TERUG NAAR START
Gerrit Harmsen Smelt
GeslachtMan
Leeftijd± 71 jaar
 
Geboren± 1695teVriezenveen
Overleden> 19-11-1766teVriezenveen
Vader Hermen Gerritsen Smelt
 Geboren ± 1655
 Overleden > 27-6-1716
Moeder Jennighjen Jansen
 Geboren ± 1660
 Overleden > 6-3-1715
 
Huwelijk ± 1725
 
metMetjen Freriks Tuttertjen
 Gedoopt13-8-1699
 Overleden> 19-11-1766
Kinderen  Janna Garretsen
Hendrikje Gerrits
Harmina Gerrits
Hermen Gerrits
Jennegjen Gerrits
Notities persoonlandbouwer, bewoont het erf gelegen aan het Oosteinde 144 (Zie Ken uw dorp en heb het lief blz. 93). Voor 1717 huurder van het erf dat oorspronkelijk klooster Sibculo toebehoorde. In 1717 als het goed eigendom is van de Provincie koopt Gerrit dit voor 1370 car. gulden. Het betreft 4 akkers land met hierop staand 2 huizen.

Op 12-06-1717 leent Gerrit Harmsen Smelt een enorm bedrag van 1370 gulden van Klaas Janssen Cruis en Geertje Luixen Schol. Onderpand zijn 2 huizen en 4 akkers land, waarvan het ene huis gelegen is aan de "buijter egge deser wech"en het ander huis aan de "boover egge desen wech". Het is gelegen naast de landerijen van Gerrit Bartelink. Dit ongetwijfeld ter financiering van zijn aankoop van landerijen met woningen van de provincie in 1717. (bron: Archief Schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2674).

In 1737 met het hoofdgeld wordt "gerriet herms" voor 2 personen aangeslagen en moet hij 1 gulden betalen, dat is 50 cent per persoon, tegenover gemiddeld 46 cent voor het Oosteinde dat jaar. In 1750 wordt "garryt harmesen" aangeslagen voor 3 personen en bedraagt de aanslag 1,50, ruim boven het gemiddelde van 39 cent per persoon. In 1760 als hij aangeduid wordt als "garrit smelt" is de aanslag voor 4 personen 2 gulden, dus 50 cent per persoon, tegenover gemiddeld 39 cent. De familie moet dus wel in goede doen geweest zijn. Hoewel hij in de kohieren van de 1.000e penning van 1734 en 1739 niet voorkomt, werd zijn vermogen in 1751 geschat op 1.000 gulden en een extra 150 gulden voor tewerkgesteld personeel, dat ook als vermogen meetelde (bron: 1000e penningkohier 1751; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556).
Zijn erf wordt later overgenomen door zijn schoonzoon Hermannus Bramer.

Hermen Gerritsen [Smelt] en zijn echtgenote Jenneken Janssen (de ouders van Gerrit) verkopen op 06-03-1715:
- huis en landerijen (gelegen naast dat van Gerrit Bartelink) [aan het Oosteinde],
-en een gaarden een vierendeel akker woestenland gelegen in de Westerwoesten
-en een vierendeel akker bovenwegsland en nog een vierdepart bovenwegsakker afkomstig van zijn overleden moeder, gemeenschappelijk mede-eigendom van zijn broers Jan -, Lucas- en Gerrit Gerritsen Smelt
aan hun zoon Gerrit Harmsen Smelt voor de som van 300 car. guldens (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2673).

Op 22-03-1719 verklaart Gerrit Hermsen Smelt nog schuldig te zijn aan de schout Claas Cruis en Geertjen Lucas Schol 450 car. guldens. Op dezelfde dag verkoopt hij ook zijn aandeel in een vierendeel woestenland (4 akkers) aanaan de schout . Het land was gelegen op de Wester woesten en werd gemeenschappelijk bezeten met Frerik Jansen Waanders, Jan Gerritsen Smelt en Gerrit Faijer. Ook werd nog een gaarden verkocht die gelegen was in de landerijen van kerkmeester Jan Henriksen Bourman en Jan Alberts. De verkoopprijs was 125 gulden. (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2674)

Op 25-09-1730 verklaren Gerrit Hermsen Smelt en Mettien Freriksen Tuttertien bekennen 800 gulden schuldig te zijn aan Jan Janssen Geertsen en zijn echtgenote Henrikien Gerritsen Graave, alsmede aan Aaltien Jansen, wed. van wijlen Berend Gerritsen Winter. Onderpand zijn 4 akkers land en huis en schuur daarop staand. Buiten het onderpand blijft de woning die door Jan Hinrixen Gijseler wordt bewoond (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2674).

11-10-1760 akte van transport: verkoop op 08-05-1760 door de erven van wijlen Jan Freriks (broer van Metjen Freriks Tuttertjen) van 1 akker superplusland aan Gerrit Harms Smelt en zijn vrouw voor 130 car. guldens.
(bron: archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2676).
Notities overlijdenis overleden bij het huwelijk van zijn zoon Hermen in 1774.