| Notities persoon | Berent Pouwels komt als Berent Pauwels voor in het register van de 1000e penning in 1694 met een vermogen van 700 gulden, inzake het zoutgeldkohier van datzelfde jaar wordt hij aangeslagen voor 13 stuivers.
In 1675 wordt Berent nog niet genoemd als vermogend in het register van de 500 penninck. Wel moet de familie enig aanzien hebben gehad, Berents broer Harmen was in 1675 kerkmeester.
Berent had een boerenerf gelegen aan het Westeinde nummer 170 (huidge nummering, later bekend als de "Preensjoans"; wordt vanaf 1679 in het boterpachtregister genoemd. Hij heeft ruim 4 akkers land. Wordt als zodanig nog genoemd in 1694, maar in 1696 heeft zijn schoonzoon Henrick Jansen Cluppels (gehuwd met zijn dochter Grietje Berents; bron: André Idzinga Vriezenveners.nl) het erf overgenomen. Later woont een zekere Gerrit Frericks op dit goed, zich ook wel Winter noemend, nog later komt het erf in handen van de familie Prinsen (Zie Ken uw dorp en heb het lief, blz. 191).
Berent Pouwels had het boerengoed zelf van zijn vader overgenomen, die in 1679 trouwens als zodanig nog in de boterpachtregisters wordt genoemd, toen hem nog een half akkertje resteerde, waarschijnlijk voor zijn oudedagsonderhoud.
In tegenstelling tot broer Hermen ben ik de naam Smelt niet tegen gekomen bij Berent Pouwels of zijn nakomelingen. |
|