TERUG NAAR START
Albert Johans de Roever (Rovers)
GeslachtMan
Leeftijd> 64 jaar
 
Geboren± 1555
Overleden> 1619teVriezenveen
Vader Johan Roevers
 
 Overleden < 1583
Moeder N.N.
 
 
Zus  Aleit *± 1550
Halfzus  Sweerken
Halfzus  Gerdtken *± 1540
Halfzus  Fenne *± 1540
 
RelatieGeen 
Kind Hendrick Alberts
Notities persoongenoemd in het boterpachtregister van 1583 waar staat vermeld "Albert Johans of Roevers". Hij is eigenaar van 10 akkers land aan het Oosteinde in de buurt van het oude Hofmanserf (gelegen op nummer 115 huidige nummering) . Daarbij nog de vermelding dat hij van Johan Roeloffs land ook nog een akker boterpachtplichtig is en verder wordt vermeld dat de boterpacht voor het erf op 27 juni 1583 daadwerkelijk is voldaan door Albert Roevers en wel voor het gedeelte van 9 akkers, dat wil zeggen 9 x 4 ponden boter is 36 Zwolse ponden boter.
In 1584 staat ook nog de volgende informatie vermeld onder de naam van Albert Rovers
ook vermeld staat onder zijn naam dat Gerthe Lubbertsvrouwe een deel van de boterpacht betaalt, te weten voor 4 akkers.

Albert Roevers of Rovers wordt genoemd in een erfrechtkwestie (acte 1 februari 1607 bron: AHA inv. nr. 3217). De kwestie wordt aangekaart door de kinderen van de overleden Gerdtken Henricks die het erfdeel opeisen van hun overleden moeder van haar eveens overleden volle zuster Sweerken Lubbers. Sweerken was zonder nageslacht overleden en haar goederen waren kennelijk aan haar broer Albert Rovers en zuster Aleit Johans te goede gekomen.
Op 3 maart 1607 komen de beklaagde Albert Rovers en Aleit Johans, de weduwe van van Johan Schulten, tegen de eis van hun neven, die stellen voor zichzelf en hun "consorten" op te treden, in het geweer.
Ik vermoed dat Sweerken Lubbers en Gerdtken Lubbers halfzusters zijn van Albert Rovers en Aleit Johans.
Albert Rovers komt nog voor in het boterpachtregister van 1619. Zijn erf heeft dan een omvang van 7 akkers. In 1631 is het erf eigendom van Jan Harms, waarschijnlijk een schoonzoon van Albert de Rover. Later in het boterpachtregister van 1658 staat op dit erf ook een Jan Harms met de alias Smelt vermeld. Deze is echter geboren in 1620 en kan daarom niet identiek zijn aan de Jan Harms van het boterpachtregister uit 1631, wellicht is dat ook de reden dat hij met "alias Smelt" vermeld staat om wellicht aan te geven dat het hier om een andere Jan Harms handelt.