| Notities persoon | schout van Vriezenveen. link met de moeder onbetrouwbaar. Bewoonde een erf op het Westeinde (vanaf 1632 genoemd) is de eerst genoemde van de lijst van het Westeinde. Het erf omvatte in 1632 3 akkers. Is overleden voor 1658. In dat jaar wordt vermeld de weduwe Frederik Egberts Schulten. In 1667 wordt zijn zoon Schulte Otto Frederiks vermeld als eigenaar van dit goed. Frerik Egberts (1657) en Aele Egberts (1657) en Jan Otten (1652) worden alle drie vermeld in verband met het erf van een zekere Henrik Jacobs die aan het Westeinde heeft gewoond. Mogelijk is Hendrik Jacobs een oom van hen geweest, ofwel een neef.
Wordt in de boterpachtkohieren van 1645 en 1657 als schout genoemd. In het archief van Huize Almelo is een stuk gedateerd 1-5-1652 , waarin het schoutschap dat in 1640 is aangevangen wordt gecontinueerd. Het lijkt er daarmee op dat Frederik ca. 17 jaar schout van Vriezenveen is geweest.
Hij staat onder de naam Schulten vermeld in het boterpachtregister van 1645, 1652 en 1657, als eerste bewoner van het Westeinde met 4 akkers land vermeld.
Op 11 juli 1668 treedt Jan Otten op als voogd van de kinderen van wijlen de schout Frerick Egberts. Hij vertegenwoordigt hen in een rechtzaak van de erven van Fredrik Egberts tegen Hendrik Berents (zoon van Berent Jan Warnerszoon). Naast Jan Otten, als voogd worden nog genoemd: Otto Frederix Schultus op ’t Vriezenveen, Garrit Egberts als erfgenaam (bron: AHA inv. nr. 3145). |
|