengeld vermeld). Woont iets oostelijker van zijn ouderlijke woning aan het Oosteinde.
Notitie bij de geboorte van Jan Hendriks: gedoopt als Jan zv Hendrikes Harmsen en Hendrikjen Gerrits.
Notitie bij het overlijden van Jan Hendriks: landbouwer en koopman volgens overlijdensakte. bij overlijden genoemd de zoon van Hendrikus Harms Aman en Hendrikje Smelt.
Notitie bij het huwelijk van Fenneken en Jan Hendriks: Den 27
Jan Hendrikussen z. van Henricus Harmzen en
Fenneken Jaspers nagel. d. van Jasper Fredrikz, beijde alhier (transcriptie Jan Hekhuis).
Notitie bij het huwelijk van Geertjen en Jan Hendriks: Den 1, den 8 en den 15 van Bloeimaand het Huwelijk gekondigd van
Ten zelve
n tijde gekondigd het Huwelijk van
Jan Hindriks wedr van Fennegien Jaspers met
Geertjen Schipper n.d. van Wolter Schipper j.d., beide geboortig en woonachtig alhier
Notitie bij de geboorte van Geertjen: gedoopt als Geertjen dv Wolter Derks Schipper en Jenneken Berkhof.
Notitie bij het overlijden van Kunera: bij overlijden 76 jaar en genoemd de dochter van Klaas Klaassen en Geertjen Pauwels.
Notitie bij de geboorte van Harmina Hendriks: gedoopt als dochter van Henrikus en Henrikjen Garrits.
Notitie bij het overlijden van Harmina Hendriks: in overlijdensakte vermeld als Hermina Hendriks, oud 70 jaar.
Notitie bij het huwelijk van Hendrik Jansen en Harmina Hendriks: Den 20 octob
Hendrik Bramer z. van Jan Bramer en
Harmina Hendriksen d. van Hendrikus Harmzen, beijde alhier
bevestigt den 4 nov
Notitie bij Hendrik Jansen: in 1777 is zijn voogd zijn oom Hendrik Jansen Costers, hij heeft Hendrik elders (buiten Vriezenveen) in onderricht gesteld en doet daarbij een beroep op Jannes Bramer (broer van Hendrik) en Berent Hofman (gehuwd met zuster Janna Bramer) om bij te dragen in de onderrichtkosten.(inv.nr. 2958 HAA).

Hendrik Jansen Bramer wordt door Klaas Brouwer, pachter van de Landsmiddelen voor het Schoutengericht van Vriezenveen gedaagd vanwege achterstallige belastingen over de jaren 1804-1806 ten bedrage van 79 guldens en 10 stuivers (bron: Schoutenarchief Vriezenveen inv. nr. 34).

Bij zijn overlijden landbouwer van beroep. Is dan woonachtig aan het Westeinde nummer 345.

7 juni 1799 verkopen Hendrik Jansen Bramer en Harmina Hendriks aan Jan Engberts en Johanna Fredrika Scholl hun akker turfland gelegen op de Superplus, westwaarts Fredrik Gerrits Tuijtertien en oostwaarts de kinderen Lohuis voor 160 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij de geboorte van Hendrik Jansen: landbouwer volgens overlijdensakte en 77 jaar oud. gedoopt als Hendrik zv Jan Berends en Jenneken Jansen Kosters.
Notitie bij Gerrit Hendriks: Bewoonde volgens H. Jansen (Ken uw dorp en heb het lief blz. 138) Oosteinde 276 (huidige nummering). landbouwer en linnenkoopman. Trok in het huis van zijn schoonouders in.
Dit laatste gegeven wordt bevestigd door de lijst van de volkstelling van 1795 waar als absent municipaliteitslid Gerrit Aman wordt genoemd (bron: Statenarchief inv. nr. 5343). Dat wil zeggen dat hij voor zaken op pad zal zijn geweest. En verder wordt dit gegeven bevestigd in de huwelijksregistratie van dochter Leena in 1813 met de koopman Jan Winter, in deze registratie wordt als beroep van Gerrit Hendriks Aman landbouwer/koopman vermeld.

In het belastingkohier van de quotisatie uit 1808 wordt het jaarlijks inkomen van Gerrit op 200 tot 250 gulden (uit land) geschat en dat was voor Vriezenveense begrippen veel. Hiervoor moest Gerrit 4 gulden belasting betalen. Daarboven kreeg hij nog 1 gulden toeslag, kennelijk vanwege zijn inkomen uit de handel.

Oefende diverse bestuurlijke functies uit: lid van de municipaliteit (1795) te Vriezenveen, in 1803 wordt hij als diaken genoemd (bron diakonale jaarrekening van 1802-1803), in 1816 als gemeenteraadslid (bron: gemeentejaarrekening gemeente Vriezenveen) en van 1825-1829 als ouderling (bron: archief NH kerk Vriezenveen). Zie ook artikel "Kwartierstaat van Christina Aman door H. Wagenvoort in Gens Nostra ca. 1977).
Gerrit Aman geeft op 5 augustus 1797 de 50e penning aan voor de aankoop van een grasgaarden van Johannes Engberts en Jan Costers, liggend in het land van Berent Coersen, voor de som van 240 gulden (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

bij overlijden van zijn vrouw in 1830 wordt als beroep landbouwer vermeld.
Notitie bij het huwelijk van Berendina Jansen en Gerrit Hendriks: Den 7, den 14 en den 21 van Bloei
-
maand het Huwelijk gekondigd van
Gerrit Hendrikus z. van Hendrikus Harmsen j.m. met
Berendina Berkhof d. van Jan Berkhof, beide geboortig en woonende alhier
In den huwelijken
staat bevestigd den 21 van Bloei
-
maand
Notitie bij Berendina Jansen: Oosteinde 36 (bij overlijden in 1830).

138. J(oh)annes Berkhoff, ged. Vriezenveen 5 sept. 1728, † ald. na 20 sept. 1766, tr. 1e Vriezenveen omstr. 1752 Kunnigjen Roelofs (zie 400,c); tr. 2e Vriezenveen 21 juni 1760
139. Metje Jansen Tutertjen, ged. Vriezenveen 30 jan. 1735, † ald. 13 febr. 1809, tr. 2e Vriezenveen 20 sept. 1766 Jannes Albersen Weijteman, ged. Almelo, † Vriezenveen 30 jan. 1809.

Notitie bij J(oh)annes: gedoopt als naam onleesbaar ouders heten Jan Jansen Berkhof en Hendrijkjen Jansen. Wordt evenals zijn vader niet in de boterpachtkohieren vermeld. Heeft het ouderlijk erf van zijn vader overgenomen dat gelegen was aan het Oosteinde 409. In de hoofgeldkohieren vermeld als Jannes of Jans. Hierin voor het eerst genoemd in 1759, wordt dan evenals in 1760 aangeslagen voor 2 gulden (aanslag voor 3 personen) en dat was een hoog bedrag, nl. ca. 67 cent, terwijl het gemiddelde op 39 cent p.p. lag. Wordt in 1764 nog genoemd, dan als Jan, wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 12 stuivers. In elk geval zijn z’n boeren activiteiten kleinschaliger van omvang dan die van zijn broer Jan, die een grote schaapskudde had. Jannes blijft bij maximaal 5 schapen steken en ook z’n landbouwareaal was kleiner van omvang, als we de belastingkohieren van gezaaide landerijen mogen geloven. In 1761 heeft hij naast een varken en een paard 5 bijenkorven en heeft hij geen schapen meer, hij zal ongeveer 2 koeien hebben gehad, gezien de bedragen die hij aan koegeld (belastiing op het hoornvee) moest betalen. Hij zal andere middelen van bestaan moeten hebben gehad, misschien koopman of schipper zoals de 2e echtgenoot van Metje Jansen Tuttertjen.
Het echtpaar maakt een testament op 8-12-1759. Testator vermaakt aan zijn moeder Hendrikjen Jansen Smelt haar legitieme erfdeel. Testatrice doet hetzelfde voor haar ouders Roelof Wilms en Aaltjen Berens. De kleding van testatrice worden vermaakt aan haar moeder, tenminste als zij zonder kinderen zou komen te overlijden. Testator legateert zijn linnen en wollen kleren aan zijn broer Jan Barkhoff. verder is het een langstlevende testament. Jannes ondertekent het testament, zijn echtgenote plaatst een kruisje (bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).

Jannes wordt nog in het belastingregister van gehoornde beesten in 1767 vermeld. Het erf van Johannes wordt in 1768 volgens hetzelfde belastingregister van gehoornde beesten bewoond door een zekere Jannes Albertsen, die zich ook wel Weijteman noemde, hij was in 1766 gehuwd met de weduwe van Jannes Berkhof.

Johannes, doorgaans Jannes genoemd, wordt vermeld als getuige in een proces dat handelt om de mishandeling van Lucas Jonker door Harmen Klaassen (processtuk 8-3-1747 Archief Huize Almelo inv.nr. 2932). Jannes zegt dan omtrent 18 jaar oud te zijn.
Het erf van Johannes wordt na diens dood overgenomen door de familie Weiteman; op 20-9-1766 huwt Jannes Albersen Weiteman (volgens de volkstelling van 1795 schipper van beroep) met de weduwe van Jannes Berkhoff, Metje Tuttertjen. Vanaf dat moment doet de naam Weiteman z’n intrede op het oude Berkhof’serf. De familie Weiteman bezit het pand in elk geval nog in 1834 als in de kadastrale leggers Jan Weiteman, zoon van Jannes als eigenaar van het erf wordt genoemd.
Notitie bij de geboorte van J(oh)annes: bij doop is de moeder niet vermeld, alleen de naam van de vader Jan Jansen.
Notitie bij het overlijden van J(oh)annes: op 20-09-1766 hertrouwt de weduwe van Jannes Berkhof met Jannes Alberts Weijteman.
Notitie bij Metje Jansen: Metje maakt op 08-02-1809 haar testament op. Ze is dan zwak en ziek en zal 5 dagen later al overlijden. Tot universeel ergenaam wordt benoemd haar zoon Jan Weiteman. Ten tweede haar kinderen Janna Weiteman, Alberdina Weiteman (gehuwd met Jan Hendrik Stok) en de kinderen van haar overleden dochter Kunnigien Jansen [Berkhof] in echte verwekt door Jannes Berkhof, als erfgenamen in hun legitieme aandeel. De dochters Janna en Alberdina staat het echter ook vrij om in plaats van hun legitieme aandeel, 100 gulden ten laste van de boedel te ontvangen. Daarnaast komt Janna sowieso 100 gulden uit de boedel toe en verkrijgt zij het recht een spint lijn te mogen zaaien op de landerijen van het ouderlijk erf en ook komt (zolang ze ongetrouwd blijft) Janna volgens het testament recht op inwoning toe en zolang ze niet uit naaien gaat ook de kost. Verder krijgt ze nog de kleren uit de kast van haar moeder en het bed door haar beslapen.

140. Albert Berends Broertjen (dezelfde als 132), tr. Vriezenveen 24 jan. 1767
141. Janna Hendriks Hoff (dezelfde als 133).

Notitie bij Albert Berends: turfschipper en landbouwer, Oosteinde 266 (huidige nummering; bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 136). Kreeg bij de boedelscheiding na het overlijden van zijn vader in 1766 huis en erf toebedeeld (zie notities moeder Geertjen Smith). In 1790 in het belastingkohier voor dienstboden nog genoemd. Ook bij de volkstelling van 1795 nog genoemd als gezinshoofd van 7 personen, als beroep wordt schipper vermeld.

In de gemeentejaarrekening van 1767 staat dat Albert Broertjen een vergoeding krijgt van 2 gulden voor het gebruik van zijn 2 schuiten.

3-5-1777 is Albert Berends Broertjen één van de turfschippers die de Heer van Almelo verzochten om een dam in de Hollander Graven te plaatsen, zodat het water op kon stuwen, om het transport van turf te vergemakkelijken(inv. nr. 4067 Staten archief). Het verzoek is verder ondertekend door Jan Jansen Berkhof, Hendrikus Harms, Berend Hofman, Jan Koops en Jannes Vrijlink.
Notitie bij de geboorte van Albert Berends: gedoopt als Geertjen d.v. Albert Berendz Broertjen en Johanna Hof.

142. Berend Berends Holland (dezelfde als 134), tr. Vriezenveen 30 april 1768
143. Janna Wolters Schipper (dezelfde als 135).

Notitie bij Berend Berends: landbouwer (volgens overlijdensakte) en koopman.
Werd in het testament van zijn oom Jannes Jonker in 1761 tot enig erfgenaam verklaard, waardoor hij diens huis en landerijen in bezit kreeg, gelegen aan Oosteinde 248 (huidige nummering), was naast landbouwer, net zoals zijn vader koopman in linnen en tuinzaden.(Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 128).
Volgens het boterpachtregister van 1763 omvatte het erf 4 akkers. Bij de volkstelling van 1795 staat hij vermeld als boer en heeft het gezin 3 leden. Bij de inschrijving in 1801 voor de bijdragen van de verbouwing van de hervormde kerk staat Berend Holland ingeschreven met een donatie van 25 gulden, een fors bedrag voor die tijd.

144. Jasper Lucassen Onweer, ged. Vriezenveen 8 mei 1729, † ald. na 1801, tr. (ondertr. Vriezenveen 7 juli) 1754
145. Janna Derks Faijer, ged. Vriezenveen 11 juni 1730, † ald. na 1794.
Uit dit huwelijk:
a. Fennigjen Jaspers, ged. Vriezenveen 1755, † ald. vóór 1794, tr. Vriezenveen 26 aug. 1789 Hendrik Broertjen, ged. Vriezenveen 16 juli 1730, † ald., zn. van Jan Gerrits (zie 528,a) en Hendrikje Hendriks Evertman en gesch. echtg. van Grietjen ten Cate.
b. Derk, zie 72.
c. Jennegjen Jaspers Faijer, ged. Vriezenveen 11 jan. 1761, † ald., tr. Vriezenveen 19 mei 1792 Berent Gerrits Smelt (zie 108,a).
d. Jannes Jaspers, ged. Vriezenveen 5 nov. 1766, † ald. 15 juli 1807, tr. Vriezenveen 25 nov. 1792 Hendrina Wijchers, ged. Vriezenveen 2 juli 1769, † ald. 28 april 1841, dr. van Wicher Gerritsen Keep en Geertjen Alberts Hartogh (zie 450,b); zij hertr. Vriezenveen omstr. 180983 Bernardus Bramer.
e. Lena Jaspers, ged. Vriezenveen 26 aug. 1770, † ald. 1819, tr. Vriezenveen omstr. 1795 Jan Faijer (zie 146,e).

Notitie bij Jasper Lucassen: Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345, huidige nummering, was in 1753 de grootste imkerboer van Vriezenveen. Hij had toen 20 bijenkorven, daarvoor moest hij toen een belasting betalen van 2 gulden, 12 stuivers en 8 penningen. Hij wordt in het dienstbodenbelastingkohier van 1790 nog genoemd en wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 8 stuivers.
Het is zeer aannemelijk dat Jasper de imkerij van zijn vader heeft voortgezet en zelfs uitgebreid, uitgaande van het bedrag dat Jasper in 1765 betaalde (te weten 3 gulden en 12 stuivers) zou het aantal bijenkorven zelfs 36 hebben bedragen, uitgaande van een basisbedrag van 2 stuivers per bijenkorf. Hierbij ga ik dan wel van de veronderstelling uit dat Jasper geen schapen had, want ook elk schaap kostte in 1765 2 stuivers per jaar aan belasting. In het kohier van 1765 staat niet aangegeven of de belasting nu betaald werd voor schapen, varkens of bijenkorven. Jasper zou ook nog een varken gehad kunnen hebben natuurlijk. Qua belastingbedrag op de reliqua, zoals deze belasting heette, stond Jasper in 1765 op de derde plaats. Alleen dokter Dijderijk, die zich geheel op de imkerij had toegelegd met in 1762 maar liefst 38 bijenkorven en Berent Wippe, welke laatste zowel veel schapen als bijenkorven had, betaalden in 1765 meer belasting op de reliqua, respectievelijk 4 gulden en 2 stuivers en 4 gulden en 8 stuivers (Bron archief Huize Almelo, belastingregisters reliqua).
Volgens het boterpachtregister van 1763 (vader Lucas wordt dan nog als eigenaar genoemd), omvatte het erf 4 akkers.

Op 23-11-1794 maken Jasper Lucas en Janna Derks hun testament. Het echtpaar benoemt hun kinderen: Derk en Jannes Jaspers en Jenneken en Leena Jaspers en verder het kind Gerrit van hun overleden dochter Fenneken Jaspers (gehuwd met Hendrik Broertjen) tot universeel erfgenaam.

Met de volkstelling van 1795 is hoofd van het huishouden zoon Derk Jaspers.

Leeft nog in december 1801 als hij een bijdrage levert aan de verbouwing van de Hervormde kerk van 5 gulden. (archief NH-kerk).
Notitie bij het huwelijk van Jasper Lucassen en Janna Derks: huwelijksregistratie luidt als volgt "Jasper Lukas J.M. en Z. van Lukas Jansen en Janna Derksen Faijer N.J.D. van Derk Faijer alhier.
Notitie bij Hendrik: boer (bron: volkstelling 1795), woonachtig aan het Oosteinde.
bestuurder van vriezenveen in de functie van sestiene (bron: gemeentejaarrekening 1786)
Notitie bij de geboorte van Jennegjen Jaspers: bij doop alleen vaders naam genoemd "Jasper Lukassen"
Notitie bij het huwelijk van Berent Gerrits en Jennegjen Jaspers: trouwregistratie luidt als volgt: "Berent Smelt Z. van Gerrit Smelt en Jenneken Jaspers D. van Jasper Lucas en Johanna Derksen Feijer J.D. geboortig en woonende beide alhier"
Notitie bij Berent Gerrits: landbouwer (bron: overlijdensregistratie). Volkstelling 1795: schipper.
volgens dagboek van Jan Kruijs was Berent in 1822 wijkmeester.

op 1 december 1814 mishandelt Berend Jan Fikkert, dit leidt tot een gevangenisstraf van 1 maand in het Huis van Bewaring te Almelo en een geldboete van 8 guldens (bron: Rechtbank van Eerste Aanleg Almelo inv. nr. 177). Berent was toen volgens zijn verklaring 49 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Berent Gerrits: gedoopt als zoon van: "Gerrit Berendz Smelt en Jennegjen Jansen".
Notitie bij Jannes: landbouwer, bewoonde een erf op het Westeinde ter hoogte van nummer 500. Huwde in op het erf van zijn vrouw, nam het erf over van zijn schoonvader Wicher Keep.
Volgens de volkstelling van 1795 was Jannes boer en bestond het gezin uit 7 gezinsleden.
Als bijdrage voor de geldinzameling in 1801 ten behoeve van de verbouwing van de kerk draagt Jannes Jaspers 10 gulden en 3 stuivers bij.
Notitie bij de geboorte van Jannes: gedoopt als Jannes zoon van Jasper Lucassen en Janna Derksen
Notitie bij het overlijden van Jannes: in begraafboek aangegeven als Jannes Jaspers oud 40 jaar.
Notitie bij het huwelijk van Hendrina en Jannes: de huwelijksregistratie luidt als volgt: "Jannes Jaspers Z. van Jasper Lucas en Janna Feijer en Hendrina Wijchers D. van Wijcher Gerritsen en Geert Albers+.
Notitie bij het overlijden van Hendrina: bij overlijden staat vermeld dat ze de dochter is van Wicher Wichers en Geertjen Hartog.
Notitie bij de geboorte van Lena: gedoopt als Lena, dv "Jasper Luccassen en Janna Derksen".
Notitie bij Jan: landbouwer (bron: huwelijksakte zoon Jannes 1820). Jan Faijer wordt nog genoemd in 1801 als hij voor de vernieuwing van de kerk 15 gulden bijdraagt. Hij is inwonend bij zijn broer Derk en zuster Janna (bron: archief NH kerk).
genoemd in het belastingregister van de quotisatie van 1808 (belastingklasse 36). Dat hield in dat zijn jaarinkomen tussen 200-250 gulden lag
Notitie bij de geboorte van Jan: bij de doopvermelding staat als doopnaam vermeld: "Jan ten Cate" ouders: "Jannes Feijer en Hendrika ten Cate"
de toevoeging ten Cate bij Jan is opvallend. Ik ben een toevoeging van een achternaam van de moeder bij een reguliere voornaam één keer eerder bij de familie Bonekamp (Breukelen) tegengekomen. Het is erg zeldzaam.
Overigens gebruikt Jan de toevoeging ten Cate bij zijn voornaam Jan in de praktijk verder niet, voor zover ik weet. Alleen van de doopvermelding is de toevoeging ten Cate als voornaam bekend.
Notitie bij het overlijden van Jan: bij overlijden genoemd, weduwnaar van Leena Jaspers.

146. Jannes Derks Faijer, ged. Vriezenveen 10 april 1719, † ald. omstr. 1787, tr. Vriezenveen 27 jan. 174859
147. Henrikjen Jansen ten Cate, ged. Vriezenveen 9 mei 1720, † ald. vóór 28 maart 1772.84
Uit dit huwelijk:
a. Derk Jansen Faijer, ged. Vriezenveen 26 dec. 1748, † ald. na 1801.
b. Janna Faijer, ged. Vriezenveen 25 juni 1752, † ald. 26 febr. 1818.
c. Jan Faijer, ged. Vriezenveen 8 juni 1755, † ald. vóór 1761.
d. Aaltje Jansen, zie 73.
e. Jan Faijer, ged. Vriezenveen 1 jan. 1761, † ald. 23 juli 1831,30 tr. Vriezenveen omstr. 1795 Lena Jaspers (zie 144,e).

Notitie bij Jannes Derks: landbouwer en linnenkoopman. Bewoonde het erf van zijn vader Derk Jansen Faijer (Oosteinde 407 huidige nummering). Wordt in het boterpachtregister over het jaar 1752 genoemd. Het ouderlijk erf is gesplitst tussen Jannes en zijn zwager Jan Berkhof. Jannes houdt een 2-akkergoed over. Jannes Fayer is één van de Rusluie, hij bevindt zich op 26 juli 1749 te Sint Petersburg, alwaar hij aan [zijn zwager] Gerrit ten Cate 10 roebel uitleent en deze vervolgens later te Vriezenveen opeist. Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 156. Of Jannes Faijer inderdaad in Sint Petersburg geweest is, is maar zeer de vraag. Er is slechts sprake van jannes Derks, zonder de toevoeging Faijer en in deze periode is er nog een Jannes Derks die een linnenkoppman was. Deze was woonachtig op het Westeinde van Vriezenveen (zie Jannes Derks).
Jannes wordt in 1753 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet 1 gulden afdragen, met 50 cent p.p. ligt hij ruim boven het gemiddelde van 39 cent. In 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet hiervoor 1 gulden en 14 stuivers betalen, dat is 85 cent p.p. en daarmee ruim boven het gemiddelde van 39 cent p.p. . heeft in 1760 24 schapen en dat was erg veel. In 1780 wordt Jannes nog genoemd in het het hoofgeldregister over 1779. In 1790 in het register van het dienstbodengeld is Jannes overleden en worden genoemd "de kinderen van J. Feyer".
De veestapel bevond, evenals bij de families Berkhof aan het Oosteinde (Berent Jansen Berkhof en Jan Jansen Berkhof (Jan Buten) uit een opvallend grote schaapskudde voor Vriezenveense begrippen. Dat wil zeggen een kudde die rond de 20 schapen omvatte.
De familie moet in goede doen geweest zijn en dit is mogelijk het gevolg zijn geweest van de Russische handelsactiviteiten.

Stadsgericht, Almelo, 1 juni 1750:
Gerrit Gasthuijs, en zijn huisvrouw transporteerden aan Ootmar ten Cate, en zijn huisvrouw Christina ten Cathe en erfgenamen, hun huis en wheere, gelegen naast het Gasthuis. Dit was een gerechtelijke verkoop in opdracht van Jannes Derxsen Faijer.
Stadsarchief Almelo, Inv. #2619, Fol. 573. Transportacte, 1 Jun 1750.(bron: website Afina Broekman). Deze verkoop duidt erop dat Jannes Faijer schulden had bij de Almelose kooplieden, waarbij Jannes waarschijnlijk schuldeiser was van Gerrit Gasthuis.


Op 20-3-1755 wordt een "Jannes Derks" aangesproken voor een schuld (bedrag onvermeld) aan de linnenreders en kooplieden Jan ten Cate, Gerrit Coster en Gerrit Coster Egbzn. (inv. nr. 2965 HAA).
Deze Jannes was dus ook koopman en is niet identiek aan Jannes Faijer. Hij woonde aan het Westeinde en was gehuwd met Aaltjen Berentsen. Hij handelde met Derk Jansen (zijn vader?) zie ook archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 27 d.d. 27 maart 1755. Op die datum wordt Jannes en z’n vrouw Aaltjen Berens aangesproken voor de enorme schuld van 1771 gulden vanwege gekochte en geleverde linnens van Jan ten Cate Jansz. koopman te Almelo aan de maatschap van Jannes Derks en Derk Jansen. Deze Jannes Derks was de zoon van Derk Claassen Meijnderts en Jenneken Jansen. Derk Jansen zal dan de zoon zijn van broer Jan Derksen.

Zijn vermogen werd in 1751 geschat op 500 gulden en een extra 100 gulden voor te werk gesteld personeel, dat ook als vermogen meetelde (bron: 1000e penningkohier 1751; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556).
In het kohier van 1758 wordt hij niet genoemd. Zijn vader had een groter vermogen; zie opmerkingen vader.

transportakte 13-11-1773. Verkoop door Jannes Derksen Feijer van de Brink beginnend aan de kerkweg (= dorpsstraat) tot aan de dwarssloot, gelegen in de landerijen van wijlen Jan ten Cate (oostwaarts Jan Boom, westwaarts Frontmansland) voor 109 gulden aan Jan Gerrits (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).

19-06-1786 akte van transport. Verkoop door Roelof Wiechers en zoon Jan en dochter Jenneken van een akker hooi of weideland, gelegen in het "Jan ten Cateland" voor 255 gulden aan Jannes Derksen Faijer (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij het overlijden van Jannes Derks: in 1787 staat in het vuurstedengeldregister Jannes Faijer nog vermeld. In 1788 staan de kinderen van Jannes Faijer als hoofdbewoners in dit register vermeld, een aanduiding dat Jannes dan is overleden.
Notitie bij Derk Jansen: boer op het ouderlijk erf aan het Oosteinde nr. 407 (bron: volkstelling 1795). Met de volkstelling van 1795 bestaat het huishouden uit 4 personen. Vermoedelijk zit daar een knecht of dienstbode bij.

Derk Feijer maakt op 8 april 1791 zijn testament op. Tot enig en universeel erfgenaam benoemt hij zijn broer Jan Feijer. Mocht Jan Feijer komen te trouwen dan dient hij aan zijn twee zusters Janna Feijer en Aeltjen Feijer, gehuwd aan Derk Jaspers 300 gulden uit te keren, waarvan ieders de helft toekomt (bron schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).

Derk Faijer wordt nog genoemd in 1801 als hij voor de vernieuwing van de kerk 6 gulden bijdraagt. Woont samen met broer Jan en zuster Janna op het ouderlijk erf aan het Oosteinde nr. 407 (bron: archief NH kerk).
Notitie bij Janna: Janna Faijer wordt nog genoemd in 1801 als zij voor de vernieuwing van de kerk 5 gulden bijdraagt. Zij is inwonend bij haar broers Derk en Jan (bron: archief NH kerk).
Genoemd in het belastingregister van de quotisatie van 1808 (belastingklasse 38). Dat hield in dat haar jaarinkomen tussen 100-150 gulden lag.
Notitie bij het overlijden van Janna: bij overlijden landbouwerse, ongeveer 64 jaar oud.
Notitie bij Jan: landbouwer (bron: huwelijksakte zoon Jannes 1820). Jan Faijer wordt nog genoemd in 1801 als hij voor de vernieuwing van de kerk 15 gulden bijdraagt. Hij is inwonend bij zijn broer Derk en zuster Janna (bron: archief NH kerk).
genoemd in het belastingregister van de quotisatie van 1808 (belastingklasse 36). Dat hield in dat zijn jaarinkomen tussen 200-250 gulden lag
Notitie bij de geboorte van Jan: bij de doopvermelding staat als doopnaam vermeld: "Jan ten Cate" ouders: "Jannes Feijer en Hendrika ten Cate"
de toevoeging ten Cate bij Jan is opvallend. Ik ben een toevoeging van een achternaam van de moeder bij een reguliere voornaam één keer eerder bij de familie Bonekamp (Breukelen) tegengekomen. Het is erg zeldzaam.
Overigens gebruikt Jan de toevoeging ten Cate bij zijn voornaam Jan in de praktijk verder niet, voor zover ik weet. Alleen van de doopvermelding is de toevoeging ten Cate als voornaam bekend.
Notitie bij het overlijden van Jan: bij overlijden genoemd, weduwnaar van Leena Jaspers.
Notitie bij de geboorte van Lena: gedoopt als Lena, dv "Jasper Luccassen en Janna Derksen".

148. Hendrik Jansen Kosters, ged. Vriezenveen 3 mei 1722, † ald. omstr. 1783, tr. Vriezenveen 4 juli 175059
149. Fredrica Jansen, ged. Vriezenveen 4 mei 1732, † ald. na 1795.85
Uit dit huwelijk:
a. Garret Kosters, ged. Vriezenveen 10 dec. 1752, † ald. 4 april 1824, tr. Vriezenveen 16 april 1780 Hendrica Bramer, ged. Vriezenveen 9 juli 1756, dr. van Frerik Hendriks (zie 204,a) en Fenneken Berends Berkhof (zie 262,c).
b. Janna Hendriks Kosters, ged. Vriezenveen 18 jan. 1756, †?, tr. 1790 Jannes Boeschen, geb. Vriezenveen 19 juni 1757, † ald. 1818,29 zn. van Jan Hendriks Boesschen en Gerritdina (Gerhardina) Jansen Broertjen en wedr. van Janna Berkhoff.
c. Jan Kosters, ged. Vriezenveen 29 juni 1760, † Almelo 4 maart 1819, tr. 1e Vriezenveen 20 april 1783 Aeltjen Bramer, ged. Vriezenveen 15 nov. 1750, † ald., dr. van Jan Gerrits en Fenneken Berends; tr. 2e Vriezenveen 23 jan. 1787 Geertruid Spijker, ged. Vriezenveen 3 sept. 1741, † ald. 1813,29 dr. van Bernardus en Gesine Kruijs.
d. Hermannus, zie 74.

Notitie bij Hendrik Jansen: ook wel Costers genoemd, was van beroep landbouwer, was afkomstig van de boerderij Oosteinde 369 (huidige nummering),
Woonde aan het Oosteinde nummer 203 (huidige nummering). Op 18-12-1751 kopen Hendrik Jansen Koster en Fredrika Jansen voor 1700 car. guldens huis en erf, met 3 akkers land van de wed. van Frerick van Olde, Jenneken Berents Dodde (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675 zie ook Ken uw dorp en heb het lief blz. 104). Volgens het boterpachtregister van 1755 was Hendrik de bezitter van 4 1/2 akker land. Moet een familie in zeer goede doen geweest zijn. In het register van de 1.000e penning van 1758 wordt Hendrik Coster aangeslagen voor een geschat vermogen van 913 gulden. In 1760 wordt Hendrik inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet hiervoor het bedrag van 2 gulden betalen, dat is bijna 67 cent per persoon en uitgaande van het gemiddelde van 39 cent voor Vriezenveen kan gesteld worden dat deze familie tot de rijkere van het dorp moet hebben behoord.
In 1760 bij het hoofdgeld wordt de familie aangeslagen voor 3 personen en wordt aangeslagen voor 2 gulden, dit is bijna 0,67 p.p. en daarmee aanzienlijk boven het gemiddelde van 0,39 p.p voor heel Vriezenveen. Mogelijk was ook Hendrik, evenals zijn zoon Hermannus koopman van beroep.
Is voogd van de kinderen van zijn overleden zus Jenneken Coster (gehuwd met Jan Bramer, 1772).

Hendrik Jansen Koster en Fredrika Jansen maken op 4 augustus 1751 hun testament. Testators moeder Harmtjen Henriks Schuirman, wed. van Jan Lucas Koster, komt haar legitieme erfdeel toe. Testatrice doet hetzelfde voor haar ouders Jan Freriks en Janna Henriks Winter. Aan de armen komt 25 car. guldens toe, door de langslevende na het sterven van de eerste uit te keren. Verder is het een langstlevende testament. Beiden ondertekenen het testament met dun handtekening (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

Hendrik Jansen Koster treedt op 23-04-1774 op als voogd van de minderjarige zoon van Jan Bramer genaamd Hendrik Jansen Bramer, eertijds verwekt door Janneken Jansen Costers (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij het overlijden van Hendrik Jansen: Bij het huwelijk van zoon Hermannus in 1788 wordt deze de nagelaten zoon van Hendrik Kosters genoemd. Ook in een juridisch contract uit 1784 (3 augustus?) aangaande Fredrica en haar zoon Jan staat Fredrica vermeld als de wed. van wijlen Hendrik Coster (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678). In januari 1783 wordt zoon Jan die in dat jaar huwt de zoon van Hendrik Koster genoemd, die dan dus nog zou moeten leven.
Notitie bij Fredrica: 3 augustus 1784 regelt ze iets met haar zoon Jan bij het schoutgericht, het handelt over het erfdeel van zoon Jan (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij Garret: 11 juni 1799 testament Hendrikje Jansen wed. van Gerrit Derks, Universeel erfgenamen zijn Gerrit Coster, Jan Coster en Hermannes Coster. Verder aan haar voorschreven neef Gerrit Costers 400 gulden, aan het kind van Jannes Boesschen en Janna Costers 500 gulden en de gereformeerde armenstaat 100 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij de geboorte van Garret: gedoopt als Garret, zoon van Hendrik Kosters en Fredrika Jansen
Notitie bij het overlijden van Garret: bij overlijden staat vermeld: 72 jaar oud, landbouwer zoon van Hendrik Coster en Johanna Jansen (!?), weduwnaar van Hendrika Bramer adres Oosteinde nummer 132 door hem zelf bewoond.
Notitie bij het huwelijk van Hendrica en Garret: 1780 Den 1 april Garret Coster z. van Hendrik Coster en Hendrica Bramer n.d. van Fredrik Bramer, beijde alhier bevestigt den 16 (transcriptie Jan Hekhuis).
Notitie bij Janna Hendriks: 11 juni 1799 testament Hendrikje Jansen wed. van Gerrit Derks, Universeel erfgenamen zijn Gerrit Coster, Jan Coster en Hermannes Coster. Verder aan haar voorschreven neef Gerrit Costers 400 gulden, aan het kind van Jannes Boesschen en Janna Costers 500 gulden en de gereformeerde armenstaat 100 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij Jan: koopman (bron: volkstelling 1795). verwalterschout, loco burgemeester (adjunct maire) te Vriezenveen, ontvanger der landsmiddelen voor Wierden en ’t Hoge Hexel (bron: André Idzinga, vriezenveners.nl). Bewoont het pand van zijn schoonouders (Bernardus Spijker en Gesiena Kruijs) op het Midden, hoek Westeinde (later slagerij Kenkhuis).

