|
|
| Geslacht | Man |
| Leeftijd | < 70 jaar | | |
| Geboren | ± 1660 | te | Kampen (?) |
| Overleden | < 1730 | te | Wierden |
|
|
| Kerkelijk huwelijk |
26-4-1685 |
te |
Wierden |
| |
| met | Helena Frericks |
| | Overleden | < 1705 |
| Notities | Hans heet bij het huwelijk jonggezel van Kampen te zijn. |
|
|
|
|
|
| Notities persoon | Woont tijdens zijn huwelijk in 1685 op het Huis van Almelo waar hij dan kennelijk in betrekking is. Trouwt met de weduwe van Gerrit Otten Nijhof en volgt laatstgenoemde op als pachter van de Wierdense tol, die verpacht werd door de Heer van Almelo. In 1694 blijkt uit het register van de 1000e penning dat Hans één der rijksten van Wierden is met een vermogen van 1500 gulden. Slechts erve de Haar en erve Velthuis worden even hoog aangeslagen. Als zoutgeld moet Hans in 1701 net als predikant Nijhoff 2 gulden betalen, de hoogste aanslag van Wierden in dat jaar. In datzelfde jaar koopt hij samen met zijn tweede vrouw van de Heer van Almelo een stuk hooiland, genaamd de halve Vlier. Op 24 juni 1704 maakt Hans zijn testament. Hij laat aan zijn tweede vrouw het erf en goed Wilgerink na. Zijn voordochter Josina en de kinderen uit zijn tweede huwelijk krijgen allen gelijke delen. De jongste zoon Johannes wordt later ontvanger van de verponding en contributie te Wierden. (Bron van al deze informatie: B. van Dooren; Gens Nostra juni 1996).
Op 28-06-1690 verklaart rentmeester Boom van de Heer van Almelo dat een schuld van 6 gulden, die Hans van Utert had aan de timmerman Jannes Nisinck die zijn huis had opgeknapt, op de tol van het Vriezenveen (die Hans kennelijk ook pachtte) moest worden gekort. Dit werd daadwerkelijk uitgevoerd op 26 mei 1691 (bron: AHA inv. nr. 1268). |
|