| Notities persoon | landbouwer, bewoonde Oosteinde nr. 193 (huidige nummering), (Bron Ken uw dorp en heb het lief, blz. 101). Had een omvangrijk erf nl. bijna 8 akkers (boterpachtkohier 1705), wordt vanaf ca. 1695 in de boterpachtkohieren genoemd. Wordt in het boterpachtregister over 1718 nog genoemd, bezit een 6 akkerstuk. In 1721 wordt de weduwe Jan Gerrijtsen Smelt genoemd als eigenares. Zij wordt nog in 1734 in de boterpachtregisters genoemd. Het goed gaat over naar de familie Jonkman. Jan Jansen Jonkman, wiens vader Jan met een dochter van Jan Gerrijtsen Smelt was getrouwd (nl. Jenneken Jansen Smelt) wordt in het boterpachtregister over 1736 als eigenaar van dit goed genoemd. De conclusie die Herman Jansen in zijn boek Ken uw dorp etc. op blz. 128 trekt dat Jan Gerrijts Smelt Oosteinde 248 zou hebben bewoond is daarom onjuist.
Jan Gerritsen heeft het erf overgenomen van Henr. Brinckhuis die daarvoor het erf bezat. Of hier een familierelatie ligt is niet te zeggen, maar dat zou heel goed kunnen.
Jan wordt in het register van de 1.000e penning van 1715 aangeslagen voor een geschat vermogen van 500 gulden. | | Notities geboorte | bron: Archief Huize Almelo inv. nr. 2932, betrokken bij gerechtelijk onderzoek in 1698 als getuige inzake een kwestie met Jan Bramer, alias Schöppen over turf. Jan Gerritsen Smelt is dan "omtrent 36 jaer" en moet dus ongeveer in 1662 zijn geboren. |
|