Op 3 augustus 1784 maken Jan Koster (ondertekening als Jan Kosters) samen met zijn echtgenote Aaltien Braamer hun testament. het is een langstlevende testament.
Een aantal legaten wordt beschreven die na overlijden van de eerst stervende binnen 1 jaar moeten worden uitgekeerd.
-Jan Coster laat na aan zijn moeder Fredricca Jansen, indien hij kinderloos mocht komen te overlijden, de som van 3.000 gulden na.
-Indien zijn moeder voor hem overlijdt dan komt dit bedrag toe aan zijn zijn 2 broers en zuster en bovendien zijn linnen en wollen kleding en overige lijfsgoederen.
-de kerk en de armenstaat komt gezamenlijk 400 gulden toe.
testatrice legateert:
- aan haar neef Berent Koerts (gehuwd met Jenneken Schoenmaker, zoon van Jannes Berends [Holland] en Janna Berends Holland) , zo zij zonder kinderen mocht komen te overlijden de enorme som van 5.000 gulden na.
-aan de kinderen van Jenneken Coerts wed. van Lucas de Vries gezamenlijk een bedrag van 5.000 gulden.
-haar kleding komt Jenneken Coerts toe
-de kerk en de armenstaat komt gezamenlijk 1.000 gulden toe.
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2679).

testament 15-04-1789 van Jan Costers en Geertruijt Spijkers. Het is een testament op langstlevende, waarbij na het overlijden van de langstlevende de boedel in twee gelijke delen te verdelen over de nabestaanden.
Van Geertruit Spijkers zijn dit:
-de kinderen van Janna Spijker
-de kinderen van wijlen predikant Spijker
-de kinderen van Jan Vincent bij haar zuster in echte verwekt.
Mocht de langstlevende hertrouwen dan dient deze 6.000 gulden aan de familie van de ander uit te keren. Mocht er nog sprake zijn van een legitieme aanspraak van een ouder dan is dit bedrag beperkt tot 3.000 gulden.
Geertruijt vermaakt de helft van haar kleding, goud en zilver aan har zuster Hendrika Spijker, huisvrouw van Jan Vincent. De andere helft vermaakt ze aan aan de dochters van Hendrik Spijker met name Caatje en Gesiena Spijker.
tenslotte komt de kerk en de armenstaat elk een bedrag van 100 gulden toe uit te keren door de langstlevende.
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2679).

11 juni 1799 testament Hendrikje Jansen wed. van Gerrit Derks, Universeel erfgenamen zijn Gerrit Coster, Jan Coster en Hermannes Coster. Verder aan haar voorschreven neef Gerrit Costers 400 gulden, aan het kind van Jannes Boesschen en Janna Costers 500 gulden en de gereformeerde armenstaat 100 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij het overlijden van Jan: bij overlijden genoemd Jan Coster zonder speciaal beroep, 58 jaar weduwnaar van Geertruid Spijker.overleden in het huis van Fredericus Loreij, aan den ouden einde nummer 217.

150. Berent Engberts Olijslager Smit, ged. Vriezenveen 30 mei 1726, † ald. na 1801, tr. Vriezenveen 19 juni 1756
151. Geertjen Gerrits Smelt, ged. Vriezenveen 12 jan. 1727, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Gerritdina (Gerhardina) Berents Smit, ged. Vriezenveen 9 maart 1760, † ald. na 1801, tr. Hendrik Boesschen, ged. Vriezenveen 4 febr. 1753, † ald. vóór 1801, zn. van Henricus en Janna Berends Berkhof.
b. Frederika, zie 75.

Notitie bij Berent Engberts: smid en olieslager van beroep. Zowel met de naam Olijslager als Smit aangeduid. Woonde in de buurt van Westeinde 96 (huidige nummering). Had een oliemolen, een molen, aangedreven door paarden die raap- en lijnolie produceerde. Omdat de windrechten bij de heer van Almelo lagen en betaling hiervan probeerde men zoveel mogelijk te ontlopen. Vandaar dat de molen door paarden werd aangedreven. Werd in 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 4 personen en moet 1,90 betalen (0,48 p.p.), ruim boven het gemiddelde van 0,39 p.p van dat jaar en voor het Westeinde lag dit bedrag zelfs gemiddeld nog lager n.l. op 0,37 p.p.

Vader Engbert Smit wordt in het kohier van de 1.000e penning van 1751 genoemd met een vermogen van 1300 gulden. In 1758 wordt zoon Berent Engb. Smit vermeld met een geschat vermogen van 2702 gulden. Het vermogen in de familie is dus in korte tijd behoorlijk gegroeid.

De oliemolen echter was in slechte staat. In 1785 wendt het bestuur van kerkmeesters en setienen van Vriezenveen zich tot de Heer van Almelo om zich over de bouwvallige en brandgevaarlijke staat van de molen te beklagen. Turf en andere brandbare stoffen lagen opgeslagen bij de oven waar de zaden gedroogd werden en ’s-morgens en ’s-avonds ging Berent met een brandende olielamp over de stal naar zijn molen die meest met stro was bedekt en vast aan zijn woning gebouwd was. verder waren er klachten dat de uitgeperste zaadolie van slechte kwaliteit was en ook ging het verhaal dat Berend het zaad van Vriezenveners liet liggen omdat van vreemdelingen met voorrang te behandelen die daarvoor ook nog eens minder hoefden te betalen namelijk 6 in plaats van 8 stuivers per schepel zaad. (bron: AHA inv. nr. 1766).

Maakt op 30-07-1793 zijn testament. Berent Engberts Smit vermaakt de oliemolen, huis, landerijen en inboedel aan dochter Gerhardina Berens Smit en haar man Hendk. Boesschen mits aan Mannes Coster en zijn vrouw uit voornoemde goederen 1200 gulden worden betaald door Hendrik Boesschen. Verder worden tot universeel erfgenaam benoemd: voor de helft de dochter van Hendrik Boesschen en Gerhardina Smit, genaamd Johanna Boesschen en de andere helft dochter Frederika Berents Smit, gehuwd aan Mannes Coster. Het gaat hierbij om waardepapieren, de kleding en alle goud en zilver. De familie was dus zeker in goede doen (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).

Op 17-3-1757 wordt in de archieven van Wierden genoemd Berend Smit Olyslager te Vriezenveen dit ivm met een eerdere lening van zijn vader Engbert Smit Olyslager (d.d. 19-6-1730) aan Gerrit Smit en Henrikjen Abrahams, die dan het hypothecaire onderpand (een dagwerk hooiland gelegen in de Haar marke onder Wierden) in eigendom verkrijgt. Kennelijk heeft de lener de schuld niet volledig afgelost.
(Bron: RA Overijssel; Gericht Kedingen inv. nr. 3).

op 4 mei 1765 verkopen de erfgenamen van de weduwe van Jan Gerritsen Smelt, met name Jan Jonkman, Berent Engbers (gehuwd met Geertjen Smelt dv Gerrit Jansen Smelt’), Hindrikjen Gerrits Smelt en Jan Roelofsen, mede voor de overige kinderen en erfgenamen van de weduwe Jan Gerritsen Smelt een halve akker hooiland gelegen in het Eubenland voor 140 guldens aan Lukas Derks (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2676 foto 485). Dit kan er op duiden dat de moeder Hendrikje Jansen eigenlijk Smelt moet hebben geheten van haar familienaam en een dochter moet zijn geweest van deze Jan Gerritsen Smelt.

Akte 30 juli 1793…draagt Berent Engberts Smit zijn kleren, zilver en goud over aan zijn dochter Frederika Berends Smit getrouwd aan
Mannes Coster (boekjes Jonker archief Vereniging Oud Vriezenveen XV,34).
Notitie bij het overlijden van Berent Engberts: Berent Engberts wordt nog genoemd met de volkstelling van 1795. Hij geeft dan de gezinssamenstelling aan. Als gezinshoofd staat vermeld Hendrik Boesschen. Op de lijst van geldgevers voor de verbouwing van de kerk uit 1801 komt Berent Engberts Smit niet meer voor. Hij zal dan waarschijnlijk zijn overleden.

30 juli 1793 maakt Berent Engberts Ollij Smit zijn testament. Aan zijn dochter Gerritdina en haar man Hendrik Boeschen vermaakt hij zijn vaste goederen en de oliemolen op voorwaarde dat zij aan Mannes Costers en diens vrouw 1200 gulden uitbetalen. De helft van het geld en obligaties komen de dochter van Gerritdina, genaamd Johanna Boeschen, toe. Zijn dochter Gerritdina Berents Smit zal gedurende haar leven hiervan de intrest trekken. De andere helft van geld en obligaties komen dochter Fredrika Berents Smit toe, gehuwd met Mannes Coster. Goud, zilver en linnen en wollen kleding dienen in gelijke proties onder de erfgenamen te worden verdeeld (bron: archief schoutambt Vriezenveen 2680 foto 549-550).

13-02-1801 gecompareerd: ten huize van Hendrik Boeschen, Berent Engberts die verklaart zijn testament van 30 juni 1793 te handhaven met die verandering dat het erfdeel dat de weduwe van Hendrik Boeschen toekwam, na haar eventuele overlijden zal vervallen aan Johanna Boesschen dochter van Hendrik Boeschen en Gerhardina Berends Smit en mocht Johanna Boeschen voor haar moeder komen te overlijden, dan zal het erfdeel toekomen aan de vrouw van Hermannus Coster genaamd Fredrika Berends Smit. Mocht testator komen te overlijden dan dient de erfenis direct onder het administratieve toezicht van Jan Engbers en Jan Koster gesteld te worden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).
Notitie bij de geboorte van Geertjen Gerrits: geboorteregistratie van Geertjen luidt als volgt: "de moeder Jennegjen Jansen Berkhof weduwe van wijlen Gerrith Jansen Smelt dewelke omtrend een halve dag voor ’s kinds geboorte overleden is"
Notitie bij de geboorte van Gerritdina (Gerhardina) Berents: gedoopt als dochter van "Berend Egbertz en Geertjen Gerrets".
Notitie bij Hendrik: olieslager, ging failliet, verkoop van de desolate boedel op 11-08-1794, akte 11-06-1795. Abraham Hanterman koopt huis, landerijen en oliemolen voor het bedrag van 2650 gulden. (Archief Schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2681).

7 februari 1801 Hendrik Boeschen en Gerhardina Berends Smit verklaren geleend te hebben van Berend Braamer 500 gulden in den jaar 1799 op 13(?) december (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681).

152. Johannes Webbink (ook Klumper), ged. Almelo 8 nov. 1747, † Tubbergen (Reutum) 27 mei 1818, tr. Zenderen () vóór 177986
153. Janna Hinneveld,68 ged. Almelo 4 april 1756, † Borne.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrik, zie 76.
b. Derk Webbink (Webben), geb. Zenderen 6 maart 1782, ged. Borne 10 maart 1782,87 † Vriezenveen 20 jan. 1858, tr. Klasina van der Beek (ook Hendriks), geb.? omstr. 1785, † Vriezenveen 6 aug. 1852, dr. van Hendrikus van der Beek.
c. Maria Webbink, geb. Zenderen 7 dec. 1783,87 ged. Borne 14 dec. 1783,87 † Zenderen (?) vóór 5 aug. 1785.
d. Maria Webbink, geb. Zenderen 5 aug. 1785,87 ged. Borne 8 aug. 1785,87 †?.
e. Jan Webbink, geb. Zenderen 16 sept. 1787, ged. Borne 23 sept. 1787, † Givet noord-Frankrijk 12 mei 1812.88
f. Engbert Webbink, geb. Zenderen 18 maart 1790, ged. Borne 20 maart 1790, †?.
g. Aaltje Webbink, geb. Zenderen 19 nov. 1790, ged. Borne 21 nov. 1790, †?.
h. Geesken Webbink, geb. Zenderen 19 febr. 1795, ged. Borne 21 febr. 1790, † Blokzijl 1859,4 tr. Blokzijl 1 mei 18284 Been Hollander, geb. Blokzijl, ged. Blokzijl 13 juni 1791, †?, zn. van Roelof Berentse en Jantje Hendriks Doeve.
i. Berendina Webbink, geb. Zenderen 1 jan. 1798, ged. Borne 7 jan. 1798, †?, tr. Ootmarsum 6 nov. 1828 Hermannus ten Voorde, ged. Ootmarsum 9 sept. 1804, †?, zn. van Gerrit Jan en Wilhelmina Kienhuis.

Notitie bij Johannes: ook wel Jannes. Johannes wordt voor het eerst in 1783 met de naam Webbink aangeduid bij de doop van dochter Maria.

In de huwelijksakte van zoon Hendrik in 1819 wordt als alias Klumpers vermeld bij de naam van vader Jannes Webben, een mogelijke aanwijzing dat hij klompenmaker geweest zou kunnen zijn.

In de huwelijkse bijlagen van de huwelijksregistratie van dochter Geesken op 01-05-1828 te Blankeham wordt door getuigen (Jan Abbink wever oud 66 jaar, Hendrik Nieuwenhuis wever oud 69 jaar, Gerrit Nieuwenhuis wever oud 77 jaar, Hermannus Vollen broekwever oud 52 jaar) verklaard dat Jannes Webbink (vader van Geesken) de echtgenoot was van Janna Hinneveld en de zoon van Hendrik Webbink en Aleida Mensink. In leven zouden allen landbouwers zijn geweest en allen overleden te Borne voor meer dan 25 jaar.
Janna Hinneveld zou, nog steeds volgens voornoemde personen de dochter zijn van Derk Hinneveld en Grietjen Mulders. De getuigen verklaren voornoemde ouders en grootouders zeer wel gekend te hebben! De verklaring werd opgemaakt op 2 april 1828 te Borne voor Christiaan Landman openbaar notaris van het kanton Delden.

Echter in de huwelijkse bijlagen van dochter Berendina (huwelijk 06-11-1828 te Borne) staat een verklaring van (deels) dezelfde getuigen met een geheel andere verklaring, opgemaakt voor dezelfde notaris Lantman op 3 oktober 1828 (haast precies een half jaar later!). De getuigen Hendrik Nieuwenhuis wever 70 jaar, Gerrit Nieuwenhuis zonder beroep 78 jaar, Grades Hermsen zonder beroep 77 jaar, Hendrik Musebeldt wever 59 jaar, verklaren dat de echtgenote van Jannes Webbink (vader van Berendina) Janna Hinneveld was. Men verklaart ouders en grootouders goed gekend te hebben die meer dan 23 jaar geleden zijn overleden te Borne. Tot zover stemt de verklaring nog (redelijk) overeen. Maar dan..... De ouders van Jannes zouden zijn: Jan Webbink en Jenne Weustink en de ouders van Janna Hinneveld, Jan Hinneveld en Fenneken Weustink. In leven zouden allen landbouwers zijn geweest en allen overleden te Borne. En natuurlijk alle getuigen hebben deze ouders en grootouders "zeer wel gekend"!
Opmerkelijk zo’n verschil in verklaring van (deels) dezelfde personen.

En dan is daar ook nog de overlijdensakte van Hendrik Webbink in Vriezenveen, waarin hij de zoon heet te zijn van Jannes Webben en Johanna Getkate. Overigens bij zijn huwelijk in 1819 heet hij eveneens de zoon van Jannes Webben en Janna Hinneveld te zijn, dus in overeenstemming met voornoemde verklaringen. De eerste verklaring in de huwelijkse bijlagen (april 1828) lijkt voor wat betreft de informatie over de ouders en de grootouders Hinneveld het meest betrouwbaar. Derk Hinneveld als grootvader lijkt te kloppen en Grietje kun je met een beetje fantasie nog herleiden tot Margriet en dan naar Maria. De naam Mulders is echter nieuw en is mogelijk onjuist. Veel personen in Twente hadden echter diverse familienamen. In elk geval is voor de info van de Hinnevelds uit de eerste verklaring meer bewijs in de archieven te vinden. De naam Weustink is voor Borne en Almelo (zoekmachine Twents streekarchief) niet echt relevant en lijkt een slag in de lucht geweest te zijn. De echtgenote van Jan Hendrik Webbink heet echter niet Aleida Mensink (volgens de eerste verklaring), maar volgens informatie van de huwelijksregistratie van de Gereformeerde Kerk (lees NH) te Almelo, Hendriene Eulderink, ook nogal afwijkend dus. De enige conclusie lijkt te zijn dat grootouderinformatie in de huwelijkse bijlagen niet al te serieus moeten worden genomen. Check de info zelf in andere bronnen lijkt de boodschap te zijn, maar houdt daarbij wel in gedachten dat het in Twente gebruikelijk was dat een persoon met meerdere familienamen in het leven kon staan.
Notitie bij het overlijden van Johannes: overleden als Jannes Klumpers oud 75 jaar landbouwer, echtgenoot van wijlen Janna Nebbink, geboren te Almelo zv Gerrit Klumpers en Geertrui Klumpers beiden overleden te Almelo. Overleden in het huis van zijn schoonzoon te Reutum. NB De informatie in de overlijdensakte is deels onjuist. De vader is niet Gerrit, maar Jan Hendrik. Op de leeftijd valt ook wel wat af te dingen. De naam Nebbink is ook apart, ik ben de naam niet eerder tegengekomen. Het is ook geen naam die in Almelo voorkomt. (met dank voor deze aanwijzing aan Robert Einhaus, e-mail 2011).
Notitie bij Janna: volgens André Idzinga dochter van Hendrik Getkate en Geesken Spenkelink
ik ben de naam Getkate bij deze persoon uitsluitend in de overlijdensakte van zoon Hendrik te Vriezenveen in 1840 tegengekomen. Dit lijkt een abuis. Elders wordt ze namelijk altijd Hinneveld genoemd, oa. bij huwelijk Hendrik in 1819 en doop van haar kinderen te Borne). Ik ga er van uit dat ze de dochter is van Derk Alberts van het Hinveld. De naamsvernoemingen van de kinderen sluiten mooi aan bij Derk Alberts van het Hinveld en Maria Stevens. Het tweede kind heet namelijk Derk (geb.1782) en het derde Maria (geb. 1783) !
Zie notities bij echtgenoot Johannes over de voorouderproblematiek bij beide personen.
Notitie bij de geboorte van Janna: volgens André Idzinga is Janna Hinseveld de dochter van Hendrik ten Getcate en geesken Spenkelink en geboren in 1751, echter er is ookeen tweede dochter Janna van dit echtpaar gedoopt op 15-01-1758 (eerste 25-04-1751). Daarom lijkt het aannemelijker dat de eerste dochter in 1758 zal zijn overleden), als de ouderlink überhaupt klopt.
Ik ga er namelijk van uit dat Janna van het Hinvelt de dochter is van Derk Alberts (van het Hinveld) en Maria Stevens Meijer. (de vernoemingen van de kinderen van Jannes Webbink en Janna Hinveld) passen ook mooi in deze lijn (het tweede(?) kind (gedoopt 1782 in Zenderen) heet namelijk Derk en het derde(?) (gedoopt 1783 in Zenderen) Maria!
helaas is er van dit echtpaar geen huwelijksregistratie te achterhalen. Het huwelijk zal waarschijnlijk in Borne hebben plaatsgevonden (huwelijksregistraties van deze plaats ontbreken echter voor de NH kerk in deze periode).
Notitie bij Derk: schuitevoerder (bron: geb. akte dochter Johanna 1814). Derk kan niet schrijven volgens de geboorteaktes van zijn kinderen.
landbouwer (bij geboorte dochter jennigjen in 1821).

Op 29 maart 1830 mishandelen Jan (25 jaar) en Derk Webbink (50 jaar), turfschippers te Vriezenveen Wijlant Bartels, dit leidt voor vader en zoon tot een gevangenisstraf van 8 dagen in het Huis van Bewaring te Almelo (bron: Rechtbank van Eerste Aanleg Almelo inv. nr. 177).

Derk komt regelmatig voor in het uitgavenboek van de Diaconie van de kerk, "uit behoefte" ontvangt hij meermaals ondersteuning voor betaling van huur en dergelijke. In 1840 wordt zelfs een nieuwe woning van Johannes Bramer gekocht voor Derk Webbink voor een bedrag van 201 gulden! Zijn huis was eerder door brand verwoest. De diaconie ontving volgens het kasboek wel de verzekerde gelden van het eerder afgebrande huis ten bedrage van 281,50. Kennelijk stond Derk Webbink onder een soort van curatele van de diaconie (bron: doos 77 map 2 archief NH-kerk Vriezenveen).
Notitie bij de geboorte van Derk: volgens doopregistratie zoon van "Jannes Webben en Janna Hinseveld
Ehel: in Senderen"
Notitie bij het overlijden van Derk: overleden Derk Webbink, landbouwer, geboren te Borne, 80 jaar weduwnaar van Clasina van der Beek.
Notitie bij Klasina: in 1816 bij de geboorteakte van zoon Gerhardus staat dat Clasina eerder Gerrits heette, maar nu van Beek. In 1814 en 1821 heet ze Hendriks.
Notitie bij het overlijden van Klasina: overleden Clasina vander Beek, zonder beroep, geboren te Vriezenveen, 66 jaar,echtgenote van Derk Webbink dv Hendrikus vander Beek en N.N.
Notitie bij de geboorte van Maria: gedoopt als dochter van Johannes Webbink en Janna
Hinneveld Ehel: in Senderen
Notitie bij Maria: gedoopt als dochter van Johannes Webbink en Janna
Hinneveld E.luiden in Zenderen
Notitie bij Geesken: bij huwelijk van beroep dienstmaagd en genoemd de dochter van Jannes Webbink en Janna Hinneveld.
Notitie bij Been: bij huwelijk van beroep arbeider en genoemd de zoon van wijlen Roelof Hollander en Jantje Hendriks Doeve.
Notitie bij Berendina: bij huwelijk van beroep dienstmeid en genoemd de dochter van Jannes Webbink, landbouwer en Janna Hinneveld, landbouwerse.

154. Geerlig Gerrits van het Schuttenhuis, ged. Almelo 14 juni 1739, † Vriezenveen (?) na 1788, tr. (ondertr. Almelo 3 nov.) 1764
155. Hermientje (Hermina) Lucassen Schot, ged. Vriezenveen 13 febr. 1729, † ald. 31 jan. 1817.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Geerlinks Schipper, ged. Vriezenveen 1 sept. 1765, † ald. 1 maart 1834,4 tr. Vriezenveen 14 juni 1789 Derkdina Tijhof, ged. Vriezenveen 29 jan. 1764, † ald. 27 dec. 1821,4 dr. van Frerick Jansen (zie 454,c) en Aeltjen Derksen Schipper (zie 192,a).
b. Fredrik van het Schuttenhuis, ged. Vriezenveen 25 jan. 1767.
c. Lucas Gerrits van het Schuttenhuis, ged. Vriezenveen 30 okt. 1768.
d. Lena, zie 77.
e. Janna Geerlinks van het Schuttenhuis, geb. omstr. 1775, † Vriezenveen 10 febr. 1825.4

Notitie bij Geerlig Gerrits: Bij zijn doop Geerdelich genoemd, verder ook wel Geerlink of Geerlig genoemd. Met de volkstelling van 1748 staat hij als Gerrit te boek, als de link ten minste klopt naar het gezin (zie opmerkingen bij de vader).

Is in 1766 een hoofdgetuige in en proces dat gaat over de breedte van schuiten die moeilijk onder de brug zouden kunnen varen waarbij met bijlen stukken van de palen van de brug zouden zijn afgehakt om de doorvaart mogelijk te maken. Geerlig ook eigenaar van een schuit, die niet zo breed was, ging in juli 1766 (2 weken of ruim 2 weken voor 31 juli 1766) met zijn boot naar de "woeste veenen" om hooi en gemaaid gras te halen en deze naar Vriezenveen te brengen. In de stukken van het proces wordt hij ook wel Schutten Geerlig genoemd, dat zal zijn naam zijn geweest in het dagelijkse leven. (HAA inv. nr. 3045).

In het vuurstedengeldregister van 1782 staat hij als Schot Geerlink te boek. Hij zal het erf van zijn schoonvader hebben bewoond.

29-12-1788 Schoutengericht Vriezenveen: inventaris goederen Geerlink Schutte ivm schuldeiser Gerrit ten Bruggencate pachter van de impost op de gebrande wateren: 1. 4 turfkorven 2. een bakken troch 3. vijf aarden schotels 4. vijf koppen 5. twee Keulse potten 6. een eerden bord 7. twee hangende lampen 8. vijf tafelvorken 9. een zitbank 10. een lege kast 11. een klein kistje 12. een koekribbe 13. een houten vuurkorf 14. een luchter 15. tien paar koffiegoed 16. een koffieketel 17. een ijzeren potje 18. enige turf 19. enig hooi en stro 20. een haal en vuurtang 21. twee stoelen 22. twee hennen en een haan (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 31).

dat de pachter van impost op gebrande wateren Geerlink Schutte voor het gericht daagt, duidt er mogelijk op dat Geerlig een tapper van beroep moet zijn geweest.
Notitie bij de geboorte van Geerlig Gerrits: bij doop genoemd Geerdelick zv Gerrit Schuten en Janna Brouwers, ik vermoed dat Geerdelich/Geerlich vernoemd is naar de eerste vrouw van Gerrit Alberts van den Krommendijk genaamd Grietje Smit (bij haar eerste huwelijk in 1722 Margriete Gerrits genoemd).
Notitie bij de geboorte van Hermientje (Hermina) Lucassen: gedoopt als Hermientje dochter van Lucas Jansen en Vennegjen Herms.
Notitie bij het overlijden van Hermientje (Hermina) Lucassen: Mientjen van’t Schot overleden aan het Oosteinde nr. 4 in de ouderdom van 92 jaar, zonder beroep en weduwe van Geerlink van het Schuttenhuis.

Getuigen zijn: Albert Berkhof oud 54 jaar en tapper van beroep en Hendrik Companje, oud 40 jaar en smid van beroep.
Notitie bij het huwelijk van Geerlig Gerrits en Hermientje (Hermina) Lucassen: ondertrouw Almelo 3-11-1764 Geerling wordt in Almelo genoemd nagelaten zoon van Gerrit van het Schuttenhuis van Almelo.
Miena Schot wordt genoemd dochter van Lucas Schot jonge dochter te Vriezenveen. Er staat vermeld dat ze op 23-11-1764 met attestatie naar Vriezenveen zijn vertrokken.

In Vriezenveen is de huwelijksregistratie op 17-11-1764 als volgt: Geerlick van het Schuttenhuis onder Almelo NZ van Gerrit van het Schuttenhuis en Mientjen Lucassen dv Lucas Jansen den 9 novem ingeschreven
Notitie bij Gerrit Geerlinks: schipper (bron: volkstelling 1795), staat hier vermeld als Gerrit Gerlink.
volgens overlijdensakte landbouwer. Komt in de diaconale rekeningen van de kerk voor als kapper/scheerder.
familienaam Schipper ontleend aan website Vriezenveners.nl van André Idzinga.
Bij zijn huwelijk staat Gerrit met de familienaam Gelink vermeld, zoon van Gelink Gerritzen.

Woonde in het Oosteinde in de buurt van nummer 251.
Akte van transport 02-02-1795 aankoop voor 558 gulden door Gerrit Geerlinks van het huis van wijlen Albert Jansen Scheper met de halve bank en 5 wand bouwland exclusief 5 bomen, die Jan Coster toebehoorden. De verkoop geschiedt door de Gerrit Hospers en Albert Harmsen (voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Albert Jansen Scheper) en Jan Otten Holland en zijn vrouw Aaltje Alberts Scheper (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668):
-10-05-1794 verkoop van een half huis met landerijen door de mombaren van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Gerrit Geerlinks voor 558 gulden.
Notitie bij de geboorte van Gerrit Geerlinks: gedoopt als zoon van "Geerlig van het Schuttenhuijs en Harmina Lucassen".
Notitie bij de geboorte van Derkdina: gedoopt als dochter van : "Fredrik Janzen Tijhof en Aaltjen Derks Schipper".
Notitie bij de geboorte van Fredrik: gedoopt als zoon van Geerdink Gerritz en Mina Lucassen
Notitie bij de geboorte van Lucas Gerrits: gedoopt als zoon van Geerdink Gerrits en Mina Lucassen
Notitie bij het overlijden van Janna Geerlinks: bij overlijden dienstmeid van beroep. dv Geerlink van het Schuttenhuis en Hermina van het Schot. 50 jaar oud.

156. Klaas Jansen (ook Berents), ged. Vriezenveen 10 dec. 1724, † ald. vóór 1775, tr. Vriezenveen 6 sept. 1755
157. Janna Lukassen Schoemaker, ged. Vriezenveen 3 nov. 1726, † ald. na 1779.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Klaassen, ged. Vriezenveen 11 dec. 1757, †?.
b. Jan Klaassen, ged. Vriezenveen 31 mei 1761, † ald. 14 maart 1833,89 tr. Vriezenveen 17 nov. 1793 Janna Harms, † Vriezenveen 17 mei 1813, dr. van Harmen Jansen en Metjen Baerents.
c. Lucas Klaassen, zie 78.
d. Jenneken Klaassen, ged. Vriezenveen 22 okt. 1769, † ald. 23 maart 1845, tr. Vriezenveen 22 juni 1794 Jasper ten Cate, ged. Vriezenveen 27 maart 1766, † ald. 17 jan. 1826, zn. van Jasper en Stientje Fronten.

Notitie bij Klaas: Klaas Jansen is moeilijk te traceren in de archieven. Hij is waarschijnlijk geen boer geweest. In de boterpachtregisters kan ik hem niet achterhalen. In het hoofdggeldkohier van 1760 komen in elk geval 2 personen met de naam Klaas Jansen voor (1 x Oosteinde, 1 x Westeinde).
Gezien de huwelijken van de kinderen, die met partners afkomstig van het Westeinde trouwen (Jan Claassen met Janna Harms Pley; Lucas Klaassen met Johanna Schipper en Jenneken Klaassen met Jasper ten Cate) ligt het voor de hand Klaas Jansen op het Westeinde te zoeken.

Echter nog in 1748 in het Volkstellingsregister, nog in het hoofdgeldkohier van 1752 is Klaas Jansen te vinden. Dat maakt het extra gecompliceerd.
De mogelijke oplossing werd gevonden in de belastingkohieren op het geslagt. In de kohieren van 1758 en 1759 van het geslagt wordt genoemd Jan Berens Klaas, ofwel Klaas Jansen zoon van Jan Berens. Deze informatie stemt overeen met de trouwregistratiegegevens uit 1755 waar Klaas Jansen de nagelaten zoon heet te zijn van Jan Berens. Vanaf 1750 (1751 en 1752) staat op hetzelfde erf de wed. Jan Berents als hoofdbewoonster vermeld. Mogelijk was Klaas met de volkstelling van 1748 buiten Vriezenveen werkzaam, anders had hij als zoon genoemd moeten zijn op het erf van zijn ouders en dat is niet het geval.

Het pand van Klaas Jansen moet gelegen hebben in de buurt van Westeinde 500 op het erf van het zogenaamde Olde Scholsland.

Klaas wordt in 1758 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 3 personen en moet 14 stuivers betalen, dus 70 cent. Dat is ca.23 cent p.p. en daarmee behoorlijk onder het dorpsgemiddelde. In vermoed dat Klaas een ambachtsman is geweest, mogelijk wever of zoiets dergelijks. Claas Jansen wordt nog in het hoofdgeldkohier van 1779/1780 genoemd. Deze informatie is echter gedateerd, want al in het belastingkohier van de reliqua van 1775 en het geslacht van hetzelfde jaar wordt genoemd de wed. Klaas Jansen.

Met de volkstelling van 1795 zien we op deze lokatie zoon Jan Klaassen genoemd, deze is inderdaad wever van beroep (volgens André Idzinga gehuwd met Janna Harms Pleij), het gezin telde toen 4 gezinsleden, mogelijk leeft de moeder dan dus nog, aangezien het eerste kind van Klaas in 1795 is geboren. Ook de familie Pleij bestond trouwens voornamelijk uit wevers. Dus zoon Jan zal het erf hebben overgenomen. In 1801 met de verbouwing van de Hervormde Kerk schrijft deze zoon zich in voor een bijdrage van 2 gulden en 4 stuivers.
Volgens het archief Jonker/Jansen is een zekere Jan Berends Olde die op het Scholsland woonde de vader van Klaas, ik ben deze naam niet tegengekomen. Wel is het zo dat Klaas Jansen zijn huis en erf op het Oude Scholland heeft en is het zo dat hij het "Scholthuis" zal hebben bewoond (bron: verpondingskohier van 1723 in combinatie met het hoofdgeldkohier van dat jaar). De belastingaanslag is vrijwel nihil. Het moet een arme familie zijn geweest.
Notitie bij de geboorte van Klaas: gedoopt als Claes zoon van Jaen Berends en Jenneken Janz
Notitie bij het overlijden van Klaas: in het belastingkohier van de reliqua van 1775 en het geslacht van hetzelfde jaar wordt genoemd de wed. Klaas Jansen. In het belastingkohier van het geslacht van de jaren 1773 en 1774 komt Klaas onder de naam Berents voor. In het jaar 1776 is de naam verdwenen en wordt de naam Jan Gerrits en later de wed. Jan Gerrits vermeld.
Notitie bij Janna Lukassen: 14-11-1778 schuldverklaring: Janna Luicas, wed. van Claes Jansen verklaart schuldig te zijn aan:
-haar broer Berend Luicas Schoemaker 417 gulden vanwege ten genoegen van haar betaalde rekeningen.
-Luicas Derksen 123 gulden.
-de wed. van wijlen Jan Evertmans.........
Tesamen (?) een schuld van 600 gulden.
Ze verhypothiceert daarvoor haar land en huis gelegen op het Olde Scholland (gelegen in het Westeinde), 5 wand bouwland gelegen op het Sijmesland en een akker land beginnen vanaf de dorpsstraat tot aan de Oudeweg, 1/2 akker Hoevenland op de Westerhoeven

september 1780 transportakte: verkoop door Berent Luicas [Schoemaker] en Berent ten Cate (gedoopt 1744 zoon van Bernardus ten Cate en Swenneken Lamberts) als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Claas Jansen en huisvrouw Janna Luicas Schoemaaker het huis met een goorden van 300 roeden op het Scholsland, gelegen tussen het erf van de wed. Jan Gerritsen (oostwaarts) en Sijmesland (westwaarts). Jan Egbers Pleij is voor 330 gulden de koper van het pand. Ook gaat een stuk land, gelegen tussen het Olde Scholsland en het land van Jan Leeders, voor 120 gulden van de hand aan Gerrit Gerritsen Keep en voor 90 gulden wordt een stuk land verkocht aan broer Berent Luicas Schoemaaker. Voor 60 gulden wordt nog een stuk grond van de hand gedaan aan Albert Harms (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2678)..
Notitie bij het overlijden van Janna Lukassen: nog in het belastingkohier op het geslacht van 1779 vermeld.
Notitie bij het huwelijk van Klaas en Janna Lukassen: bij het huwelijk heet Jan Klaassen de nagelaten zoon van Jan Berends te zijn en Janna Lukassen de J.D. van Lukas Jansen, beide alhier.
Notitie bij Jan: vanwege het gegeven dat bij de doop van Jan vermeld wordt dat zijn moeder Janna Jansen heet en niet Lucassen (zoals bij de andere gedoopte kinderen) is de ouderlink niet geheel zeker. Janna zou hier met het patroniem van haar eigen vader kunnen zijn aangeduid, hij heette Lukas Jansen Schoemaker.
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als Jan zv Klaas Jansen en Janna Jansen
Notitie bij Jan: wever (bron: overlijdensregistratie).
Notitie bij de geboorte van Jan: gedoopt als zoon van Klaas Jansen en Janna Lukassen.
Notitie bij het overlijden van Jan: overleden als Jan Klaassen z.v. Klaas Jansen en Janna Lucas, partner van Janna Harms, weduwnaar. volgens overlijdensregistratie 72 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Janna en Jan: Jan Klaassen heet bij zijn huwelijk de nagelaten zoon te zijn van Klaas Janzen en Janna Lucas en Janna Harms de N.D. van Harmen Janzen en Mettien Baerents. Beiden van alhier.
Notitie bij het overlijden van Janna: bij overlijden zijn de ouders niet vermeld. 51 jaar oud volgens overlijdensregistratie.
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt als Jenneken d.v. Klaas Janzen en Janna Lucassen.
Notitie bij het overlijden van Jenneken: volgens overlijdensregistratie 75 jaar oud.
Notitie bij het huwelijk van Jasper en Jenneken: Jenneken wordt bij haar huwelijk de dochter genoemd van Klaas Jansen en Johanna Lucassen.
Notitie bij Jasper: gemeente bode (bron: overlijdensregistratie)

158. Jan Derks Schipper, ged. Vriezenveen 30 aug. 1744, † ald. vóór 1795, tr. (ondertr. Vriezenveen 9 april) 1768
159. Jenneken Prinsen, geb. Vriezenveen 1739, † ald. omstr. 1804.
Uit dit huwelijk:
a. Janna Schipper, ged. Vriezenveen 8 jan. 1769, † ald. vóór 1773.
b. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 29 april 1770, † ald. vóór 1775.
c. Hendrik Schipper, ged. Vriezenveen 9 febr. 1772, †? na 1811.
d. Johanna, zie 79.
e. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 10 dec. 1775, † ald. vóór 1776.
f. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 22 dec. 1776, †?.
g. Lena Jansen Schipper, ged. Vriezenveen 14 febr. 1779, † ald. na 11 aug. 1804,30 tr. Vriezenveen omstr. 1797 Wieger Berends Berkhof (Kooijker), ged. Vriezenveen 3 juli 1766, † ald. 27 juni 1810,90 zn. van Berend Berends Berkhof Kooijker en Aaltje Wichers.

