| Notities persoon | 7 maart 1631 Inventarisatie Sterfhuis van Dirck Dircx te Jelsum, Tiepcke en Lieuwe Wijbeszonen curatoren over Gaets Dircxdr. en Pijter, Ofke Dircx voor zichzelf, Jacob Sijmens, Sicke Jacobs en Tiebbe Gerbens als mannen en voogden van Auck, Teets en Sijuwe. Huis met erf met 52 pondematen land, ook bekend als kloosterlanden verkocht volgens koopbrief voor 6.250 goudguldens ten laste van Folckert Pijters cum uxore. De binnen en buitengoederen zijn per openbare verkoop verkocht voor 1649 goudguldens en 3 stuivers. Verdeling door 6, er zijn 2 zoons (Upke en Pijter). Verder hoorde tot de boedel een zilveren onderriem met 2 sloten en een halve mengele zilveren beker, samen ter waarde van 20 guldens en 11 stuivers. Brieven en papieren: een obligatie ten laste van Haringh Tijalling en Baeck Pijters echtelieden te Leeuwarden groot 100 goudguldens, gedateerd 2 juli 1619. Een renversaal ten laste van Lieuwe Wijbes inzake de aankoop van landerijen gedateerd 5 maart 1631 voor de som van 1500 goudguldens. Tiepcke en Lieuwe Wijbeszonen ooms [vanmoederszijde] maken de akte van verdeling op 17 maart 1631, Boelgoed gehouden op 8 maart volgens deze akte. oa ondertekend door de beide voogden, elk met een mooie handtekening, Sijcke Jacobs (man van Taetske) en Tijebbe Gerbens. Auck en Ofke ondertekenen met een merkteken en konden dus niet schrijven. Beide zoons (Upcke en Pijter) komt toe de wollen en linnen kleding van wijlen Dirck Dircx, door de erfgenamen gezamenlijk getaxeerd op 68 goudguldens en 2 dubbele ducaten. De twee jongste kinderen komt toe 1300 goudguldens en het geld uit het gehouden boelgoed, te weten 1649 goudguldens en 3 stuivers. Elk der andere kinderen komt toe 1.696 goudguldens en 18 stuivers. Uiteindelijk krijgt elke zoon aan waarde uitgekeerd 1750 goudguldens en 18 stuivers en elk der dochters 1.733 goudguldens en 18 stuivers. De kinderen zijn gehouden de kosten te dragen van het boelgoed (Bron: weesboeken, inv.nr. 89, Nedergerecht van Leeuwarderadeel - Tresoar, foto 174-177).
11 april 1642 Rixt Aelties nagelaten weduwe van Douwe Jellis tot Oosterwierum heeft tot curatoren over de twee kleine weeskinderen aangesteld Lieuwe Wijbis wonende onder de klokslag van Leeuwarden oudoom van de kinderen en Offke Dircx van Marssum neef van dezelve [zoon van Dirck Dircx en Rixt Wijbedr.]. Zij hebben beiden de boeleed afgelegd. De veestapel is best omvangrijk: 15 koeien, een rier, een wintervolle, 4 hoklingen, 5 kalveren, 3 ruinen, 2 merries waarvan 1 met een veulen, een Enter merrie, enig paardentuig, hielstrengen,3 eenden, 9 hennen en 2 hanen, 3 bargen en 7 biggen. Aan zaaigoed: anderhalve pondemaat bonen, 14 pondematen koolzaad, 4 pondematen rogge en zal in mei ook nog 9 pondematen bezaaid worden. Ook het nodige zilverwerk is aanwezig: een groot beslagen hoorn, 4 kroezen, 18 zilveren lepels, 2 brtandewijnskroeskes, een karbonkel met zilver beslag, een kinderpenning, 3 oude Saxische rijksdaalders, een zilveren en gouden haak, 70 zilveren knopen, 2 messen met zilveren ringen. Kortom een huishouden in welstand. Handtekeningen van allen. oa Offck Dircks en Lieuwe Wijbes (Bron:Weesboeken, inv.nr. 40, Nedergerecht van Baarderadeel – Tresoar, foto 313-321).
29 juni 1647 Offke Dircks van Marssum citeert Claes Jacobs cum socis voor zichzelf sampt Oedts Tiallinghs en Sijmen Pijters binnen Leeuwarden curator over Sicke Jacobs erfgenamen van wijlen Jacob Claessen hun wijlen vader. Betreft eis van een te waarderen scheiding van de boedel. (Bron: Sententieboeken, Nedergerecht Menaldumadeel - Tresoar, inventarisnummer 038, foto 113, folio 111). |
|