| Notities persoon | smid en olieslager van beroep. Zowel met de naam Olijslager als Smit aangeduid. Woonde in de buurt van Westeinde 96 (huidige nummering). Had een oliemolen, een molen, aangedreven door paarden die raap- en lijnolie produceerde. Omdat de windrechten bij de heer van Almelo lagen en betaling hiervan probeerde men zoveel mogelijk te ontlopen. Vandaar dat de molen door paarden werd aangedreven. Werd in 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 4 personen en moet 1,90 betalen (0,48 p.p.), ruim boven het gemiddelde van 0,39 p.p van dat jaar en voor het Westeinde lag dit bedrag zelfs gemiddeld nog lager n.l. op 0,37 p.p.
Vader Engbert Smit wordt in het kohier van de 1.000e penning van 1751 genoemd met een vermogen van 1300 gulden. In 1758 wordt zoon Berent Engb. Smit vermeld met een geschat vermogen van 2702 gulden. Het vermogen in de familie is dus in korte tijd behoorlijk gegroeid.
Maakt op 30-07-1793 zijn testament. Berent Engberts Smit vermaakt de oliemolen, huis, landerijen en inboedel aan dochter Gerhardina Berens Smit en haar man Hendk. Boesschen mits aan Mannes Coster en zijn vrouw uit voornoemde goederen 1200 gulden worden betaald door Hendrik Boesschen. Verderworden tot universeel erfgenaam benoemd: voor de helft de dochter van Hendrik Boesschen en Gerhardina Smit, genaamd Johanna Boesschen en de andere helft dochter Frederika Berents Smit, gehuwd aan Mannes Coster. Het gaat hierbij om waardepapieren, de kleding en alle goud en zilver. De familie was dus zeker in goede doen (archief schoutambt Vriezenveen, inv. nr. 2680).
Op 17-3-1757 wordt in de archieven van Wierden genoemd Berend Smit Olyslager te Vriezenveen dit ivm met een eerdere lening van zijn vader Engbert Smit Olyslager (d.d. 19-6-1730) aan Gerrit Smit en Henrikjen Abrahams, die dan het hypothecaire onderpand (een dagwerk hooiland gelegen in de Haar marke onder Wierden) in eigendom verkrijgt. Kennelijk heeft de lener de schuld niet volledig afgelost. (Bron: RA Overijssel; Gericht Kedingen inv. nr. 3). | | Notities overlijden | Berent Engberts wordt nog genoemd met de volkstelling van 1795. Hij geeft dan de gezinssamenstelling aan. Als gezinshoofd staat vermeld Hendrik Boesschen. Op de lijst van geldgevers voor de verbouwing van de kerk uit 1801 komt Berent Engberts Smit niet meer voor. Hij zal dan waarschijnlijk zijn overleden. |
|