Notitie bij Jan Derks: koopman en landbouwer; bewoonde de boerderij het Westeinde 158 (huidige nummering). Was met de volkstelling van 1795 al overleden. Dan wordt genoemd, de weduwe Schipper, boerin, gezinshoofd van 4 personen.

Op 7 oktober 1766 verklaren Jan Hendrik Prinsen en Jenneken Prinsen 850 gulden schuldig te zijn aan de koopman Jan ten Cate te Almelo, vanwege aan Jan Hendrik Prinsen geleverde en verkochte linnens en geleend geld. Volgens een kanttekening werd de schuld op 8 maart 1771 door Jan Schipper en Jenneken Prinsen afgelost (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

Op 08-03-1771 verkoopt Jan Hendrik Prinsen zijn huis, halve schuur en de helft van 2 akkers land aan zijn zuster Jenneken Prinsen en haar echtgenoot Jan Schipper. De koop omvat aan land 1 akker die al gemeenschappelijk eigendom is met zijn zuster Jenneken Prinsen en een halve akker en een half vierendeel (=1/8 akker) bovenwegsland op het Fluit Hermsland, van wijlen zijn vader Jannes Prinsen en moeder Henderikje Jansen Smit, die thanss nog in leven is, aangekocht op de 26e oktober 1765. De verkoopsom bedraagt 450 gulden; verder wordt ook de inboedel door jenneken gekocht voor een bedrag van 400 gulden, zodat het totaalbedrag op 850 gulden komt. Er was wel een beding, namelijk dat "de verkooper in het huis zal hebben een stede bij den heert, ligt en brant vrij, eene bequame slaepplaetse", verder komt hem zoveel ruimte toe als hij nodig heeft voor zijn spullen, zolang hij ongetrouwd blijft en verder komt hem nog toe een koe, de middelste ketel, een half dozijn hemden, een bed met toebehoren, 4 tinnen borden (telders), verder zal hij door de kopers bij ziekte worden ondersteund.
(bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

Op een lijst van kerkgiften (ca. 1776-1778 ) voor de nieuw te bouwen kerk staat Jan Schipper vermeld met een behoorlijke donatie van 42 gulden. Op 23 februari 1781 staat op een verantwoording mbt diezelfde lijst van giften vermeld dat Jan Schipper op reis was. Dit duidt erop dat hij mogelijk koopman was. Het winterseizoen was het seizoen van de kramers die met linnen en/of tuinzaden op pad gingen (AHA inv. nr. 3526).
Notitie bij het overlijden van Jan Derks: nog genoemd in diverse belastingregisters van 1792, oa vuurstedengeldregister.
Notitie bij Jenneken: Met de volkstelling van 1795 vermeld als hoofd van het gezin: wed. Jan Schipper, gezinsgrootte 4 personen
In 1801 op de intekenlijst van bijdragen voor de verbouwing van de Nederlands Hervormde Kerk tekent Jenneken Prinsen, die dan nog leeft, en draagt 5 gulden bij. Zij wordt genoemd de schoonmoeder van Lucas Klaassen.
Op 11-8-1804 maakt Jenneken Prinsen, als de wed. van Jan Schipper haar testament. Als haar erfgenamen worden genoemd:
- dochter Johanna Schipper, echtgenote van Lucas Klaassen wordt als enig universeel erfgenaam genoemd.
- dochter Lena Schipper, gehuwd met Wicher Berkhof komt een uitstaande lening van 500 gulden toe en de helft van haar kleren en lijftoebehoren.
Notitie bij de geboorte van Jenneken: doop niet traceerbaar, maar genoemd met de volkstelling van 1748. Ze is dan jonger dan 10. Aangezien het jaar 1739 in de doopregisters ontbreekt, ga ik ervan uit dat ze in dat jaar gedoopt is.
Notitie bij het overlijden van Jenneken: maakt haar testament op op 11aug. 1804 ten huize van Lukas Klaassen. Tot universeel en enig erfgenaam benoemt ze haar dochter Janna Schipper, gehuwd met Lukas Klaassen.
Verder legateert ze aan Lena Schipper, gehuwd met Wicher Berkhof een som van 500 gulden en de helft van haar kleding en lijfsgoederen.
Notitie bij het huwelijk van Jan Derks en Jenneken: huwelijksregistratie luidt `Jan Schipper N.Z. van Derk Schipper en Jenneken Prinsen N.D. van Jannes Prinsen beijde alhier`
Notitie bij de geboorte van Janna: gedoopt als Janna dv Jan Schipper en Jenneken Prinsen.
Notitie bij de geboorte van Derk: gedoopt als Derk zv Jan Schipper en Jenneken Prinsen.
Notitie bij Hendrik: koopman van beroep (bron: getuige bij overlijdensakte Grietjen Schoenmaker 21-05-1811).
Notitie bij de geboorte van Hendrik: gedoopt als Hendrik zv Jan Schipper en Jenneken Prinsen.
Notitie bij de geboorte van Derk: gedoopt als Derk zv Jan Schipper en Jenneken Prinsen.
Notitie bij de geboorte van Derk: gedoopt als Derk zv Jan Schipper en Jenneken Prinsen.
Notitie bij Lena Jansen: In 1804 wordt Lena vermeld in het testament van haar moeder Jenneken Prinsen. Haar wordt 500 gulden toegedeeld alsmede de helft van haar kleding (bron: archief Jansen-Jonker).
Notitie bij Wieger Berends: turfschipper en tapper. In de volksmond genaamd Kooikers Wicher. Hij maakt zijn testament in 1810.
Pacht van de heer van Almelo de sluis bij het "Kooykershuis" waar de familie Berkhof aanvankelijk woonde; wordt als zodanig aangesproken wegens achterstallige pachtgelden door de Municipaliteit van Vriezenveen, het ging om een restantbedrag van 140 gulden over 1796 en 1797, broer Albert zou later dezelfde problemen hebben met de betaling van de pachtsommen van de sluizen. (bron: Archief Jansen-Jonker).

Volgens het register op de 50e penning d.d. 1 november 1793 kocht Wiecher Berkhof een huis en land (gelegen aan het Oosteinde nummer 417 huidige nummering) van B. de Vries voor de som van 1100 gulden.

Volgens de gegevens van de Volkstelling van 1795 was Wieger schipper van beroep, dat wil zeggen turfschipper. Het aantal gezinsleden bedroeg 5, dit zal te maken hebben gehad met de inwonende broer Berend Berkhof, die ook in het testament van Wieger uit 1810 speciaal wordt genoemd vanwege verrichtte diensten in de afgelopen jaren.
Gerrit Smelt en Wieger Berkhof leidden een opstand van Vriezenveense turfschippers in 1798 (tijd van de Franse revolutie) tegen de tollen die ze op verschillende doorvaarten moesten betalen (Bavesbeek?) aan de heer van Weleveld. Gerrit Smelt en zijn knecht en de zoon van Hoff Berend vernielden de tolslagboom. Gerrit Smelt de Boer wordt veroordeeld tot het betalen van 100 zilveren ducatons "ten profijte van het Bataafse Volk, plus de kosten van het proces" (zie Herman Jansen in Ken uw dorp en heb het lief, blz.168).

10 juli 1799: verschenen de erfgenamen van wijlen Berend Wiegers te weten, Jan Roelofs , Hendrik Wessels en huisvrouw Jenneken Roelofs, Derk Harms en Jenneken Waanders, Berent Berkhof, Albert Berkhoff mede voor zijn vrouw, Wicher Berkhoff mede voor zijn vrouw, Cobus Frielink en zijn vrouw Jenneken Berkhoff hebben verkocht het hun toebehorende huis van wijlen Berent Wiegers voor 416 guldens en tien stuivers aan Hendrik Timmerman en Janna Hekhuijs (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2681)

Voor wat betreft de verbouwing van de plaatselijke kerk in 1801 droeg Wieger 9 gulden bij en zijn "meid" Aaltjen Jansen 1 gulden.(bron: Archief NH kerk Vriezenveen).

Brief van 12 augustus 1807 van onderscholtus (vervangend schout) Jasper ten Cate waarin hij Wieger Berkhof aanzegde dat hij zijn gewezen meijd Griettien Gerrits een bedongen bedrag moest betalen en kleren en linnen (inventarisnr. 76.2 Bron: Documentatiecentrum vereniging Oud Vriezenveen).

19 september 1807, Grietje Gerrits heeft zich van Pasen 1807 tot Pasen 1808 verhuurd als dienstmaagd bij Wicher Berkhof tegen 28 gulden en 16 stuiver per jaar aan geld, voorts 2 ½ el breed doek, 2 hemden, 2 voorschoten, 1 paar schoenen, 2 ½ pond vlas, 15 dagen voor haar te spinnen, twee dagen zijn paard aan haar te lenen. Voor enige tijd heeft W Berkhof haar doen delegeren en verhuizen. Het loon in geld is uitgedrukt 41 gulden en 10 stuiver, XXVI,21 (Bron: Documentatiecentrum vereniging Oud Vriezenveen).

29 oktober 1808 Wicher Berkhof contra Grietje Gerrits, pandverweerder woont op het Vriesenveen en wel in een huys en daar achter gelegen gaarde, door hem voor eene somma van f 1100,-- aangekocht, is niet op het land of boerschap geboren of opgevoed maar van anders afkomstig, die dezelfde kostwinning als hij ….de welke bestaat in eene tapperij, sluizepagt van het Vriesenveen en negotie in turf, zijn landerijen liggen van het huis verwijderd zijn bouwerij strekt alleen tot bij werk en eigen gemak en voordeel, hij mest zelf geen beesten maar is gewoon de door hem gebruikte varkens jaarlijks te Almelo te kopen en een vet koebeest van Zwol. Zijne overledene vrouw was ook van geen boerenafkomst maar heeft eene niet onaanzienlijken negotiant tot vader gehad. Dat hij de meid als werkmeid heeft opgegeven voor de belasting maakt hem niet tot boer, dan kan men even goed de Graaf van Twikkel onder de boeren rangschikken, XXVI,25,26 (Bron: Documentatiecentrum vereniging Oud Vriezenveen en archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 34).

Wicher had volgens het quotisatiekohier van 1808 een vastgesteld jaarlijks inkomen van 100-150 gulden. Het gemiddelde inkomen van de Vriezenveners lag net iets boven de 100 gulden in 1808 en de gemiddelde aanslag voor deze belasting bedroeg 1,66 per hoofd van de bevolking. Wicher betaalde 2,50. Wicher lag dus qua inkomen boven het gemiddelde van de Vriezenveense bevolking. De tappersnering zal hier ongetwijfeld debet aan zijn geweest.

Op 26-06-1810, een dag voor zijn overlijden laat Wieger zijn testament opmaken. Zijn dochters Aaltje en Johanna worden tot erfgenaam benoemd en mogen de boedel gemeenschappelijk benutten. Tot voogden over zijn kinderen benoemt Wieger zijn neef Berent de Jonge (gehuwd met Hendrikje Prinsen) en broer Albert Berkhof. Zij moeten toezien op de boekhouding van de goederen en de huishouding en de opvoeding regelen. Broer Berent Berkhof wordt bedacht met 500 gulden voor verrichte diensten in de afgelopen jaren en bovendien het recht op kost en inwoning en ondersteuning, als de nalatenschap tenminste daarin kan voorzien tezijnertijd.

Na het overlijden van Wicher verpachten de minderjarige kinderen het huis en cafe van wijlen hun vader, destijds gelegen aan het Oosteinde nummer 3, voor de som van 105 gulden en 10 stuivers per jaar, voor een periode van 6 jaar aan Gerrit Overmars. Op 14 februari 1812 wordt Gerrit Overmars voor het gerecht gedaagd vanwege achterstallige pachtschulden. Gerrit beriep zich op zijn onvermogendheid. (bron: archief Vredegerecht Almelo, inv. nr. 4). Gerrit had kennelijk weinig succes met zijn gepachte café. Hij vertrekt later naar Dalfsen met zijn echtgenote Gerritdina Koers.Op 17 september 1812 worden tegen de hoogste bieder huisraad en inboedel van gerrit Overmars verkocht (bron: archief Vredegerecht Almelo, inv. nr. 4).
Notitie bij de geboorte van Wieger Berends: gedoopt als Wieger zoon van Berend Berendz Berkhof Kooyker en Aeltjen Wiegers.

160. Jan Teunis, ged. Vriezenveen 30 juli 1702, † ald. na 1760, tr. 2e (ondertr. Vriezenveen 7 juli) 174891 Swaentjen Gerrits (zie 912,d); tr. 1e Wierden 9 juni 1725
161. Aaltje Gerritsen, ged. Wierden 23 juli 1699, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Gerrit Jansen, ged. Vriezenveen 27 jan. 1726, †?.
b. Teunis, zie 80.

Notitie bij Jan: zie notities bij Teunis Jansen, had een erf aan het Westeinde voorbij de kerk richting het westen (bron: verpondingsregister 1734).
In het verpondingsregister van 1723 is Jan nog niet te vinden op deze locatie.

Vermeld in het kerspellastenregister van 1758 tussen Jan Bos en het Kierenhûs (Kirrehuis) en wordt aangeslagen voor 10 stuivers (dat was een laag bedrag). Jan zal dan ook tot de armere Vriezenveners hebben behoord. In 1764 is de aanslag voor de kerspellasten zelfs nihil, evenals voor zijn buurman Cerre Wanders. het kan ook zijn dat hij toen was overleden.
In het hoofdgeldkohier van 1760 staat Jan Teunis nog vermeld met 1 hoofd en 6 stuivers aanslag. Daarna staat zijn naam nog wel vermeld, maar de aanslag is nihil geworden, ook worden er 0 hoofden genoemd. Wellicht was hij toen reeds overleden.
Notitie bij Aaltje: zie notities bij Teunis Jansen
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt als Gerrith zv Jan Tunis en Aeltjen Gerrits

162. Berend Lucassen Camp, geb. omstr. 1687, † Vriezenveen omstr. 1762, tr. omstr. 1712
163. Aeltien Jansen, geb. omstr. 1687, † na 1748.
Uit dit huwelijk:
a. J(oh)anna Berends, zie 81.
b. Gerrit Berents Camp, geb. Vriezenveen 1721,92 †? na 20 okt. 1757, tr. Janna Jansen Smit, geb. Vriezenveen 1718, †?.

Notitie bij Berend Lucassen: (NB niet traceerbaar in de boterpachtregisters van Vriezenveen). Het erf was gelegen in de buurt van de kerk aan het Westeinde (Ken uw dorp etc. blz. 24). Het erf komt in de kerkelijke ontvangstboeken voor als een kerkelijk eigendom. In 1879 moet voor dit erf door Jan Teunis 17,42 worden betaald. Het erf wordt dan aangeduid als het "Kampberendserf" naar Berend Camp.

Gezien de rekening van Berend Lucaasen Kamp ten laste van de gemeente lijkt het erop dat Berend timmerman is geweest. In 1729 dekt hij het dak van de school en in 1735 werkte hij aan de pastorie (weeme). Hij was het schrijven in elk geval machtig gezien zijn persoonlijke rekening. Op de achterzijde van de rekening staat vermeld "Camp Beerent` (bron: gemeentejaarrekening AHA inv. nr. 2737 en 2767)..

Woonde in´t Allee bij de kerk en de Middenschool. Herman Jansen schrijft hierover in ken uw dorp en heb het lief (blz.24). "de boerderij is zeker 250 jaar in het bezit van de familie Teunis geweest. Begin 1700 woonde er Berend Gerrits. Een dochter van deze Aaltje, trouwde met Berent Camp en deze woonde in 1748 op de boerderij. En het was deze Berent Camp, die aan de familie de naam Campberents bezorgde. Een dochter van deze Berent Camp, Janna geheten, trouwde met Teunis Jansen, deze bleven op de boerderij wonen."

er is een doop van dochter Janna te vinden d.v. Berent Lucassen en Aaltjen Jansen op 11-1-1718, bij de volkstelling van 1748 heet de moeder echter Aaltje Gerritsen. Of zij identiek zijn blijft gissen. Misschien een verschrijving bij de volkstelling? Als we Herman Jansen in Ken uw dorp en heb het lief mogen geloven zou ze eigenlijk Aaltje Berends hebben geheten (immers dochter van Berent Gerrits). De informatie is dus wat warrig en niet éénduidig.

André Idzinga gaat er van uit dat Lucas Berendsen Camp de vader is van Berend.
Ik ben het patroniem Lucassen alleen tegengekomen bij de dopen van de kinderen, als aangenomen wordt dat Aeltien Jansen de moeder is.

In het hoofdgeldkohier wordt Berend genoemd "berrent kamp" (1753) en "Campberent" (1760).
In 1753 wordt Berend aangeslagen voor 4 personen (dochter Janna is inmiddels getrouwd met Jan Teunis die inwonend is) en moet 1,15 betalen, nog geen 30 cent p.p. en daarmee behoorde deze familie mogelijk tot de lagere sociale klasse. In 1760 (1 van de oudjes zal dan zijn overleden) wordt het gezin voor 70 cent aangeslagen een nog lager bedrag per persoon. Mogelijk ook wordt de lagere aanslag veroorzaakt door het feit dat het erf niet in eigen bezit was, maar gepacht werd van de kerk, waardoor het vermogen van de familie Kamp automatisch lager lag en daarmee ook de aanslag van het hoofdgeld (?).
In het register van de 1.000e penning van 1751 staat Berent niet vermeld. Dit betekent dat Berent toch tot de lagere sociale klassen zal hebben behoord.


Voert werkzaamheden (als timmerman?) uit in opdracht van de gemeente aan bijvoorbeeld kerk en school. Komt als zodanig voor het laatst voor in de gemeentejaarrekening van 1762. Wordt dan voor 5 dagen werk als Kampberent vermeld met een vergoeding hiervoor van 3 gulden, dat wil zeggen 12 stuivers per dag, het normale dagloon in die tijd.
Nog genoemd in de gemeentejaarrekening van 1761. Later (vanaf 1762) doet zijn schoonzoon Teunis Jansen dit.

De naam Kamp of Camp is mogelijk afkomstig van Almelo, waar het zogenaamde Kampserf tegen Bornerbroek aan lag.
Notitie bij het overlijden van Berend Lucassen: nog genoemd in de gemeentejaarrekening van 1761. Voert klusjes uit voor de gemeente bv aan de kerk. Later (vanaf 1762) doet zijn schoonzoon Teunis Jansen dit.
Notitie bij Aeltien: Herman Jansen stelt in Ken uw dorp etc. dat
ze Aaltje Berends zou heten. De gegevens van de volkstelling van 1748 wijzen
echter anders uit, nl. Aeltien Gerritsen. Mogelijk is de door Herman Jansen genoemde Berend Gerritsen
haar broer en niet haar vader. André Idzinga daarentegen stelt dat ze Aaltje Jansen zou heten (!?).
(zie ook notities echtgenoot en J(oh)anna Berends Camp).
Notitie bij Gerrit Berents: woonachtig aan het oosteinde (in de buurt van nummer 130).wever.

bewoonde in 1748 (bron: volkstelling) het erf van zijn kinderloze oom en tante (Jan Lucassen Camp x Janna Jansen Smit).
op 3-6-1753 op verzoek van onderscholtus Adolf Henrik Bartelink aangesteld als verwalter onderscholtes om hem bij afwezigheid te kunnen vervangen (archief Huize Almelo inv. nr. 2649). Bartelink stelt dat Camp "tamelik leesen en schrijven kan" en dus een geschikte kandidaat voor de functie.
Op 20-10-1757 wordt vanwegens de afwezigheid van Gerrit, hij zit op zee, een andere verwalter aangesteld, te weten Hendrik Lohuijs, die zijn plaats, zolang Gerrit op zee is, zal innemen. (archief Huize Almelo inv. nr. 2649).
Notitie bij Janna Jansen: persoon ontleend aan database André Idzinga Vriezenveners.nl.

164. Lambert Waanders, geb. 1685, † Vriezenveen na 1760, tr. (ondertr. Wierden 13 juni) 1706
165. Maria Egberts Spijcker, geb. 1666, † Vriezenveen na 25 mei 1725.
Uit dit huwelijk:
a. Egbert Lamberts, zie 82.
b. Albert Lamberts, ged. Vriezenveen 31 aug. 1710, † ald. na 27 juni 1775, tr. omstr. 1744 Aaltje Derks Timmer, ged. Vriezenveen 11 april 1723, † ald., wed. van Berend Gerrits ten Cate (zie 588,a).
c. Henrickjen Lamberts, ged. Vriezenveen 16 okt. 1712, tr. 1e Jan Glas; tr. 2e Gerret ter Stege; tr. 3e Roelof Winkel.
d. Janna Lamberts, ged. Vriezenveen 15 nov. 1716, † Alkmaar? na 1768, tr. (ondertr. Zwolle 8 juni) 173793 Albert Berendsen Berkhof, ged. Vriezenveen 7 juni 1711, † ald. vóór 1748, zn. van Berend Hermsen Berkhoff (zie 774,a) en Jenneken Berends Fayer (zie 878,c).

Notitie bij Lambert: in 1733 kastelein van beroep (blijkt uit Archief Huize Almelo stuk nr. 2957 en koopman in linnen (bron: archief Schambt Vr.veen inv. nr,23). Bewoonde het erf aan het Oosteinde nummer 116/120 (huidige nummering). Het erf werd gebouwd op de landerijen van Lucas Hermsen Hospers.
Wordt niet in de boterpachtregisters genoemd, bewoonde het Marriënerf (zie blz. 86 Ken uw dorp en heb het lief). Leefde nog tijdens de volkstelling van 1748, woonde bij zijn zoon Egbert Lamberts in. Volgens het archief Kruijs werd hij ook wel aangeduid met de alias Pol.

Woonde aanvankelijk een klein stukje westelijker op het Oosteinde (in de buurt van de huidige Hofmansweg, zo ter hoogte van Oosteinde nummer 110 huidige nummering). In het belastingregister op het geslacht (bron: archief Kruijs,NIMH Den Haag) staan Lambert Waanders en Egbert Spijker naast elkaar vermeld op de locatie, waar in het boterpachtregister de landerijen van Berent Brouwer staan vermeld. Uit een latere schuldverklaring uit 1718 blijkt dat Lambert Waanders en Maria Spijker nog huishuur verschuldigd was aan Berent Brouwer. Waarschijnlijk stammen deze schulden uit de periode van voor 1717. In dat jaar lenen ze 425 guldens, om hun nieuwe woning en landerijen te kunnen kopen (locatie Oosteinde 116-120). Dus rond 1717 moet het gezin een stukje oostelijker zijn verhuisd. Het jonge echtpaar zal gezien de gegevens van het belastingregister op het geslacht in het huis van de vader van Maria Spijker inwonend zijn geweest. In de huwelijksregistratie uit 1706 blijkt dat hij dan reeds overleden is. Echter in het belastingregister op het geslacht van 1707 staat de naam van Egbert Spijker nog steeds vermeld. Egbert zal dus rond 1706 zijn overleden.

10-06-1717 verklaren Lambert Waanders en Maria Egberts verklaren schuldig te zijn aan Berendt Schimmlpenninck, koopman te Almelo en Elisabeth Kosters en erfgenamen 425 karoli guldens, ieder gulden 20 stuivers te verrenten voor 4 guldens 10 stuivers onder hypotheek van erf en gaarden en nieuw te bouwen huis gelegen westwaarts, de weduwe van Berendt Claassen en oostwaarts Rutger Berends liggende in de landerijen van Lucas Hermssen Hospis(bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2674).
-In 1720 spreekt Berend Schimmelpenninck Lambert Waanders en Maria Spijkers aan vanwege een intrestschuld van 37 guldens 2 stuivers en 8 penningen vanwege een lening van 425 gulden en tevens vanwege 33 ellen (= ca. 23 meter) geleverd wit linnen, 19 stuivers per el, maakt een schuld van 68 gulden 9 stuivers en 8 penningen (bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 23).

Volgens een schuldverklaring van 20 mei 1718 was het echtpaar Lambert Waanders en Maria Egberts Spijker 53 gulden schuldig aan Berend Brouwer vanwege huishuur, gedane verteringen en geleverde waren. Om deze schuld te innen doet Berend Brouwer op 30 november 1720 aanspraak op de mobiele goederen van het echtpaar waaronder een weefgetouw, potten, bedden, kisten en kasten (bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 23).

25-5-1727 kopen Lambert Waanders en Maria Egberts Spijcker een "bouwgoorden" voor 145 Caroli guldens van Rutger Berends (voor zich zelf) en Jan Berends Hoffman en Jan Gerritsen als de mombers (= voogden) van de onmondige kinderen van hun overleden moeder Grietien Klaassen. Het land is belast met 3 stuivers "in ijder verpondinge" en 9 penningen "elcker schattinge".

Op 29-09-1732 probeert de schout Claas Cruijs vergeefs door verpanding een schuld te vereffenen inzake tabaksaccijns, Lambert Waanders en zijn echtgenote Maria bedreigden de schout en zijn assistent Bartelink met een hooivork en ander gereedschap die hierop onverrichter zake naar huis keerden en van de zaak verslag deden aan de Heer van Almelo. Ongetwijfeld zal dit Lambert een forse boete opgeleverd hebben. Bron: breukregister (AHA inv. nr. 3241).

Op zondag 1 augustus 1734 ontstaat er een ruzie voor het huis van Lambert Waanders, op de weg van de weduwe Lucas Hospers, alwaar Lambert Waanders en Henrikus Henriksen aan het kegelen waren geweest waarbij ze ruzie hadden gekregen. Vader Lambert Waanders was naar buiten gekomen en had Henrikus Henriksen aan de haren getrokken om deze van zijn zoon Egbert af te krijgen. Beiden lagen namelijk vechtend op de grond. Zoon Albert was daarbij uit huis komen sluipen en had Henrikus slinks een vuiststoot in z’n gezicht gegeven, waarbij deze achter over was gevallen met een heftig bloedend gezicht en neus. Bron: breukregister (AHA inv. nr. 3241).

15-8-1742 koopt Lambert Wanders een want bouwland in Court Geritsland voor 47 Ceijser guldens van Albert Joncker en IJenneken Lücassen, het is een niet officieel opgemaakt document.

20-11-1747 koopt Lambert Waanders van Gerrijt Fronten en Berent Frericks, mombaren (vertegenwoordigers) van de onmondige kinderen van wijlen Hendrik Hoek het agterpart van het soo genaemde Kurt Garritsland gelegen aan dedesen nieuwe kerkweg oock behoorende Albert Lamberts voorts sijn behouwde (bouwsels?) en seven boomen en het holtgewas daar op staende, oostwaarts Gerrijt Lucas Coster en westwaarts de wed. Frerik van Olde voor 77 guldens.... (bron akten uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).

In 1737 wordt Lambert inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 4 personen. De aanslag bedraagt 1,60 en met 40 cent p.p. is dit een aanslag die iets beneden het gemiddelde voor het Oosteinde ligt in dat jaar (nl. 46 cent p.p.).

Ook in 1753 wordt Lambert in het hoofdgeldkohier nog genoemd, naast zijn zoon Egbert die ook afzonderlijk wordt genoemd. Lambert wordt dan slechts aangeslagen voor 10 cent. Een erg laag bedrag.

Akte van transport 13-12-1760 betreft verkoop door Lambert Waanders van een achtste part van het zogenaamde Kurt Garritsland voor 80 car. guldens aan Frerick Klaassen de Jonge. (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).
Notitie bij de geboorte van Lambert: geboortejaar afgeleid uit een verslag van een gerechterlijk vooronderzoek uit het jaar 1747 (Archief Huize Almelo inv. nr. 2932), daarbij treedt Lambert Waanders als getuige op en als zijn leeftijd wordt dan vermeld 62 jaar.
Notitie bij Maria Egberts: (bewoonde het Marriënerve, van Maria stamt vermoedelijk de bijnaam Marriën die haar nakomelingen op dit erf droegen, Ken uw dorp en heb het lief blz. 86).
Op 25 mei 1727 kopen Lambert Waanders en Maria Egberts Spijcker een "boonen goorden voor 145 caroli gulden gelegen aan de waterleijdick, van Rutger Berends voor sigh selff en van Jan Berendsen Hoffman en Jan Gerritsen als mombaeren over de drie onmondige kinderen van hun overledene moeder Grietien Klaassen". Ondertekenaars van de acte zijn Rutger Berends als verkoper en Jan Berens Hoff en Jan Gerrits als mombaeren. Allen ondertekenen met een kruisje. (bron acte uit de nalatenschap van Johannes Teunis (Marriën), overleden 10-2-1973 te Almelo: in de 70-ger jaren overgedragen aan museum Oud Vriezenveen).
Notitie bij de geboorte van Maria Egberts: is in 1715 wellicht identiek aan getuige "Marrigjen Egberts" bij een incident in het huis van Pieter Harwig waar Jannes Balthasar de ramen had ingeslagen. Zij verklaart dan omtrent 51 jaar oud te zijn (bron: AHA inv. nr. 2932 foto 43). Dit zou betekenen dat ze dan rond 1666 geboren moeten zijn.
Notitie bij het huwelijk van Lambert en Maria Egberts: de ondertrouwregistratie luidt als volgt: "13 jun sijn alhier met attestatie des kerken reets aenmgecomen en gecopuleert. lambert Warners soone van Warner Herms en J.M: en Marie Egberts Spijker N.D. van Egbert Spijker beide op het Vrieseveen".
Notitie bij Albert: in 1734 genoemd inzake in het breukregister van de schout Claas Cruijs. Hij was betrokken bij een ruzie tussen broer Egbert Lamberts en een zekere Henrikes Henriksen, ook vader Lambert Waanders bemoeide zich met de ruzie (AHA inv. nr. 3241).
In het belastingregister van het geslacht van 1740 staat Albert Lamberts vermeld naast zijn broer Egbert Lamberts aan het Oosteinde 116-120 (huidige nummering). Hij zal dan waarschijnlijk inwonend zijn geweest bij zijn broer Egbert. In het register van het geslacht van 1745 staat hij een stuk oostelijker vermeld, nog voorbij het Boormanserf in oostelijke richting. Hij verschijnt nieuw in het register tussen de namen de wed. Frederik van Olde en Gerrit Lucas.
Volgens André Idzinga draagt hij de naam Pot. Ik ben hem onder deze naam niet tegengekomen. Wel ben ik hem onder de alias Pol tegengekomen (1775).
Moet in armoe hebben geleefd, wordt in het quotisatiekohier van 1751 als pauper vermeld. In het register van de 1.000e penning van datzelfde jaar komt hij dan ook niet voor.
Staat in 1748 bij de volkstelling vermeld aan het Oosteinde met 2 kinderen Bernarda en Berent.

Op 14-01-1756 verkopen Albert Lambers en Aaltje Derks Timmer een stuk grond, met recht om hier een huis op te bouwen aan Ad. Henr. Bartelink. akte: 20-03-1756 archief Schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675.

akte van transport 27-06-1775 verkoop van brink en land beginnend aan de dorpsstraat tot aan het bouwland van Frederik Luicas [Coster?], gelegen op het zogenaamde Cort Gerritsland [de naam Cort is een alias van de familie ten Cate] gelegen tussen het land van Jan Engberts (oostwaarts) en Henderik Jansen Coster (westwaarts) voor 165 gulden aan Hendrik Jansen Costers en huisvrouw en Berentjen Coster wed. van Jan Engberts. (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).

in 1743 staat in het hoofdgeldkohier de wed. Maet vermeld en in 1742 de wed. Lucas Maet in 1741 is het Gerrit Lucas, in 1744 is Albert Lamberts de hoofdbewoner.
in 1738 Gerrijt ten Kaat en 1739 Gerrijt ten Kate 1 persoon, in 1740 staat hij niet meer zelfstandig genoemd, maar kennelijk opgenomen (?) bij Gerrit Lukas [Coster] een buurman.
verponding 1734 Garrit Freriks.
Notitie bij de geboorte van Albert: moeders naam niet genoemd bij de doop.
Notitie bij Aaltje Derks: met de familienaam Timmer vermeld bij de doop van zoon Berent op 22-01-1747 (zv Albert Lammers)
Notitie bij de geboorte van Aaltje Derks: gedoopt als Aeltjen dv Dirck [Jansen] Timmer en Berendjen Jansen Smit.
Notitie bij de geboorte van Henrickjen: gedoopt als Henrickjen dv Lambert Wanders en Marie Egbers
Notitie bij Janna: woont op 5-3-1768 te Alkmaar volgens de trouwakte van haar dochter Maria.
In 1751 betaalt Berent Jansen Berkhof het vuurstedengeld van het huis van Albert Berkhof. Volgens het hoofdgeldkohier van 1751 woont hier dan Kuer Gerrit. Kennelijk had Janna Lamberts Vriezenveen toen al verlaten.
Notitie bij het huwelijk van Albert Berendsen en Janna: " Albert Berents Berkshof j.m. en Janna Lammerts j.d. beide te Vriesen-veen dog de Bruit dienende alhier De proclam: gaan mede te Vriesenveen alwaar zijn ingeschreven. 1737. Den 24 Junij att. afgegeven om tot Vriesen-veen te trouwen." Bron: Transcriptie Peter Klunder huwelijken Zwolle.
Notitie bij Albert Berendsen: linnenkoopman. Zijn erf moet aan het einde van het Oosteinde (ongeveer nummer 380 huidige nummering) hebben gelegen gezien de positie op de lijst van de weduwe Alb. Berentsen bij de volkstelling van 1748. Inwonend zijn dan nog de inwonende kinderen onder de 10 jaar : Maria, Berendina en Janna.
Wordt in 1736 als Albert Berens in het Hoofdgeldregister genoemd en voor 2 personen belast met een bedrag van 16 stuivers. Dit bedrag ligt iets beneden het gemiddelde van het Oosteinde (46 cent p.p.). In het hoofdgelkohier van 1753 wordt het gezin niet meer met name genoemd. Mogelijk is de familie dan al naar Alkmaar verhuisd. Zo is uit de trouwakte van dochter Maria duidelijk dat Janna Lamberts in 1768 te Alkmaar woont en ook van dochter Berendina is bekend dat ze in Alkmaar en Amsterdam woonde (1772), zie notities dochter Berendina.
Waarschijnlijk is de boedel van het gezin in verband met schulden verkocht. Wij zouden nu van een faillissement spreken.

Op 09-11-1737 heeft Albert Berents Berkhof het aan de stok met Jan Willems. Zij kwamen lopend van de Wierdens markt en raakten slaags met elkaar (bron breukregister van de schout: AHA inv. nr. 3242).

Op 2-4-1740 wordt verpondinge gedaan op huis en landerijen vanwege een schuld die hij heeft aan Gerrit Kosters Egbz. inzake voor 70 Caroli gulden geleverde linnen en bij de scholtinnen een boekschuld van 69 gulden en 15 stuivers . Op 9-4-1740 maakt ook Jan Lucas Koster aanspraak op het onroerend goed van Albert ivm een uitstaande schuld van 100 Caroli gulden (Archief Jansen/Jonker).
Op 29-04-1740 verzoeken Gerrit ten Cate Hermansz. en Lambert Costers, reders en kooplieden te Almelo, bij de Heer van Almelo tot aanstelling van bekwame curatoren over de desolate boedel van Albert Berents Berkhof door het schoutgericht van Vriezenveen (bron: Requesten Huize Almelo inv. nr. 2964).
7-6-1749 Compareert voor het schoutengericht de Gerrit Costers, koopman te Almelo, doet anpanding op de goederen van de weduwe van wijlen Albert Berkhof, in verband met schulden (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 27 foto 20081230e_088).

