| Notities persoon | grondeigenaar en landbouwer. Moet een geziene persoonlijkheid zijn geweest. Was van 1819-1823 ouderling en van1837-1841 diaken van de kerk.(zie voor een uitleg van de aard van de functies mijn scriptie over het 19e eeuwse Vriezenveen, te bereiken via mijn homepage). Bewoont het Onweerserf, Oosteinde 345 (huidige nummering). Pas in februari 1891 volgt de verdeling van de nalatenschap van Johannes Jaspers Faijer en Gerritdina Coster. Dat is 32 jaar na het overlijden van Johannes! De Onweersboerderij was toen pas afgebrand (volgens overlevering van mijn vader door een uit de hand gelopen paasvuur). Uit de boedelscheiding blijkt dat de "roerende lighamelijke goederen, voor het grootste gedeelte door brand zijn vernield", het zaakje was wel verzekerd want Albertus Jaspers Faijer moet de verkregen vergoeding van de Brandverzekeringsmaatschappij á 800 gulden inbrengen in de boedel, de waarde van de kennelijk van de brand geredde roerende lighamelijke goederen bedraagt 723 gulden. De landerijen gelegen in Vriezenveen, Wierden en Tubbergen worden geschat op bijna 8.000 gulden! Het totaal van het bezit, inclusief landerijen wordt vastgesteld op bijna 22.000 gulden. Hieronder zitten talrijke te gelde gemaakte uitgezette hypotheken. Zoon Albertus had recht op één kindsdeel (uit het huwelijk waren 5 kinderen geboren). Aangezien broer Johannes al in 1859 is overleden zonder kinderen moest de boedel door 4 gedeeld worden. Albertus had door testament (in 1864) echter ook het aandeel van zijn broer Derk verworven doordat diens enige zoon Derk (vroeg wees geworden en verder door Albertus Jaspers Faijer op het Onweerserf opgevoed) vlak voor zijn dood Albertus enig erfgenaam had gemaakt. Hierdoor had Albertus recht op de helft van de nalatenschap; dus ruim 10.000 gulden aan waarde. Doordat echter de vrouw van Albertus ook al was overleden verviel de helft van zijn aandeel in de boedel direct aan zijn kinderen. (Bron: familiearchief Onweersfamilie). |
|