| Notities persoon | landbouwer Wordt genoemd in het boterpachtregister van 1736, heeft dan het erf (waarschijnlijk reeds langere tijd) overgenomen van zijn schoonvader Hendrick Arends (zie notities Hendrick Arends). Het is een vierakkerstuk. Het was gelegen aan het Oosteinde (zuidzijde) nr. 300, huidige nummering. Van 1750 tot en met 1760 wordt in de kohieren van het hoofdgeld de weduwe Gerryt Barkhof genoemd. Ze wordt aangeslagen voor 2 gulden. Vanaf 1761 wordt Hinderkin Berkhof genoemd, de dochter van Gerrijt die kennelijk het erf heeft overgenomen. 15-7-1739 wordt Garrijt Barckhoff genoemd als erfgenaam van Jan Egbers, naast Jan Prinsen, Jan Luykas Coster, Jan Henr. Schuurman en Arent Henr. Schuurman, benevens hun vrouwen (akte uit het familiearchief van de familie Teunis, (Mariën), in de zeventiger jaren door de familie Berkhof (Onweer) overgedragen aan de Oudheidkamer van Vriezenveen). Gerrit moet een geziene en welgestelde persoon geweest, bij het personele quotisatiekohier wordt hij genoemd als één van de weinigen die een inkomen tussen 200 en 400 gulden op jaarbasis heeft. Ook in de kohieren van de 1000e penning uit het Statenarchief van Overijssel komt Gerrit als een meer dan gemiddeld bemiddeld man naar voren (1734 en 1739 geschat vermogen 500 gulden). Slechts een minderheid van vriezenveners werd voor deze belasting aangeslagen. Regelmatig is hij bij de inning van de lokale belastingheffing betrokken (bron: gemeentejaarrekeningen Archief Huize Almelo). Bij de volkstelling van 1748 was Gerrit al overleden. Dan wordt de weduwe Gerrit Berkhof genoemd. | | Notities geboorte | verklaart in 1733 omtrent 40 jaar oud te zijn bron: AHA inv. nr. 3241. Hoewel het stuk uit het breukregister van de schout Claas Cruijs ongedateerd is, het is opgeborgen in stukken uit het jaar 1733. De leeftijd van oa de getuige Albert Jonker stemt met deze info overeen, hij is in dit stuk ca. 55 jaar en in 1731 was hij bij een proces ca. 54 jaar. |
|