Op 17-09-1740 verkoopt Albert Berendsen Berkhof bouwland gelegen in het land van Berend Berkhof, bekend als het Onweersland aan Berend Berkhof, Jan Lucas Coster en Hendrik Jansen Timmer, bedrag niet vermeld in de transportacte van 28 januari 1741 (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).
Ook op 17-09-1740 verkoopt Albert Berendsen Berkhof 2 akkers turfland, gelegen op de Superplus aan Berend Jansen Berkhof, bedrag niet vermeld in de transportacte van 8 april 1741 (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

Albert beschikte volgens het boterpachtregister van 1735 over een akker land op het Jan Onweersland aan het Oosteinde.

In 1751 betaalt Berent Jansen Berkhof het vuurstedengeld van het huis van Albert Berkhof. Volgens het hoofdgeldkohier van 1751 woont hier dan Kuer Gerrit. De weduwe Janna Lamberts heeft Vriezenveen dan kennlijk al verlaten. In 1768 staat ze te boek als woonachtig te Alkmaar.

166. Gerrit Herms Spijcker (ook Klijster), geb. omstr. 1690, † Vriezenveen na 1757, tr. 2e Vriezenveen omstr. 1717 Hendrikje Jansen, ged. Vriezenveen omstr. 1690, † ald. na 1749,94 dr. van Jan Claassen Olde (zie 1442,c); tr. 1e omstr. 1715
167. Eefse Berends, geb. omstr. 1690, † Vriezenveen omstr. 1718, tr. 1e Gerrit Braamhaar, geb. Vriezenveen omstr. 1685, † ald. vóór 1715.

Notitie bij Gerrit Herms: waard.
Bewoonde een erf op het puntje van het Westeinde, in de buurt van nr. 560 (huidige nummering). Waard (herbergier), mogelijk samen met zijn broer Lambert die ook waard was. Met de volkstelling van 1748 wonen de gezinnen echter een aardig eindje uit elkaar op het Westeinde. Eerder, zo rond 1720, komt Gerrit Hermsen Klijster voor in het boterpachtregister aan het Oosteinde (in de buurt van nummer 100-150). Het kleine akkertje land dat hij vanaf ca. 1719 bezat kwam waarschijnlijk uit de boedel van zijn 1e vrouws ouders (Eefse Berends). In het verpondingsregsiter van 1723 staat "Garrit Harms" nog vermeld aan het Oosteinde, echter in het verpondingsregister van 1734 staat hij als "klijster gerriet" aan het puntje van het Westeinde vermeld. Hij moet dus tussen 1723 en 1734 zijn verhuisd. Dit zal te maken hebben met het faillissement van Gerrit Klijster in 1726 (zie hierna).
In het verpondingsregister van 1719 staat Gerrit Herms Klijster noig vermeld op het ouderlijk erf aan het Westeinde, iets westelijk van het Richtersland.

Met de volkstelling van 1748 staat het echtpaar Gerrit Spijker en Henderikje Jansen genoemd, inwonend zijn dan Harmen Spijker en schoondochter Aeltien Derksen [Smit].
In het hoofdgeldregister van 1753 wordt "garryt Spyker" genoemd, hij wordt aangeslagen voor 4 personen en moet 1,50 betalen. ca. 38 cent p.p. en daarmee ongeveer gemiddeld (39 cent p.p.). In 1760 staat zoon Hermen Spieker in het hoofgeldregister genoemd, hij wordt dan aangeslagen voor 3 personen. Vader Gerrit zal dan zijn overleden. De aanslag bedraagt dan 1 gulden.

In het register van de 1.000e penning uit 1751 staat Gerrit vermeld met een geschat vermogen van 100 gulden. Dat was weinig.

Volgens het archief Jansen/Jonker is Gerrit Herms Spijker de zoon van Hermen Clijster of Klijster en Geesje Jansen.

Op 11-10-1721 daagt de koopman Jan Waanders uit Almelo Gerrit Herms Klijster voor het gericht vanwege een achterstallige schuld van 23 gulden en 6 stuivers vanwege geleverde winkelwaren en linnen (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr.23).

In 1721 speelt er voor het schoutengericht een zaak over 2 obligaties die uit 1690 dateren en waarvoor Gerrit Herms en Berend Leussink, beide schoonzoons van Jan Claassen Olde die de obligaties heeft ondertekend, worden aangesproken door Jan Jansen Geerts, volmachtiger van zijn zwager Derk Engberts en zijn zwagerse Jennigje Gerritsen wed. van wijlen Jan Gerritsen Grave (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr.23).

Op 18 mei 1726 daagt Otto Pil Lambert Harmsen Klijster voor het schoutengericht vanwege 7 gulden 5 stuivers door comparants huisvrouw aan haar broer geleend geld (Bron: Sch. Ambt Vriezenveen inv. nr. 24 foto 269). Otto en zijn vrouw waren net al hun bezittingen kwijtgeraakt vanwege een faillisement.

3 juni 1726 Beklaagde Gerrit Harmsen Clijster, Verbod om goederen en bezittingen aan de boedel te ontrekken in verband met lopende schulden. Schout mag niet meewerken aan transportakten totdat de schuldeisers schadeloos zijn gesteld. (requesten Almelo-Vriezenveen AHA inv. nr. 2964).

Op 25-05-1726 verklaren Gerrit Herms Klijster en zijn echtgenote Hendrikje Jansen 242 gulden schuldig te zijn aan Claas Cruis en Geertje Lucas Schol. Hiertoe verhypothiceren ze land en erf, oa ook een gaarden gelegen achter de Spijckersgaarden!(bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr.2674).

3 juni 1726 beklaagde Gerrit Harmsen Clijster, Verbod om goederen en bezittingen aan de boedel te ontrekken in verband met lopende schulden. Schout mag niet meewerken aan transportakten totdat de schuldeisers schadeloos zijn gesteld (bron: Archief Huize Almelo inv. nr. 2964).

6 juli 1726 Jan Gerrits de Ruijter doet verpanding op de goederen van Gerrit Harmsen Klijster vanwege schulden (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr.25 foto 294).

7-12-1726 overzicht schuldeisers boedel Gerrit Harmsen Klijster en Hendrikje Jansen, 3 maart 1717 maagscheiding: tbv Eesse Gerritsen, momber van het onmondige kind is Egbert Harms x Fenneken Berends. Jan Gerritsen de Ruijter 44 guldens 13 stuivers, procurator Harwig 26 gulden 10 stuivers, obligatie van 140 guldens van de huisvrouw van Gerrit Harms Klijster aan Aaltje Geerts en aan achterstallige rente hierover 44 guldens 12 stuivers; de schout Klaas Kruis heeft tegoed volgens verzegeling van 25 mei 1726 242 guldens en lopende intrest over dit bedrag; de kerkmeesters van Vriezenveen wegens de armen hebben tegoed een bedrag van 115 gulden en vanwege verlopen intrest 5 guldens 12 stuivers; nog geeft de schout aan een tegoed vanwege achterstallige Herenlasten over 1724: 14 guldens 5 stuivers en 14 penningen en over 1725: 13 gulden en 14 penningen, het jaar 1726 is nog niet uitgezet, maar bedraagt 13 guldens; Jan Brouwer geeft aan dat hij een bedrag van 10 gulden 5 stuivers en 4 penningen tegoed heeft vanwege geleverde winkelwaren. Nog geeft Jan Brouwer een bedrag voor zijn zoon aan [bedrag niet vermeld] Gerrit Faijer geeft aan dat hem toekomt uit de boedel van Gerrit Harms Klijster ingevolge koopsakte van 17 maart 1726 van twee koeweiden een grasgaarden en een halve akker hoevenland; verschenen Fenneken Berends in absentie van haar man Egbert Harms als momber over het onmondige kind van Gerrit Harms met name Esse Gerritsen, het bedrag dat gemelde pupil tegoed heeft uit hoofde van maagscheiding tussen Gerrit Harms en de comperatinnen man op de 4e maart 1717 is opgericht en nader zal worden gespecificeert. De weduwe van Berend Winter geeft aan een obligatie ten laste van Gerrit Harms Klijster te bezitten ter waarde van 50 guldens. Berend Brouwer komt toe 13 guldens vanwege geleverde bieren

7-12-1726 overzicht schuldeisers boedel Gerrit Harmsen Klijster en Hendrikje Jansen: Jan Gerritsen de Ruijter 44 guldens 13 stuivers, procurator Harwig 26 gulden 10 stuivers, obligatie van 140 guldens van de huisvrouw van Gerrit Harms Klijster aan Aaltje Geerts en aan achterstallige rente hierover 44 guldens 12 stuivers; de schout Klaas Kruis heeft tegoed volgens verzegeling van 25 mei 1726 242 guldens en lopende intrest over dit bedrag; de kerkmeesters van Vriezenveen wegens de armen hebben tegoed een bedrag van 115 gulden en vanwege verlopen intrest 5 guldens 12 stuivers; nog geeft de schout aan een tegoed vanwege achterstallige Herenlasten over 1724: 14 guldens 5 stuivers en 14 penningen en over 1725: 13 gulden en 14 penningen, het jaar 1726 is nog niet uitgezet, maar bedraagt 13 guldens; Jan Brouwer geeft aan dat hij een bedrag van 10 gulden 5 stuivers en 4 penningen tegoed heeft vanwege geleverde winkelwaren. Nog geeft Jan Brouwer een bedrag voor zijn zoon aan [bedrag niet vermeld] Gerrit Faijer geeft aan dat hem toekomt uit de boedel van Gerrit Harms Klijster ingevolge koopsakte van 17 maart 1726 van twee koeweiden een grasgaarden en een halve akker hoevenland; verschenen Fenneken Berends in absentie van haar man Egbert Harms als momber over het onmondige kind van Gerrit Harms met name Esse Gerritsen, het bedrag dat gemelde pupil tegoed heeft uit hoofde van maagscheiding tussen Gerrit Harms en de comperatinnen man op de 4e maart 1717 is opgericht en nader zal worden gespecificeert. De weduwe van Berend Winter geeft aan een obligatie ten laste van Gerrit Harms Klijster te bezitten ter waarde van 50 guldens. Berend Brouwer komt toe 13 guldens vanwege geleverde bieren (bron: Scha vrv inv.nr. 25 20081230c_390-392).

idem 7-12-1726 publieke verkoop goederen Gerrit Harmsen Klijster voor 880 gulden aan proc. Nicolaas Harwig: een huis met plaats en land en zijn aandeel van de brink, een perceel bouw gaarden, beginnend van het hek tot aan Berend Leussink dwarssloot met omtrent 2 wanden bouwland en "anpart van den opslag", 3 goordens gelegen in de landerijen van wijlen Jan Klaassen Olde en nog twee koeweinden ’de ene gelegen in het land van wijlen Jan Klaassen Olde en het andere in de landerijen van wijlen Luicas Braamhaar en nog een vierendeel akker woestenland in Boomtiesland gelegen. Nog omtrent een halve akker hoevenland en enig hooiland in Woltersbroek gelegen, alles alhier op Vriesenveen (bron: Scha vrv inv.nr. 25 20081230c_390-392).

Volgens het breukregister beklaagt Gerrit Klijster zich op 28 juli 1731 bij de schout dat hij getuige is geweest van een ruzie tussen Arent Doode en Hinnenvents zoon Janman. Ook op 25 september 1731 beklaagt Gerrit zich bij de schout over een ruzie in zijn huis.
Op 31 mei 1733 beklaagt Gerrit Harms Cliester zich bij de schout over een ruzie in zijn kroeg. Hierbij staat vermeld dat hij waard was (bron: AHA inv.nr. 3241). Op 12-11-1742 staat hij als Gerrit Spiker in het breukregister genoemd als de aangever van een ruzie in zijn huis tussen Hindrik Quant en Egbert Berents (bron: AHA inv.nr. 3242).
In een akte van 1733 (Archief Huize Almelo inventarisnr. 2957) wordt een zekere "Gerrit Harmes" genoemd als als één van de zeventien Vriezenveense herbergiers waar de alcoholist Gerrit Jonckman schulden uit had staan.

In 1737 wordt Gerrit Harmsen Klijster aangeklaagd voor het ontvreemden van stro van het dak van het afgebroken huis van Fluitjans. Gerrit beweerde echter het stro voor 10 stuivers gekocht te hebben van de vorige bewoonster (AHA inv.3211 nr. 034).

15-3-1749 Compareren voor het schoutengericht Berent Spijker als pachter van de impost op brandewijn en zijn mede hiertoe aangestelde deelnemers (inners?) van deze impost in de stad en de Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen, te weten Gerhardus Rhee en Harmen Spijker. Zij hebben doen dagvaarden de tappers Gerrit en Harmen Spijker en hun huisvrouwen en Henrikus Pauwels ten einde impost op brandewijn en gebrande wateren te verhalen. Er is sprake van indispositie (ongezondheid, ziekte) van de vrouw van Herman Spijker, waardoor zij niet voor het gericht kan verschijnen. (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 27 foto 20081230e_081).

Op 20 december 1755 is Gerrit Hermes getuige in een proces van Albert Santboer contra diens schoonzuster Armke Frericks (bron: AHA inv. nr. 3082).

Op 25-01-1757 wordt Gerrit Harms Spijker nog genoemd in het breukregister in verband met een ruzie in zijn woning, waarbij Jan Gerritsen Vleege het middelpunt geweest schijnt te zijn. Veel anderen waren bij de ruzie betrokken (bron: AHA inv. nr. 3242).

In 1761 nog vermeld in het belastingregister van kerspellasten. In 1762 staat Hermen Spiker als hoofdbewoner van het erf vermeld.
Notitie bij het overlijden van Gerrit Herms: In 1761 nog vermeld in het belastingregister van kerspellasten.
Notitie bij Eefse: betaalt een deel van de boterpacht in 1719. Na 1719 komt de boterpacht van het voormalige erf van Berent Frerix Schoemaker (gelegen aan het Westeinde 260) op naam van Gerrit Hermse Klijster aan het Oosteinde (in de buurt van nr. 130).
Notitie bij de geboorte van Eefse: Eefse Berends isl volgens mij de dochter uit het tweede huwelijk van Berent Frerix Schoemaker met Hendrikjen Fronten; het was een veel voorkomend gebruik de eerdere echtgenote na een overlijden te vernoemen. Hoewel dat niet altijd gebeurde denk ik dat dat hier wel zo is. Anderzijds is het wel zo dat de dochter van Eefse Berends ook Eefse heet en dat zou er ook op kunnen duiden dat zij vernoemd is naar haar grootmoeder Eefse Jansen. In dat geval is de moeder van Eefse dus niet Hendrikjen Fronten, maar Eefse Jansen. Voor beide opties valt wel iets te zeggen.

168. Jan Coerts Bom, ged. Wierden 11 okt. 1722, † Almelo (?) na 1773,95 tr. Vriezenveen 9 sept. 174296
169. Geertje Jansen Bom, ged. Vriezenveen 25 nov. 1708,97 † Almelo (?) na 1764.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Jansen, ged. Vriezenveen 1743.
b. Jan, zie 84.
c. Klaas Jansen, ged. Vriezenveen 1747.
d. Klasina Jansen, ged. 1750.

Notitie bij Jan Coerts: Heeft de naam Bom van zijn vrouw overgenomen, trouwde bij haar in. Wordt voor het eerst in het hoofdgeldkohier van 1745 vermeld. Wordt ook wel met de familienaam Bom aangesproken.
Woonde aan het Westeinde 85 (huidige nummering) in de buurt van de kerk.

De familie had in 1751 volgens het register van de 1.000e penning (Statenarchief inv. nr. 5656) een schamel vermogen van 100 gulden. Ook een zekere Jan Hendriks Bom (alias Voskamp), die naast de familie woonde en ook wel de familienaam Bom en/of Boom droeg en gehuwd was met Swenneken Bom, wordt op een vermogen van 100 gulden ingeschat. Er was sprake van dubbele bewoning van het pand, zie ook Ken uw dorp en heb het lief, blz. 185).
Jan Coerts woonde in 1766 te Almelo (dit staat vermeld in de trouwakte bij huwelijk van zijn zoon).

19-06-1751 Compareren voor het schoutengericht Jan Koors en Geertje Jansen Bom verklaren dat de koe die ze aan Jan Jansen hebben verkocht altijd gezond is geweest. Volgens Jan Jansen was er sprake van een verborgen gebrek (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 27 foto 202, 203).



Op 15-07-1758 akte van transport: Jan Koersen en Geertje Jansen Bom kochten een gaarden, gelegen in het Jan Doddenland. deze koop heeft in 1756 plaatsgevonden.
(Bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).

akte van transport 11-05-1764 verkoop door Waander Wichers en Jenneken Harwig een halve akker hooiland aan Jan Koers en Geertjen Jansen Bom voor 132 car. guldens (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676)

akte van transport 06-10-1764 verkoop door Hermannus Gerrits en Janna van Olde van een koeweide, door hen aangekocht van Jan en Lambertus ten Caate, gelegen in het Albert Raphuisland, aan Jan Koers en Geertjen Jansen Bom voor 90 car. guldens (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676)
Notitie bij het huwelijk van Jan Coerts en Geertje Jansen: in het huwelijksregister van Almnelo staat vermeld getrouwd in Vriezenveen met attestatie van Vriezenveen. Jan Koertsen geboren te Wierden, wonende te Almelo en Geertje Jansen nagelaten dochter van Jan Harmense van Vriezenveen.

170. Gerrit Hendriks ten Cate (Roskammer), ged. Vriezenveen 11 okt. 1715, † ald. vóór 1760, tr. omstr. 1737
171. Aeltien Jansen Dodde, ged. Vriezenveen 23 aug. 1705, † ald. na 1760.

Notitie bij Gerrit Hendriks: kocht in 1736 van een familielid het zogenaamde Drostenerve, Westeinde 458 (huidige nummering). het was een tweeakkerstuk. (Bron: Ken uw dorp etc. blz.237). daarnaast bezat Gerrit ook nog 1/4 akkere woestenland (Bron boterpoachtregister van ca. 1735). In het dagelijks leven stond hij bekend onder de naam Roskammer. Dit blijkt uit de toevoeging in het boterpachtregister, waar o.a.in 1735 staat "vulgo Roskammer". Een roskammer is iemand die het haar van de paarden kamt. Ook in andere jaren staat hij in de boterpachtregisters aangeduid als Roskammer. In het boterpachtregister van 1763 wordt Gerrit ten Cate of Roskammer nog genoemd, terwijl hij toen, gezien de informatie van de hoofdgeldkohieren, toch overleden moet zijn.

Tijdens de volkstelling van 1748 heeft het gezin 4 kinderen onder de 10 jaar, te weten, Hendrik, Jan, Aeltjen en Jenneken.
In het hoofdgeldkohier van 1753 wordt "garryt ten kaete" aangeslagen voor 85 cent (2 personen), dat is ruim 42 cent p.p. (gemiddeld in Vriezenveen dat jaar was 39 cent p.p.).
In 1760 wordt de weduwe van Gerrit inzake het hoofdgeld voor 2 personen aangeslagen en dan bedraagt de belasting 90 cent. Met 45 cent p.p. ligt het gezin boven het gemiddelde van 39 cent per Vriezenvener.

In het register op de 1.000e penning van 1751 wordt het vermogen van Gerrit ten Cate geschat op 200 gulden (eerst stond er 600 gulden, maar dat is doorgehaald). Daarmee was zijn vermogen toch aardig gekrompen, want in hetzelfde register van 1739 staat hij nog voor 500 gulden te boek.

Op 04-03-1741 verkopen Garrit ten Cate en Aeltjen Jansen Dodde een halve akker woestenland, gelegen op de Westerwoesten voor 140 car. guldens aan Hendrik Evertman en Geesje Jansen Smid (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

Op 19-09-1744 verkopen Gerrit ten Caate en Aaltjen Jansen Dodde een aantal stukken land voor 226 car. guldens aan Jan Jansen Graaff en huisvrouw.(bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

Op 30-07-1757 verklaren Gerrit Hendriks ten Caate en Aaltjen Jansen Dodde een som van 600 car. guldens geleend te hebben van Willem Gerrits van Dijck en zijn huisvrouw.(bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

172. Jan Roelofs Schuurman, geb. omstr. 1670, † Vriezenveen vóór 1735, tr. Vriezenveen omstr. 1702
173. Trientje Derks Scholten, geb. omstr. 1675, † Vriezenveen na 1712, tr. 1e Vriezenveen 5 maart 1699 Wolter Hendriks Crol (zie 4042,b).
Uit dit huwelijk:
a. Wolter Schuurman, ged. Vriezenveen 9 sept. 1703.
b. Roelof Jansen Schuurman, ged. Vriezenveen 27 nov. 1705, † Azië 26 juni 1729, tr. Vriezenveen vóór 172798 Geertjen Hendriksen Hinnevent, † na 1727, dr. van Hendrik Jansen en Jenneken Klaassen.
c. Derck Schuerman, ged. Vriezenveen 24 mei 1708, † Amsterdam (?) na 1747, tr. (ondertr. Amsterdam 16 april) 1734 Geertruij Smit, ged. Rijssen 11 dec. 1707,99 † Amsterdam (?) na 1747, dr. van Albert Wolters (zie 1434,e) en Elsjen ter Keurs.
d. E(n)gbert Jansen, zie 86.
e. Jennigjen Jansen Schuurman, ged. Vriezenveen 10 juni 1715, † ald. na 20 febr. 1758, tr. Jan Hermsen Schoemaker, † Vriezenveen na 20 febr. 1758.

Notitie bij Jan Roelofs: Wordt in 1734 nog in het boterpachtregister over 1733 genoemd. Woont op dezelfde lokatie als later zijn zoon Egbert aan het Westeinde (in de buurt van nummer 380). Heeft 4 1/2 akker land. Wordt vanaf 1704 in de boterpachtregisters vermeld als opvolger van zijn vader Roelof Hendrix Schuurman. Ook wel Dokter genaamd (bron: archief Kruijs).

Op 16-07-1707 kopen Jan Roelofs Schuirman en Trintjen Derks 2 akkers land, beginnend aan de Waterleidijk tot aan de dijk van Jan Roelofs Broer (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr.2673).
(copyright Erik Berkhof, Onweersberkhof.com)
Notitie bij Roelof Jansen: ging als jongmatroos op 20-5-1728 met het schip de Heinkenszand naar Batavia, is daar overleden. (http://vocopvarenden.nationaalarchief.nl/detail.aspx?ID=213721)
wellicht heeft een schuldkwestie hieronder vermeld invloed gehad op zijn beslissing bij de VOC in dienst te treden.

8-3-1727 Jan Gerritsen ten Cate doet verpanding aan de goederen van Roelof Jansen Schuijrman bestaande uit een stuk goorden land, twee koeweiden en vier wand bouwland die Schuijrman Van Jan Gerritsen ten Cate heeft gekocht en mede verpanding van het aandeel in het hooiland dat hij samen met zijn broers en zijn vader heeft in de Touterije gelegen, tevens enig hooiland gelegen in de westerwoesten en enig bovenwegsland (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 25 foto 393). Op 26-04-1727 wordt ook zijn vrouw Geertje Hinnevent vermeld.
Notitie bij de geboorte van Geertruij: DB Rijs: 11-12-1707; Getruid dochter v: Albert Smits en Elsijn ter Ceurst
Notitie bij Jan Hermsen: nachtwaker volgens overlijdensakte dochter Berendina.
1748 volkstelling staan vermeld: Jan Harms Schoemaker en Jenneken Jansen, geen kinderen wel inwonend:
Jan Henderix,een jonge in kost van de diakenie.


op 20-02-1758 verklaren Jan Herms Schoemaker en Jenneken Jansen Schuirman 500 car. guldens schuldig te zijn aan de ed. Jan Schol en zijn echtgenote Gerrijtdina Kruis (bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2675).

174. Hendrik Arendsen Hupsen, ged. Vriezenveen 3 mei 1716, † ald. omstr. 1789, tr.
175. Grietjen Harmsen Schothorst, ged. Vriezenveen 16 okt. 1701, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Jenneken, zie 87.
b. Geertjen Henderix, ged. Vriezenveen 1737, †?.
c. Aeltjen Henderix, ged. Vriezenveen 7 jan. 1742, †?.
d. Harmina Hendriks, ged. Vriezenveen 1744,15 † ald. 23 april 1811, tr. Vriezenveen 13 april 1783 Albert Jansen Majoor, geb. omstr. 1762, † Vriezenveen 22 nov. 1819.
e. Siene Henderix, ged. Vriezenveen 8 nov. 1744.
f. Albert Hendriks Schipper, ged. Vriezenveen 26 maart 1747, † ald. 22 febr. 1831,100 tr. Vriezenveen 15 nov. 1772 Hendrikjen Jansen Onweer, ged. Vriezenveen 25 juli 1745, † ald., dr. van Jannes Jansen en Femmetjen (ook Fenneken) Jansen.

Notitie bij Hendrik Arendsen: landbouwer Oosteinde 246-248 (huidige nummering) (beroep genoemd bij overlijden dochter Hermine in 1811).
wordt echter niet in de boterpachtregisters genoemd. Hij zal waarschijnlijk eerder landarbeider zijn geweest. In 1753 in het hoofdgeldkohier heet hij "den Hopken" en wordt hij aangeslagen voor een klein bedrag van 4 (stuivers?). Na 1753 staat hij niet meer in het hoofdgeldkohier op deze locatie genoemd. Mogelijk was hij te arm om nog genoemd te worden. Ook in het belastingregister op het geslacht wordt hij niet genoemd (1738-1741), dan wel niet aangeslagen, evenals trouwens zijn arme broers Koobus (Koop) en Claas, die in hetzelfde buurtje wonen. In het belastingregister op het geslacht staat hij vermeld als "het hupse".
Het huis(je) dat het gezin bewoonde zal van vader (Arent Nip) zijn geweest, hij staat in het verpondings en contributie belastingregister uit 1723 op ongeveer dezelfde locatie vermeld als later Hendrik Arentsen Hupsen.

In 1741 staat de weduwe Broers in het vuurstedengeldregister, 1740 weduwe Broer. In het vuurstedengeldregister van 1734 staat Albart Bruer vermeld. In 1742 staat de naam van Henrik Arents vermeld.

Met de volkstelling van 1748 staan vermeld:
Henr: Arentsen Hupsen en Grietjen Schothorst kinderen boven 10 jaar: Jenne Henderix en Geertje Henderix, kinderen onder tien jaar: Aeltjen Henderix Hermine ,, Zijne ,, en Albert ,,



Herman Jansen schrijft over de Hupsen in Ken uw dorp en heb het lief, blz.129. Wie deze de Hupsen eigenlijk was, waar hij vandaan kwam en waar deze familie is gebleven konden wij niet opsporen. De familie is later weer van het dorp verdwenen. In 1789 werd het huis gekocht door Albert Jansen Majoor. (overigens was deze Albert Majoor een schoonzoon van Henrik Arentsen Hupsen, hij trouwde 29-3-1783 met Harmina Hendriks d.v. Hendrik Arends). (NB de koopakte uit 1789 kan mogelijk meer duidelijkheid verschaffen (!) over de familierelatie met Jenneken Hendriks, getrouwd met Egbert Schuurman.] De naam Hendrik gecombineerd met Arend komt bovendien ook in de familie Schuurman voor.
Notitie bij Grietjen Harmsen: Alle kinderen van Hermen Schothorst staan vermeld in het Rekenboek van de Diaconie als personen die ondersteuning kregen. Schot Venne, Schot Griete, Schot Janna en Schot Wolter worden bijvoorbeeld alle 4 genoemd in het jaar 1740. De familie was dus zeer armlastig en behoorde tot de onderklasse van Vriezenveen.
Notitie bij de geboorte van Aeltjen: gedoopt als dochter van: "Hendrijk Arends en Grietjen Hermsen"
Notitie bij Harmina: nagelaten dochter van Hendrik Arendz. (bij huwelijk in 1783)
Notitie bij het overlijden van Harmina: "nalatende haar man en een kind". dochter van Hendrik Arendsen en Grietjen....... landbouwers gewoond hebbende en overleden binnen deze gemeente
Notitie bij Albert Jansen: nagelaten zoon van Jan Arendz. (bij huwelijk in 1783) woonde op het puntje van het Oosteinde, schoonzoon Egbert Teunis zou later bij hem intrekken (bron: Kohier op de Quotiesatie van 1808). Komt niet voor op de lijst van giften voor de gereformeerde Kerk in 1801.
Notitie bij de geboorte van Siene: gedoopt als dochter van: "Hendrijk Arends en Grietjen Herms".
Notitie bij Albert Hendriks: woonde in 1808 aan het Oosteinde, genoemd als Albert Hupsen (bron quotisatiekohier van dat jaar).
neemt op 6 maart 1812 de naam Schipper aan.
Door de verwijzing naar de familienaam Hupsen konden de voorouders van Albert worden opgespoord.
Notitie bij de geboorte van Albert Hendriks: doopregistratie: zoon van "Henderik Arens en Grietien Harmsen".
Notitie bij het overlijden van Albert Hendriks: In de overlijdensakte staat vermeld, ongeveer 86 jaar oud.Vroeger genaamd Albert Hendriks, naam vader Hendrik en moeders naam Grietjen.
Notitie bij het huwelijk van Hendrikjen Jansen en Albert Hendriks: in de ondertrouwakte van Albert lijkt te staan dat hij de zoon is van Hendrik Alberts

"Albert Hendrikz Z. van Hendrik Alberts (echter naar het lijkt doorgehaald en gewijzigd in Arents) en Hendrikjen Jansen D. van Jan Jansen beijde alhier bev: den 15 Nov."
Notitie bij de geboorte van Hendrikjen Jansen: gedoopt als Hendrijkjen dochter van Jannes Jansen en Fenneken Jansen.

176. Jannes Berends Holland(er), ged. Vriezenveen 6 juni 1729, † na 1795, tr. 1e Vriezenveen 23 juli 1753 Janna Jansen Grobben, ged. Vriezenveen 15 april 1731, † ald. vóór 1762; tr. 2e 24 april 1762
177. Hendrikjen Wolters Koster, ged. Vriezenveen 24 mei 1733, † ald. na 1802.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Otten, zie 88.
b. Fenneken Holland, ged. Vriezenveen 1 okt. 1772, † ald. 10 april 1828, tr. Albertus Nijhuis, †?.
c. Bernardus Holland, ged. Vriezenveen 11 juli 1779, † ald. 28 juli 1806, tr. Berendina Jansen, ged. Vriezenveen 31 aug. 1777, † ald. 23 jan. 1856, dr. van Jan Hendriks Hoff (Hofman) (zie 266,b) en Geertjen Roelofs.

Notitie bij Jannes Berends: landbouwer. Bewoonde het erf Westeinde 348 (huidige nummering) welk erf hij door zijn huwelijk met Janna Grobben had verworven (Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 218). Het erf bestaat uit 2 1/2 akker (boterpachtregister 1763). In 1737 is het erf eigendom van Otto Jansen. Dit is de stiefvader van Janna Grobben. Het erf kwam oorspronkelijk van deze stieffamilie, in 1729 is de vader van Otto Jansen, genaamd Jan Otten eigenaar van het erf. Wordt bij de volkstelling van 1795 als gezinshoofd genoemd van 4 personen, is geregistreerd als daghuurder (arbeider)van beroep. Het erf wordt in 1802 verkocht door de weduwe Jannes Holland aan de familie Nollen.

Jannes wordt in het hoofdgeldkohier van 1760 aangeslagen voor 3 personen en moet hiervoor 1,50 betalen, dat is 50 cent per persoon en dat is boven het gemiddelde van 0,39 per persoon in Vriezenveen.

In het register van de 1.000e penning van 1758 wordt het vermogen van Jannes geschat op 600 gulden.

-Op 20-12-1755 verkopen Jannes Berends [Holland] en Janna Jansen [Grobben] een halve akker hooiland, beginnend bij de Oudeweg tot aan de Aa (of dijk) voor 150 car. guldens aan Jannes Lukas.
-Op 28-12-1755 wordt een transportacte opgemaakt van een eerder plaatsgevonden (10-03-1754?) verkoop voor 200 car. guldens van 2 dagwerk hooiland aan Jennigjen Hendriks wed. van Berent Smelt.
(bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675)

-25-07-1767 schuldverklaring voor de som van 375 car. guldens van Jannes Berents Hollander en Henderikjen Wolters aan schout Jan Hend. Dikkers vanwege achterstallige landsmiddelen, geleend geld alsmede vanwege geleverde bieren.(bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677)
-02-10-1773 schuldverklaring van Jannes Berents Hollander en Henderikjen Wolters aan Jan de Graeff 250 gulden, henderik Arentsen 250 gulden en Gerrit Bramer 250 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

In 1780 is het huis van Jannes Hollander, naast de huizen van Hendrik Leenders (waar de brand was begoinnen), Berent Lucas, Hendrik ten Cate en Hans van Uijtert door brand verwoest (bron: archief fam Kruijs, NIMH collectienummer 053: inv. nr. 16).
Notitie bij het overlijden van Fenneken: volgens overlijdensregistratie wonende te Wierden en genaamd Fennigjen.
Notitie bij Bernardus: Bernardus staat op de lijst van intekenaren voor de verbouwing van de hervormde kerk te Vriezenveen, er staat bij vermeld dat hij knecht is van de wed. Gerrit Derks en zijn bijdrage is 3 gulden, voor een knecht in die tijd toch een heel groot bedrag.

178. Albert Jansen Scheeper, ged. Vriezenveen 24 jan. 1717, † ald. omstr. 1790, tr. 1e Aaltje Jansen, † Vriezenveen vóór 1753; tr. 2e Vriezenveen 16 febr. 1762
179. Stientjen Hendriks Coes, ged. Vriezenveen 11 jan. 1733, † ald. omstr. 1805.
Uit dit huwelijk:
a. Hendrika Albers, ged. Vriezenveen 30 aug. 1761, † ald. 15 dec. 1832, tr. 1e Gerrit Rengelink, geb. Ambt Almelo omstr. 1772, † Vriezenveen 29 juni 1837, zn. van Berend; tr. 2e (ondertr. Vriezenveen 11 mei) 1782 Jan Hendriksz Hopster, † Vriezenveen, wedr. van Aaltje Hendriks Hof.
b. Aaltjen Alberts, zie 89.
c. Jenneken Albers, ged. Vriezenveen 12 nov. 1769, † ald. na 1793.
d. Gerhardina (ook Gerritdina) Alberts, ged. Vriezenveen 23 aug. 1772, tr. Fredrik Dekker.
e. Geertjen Albers, ged. Vriezenveen 1775, † ald. 13 april 1813, tr. Leendert van Dijk, † Vriezenveen.

Notitie bij Albert Jansen: landbouwer.
Heeft een erf ergens in het midden van het Oosteinde (in de buurt van nummer 251). Dit erf heeft hij van zijn vader overgenomen. In het boterpachtregister van 1763 genoemd als Albert Jansen Scheeper. Heeft 1 1/2 akker land volgens het boterpachtregister. Komt in de belastingkohieren met name onder de naam Jansen voor. Wordt in het hoofdgeldkohier van 1752 genoemd en wordt dan aangeslagen voor 3 personen en moet 1,25 betalen. Dit is bijna 0,42 per persoon. Daarmee betaalde hij iets meer dan de gemiddelde Vriezenvener (0,39). In het register van de 1.000e penning uit 1751 wordt Albert Jansen Scheeper aangeslagen voor een vermogen van 600 gulden en nog een aanvullende toeslag voor personeel van 100 gulden.
In 1760 wordt Albert eveneens voor 3 personen aangeslagen, dan is de aanslag echter 1,50 en met 0,50 per persoon ligt de aanslag behoorlijk boven het gemiddelde van 0,39 p.p. in dat jaar voor Vriezenveen. Albert Jansen wordt nog genoemd in het dienstbodengeldkohier van 1790, wordt dan echter niet aangeslagen. Zal rond dat jaar ook zijn overleden. In het volkstellingregister van 1795 kom ik hem niet meer tegen. Wordt in het volkstellingregister van 1748 genoemd als enig thuiswonend kind van Jan Ueben en Grietjen Jansen.

