| Henrick Henricksen Eshuijs |
|
| Geslacht | Man |
| Leeftijd | Onbekend | | |
| Overleden | > 1716 | te | Wierden ? |
|
|
| Kerkelijk huwelijk |
3-2-1704 |
te |
Wierden |
| |
| met | Gesina (ook Josina) Utert |
| | Gedoopt | 7-2-1686 |
| | Overleden | < 5-8-1730 |
| Notities | heet bij zijn huwelijk de zoon te zijn van Henrick Eshuis die dan dus nog moet leven. |
|
|
|
|
|
| Notities persoon | schout van Wierden (?) in 1735 in een rechtzaak tegen Jan Berends Hoff ondertekent in rechtstukken de schout van Wierden genaamd Henr. Eshuis.
8 januari 1710 Jan Cloppers en zijn huisvrouw Grietien Berents verklaren schuldig te zijn aan Henr. Eshuijs junior. En zijn huisvrouw Gesina Uterts vanwege 2 obligaties gedateerd 16 oktober 1651 en 22 mei 1667 de sommen van 500 goudguldens en 80 guldens vanwege verlopen intrest welke aan Henrick Eshuijs zijn afgelost en blijft staan een schuld van 780 guldens jaarlijks te verrenten te beginnen op Sint Martini 1711 (Bron: Archief Richterambt Kedingen, inv. nr. 1 foto 62).
13 september 1713 Geertien Jansen wed. van wijlen Gerrit Hendriks Besteman verklaart 380 caroli guldens en 6 stuivers schuldig te zijn aan Henr. Eshuijs Junior en Josina van Utert mits dat Henr. Eshuijs de groeve [begrafenis] zal betalen van haar zaliger man, zo ten huize van Jan Hesselinck en Derck Meijer geconsumeerd, alsmede Jannes Eshuijs te Amsterdam 60 guldens alsmede nog 14-16-17 aan gehaalde waren bij de begrafenis. Kantlijn ongedateerd: obligatie is door schuldenaar afgelost. Schuld is geroyeerd in het hypotheekboek (Bron: Archief Richterambt Kedingen, inv. nr. 1 foto 99).
25 november 1716 Henrick Schimmelpenninck verklaart verkocht te hebben een katerstede in het Loo genaamd het Stegehuijs met annex land aan Henrick Eshuijs en Frerick Paul van de Rae. Borgstellers voor de niet vermelde koopsom zijn de Ed. Jan Warners koopman te Almelo en de schults Herm. Morren (Bron: Archief Richterambt Kedingen, inv. nr. 1 foto 148). |
|