| Notities persoon | Bewoonde een erf aan het Oosteinde (in de buurt van nemmer 113), richting het Midden van het dorp. De naam Scholten of Schulten gecombineerd met de naam Egbert komt wel voor in oude akten: In het boterpachtregister van 1583, 1584 en 1586 wordt "Egbert Schulten" genoemd met 8 akkers land aan het Oosteinde, redelijk ver naar het midden van het dorp toe. In het verpondingsregister van 1601 komt de naam Egbert Schulten niet voor, echter in het boterpachtregister van 1619 komt een zekere Geert Egbers Egbert Schultensonne voor, ongeveer op dezelfde lokatie als de Egbert Schulten uit 1583 en een zekere Egbert Berents in het verpondingsregister van 1601. Ik denk daarom dat Egbert Berents identiek is aan Egbert Berents Schulten. Genoemd in de boterpachtregisters van 1583 tot 1658. Echter moet volgens archiefstukken ivm een erfkwestie toch al rond 1652 of eerder zijn overleden. In het boterpachtregister van 1652 wordt overigens wel vermeld dat de boterpacht dan voldaan wordt door zijn zoons, een zekere indicatie dat Egbert dan is overleden.
Wordt in 1601 in het verpondingsregister (Statenarchief) genoemd als Egbert Berendes, bezit dan ca. 4 hectare akkerland, 6 hectare koeweiden en 5 hectare hooiland. Wordt hiermee aangeslagen voor 3 guldens 10 stuivers en 4 penningen. Behoort qua grondbezit in die tijd tot één van de grotere boeren. In 1602 bezit hij 2 paarden, 2 varkens en 8 schapen (bron: belastingregister op levend vee van 1602; Statenarchief). In 1619 staat zijn zoon Geert Egbers "Egbers Schulten sonne" in het boterpachtregsiter van dat jaar als eigenaar genoemd van 3 akkers land. Ook Egbert staat dat jaar vermeld met 7 akkers land. Mogelijk heeft er een erfsplitsing plaatsgevonden? In het boterpachtregister van 1631 staat Egbert Berents vermeld met 7 1/2 akker land en zoon Geert met 5 akkers.
Egbert bezat in 1632 7 1/2 akkers land en in 1657 nog maar 1 1/2 akker. Komt verder zelf niet onder de naam Schulten in de boterpachtkohieren voor.
In 1652 staat in het boterpachtregister vermeld Egbert Berentsen met 2 "cop" d.w.z. 2 akkers land, welke gedeeltelijk wordt voldaan door Jan Otten 1/2 cop en Geert Egbersen 1/2 cop, "door de Schulten betaelt" de rest. De schulte in deze tijd is Frerick Egberts, een zoon van Egbert Berens. Jan Otten is een naaste buur en schoonzoon (zie hierna). In 1657 vermeld het boterpachtregister dat de boterpacht van, het inmiddels tot 1 1/2 akker geslonken goed, wordt voldaan door Jan Jansen Snijder, Jan Otten en Frederik Egberts.
De meeste informatie van dit gezin komt uit de archiefstukken die betrekking hebben op de ruzie over de nalatenschap van Egbert en Grietje (bronnen AHA inv. nrs. 3070 en 2963). De ruzie gaat voornamelijk tussen de dochter Aele Egberts en haar zwager Jan Otten, die dus met een zuster van Aele gehuwd moet zijn geweest. | | Notities geboorte | is als "Egbert Berendes Schulthen" getuige in een rechtzaak (inv.nr. 3211 HAA/ 2006_3011b_060.jpg) in 1615 en is dan ongeveer 53 jaar oud. | | Notities overlijden | aangezien er in 1652 een juridische procedure over de nalatenschap begint van Egbert Schulten moet Egbert dat jaar zeker zijn overleden. Waarschijnlijk is hij al omstreeks 1648 overleden omdat de stukken ivm de erfrechtkwestie suggereren dat in 1658 al 9 tot 10 jaar door de nabestaanden het vruchtgebruik van de landerijen van Egbert Berents werd genoten (zie notities bij dochter Aele). Egbert moet een voor die tijd respectabele leeftijd hebben bereikt. |
|