-20-01-1791 transportakte verkoop door de voogden van de minderjarige kinderen van Albert Jansen Scheeper (Gerrit Hospes en Albert Harmsen), Jan Otten Holland en echtgenote Aaltien Albers verkopen landerijen van wijlen Albert Jansen Scheeper voor 526 gulden aan Jan Fikkert en zijn echtgenote [Geertjen Berkhof]. (archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).
-20-01-1791 transportakte verkoop halve huis van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Albert Jansen voor 185 gulden.
(archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).
-Akte van transport 02-02-1795 aankoop voor 558 gulden door Gerrit Geerlinks van het [andere halve?] huis van wijlen Albert Jansen Scheper met de halve bank en 5 wand bouwland exclusief 5 bomen, die Jan Coster toebehoren. De verkoop geschiedt door de voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Albert Jansen Scheper en Jan Otten Hollend en zijn vrouw Aaltje Alberts Scheper (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).

register 50e penning (Statenarchief Overijssel inv. nr. 2668):
-09-05-1794 verkoop van twee gaardens door de mombaren over de kinderen van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Lucas Jansen voor 53 gulden.
-10-05-1794 verkoop van een half huis met landerijen door de mombaren van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Gerrit Geerlinks voor 558 gulden.
-15-05-1794 verkoop van een gaarden door de mombaren van de kinderen van wijlen Albert Jansen Scheeper aan Albert Jansen [Majoor] voor 30 gulden.


Op 2 december 1790 verklaren Albert Jansen [Majoor] en Hermine Hendriks 150 gulden schuldig te zijn aan Fredrik Hendriks en Kunnetjen Berkhof onder hypotheek van het halve huis (de westkant) en erf en landerijen van wijlen Albert jansen Scheeper, tegen een rente van 4 gulden 10 stuivers. (bron archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680 foto 495).
Notitie bij Stientjen Hendriks: bij het huwelijk wordt vermeld dat ze (Stientje Hendriks) van alhier is (dwz Vriezenveen)
is een onwettig kind, bij de doop staat vermeld: Moeder Hendrijkjen Berents. "Sijnde dit haer tweede onegte kint. Haer vader Berent Otten heeft als getuijge gestaen." In 1748 is ze onder de naam Stijntjen Coes dienstbode bij het echtpaar Henr. Arentsen en Geertruijt Cruis. Stientje trouwt onder de naam Hendriks en haar vader wordt in de huwelijksregistratie doodgezwegen, datzelfde gebeurt bij zuster Woltertje (ook onecht kind) , ook zij huwt onder de naam Hendriks en ook hier wordt de vader verzwegen (huwelijk 15-9-1753).Zuster Woltertje (eveneens een onwettig kind) is bij de volkstelling van 1748 in betrekking als dienstbode bij een voorname familie (Jan Gerritsen Bramer).
André Idzinga schrijft over de hele affaire het volgende:" De oudst bekende bewoner van de Peddemorsboederij is ene Berent Gerrijtsen Kuijper. Hij zal omstreeks 1682 de boerderij betrokken hebben, na zijn huwelijk met de Vriezenveense Aaltjen Janssen Scholten."
Omstreeks 1721 huwt hun dochter Jenneken met Wolter Hans van Uijtert. Het huwelijk wordt rijkelijk gezegend met 8 kinderen, maar voor Wolter blijft het daar niet bij. Hij speelt veelvuldig overspel en krijgt nog eens 3 kinderen bij zijn aangehuwde nicht Henrikjen Otten en ook nog een dochter bij de meid Metjen Hendriks.
Henrikjen Otten wordt in 1736 wegens ’ergerlijk leven en vleselijck conversatien sedert verscheijde jaren herwaarts met seckere getrouwde mans gepleegt’ voor het leven uit de Heerlijkheid Almelo en de provincie Overijssel verbannen. Er zijn diverse stukken over haar in het archief van Huize Almelo te vinden.

In een akte van bekendheid van overlijden op 27 maart 1835 verklaren 4 getuigen (Jan Otten Holland, Berend Schipper, Gerhardus Kolthoff en Jan Nijland) voor het Vredegerecht van Almelo ten gunste van kleindochter Sina van Dijk (die ging trouwen), dat zij zeer wel gekend hebben haar grootouders, te weten Jan Leenders en Jenneken Hulshoff van vaderszijde en van moederszijde Albert Scheper en Stientjen Koes (!) alle vier in leven landbouwers te Vriezenveen en allen voor meer dan 29 jaren overleden (bron: archief Vredegericht Almelo inv. nr. 11). Opmerkelijk is dat de naam Koes hier wel vermeld wordt.
Notitie bij het huwelijk van Albert Jansen en Stientjen Hendriks: Albert Jansen huwt als weduwnaar van Aeltjen Jansen met Stientjen Hendriks.
Notitie bij de geboorte van Hendrika: gedoopt als Hinderica dv Albert Jansen Scheper en moeders naam niet vermeld. Ik vermoed dat ze de dochter is van Stientjen Hendriks Coes, waarmee Albert 5 maanden na de doop van Hendrika huwde. Ook bij het overlijden van Hendrika staat vermeld dat moeders naam onbekend is.
Notitie bij Jenneken: op 19-10-1794 maakt "Jennegien Albers" haar testament. Ze wordt daarbij geassisteert door Gerrit Hospes en het opmaken van het testament vindt plaats in het huis van Jan Otten Holland. Jenneken is dan bedlegerig en ziek. Ze maakt tot haar enige universele erfgenaam, de dochter van Jan Otten Holland en haar zuster Aaltjen Albers genaamd Siena (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv.nr. 2680).
Notitie bij de geboorte van Gerhardina (ook Gerritdina): gedoopt als Gerhardina dv Albert Janzen Scheper en Stientjen Hendriks
Notitie bij het overlijden van Geertjen: bij overlijden staat vermeld dat moeders naam onbekend is.

180. Berend Engberts, ged. Vriezenveen 19 juli 1720, † ald. vóór 1779, tr. Vriezenveen 31 aug. 1754
181. Fennigjen Gerrits Costers, ged. Vriezenveen 12 maart 1723, † ald. na 18 april 1794.101
Uit dit huwelijk:
a. Hendrica Berends, ged. Vriezenveen 3 maart 1756.
b. Gerrit Barends, ged. Vriezenveen 17 april 1757, tr. (ondertr. Amsterdam 21 febr.) 1806 Dorothea Geertruij Scherpenberg, † Amsterdam?.
c. Engbert Berends, zie 90.
d. Jan Berens, ged. Vriezenveen 20 april 1760, † Amsterdam, tr. Amsterdam 19 sept. 1783 Wilhelmina ten Bruggencate, ged. Almelo 1 okt. 1752, † Amsterdam 30 dec. 1811, wed. van Gerrit Evertman.
e. Gerhardus Engberts, ged. Vriezenveen 19 juli 1761.
f. Garritdina Berends, ged. Vriezenveen 5 sept. 1762.
g. Johannes Barends, ged. Vriezenveen 16 juni 1765, tr. (ondertr. Amsterdam 10 april) 1801 Etje Folkers, geb. Leer (Oostfriesland) omstr. 1765, † Amsterdam?.

Notitie bij Berend: Berend bewoont het ouderlijk erf inde buurt van het Oosteinde 85 (huidige nummering), waar zijn zoon in 1800 een pand koopt, (zie notities zoon Engbert).
Het erf omvatte volgens het boterpachtregister van 1764 4 1/2 akkers, een aardige omvang voor die tijd.

Inzake het hoofdgeld wordt Berend in 1760 aangeslagen voor 3 personen en moet hij 1,40 betalen, een meer dan gemiddeld bedrag (dat lag in 1760 op 39 cent p.p.). Inzake het register van de 1.000e penning uit 1758 wordt het vermogen van Berend gesteld op 713 gulden (inv. nr. 2559 Statenarchief).

In 1779 is hij overleden, want dan wordt in het hoofdgeldkohier de weduwe B. Engbers vermeld.

op 4 mei 1765 verkopen de erfgenamen van de weduwe van Jan Gerritsen Smelt, met name Jan Jonkman, Berent Engbers, Hindrikjen Gerrits Smelt en Jan Roelofsen, mede voor de overige kinderen en erfgenamen van de weduwe Jan Gerritsen Smelt een halve akker hooiland gelegen in het Eubenland voor 140 guldens aan Lukas Derks (bron: archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2676). Dit kan er op duiden dat de moeder Hendrikje Jansen eigenlijk Smelt moet hebben geheten van haar familienaam en een dochter moet zijn geweest van deze Jan Gerritsen Smelt.
Notitie bij Fennigjen Gerrits: Fennigje wordt nog vermeld in het dienstbodengeldkohier van 1782 als de weduwe B.Engbers.
Notitie bij de geboorte van Fennigjen Gerrits: gedoopt als Fennigjen dv Gerrit Lucas en Jennigjen Pauwls
Notitie bij het overlijden van Fennigjen Gerrits: Op 18-04-1794 wordt ze genoemd Fennigje Koster de moeder van Johannes Barends wonend te Vriezenveen, bij de ondertrouw van zoon Gerrit te Amsterdam in 1806 is ze overleden.
Notitie bij Jan: Jan schreef zich als timmerman in het poortersregister op 28-6-1805. Wilhelmina overleed op 30-12-1811 op het adres Regtboomsloot nr. 19 (huidige nummering 57) het overlijden werd aangegeven door Barend Barens, (zoon) timmermansbaas en (schoonzoon) Hendrik Veltkamp, winkelknecht wonend aan de Oude Schans nr. 67 (toenmalige nummering).

182. Jan Jansen, ged. Vriezenveen 10 jan. 1723, † ald. 1752, tr. Vriezenveen omstr. 1751
183. Janna Jansen Jonkman (ook Jongman), ged. Vriezenveen 15 jan. 1730, † ald. na 1784, tr. 2e Vriezenveen 13 jan. 1758 Gerrit Gerritsen Fleege, geb. omstr. 1730, † Vriezenveen omstr. 1764, zn. van Gerrit Jansen Fleege (Fluge, Vlege, Vleege) (zie 628,e) en Geesjen Jansen Smelt (zie 432,e).

Notitie bij Jan: mogelijk tijdens de volkstelling van 1748 identiek aan de hulp op de boerderij van de wed. Jan Berkhof. Dit was een buurvrouw van de familie Jonkman.
Jan Jansen sterft al jeugdig en maakt al op 22-5-1752 zijn testament op. Hij is dan " enigszins swack van lichaam".
Hij stelt dat zijn vader een legitieme portie krijgt als hij zonder kinderen komt te overlijden, dit was niet het geval, want in december wordt dochter Janna gedoopt, het is een testament op de langstlevende. Janna’s ouders genaamd Jan Jansen Jonkman en Jenneken Jansen Smelt komt hun legitieme erfdeel toe. Testator doet hetzelfde voor zijn vader Jan Freriks. De armen worden bedacht met 20 guldens. Door de langstlevende uit te keren na het overlijden van de eerste der huwelijkspartners. Beiden ondertekenen het testament met hun handtekening. (zie archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).
Notitie bij de geboorte van Janna Jansen: gedoopt als Janna dv Jan Jansen Jongman en Jenneken Jansen.
Notitie bij het overlijden van Janna Jansen: de weduwe Gerrit Gerrits wordt nog genoemd in het vuurstedengeldregister van 1784, in 1785 staat vermeld [schoonzoon] Engbert Berends.

184. Pieter Peters, ged. Oosterwolde (Frl.) 5 okt. 1727, † ald. vóór 6 mei 1786, tr. omstr. 1754
185. Trientje Jelkes van Eijck, geb. Rottevalle (Frl.) 22 febr. 1734, ged. Oosterwolde (Frl.) 6 mei 1774, † Marssum (Menaldumadeel) 16 nov. 1809.
Uit dit huwelijk:
a. Wieger Pieters van Eijck, ged. Oosterwolde (Frl.) 30 nov. 1755, † Joure (Haskerland) 20 aug. 1820, tr. Leeuwarden 23 juni 1782 Mettje Lammerts Kroes, geb. Leeuwarden omstr. 1750, † Joure (Haskerland) 21 jan. 1849, dr. van Lammert Ebeles en Tetje Karstes Baron.
b. Hiltjen Pieters van Eijck, ged. Oosterwolde (Frl.) 12 aug. 1759, † Marssum (Menaldumadeel) 10 maart 1829, tr. Marssum (Menaldumadeel) 21 nov. 1784 Dirck Pietters Dijkstra, geb. Marssum (Menaldumadeel) 6 mei 1762, † Menaldumadeel 17 okt. 1826, zn. van Pieter Hendriks en Hiltje Dirks.
c. Jelke Pieters, zie 92.

Notitie bij Pieter: Ook wel Peter Peters. Te Oosterwolde koopman, winkelier (hij wordt als winkelier genoemd in de overlijdensacte van zijn zoon Wieger van Eyck in 1820 te Joure, deze was notaris en Ontvanger der Directe Belastingen).

Op 14 maart 1769 is Peter Peters 100 car. guldens schuldig aan de Execut. J. Schurer, waarvan hij 42 guldens direct betaalt en 58 guldens binnen 6 weken moet betalen op straffe van betaling van onkosten (bron: recesboek Oostellingwerf).

In de hypotheekkohieren van Oostellingwerf komt Pieter Pieters een aantal keren voor. Zo is er een overzicht van crediteuren (schuldeisers) op 20-3-1773, hij staat vermeld als "Coopman" te Oosterwolde. Hij is geld verschuldigd aan 9 personen, meest kooplieden in de omgeving, Gorredijk, Heerenveen en Drachten; het gaat om een heel bedrag, nl. zo´n 1500 guldens. Waarschijnlijk waren het kooplieden die winkelwaren aan Pieter Pieters hadden geleverd. De helft van de schuld wordt door de schuldeisers kwijtgescholden op voorwaarde dat de schuld die op 1770 nog niet was betaald met een intrest van 3 % wordt belast. Pieter Pieters ondertekent de overeenkomst met zijn handtekening. Ook Trijntje Jelkes ondertekent de overeenkomst, maar met een kruisje. Zij kon dus niet schrijven.

Pieter Pieters verklaart schuldig te zijn aan de diaconie van Oosterwolde 4 car. guldens landhuurpacht voor de jaren 1776 en 1777 (bron: recesboeken Oostellingwerf). Verder valt in de recesboeken te lezen dat een zekere Rinsjen Jans te Makkinga eist dat Pieter Pieters het door hem gehuurde hooiland verlaat met ingang van petri 1778.

Op 18-4-1778 moet het echtpaar 175 car. guldens geld tegen 4 % rente lenen van hun zoon "Wijcher Pieters van Eijk", die dan " klerk van de Hoog edele A. van Boelensraadt in den Hove van Frieslandt" is, ongetwijfeld te Leeuwarden. Pieter Pieters ondertekent de schuldverklaring met zijn handtekening en Trientje met een kruisje. (NB de naam Pieter en Peter wordt in de schuldverklaring door elkaar gebruikt).
Op 6-5-1786 om 12 uur tekent Trientje Jelkes met een kruisje een nieuwe schuldbekentenis aan haar zoon, Wycher van Eyck. Het gaat dan om 175 caroli gulden, welke bedoeld zijn o.a. "ter betalinge der doodschulden van mijn wijlen man" -het betreft hier 60 caroli gulden- en een bedrag van 60 caroli gulden ter aflossing van achterstallige huur aan de heer Gosinjet.

Aanvankelijk dacht ik dat Pieter een zoon was van Pieter Jannes, meester timmerman en Pietertje Wiegers. Een doopdatum voor Pieter bij dit echtpaar is echter niet te vinden, terwijl er toch diverse kinderdopen van dit echtpaar bekend zijn (Johannes 1722, Wijger 1723, Jantje 1724, Teunis 1726, Jan 1730, Egbert 1733, Otte 1735 en 1737, Jantijn 1739 en Echbert 1743). Oene Wagenaar uit Mildam attendeerde me (mail 21-09-2007) op het ouderpaar Pieter Claeses en Martje Pieters, deze hadden wel een zoon Pieter en bovendien was ook Pieter Claeses, evenals zoon Pieter Pieters koopman, dus ook op dat punt zijn er overeenkomsten. Bovendien neemt Pieter Peters het pand over dat eerder door Peter Claas werd bewoond. Tenminste deze conclusie kan uit de belastingregisters worden getrokken. Daarom heb ik mijn gegevens inzake de voorouders van Pieter Pieters aangepast, met dank aan Oene Wagenaar.

Pieter Pieters (of Peter Peters) wordt genoemd in de reële belastingkohieren van Oostellingwerf vanaf 1768. In 1767 wordt de wed. Peter Claas (zijn moeder) nog genoemd als huurster op belastingnummer 23. Het pand ("huis en enig land") werd in 1766 nog verhuurd aan Peter Claas. Het huurbedrag bedraagt in deze tijd 24 gulden. Het belastingbedrag (5e penning, afgeleid van de huurwaarde) bedroeg dienovereenkomstig 4 gulden 7 stuivers en 4 penningen. Eigenaar van het pand waren de erven Jan Holtrup. Uit de recesboeken van Oosttellingwerf blijkt dat Pieter Pieters op 21-01-1777 gerechterlijk gedwongen werd door (nieuwe eigenaar?) Eijt Hinkes om zijn woning te verlaten (of is er nog een tweede Pieter Pieters in deze tijd?). Of dit verband hield met huurschulden blijkt niet uit de gerechtelijke stukken. In 1778 en 1779 staat als huurder van het pand vermeld de zoon van Peter Peters, genaamd Wijcher Peters. Het belastingnummer is dan veranderd van 23 in 81, de huur bedraagt dan nog steeds 24 gulden. In 1782 (belastingnummer 77) huurt Pieter een huis van geringere huurwaarde van G. Gasinjet voor 10 gulden op jaarbasis, de belasting hiervoor bedroeg 1 gulden 16 stuivers en 6 penningen (belasting van de 5 1/2 penning). In het kohier van 1786 staat een nieuwe huurder vermeld op dit adres, te weten Jannes Pieters, het patroniem is waarschijnlijk toeval en een familierelatie lijkt tussen Jannnes Peters en Peter Peters niet te bestaan. In elk geval is geen doop van Jannes bekend bij Peter Peters en Trientje Jelkes.
Notitie bij de geboorte van Pieter: des namiddags te Oosterwolde gedoopt een kind genaemt Pieter, waer van Vaders Naem Pieter Claeses opsichter bij de Moolen te Oosterwolde en Moeders Naem Martje Pieters wonende bij de Moolen in voorgeschreven Dorp.
Notitie bij Trientje Jelkes: Trientje Jelkes is de eerste persoon in de familie die de naam van Eijk heeft gedragen, dat valt af te leiden uit de huwelijkse bijlagen van het huwelijk van: Hiltje Dirks Dijkstra (dochter van Dirk Pieters Dijkstra en Hiltje Pieters van Eijck) en Sibrandus Hendriks Reitsma in 1831 te Barradeel. In de stukken wordt Trientje aangeduid als de echtgenote van de grootvader Pieter Pieters en wordt daarbij genaamd Tryntje Jelkes van Eijck. Dus, alhoewel uit indirecte bron, zou Trijntje reeds de naam van Eijck hebben gedragen en daarmee is zij de eerste persoon die de naam aantoonbaar zou hebben gedragen in haar familie.
Het idee dat de naam van Eijck/Eik van het echtpaar Jelke Jans en Hiltje Hendriks komt lijkt voor de hand te liggen omdat zowel kinderen van Trijntje Jelkes van Eijck als van haar broer Jan Jelkes de naam van Eijck, of van Eijk, dan wel van Yk, of van Eik aannemen. Zo is de grootmoeder van de bekende Friese beeldhouwer Pier Pander afkomstig van deze van Eyck familie, die haar roots in de buurt van Drachten/Rottevalle heeft. De naam is verder ook nog via de vrouwelijke lijn doorgegeven aan de kinderen van Geertje Jans, dochter van Jan Jelkes. het doorgeven van een familienaam langs vrouwelijke lijn komt vrij regelmatig voor is mijn ervaring met andere families. De naam zou dus zowel van vader Jelke Jans, maar ook van moeder Hiltje Hendriks kunnen komen. De naam lijkt een Hollandse achtergrond te hebben.

Trientje is volgens de doopakte geboren op Sint Pieter 1734 te Rottevalle als dochter van Jelke Jans en Hiltje Hendriks. Ze is gedoopt op 6-5-1774 te Oosterwolde (ze was toen 40 jaar oud en wordt een bejaarde vrouw genoemd!), eerst had ze op 4 mei van 1774, "na voorgaande onderwijs" nog beleidenis gedaan.

Ze verhuist 12-8-1786 volgens het attestatieboek van de hervormde kerk te Oosterwolde naar Dragten, waar ze tot 24-4-1789 verblijft. Op 1-5-1789 wordt ze als binnenkomend lidmaat te Marssum geregistreerd, "zijnde van Dragten als lidmaat van de gemeente overgekomen". Waarschijnlijk heeft ze haar kinderen Hiltje en Jelke dan bij zich. Wyger woont al te Marssum, hij staat als wonend te Marssum vermeld bij zijn huwelijk op 13-6-1782 te Leeuwarden met Metje Lammerts van Leeuwarden.
Ze is overleden op 16-11-1809 in het Poptagasthuis te Marssum. Het door Dr.Popta in 1712 gestichte gasthuis waarin behoeftige weduwen en alleenstaande oudere dames onbekommerd hun oude dag konden doorbrengen,zie,. http://www.poptaslot.nl/

NB ook de kinderen van haar broer Jan Jelkes in Drachten noemen zich van Eijck. Pope Jans van Eik neemt bij de naamsaanneming onder Napoleon in 1812 officieel de naam van Eik aan. Nu is er van de familie van Eijck een wapen bekend. Het wapen wordt genoemd ivm Wopke Jans van Eijck, genoemd koloniste te Ommerschans , alwaar hij op 22-3-1825 overlijdt, hij is in 1766 gedoopt te Rottevalle. Zijn wapen wordt beschreven in het genealogische blad de Navorscher van 1938 [deze bronvermelding blijkt onjuist te zijn]. Linker deel van het wapen een groen geplante eik op losse grond en het rechter wapendeel een doorsneden en verkort zilveren kruis op een achtergrond van 7 gedwarsbalkte zilveren strepen op een blauwe achtergrond.
Notitie bij het overlijden van Trientje Jelkes: begraven in de kerk van Marssum in speciale aangewezen graven voor bewoners van het Popta Gasthuis.
Notitie bij Wieger Pieters: in 1791 grietenijsecretaris te Marssum, later Ontvanger der Directe Belastingen en notaris (1801 te Menaldumadeel, te Marssum in 1803 en Joure).

Doet op 4 mei 1792 belijdenis van het geloof in de NH kerk van Marssum, verder aanvullend vermeld met de aanvullende notitie, "gesworen klerk ten Secretarij van Menaldumadeel, vertrokken na de Joure met attestatie vd 31 julij 1803". Ondertekent de diaconierekening van de NH kerk van Marssum herhaaldelijk tussen 1792 en 1803, zal ouderling of kerkvoogd zijn geweest.

Genoemd in het register van naamsaanneming van 1811 te Joure, neemt de naam van Eick aan volgens het register. Ook zijn kinderen staan vermeld:
Pieter 23 jaar wonend in de Haske
Aeble 21 jaar
Tettje 19 jaar
Trijntje 18 jaar
Reinkje 15 jaar (dit zal Riemkje moeten wezen)
Hiltje 12 jaar.

Wieger verklaart op 10 maart 1781 (hij staat dan nog vermeld als woonachtig te Oosterwolde) 100 gulden schuldig te zijn aan de wed. van Harmen Thijses van in 1773 ontvangen gelden. Wieger ondertekent de schuldverklaring als "Wijgger Pijtters") bron: hypotheekboeken Oostellingwerf.

Op 12-3-1778 lenen de ouders 175 car. guldens geld tegn 4 % rente lenen van hun zoon "Wijcher Pieters van Eijk", die dan " klerk van de Hoog edele A. van Boelensraadt in den Hove van Frieslandt" is, ongetwijfeld te Leeuwarden. Pieter Pieters ondertekent de schuldverklaring met zijn handtekening en Trientje met een kruisje. (NB de naam Pieter en Peter wordt in de schuldverklaring door elkaar gebruikt). Deze acte uit 1778 is voor zover ik heb kunnen nagaan de oudste vermelding van de familienaam van Eijk.
Op 6-5-1786 om 12 uur tekent Trientje Jelkes met een kruisje een nieuwe schuldbekentenis aan haar zoon, Wycher van Eijck. Het gaat dan om 175 caroli gulden, welke bedoeld zijn o.a. "ter betalinge der doodschulden van mijn wijlen man" -het betreft hier 60 caroli gulden- en een bedrag van 60 caroli gulden ter aflossing van achterstallige huur aan de heer Gosinjet. Bron: hypotheekboeken Oostellingwerf.

Op 4 maart 1783 verklaart Wijger Pieters, woonachtig te Oosterwolde, 100 gulden schuldig te zijn aan de curatoren van Geertie Folkerts wed. van Harmen Thijses, vanwege in 1779 geleend geld.

Uit de speciekohieren 1748-1805, inv.nr. 169. (gemeente Menaldumadeel) valt op te maken dat Wieger tussen 1782 en 1802 te Marssum woonde (bron: Harry van Leuveren e-mail 27-02-2008)

Marssum no: 15
1782 de clercq Y. Zijlstra overleden, nu W. van Eyck van Leeuwarden

Marssum no: 19
1789 - 1798 W. van Eyck

Marssum no: 62
1799 - 1802 W. van Eyck
1803 W van Eyck na de Joure, nu secretaris P.J. Mebius

-28 februari 1804 [eerste proclamatie] Minne Gerrits koopman en Akke Pieters e.l. wonende onder Marssum doen proclameren de aankoop van een zekere ‘schoone Huisinge” staande in de Buren tot Marssum, bestaande uit 2 ruime kamers met 2 bedstedes en een spijskamer, een ruime zolder, twee keukentjes aan de achterkant, een regenwaterbak en put en een washok, met een grote hovinge met vruchtbomen, hebbende de straat ten zuiden, belast met een half floreen belasting en een eeuwige rente van 2 goudguldens per jaar aan de Erven van wijlen de heer Bouwmeester, gekocht van Wieger van Eijck, secretaris van Haskerland en Mettje Lammerts echtelieden wonende in de vlek Joure, voor 1.265 caroli guldens.
-28 februari 1804 [eerste proclamatie] Roel Goijtzens en Tietje Ruurds doen proclameren de aankoop van een huis met een woonkamer en achterhuis cum annexis gelegen te Marssum met een mandelige put met het huis aan de oostkant, gekocht van Wieger van Eijck, secretaris van Haskerland en Mettje Lammerts echtelieden wonende in de vlek Joure, voor 540 caroli guldens en 10 stuivers.
(Bron: Proclamatieboeken, archiefnummer 13-26, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, inventarisnummer 105, foto 38-40).

28 mei 1810 [eerste proclamatie] Johannes Gerrits Smits gaarder van de onbeschreven middelen en Sijtske Jans Beinthum e.l. te Marssum doen proclameren de aankoop van de gerechte helft van 9 pondematen bouwland gelegen onder Marssum door kopers reeds in gebruik, hebbende naastliggend ten oosten, de kerk van Marssum, ten zuiden Luitjen Hendriks, en ten westen en noorden de Erven van Sijts Sjoerds, gekocht voor de som van 2300 caroli guldens van Wieger van Eijck secretaris van haskerland en Mettje Lammerts (Bron: Proclamatieboeken, archiefnummer 13-26, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, inventarisnummer 106, foto 200).


Wycher is van 1812-1815 geschorst geweest als notaris vanwege het feit dat hij ook Ontvanger van Haskerland was (bron: email Harry van Leuveren Filipijnen).

Ondertekent de huwelijksakte van zijn neef Wieger (1815 te Sneek) met de naam "van Eijck"

transcriptie van de hand van Harry van Leuveren (Filipijnen):
proces verbaal van notariële zaken nav het overlijden van Wieger:

PROCES VERBAAL van VERZEGELING
Op heeden den eenentwintigsten Augustus, een duizend agt hondert en twintig, hebben wij ons, Arend Evertsz, Vrederegter van ’t Canton Akkrum, Arrondissement Heerenveen. provincie Vriesland, geasssiteerd met den tweede plaatsvervangend Vrederegter van gemeld Canton, in deesen de functien van Griffier waarnemende, op Verzoek van Mettje Van Eijck, geboren Kroes, die ons te kennen gaf, dat haar man Wieger Van Eijck, openbaar Notaris residerende te Joure, den twintigste deser smiddags omstreeks twallf uur, was overleden, begaven smorgens Negen uur ten Sterfhuize van genoemde Notaris te Joure No. 285, ten einde aldaar verzegeling te doen, van de Minuten en Acten, waar van de overleden Notaris bewaarder was, en aldaar aangekomen zijnde troffen wij aldaar aangemelde verzoekster benevens Goosen van Terwisga, klerk van de overledene, welke verklaarden zich niet tegen de verzegeling van gemelde stukken te verzetten, gemelde personen bragten ons in een voorkamer uitzigt hebbende op de publieke Straat ten Zuidwesten, alwaar wij leggen in een bed, een Lijk, welke de voornoemde personen ons zeiden, dat van gezegde overledene te zijn, van daar hebben wij ons begeven in het kantoor van gemelde Huizinge, uitzigt hebbende in een steeg ten Noordwesten, alwaar gemelde Comparanten ons aanwesen een geel geverfd kisjen, alwaar wij in bevonden Twee honderd Zeven en Zestig Minuten en Acten voor gemelde overledene Wieger van Eijck als Notaris gepasseerd, zedert den drie en twintigsten September agtien hondert en vijftien, tot heden, benevens drie repertoires, zijnde gemelde kisje door ons verzegeld geworden, op Twee eindenvan een Strook wit Lint en gehecht op de opening daarvan, en de Sleutel aan den tweedeplaatsvangend Vrederegter ter hand gesteld, die zich met de bewaring daarvan heeft belast en hebben tot bewaarder over gemelde zegels gesteld Gosen van Terwisga, voornoemd, die zulks op zich heeft genomen, en hebben gemelde requiranteen bewaarder den Eed in onze handen afgelegd, dat geene Minuten door hun zijn weggenomen of ook hun bekend is van anderen weggenomen te zijn, regtsteeek s nog terzijdenen

volgt de beschrijving van de ondertekening door Mettje van Eijck (NB = de echtgenote van Wieger), Goosen van Terwisga, Arend Evertsz en Jan J. Rinkes.
Notitie bij het huwelijk van Mettje Lammerts en Wieger Pieters: gehuwd in de Westerkerk te Leeuwarden, hierbij staat vermeld dat Wieger afkomstig is van Marssum en Mettje van Leeuwarden.
Huwt trouwens als "Wyger van Eyk".
Volgens Harry van Leuveren moet de herkomst van Metje echter in Drachten gezocht worden, e-mail 2008.

in 1792, 1793, 1794, 1796 en 1801 ondertekent Wieger van Eijck de diaconierekening van de NH kerk van Marssum. Hij zal toen diaken zijn geweest of ouderling.
Notitie bij Mettje Lammerts: getuige bij het huwelijk van haar kleinzoon Lammert in 1832.

1822 Joure, notaris D. de Vries
Inv. nr. 069006 repertoire nr. 22 d.d. 30 april 1822
Verkoping
Betreft meubelen
- de weduwe Wieger van Eyck te Joure
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


1824 Joure, notaris D. de Vries
Inv. nr. 069007 repertoire nr. 47 d.d. 4 november 1824
Verkoping
Betreft meubelen en huisraad, opbrengst fl. 839
- de weduwe W. van Eyck te Joure
- Pieter van Eyck, griffier te Joure
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)


1820 Oldeboorn, notaris L.J. Mooi
Inv. nr. 109009 repertoirenrs. 137, 1 en 4 d.d. 27 december
1820
Provisionele toewijzing en inhouding
Betreft een huis te Joure
- Mettje Lammerts Kroes te Joure, weduwe van Wieger van Eyck
- Pieter van Eyck te Joure als toeziend voogd
- Tettje van Eyck te Joure, gehuwd met Hylke Tyleman
- Trijntje van Eyck te Joure, gehuwd met Auke Aukes de Haan
- Rienkje van Eyck te Joure, gehuwd met Johannes Heeres
Borger
- Hiltje van Eyck te Joure, gehuwd met Wisse Pieters van
der Meulen
- Antje Aukes de Haan te Joure, weduwe van Lammert van Eyck
als moeder van en voogd over Lammert van Eyck
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1821 Oldeboorn, notaris L.J. Mooi
Inv. nr. 109010 repertoirenrs. 101 en 110 d.d. 19 november
1821
Provisionele en finale toewijzing
Betreft de verkoop van een huis en tuin te Joure
- Mettje Lammerts Kroes te Joure, weduwe van Wieger van
Eyck, verkoper
- Pieter van Eyck te Joure, verkoper, tevens als toeziend
voogd
- Abele van Eyck te Joure, verkoper
- Tettje van Eyck te Joure, gehuwd met Hylke Tyleman,
verkoper
- Trijntje van Eyck te Joure, weduwe van Auke Aukes de
Haan, verkoper
- Rienkje van Eyck te Joure, gehuwd met Johannes Heeres
Borger, verkoper
- Hiltje van Eyck te Joure, gehuwd met Wisse Piers van der
Meulen, verkoper
- Antje de Haan te Joure, weduwe van Lammert van Eyck,
verkoper, tevens als moeder van en voogd over Lammert van
Eyck
Betreft de koop van een huis, koopsom fl. 1125
- Hans Ferwerda te Joure, koper
Betreft de koop van een tuin, koopsom fl. 107
- Kest Pieters van der Zwaag te Joure, koper
(Notarieel Archief Friesland: www.Tresoar.nl)
Notitie bij het overlijden van Mettje Lammerts: 99 jaar oud overleden, na een korte "ongesteldheid" overlijdensannonce Leeuwarder Courant 26-01-1849.
In de overlijdensakte staat vermeld dat ze de dochter is van Lammert Ebeles en Tetje Kerstes die beiden waarschijnlijk te Drachten zouden zijn overleden.
Notitie bij Hiltjen Pieters: was het schrijven niet machtig, dit in tegenstelling tot haar broers die goed opgeleid waren en hoge ambtelijke functies bekleedden (bron: huwelijkse bijlagen trouwen dochter Hiltje in 1827), waarbij Hiltje met en notariële akte verklaart toestemming voor het huwelijk te geven. Deze akte kan ze dus niet ondertekenen omdat "zij niet kan schrijven of teekenen, als hebbende zulks niet geleerd".
Notitie bij het overlijden van Hiltjen Pieters: Hiltjen Pieters van Eyck is 71 jaar oud bij overlijden, zonder beroep geboren te Oosterwolde, weduwe van Dirk Pieters Dijkstra dv Pieter Pieters en Trijntje Jelkes, beide overleden.
Notitie bij Dirck Pietters: schoenmaker van beroep.

doet op 5 augustus 1791 belijdenis in de NH kerk van Marssum, mr. schoenmaker van beroep.
wordt in 1820 in het lidmatenoverzicht van de NH-kerk van Marssum vermeld.
Notitie bij het overlijden van Dirck Pietters: 65 jaar oud

186. Pieter Durcks Spanjer, ged. Beetgum (Menaldumadeel) 24 mei 1733, † Marssum (Menaldumadeel) vóór 1808, tr. ? omstr. 1765
187. Attje Gerrits van der Wall, geb. Marssum (Menaldumadeel), ged. Marssum (Menaldumadeel) 3 maart 1737, † Jorwerd (Baarderadeel) 9 okt. 1819, begr. Marssum (Menaldumadeel) 13 okt. 1819.
Uit dit huwelijk:
a. Rigtje Pieters, zie 93.
b. Gerrit Spanjer, geb. Marssum (Menaldumadeel) 8 febr. 1777, ged. Marssum (Menaldumadeel) 2 maart 1777, †?.

