| Notities persoon | Voor´t eerst met name genoemd op 1-4-1601 in het verpondingsregister (Archief van Ridderschap en Steden van Overijssel (RAO Statenarchief (Inv. ter Kuile) inv. nr. 2456). In boekvorm gepubliceerd in 1983 door de Vereniging Oudheidkamer "Twenthe". Erg handig als je het oude schrift niet machtig bent, en ook erg leerzaam om met de oude geschriften bij de hand het oude handschrift te leren ontcijferen. Deze verponding (belastingaanslag op onroerend goed) werd ingesteld om de kosten te dekken van het sturen van ambassadeurs van de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden naar de hoven van Frankrijk en Engeland. Het waren roerige tijden. De 80 jarige oorlog was aan de gang en de Staten Generaal zaten dringend verlegen om geldelijke middelen. In dit verpondingsregister staat voor Vriezenveen als eerste genoemd Berendt Berychoff. Hij werd aangeslagen voor ongeveer vijf mudde roggen (=ca. 2 1/2 hectare akkerland. Vermeld wordt bij hem als enige Vriezenvener dat hij een "ploech" bezit. Verder had hij 6 koeweiden (=ca. 3 hectare weiland) en 4 "dagmaet hoylandes" (= ca. 2 hectare hooiland). Verder wordt nog gemeld dat wat hij meer aan beesten weidt, dan waar zijn land voor geschikt is. Hij weidt zijn beesten in de "wyldernissen en unlandt" (lees het onontgonnen veengebied van Vriezenveen dat liep tot Sibculo). De beesten worden daar "hongerych geweydet". Verder staat vermeld dat hij op zīn land nog een schuur had, waar de beesten konden schuilen. Het land wordt vermeld is echter niet zijn eigendom, maar hoort toe aan een buurman Hans Berendes.
Van 1631 tot 1645 wordt Berent Berckhoff in alle jaren (waarvan de registers bewaard zijn gebleven) als eerste genoemd op de lijst van boterpachtkohieren op het Oosteinde van Vriezenveen; dit betekent dat hij aan het einde van het Oosteinde woonde, of aan het begin, het is maar net hoe je het bekijkt. In de jaren voor 1631 wordt alleen de naam Berckhoff vermeld. Andere naamvariaties van de achternaam in deze kohieren in die tijd zijn. Berric(k)hoff en Berchof(f) en Berckhof, meestal echter Berckhoff. Omdat in de jaren na 1598 alleen de naam Berckhoff wordt vermeld, -zonder voornaam-, is het niet duidelijk of de pachter van het goed in die jaren Berent was of zijn vader Johan Berckhoff. Zie opmerkingen bij Johan.
In 1601 bezit Berent 3 paarden en 25 schapen, maar geen bijenkorven . In juni 1602 zijn de aantallen als volgt: 3 paarden, 4 varkens, 23 schapen en 2 bijenkorven.
Rechtsprotocollen Stad Almelo: 27-3-1626 lenen Berend Jansen Berkhoff en Janna zijn huisvrouw van Vriezenveen aan Willem Gerdes en zijn huisvrouw Janna Hendriks 100 daalders a 30 stuivers.
20 mei 1644 Effert Arentsen ten Hoeve en Griete Gerdes zijn schuldig aan Fenne wed. van Berent Berckhoff "derde half hondert(350) Kar. guldens dito 250 gulden ad 20 stûver". (in 1659 doet Hendrik Berkhof "opsage" van deze penningen.)
Uit deze laatste akte en uit het feit dat vanaf 1645 Berent en Hendrick Berckhof als boterpachtplichtigen staan vermeld dit zijn de zoons van Berent Jansen B.) kan worden opgemaakt dat de vader Berent omstreeks 1644 is overleden. Het goed (oorspronkelijk 10 akkers) werd gesplitst, met voor elke zoon ongeveer 4 akkers land. De twee zonen van Berent zijn geboren omstreeks 1614 (Hendrik) en 1618 (Berent). Of Janna hun moeder is valt niet met zekerheid te zeggen, maar is zeer wel mogelijk. In elk geval is de tweede echtgenote Fenna het niet omdat Janna in 1626 nog leefde. Het valt echter niet uit te sluiten dat er nog een eerder huwelijk was.
Op 2-12-1626 is Berendt Berrichoff met Joannes Boncamp keurnoot bij een rechtszaak (HAA inv. nr. 3211, foto 052). In dat jaar verklaren Derk Arentsen Grubbe en Fenne zīn huisvrouw dat ze hebben geleend van Hendrik Berends Berkhof en Janna zijn huisvrouw 100 daalder, elke daalder van 30 stuivers elk.
Op 7-9-1627 daagde "Berendt Berckhoff" Thonis Janssen voor het gericht. De aanklacht was de beschuldiging van "toverie" (toverij) gedaan in een openbare gelegenheid (ongetwijfeld een kroeg), gedaan door Thonis Janssen aan het adres van Berkhof. Dit was in deze tijd een heel zware belediging die je niet over je kant kon laten gaan. Het meest vooraanstaande familielid diende de aanklacht in bij de Heer van Almelo. Het was Claes Berendsen, de schout van Wierden. Daarmee wordt een familieverband blootgelegd, waarbij overigens niet duidelijk is of deze via de vader of de moederlijn loopt. Claes Berendsen wordt tusen 1599 en 1627 genoemd als schout van Wierden. (bron: Archief Huize Almelo en B. van Dooren, Gens Nostra, 1996 HAA inv. nr. 2966 en 3217).
Berent treedt in een rechtzaak op voor zijn zoon Hendrick in 1636 als deze samen met een aantal andere jongelui van het Oosteinde beschuldigd wordt zich misdragen te hebben op vastenavond, waarbij onder andere dominee Molano en zijn vrouw Trijntje Jansen werden aangedaan om zogenaamd "vastenavondsbier" te krijgen. Molano stelde dit oude katholieke gebruik niet op prijs en er ontstond een ruzie tussen de Oosteinder jongeren en de predikant (HAA inv. nr. 3222 foto 30112006c.089.jpg) Berent verklaarde namens zijn zoon Hendrick, dat deze niets misdaan had. | | Notities overlijden | zie notities persoon |
|