| Notities persoon | 30 maart 1708 linnenkoper van Wierden actief te Amsterdam. Is dan 27 jaar oud. (bron Archief Amsterdam, Toegang 5075, inv. nr. 5169, folio 167).
Op 30 maart 1708 verklaren Jan Spijker, 28 jaar linnenkoopman [afkomstig van Almelo in 1707 te Amsterdam gehuwd met Judith Ostendorp], woonachtig aan de OZ Armsteeg alhier en Johannes Eshuijs 27 jaar linnenkoopman, woonachtig te Wierden, maar voor dit moment present te Amsterdam, op verzoek van Elias Reuvecamp, Willemina Reuvecamp (minderjarig) beiden wonende te Almelo en Adolph Reuvecamp wonende aan de Prinsengracht op de hoek van de Leidsestraat wel gekend te hebben Hermannis Reuvecamp van Almelo die in 1705 als matroos aangemonsterd is en met het schip Schoonderloo vertrokken naar Oostindie waar hij is overleden, met achterlating van zijn broers en zuster hiervoor vemeld en geen andere erfgenamen nalatende. Ondertekend door Jan Spijker en Joannes Eshuijs (bron Archief Amsterdam, Toegang 5075, inv. nr. 5169, folio 167).
Bij zijn huwelijk (ondertrouw Amsterdam) woont Johannes in de Barndesteeg in de Nieuwmarktbuurt.
Aanvankelijk woont het echtpaar na het huwelijk in Amsterdam , waar ook 2 kinderen ter wereld komen en in de Nieuwe Kerk worden gedoopt nl. Christoffer (vernoemd naar grootvader Ledeboer) en Maria (vernoemd naar grootmoeder Eshuis-ten Senckeldam). Opmerkelijk is dat bij de doop van Christoffel de getuigen zijn de stiefouders van Machtelene Ledeboer, "Albert Meyer en Elsjen Bolk". Het echtpaar woont volgens het begraafboek van 1711 aan de Petaniestraat (nu Bethanienstraat) en in 1712 aan de "Dirk van Assensteeg" (de latere Dirk van Hasseltsteeg). In 1711 wordt (waarschijnlijk) dochter Maria begraven en mogelijk is Christoffel op 6-8-1712 te Amsterdam begraven op het Noorderkerkhof. Namen van kinderen worden in de begraafboeken van Amsterdam nl. lang niet altijd, vaak volstaat de aanduiding "K" voor kind. In het poortersboek van Amsterdam staat Johannes vermeld als tabakswinkelier (16-4-1711). Opmerkelijk is dat veel familieleden van de Ledeboers, maar ook de Nijhof´s uit Wierden veelvuldig in de Amsterdamse doop en trouwregisters voorkomen. Kennelijk is het verblijf in Amsterdam toch niet erg succesvol geweest want het echtpaar keert terug naar Wierden waar Johannes varkenskoopman is en de halve katerstede "de Weverije" bewoont. In het archief van het Gericht Kedingen (inventarisnummer 1 foto 123 akte 15-5-1714 opgemaakt te Rijssen) is een schuldbekentenis te vinden van Jannus Eshuis en Mechtelena Ledeboer voor een bedrag van 304 Car. guldens aan Gerardus Berentsen Scholten en zijn huisvrouw vanwege "geleverde swijnen en hammen". Als onderpand dient de halve katerstede "de weverije" dat gelegen is in het kerspel Wierden "sijnde vrij en onbeswaart" alsmede de inboedel "soo roerende als onroerende goederen". In 1731 is Jannes Eshuis in Amsterdam, waar hij optreedt als getuige bij de doop van Dirck Meijer, zoon van Albert Meijer en Catharina Ledeboer.
13 september 1713 Geertien Jansen wed. van wijlen Gerrit Hendriks Besteman verklaart 380 caroli guldens en 6 stuivers schuldig te zijn aan Henr. Eshuijs Junior en Josina van Utert mits dat henr. Eshuijs de groeve [begrafenis] zal betalen van haar zaliger man, zo ten huize van Jan Hesselinck en Derck Meijer geconsumeerd, alsmede Jannes Eshuijs te Amsterdam 60 guldens alsmede nog 14-16-17 aan gehaalde waren bij de begrafenis. Kantlijn ongedateerd: obligatie is door schuldenaar afgelost. Schuld is geroyeerd in het hypotheekboek (Bron: Archief Richterambt Kedingen, inv. nr. 1 foto 99).
In 1715 verkrijgt Jannes een stukje land uit de ouderlijke boedel, verder ontvangt hij 115 gulden van zijn broer die het Eshuiserf verwerft (zie notities vader). In 1723 staat Jannee Eshuis in het hoofdgeldkohier van Wierden vermeld met een aanslag voor 2 hoofden. |
|