Notitie bij Pieter Durcks: koopman, winkelier te Marssum aan de Buorren (zuidzijde, tegen het Poptagasthuis aan gelegen).
Op 18-7-1818 overlijdt te Marssum Sybren Durcks Spanjer hij is koopman en 84 jaar oud en geboren te Beetgum. Dit is een broer van Pieter. Dit blijikt ook uit de memoires van succesie uit 1846 te Leeuwarden waarin Sybren Sybrens Spanjer, zoon van wijlen Siebren Durks Spanjer (broer van wijlen Pieter Durks Spanjer, in leven te Marssum); volle neef aan vaderszijde van Rigtje Pieters Spanjer (weduwe van Jelke Pieters van Eyk), te Roordahuizum (erfgenaam voor 1/2), doet als enige aangifte aangezien erfgenamen van moederszijde nog onbekend zijn. Saldo fl. 49.624,93. bron: Memories kantoor Leeuwarden, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 11068, aktenummer 315.

27 maart 1767 Pijtter Durx cum uxore koopt herberg te Menaldum, volgens Delpher daar waar thans de regtkamer is van Jan de Swart execucteur van Menaldumadeel en Claaske Durx echtelieden voor 1.300 goudguldens en 14 stuivers, hebbende de kerk ten westen en de algemene vaart ten noorden.
16 mei 1770 Pijtter Dirks woonachtig te Marssum verklaart verkocht te hebben een herberg met tapperij te Menaldum aan Frans Hansen Vrolijke te Menaldum door Focke Wijbes in gebruik voor 10 caroli guldens jaarlijks, bezwaard met 5 caroli guldens jaarlijkse grondpacht aan de kerk van Menaldum, verkocht voor 1.011 goudguldens bij veiling met opbod verkocht. Was getekend Pijtter Dirks (Bron: Registers van koopbrieven, inv.nr. 113, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, foto 103 en 181).
.
Notitie bij de geboorte van Pieter Durcks: den 24 Meij heeft Dirk Dirks Mr. Timmerman zijn kind laten dopen, de naam was: Pieter.
Notitie bij Attje Gerrits: In 1813 woonachtig in het Poptagasthuis (zie verhuurtransactie Minuut-akten 1813, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102005, aktenummer 00012, foto 38). In 1810 had ze haar woning in de Marsumer buren verkocht, ze woonde naast de meester bakker Pieter Martens.

bij overlijden (akte Attje Gerrits zonder familienaam) staat vermeld dat ze 82 jaar was en weduwe. Namen van haar ouders staan niet in de overlijdensakte vermeld.

Was niet in staat haar handtekening te zetten onder aktes, aangezien ze het schrijven nooit geleerd had (bron: Minuut-akten 1816, aktes 1817, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 079010, aktenummer 00132 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1816-1817)

Doet op 2 mei 1782 belijdenis van het geloof in de NH kerk van Marssum.
Atje Gerriets staat in een overzicht van lidmaten van de kerk vermeld in 1809 (nummer 67), woonachtig in de Marssummer buren. Pieter Durks staat hier niet bij.

In het collateraalboek van menaldumadeel staat vermeld dat op 26 mei [1804] is overleden Marij Gerrits, waarbij erfgenaam is geworden Attje Gerrits, de 10e penning van de boedel bedraagt 123 guldens en 17 stuivers. (Bron: Archief Nedergerecht Menaldumadeel, registers collateraal 1800-1805 inv. nr. 149, foto 16).

20 februari 1810 Attje Gerrijts wed. van wijlen Pieter Dirks wonende te Marssum verklaart verkocht te hebben aan Æan Æades van een huis met bleekveld gelegen te Marssum, bekend onder nr. 45, bestaande uit een voorhuis, kamer en winkel, door verkoperse bewoond, hebbende ten oosten de Executeur H. Duijff, ten westen Pieter Martens mr. bakker, ten zuiden het Poptagasthuis en ten noorden de publieke straat, verkocht voor 777 gulden per publieke veiling. NB kantlijn Attje Gerrits wed. van Pieter Dirks thans wonende te Jorwert, verklaart op 4 januari dat het geldbedrag is betaald door Oege Daams guardenier en Jetske Martens wonende te Beetgum aan wie ze haar bezittingen heeft overgedragen. Was getekend met een merk door Attje Gerrits en door J. van Eijck gesworen Clercq. (Bron: Hypotheekboeken, archiefnummer 13-26, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, inventarisnummer 147, foto 212-215 en ook: Minuut-akten 1810, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102002, aktenummer 00029 met datum 21 februari 2010 met merkteken van Attie Gerrits).


1 april 1810 [eerste proclamatie] Aan Ades meerderjarige jongeman te Marssum doet proclameren de aankoop van een huis met bleekveld gelegen te Marssum, bekend onder nr. 45, door verkoperse bewoond, hebbende ten oosten de Executeur H. Duijff, ten westen Pieter Martens mr. bakker, ten zuiden het Poptagasthuis en ten noorden de publieke straat, verkocht voor 777 gulden per publieke veiling van de wed. Attje Gerrits, weduwe van wijlen Pieter Dirks. (Bron: Proclamatieboeken, archiefnummer 13-26, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, inventarisnummer 106, foto 197).
Uit het register van verkoopbrieven blijkt dat het pand een winkel had.



1 februari 1813
Verhuurder Attje Gerrits wonende te Marssum in het Poptagasthuis.
Diversen: weduwe van Pieter Dirks
Ligging vastgoed: Beetgum, groot 5 hectare en 92 are (oude maat 16 pondematen). In twee stukken verdeeld. Hiervan 3 hectare 70 ares is greidland en 2 hectare 22 are bouwland, gelegen onder Beetgum. Totaal huurbedrag 950 Franken.
land
Huurder 1
Kornelis Piers Tanja wonende te Marssum
Huurder 2
Evert Klazes Jepma wonende te Engelum
Bronvermelding Minuut-akten 1813, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102005, aktenummer 00012 foto 38-40
Gemeente: Menaldumadeel Periode: 1813


Hier volgen een aantal akten uit het notarieel archief van Friesland:
24 februari 1819 verkoop door Attje Gerrits, weduwe van Pieter Dirks wonende te Marssum 16 pondematen bouwland gelegen in twee stukken onder het dorp Engelum. Openbare veilingverkoop. Bronvermelding: Minuut-akten 1819, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102011, aktenummer 00029
Gemeente: Menaldumadeel

1819 Jorwerd, notaris J. Steenbeek
Inv. nr. 067001 repertoire nr. 108 d.d. 28 augustus 1819
Koopakte met kwitantie
Betreft de verkoop van een zesde gedeelte van een veerschip varende van Marssum op Leeuwarden, en verder nog de volgende goederen: een zilveren brandewijnskop, 3 gouden kroontjes, 2 paar gouden haken, een gouden oorijzer gemerkt N.G., een paar gouden hemdsknopen, een zilveren haak, een zilveren beugel, waarin enige stukken vreemd zilvergeld, 2 zilveren kettingen met dito schaar en schepje, een zilveren rafeltje, 5 zilveren melklepeltjes, een zilveren melkpotje, 2 ronde zilveren lepels, 2 zilveren eierlepeltjes, 20 linnen bedlakens, 10 peuldoeken, 20 slopen, een bed, peul, 5 kussens, 2 bonte en een Spaanse deken, 20 dopjes doeken, stoelkussens, een geel gekleurd kabinet, een dito laadtafel, 2 spiegels met bruine koten(?), een huisklokje met ketting en gewichten, 60 grote en kleine stenen pannen, 30 dito koppen, een kast aan de muur waarin 8 half dozijn porselein theegoed, 2 paar bedgordijnen, 2 koperen gootlingen, een koperen beddepan, 2 koperen theeketels, een blikken dito, een koperen en een blikken koffiekan, 8 stoelen, 4 tafeltjes, 6 glazen romers met deksels en 5 bierglazen, welke goederen zich thans alle in een kamer bevinden in het Gasthuis te Marssum, aldaar genummerd zestien en door verkoperse zelf bewoond koopsom fl. 550 met als voorwaarde dat de goederen blijvend gebruikt mogen worden tot haar dood, waarna de goederen vollledig aan de kopers toekomen. Verkoperse verklaart niet te kunnen schrijven. De akte is opgekend ten huize van de deurwaarder Jelke van Eijck te Jorwerd.
- Atje Gerrits van der Wal te Marssum, weduwe van Pieter
Durks als verkoper
- Wieger van Eyck, commies griffier te Sneek, gehuwd met
Janna van der Werf als koper
(notarieel archief Friesland: www.Tresoar.nl)

1818 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079010 repertoire nr. 29 d.d. 2 maart 1818
Obligatie
- Jelte van Eyck, deurwaarder te Jorwerd; kapitaal fl. 300
- Atje Gerrits te Marssum, weduwe van Pieter Dirks als
borg; kapitaal fl. 300
- Pieter Dirks, in leven gehuwd met Atje Gerrits;
borgstelling door zijn weduwe
- Daniel van Engelen, secretaris te Sneek; kapitaal fl. 300
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

1817 * Leeuwarden, notaris J. D. Hanekamp van Harinxma
Inv. nr. 079010 repertoire nr. 73 d.d. 3 juni 1817
Procuratie
- Atje Gerrits te Marssum, weduwe van Pieter Durks
- Pieter Durks, in leven gehuwd met Atje Durks; betreft
procuratie [volmacht tot handelen] door de weduwe
(notarieel archief Friesland www.Tresoar.nl)

Minuut-akten 1817, aktes 1818 Notaris: Daam Fockema
Kantoor: Leeuwarden IV Repertoire: 078008
Bron: Notarieel archiefSoort registratie: Notarieel archief akte(Akte)datum: 04-06-1817 Soort akte: geldlening
Vermeld Atje Gerrits wonende te Marssum Diversen: weduwe van Pieter Gerrits [dit moet een abuis zijn, want de naam was Pieter Durks]
archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 078006, aktenummer 00061

Minuut-akten 1816, aktes 1817 Notaris: Jovius Duco Hanekamp van Harinxma
Kantoor: Leeuwarden V Repertoire: 079013
Soort registratie: Notarieel archief akte(Akte)datum: 03-06-1817Soort akte: procuratie
Vermeld Atje Gerrits wonende te Marssum
Diversen: weduwe van Pieter Durks
Bronvermelding: Minuut-akten 1816, aktes 1817, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 079010, aktenummer 00073
Gemeente: Leeuwarden Periode: 1816-1817

Minuut-akten 1816, aktes 1817
Notaris: Jovius Duco Hanekamp van Harinxma
Kantoor: Leeuwarden V
Repertoire: 079013
Bron: Notarieel archiefSoort registratie: Notarieel archief akte(Akte)datum: 22-09-1817 Soort akte: borgstelling
Vermeld Attje Gerrits wonende te Marssum
Diversen: weduwe van Pytter Dirks
Bron: Minuut-akten 1816, aktes 1817, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 079010, aktenummer 00132


24 februari 1819 Attje Gerrits wed. van Pieter Dirks wonende te Marssum verklaart te verkopen 16 pondematen bouwland gelegen in twee stukken onder het dorp Engelum, 10 pondematen bouwland onder Beetgum gekocht door Johannes Martens Koopman voor 275 guldens per pondemaat. Idem koper van 5 pondematen voor 225 guldens per pondemaat. 6 pondematen land te Beetgum, Koper Evert Klazes Jepma per pondemaat diverse bedragen per pondemaat, opgedeeld in 3 verkochte percelen. (bron: Minuut-akten 1819, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102011, aktenummer 00029 foto 141-146).
Notitie bij de geboorte van Attje Gerrits: er is één Attje (Attie) gedoopt in Marssum in 1737 en dat was de dochter van Gerrit Foppes. Dat klopt exact met de leeftijd van Attje bij haar overlijden en met haar patroniem. Attje komt (als de voorouderlijn tenminste klopt) uit een familie van meesterbakkers. Sterker nog op AlleFriezen.nl is er in heel Friesland slechts één Attje gedoopt tussen 1720 en 1745 die een dochter van Gerrit is geweest en dat is dus deze Attje in 1737, die de dochter is van Gerrit Foppes. Het is dus een behoorlijk unieke combinatie, zodat met redelijke zekerheid de link met Gerrit Foppes te leggen valt.
De link lijkt bovendien bevestigd te worden doordat een kleinzoon van Attje, Jentje van Eijck (geboren in 1796; zoon van Rigtje Pieters Spanjer) heet, deze zou dan vernoemd zijn naar de in 1783 overleden ongetrouwde broer van Attje en dus vernoemd zijn naar zijn oud-oom. De naam Jentje is in elk geval niet aantoonbaar afkomstig van der familie van Eijckkant en zou hiermee ook verklaard worden.
Notitie bij het overlijden van Attje Gerrits: Archiefnaam: Memories van successie - Tresoar, Deel: 4003, Periode: 1819-1820
Boek Memories kantoor Franeker
Filmnummer: 80 Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap overleden Jorwerd; moeder van Richtje Pieters, aldaar; tenhuize van Jelke van Eyck, aldaar. Overlijden 9-10-1819 . Akteplaats Franeker.inventarisnummer 4003, aktenummer 692
Vermeld in de overlijdensakte als Attje Gerrits, renteniersche, weduwe woonachtig te Jorwerd 82 jaar oud. overleden in het huis nummer 61 te Jorwerd.
In het begraafboek van de kerk van Marssum staat bij het familiegraf van Atjes familie bij grafnummer 15 echter vermeld "Attie Gerrits te Marssum 1819 den 13 oktober is hier in begraven Attie Gerrits de Wal wonende in het Gasthuijs te Marssum". Deze registratie suggereert dat Atje tijdens het bezoek aan haar dochter en schoonzoon te Jorwerd is overleden en dat ze haar woonadres in het Gasthuis had, waar ze in elk geval vanaf 1813 al woonachtig was (Bronvermelding Minuut-akten 1813, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 102005, aktenummer 00012 foto 38-40, Gemeente: Menaldumadeel Periode: 1813).
Notitie bij het huwelijk van Pieter Durcks en Attje Gerrits: huwelijk niet traceerbaar
Notitie bij de geboorte van Gerrit: Dopeling: Gerryt
Geboren op 8 februari 1777
Gedoopt op 2 maart 1777 in Marssum
Kind van Pieter Durks Spanjer en Attje Gerrits
Herv. gem. Marssum, doop 1607-1811
Inventarisnr. : DTB 515 (bron: Tresoar.nl)

188. Engbert Lucas Hospes, ged. Vriezenveen 25 april 1723, † ald. omstr. 1787, tr. 1e omstr. 1747 Grietjen Harmsen Schoemaker, ged. Vriezenveen 9 febr. 1716,102 †?, dr. van Hermen Jansen en Berentjen Berends; tr. 2e Vriezenveen 17 nov. 1764
189. Maria Hendriks Hoek, ged. Vriezenveen 14 okt. 1736, †? Vriezenveen na 1774.

Notitie bij Engbert Lucas: landbouwer en linnenkoopman (1777). Koopt in 1748 een boerderij met landerijen van de erven van Jan Engberts, ook bekend als het Hössieserf, huidige nummering Oosteinde 214; (Bron: Ken uw dorp etc. blz. 118).
3 februari 1748 verschenen voor het schoutengericht van Vriesenveen: "Jan Prinsen, Garrijt Barkhoff, Jan Hendriks Schuurman, Hendrik Heijneman en Jan Hendriks Glas de rato caverende voor haar vrouwen ende andere absinte erfgenamen, voorts Klaas Krol en Jan Harms als erfgenamen van wijlen Jan Egbers" verkopen haar anbehorende angeerfde Huis en halven Brink verdere timmeragie en holgewas daar op staande, voorts ruim Drie hondert treden roede maete bouwland, twee koeweijden en een stukken gaarden land aan deese sijde sijde den waterleijdink gelegen alles staande en gelegen in de landerijen van wijlen Jan Egbers gelimiteert oostwaarts Jan Berens Tuer westwaarts de weduwe Teur Jenne" aan Engbert Lucas en zijn huisvrouw voor 405 gulden (bron: archief schoutambt vriezenveen inv. nr. 2675).


In 1753 wordt Engbert inzake het hoofgeld aangeslagen voor 2 personen en moet hij 17 stuivers (0,85) betalen. Dit was ongeveer een gemiddelde aanslag. Er waren diversen die meer betaalden, maar ook velen die minder betaalden. Voor het Oosteinde was de gemiddelde aanslag per persoon (gebaseerd op eigen vermogen) ongeveer 0,40. Engbert zit daar net iets boven. Het gemiddelde per persoon voor heel Vriezenveen lag op 0,39. In 1760 betaald hij een gulden voor 2 personen, terwijl het gemiddelde voor Vriezenveen toen op 0,39 lag, met 0,50 zit hij daar dus ruim boven, kennelijk is het Engbert in deze jaren voor de wind gegaan, mogelijk door zijn huwelijk met Maria Hoek die van betere komaf was.
In het kohier van de 1.000e penning uit 1751 blijkt nog niet veel van de welstand van Engbert, zijn vermogen wordt dan geschat op 300 gulden. Het vermogen van de kinderen van Henrik Hoek, waaronder ook de dan nog ongetrouwde Maria, wordt in het kohier van 1751 op 705 gulden geschat.

Op 8 april 1765 maakt het echtpaar Hospers-Hoek een testament. Het is een langstlevende testament. De armen komt 25 gulden toe, door de langstlevende uit te keren van het overlijden van de eerste partner. Beiden ondertekenen het testament met hun handtekening (bron: archief schoutambt vriezenveen inv. nr. 2676).

-akte van transport 27-07-1769 aankoop van 2 grasgaardens door Engbert Lucas Hospes en zijn vrouw voor het bedrag van 135 gulden van Geertjen Jansen [Bramer] wed. van Gerrit Hendriks Coster (bron: archief schoutambt vriezenveen inv. nr. 2677).

-akte van transport 10-02-1776 verkoop door Engbert Luicas Hospes en Henricus Brink als voogden van Engberdina Jansen van een wand bouwland gelegen op Coert van Oldenland, gelegen naast het land van Bernardus Schoemaker voor 65 aan Bernardus Stok, meester schoenmaker alhier (archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).

-schuldverklaring 07-06-1777 van Engbert Luicas Hospes.
-aan de heer Gerrit Costers Gerritz. koopman te Almelo 251 gulden.
-aan de heer Egbert Coster 237 gulden.
-aan de heer G.H. Coster 322 gulden
de schulden vloeien voort uit aan comparant verkochte en geleverde linnens.
-aan Engberdina Jansen 50 gulden, vanwege geleend geld.
Notitie bij het overlijden van Engbert Lucas: Engbert Lucas wordt nog vermeld in het belastingregister van kerspellasten van 1787, bedrag nihil. (bron: AHA 2769). In het belastingregister op het geslacht van 1786 vermeld als En[g]bert Hospers
Notitie bij Maria Hendriks: met de volkstelling van 1748 staat de "kleijne meijt Marria Hoek " als inwonend bij Jan Feijer vermeld.

190. Mannus Eshuis, ged. Wierden 28 nov. 1745, † ald. sept. 1807,103 tr. 2e Wierden 29 mei 1791 Gesina Knoef, ged. Wierden 26 dec. 1751, † ald. omstr. 1800, dr. van Gerrit en Hendrina Hesselinck; tr. 1e Wierden 18 aug. 1771
191. Hendrine Derksen Schapink (ook Heerspink), geb. Marle (onder Wierden), ged. Hellendoorn 11 febr. 1742, † Wierden omstr. 1790.
Uit dit huwelijk:
a. Jenneken Eshuis, ged. Wierden 6 okt. 1771, †?, tr. Wierden 15 juni 1792 Harmen Hendrik Schutten, †?.
b. Janna, zie 95.
c. Hendrika Eshuis, ged. Wierden 19 jan. 1777, †?.
d. Hendrika Eshuis, ged. Wierden 1 febr. 1778, †?.
e. Hendrika Eshuis, ged. Wierden 5 maart 1780, † Vriezenveen 26 febr. 1857, tr. Jan Beverdam, geb. Almelo ambt omstr. 1785, † Vriezenveen 5 maart 1837.
f. Derk Eshuis, ged. Wierden 2 nov. 1783, †?.

Notitie bij Mannus: landbouwer te Wierden (bron: Huwelijkse bijlagen Vriezenveen 1812 akte nr. 10).
Notitie bij Hendrine Derksen: 5 oktober 1753 doet Hendrine Derksen van Wennemers belijdenis van het geloof te Hellendoorn.
Notitie bij de geboorte van Hendrine Derksen: Bij de doop op 11-2-1742 staat geen naam vermeld er is echter geen andere Hendrine Schapink in de doopboeken te vinden. Toch blijft het onzeker om Hendrine aan deze datum te linken. Geen van de kinderen van Hendrine heet Garritien.
gedoopt als NN kind van Derk Schapink op Wenmerink te Marle en Gerritjen Hendriks Senderink.
Notitie bij het overlijden van Hendrine Derksen: bron: 2e huwelijk van echtgenoot Mannus Eshuis als weduwnaar van Hendrine Schapink.1793 of 1794 volgens: Huwelijkse bijlagen Vriezenveen 1812 akte nr. 10. Dit kan gezien de datum van het tweede huwelijk in 1791 van Mannus niet juist zijn.
Notitie bij het huwelijk van Mannus en Hendrine Derksen: gezien de datum van de doop van het eerste kind op 6 oktober 1771 was dit huwelijk duidelijk een "moetje"
Bij het huwelijk staat vermeld dat Mannus de zoon is van Albert Eshuijs en Hendrine de dochter van Derk Schapink
Notitie bij het huwelijk van Harmen Hendrik en Jenneken: huwelijksregistratie luidt als volgt: Harmen Hendrik Schutten weduwenaar van Marija Mullink van Wierden en Jenne Eshuijs D. van mannes Eshuis en Hendrijka Schapink JD van Wierden dog gewoont hebbende alhier"
Notitie bij Jan: landbouwer, kon niet schrijven, bron. geb. akte zoon Gerhardus te Vriezenveen, 1815.

192. Derk Berends Schipper, ged. Vriezenveen 6 april 1704, † ald. vóór 1749,104 tr. Vriezenveen omstr. 1730
193. Lutje Derks Fayer, ged. Vriezenveen 13 aug. 1711, † ald. na 1766.
Uit dit huwelijk:
a. Aeltjen Derksen Schipper, ged. Vriezenveen 3 okt. 1732, † ald. 6 juli 1806, tr. Vriezenveen 9 mei 1761 Frerick Jansen Tijhof (zie 454,c).
b. Wolter Derks, zie 130.
c. Derkdina Schipper, ged. Vriezenveen 22 april 1736, † ald. 1805,15 tr. (ondertr. Vriezenveen 3 juni) 1769 Hendrikus Brink, ged. 11 dec. 1746, † Vriezenveen 14 april 1810, zn. van Gerrit en Hendrikjen Egberts.
d. Berend Schipper, ged. Vriezenveen 27 juni 1738, † ald. omstr. 1772, tr. Aaltje Hendriks.
e. Jenneken Derks Schipper, ged. Vriezenveen 22 jan. 1741, † ald. na 1781,105 tr. 1e Vriezenveen 29 dec. 1764 Roelof Hendriks, ged. Vriezenveen 14 okt. 1736, † ald. omstr. 1770, zn. van Hendrik Alberts en Jennegjen Roelofs; tr. 2e Vriezenveen 13 mei 1775 Hendrik Leenderts, ged. Vriezenveen 20 nov. 1740, † ald. 15 febr. 1811, zn. van Leendert Wolters en Geertjen Jansen Bramer (zie 896,c); hij hertr. Vriezenveen 11 maart 1787 Janna Roelofs.
f. Jan Derks, zie 158.
g. Gerrit Derks, zie 96.
h. Derk Schipper, ged. Vriezenveen 9 febr. 1749, †?.

Notitie bij Derk Berends: Bewoonde het pand Westeinde 658-660 (huidige nummering), ook bekend als het Schipserf. Volgens het boterpachtregister over 1740 en 1752 besloeg het goed slechts een halve akker. Het erf stond in het verpondingsregister van 1735 nog op naam van zijn vader Berent Wolters.
Hoewel volgens het boterpachtregister een weinig omvangrijk goed is de aanslag inzake het Hoofdgeld hoog te noemen. In 1753 moet de wed. Derk Schipper voor 3 personen een hoofdelijke aanslag van 1,90 betalen, dat is ongeveer 0,63 cent per persoon, terwijl het dorpsgemiddelde in 1753 op 0,39 lag. In 1760 wordt de weduwe " D. Schieper " aangeslagen voor 3 personen met een bedrag van 2 gulden. Dit is ongeveer 0,67 per persoon, terwijl het gemiddelde in Vriezenveen op 0,39 lag. Het moet indertijd helemaal aan het begin van het Westeinde (dat wil zeggen aan de kant van Wierden) zijn geweest. Aangezien bij de volkstelling van 1748 Derks moeder, de weduwe Berent Schipper (= Jenneken Willems) bij Derk inwonend is, lijkt het erop dat dit het ouderlijk erf moet zijn van Derk. In de boterpachtregisters over 1736 en daarvoor komt het erf echter niet meer voor als boterpachtplichtig erf. In het dienstbodengeldregister over 1736 komt Derk Schipper wel voor als één na laatste op de lijst van het Westeinde. Hij wordt dan aangeslagen voor 2 gulden.

In het register van de 1000e penningvan 1734 wordt Derck Beerens aangeslagen voor een vermogen van 700 gulden (HAA inv nr. 2550) en in 1739 was dit bedrag 800 gulden (HAA inv nr. 2553).

In een register van boterpacht voor woestenland (archief gemeentehuis Vriezenveen inv. nr. A 25-6) d.d. 25 en 26 juni 1749 staat vermeld de weduwe Derk Schipper met 1/2 akker woestenland en 2 pond aan boterpachtverplichting.

In het register van de 1000e penning van 1751 wordt de wed. Derk Schipper aangeslagen voor een vermogen van 1000 gulden, een behoorlijk bedrag en ruim boven het gemiddelde Vriezenveense vermogen in dat jaar (Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556). In 1758 is dit bedrag geslonken tot 775 gulden (Statenarchief van Overijssel inv nr. 2559). Al met al is de familie toch wel in goede doen, de armen en minderbedeelden van het dorp werden sowieso in deze belasting niet eens meegenomen.

In het kerspellastenregister van 1767 staat als nieuwe hoofdbewoner Berend Schipper vermeld.
Notitie bij de geboorte van Derk Berends: gedoopt als Derk zv Berent Wolters en zijn huisvrouw.
Notitie bij Lutje Derks: 9-3-1714 akte van schuldverklaring van Luicas Harmssen Hospis en Henrickjen Engberts "Ehelieden" van 50 Caroli gulden onder hypotheek van een akker turfland, gelegen op de Oosterhoeve aan de voogden van Luttjen Derks (het onmondige kind van Derck Janssen Faeijer) genaamd Harmen Berendsen Berkhoff en Jan Henricksen Bouwman (schoutambet Vriezenveen inv. nr. 2673).
(Archief Schoutambt Almelo; Rijksarchief Zwolle).

Akte van transport d.d. 28-04-1759, op 06-01-1759 verkoopt de wed. van Albert Jansen, Fenneken Klaassen Bramer, mede voor haar minderjarige kinderen, geassisteerd met Waander Berens als haar voogd in deze, een stuk weiland aan Lutte Derks Feijer wed. van Derk Schipper voor een bedrag van 115 car. guldens (archief Schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).
Notitie bij de geboorte van Lutje Derks: gedoopt als Lutjen dv Derck jansen en Aeltjen Herms.
Notitie bij het overlijden van Lutje Derks: op 9 juni 1766 worden de landerijen van de wed. Derk Schipper genoemd (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).
Notitie bij het overlijden van Aeltjen Derksen: bij haar overlijden staat vermeld: "wed. F. Tijhoff overl. 6 julij oud 74 1/2 jaar"
Notitie bij Frerick Jansen: landbouwer.
In de volkstelling van 1795 staat op dit erf zoon Jan Tijhof vermeld met als beroep categezeermeester. Het erf moet in de buurt van Westeinde 200 hebben gelegen.
akte van transport 02-03-1761. Koop door Frerick Jansen Tijhoff 22-11-1760 van huis en erf en een koeweide [gelegen aan het Westeinde] van Hermen Egberts [Meijer] en Aaltjen Gerrits Feijer voor het behoorlijke bedrag van 625 gulden.
Notitie bij het huwelijk van Hendrikus en Derkdina: ondertrouwregistratie luidde: "Henricus Brink N.Z. van Garret Brink en Derkdina Schipper N.D. van Derk Schipper beijde alhier".
Notitie bij de geboorte van Hendrikus: gedoopt als: "Henderijkas".
Notitie bij het overlijden van Hendrikus: bij overlijden staat vermeld: "out omtrent 65 jaar nalatende 3 kinderen, aangegeven door Gerrit Brink".
Notitie bij Berend: Bewoonde het ouderlijk erf Westeinde 658-660 (huidige nummering), ook bekend als het Schipserf. In het kerspellastenregister van 1767 staat als nieuwe hoofdbewoner Berend Schipper vermeld. In het zelfde register van 1772 staat reeeds de weduwe Berend Schipper vermeld.

Bij de doop van zoon Berend op 2 augustus 1772 staat vermeld: Aaltjen Hendriks weduwe van Berend Schipper, zijnde de Vader voor des Kinds geboorte overleden.
Notitie bij de geboorte van Berend: gedoopt als Berend zv Derk Berends Schipper en Lutgertje Derks.
Notitie bij de geboorte van Jenneken Derks: gedoopt als Jenneken dv Derk Berends Schipper en Lutgerd Derks
Notitie bij Roelof: -akte van transport 14-05-1770: verkoop door Hendrina Jansen, wed. van Frederik Feijer van huis met erf en de halve oven en het halve huisje achter het huis gelegen, inclusief 2 akkers land voor 1460 aan Roelof Hendriks en zijn echtgenote Jenneken Derks Schipper. Het betrof het erf aan het Westeinde nummer 233 (huidige nummering), zie ook Ken uw dorp en heb het lief blz. 215.
-akte van transport 14-05-1770: verkoop door Roelof Hendriks en Jenneken Derks Schipper van een half huis "en de kamer daar voor aan staande" voor 130 gulden aan Claas Jansen en Geertjen Ruw (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

In het belastingregister van het "gesaaij" van 1771 wordt genoemd de weduwe Roel. Hendriks (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2677).

Nazaten van dit echtpaar noemde zich met de familienaam de Lange, ook bekend van de fabrikantenfirma de Lange & Jonker.
Notitie bij Hendrik: met de volkstelling van 1795 staat hij vermeld als boer.

04-02-1773 akte van schuldverklaring door Hendrik Leenders betreffende een bedrag van 650 gulden aan Jan Gerritsen en Wolter Leenders (bron: Archief schoutambt Vriezenveen, inv.nr. 2677).

In 1780 is het huis van Jannes Hollander, naast de huizen van Hendrik Leenders (waar de brand was begoinnen), Berent Lucas, Hendrik ten Cate en Hans van Uijtert door brand verwoest (bron: archief fam Kruijs, NIMH collectienummer 053: inv. nr. 16).

30-01-1794 akte van transport door Hendrik Leenders en Janna Roelofs verkoop van 2 wanden bouwland op Kosters Gerritsland voor het bedrag van 161 gulden aan stiefzoon Derk Roelofs. (bron: Archief schoutambt Vriezenveen, inv.nr. 2680).

28 november 1798 geeft Willem Schipper de 50e penning aan ivm de aankoop van diverse grote stukken land oa. in Jan Aukensland gelegen voor 300 gulden (bron: Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).
Notitie bij het overlijden van Hendrik: nalatende 3 kinderen.

194. Aelbert Jansen Santboer, ged. Vriezenveen 25 dec. 1705, † ald. na 1783,106 tr. Vriezenveen omstr. 1727
195. Geertje Freriksen, ged. Vriezenveen 5 maart 1702, † ald. vóór 6 dec. 1763.107
Uit dit huwelijk:
a. J(oh)annes Sandboer, ged. Vriezenveen 18 febr. 1728, begr. Amsterdam 17 mei 1779, tr. (ondertr. Amsterdam 16 april) 1762 Willemijn Crijthuijsen, geb. Nijmegen omstr. 1726, begr. Amsterdam 26 juli 1781.
b. Geertjen Alberts Sandboer, ged. Vriezenveen 15 jan. 1730, † Vriezenveen (?) na 1797.
c. Fredrik Sandboer, ged. Vriezenveen 1 juni 1732, † ald. vóór 14 aug. 1795,108 tr. Vriezenveen 23 jan. 1781 Fennigje (Fenna) Jansen, ged. Vriezenveen 1725, † ald. 1783, dr. van Jan Jansen Nicolaas (Minne) en Hendrikje Wichers Dodde en wed. van Jannes Egberts ten Cate.
d. Barend Sandboer, ged. Vriezenveen 1 dec. 1737, begr. Amsterdam 9 maart 1803, tr. (ondertr. Amsterdam 1 maart) 1765 Christina Froon, geb. Oldenzaal omstr. 1735, † Amsterdam 30 aug. 1803.
e. J(oh)anna Sandboer, ged. Vriezenveen 15 april 1740, † Amsterdam 19 dec. 1812, tr. (ondertr. Amsterdam 21 april) 1775 Johan George Rabe, geb. Wittlage (Dld.) omstr. 1753, begr. Amsterdam 18 nov. 1809.
f. Hendrikje Alberts, zie 97.
g. Jan Sandboer, ged. Vriezenveen 27 febr. 1746, † Amsterdam 20 nov. 1814, tr. (ondertr. Amsterdam 21 april) 1780 Evertje Ysebrands, geb. Lent omstr. 1747, † Lent (Elst) 13 april 1821, dr. van Elsje Hendriks.

Notitie bij Aelbert Jansen: landbouwer, bewoonde het Boosmanserf, Oosteinde 175 huidige nummering. (Zie blz. 95 Ken uw dorp en heb het lief). Het erf was afkomstig van de familie ten Cate (Alberts moeder). In 1729 staan in het boterpachtregister als eigenaar van de ongeveer 3 akkers land vermeld, Albert Sandboer en Berent Gerritsen Cate (oom van Albert, broer van zijn moeder). Berent Gerritsen Cate staat als zodanig al in de boterpachtregisters van 1691 genoemd. En het is deze Berent Gerrits ten Cate die ook de naam Boosman droeg. In een acte d.d. 2-8-1717 uit het archief van Schoutambt Vriezenveen staat vermeld dat Berent Gerritsen Boosman de brink van zijn erf deelt met de onderschout Gerrit Bartelink.
Het erf omvatte in 1735 volgens de boterpachtkohieren 2 akkers land met broekland, hiervoor moest jaarlijks aan de heer van Almelo 11 1/2 pond boter worden afgedragen.
Op 20-02-1762 koopt Albert het erf van Ridderschap en Steden op een publieke veiling (bron: schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).

6-4-1726 Jan Henrixen Santbour voor zich zelf en als daghuurder en zijn zoon Albert Jansen, als knecht gediend hebbende bij Gerrit Frericks Caate alias Cort Geert eisen voor het gericht van het schoutambt Vriezenveen betaling van daghuurders en knechtenloon ad 10 gulden 10 stuivers (bron: archief Scha vrv inv.nr. 24 foto 256).

In het hoofdgeldkohier van 1737 komt Albert voor als "Albert Jansen", hij wordt dan aangeslagen voor 2 personen en de aanslag bedraagt 18 stuivers, met 45 cent p.p. is dat een gemiddelde aanslag. In het hoofdgeldkohier van 1753 wordt Albert aangeslagen voor 4 personen en moet 1 gulden betalen. Dat is 0,25 per persoon en dit betekent dat de familie het niet erg breed zal hebben had. De gemiddelde aanslag was nl. 0,39 per persoon.
In 1760 is de familie in betere doen, dan bedraagt de aanslag 1,20 voor 3 personen. Dit is 0,40 per persoon en dit is ongeveer gemiddeld (0,39) voor dat jaar.
In het kohier van de 1.000e penning van 1751 staat Albert Santboer vemeld met een geschat vermogen van 150 gulden. Dat was niet veel. Ook de inwonende tante Trijntje Engberts staat vermeld met een geschat vermogen van 100 gulden.
In 1779 wordt in het hoofdgeldkohier Gerrit Schipper als hoofd van het gezin genoemd.
In verband met een hypotheek die Albert is aangegaan verkrijgt Gerrit van de hypotheekverstrekker A.H. Bartelink in 1776 een quitantie van ruim 582 gulden om op de boedel te kunnen korten. Mogelijk had dit te maken met het overlijden van Geertje Freriksen, want Albert leeft dan nog aangezien hij nog in 1783 wordt in het testament van zoon Fredrik. De lening was gesloten op 29-4-1762 met Adolph Hendrik Bartelink ten bedrage van 566 caroli gulden om twee akkers aangekocht land te kunnen betalen. In 1776 regelt Albert ( hij wordt genoemd weduwnaar van Geertjen Freriksen) de overdracht van huis en twee akkers land aan schoonzoon Gerrit Schipper met het beding dat de andere kinderen, zolang zij ongetrouwd zijn een slaapplaats op het ouderlijk erf blijven houden en ook moet Gerrit hen 700 gulden uit de boedel betalen.

