TERUG NAAR START
Jannes Derksen Faijer
GeslachtMan
Leeftijd < 71 jaar (Gebaseerd op doopdatum)
 
Gedoopt10-4-1719teVriezenveen
Overleden< 1790teVriezenveen
Vader Derk Jansen Faijer
 Geboren ± 1682
 Overleden < 1737
Moeder Jennigje Geerts
 Geboren ± 1690
 Overleden > 1730
Zus  Kunnigje Derks ~30-1-1724
Zus  Janna Derks ~11-6-1730
Halfzus  Lutje Derks ~9-8-1711
 
Kerkelijk huwelijk 27-1-1748 te Vriezenveen
 
metHenrikjen Jansen ten Cate
 Gedoopt9-5-1720
 Overleden< 28-3-1772
Kinderen  Derk Jansen
Janna
Aaltje Jansen
Jan
Notities persoonlandbouwer en linnenkoopman. Bewoonde het erf van zijn vader Derk Jansen Faijer (Oosteinde 407 huidige nummering). Wordt in het boterpachtregister over het jaar 1752 genoemd. Het ouderlijk erf is gesplitst tussen Jannes en zijn zwager Jan Berkhof. Jannes houdt een 2-akkergoed over. Jannes Fayer is één van de Rusluie, hij bevindt zich in 1749 te Sint Petersburg, alwaar hij aan zijn zwager Gerrit ten Cate 10 roebel uitleent en deze vervolgens later te Vriezenveen opeist. Bron: Ken uw dorp en heb het lief blz. 156.
Jannes wordt in 1753 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet 1 gulden afdragen, met 50 cent p.p. ligt hij ruim boven het gemiddelde van 39 cent. In 1760 inzake het hoofdgeld aangeslagen voor 2 personen en moet hiervoor 1 gulden en 14 stuivers betalen, dat is 85 cent p.p. en daarmee ruim boven het gemiddelde van 39 cent p.p. . heeft in 1760 24 schapen en dat was erg veel. In 1780 wordt Jannes nog genoemd in het het hoofgeldregister over 1779. In 1790 in het register van het dienstbodengeld is Jannes overleden en worden genoemd "de kinderen van J. Feyer".
De veestapel bevond, evenals bij de families Berkhof aan het Oosteinde (Berent Jansen Berkhof en Jan Jansen Berkhof (Jan Buten) uit een opvallend grote schaapskudde voor Vriezenveense begrippen. Dat wil zeggen een kudde die rond de 20 schapen omvatte.
De familie moet in goede doen geweest zijn en dit zal waarschijnlijk het gevolg zijn geweest van de Russische handelsactiviteiten.

Op 20-3-1755 wordt "Jannes Derks" aangesproken voor een schuld (bedrag onvermeld) aan de linnenreders en kooplieden Jan ten Cate, Gerrit Coster en Gerrit Coster Egbzn. (inv. nr. 2965 HAA).
Op 11-04-1760 doen een aantal Almelose kooplieden een verzoek bij de Heer van Almelo om Jan Faijer ("sijn persoon en goederen") in het buitenland te mogen arresteren, ongetwijfeld vanwege uitstaande schulden. De kooplieden zijn: Jan Harmens Coster, Jan ten Cate en de erfgenamen van wijlen Egbert Costers (inv. nr. 2964 HAA). Hoewel hier de naam Jan Faijer staat vermeld, meen ik dat het om Jannes gaat. De namen Jan en Jannes zijn namelijk uitwisselbaar en van Jannes is bekend dat hij schuldeisers achter zich aan had zitten.

Zijn vermogen werd in 1751 geschat op 500 gulden en een extra 100 gulden voor tewerkgesteld personeel, dat ook als vermogen meetelde (bron: 1000e penningkohier 1751; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2556).
In het kohier van 1758 wordt hij niet genoemd. Dit betekent dat het succes van de handelsactiviteiten van Jannes niet erg groot geweest kan zijn, hoewel zeker geen armoedzaaier, behoorde hij toch niet tot rijksten van het dorp. (bron: 1000e penningkohier 1759; Statenarchief van Overijssel inv. nr. 2559). Zijn vader had een groter vermogen gehad, zie opmerkingen vader.

transportakte 13-11-1773. Verkoop door Jannes Derksen Feijer van de Brink beginnend aan de kerkweg (= dorpsstraat) tot aan de dwarssloot, gelegen in de landerijen van wijlen Jan ten Cate (oostwaarts Jan Boom, westwaarts Frontmansland) voor 109 gulden aan Jan Gerrits (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2677).


19-06-1786 akte van transport. Verkoop door Roelof Wiechers en zoon Jan en dochter Jenneken van een akker hooi of weideland, gelegen in het "Jan ten Cateland" voor 255 gulden aan Jannes Derksen Faijer (bron: archief schoutambt Vriezenveen inv. nr. 2678).