| Notities persoon | Bewoonde een erf aan het Westeinde (in de buurt van nummer 540 huidige nummering), heeft hier 4 akkers land. Al vanaf 1684 in de boterpachtkohieren genoemd. Ook de familie Heineman heeft relaties met dit erf (een zwager van Gerrit?). In 1697 en 1700 wordt de naam Heineman vermeld in de boterpachtkohieren bij dit erf. In het kohier van 1700 betaalt ene Heineman 9 pond boter en 7 pond wordt door Gerrit betaald. In een register dat ongedateerd is, maar op ca. 1692 geschat moet worden, is vermeld dat Heineman deze boterpacht vanwege de "Vicarie" betaalt.
In 1692 bestond het erf uit 5 akkers. In 1694 wordt in het zoutgeldkohier 2x een Gerrit Berends genoemd. De naam ten Cate komt niet voor. Beiden werden aangeslagen voor 14 stuivers. Dit betekent dat beiden er warmpjes bij hebben gezeten. Één van de twee vervulde ook een bestuurlijk functie en ondertekende het belastingkohier. In het register van de 1.000e penning staan beiden vermeld met een geschat vermogen van 800 gulden.
Wordt in de boterpachtkohieren tot ca. 1713 genoemd. In 1713 staat zoon Hendrik Gerrits ten Cate als eigenaar vermeld en nog later in 1735 wordt de andere jongere zoon Jan Gerrits ten Cate als eigenaar vermeld. Overigens wordt Gerrit Berends ten Cate in het verpondingsregister van 1723 nog genoemd. Ook uit dit register blijkt zijn grote rijkdom, hij moet inzake contributie en verponding in 1723 5 gulden betalen en staat daarmee een gedeelde tiende plaats op de lijst van afdracht van deze belasting, die gebaseerd is op de huurwaarde van onroerend goed.
Voordat Gerrit er woonde was het erf in bezit van "Aeltien Berents Cate" (een zus?; boterpachtregister 1679). Daarvoor 1670 bewoonde vader " Berendt Luichjens" het erf.
Gerrit Berends ten Cate heeft in 1709 een ruzie met Jan Bour, waarbij laatstgenoemde het been van Gerrit breekt. Dit leidt tot de arrestatie van Jan Bour door de schout Jan Brouwer, de zaak lijkt echter voor het gerecht niet tot een einde te zijn gekomen. In 1721 besluiten de erfgenamen van Gerrit Berends ten Cate de kwestie met de erven van wijlen Jan Bour in der minne te schikken (HAA inv. nr. 2967).
Toch lijkt het erop dat de zaken niet alleemaal even voorspoedig zijn verlopen, want een zekere Andries ten Cate koopt op 18-09-1756 spullen uit de boedel van Gerrit Berents ten Cate die die dag bij gerechterlijke excecutie zijn verkocht. Deze verkoopt de zaken door. Zo komt het ouderlijk erf in handen van zoon Jan Gerrits ten Caate. akte van transport d.d. 07-10-1758 inzake aankoop van 3 akkers land en huis d.d. 29-09-1757 uit de boedel van Gerrijt Berens ten Caate door Jan Gerrijts ten Caate van Andries ten Cate, koopman te Almelo voor een som van 1200 car. guldens.(bron: archief schoutambt Vriezenven, inv. nr. 2675). |
|