In de erfscheiding van de boedel in 1776 worden de volgende kinderen met name genoemd Frederik, Jan, Geertien en Henderikje. De andere 3 kinderen wonen dan al in Amsterdam en zijn daar getrouwd, Jan zal in 1780 volgen. Kennelijk was het zo dat als je verhuisd was naar elders je gelijk buiten de erfenis viel. Trouwens ook Frederik wordt in 1767 in Amsterdam als getuige bij een doop genoemd (die van Johanna, dochter van Barend).

Met de volkstelling van 1748 worden genoemd: Albert Sandboer en echtgenoot Geertje Frericksen en kinderen boven de 10 jaar: Geertjen, Frerik en Berent en de kinderen onder de 10 jaar: Henderikjen en Jan. Verder zijn nog inwonend Trijntjen Engbers en Armke Frerix. Door deze Armke zijn de waarschijnlijke ouders traceerbaar van Geertje Frederiks.
Vaak woonden broers en zusters die ongetrouwd waren gebleven in op het boererf van een getrouwde broer of zus. Dit was gewoonlijk het ouderlijk erf waar men bleef wonen. Geertje (gedoopt 5-3-1702) en Armke (gedoopt 9-7-1699) waren beide kinderen van de rooms katholieke Frederik Hendrix vulgo de Vos, die gehuwd was of in elk geval samenleefde met de gereformeerde Berentjen Jansen. Een huwelijk van de twee is niet te achterhalen.

Hoe de familierelatie zit met de tijdens de volkstelling van 1748 inwonende Trijntjen Engbers was aanvankelijk onduidelijk. Toch leek er een familierelatie te moeten zijn. In het archief van de familie Schipper (Boosmans) bevindt zich een oude akte uit 1746. Het is een koopakte van Trientjen Engbers. Zij koopt een "goorden" gelegen in het land van wijlen Hendrik Roelofs Huisman van. De erfgenamen van Hendrik Roelofs Huisman verkopen het stukje land voor 100 caroli guldens. Het antwoord werd uiteindelijk gevonden in het archief van Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675. Daarin zit een testament (d.d. 27-03-1748) van Trijntje Engberts waarin ze aan haar halfzusters Armke en Geertjen Fredrix al haar na te laten goederen vermaakt.
Op 06-12-1763 maakt Trijntje opnieuw haar testament. Haar voogd is dan Berent Albert Roelofsen.
Tot universeel erfgenamen benoemt ze de kinderen van wijlen haar overleden zuster Geertjen Freriks [gehuwd met Albert Jansen Santboer], te weten Geertjen Alberts, Frederik Alberts, Berent Alberts, Janna Alberts, Hindrikjen Alberts en Jan Alberts (bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).

Evenwel was dit niet het ouderlijk erf van de gezusters (Armke en Geertje) Frederiks de Vos, het was door de Santboers nl. van de familie ten Cate verworven door verwantschap.

In het archief van Huize Almelo is nog een stuk te vinden over Armke. Het betreft een conflict tussen Albert J. Zandboer en de kerkmeesters van Vriezenveen over het bezit van enig land en een obligatie, toebehorende aan Armeke Freriks, die armlastig is geworden, 1755 en 1756. (Inv.nr. 3082). Albert is van mening dat de kerkmeesters als opzichters van de armen in de gemeente Vriezenveen hun verantwoording moeten nemen en in haar onderhoud moeten voorzien.

In het archief van Schoutambt Vriezenveen (inv. nr. 2675) zit een acte gedateerd 5 januari 1743 waarin Albert Jansen Santboer optreedt als gemachtigde van Hendrik Jansen Boer die samen met Jenneken Hendriks de weduwe van Jan Hendriks Boer 900 gulden aan schulden heeft vanwege geleverd kapitaal door Egbert Hendriks. Onderpand is 3 akkers land en het halve huis gelegen aan het Westeinde tussen het land van Hendrik Arents en Egbert Hendriks. (Tijdens de volkstelling van 1748 woonde hier Hendrik Roelofs Schuurman, het is vrij westelijk op het Westeinde gelegen). Vraag is hoe de familieverhoudingen zich verhouden. Jan Hendriks Boer woont reeds vanaf ca. 1720 op deze locatie aan het Westeinde en moet dus geboren zijn voor 1700. In het breukregister van Vriezenveen (AHA inv.nr. 3241) zit een stuk waaruit blijkt dat Jan Hendriks Boer de stiefzoon was van Jan Hendriks Santboer en dat betekent dat hij dus een half-broer van Albert Santboer was. Voor 1720 woonde op het erf van Jan Hendriks Boer(man) de weduwe Hendrik Gerritsen. Is zij identiek aan Jenneken Hendriks? Als dat zo is zal ze zo rond 1680-1688 gehuwd zijn met Hendrik Gerritsen (ook wel Grootvelt) die in 1688 al in het boterpachtregister staat vermeld. De Hendrik Jansen Boer, voor wie Albert gemachtigde is, zal een zoon zijn van zijn halfbroer Jan Hendriks Boer. In elk geval blijkt uit andere stukken van hetzelfde archief dat Hendrik de zoon is van genoemde Jenneken Hendriks.
Op 22-08-1745 verklaart hij, refererend naar voorgaand contract met zijn moeder, 700 car. gulden schuldig te zijn aan Egbert Hendriks.

Albert is met zekerheid bij zijn kinderen in Amsterdam op bezoek geweest. Hij is getuige bij de doop van Geertreuy in 1775. Het kind van zoon Barend, dat waarschijnlijk naar zijn vrouw vernoemd is.

6-7-1743 voor het schoutengericht gehoord de schout van Vriezenveen en Albert Jansen Santboer enerzijds en Engbert Timmerman anderzijds inzake de aanstelling van Engbert Timmerman en Albert Jansen Santboer door de schout als mombaren over het nagelaten onmondige kind van Hendrikje Jansen Santboer en Engbert Gerrits, waarbij uitsluitend Engbert Timmerman het recht heeft een administratie bij te houden van inkomsten en uitgaven akte Huize Almelo 17 juli 1743 (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 26 foto 223).

26-10-1743 Compareert Albert Jansen Santboer voor het gericht van het schoutambt Vriezenveen ivm overlijden van zijn moeder Henrikjen Geersen wed. van wijlen Jan Santboer heden 8 dagen geleden. Ook de overige erfgenamen compareren met namen Lukas Henriksen Boer, Berent Henriksen Boer, wed. van Jan Henriksen Boer ende het nagelaten kind van wijlen Henrikjen Jansen Santboer. Albert zou de inventaris overleggen en een overzicht overhandigen van de staat der zaken. Na aftrek van de doodsschulden resteert echter nauwelijks iets volgens Albert Santboer, zo weinig dat het niet de moeite loont hierover te procederen met elkaar. Albert Santboer stelt dan ook van zijn aandeel van de erfenis af te willen zien en ten profijte van de overige erfgenamen te willen stellen. Hij stelt voor dat twee man op een willekeurige dag de staat van de erfenis komen verifieren en een inventarislijst op te komen maken op kosten van de andere erfgenamen. De everige erfen eisen echter een opgestelde beloofde inventaris van Albert Santboer. Het gericht verplicht Albert per decreet de inventaris alsnog binnen 8 dagen te overleggen en wel op kosten van de gemeenschappelijke boedel. Kennelijk voldoet hij hieraan want van verdere procedures is niets meer te lezen in de gerichtsarchieven van het schoutambt Vriezenveen. (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 26 foto 234).

18-09-1754 dagen de erfgenamen van de wed. schultus Claas Cruis Albert Santboer voor het schoutengericht vanwege achterstallige schulden vanwege afrekening d.d. 5-4-1739 en deels voor geleverde winkelwaren ten bedrage van 63 guylden 14 stuivers en 3 penningen (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 27 foto 009).


Op 6 maart 1773 treedt Albert Santboer op als voogd voor Janna Jansen ten Cate (doop als Johanna in 1747), dochter van Jan Jansen ten Cate, alias Weverspol, bij wijlen zijn eerste vrouw verwekt. De boedel van deze Weverspol is verbrand en wordt door de kerkmeesters van Vriezenveen als toezichthouders over de armenzorg verkocht. Weverspol is een neef van Albert Santboer (zoon van zijn oom Jan Gerritsen ten Cate).
Notitie bij de geboorte van Aelbert Jansen: gedoopt als zoon van Jan Henrix en Henrikje Gerritz
Notitie bij Geertje: Geertje (gedoopt 5-3-1702) en Armke (gedoopt 9-7-1699) waren beide kinderen van de rooms katholieke Frederik Hendrix vulgo de Vos, die gehuwd was of in elk geval samenleefde met de gereformeerde Berentjen Jansen. Een huwelijk van de twee is niet te achterhalen. Het feit dat er in het dossier van de rechtzaak tussen Albert Santboer en de kerkmeesters van Vriezenveen een verklaring zit d.d. 20-12-1755 van Hendrikje Jansen (van der Aa), weduwe van Jan Gerrits Smelt, waarin deze verklaart dat Armke Freriks voor 28 jaar met haar moeder in huize Smelt woonachtig is geweest (Inv.nr. 3082 AHA). Dit suggereert ook een familieband met deze familie. Immers ook Albert Santboer waar Armke later woonde is familie nl. haar zwager.
Notitie bij de geboorte van Geertje: Fredrik Henrix (vulgo de Vos) en zijne vrouwe gedoopt het kind Geertjen.
Notitie bij J(oh)annes: gedoopt als Jannes, bij huwelijk Johannes genoemd. Volgens het poortersboek van Amsterdam is hij bakker (11-5-1762).
Notitie bij het overlijden van J(oh)annes: als zijn echtgenote in 1781 wordt begraven in de Nieuwe kerk heet ze de weduwe van Hannes Sandboer. Zij is de belangrijkste erfgenaam in het testament van de van Vriezenveen afkomstige en te Amsterdam woonachtige Jannetje Bonekamp (1779 bij notaris Engbertus Martinus Doper).

ingeschrevene: Santboer, Jan datum begrafenis:17-05-1779 begraafplaats: Nieuwe Kerk en Engelse Kerk Begraafregisters voor 1811; NL-SAA-9238997.(e-mail Gerard Jansen, Hoofddorp 2010).
Notitie bij het huwelijk van Willemijn en J(oh)annes: Johannes woont bij zijn huwelijk aan de "Rosegracht" en "Willemijjn aan de Heeregragt". Willemijn wordt bij haar ondertrouw geassisteert door Johanna Mulder.
Notitie bij het overlijden van Willemijn: begraven in de Nieuwe Kerk
Notitie bij Geertjen Alberts: Geertje Sandboer heeft op het ouderlijk erf gewoond evenals zuster Hendrikje Sandboer, gehuwd met Gerrit Schipper.
Dat Geertje bij haar zwager Gerrit Schipper inwonend is geweest blijkt uit bescheiden inzake een gerechtelijke procedure uit het archief van Huize Weleveld (inv. nr. 7). Het betreft een erfrechtkwestie inzake de nalatenschap van Fenneken Jansen, de echtgenote van Fredrik Santboer. Echter ook een aantal aantekeningen inzake de nalatenschap van Fredrik Sandboer en Geertjen Sandboer zijn hier te vinden.
Uit de stukken blijkt dat Geertjen kostgeld betaalde aan zwager Gerrit Schipper, te weten de volgende bedragen:
-1796 100 gulden
-1797 100 gulden
-1800 200 gulden
gesteld wordt dat deze 400 gulden de betaling is van kostgeld over 7 jaar en 31 weken en dat Gerrit nog tegoed komt 1 daalder in de week is de somma van 192 gulden en 10 stuivers.(dwz 78 gulden per jaar) = in totaal nog tegoed voor ca. 128 weken. dus ongeveer 2 1/2 jaar.
uit verdere aantekeningen blijkt nog dat Geertje in het bezit was van de volgende obligaties:
- 350 gulden ten laste van Huize Almelo
- 300 gulden ten laste van Egbert Berens
- 100 gulden ten laste van Bernardus Stok
- 90 gulden ten laste van Roelof Heijlenhuis
- 100 gulden ten laste van Huisman
verder blijkt dat Geertje wat hooiland bezat oa. in het Gericht Almelo dat werd verhuurd aan Jan Grobben op de Krommendijk en een stukje hooiland gelegen in het zogenaamde Polsland dat werd verhuurd aan Jannes de Bolte, en in 1803 door Gerrit Schipper voor 3 gulden gehuurd.
Uit verdere aantekeningen ivm het overlijden van Geertje blijkt dat de kosten van de begrafenis waren:
-het bier [grouvenbier] van J.H. Dikkers 19-5-8
-aan de armen en voor het doodslaken 5-8-0
-een doodskist 5-0-0
-onkosten voor wakers 4-0-0
-dokter Lamberts geneeskundige kosten 3-0-0
Notitie bij de geboorte van Geertjen Alberts: gedoopt als dochter van Albert Jansen en Geertjen Frerijks
Notitie bij het overlijden van Geertjen Alberts: genoemd in de erfscheidingsafhandeling van de boedel van haar vader Albert in 1776 (zie notities bij vader Albert).
Notitie bij Fredrik: is op 15-2-1765 getuige bij de doop van zijn nichtje Johanna Santboer in de Noorderkerk te Amsterdam (dochter van broer Barent). Zie notities bij zijn echtgenote. Fredrik of Frederik heeft een fraaie, van geletterdheid getuigende, handtekening (zie afbeelding).

Op 26-09-1783 maken Frederik Santboer en Fenneken Jansen hun testament op. Het echtpaar had geen kinderen. Het is een langstlevende testament. De vader Albert Sandboer komt wel zijn legitieme deel toe.
Testatrice legateert aan Henderik Gerrits Menne (zoon van broer Gerrit Jansen Minne en Jennegjen Berkhof) 400 gulden.
Verder krijgen de armenstaat en de kerk ieders een legaat van 25 gulden. Deze legaten worden 6 weken na overlijden van beide testatoren uitgekeerd. Mocht de langstlevende komen te hertrouwen dan diende deze aan de erfgenamen van de eerstoverledene 1.000 gulden uitkeren.

In 1789 voert Fredrik Sandboer een rechtzaak tegen de erfgenamen van zijn vrouw, die menen aanspraak te maken op de nagelaten goederen van Fennigje Jansen. Het betreft de volgende personen:
-Albert Hermsen namens zijn vrouw Hendrika Faijer, Lambert Janszen op den Kelder [gehuwd met Hendrikjen Feijer], Berend Hermsen Pleij [gehuwd met Jannetjen Feijer], Gerhardina Feijer, weduwe en boedelhoudster van wijlen Jannes Bramer als boedelhoudster en wettige voogdesse van haar 3 minderjarige kinderen, bij voornoemde Jannes Bramer in echte verwekt; voorts de minderjarige kinderen van wijlen Gerrit Janszen en Jenneken Berkhoff onder assistentie van hun voogden Jan Berends Berkhoff en Wicher Roelofs, zich allen noemende erfgenamen van hun moeij en oud moeij Fenneken Janszen. Verderop in het dossier wordt ook nog genoemd Jan Berendsz zich noemend voogd van de kinderen van wijlen Gerrit Berkhoff.
Fredrik verweert zich door te stellen dat een deling van goederen niet aan de orde is, vanwege het testament op langstlevende waarbij Fredrik tot universeel erfgenaam is benoemd. De erfgenamen noemden dit testament echter vals en wederrechterlijk. Het testament zou hebben moeten luiden (dit was de erven mondeling door wijlen hun moeij/oud moeij mondeling te kennen gegeven) : de langstlevende zou na aftrek van enige legaten ieders gemeld erfgenaam zijn van alles wat de eerststervende zou komen na te laten, maar dat na het overlijden van de langstlevende de overgebleven goederen aan de naaste vrienden van weerskanten zouden vervallen. Bovendien stelden de erven was het testament niet ondertekend en verzegeld, hetgeen de rechtsgeldigheid teniet deed. Dat hoewel testatrice wel verklaard heeft niet te kunnen lezen en schrijven en geen zegel te gebruiken, ze nagelaten heeft iemand namens haar het testament te laten ondertekenen. Weliswaar heeft Wieger Jansen als voogd van Fenneken het testament ondertekend, maar niet namens haar aldus de erfgenamen. Tenslotte zou het testament na opmaking niet volgens de wettelijk vereiste procedure aan testators zijn voorgelezen en aangezien testatrice niet kon lezen was dit des te meer noodzakelijk geweest aldus de erven. De uitspraak op 10 november 1792 was in het voordeel van Fredrik Sandboer die overeenkomstig het testament het vruchtgebruik van zijn vrouws erfdeel tot aan zijn overlijden kreeg toegekend. wel werd hij verplicht tot het opmaken van een inventaris van bezittingen en schulden van het moment van overlijden van zijn vrouw Fenneken Jansen (bron: Archief Huize Weleveld inv. nr. 7).

Op 14 augustus 1795 geeft Jan Santboer aan voor hem en zijn broer en zusters de erfenis van wijlen zijn broer Fredrik Santboer bestaande uit 2 akkeren lands opgaans en daarop staand huis en getimmerte; 2 ¼ dagwerk bovenwegsland; een halve akker turfland gelegen op de Oosterhoeve; een dagwerk hooiland gelegen in Striekenland; een dagwerk hooiland gelegen in het Woestenvierendeel; de Agtermaat op Schuppen Jaspersland; in de Horst ongeveer een dagwerk; nog 3 wanden bouwland gelegen in het Heidemansland (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

Op 19 mei 1797 verschenen voor het schoutengericht van Vriezenveen Barent Santboer als gevolmachtigde van zijn zuster Johanna Santboer als in huwelijk hebbend Johan Georg Rabe en zelf in huwelijk hebbende Christina Vroon en Jan Santboer in huwelijk hebbend Evertien IJsenbrandt, Gerrit Schipper en zijn vrouw Hindrikien Santboer, Geertje Santboer geassisteerd met haar momber Gerrit Bramer als erfgenamen van wijlen Fredrik Santboer hebben verkocht aan Fredrikus de Groot en zijn vrouw Janna Engberts twee akkers land en het erop staande huis, onverscheiden met de wed. Jan Schipper gelimiteert oostwaarts Albert... en westwaarts Egbert ....voor de som van 1215 gulden (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2681 foto 029 ev). en idem zij verkopen ook een halve akker turfland aan Albert Jansen en zijn vrouw Harmina Hendriks voor 50 gulden.

Op 30-12-1796 "koopt" Frederikus de Groot voor 1215 gulden 2 akkeren land opgaans van de erfgenamen van wijlen Fredrik Santboer. Dezelfde dag koopt Albert Jansen Majoor een halve akker turfland voor 50 gulden van de erven Fredrik Santboer (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

Op 21-12-1797 geeft Mannes Luijkas de 50e penning aan ivm de aankoop van een dagwerk hooiland in het Barthels Geessenland van de erfgenamen van wijlen Fredrik Santboer voor 50 gulden (bron: kohier van de 50e penning; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2668).

23 december 1797 verschen voor het schoutengericht van Vriezenveen Gerrit Schipper en Hendrina Schipper namens de erfgenamen van wijlen Fredrik Santboer die verklaren verkocht te hebben op 23 mei 1797:
-een dagwerk hooiland, gelegen in Stukkiesland en een akker turfland op de Oosterhoeven voor 79 gulden aan Berend ten Bruggencate en Grietje Berends.
-idem twee stukken bouwland gelegen op het land van Albert Frielink voor 95 guldens aan Grardus Gerritsen en Hermanus Gerritsen voor 95 guldens.
-idem aan Jan Egberts Plaij en zijn huisvrouw Grietien Berends Smelt 1 1/2 akker turf(?) land in de Westerhoeven onverscheiden met Gerrit Meijer voor 111 guldens
-idem aan Mannes Luikes en zijn vrouw Maria Bruggink een dagwerk hooiland in het Oostervierendeel voor 50 gulden
(bron: archief schoutambt Vriuezenveen inv. nr. 2681 foto 50-54).
Notitie bij Fennigje (Fenna): de broer van Fenne heette Wicher Jansen en was een geslaagd koopman die ook op West-Indië handelde (compagnonschap met Berkhofs)
Notitie bij het overlijden van Fennigje (Fenna): tussen 1784 en 1789 is er een rechtzaak tussen Fredrik Sandboer en Albert Harmsen over de nalatenschap van Fennigje Jansen die in 1789 kinderloos is komen te overlijden (bron: archief Schoutambt Vriezenveen; archief Huize Weleveld inv. nr.7).
Notitie bij Barend: Barend woont in 1765 aan de Oude Kennisteeg, in 1766 maakt hij samen met zijn vrouw een langstlevende testament en is hij woonachtig aan de Palmdwarsstraat.
Barent Santboer kocht voor 5250 gulden in 1768 van Jan Christiaan dit pand (links op de afbeelding) aan de Kolksteeg nummer 8. Later kocht hij verderop aan de Nieuwe Zijdskolk 12 een tweede pand voor 3125 gulden, "waar ’t zwarte paard in de gevel staat", dat als sleeperstalling zou gaan dienen . Deze stalling stond schuin achter het Koornmetershuisje, waar nu coffeeshop Betty Boop zit. Barent trouwde in 1765 te Amsterdam met de Oldenzaalse Christina Froon. In 1803 worden de panden uit de nalatenschap van Barent Santboer op een publieke verkoping verkocht aan een schoonzoon van Barent. Het huis wordt voor 2100 gulden verkocht en de sleepersstalling voor 2000 gulden aan Leendert Steen die gehuwd was met Geertruij Santboer. Nu is in dit pand een wok-restaurant gevestigd. Barent was afkomstig van het "Boosmanserf" in Vriezenveen dat door huwelijk van Derk Schipper met Hendrikje Santboer in handen kwam van de familie Schipper. Hendrikje Santboer was de enige uit het gezin Santboer die in Vriezenveen bleef wonen. Naast broer Barent zochten ook de broers Johannes en Jan en zuster Johanna hun geluk in Amsterdam.
Notitie bij het huwelijk van Christina en Barend: bij hun huwelijk wordt Christina geassisteert door Willem Poortenaar en wordt Barends vader Albert Sandboer uit Vriezenveen ook in de akte genoemd.
Notitie bij Christina: Christina woont in 1765 op de Agterburgwal.
Notitie bij J(oh)anna: gedoopt als Janna, huwt als Johanna
Notitie bij het overlijden van J(oh)anna: de aangifte van het overlijden van Johanna, wonend aan de 1e Roosendwarsstraat is gedaan door zoon Jan Hendrik Rabe 27 jaar oud en winkelbediende wonend in de 1e Roosendwarsstraat nr. 35 (momenteel nr. 14) en door broer Jan Santboer, timmermansknecht 62 jaar en wonend aan de Reguliersgracht
Notitie bij het huwelijk van Johan George en J(oh)anna: Johanna woont bij haar huwelijk "op de Kolk" (= Niewezijds Kolk ) Johan woont aan de Herengragt.
Notitie bij het overlijden van Johan George: Bij overlijden staat vermeld woonachtig aan de Rozengracht, nalatende 3 kinderen. Begraven in de Westerkerk/Westerkerkhof.
Notitie bij Jan: timmerman (bron: overlijdensakte dochter Geertje (1856). Jan woont bij zijn huwelijk aan de Pijpenmarkt te Amsterdam (nu Nieuwe Zijds Voorburgwal).
Later woont hij aan de Reguliersgracht nummer 50 (als hij getuige is bij het overlijden van zijn zuster Johanna) in 1812 en bij zijn eigen overlijden in 1814. De huidige nummering van dit pand is 70. Jan was timmermansknecht.
Notitie bij het overlijden van Jan: Jan overlijdt op 20-11-1814, hij is dan woonachtig aan de Reguliersgracht 70/3-hoog (huidige nummering 108), hoek Noorderstraat, het overlijden wordt aangegeven door de neven de Goe, te weten Evert de Goe, woonachtig aan de Lange Leidsedwarsstraat en Gerrit de Goe, winkelier woonachtig in de Weesperstraat (ik vermoed dat het hier om neven van zijn vrouws kant gaat, de familie de Goe of de Goei kwam uit Arnhem). Kennelijk is de rest van het gezin later naar Lent (Gelderland) verhuisd, de geboorteplaats van Evertje. Evertje overlijdt daar op 13-4-1821 en dochter Geertie op 19-9-1856. Jan is zelf aangever van het overlijden van zijn zuster Johanna op 18-12-1812. Hij is dan timmermansknecht van beroep.
Notitie bij Evertje: woont bij haar huwelijk op de Prinsengracht, haar moeder heet Elsje Hendriks.
Notitie bij het overlijden van Evertje: is bij overlijden 74 jaar oud.

196. Jasper Lucassen Onweer (dezelfde als 144), tr. (ondertr. Vriezenveen 7 juli) 1754
197. Janna Derks Faijer (dezelfde als 145).

Notitie bij Jasper Lucassen: Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345, huidige nummering, was in 1753 de grootste imkerboer van Vriezenveen. Hij had toen 20 bijenkorven, daarvoor moest hij toen een belasting betalen van 2 gulden, 12 stuivers en 8 penningen. Hij wordt in het dienstbodenbelastingkohier van 1790 nog genoemd en wordt dan aangeslagen voor 1 gulden en 8 stuivers.
Het is zeer aannemelijk dat Jasper de imkerij van zijn vader heeft voortgezet en zelfs uitgebreid, uitgaande van het bedrag dat Jasper in 1765 betaalde (te weten 3 gulden en 12 stuivers) zou het aantal bijenkorven zelfs 36 hebben bedragen, uitgaande van een basisbedrag van 2 stuivers per bijenkorf. Hierbij ga ik dan wel van de veronderstelling uit dat Jasper geen schapen had, want ook elk schaap kostte in 1765 2 stuivers per jaar aan belasting. In het kohier van 1765 staat niet aangegeven of de belasting nu betaald werd voor schapen, varkens of bijenkorven. Jasper zou ook nog een varken gehad kunnen hebben natuurlijk. Qua belastingbedrag op de reliqua, zoals deze belasting heette, stond Jasper in 1765 op de derde plaats. Alleen dokter Dijderijk, die zich geheel op de imkerij had toegelegd met in 1762 maar liefst 38 bijenkorven en Berent Wippe, welke laatste zowel veel schapen als bijenkorven had, betaalden in 1765 meer belasting op de reliqua, respectievelijk 4 gulden en 2 stuivers en 4 gulden en 8 stuivers (Bron archief Huize Almelo, belastingregisters reliqua).
Volgens het boterpachtregister van 1763 (vader Lucas wordt dan nog als eigenaar genoemd), omvatte het erf 4 akkers.

Op 23-11-1794 maken Jasper Lucas en Janna Derks hun testament. Het echtpaar benoemt hun kinderen: Derk en Jannes Jaspers en Jenneken en Leena Jaspers en verder het kind Gerrit van hun overleden dochter Fenneken Jaspers (gehuwd met Hendrik Broertjen) tot universeel erfgenaam.

Met de volkstelling van 1795 is hoofd van het huishouden zoon Derk Jaspers.

Leeft nog in december 1801 als hij een bijdrage levert aan de verbouwing van de Hervormde kerk van 5 gulden. (archief NH-kerk).
Notitie bij het huwelijk van Jasper Lucassen en Janna Derks: huwelijksregistratie luidt als volgt "Jasper Lukas J.M. en Z. van Lukas Jansen en Janna Derksen Faijer N.J.D. van Derk Faijer alhier.

198. Jannes Derks Faijer (dezelfde als 146), tr. Vriezenveen 27 jan. 174859
199. Henrikjen Jansen ten Cate (dezelfde als 147).

Notitie bij Jannes Derks: landbouwer en linnenkoopman. Bewoonde het erf van zijn vader Derk Jansen Faijer (Oosteinde 407 huidige nummering). Wordt in het boterpachtregister over het jaar 1752 genoemd. Het ouderlijk erf is gesplitst tussen Jannes en zijn zwager Jan Berkhof. Jannes houdt een 2-akkergoed over. Jannes Fayer is één van de Rusluie, hij bevindt zich op 26 juli 1749 te Sint Petersburg, alwaar hij aan [zijn zwager] Gerrit ten Cate 10 roebel uitleent en deze vervolgens later te Vriezenveen opeist. Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 156. Of Jannes Faijer inderdaad in Sint Petersburg geweest is, is maar zeer de vraag. Er is slechts sprake van jannes Derks, zonder de toevoeging Faijer en in deze periode is er nog een Jannes Derks die een linnenkoppman was. Deze was woonachtig op het Westeinde van Vriezenveen (zie Jannes Derks).
Jannes wordt in 1753 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet 1 gulden afdragen, met 50 cent p.p. ligt hij ruim boven het gemiddelde van 39 cent. In 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet hiervoor 1 gulden en 14 stuivers betalen, dat is 85 cent p.p. en daarmee ruim boven het gemiddelde van 39 cent p.p. . heeft in 1760 24 schapen en dat was erg veel. In 1780 wordt Jannes nog genoemd in het het hoofgeldregister over 1779. In 1790 in het register van het dienstbodengeld is Jannes overleden en worden genoemd "de kinderen van J. Feyer".
De veestapel bevond, evenals bij de families Berkhof aan het Oosteinde (Berent Jansen Berkhof en Jan Jansen Berkhof (Jan Buten) uit een opvallend grote schaapskudde voor Vriezenveense begrippen. Dat wil zeggen een kudde die rond de 20 schapen omvatte.
De familie moet in goede doen geweest zijn en dit is mogelijk het gevolg zijn geweest van de Russische handelsactiviteiten.

Stadsgericht, Almelo, 1 juni 1750:
Gerrit Gasthuijs, en zijn huisvrouw transporteerden aan Ootmar ten Cate, en zijn huisvrouw Christina ten Cathe en erfgenamen, hun huis en wheere, gelegen naast het Gasthuis. Dit was een gerechtelijke verkoop in opdracht van Jannes Derxsen Faijer.
Stadsarchief Almelo, Inv. #2619, Fol. 573. Transportacte, 1 Jun 1750.(bron: website Afina Broekman). Deze verkoop duidt erop dat Jannes Faijer schulden had bij de Almelose kooplieden, waarbij Jannes waarschijnlijk schuldeiser was van Gerrit Gasthuis.


Op 20-3-1755 wordt een "Jannes Derks" aangesproken voor een schuld (bedrag onvermeld) aan de linnenreders en kooplieden Jan ten Cate, Gerrit Coster en Gerrit Coster Egbzn. (inv. nr. 2965 HAA).
Deze Jannes was dus ook koopman en is niet identiek aan Jannes Faijer. Hij woonde aan het Westeinde en was gehuwd met Aaltjen Berentsen. Hij handelde met Derk Jansen (zijn vader?) zie ook archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 27 d.d. 27 maart 1755. Op die datum wordt Jannes en z’n vrouw Aaltjen Berens aangesproken voor de enorme schuld van 1771 gulden vanwege gekochte en geleverde linnens van Jan ten Cate Jansz. koopman te Almelo aan de maatschap van Jannes Derks en Derk Jansen. Deze Jannes Derks was de zoon van Derk Claassen Meijnderts en Jenneken Jansen. Derk Jansen zal dan de zoon zijn van broer Jan Derksen.

Zijn vermogen werd in 1751 geschat op 500 gulden en een extra 100 gulden voor te werk gesteld personeel, dat ook als vermogen meetelde (bron: 1000e penningkohier 1751; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556).
In het kohier van 1758 wordt hij niet genoemd. Zijn vader had een groter vermogen; zie opmerkingen vader.

transportakte 13-11-1773. Verkoop door Jannes Derksen Feijer van de Brink beginnend aan de kerkweg (= dorpsstraat) tot aan de dwarssloot, gelegen in de landerijen van wijlen Jan ten Cate (oostwaarts Jan Boom, westwaarts Frontmansland) voor 109 gulden aan Jan Gerrits (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).

19-06-1786 akte van transport. Verkoop door Roelof Wiechers en zoon Jan en dochter Jenneken van een akker hooi of weideland, gelegen in het "Jan ten Cateland" voor 255 gulden aan Jannes Derksen Faijer (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).
Notitie bij het overlijden van Jannes Derks: in 1787 staat in het vuurstedengeldregister Jannes Faijer nog vermeld. In 1788 staan de kinderen van Jannes Faijer als hoofdbewoners in dit register vermeld, een aanduiding dat Jannes dan is overleden.

200. Berend Albert Roelofsen, ged. Vriezenveen 4 dec. 1718, † ald. na 1764, tr. 2e Vriezenveen 4 nov. 1758 Jennigjen Egberts Endjen, geb. omstr. 1725, † Vriezenveen na 1779, dr. van Egbert; tr. 1e Vriezenveen omstr. 1753
201. Trijntje Berends Holland, ged. Vriezenveen 25 okt. 1722, † ald. vóór 4 nov. 1758.
Uit dit huwelijk:
a. Berendina Roelofsen, ged. Vriezenveen 9 dec. 1753, †?.
b. Berend Berendsen, zie 100.
c. Roelof Roelofsen, ged. Vriezenveen 16 april 1758, †?.

Notitie bij Berend Albert: landbouwer. Woonachtig aan het Oosteinde 161 (huidige nummering). Bron: blz. 93 Ken uw dorp en heb het lief. In het boterpachtkohier van 1755 wordt vader Roelof Willemsen nog als eigenaar van het erf vermeld.
In 1764 wordt Berend Albert genoemd als de eigenaar van 5 akkers land.
diaken in 1757 (bron: archief NH kerk Vriezenveen, doos 77).

In 1753 in het kohier van het hoofdgeld wordt "berent albert" aangeslagen voor 4 personen en moet 1,70 betalen, dat is 0,425 cent per persoon. Iets boven het gemiddelde van 0,39 cent per persoon voor geheel Vriezenveen. In 1760 behoort Berent opeens bij de hoogst aangeslagenen van Vriezenveen. Hij wordt dan voor 2 persoenen aangeslagen en de belasting bedraagt dan 2 gulden en met 1 gulden per persoon ligt dit ver boven het gemiddelde van 0,39 voor heel Vriezenveen. Ter vergelijking de scholte Dikkers betaald voor 6 personen 3,20 en betaalt hiermee iets meer dan 0,53 per persoon.

Zie ook notities vader Roelof Willemsen.

In het kohier van de 1.000e penning van 1758 staan de personen vermeld met een vermogen boven de 500 gulden. Hoewel Berent Albers naam wel is opgetekend, staat er 0 gulden achter zijn naam. Dat is vreemd, want zijn vader had in 1751 nog een geschat vermogen van 1125 gulden. Kennelijk was dat vermogen door erfdeling opgesplitst geraakt en was Berend daardoor beneden de 500 gulden terechtgekomen.

Op 15-12-1753 maken Berent Albert Roelofs en een zieke Trientje Berents [Holland] hun testament.
Tot hun legitiem erfdeel zijn gerechtigd de ouders van Berent Albert: Roeloff Wilms en Aaltjen Berentsen.
De kleding van testatrice komen aan haar broers en zuster toe: Berent Berentsen, Jan Berentsen, Jannes Berentsen en Janna Berentsen.
De armen komt 25 gulden toe, verder is het een testament op langstlevende. Testator ondertekent het testament met zijn handtekening; Trijntje volstaat met een kruisje.
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2674).


Op 12 mei 1764 (akte van transport) treedt bij een verkoop van de goederen van wijlen Jan Roelofs (gehuwd met Geertje Berens Kooijker) o.a. op Berent Albers Roelofs.
(bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2676).
Notitie bij de geboorte van Berend Albert: gedoopt met de voornamen Berend Alberts
Notitie bij het overlijden van Berend Albert: overleden voor 05-11-1772, want dan maakt de weduwe van Berent Albert Roelofsen, Jenneken Egberts haar testament op. Tot erfgenaam wordt benoemd haar stiefzoon Berent Berents Roelofs. De kinderen van haar broer Gerrit Egberts komen al haar lijfsgoederen toe. De kinderen worden met name genoemd. Het zijn: Berent, Egbert, Janna en Jan.
Notitie bij de geboorte van Trijntje Berends: Trijntjes doop had wel wat voeten in de aarde vanwege dronkenschap van predikant Poelman. Ze werd om deze reden in de pastorie gedoopt en niet in de kerk, want dominee Poelman had voor de kerkdienst verstek laten gaan (bron: Archief Deventer, archief Classis 1601-1951 inv. nr.72 foto 120).
Notitie bij het huwelijk van Berend Albert en Trijntje Berends: ook wel Trijntje genoemd bij de dopen van haar kinderen.
Notitie bij de geboorte van Berendina: gedoopt als Berendina dv Berend Albert Roelofs en Trientjen Berends Holland
Notitie bij de geboorte van Roelof: gedoopt als RoelofBerend zv Berend Alberts Roelofz en Trijntjen Berends Holland

202. Wolter Hermsen Schipper, ged. Vriezenveen 4 dec. 1712, † ald. vóór 1779, tr. omstr. 1742
203. Kunnigjen Egbers de Groot, ged. Vriezenveen 18 okt. 1716, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Janna Wolters, zie 135.
b. Hermen Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 12 mei 1743, † ald. 1791,92 tr. Vriezenveen 11 juni 1769 Fenne Hoff (Hofman) (zie 504,b).
c. Hendrikje Wolters Schipper, ged. Vriezenveen 5 sept. 1745, † ald., tr. Hendrik Lemans, † Vriezenveen.
d. Egbert Schipper, ged. Vriezenveen 16 febr. 1749.
e. Jenneken Schipper, ged. Vriezenveen 2 sept. 1751.
f. Albert Schipper, ged. Vriezenveen 12 sept. 1751.
g. Jenneken Wolters, zie 101.
h. Egbert Schipper, ged. Vriezenveen 1758.

Notitie bij Wolter Hermsen: landbouwer, bewoonde de boerderij aan het Oosteinde 295-297 (Bron: Ken uw dorp en heb het lief, blz. 127) bekend als het Schipsspil, had het erf overgenomen van zijn vader.
In 1752 als eigenaar van de landerijen van het Schipsspil genoemd, het was toen 5 akkers groot. In het hoofdgeldregister van 1779 wordt Wolter niet meer genoemd, maar zijn zoon Harmen. Vermoedelijk was Wolter toen dus al overleden.
Met de belasting inzake het hoofdgeld van 1737 wordt Wolter aangeslagen voor 4 personen en moet 1,70 betalen, dit is 0,425 p.p. tegenover een gemiddelde voor het Oosteinde van 0,46 .
In 1753 inzake het hoofdgeld weer een aanslag voor 4 personen en een aanslag van 1,35, iets meer dan 0,32 p.p. tegenover een gemiddelde in dat jaar voor Vriezenveen van 0,39. In 1760 weer een aanslag voor 4 personen, maar een relatief veel hogere aanslag nl. 2 gulden, dit is 0,50 p.p. en boven het gemiddelde van dat jaar van 0,39 p.p voor de Vriezenveense bevolking.

In het register van de 1000e penning van 1751 wordt Wolter Hermsen Schipper aangeslagen voor een vermogen van 500 gulden en daarboven nog een verhoging van 100 gulden voor meewerkend personeel, dat werd gezien als extra vermogen (Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556). In 1758 komt Wolter niet meer in deze registers voor (Statenarchief van Overijssel inv nr. 2559).

15-5-1745 verschijnt voor het gericht Lukas Jonker echtgenoot van Jenneken Harms Schipper en citeert Wolter Harms Schipper vanwege een schuld van 31 gulden aan achterstallige intrest inzake een lening van 150 guldens en nog een bedrag van 22 gulden tegoed uit de boedel van wijlen broer Jan Harms Schipper (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 26 foto 262).
Notitie bij de geboorte van Wolter Hermsen: gedoopt als Wolter zv Hermen Wolters en Aeltjen Frericks.
Notitie bij Hermen Wolters: akte van transport 20-07-1791 verkoop door Berend Hof en Berend Holland als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Harmen Schipper van landerijen voor 515 gulden aan ??? (bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).
Notitie bij Fenne: zie notities broer Berent
Notitie bij Hendrikje Wolters: vroedrvrouw (bron: oa geboorteakte van Gerrit Berghuis akte 14-01-1812).
Notitie bij de geboorte van Hendrikje Wolters: gedoopt als Henrijkjen dv Wolter Hermsen en Kunnegjen Egberts
Notitie bij Hendrik: in 1812 bij geboorteakte d.d. 15-08-1812 vermeld als de echtgenoot van de vroedvrouw Hendrikje Wolters Schipper die de aangifte dee van de geboorte van Johanna Fikkert. wever van beroep.
Notitie bij de geboorte van Egbert: gedoopt als Egbert zv Wolter Harms Schipper en Kunnigjen Egberts de Grote
Notitie bij de geboorte van Jenneken: gedoopt als Albert en Jennegjen kv Wolter Harmzen Schipper en Kunnigjen Egberts de Grote (tweelingen).
Notitie bij de geboorte van Albert: gedoopt als Albert en Jennegjen kv Wolter Harmzen Schipper en Kunnigjen Egberts de Grote (tweelingen).

204. Hendrik Freriks Bramer, geb. Vriezenveen omstr. 1690, † ald. na 8 maart 1755, tr.
205. Hendrikje Hendriks Winter, ged. Vriezenveen 3 april 1698, † ald. 1741.
Uit dit huwelijk:
a. Frerik Hendriks Bramer, ged. Vriezenveen 30 dec. 1718, † ald. vóór 27 jan. 1773,109 tr. Vriezenveen 1755 Fenneken Berends Berkhof (zie 262,c).
b. Gerrit Bramer, ged. Vriezenveen 22 juni 1721, † ald. vóór 1726.
c. Beerent Bramer, ged. Vriezenveen 30 april 1724, †?.
d. Garrit, zie 102.
e. Hermannes (Mannes) Bramer, ged. Vriezenveen 4 dec. 1729, † ald. na 1788, tr. (ondertr. Vriezenveen 9 maart) 1765 Harmina Gerrits Smelt (zie 274,c).
f. Berentien Bramer, ged. Wierden 7 juni 1733, † Vriezenveen vóór 19 aug. 1740.

Notitie bij Hendrik Freriks: boer, schout in 1750 en 1751. In 1752 wordt Hendriks zwager Gerrit Winter tot schout verkozen. Volgens Herman Jansen, in Ken uw dorp en heb het lief blz. 233 had Hendrik Bramer als schout niet naar volle tevredenheid gefunctioneerd.
Woonde naast het Éémsgoed aan het Oosteinde (in de buurt van nr. 193 huidige nummering). Wordt in het hoofdgeldkohier van 1737 aangeslagen voor 3 personen en moet 1,60 betalen, dat is dus ca. 0,53 per persoon tegenover een gemiddelde van 0,46 voor het Oosteinde in dat jaar. In ca. 1735 beschikt hij volgens het boterpachtreegister over 5 akkers land en 1 1/2 akker "woesten land", dat wil zeggen turfland. Zeker geen onbemiddelde boer.

In 1748 bij de volkstelling van 1748 wordt hij genoemd "Henr. Braamer" weeduwenaar, hij heeft dan nog 3 kinderen boven de 10 jaar in huis, te weten, Frerik, Gerrit en Harmanus. Verder beschikt het gezin dan over een dienstbode genaamd Kunnigien Onweer.

1751 schout van Vriezenveen (bron: Naamlijst van drosten, kasteleins, richters en schouten Overijssel deel 2; Het Kwartier van Twente uitgave A sept. 1989 RA Zwolle).

Hendrik Bramer zat er warmpjes bij in de kohieren van de 1000e penning wordt zijn vermogen als volgt ingeschat:
1715: 750 gulden
1734: 2500 gulden
1739: 2500 gulden
1751: 1250 gulden (met de toevoeging scholtes)

In een stuk van archief Huize Almelo (inv. nr. 3202) wordt Hendrik de oom genoemd van Grietje Jansen Schol ( gehuwd met Berent Brouwer) en ook van Nicolaas Harwig (1e huwelijk met Johanna Jansen Schol).
Notitie bij het overlijden van Hendrik Freriks: 3 maart 1755 wordt Hendrik nog vermeld als legitiem erfgenaam in het testament van zijn zoon Gerrit (archief: schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).
Notitie bij Hendrikje Hendriks: is overleden bij de volkstrelling van 1748.
Notitie bij het overlijden van Hendrikje Hendriks: Op 16 juli 1741 vermeld het Rekenboek van de Diaconie dat Hendrik Freriks Bramer een liefdegave overhandigd uit de nalatenschap van wijlen zijn huisvrouw Hendrikje Hendriks Winter, ten bedrage van maar liefst 200 gulden!
Notitie bij Frerik Hendriks: landbouwer, ook Braemhaer of Braamhaar genoemd. Koopt in 1756 3 akker land en huis van zijn schoonvaders ongetrouwde broer, Harmen Jansen Berkhof, waar Fenneken eerder het huishouden als vrouw al bestierde. De boerderij was gelegen aan het Oosteinde 109 (huidige nummering), zie Ken uw dorp en heb het lief, blz.82.
in 1760 wordt Frederik Bramer, inzake de Hoofdgeldbelasting aangeslagen voor 4 personen (1 gulden en 14 stuivers). Dit is 1,70 en afgerond 0,43 p.p., dit is iets boven het gemiddelde van 0,39 p.p. voor Vriezenveen.

Was in het dagelijks leven verwalter-scholtus, deze functie vervult hij tot aan zijn dood, in zijn plaats treedt op 27 januari 1773 Gerrit Bramer hiertoe aangesteld door de Heer van Almelo..(zijn broer?) Heeft een wapen, waarmee hij akten bezegeld, een hart, met daarboven een kroon (HAA inv. nr. 2649)


Frerik Bramer zat er warmpjes bij in de kohieren van de 1000e penning van 1758 wordt zijn vermogen geschat op 1275 gulden.

Op 06-03-1756 wordt een transportacte vastgelegd van de koop door Frerick Hendriks Braamer en Fennegjen Beerens [Berkhof] van 3 akkers en 1 1/2 vierendeel akker voor 350 car. gulden van Harmen Jansen [Berkhof] op 29-02-1755.
(Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).
Notitie bij Fenneken Berends: wordt nog genoemd in 1801 in het intekenregister voor de verbouwing van de plaatselijke kerk; is dan inwonend bij haar schoonzoon Gerrit Costers (gehuwd met haar dochter Hindrica Bramer), die het erf van haar man heeft overgenomen. Ze tekent in voor 6 gulden, haar schoonzoon tekent in voor het grote bedrag van 30 gulden.
Notitie bij Hermannes (Mannes): landbouwer. 09-07-1788 verkoop door de erfgenamen van Jannes Freriks Tuttertjen van brink met daaropstaand houtgewas voor 200 gulden aan de heer J.H. Dikkers
de erfgenamen zijn oa:
-Mannes Bramer en Harm-a Gerrits Smelt (dv Gerrit Harmsen Smelt en Metjen Freriks Tuttertjen)
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2680).
Notitie bij het huwelijk van Harmina Gerrits en Hermannes (Mannes): bij de ondertrouwregistratie staat: "Harmannus Bramer Z. van Hendrik Bramer en Harmina Smelt D. van Gerrit Harmzen Smelt beijden alhier".
Notitie bij Harmina Gerrits: 09-07-1788 verkoop door de erfgenamen van Jannes Freriks Tuttertjen van brink met daaropstaand houtgewas voor 200 gulden aan de heer J.H. Dikkers
de erfgenamen zijn: o.a.
-Mannes Bramer en Harm-a Gerrits Smelt (dv Gerrit Harmsen Smelt en Metjen Freriks Tuttertjen)
(bron: Archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2680).
Notitie bij het overlijden van Harmina Gerrits: volgens overlijdensregistratie 81 jaar oud, ouders onbekend, echtgenote van Hermannus Bramer.
Notitie bij het overlijden van Berentien: In het Rekenboek van de Diaconie staat op 19 augustus 1740 vermeld dat Hendrik Freriks Bramer een liefdegave geeft van 25 guldens in verband met het overlijden van zijn dochtertje Berendjen Hendriks.

206. Lucas Alberts Jonker, ged. Vriezenveen 22 juni 1721, † na 1802, tr. 2e Vriezenveen 5 maart 1753 Aaltje Harmsen,92 ged. Vriezenveen 27 jan. 1732, † ald. vóór 1768; tr. 3e Vriezenveen 24 dec. 1768 Harmina Jansen van´t Vere Brookhuis, geb. Almelo, † Vriezenveen; tr. 1e Vriezenveen omstr. 1745
207. Jenne(ken) Harmsen Schipper, ged. Vriezenveen 2 febr. 1710, † ald. omstr. 1750.
Uit dit huwelijk:
a. Janna Jonker, ged. Vriezenveen 1746, † ald. na 1804, tr. Mens Bennekes, †?.
b. Hendrikje, zie 103.

Notitie bij Lucas Alberts: landbouwer, bewoonde het zogenaamde erve Poortman aan het Oosteinde 294 (huidige nummering). In 1753 met het hoofdgeld, wordt Lucas aangeslagen voor 4 peronen en moet hij 1,25 betalen. Dit is ruim 0,30 per persoon. Hiermee ligt hij onder het gemiddelde van 0,39 per Vriezenvener in dat jaar. Het tij is echter gekeerd in 1760 als hij voor 2 personen wordt aangeslagen en 1,10 moet betalen, dat is 0,55 per persoon en daarmee ligt het gezin ruim boven het gemiddelde van 0,39 per Vriezenvener in dat jaar. Hij heeft kennelijk goed geboerd tussen 1753 en 1760!
Volgens het register van de 1.000e penning uit 1751 had Lucas Jonker een vermogen van 450 gulden en daarboven 50 gulden voor personeel dat mede als vermogen werd gezien (Statenarchief Overijssel, inv. nr. 2556). In het register van 1758 komt hij niet voor. Dit betekent dat zijn vermogen toen onder de 500 gulden lag.
-6 november 1757 staat Lucas Jonker vermeld in het breukregister omdat hij zijn broer Fredrik zou hebben geslagen (Bron: AHA inv. nr. 3242).
In Ken uw dorp en heb het lief (blz.142) staan aardige anekdotes van de historicus Herman Jansen over deze Lucas, zo is Lucas in 1747 door Herman Klaassen bij het Kooijkershuis in elkaar geslagen. Reden was dat Lucas Klaas de doorvaart bij de zeil wilde beletten (bron. Archief Huize Almelo inv. nr.3242). Harmen Klaassen was met een schuit vol Geesterse kolen aangekomen en wilde doorvaren, kennelijk zonder te betalen. Lucas Jonker sprong hierop in het water om hem dat te beletten, waarop Harmen Lucas met "sijn schipboom over de hand heeft geslagen en hem vervolgens bij het hair heeft getrokken en alsdan met de keeten (kettingen) van de schuite op het hooft heeft geslagen, dat daar door een gat in het hooft heeft gekreegen en dat het bloet hem op de rugge langes was geloopen seggende vervolgens du Donder salst sterven off ik".
Lucas raakte zo ernstig gewond dat het bloed langs z´n rug tot aan de grond liep en de heer van Almelo zelfs concludeerde dat de geneeskundige hulp van zijn vader Albert, die chirurgijn was, niet voldoende was. De heer van Almelo verordeneerde dat een Almelose chirurgijn de wond moest verbinden en verzorgen. De vader van Herman Klaassen wordt later voor de rekening van de Almelose chirurgijn aangesproken die het lieve sommetje van 34 gulden en 10 stuivers bedroeg.
Lucas weet ondanks de heftige aanval de lieve leeftijd van meer dan 81 jaar te bereiken, een hele prestatie voor die tijd.
Hij trouwt maar liefst 3 keer. In 1802 maakt hij z´n testament.
-In 1795 bij de volkstelling doet hij de gezinsopgaaf voor zijn inwonende zoon Jannes, dan als het hoofd van het gezin beschouwd. Jannes Jonker, staat als boer geregistreerd en de familie omvat dan 9 gezinsleden.

Op 04-05-1746 maakt het echtpaar Lucas Albers Jonker en Jenneken Harms hun testament. Het testament heeft de volgende bepalingen:
-testator kent zijn ouders Lucas Jonker en zijn moeder Jenneken Lucas hun legitieme erfdeel toe.
-testatrice kent haar moeder Aaltjen Freriks haar legitieme erfdeel toe.
-de armen komen 30 gulden toe.
Voor de rest is het een testament op langstlevende.
(Bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675)

In 1752 en 1753 huurt Lucas Jonker de Jonkerenmate van Huize Almelo voor 15 gulden per jaar (bron: AHA inv. nr. 1087 foto 2980). Ook in 1757 huurt hij de Jonkermate weer en dan voor 10 gulden en 10 stuivers (bron: AHA inv. nr. 1087 foto 2983). In 1758 bedraagt de pacht 15 guldens. Tussentijds huurde een zekere Henrikus Hermsen deze landerijen in 1764, 1755 en 1756 voor 20 gulden per jaar. In 1760 huurt de meijer op de Hünse dit stuk land (bron: AHA inv. nr. 1095).

Op 18-03-1758 verkopen Lucas Albers Jonker en Aeltjen Harms 1 akker turf of hoevenland, gelegen op de Oosterhoeven aan Jan Schol voor 148 car. guldens
(Bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2675).

Op 1 april 1774 beklaagt Lucas Jonker zich bij de schout over het feit dat Hendrikje Berkhof, de vrouw van Jannes Bramer, hem tot bloedens toe had geslagen vanwege zijn drinkgedrag bij het luidebier dat gedronken werd ter gelegenheid van "het overluiden van het lijk van de wed. Lucas Berents" (bron: AHA inv. nr. 3242).
Notitie bij Jenne(ken) Harmsen: 15-5-1745 verschijnt voor het gericht Lukas Jonker echtgenoot van Jenneken Harms Schipper en citeert Wolter Harms Schipper vanwege een schuld van 31 gulden aan achterstallige intrest inzake een lening van 150 guldens en nog een bedrag van 22 gulden tegoed uit de boedel van wijlen broer Jan Harms Schipper (bron: archief schoutambt Vr.veen inv. nr. 26 foto 262).
Notitie bij de geboorte van Jenne(ken) Harmsen: gedoopt als Jenne dv Hermen Schipper en Aeltjen Frericks.
Notitie bij Janna: maakt op 1 november 1804 haar testament op als weduwe van Mens Bennekes. Benoemt haar halfbroer Jannes Jonker en echtgenote Jasperdina Freriks tot universeel erfgenaam. De dochter van Jannes Jonker genaamd Lena Jonker wordt een bijbel met zilveren beslag en de kast toebedacht, naast wat kleding.
Zuster Hendrikje Jonker, gehuwd met Gerrit Bramer komt er schamel af met een bed en 8 hemden en verder het beding dat eventuele onverwachte lasten die op de nalatenschap gekort moeten worden op haar aandeel in de erfenis!
Notitie bij Mens: bron van deze persoon: testament van Janna Jonker (1804 Vriezenveen).

208. Jan Gerritsen van den Twilhaar (Grote, ook van der Capellen en Calvenhaar), ged. Holten 8 maart 1716, † Hellendoorn na 1771, tr. Hellendoorn 10 april 1740
209. Jenneken Hermsen aan Blokvoort, geb. Hellendoorn (?) omstr. 1715, † Hellendoorn na 1771.
Uit dit huwelijk:
a. Jan Jansen, zie 104.
b. Gerrit Jansen (ook van den Twilhaar), ged. Hellendoorn 16 mei 1745, † ald. 1801, tr. (ondertr. Hellendoorn 15 nov.) 1771 Janna Gerrits, † Hellendoorn.
c. Hendrine van den Twilhaar, ged. Hellendoorn 24 sept. 1747, † ald. 10 nov. 1793, tr. (ondertr. Hellendoorn 15 nov.) 1771 Egbert Derksen Twilhaar, ged. Hellendoorn 28 febr. 1749, † ald. 15 april 1790, zn. van Derk Egberts Twilhaar (ook Blenke) en Hermtjen Jansen.

Notitie bij Jan Gerritsen: Lang is de afkomt van Jan Gerritsen Twilhaar mij onduidelijk geweest, bij het huwelijk staat vermeld Jan Gerritsen aan den Calvenhaar, later wordt hij doorgaans met van den Twilhaar aangeduid. Ook bij de volkstelling van 1748 wordt hij aangeduid met de naam Twilhaar.
Zowel het Calvenhaar als het Blokvoort waren in het buurtschap Hulsen gelegen (noordelijk van het kerkdorp Hellendoorn).
De duiding bij het huwelijk "aan den Calvenhaar" was mij onduidelijk. Wat betekende dit: was Jan knecht aan de Calvenhaar of woonde hij er? Waarom stond er dan niet op den Calvenhaar? Pas in 2018 kwam ik (Erik Berkhof) er achter dat er toch een familieband was. Jan was het kind uit het eerste huwelijk van Gerrit Jansen Calvenhaar, die ook wel van de Capelle werd genoemd en werd gedoopt in.....jawel Holten. In Holten had ik niet gezocht, maar daar zijn vrij veel registraties te vinden van mensen uit de buurtschappen van Hellendoorn (een tip dus om daar verder te zoeken voor genealogen die vaslopen in Hellendoornse families!). De naam van der Capelle was ontleend aan het erf van de weduwe van der Capelle waar Gerrit op in was gehuwd in 1712. In 1733 bij zijn tweede huwelijk in 1733 woonde Gerrit Jansen op de Calvenhaar, welke naam hij ook overneemt. Dit erf was eigendom van het Huis Rechteren (bron: verpondings en contributieregister van 1733). Het Capelle, ook wel Kapellert, behoorde vrouw Henvelt te Deventer volgens hetzelfde verpondingsregister. Het feit dat in Hellendoorn de bewoners nog wel eens van erf wisselden -waarvan ze dus vaak huurder waren- maakt het soms lastig de personen te traceren, omdat met een verhuizing naar een ander boerenerf ook de naam van dit erf werd aangenomen.
Ook de doop van Jan was aanvankelijk niet traceerbaar, maar bleek te vinden in het doopboek van Holten, onder de naam Capelllen. Het erf waar zijn vader op ingehuwd was in 1712, maar dus later inwisselde voor het Kalvenhaarerf.

Een doorbraak in de zoektocht werd gevonden in onderstaande akte uit het gerechtelijk archief van het schoutambt Hellendoorn, waar momberstellingen in werden vastgelegd (archief schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 15).
Jan [Gerritsen] van de Grote Twilhaar wordt samen met Jan Brinkhuijs vermeld in een akte van voogdijstelling dd 5-3-1763 momberstelling van de kinderen Kalvenhaar:
Gerrit Gerritsen van den Kalvenhaar willende huwen met Harmina Roelofs, zijn 5 onmondige kinderen Gerrit, Hendrika, Willem, Aaltjen en Gerridina bij wijlen Jenneken Gerrits in egte verwekt worden de hiervoor vermelde voogden toegewezen. Doorgaans handelt het dan om een voogd van vaders en van moeders zijde (door deze akte werd me de familierelatie tussen de Kalvenhaars en de Twilhaars duidelijk, aangezien momberstellingen vrijwel altijd familieleden betreft).

20 februari 1752 huwelijksregistratie van Gerrit Gerritsen j.m. wonende op Calvenhaar met Janna Gerritsen j.d. van het Calvenhaar (Janna Gerritsen was een zuster van Jan Gerritsen van den Twilhaar).

Het gezin heeft in 1748 volgens de volkstelling 3 kinderen (onder 10 jaar) Jan, Gerrit en Hendriene.
Volgens een akte van Alimentatie ten gunste van zoon Jan, daterend uit 1762, woonde het echtpaar toen op de Groote Twilhaar.

Het echtpaar maakt een "contract van alimentatie" op 20 november 1771. Daarbij wordt zoon Gerrit Jansen en zijn "bruijt" Janna Gerritsen woning ("haare geheele bouwerie") en inboedel toebedeeld. Hierop neemt zoon Gerrit Jansen en bruid de verplichting op zich de oude lui goed te zullen onderhouden en verplegen en een goede begravenis te garanderen. Verder mogen de oudelui nog ten eigen "profijt" 6 schapen in het schot houden en moet Gerrit z´n vader ook nog van het nodige tabaksgeld voorzien. Er staat bij vermeld dat beiden niet kunnen schrijven en geen zegel gebruiken. De andere 2 kinderen Jan en Hendriene worden slechts terloops in het testament vermeld. (Bron: archief Schoutambt Hellendoorn 1771 (blz.268-270). Zoon Jan was al eerder in 1762 het Kleine Twilhaar toegekomen (zie notities bij hem).
Notitie bij de geboorte van Jan Gerritsen: HOLTEN: gedoopt 8-3-1716 Jan zv Gerrit Jansen op de Capelle onder Hellendoorn
Notitie bij het huwelijk van Jan Gerritsen en Jenneken Hermsen: "Jan Gerrits j.m. aan den Calvenhaar en Jenneken Harmss j.d. aan Blokvoort, beijde in Hulssen"
Notitie bij Gerrit: bij zijn huwelijk staat vermeld: "Gerrit Jansen van Twilhaar".
Notitie bij de geboorte van Gerrit: bij doop staat vermeld dat vader Jan op den Groten Twilhaar woont.
Notitie bij het overlijden van Gerrit: bron: huwelijkse bijlagen huwelijk zoon Gerrit Jan Jansen 1815 Wierden, aktenr. 12.
Notitie bij Janna: bij haar huwelijk styaat vermeld "bij Braakjans", mogelijk dat ze bij deze persoon dienstmeid was.
Notitie bij het overlijden van Hendrine: bron overlijden: trouwakte Hendrik Jan Twilhaar 1812 (aktenr. 3).
Notitie bij het huwelijk van Egbert Derksen en Hendrine: heet bij zijn huwelijk Egbert Derksen van der Twilhaar.
Notitie bij de geboorte van Egbert Derksen: gedoopt als Egbert zoon van Derk Egberts en Hermken Jansen van Twilhaar.
Notitie bij het overlijden van Egbert Derksen: bron overlijden: trouwakte Hendrik Jan Twilhaar 1812 (aktenr. 3)

210. Derck Alberts Bolhoeve?, geb. omstr. 1730, † Hellendoorn omstr. 1773, tr. Hellendoorn 6 nov. 1752
211. Jennighje Hendriks, geb. omstr. 1730, † Hellendoorn (?).
Uit dit huwelijk:
a. Albert Derksen Poelakker, ged. Den Ham 13 mei 1753, † Hellendoorn 8 febr. 1820, tr. (ondertr. Hellendoorn 15 april) 1784 Hendrike Berends Nijenhuis, † Hellendoorn 19 febr. 1817.
b. Hendrik Derks, ged. Hellendoorn 3 nov. 1754.
c. Marten Derks van Bolhoeve, ged. Hellendoorn 18 maart 1757, † ald. omstr. 1797,110 tr. (ondertr. Hellendoorn 28 april) 1783 Geertje Berends Braakman, †?; zij hertr. (ondertr. Hellendoorn 14 mei) 1797 Jan van Delden.
d. Hendrikjen (Hendrika) Derksen, zie 105.
e. Swaantjen Bolhoeve, ged. Hellendoorn 21 maart 1760, † ald. na 1808.
f. Gerrit Bolhoeve, ged. Hellendoorn 8 aug. 1762.
g. Hendrikus Bolhoeve, ged. Hellendoorn 14 okt. 1764.
h. Gerrit Bolhoeve, ged. Hellendoorn 14 okt. 1764.
i. Geesjen Bolhoeve, ged. Hellendoorn 23 sept. 1770.

Notitie bij Derck Alberts: Hovenier (1764), later landbouwer van het keuterboerderijtje de Bolhoeve, dat eigendom was van de kerk te Hellendoorn.
Derck woont tijdens zijn huwelijk op Huize Rhaan (een adelijk goed) en Jennighje Hendriks woonde toen bij Claas Valk te Eelen onder Hellendoorn. Bij de volkstelling van 1748 heeft Claas Valk een andere meid genaamd Mette Berents.
Uit het register van vuursteden uit 1736 (kerspel Hellendoorn) blijkt dat het erf van de kerk is. Bron: Archief Deventer, markenarchief.

Derk is met de volkstelling van 1748 niet traceerbaar in Hellendoorn.

In het hoofdgeldkohier van 1764 (bron: Statenarchief van Overijssel, toegang 0003.1 invnr 2688) was Derk Alberts hovenier en werd het gezin aangeslagen voor twee hoofden. Hij was toen in staat dit belastinggeld te betalen en hoorde daarom in die tijd niet tot de onvermogenden of armlastigen van Hellendoorn. In 1767 met het kohier van het vuurstedengeld behoort de Bolhoeve wel tot de groep onvermogenden van Hellendoorn (bron: Statenarchief van Overijssel, toegang 0003.1 invnr 2694).

In het kasboek van de Kerk van Hellendoorn staat het volgende (HCO Zwolle, inv. nr. 447)

Ontfangst van de kerk.

Den 20 Febr: Heeft Albert Bolhoeve betaalt de pagt van’t jaar 1773. op St. Martini verschenen met 20 Schepel rogge ad 23 St. f 23,-
20 Schepel Boekweite ad 19 St: f 19,- [Totaal] 42,-


Den 22 Dec: [1777] Heeft Albert Bolhoeve betaalt de pagt van’t jaar 1774 op St. Martini verschenen met 20 Schepel Rogge ad f 31,-
en met 20 Schepel boekweite ad 17 ¾ St: f 17-15-

Den 23 September 1778 De Weduwe Bolhoeve debet aen de kerk de pagt van’t jaer 1775, 1776 en 1777 de somma van 120 gld: dog sij niet in staat zijnde om die volle pagt te betalen is haar door de Heeren Collatoren voor ditmaal de halve pagt doorgedaan en heeft dies aan de kerk betaalt f 60,-

NB op dato deses is het Erve Bolhoeve opnieuws verpagt aan Marten Bolhoeve en daar van een dubbelde pagt cedul gemaakt waarvan de eene in de weeme en de andere bij Marten Bolhoeve berust

copyright Erik Berkhof.
Notitie bij Albert Derksen: woonde op het Poelakkers te Hellendoorn (bron: doop dochter Hendrine 12-7-1798).
Notitie bij het overlijden van Albert Derksen: bij overlijden arbeider 67 jaar oud, zoon van Derk Alberts en Jenneken Hendriks.
Notitie bij het huwelijk van Hendrike Berends en Albert Derksen: Albert Derksen j.m. in het kerkdorp met
Hendrika Berentsen j.d. van Hannes te Marle
Notitie bij het overlijden van Hendrike Berends: 52 jaar oud bij overlijden.
Notitie bij Hendrik: dakdekker, komt diverse malen voor als dakbedekker in het Kasbvoek van de Kerk van Hellendoorn. oa 2 december 1775 en 3 december 1776.
Notitie bij de geboorte van Hendrik: Derk Albers en Jenneken Hendriks uijt het kerkdorp gedoopt Hendrik
Notitie bij Marten Derks: Marten woonde na zijn huwelijk vermoedelijk in het buurtschap Rhaan. Dit is afgeleid van het gegeven bij het 2e huwelijk van zijn echtgenote Geertje die in 1797 te Rhaan woonachtig is volgens deze huwelijksregistratie.
bij de doop van dochter Dine in 1785 staan ze te boek als woonachtig op de Bolhoeve.Marten neemt formeel het Bolhoeveerf over op 23 september 1778 volgens het kasboek van de kerk van Hellendoorn. Er staat vermeld:

Bij het huwelijk van zijn dochter Dine (1821) met Egbert Ravenshorst, heet hij Merten Derksen (akte nummer 14)
met de volsktelling van 1795 staat vermeld de weduwe Bolhoeve met 2 gezinsleden.
Notitie bij de geboorte van Marten Derks: Derk Albers en Jenne Hendriksen in ‘t kerkdorp
Notitie bij het overlijden van Marten Derks: Bij het huwelijk van zijn dochter Dine (1821) verklaren getuigen dat Marten Derksen in leven bouwman, voor ongeveer 20 jaar in de gemeente Hellendoorn is overleden en begraven. (huwelijkse bijlagen 1821 akte nummer 14).
Notitie bij het huwelijk van Geertje Berends en Marten Derks: huwelijksregistratie luidt: Marten Derks van Bolhoeve (kerkdorp) en Geertje Berends (kerkdorp).
Notitie bij de geboorte van Swaantjen: gedoopt Swaantjen en Hendrikjen 21 maart 1760 kinderen van Dek Albers en Jennigjen Hendriks
Notitie bij het overlijden van Swaantjen: nog vermeld als "Zwaantje Bolhoeve" in het Quotiosatiekohier van 1808, viel in de belastingklasse, categorie 41 en was 10 stuivers belasting verschuldigd.
Notitie bij de geboorte van Hendrikus: gedoopt: 14 oktober 1764 Derk Albers en Jennigjen Hendriks, Hendrikus en Gerrit (tweeling)
Notitie bij de geboorte van Gerrit: gedoopt: 14 oktober 1764 Derk Albers en Jennigjen Hendriks, Hendrikus en Gerrit (tweeling)

212. Hendrik Gerritsen Olde Müller (Vorink), geb. Notter (onder Rijssen), ged. Hellendoorn 3 febr. 1704, † ald. na 1758, tr. 1e Hellendoorn 12 april 1738 Derkjen Willems Tijhuis, † Hellendoorn vóór 1749; tr. 2e Hellendoorn 11 april 1749
213. Aaltje Hendriks van het Haercamp, ged. Wierden 9 jan. 1724, †?.
Uit dit huwelijk:
a. Derkjen Uilenspiegel, ged. Hellendoorn 30 maart 1750, †?.
b. Hendricus, zie 106.

Notitie bij Hendrik Gerritsen: landbouwer. Wordt met vele aliassen aangeduid, te weten Olde Müller, Uilenspiegel, Roltvoort en Vorink. Bij zijn eerste huwelijk wordt hij nog Vorink genoemd. Bij de doop van zoon Gerrit Jan (1741) wordt hij met de naam Roltvoort aangeduid. Bij de dopen van Derkjen(1750) en Hendricus (1752) wordt hij Uilenspiegel genoemd. Bij de volkstelling van 1748 en zijn huwelijk in 1749 wordt hij bij de naam oude (Olde) Mulder aangeduid. Bij zijn eerst huwelijk wordt hij met z´n patroniem aangeduid en er staat vermeld dat hij van Raalte komt. Het Olde Muller was evenals het Roltvoort, het Uilenspiegel en het Vorink een boerenerf in de buurt van Hellendoorn. Kennelijk was Hendrik niet erg honkvast en verhuisde hij nog wel eens.
In 1748 staan in de volkstelling vermeld: Hendrik Olde Muller en Derkjen Willems. Verder 2 kinderen onder 10 jaar Willemiene en Gerrit Jan en twee knechten Gerrit Jans en Hendrik Gerrits. Het moet dus wel een erf van enige omvang zijn geweest.

Op 12 april 1749 verschijnt Hendrik Gerrits Olde Müller voor het Gerecht van Hellendoorn en worden de rechten van de kinderen uit het eerste huwelijk met Derkjen Willemsen vastgelegd. Mombers zijn Hendrik Tijhuis en Gerrit van het Veendink. De onmondige kinderen hebben recht op 150 gulden uit de boedel van de moeder, verder verklaart de stiefmoeder Aaltje Hendriks de twee kinderen Gerrit Jan en Willemina als eigen aan te nemen. (Bron: archief Schoutambt Hellendoorn, inv. nr. 14 folio 37)
Notitie bij het overlijden van Hendrik Gerritsen: nog vermeld in het register van de 1000e penning van 1758, heeft een vermogen kleiner dan 200 gulden en zit daarmee in de onderste klasse, waar overigens meer dan de helft van de gezinshoofden onder viel (182 van de 339).

214. Berent Wilms Schuttevaar, geb. Eelen (Hellendoorn), ged. Hellendoor